ap 7 beantwoording technische vragen fracties
Tekst van het document
• De herkenbaarheid als een tweeledig woon-werkpand, met een representatief woonhuis aan de voorzijde en een functioneel bedrijfsgedeelte aan de achterzijde. Dit punt is niet fysiek maar meer conceptueel typologisch bedoeld omdat het oorspronkelijke bedrijfsgedeelte niet meer bestaat.
R I J E N J U L I A N AS TR A AT 118: C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING EN P L A NTO E TS | 17
Blikvanger in de Spoorlaan Zuid.
Blikvanger in de Stationsstraat.
Het pand Julianastraat 118 heeft de status van rijksmonument (zwarte stip onderin de kaart), en ligt bovendien net binnen de begrenzing van een langgerekt gebied met dorpse lintbebouwing in Rijen dat als ‘waardevolle historische stedenbouw’ is gekwalificeerd op de cultuurhistorische waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant (rode contour op de kaart). Er is dus sprake van een objectmatige én een ruimtelijk-contextuele waardering. Dat laatste aspect wordt in nevenstaande kaart nader geduid.
Blikvanger in de Julianastraat.
Het pand Julianastraat 118 (donkergrijs op de kaart) is een beeldbepalend element in de stationsomgeving. Het staat nadrukkelijk in beeld in de weidse omgeving van de spoorwegovergang. Bovendien staat het prominent in de zichtassen van de Stationsstraat en de Spoorlaan Zuid (rode pijlen), en vormt het de opmaat van een reeks markante hoekaccenten aan de Parallelweg (rode hoeken). Die bijzondere positie als blikvanger wordt architectonisch gearticuleerd door de erker, het balkon en het opengewerkte attiek met gemetselde balusters als oorspronkelijke elementen, én door de decoratieve voordeur met luifel die in de jaren dertig zijn toegevoegd.
1 8 | RIJ E N J ULIAN AS T R A AT 118: C U LT U U R HIS TO R IS C H E V E R K E N N I N G E N P L A N TO E TS
graduele waardering (zie tekening volgende pagina) Tegen de achtergrond van de beschrijving en de set kernkwaliteiten zijn de cultuurhistorische waarden – voor zover mogelijk - tevens aangegeven op een plattegrond. Met drie kleuren is gradueel onderscheid gemaakt in hoge, positieve en indifferente waarden. De definities van deze drie waarden dienen als algemene onderbouwing bij de waardetoekenning van de verschillende onderdelen. NB. De graduele waardering moet altijd worden beschouwd in onderlinge samenhang met de set kernkwaliteiten. hoge waarde (blauw) Hoog gewaardeerde onderdelen komen uit het onderzoek naar voren als essentieel voor de architectonische verschijningsvorm, de typologische structuur, de narratieve en/of historisch-ruimtelijke betekenis van het gebouw. Het is nadrukkelijk niet zo dat alle oorspronkelijke onderdelen automatisch deze hoogste score krijgen. Deze hoge waardering heeft in hoofdzaak betrekking op: • Het oorspronkelijke woongedeelte qua buitenschil, bouwmassa, contour / silhouet, oriëntatie en architectonische articulaties. Dat wil zeggen, exclusief de opgedikte stuuklaag, de vernieuwde deuren en ramen en het gewijzigde kleurbeeld van het buitenschilderwerk.
positieve waarde (groen) Positief gewaardeerde onderdelen komen uit het onderzoek naar voren als karakteristiek voor de architectonische verschijningsvorm, de typologische structuur, de narratieve en/of historisch-ruimtelijke betekenis van het gebouw. Deze positieve waardering heeft in hoofdzaak betrekking op: • De vernieuwde deuren en ramen in de gevels omdat die qua indeling en profiel refereren aan de originele exemplaren (de draairichting van de ramen is echter wel gewijzigd). • De restanten van de binnenwanden die de oorspronkelijke ruimtelijke indeling van het woonhuis en de opzet met kelder / opkamer nog enigszins herkenbaar houden. Afgezien van de paneeldeuren zijn er geen karakteristieke interieurelementen behouden.
