ap 8 raadsvoorstel inzake aanvraag uitvoeringskrediet nieuwbouw sporthal Tropical-Margriethal
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Raadsvergadering: Behandelend medewerker: Cluster: Afdeling
19 juli 2021 Jan Bras
Agendapunt: Portefeuillehouder:
8. wethouder Zwarts
Project/ Programmamanagement Ruimtelijke ontwikkeling
Programma:
520 Sportaccommodaties
Voorstel tot beschikbaar stellen uitvoeringskrediet nieuwbouw sporthal herbestemming Tropical Margriethal
1. Samenvatting Aanleiding: In de raad van 9 juli 2020 heeft u de gebiedsvisie voor de herbestemming van het gebied Tropical Margriethal vastgesteld. Binnen het kader van deze gebiedsvisie zijn door de werkgroep sporthal en de werkgroep omgeving de programma’s van eisen voor de sporthal en inrichting buitenruimte opgesteld. U bent hierover geïnformeerd in de commissievergadering Ruimte van 13 april 2021. Op basis van deze gegevens hebben we de kostenraming voor de bouw van de sporthal gecontroleerd en aangepast. De kostenraming van de inrichting buitenruimte hebben we ook gecontroleerd en kende geen wijziging. Om de nieuwbouw van de sporthal te kunnen bekostigen vragen wij aan uw raad om het benodigde uitvoeringskrediet hiervoor beschikbaar te stellen. Gevraagde beslissing: 1. een uitvoeringskrediet ad € 4.174.000,-- beschikbaar te stellen voor het realiseren van een nieuwe sporthal en voor de inrichting van de buitenruimte in het kader van het project herbestemming Margriethal-Tropical; 2. de kapitaallasten van het bedrag vermeld sub 1. ten laste te brengen van de middelen die daarvoor zijn opgenomen in de meerjarenbegroting 2021-2025.
Beoogd effect: Wanneer uw raad instemt met het beschikbaar stellen van het gevraagde uitvoeringskrediet kunnen we de nieuwe sporthal en de inrichting van de buitenruimte (rondom de sporthal) conform de door u vastgestelde gebiedsvisie en conform de vastgestelde PvE’s en bijbehorende ruimtestaat realiseren. 2. Onderbouwing, aanpak, uitvoering Het krediet is gebaseerd op de door u vastgestelde stedenbouwkundige gebiedsvisie (bijlage 1) en de in het college van 16 maart 2021 vastgestelde programma’s van eisen voor de sporthal en de inrichting buitenruimte (bijlage 2 en 3). Onderbouwing aangepaste kostenraming bouw sporthal Vanuit de gebiedsvisie is, met de werkgroep van sporthalgebruikers en een deskundige op het gebied van sporthuisvesting, een PvE voor de nieuwe sporthal en een bijbehorende ruimtestaat uitgewerkt. Op basis van deze gegevens is een aangepaste kostenraming voor de bouw van de sporthal opgesteld door onze externe adviseur. RS21.00068 Zaaknummer: 343470
Bij de geactualiseerde raming komen de bouw- en inrichtingskosten hoger uit dan eerder gedacht. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat er meer bebouwde meters bruto vloeroppervlak (BVO) zijn dan waar in de vorige berekening vanuit werd gegaan (1540 m2 t.o.v. 1372 m2). Dit is het gevolg van het PvE dat is opgesteld en de ruimtestaat die hierbij hoort. Binnen de werkgroep sporthal is intensief gewerkt aan het PvE voor de sporthal. Hierbij is door de leden van de werkgroep kritisch gekeken naar het aantal benodigde m2. Het bleek dat de opgenomen m2 voor met name de berging van de sporthal te krap bemeten was. Doordat er een scheidingswand wordt toegepast in de sporthal is het namelijk noodzakelijk dat er een gescheiden berging wordt gerealiseerd. En daar zijn we in de eerste raming niet vanuit gegaan. Verder bleek dat de sportinrichting te laag geraamd was vooral met betrekking tot het hoofdgebruik van de sporthal; bewegingsonderwijs. Op basis van de geldende huidige marktprijzen hebben we dit gecorrigeerd. De bouwkostenberekening is verder gebaseerd op het uitgangspunt “sober en doelmatig”. Dit is overeind gebleven. Uit de geactualiseerde berekeningen komt naar voren dat het eerder geschetste uitvoeringskrediet ad. € 4.174.000 voldoende groot is. Dit is inclusief een bedrag voor het inrichten van de buitenruimte rondom de sporthal, sloopkosten, kosten tijdelijke beheer, e.d.
