CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

ap 6 visie NLGR op zonneweides

Raadscommissie Ruimte 13 april 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Memo inzake de concept-handreiking zonne-energie5.308 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NLGR-Rapport Een visie op zonneweides in de gemeente Gilze en Rijen

Opgesteld door: Natuur- en landschapsvereniging Gilze en Rijen Werkgroep Projecten en Externe Contacten p/a Jachtveld 11 5126 WH GILZE

Visie op zonneweides in de gemeente Gilze en Rijen

Inhoud 1

Inleiding.............................................................................................................. 3

2

Doelstellingen .................................................................................................... 4

3

Ecologische aspecten van zonneweides ......................................................... 5

4

3.1

Achtergrondinformatie boerenlandvogels ..................................................... 5

3.2

Achtergrondinformatie bodem, insecten, vegetatie en bodembiodiversiteit .. 6

3.3

Effect op biodiversiteit .................................................................................. 7

3.4

Effect zonneweides op lichtinval .................................................................. 7

3.5

Effect zonneweides op ruimtebeslag ............................................................ 8

3.6

Effect zonneweides op waterhuishouding .................................................... 8

3.7

Effecten veldopstelling ................................................................................. 9

3.8

Overige effecten .......................................................................................... 9

3.9

Advies ecologische inpassing .....................................................................10

3.10

Advies lichtinval ..........................................................................................10

3.11

Advies waterhuishouding ............................................................................11

3.12

Advies ruimtebeslag....................................................................................11

3.13

Advies natuurinclusief ontwerp....................................................................11

3.14

Overige adviezen over ecologie ..................................................................12

Landschap en zonneweides ............................................................................13 4.1

Uitzonderingsgebieden: hier nooit zonneweides .........................................14

4.2

Op daken: de eerste voorkeur .....................................................................14

4.3

Binnen bebouwd gebied: de tweede voorkeur.............................................14

4.4

Buiten bebouwd gebied: de derde voorkeur ................................................15

4.5

Vrij liggend in het buitengebied: laatste optie ..............................................16

2

Visie op zonneweides in de gemeente Gilze en Rijen

1

Inleiding De gemeente Gilze en Rijen heeft in het coalitieprogramma 2018-20221 ten aanzien van klimaat en duurzaamheid de ambitie uitgesproken dat de gemeente een voorbeeldfunctie zal vervullen en vanuit deze voorbeeldfunctie een actieve bijdrage zal leveren aan onze eigen leefomgeving door in te zetten op de onderstaande drie speerpunten: 1. Klimaatadaptatie; 2. Energietransitie; 3. Circulaire economie. Het resultaat van deze ambitie zou moeten zijn dat de gemeente Gilze en Rijen in 2030 energieneutraal is en in 2040 klimaatneutraal. De Natuur- en Landschapsvereniging Gilze en Rijen (NLGR) heeft als één van zijn hoofddoelstellingen “het versterken, beschermen en uitbreiden van de natuur- en cultuurhistorische waarden van het landschap in het algemeen en in het bijzonder in het gebied van de gemeente Gilze en Rijen”. De NLGR onderschrijft het belang van duurzame energie-opwekking, maar is tevens bezorgd over de impact die dit kan hebben op het landschap in het algemeen en de biodiversiteit in het bijzonder. Dit speelt met name op het gebied van zonneweides. Door heel het land wordt op dit moment gekeken naar de mogelijkheden voor het plaatsen van zonneweides. Tegelijkertijd is er nog maar weinig onderzoek uitgevoerd naar de effecten van zonneweides op de biodiversiteit.

Wat de NLGR betreft geldt dan het voorzorgsbeginsel, waarbij eerst onderzoek dient plaats te vinden alvorens op grote schaal zonneweides worden aangelegd. En hoewel de effecten van zonnepanelen op de bodem en biodiversiteit nog nauwelijks zijn onderzocht, zijn de resultaten van de tot dusver gedane studies zeer verontrustend. De logica wil dat wanneer er geen licht, water en humus op delen van de bodem komen, die bodem daardoor ernstige schade oploopt. Ook weidevogels, zoogdieren, insecten en amfibieën zullen daarvan last krijgen. In Nederland is geschikt dakoppervlak aanwezig voor maar liefst 270 miljoen zonnepanelen, terwijl momenteel op slechts op 1% van deze daken zonnepanelen liggen. Overigens is het benutten van al het geschikte dakoppervlak niet voldoende om Nederland CO2-neutraal te maken, maar wel om twee keer aan de totale elektriciteitsbehoefte van alle Nederlandse huishoudens te voldoen. Daarnaast kunnen vuilnisbelten, geluidsschermen/-wallen en braakliggende gronden benut worden. Pas dan zouden landbouwgronden in aanmerking mogen komen en dan vooral die gronden die ecologisch nagenoeg niets meer voorstellen. Zelfs dan is het belangrijk om na te denken over de mogelijke maatregelen om na te denken over de mogelijke negatieve gevolgen van het plaatsen van zonneweides en de manieren om die negatieve gevolgen te voorkomen of te verminderen.