indifferente waarde (geel) Indifferent gewaardeerde onderdelen komen uit het onderzoek naar voren als niet bepalend of zelfs verstorend voor de architectonische verschijningsvorm, de typologische structuur, de narratieve en/of historisch-ruimtelijke betekenis van het gebouw. Aan deze onderdelen wordt vanuit een erfgoedperspectief geen belang gehecht. Deze indifferente waardering heeft in hoofdzaak betrekking op: • Het bedrijfsgedeelte uit 1998-1999 en de berging uit 2004. • Het woonhuis qua recent toegevoegde badkamer alsmede de afwerking van vloeren, wanden en plafonds (voor zover zichtbaar zonder destructief onderzoek).
R I J E N J U L I A N AS TR A AT 118: C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING EN P L A NTO E TS | 19
Architectonische articulatie: erker en entree met luifel.
hoge waarde positieve waarde indifferente waarde
Architectonische articulatie: erker met balkon.
Architectonische articulatie: getrapte gevel met attiek.
2 0 | RIJ E N J ULIAN AS T R A AT 118: C U LT U U R HIS TO R IS C H E V E R K E N N I N G E N P L A N TO E TS
3. c o n c l u s i e s inleiding Het rijksmonumentale pand Julianastraat 118 maakt deel uit van de te transformeren stationsomgeving in Rijen. Om het erfgoedbelang en de beoogde ingreep in samenhang zorgvuldig te kunnen wegen, zijn in deze quickscan allereerst het historische verhaal en vervolgens de cultuurhistorische waarden van dit pand gepresenteerd (respectievelijk hoofdstuk 1 en 2). Tegen die achtergrond wordt tot slot in dit hoofdstuk aangegeven wat essentieel is om te behouden cq. te versterken, waar ruimte zit voor ingrepen cq. verbetering, en hoe die restricties en kansen zich verhouden tot het voorliggende plan. transformatiekader: algemene uitgangspunten transformatie als opgave Bij de aanpak van een monument is één van de uitdagingen om de cultuurhistorische waarden en de actuele ontwerpopgave zó met elkaar te verknopen, dat zoveel mogelijk kernwaarden worden benut en knelpunten worden opgelost. Belangrijk daarbij is het herkennen van kansen en het vinden van inspiratie in het historisch gelaagde verhaal van de plek. Op die manier blijft de ziel van het monument op een vanzelfsprekende manier begrijpelijk en beleefbaar. Een onderzoekende ontwerphouding verschaft tevens zicht op de ruimte voor nieuwe functies, ingrepen en toevoegingen die de plek opnieuw betekenis kunnen geven en activeren.
behoud door ontwikkeling Het voortbestaan en de conditie van een monument is altijd gebaat bij het in functie houden ervan cq. het zoeken naar een passende levensvatbare nieuwe functie. Leegstand is immers desastreus. Bij het eventueel wijzigen van de functie is het van belang dat de onvermijdelijke ingrepen zich op een respectvolle en logische manier voegen in het gebouw, op het
kavel en binnen de directe omgeving. Een monument is weliswaar geen museaal object met een stolp erover, maar ook geen onbeduidend gebouw waaraan je alles zonder meer kunt veranderen. Daarom verhouden ingrepen zich goed tot de cultuurhistorische waarden en/of genereren ze nieuwe kwaliteiten voor het monument en de omgeving. kernkwaliteiten en erfgoedwaarden als randvoorwaarden Het welslagen van een transformatie van een monument valt of staat met inzicht in de cultuurhistorische waarden en het herkennen van kansen. De set kernkwaliteiten en de ingekleurde erfgoedwaarden vormen daarom belangrijke randvoorwaarden bij de planontwikkeling. Grofweg geldt daarbij het volgende regiem. • Bij de kernkwaliteiten en de hoog gewaardeerde onderdelen (blauw op de plattegrond) staat behoud ervan in beginsel voorop. Noodzakelijke aanpassingen zijn alleen mogelijk als ze de bestaande erfgoedwaarden niet onevenredig aantasten, ze die waarden ondersteunen of versterken én van hoge ontwerpkwaliteit zijn. • Bij de positief gewaardeerde onderdelen (groen op de plattegrond) is streven naar behoud wenselijk. Ingrepen zijn mogelijk zolang ze het karakter van het gebouw als uitgangspunt nemen (respect), de bestaande erfgoedwaarden niet onevenredig verstoren (zorgvuldigheid) en/of nieuwe kwaliteit toevoegen. • Bij de indifferent gewaardeerde onderdelen (geel op de plattegrond) is behoud geen voorwaarde.