In hoofdstuk 4 van dit voorstel gaan we nader in op de financiën. Marktconsultatie woongebouw In de vorige paragraaf zijn we ingegaan op de kostenraming voor de sporthal incl. buitenruimte. Deze kosten worden gedekt vanuit het aan te vragen uitvoeringskrediet. Bij de vaststelling van de gebiedsvisie hebben we daarnaast een financiële onderbouwing toegevoegd voor het woongebouw dat aan de andere kant van het perceel gerealiseerd moet worden. In de gebiedsvisie zijn we uitgegaan van een passieve grondexploitatie (zelfde constructie als bij het project aan de Arienstraat in Rijen). In de onderbouwing van de gebiedsvisie staat o.a. dat we de gemeentelijke kosten voor het woongebouw (plankosten, planschade, interne uren, onderzoeken, e.d.) plus de kosten voor de aanleg van de buitenruimte (toe te schrijven aan het woongebouw) deels kunnen worden gedekt vanuit de opbrengsten van de verkoop van de grond voor het woongebouw . In het kader van de marktconsultatie zijn we momenteel in overleg met externe marktpartijen. Uit deze verkennende gesprekken blijkt dat we de kosten inderdaad kunnen betalen uit deze opbrengsten. Ondanks dat het om voorlopige inschattingen gaat, die nog nader moeten worden uitgewerkt, is de verwachting dat we kunnen voldoen aan het uitgangspunt zoals genoemd in de gebiedsvisie. 3.
Alternatieven Gelet op het met de gebruikers van de sporthal doorlopen proces en de wettelijke en praktische eisen t.a.v. de verschillende ruimtes van een sportaccommodatie is het realiseren van minder m2 geen alternatief. 4. Lasten, baten en dekking 4.1 Voorbereidingsfase en -krediet In het verleden zijn op 7 eerdere momenten voorbereidingskredieten beschikbaar gesteld voor dit project: • November 2016 € 50.000 (raadsbesluit begroting 2017); • November 2017 € 40.000 (collegebesluit); • September 2018 € 40.000 (collegebesluit); • April 2019 € 40.000 (collegebesluit); • Januari 2020 € 40.000 (collegebesluit); • Juni 2020 € 40.000 (collegebesluit); • Juli 2020 € 110.000 (raadsbesluit 1e turap 2020).
2
Het totale voorbereidingskrediet bedraagt dus € 360.000. Tot nu toe hebben we (sinds 2017) € 320.000 uitgegeven aan onder andere: asbestsaneringen, de ontmanteling van het zwembad, sloopwerkzaamheden, ambtelijke uren, opstellen stedenbouwkundige visie, opstellen van programma van eisen (PvE), opstellen van bouwkostenramingen sporthal-buitenruimte, kosten voor participatie met stakeholders en diverse (voorbereidings)onderzoeken. Er resteert dus nog een krediet van € 40.000 voor de voorbereidingsfase. De uitvoering van de sloopwerkzaamheden is voorzien in de periode juli 2021- september 2021. De start van de bouw is voorzien medio oktober 2021. De voorbereidingskosten die tot dat moment nog gemaakt worden dekken we vanuit het resterende voorbereidingskrediet. We verwachten het voorbereidingskrediet dan ook bij de 2e turap 2021 te kunnen afsluiten. 4.2 Uitvoeringsfase en -krediet Na de voorbereidingsfase start de uitvoeringsfase. Hierin werken we vanuit een voorlopig ontwerp (VO) naar een definitief ontwerp (DO) en starten we het aanbestedingstraject op. Na de aanbesteding is het tijd voor realisatie. Voor dit alles is een uitvoeringskrediet benodigd. In de perspectiefnota 2021, vastgesteld door uw gemeenteraad op 6 juli 2020, zijn de uitvoeringsmiddelen voor de bouw van een sporthal opgenomen in de begroting. Het ging om een totale investering van € 4.174.644.
Zie hiervoor punt B9 (blz. 12) van deze perspectiefnota 2021 en het investeringsplan (blz. 135) van de begroting 2021. Uitgaande van gereed komen van het project in 2022 zijn met ingang van 2023 de kapitaallasten opgenomen in de begroting. De investering is hiermee gedekt. Vanuit de gebiedsvisie is, met de werkgroep van sporthalgebruikers en een deskundige op het gebied van sporthuisvesting, een PvE voor de nieuwe sporthal en een bijbehorende ruimtestaat uitgewerkt. Op basis van deze gegevens is aangepaste kostenraming voor de bouw van de sporthal opgesteld door onze extern adviseur. Uit deze berekeningen komt naar voren dat het eerder geschetste uitvoeringskrediet ad. € 4.174.000 voldoende groot is. De verschillende onderdelen van deze investering, de opbouw daarvan inclusief bedragen en de verschillen ten opzichte van eerdere berekeningen treft u hieronder aan:
Wat Sloopwerkzaamheden Directe bouwkosten Bijkomende (indirecte) kosten Plankosten Openbare ruimte Tijdelijk beheer en onderhoud Prijsstijgingen Onvoorzien Restant boekwaarde huidige locatie BTW Totaal
Bedrag € 159.000 € 2.339.641 € 274.735 € 235.000 € 545.076 € 47.419 € 129.391 € 290.150 € 153.588 €0 € 4.174.000
Zoals gezegd is deze kostenberekening opgesteld door onze extern adviseur op basis van het opgestelde PvE, de actuele ruimtestaat die hierbij hoort en het huidige prijspeil. De eerdere berekeningen waren gebaseerd op kengetallen uit de branche. Ondanks dat het totale bedrag dat we nu als uitvoeringskrediet niet afwijkt van hetgeen eerder berekend, zitten er toch een paar verschillen tussen beide berekeningen.