Deze visie geeft daartoe een aanzet.

1

Coalitieprogramma 2018-2022 gemeente Gilze en Rijen, opgesteld door Kern ’75, Gemeentebelang en CDA, pagina 17. 3

Visie op zonneweides in de gemeente Gilze en Rijen

2

Doelstellingen Als er zonneweides worden aangelegd, dan moeten deze in ieder geval bijdragen aan onderstaande thema’s. Behalve deze onderstaande zijn er natuurlijk meer thema’s relevant bij zonneweides en de energietransitie, zoals lokale betrokkenheid en participatie. Deze thema’s hebben echter minder te maken met de aandachtsvelden van de NLGR, zodat wij er verder niet op ingaan. Biodiversiteit - In stand houden (of vergroten) van de biodiversiteit; - Beperken van overlast voor flora en fauna (licht, trillingen, hinder); - Ondersteunen van leefgebied voor lokale biodiversiteit (voorkoming van bijvoorbeeld graswoestijnen); - Ondersteunen van verspreiding en voortbestaan van soorten. Ecologische structuren - Voorkomen van versnippering van natuurgebieden en aantasting van ecologische structuren; - Zorgen voor aanpassingsvermogen van de (landschappelijke) inpassing van het systeem (hangt ook samen met Water & Bodem, waterkwantiteit); - Beperken van (ruimtelijk) beslag op natuurgebied/ natuurwaarden (zoals het kappen van bomen). Duurzaam bodemsysteem - In stand houden van de balans van het bodemsysteem, zo min mogelijk aantasten van bodem- en grondwatersysteem; - Stimuleren van het bodemleven en realiseren vruchtbare bodem; - Beperken van bodemverontreiniging en verontreiniging van het grondwater.

Beslag op onbebouwde ruimte - Beperken van extra ruimtebeslag op onbebouwd gebied ten gevolge van zonnepanelen; - Hergebruik van bebouwd gebied: de huidige gebruikswaarde van het gebied moet blijven bestaan en waar mogelijk wordt de gebruikswaarde versterkt (herontwikkeling); - Multifunctioneel ruimtegebruik: mogelijkheden om bestaande of geplande ruimte meervoudig te gebruiken. Te denken aan duurzame energiewinning met zonnevelden of biomassa, gelaagd bouwen, groenzones op daken. Adaptief vermogen ruimtelijke indeling - Zorgen voor aanpassingsvermogen van de (landschappelijke) inpassing van het systeem. - De klimaatbestendigheid van het gebied wordt verbeterd door aanpassing aan (adaptatie) eventuele negatieve gevolgen van hittestress als gevolg van klimaatverandering. Te denken valt aan toevoegen van groen en waterpartijen, voorkomen van grote verharde oppervlakten. Waterkwantiteit, droogte, overstromingen, klimaatadaptatie - Voorkomen van uitdroging: waterretentie, voorkomen toename verhard oppervlak - Zorgen voor voldoende opvangcapaciteit bij piekbelasting - Zorgen voor voldoende bescherming tegen hoog water. 4

Visie op zonneweides in de gemeente Gilze en Rijen

3 3.1

Ecologische aspecten van zonneweides Achtergrondinformatie boerenlandvogels Landbouwgebieden zijn van oudsher rijk wat betreft biodiversiteit door een grote variatie in habitats en een hoge agrarische dynamiek van het milieu. Landbouwgebieden bieden door hun openheid en dynamiek een leefomgeving voor tal van specifieke soorten die zonder extensieve landbouw een marginaal bestaan in Nederland zouden hebben. Bij boerenlandvogels maken we onderscheid tussen akker- en weidevogels, hoewel dat onderscheid niet glashard is. Akkervogels zijn soorten die voor (een deel van) hun levenswijze afhankelijk zijn van akkers, bijvoorbeeld omdat ze daar broeden, of omdat ze daar hun voedsel vergaren. Typische akkervogels zijn bijvoorbeeld de Veldleeuwerik, Gele Kwikstaart, Patrijs, Grauwe Kiekendief en Geelgors. Er zijn grofweg twee groepen akkervogels: a) Akkervogels van het open land. Dit zijn soorten van open landschappen die op de grond hun nesten bouwen. b) Akkervogels van ruigte en struweel binnen het open akkerland. Deze soorten zijn afhankelijk van akkerranden, veldstruweel en hagen en heggen, waarin ze hun nesten bouwen en waar ze naar voedsel zoeken.