Wijziging of sloop zijn zonder meer mogelijk zolang ze de erfgoedwaarde in de directe omgeving niet verstoren (zorgvuldigheid).
R I J E N J U L I A N AS TR A AT 118: C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING EN P L A NTO E TS | 21
Julianastraat 118 transformeert van ledermagazijn (1907), via timmerwerkplaats (1930) en servicebedrijf voor rolstoelen (1998) naar openbare fietsenstalling (2021?).
De ontwerpstudie ‘Spoorzone Rijen’ (Houtman+Sander, d.d. 26 mei 2020) beoogt de aanleg van een verkeerstunnel in het tracé Stationsstraat – Julianastraat, en het toevoegen van de locatie Julianastraat 118 e.o. aan de stationsomgeving. Van deze locatie (zie de schets) blijft het woongedeelte behouden, wordt het achterliggende bedrijfsgedeelte getransformeerd tot fietsenstalling en wordt de vrijstaande berging gesloopt ten gunste van vergroening. De doorsteek door de fietsenstalling fungeert als nieuwe verbindingsroute voor langzaam verkeer tussen de Julianastraat en de Parallelweg; een soort bypass richting het station.
Vanuit een cultuurhistorisch perspectief is de transformatieruimte voor het pand Julianastraat 118 op hoofdlijnen als volgt. Het woongedeelte behouden, waar mogelijk de oude luister van het exterieur versterken en het interieur aanpassen op het nieuwe gebruik (rood op de tekening). Ontwikkelruimte ter plaatse van het bedrijfsgedeelte en de vrijstaande berging die beide cultuurhistorisch indifferent zijn (groene zone op de kaart). Wel is het van belang om ter plaatse van het bedrijfsgedeelte in enigerlei vorm het langgerekte en bedrijfsmatige karakter van het achterhuis te respecteren of te herinterpreteren bij de vormgeving van de fietsenstalling (zwarte pijl op de kaart). Een kansrijke inspiratie daarvoor biedt de lage en open berging die hier ooit stond (afb. p. 11). Voor meer toelichting zie de tekst op de volgende pagina’s.
2 2 | RIJ E N J ULIAN AS T R A AT 118: C U LT U U R HIS TO R IS C H E V E R K E N N I N G E N P L A N TO E TS
plantoets: specifieke aandachtspunten woongedeelte Vanuit een erfgoedperspectief is in fysiek opzicht alleen het woongedeelte essentieel om te behouden, en dan vooral de noord-, west- en zuidgevel die ter plaatse de blik (gaan) vangen. Dat is geborgd in de ontwerpstudie. Bij de verdere uitwerking daarvan zijn de volgende punten van belang: • De positie van stedenbouwkundig ankerpunt en de uitstraling van de gevels kunnen aan kracht winnen door: –– De toepassing van een rijker en genuanceerder kleurenschema voor het buitenschilderwerk: haal inspiratie uit historische foto’s of uit een kleurhistorisch onderzoek. –– Het eventueel terughalen, reconstrueren of herinterpreteren van de geschilderde reclame-uiting op de noordgevel: als verwijzing naar het historische verhaal van de plek, of als aanduiding van het nieuwe programmatische ‘hoofdstuk’ dat er nu aan wordt toegevoegd. • Het woongedeelte is nog altijd bewoond en zou die functie in beginsel kunnen behouden, ofschoon het ontbreken van private buitenruimte dan zal gaan knellen. De komst van de fietsenstalling biedt wellicht ook perspectief voor een fietsenwinkel met reparatiewerkplaats. De beoogde functie van horeca / ijssalon is in deze omgeving ook goed denkbaar.