3
Hieronder lichten we de grootste verschillen toe: • De directe bouw- en inrichtingskosten komen hoger uit dan eerder gedacht. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat er meer bebouwde meters bruto vloeroppervlak (BVO) zijn dan waar in de vorige berekening vanuit werd gegaan. Dit is het gevolg van het PvE dat is opgesteld en de ruimtestaat die hierbij hoort (nadeel € 213.000); • De hogere directe bouwkosten werken ook door in de bijkomende kosten, waardoor deze hoger zijn dan in de eerdere berekeningen (nadeel € 33.000); • De reservering die wordt gemaakt voor prijsstijgingen is hoger geworden. In de huidige markt is sprake van enorme schaarste van arbeid en materieel. Hier is de kostenraming op aangepast (nadeel € 78.000); • Tot slot was er in de eerdere berekeningen rekening gehouden met een bedrag aan kostprijsverhogende BTW. Deze BTW zou een kostenpost vormen wanneer we zelf zouden gaan exploiteren. Doordat nu gekozen wordt voor exploitatie door een externe marktpartij, opteren wij voor een met BTW belaste verhuur, waardoor de BTW op de investeringen en exploitatie geen postenkost is. Dit is eenzelfde fiscale opzet als dat we gebruiken bij bijvoorbeeld sportcomplex Den Butter en de MFA in Molenschot. Dit leidt dus tot een BTW voordeel (voordeel € 324.000). Zie ook het volgende onderdeel “4.3 Exploitatie”.
4.3 Exploitatie Er is intensief onderzocht hoe de hogere kosten genoemd bij bovenstaande paragraaf 4.2. (eerste drie bullits) gedekt kunnen worden, om zo toch binnen het in de begroting opgenomen investeringsbedrag te kunnen blijven. Zoals gezegd in bovenstaande paragraaf 4.2. (laatste bullit) compenseren we deze hogere kosten, door te kiezen voor exploitatie door een externe marktpartij, en zo een BTW voordeel te realiseren. Hieronder leggen we dit nader uit: De eerdere berekeningen gingen uit van exploitatie door de gemeente zelf. Als we als gemeente zelf gaan exploiteren is 55 % van de BTW kostprijsverhogend. Dit gaat dan om het onderwijsdeel / het schoolgebruik. De andere 45% van de BTW (betreft sportgebruik) kunnen we compenseren via de SPUK-sport regeling. Deze regeling is gebaseerd op de afspraken die wij hierover hebben gemaakt met de belastingdienst. Wij moeten ons hieraan houden. De 55% van de BTW die uiteindelijk kostprijsverhogend is (het schoolgebruik) gaat om een bedrag van € 324.000. Dit bedrag was in eerste instantie ook meegenomen bij de investeringsberekening. Doordat we nu kiezen voor exploitatie door een externe marktpartij, opteren wij voor een met BTW belaste verhuur, waardoor de BTW op de investeringen en exploitatie geen kostenpost is (ook niet voor het onderwijsdeel / het schoolgebruik).
Dit is eenzelfde fiscale opzet als dat we gebruiken bij bijvoorbeeld sportcomplex Den Butter en de MFA in Molenschot. Dit leidt dus tot een BTW voordeel van € 324.000 omdat de BTW geen kostenpost meer is. Door dit voordeel kunnen we de kostenstijgingen compenseren en blijven we toch binnen het investeringsbedrag dat in de begroting was opgenomen. Om de exploitatielasten goed in beeld te krijgen en deze lasten (gemeente of externe exploitant) met elkaar te kunnen vergelijken, hebben we een marktconsultatie uitgevoerd bij de huidige exploitant van Sportcomplex Den Butter en hebben we zelf de exploitatiekosten opnieuw berekend. Beide berekeningen zijn gebaseerd op het laatste concept bezettingsrooster voor de nieuwe sporthal (Margriethal). Uit de marktconsultatie volgt een exploitatiebijdrage van ca. € 0 per jaar (dus geen exploitatiebijdrage). Wanneer de gemeente zelf zou exploiteren, komt de exploitatieberekening uit op ca. € 3.000 per jaar (excl. BTW). Als de gemeente zelf de sporthal exploiteert is 55% van de BTW kostprijsverhogend (45% kunnen we compenseren). Dit komt neer op een bedrag (exploitatiekosten gemeente) van € 3.346,50 per jaar. In de begroting is een bedrag opgenomen van € 14.000 voor de exploitatiebijdrage per jaar.