Hoe dan ook, kansrijke troeven zijn: de centrale ligging, de goede bereikbaarheid, de nabijheid van het treinstation en de driezijdige oriëntatie van het woongedeelte. Bovendien biedt het sterk gemoderniseerde interieur volop kansen voor het verder aanpassen van de indeling óf juist het terugbrengen van de verloren gegane huiselijke charme met gang, suitedeuren, haarden, ornamenten etc. • Eventueel toe te voegen voorzieningen zoals na-isolatie van gevels en daken, zonwering, signing, reclame-uitingen, ventilatie en/of energieopwekkende maatregelen dienen van meet af aan onderdeel te zijn van de ontwerpopgave.
bedrijfsgedeelte Vanuit een erfgoedperspectief heeft het bedrijfsgedeelte uit 1998-1999 in fysiek opzicht een indifferente waarde. Daar liggen volop mogelijkheden voor ingrepen en wijzigingen. De transformatie van het bedrijfsgedeelte tot fietsenstalling is dan ook goed voorstelbaar. Temeer omdat daarmee in conceptueel opzicht de typologie van het tweeledige woon-werkpand herkenbaar blijft én de gestrektheid van het bedrijfsgedeelte aan de Parallelweg intact blijft: een representatief woonhuis op de kop en een functioneel bedrijfsgedeelte aan de achterzijde. Dat principe is geborgd in de ontwerpstudie. Bij de verdere uitwerking daarvan wordt het volgende punt ter overweging meegegeven: • Het moderne bedrijfsgedeelte overvleugelt qua omvang en verschijningsvorm enigszins het monumentale woongedeelte. Bovendien heeft het bedrijfsgedeelte een tweede bouwlaag cq. een hoogte die onnodig is voor de nieuwe functie van fietsenstalling. Een passender inspiratie hiervoor biedt de historisch gelaagde bouwgeschiedenis van het pand, namelijk: de lage en open houten overkapping die decennialang aan de Parallelweg heeft gestaan (p.11).
Door het - op eigentijdse wijze - herintroduceren van dit langgerekte gebouwonderdeel kun je de transformatie aangrijpen om de typologie van het woon-werkpand nog verder te versterken, én de verbroken relatie met het locatiespecifieke verhaal van de leerhandel en de houtbewerking te herstellen.
R I J E N J U L I A N AS TR A AT 118: C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING EN P L A NTO E TS | 23
vrijstaande berging Vanuit een erfgoedperspectief heeft de berging met poort uit 2004 geen cultuurhistorische waarde, en bestaat er geen beletsel om dit onderdeel te slopen. Sterker nog, de sloop ervan kan positief bijdragen aan het ontstaan van een fietsenstalling als royale en aangename plek van aankomst en vertrek. Dat aspect is in de ontwerpstudie mede geborgd door een groenvoorziening ter plaatse van de berging; tevens een fraaie voorgrond voor de zuidgevel van het woongedeelte die in de nieuwe situatie vrij in het zicht komt te staan.
eindoordeel De ontwerpstudie conflicteert niet met het verhaal en de cultuurhistorische waarden van het rijksmonument Julianastraat 118. Omdat de gedateerde redengevende omschrijving van het monument ten onrechte de suggestie wekt dat het bedrijfsgedeelte onderdeel uitmaakt van de bescherming, gaat de ontwerpstudie uit van behoud van de kap en de draagconstructie. Dat kan, maar dat hoeft niet vanuit een erfgoedperspectief. Omwille van de karakteristieke gebouwtypologie en de verbroken connectie met het leermagazijn en de timmerwerkplaats wordt daarom ter overweging meegegeven om niet het huidige bedrijfsgedeelte maar de lage en open houten berging van het gesloopte bedrijfsgedeelte als inspiratie te nemen voor de fietsenstalling (zie foto p.11). De transformatie en eventuele herbestemming van het woongedeelte zou bovendien aangegrepen moeten worden om in ieder geval de monumentale uitstraling van de gevels te versterken en te verbinden met het verhaal van de plek. Dat kan door de toepassing van een ander en meer genuanceerd kleurenpalet voor het buitenschilderwerk, én door het terughalen, reconstrueren of herinterpreteren van de geschilderde gevelreclame op de noordgevel. Kortom, de ontwerpstudie ‘Spoorzone Rijen’ (Houtman+Sander, d.d.
26 mei 2020) vormt ten aanzien van het rijksmonument Julianastraat 118 een kansrijke basis voor het benutten en versterken van kernkwaliteiten, alsmede het slim benutten en oplossen van knelpunten.
2 4 | RIJ E N J ULIAN AS T R A AT 118: C U LT U U R HIS TO R IS C H E V E R K E N N I N G E N P L A N TO E TS
Julianastraat 118: eerste steen naast de voordeur.
R I J E N J U L I A N AS TR A AT 118: C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING EN P L A NTO E TS | 25
bijlage: geraadpleegde bronnen archieven • Gemeente Gilze en Rijen: bouwdossiers studies / literatuur • Houtman & Sander (2020). Ontwerpstudie Spoorzone Rijen, Den Dungen 26 mei 2020 (i.o.v. de gemeente Gilze en Rijen) websites • bhic.nl (beeldbank) • bonas.nl (architecteninformatie) • brabantserfgoed.nl (beeldbank) • cultureelerfgoed.nl (monumentenregister) • delpher.nl (historische tijdschriften en kranten) • heemkringmolenheide.nl (beeldbank) • hetnieuweinstituut.nl (architecteninformatie) • noord-brabant.maps.arcgis.com (cultuurhistorische waardenkaart Provincie Noord-Brabant) • topotijdreis.nl (topografische kaarten) personen • Mario van Bezouw (bewoner Julianastraat 118) • André Houtman (ontwerper ontwerpstudie) • Bert Wagemakers (voorzitter Heemkring Molenheide)
2 6 | RIJ E N J ULIAN AS T R A AT 118: C U LT U U R HIS TO R IS C H E V E R K E N N I N G E N P L A N TO E TS
Julianastraat 118: rijk gedecoreerde voordeur en luifel uit omstreeks 1930.
R I J E N J U L I A N AS TR A AT 118: C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING EN P L A NTO E TS | 27
co lo f o n titel Rijen Julianastraat 118: cultuurhistorische verkenning en plantoets datum Nijmegen, 28 augustus 2020 tekst, fotografie en tekenwerk © Leon van Meijel opdrachtgever gemeente Gilze en Rijen contactpersoon Miranda Pals-Reiniers projectleider bestemmingsplan stationsomgeving disclaimer afbeeldingen De actuele foto’s zijn in juni 2020 gemaakt door Leon van Meijel. De overige afbeeldingen zijn ontleend aan de geraadpleegde bronnen (zie p.25). De beeldrechten voor die afbeeldingen op p. 9-11, 15, 17 en 21 zijn niet geregeld. De opdrachtgever draagt hiervoor de verantwoordelijkheid.
contact Gemeente Gilze en Rijen Postbus 73 5120 AB RIJEN www.gilzerijen.nl van Meijel – adviseurs in cultuurhistorie Alphons Sieberspad 16 6532 AG NIJMEGEN www.adviseursincultuurhistorie.nl 06 - 539 39 806