4
Ondanks dat het in beide gevallen om voorlopige berekeningen (ramingen) gaat, verwachten we met de jaarlijkse exploitatiebijdrage van € 14.000 uit te komen. 5. Duurzaamheid In het vastgestelde PvE van de sporthal min zijn duurzaamheidsmaatregelen geformuleerd: vanuit de geldende wetgeving is sinds 1 januari 2021 het kader vastgesteld op de BENG-eisen (Bijna Energie Neutraal Gebouw). De nieuwe sporthal moet voldoen aan energielabel A. het gebouw moet energieneutraal zijn. In het PvE zijn daarom onder andere opgenomen: - Verhoogde isolatiewaarden voor de gebouwschil inclusief de vloer; - Gasloos door toepassing van lucht/water warmtepompen; - Toepassing van zonnepanelen t.b.v. de opwekking van elektriciteit; - Koeling door omkeerbare lucht/water warmtepompen; - Warmteterugwinning op douchewater en luchtverwarming (met in achtneming van maatregelen i.r.t. aanpassing van de huidige wetgeving m.b.t. COVID-19); - Frequentieregelaars en intelligent gebouwbeheersysteem; - Ledverlichting. 6. Commissiebehandeling De commissiebehandeling heeft niet tot aanpassing van dit voorstel geleid. 7. Relatie ABG-organisatie Dit voorstel heeft geen relatie met de ABG-organisatie. 8. Risico’s Er is rekening gehouden met een post onvoorzien van 10% en een reservering voor prijsstijgingen. De prijzen in de bouw stijgen momenteel snel.
Echter wij verwachten een reële inschatting te hebben gemaakt van de bouw- en bijkomende kosten. 9. Vervolg Planning: De uitvoering van de sloopwerkzaamheden is voorzien in de periode juli 2021- september 2021. Op dit moment loopt het aanbestedingstraject voor de selectie van een uitvoerend sloopbedrijf. De start van de bouw is voorzien medio oktober 2021. Naar verwachting hebben we in juni 2021 een architect geselecteerd zodat we kunnen werken aan een definitief ontwerp gebaseerd op het vastgestelde PvE van de sporthal. We verwachten een bouwperiode van krap een jaar nodig te hebben voor de realisatie van de sporthal. De bouw van de sporthal kan binnen het vigerende bestemmingsplan worden gerealiseerd. De inrichting van de buitenruimte vindt plaats na realisatie van de sporthal. Met uitzondering van een aantal parkeerplaatsen aan de Noordzijde die we volgens afspraak met Leystromen eerder realiseren voor de bewoners van de nieuwe woningen aan de van Oldenbarneveldtlaan. We zijn momenteel in gesprek met marktpartijen. Deze gesprekken ronden we af in de zomer 2021, waarna we een marktpartij kiezen. In de commissie Ruimte wordt u na de zomer hierover vertrouwelijk geïnformeerd.
5
Communicatie: In dit project werken we intensief samen met de twee werkgroepen, de werkgroep sporthal en de werkgroep omgeving. Verder brengen we regelmatig nieuwsbrieven uit en houden we onze website actueel. Over de verschillende aansprekende fasen van het project (zoals de sloop, de start van de bouw van de sporthal, etc.) gaan we extra communiceren.
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN GILZE EN RIJEN
R.M. (René) Wiersema Secretaris Bijlage(n):
D.A. (Derk) Alssema burgemeester
1. Stedenbouwkundige gebiedsvisie van 28 april 2020 2. Programma van Eisen sporthal 3. Programma van Eisen inrichting buitenruimte
6
Agendapunt 8. Vergadering d.d. 19 juli 2021. DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN;
gezien het voorstel, genummerd RS21.00068, van het college van burgemeester en wethouders; b e s l u i t: 1. een uitvoeringskrediet ad € 4.174.000,-- beschikbaar te stellen voor het realiseren van een nieuwe sporthal en voor de inrichting van de buitenruimte in het kader van het project herbestemming Margriethal-Tropical; 2. de kapitaallasten van het bedrag vermeld sub 1. ten laste te brengen van de middelen die daarvoor zijn opgenomen in de meerjarenbegroting 2021-2025.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 19 juli 2021. DE RAAD VOORNOEMD, de griffier, de voorzitter,
S. van Dijk
D.A. Alssema