Bij akkervogels kunnen we verder onderscheid maken tussen soorten die alleen in de zomer in Nederland voorkomen (zomergasten, bijvoorbeeld Gele Kwikstaart), soorten die alleen gedurende de trektijd en winter voorkomen (wintergasten, bijvoorbeeld Keep), en soorten die jaarrond in akkerbouwgebieden te vinden zijn (bijvoorbeeld Patrijs, Geelgors). Weidevogels zijn soorten die voor (een deel van) hun levenswijze afhankelijk zijn grasland. Typische weidevogels zijn de Grutto, Kievit en Tureluur. De meeste weidevogels zijn trekvogels die alleen in de zomer in Nederland voorkomen. Weidevogels nestelen in het grasland, en zoeken daar ook naar voedsel. Regenwormen vormen een belangrijk onderdeel van het dieet van de volwassen vogels, terwijl hun kuikens voor een groot deel afhankelijk van insecten zijn. Weidevogels zijn soorten die houden van zeer open landschappen. Analyses van de trends van vogels laten zien dat met name vogels van het boerenland de laatste decennia sterk in aantallen achteruit zijn gegaan, vooral door de intensivering van de landbouw. Deze intensivering omvat de intensivering van het landgebruik (hoge mestgiften, veelvuldig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen), specialisatie (steeds minder verschillende soorten gewassen die verbouwd worden), en schaalvergroting (inclusief het verlies aan houtwallen, akkerranden en andere extensieve structuren).

Boerenlandvogels kunnen niet voortbestaan in een landschap met de huidige intensiteit van landbouw. Extensivering van het landgebruik is noodzakelijk om boerenlandvogels te behouden. Er worden nationaal en regionaal maatregelen getroffen om boerenlandvogels te helpen.

5

Visie op zonneweides in de gemeente Gilze en Rijen

3.2

Achtergrondinformatie bodem, insecten, vegetatie en bodembiodiversiteit De bodem is de bovenste laag van de aardkorst, maar de definitie in de bodemkunde is specifieker, namelijk die laag van de aardkorst die door planten beworteld wordt (de rhizosfeer), of waarin zich bodemvormende processen afspelen. De bodem vervult een groot aantal functies, zoals: de bodemvruchtbaarheid voor landbouw, het bufferend en reinigend vermogen voor water, afbraak van organische stof, opslag van koolstof, etc. Aan deze functies wordt vaak geen economische betekenis toegekend en komt nogal eens in het nauw door roofbouw op grondstoffen en ruimte. Een bodem die alle beoogde functies goed vervult noemen we een gezonde of vitale bodem. Een gezonde (vitale) bodem is niet alleen vruchtbaar voor de landbouw, maar zorgt ook voor het behoud van de biodiversiteit aan wilde planten en de insecten en vogels die daarvan profiteren. De biologische bodemvruchtbaarheid heeft betrekking op de rol van de levende organismen (zie onderstaande figuur).

In de bodem leven microflora, zoals bacteriën en schimmels, en fauna zoals wormen, mijten, springstaarten, aaltjes en protozoën. Al deze organismen zijn op de een of andere manier betrokken in de nutriëntenkringloop in de bodem. Het is eten en gegeten worden. Ze voeden zich met plantenresten, met meststoffen, maar ook met elkaar. Een deel van het verwerkte voedsel komt weer beschikbaar als voedingsstoffen voor de plant. Een ander deel wordt vastgelegd in het weefsel van de organismen zelf, of in andere vormen van organische stof.

6

Visie op zonneweides in de gemeente Gilze en Rijen

Organische stof vervult een sleutelrol in de bodem. De meeste organische stof op of in de bodem is primair afkomstig van plantengroei. En de plantengroei is behalve van de bodemvruchtbaarheid en water afhankelijk van licht. De mate waarin zonnepanelen door hun schaduwwerking de plantengroei belemmeren bepaalt dus de productie van organische stof en daardoor de omvang en samenstelling van het bodemvoedselweb. Licht en water hebben een grote invloed op de bodemkwaliteit. Een volledig beschaduwde bodem die geen licht krijgt, en die ook niet bewaterd wordt door regenwater, zal ‘afsterven’. Daarnaast zijn voldoende licht en water belangrijk voor de plantengroei. Op plaatsen waar weinig licht en regenwater valt ontwikkelt de vegetatie zich slechter.

3.3

Effect op biodiversiteit Zonneweides beslaan aanzienlijke oppervlakten met zonnepanelen, variërend van 2 tot meer dan 100 hectare. Dat levert uitdagingen rond bodemkwaliteit, vegetatie en soorten die hun leefgebied zien veranderen, maar biedt vaak ook kansen voor natuurontwikkeling in de parken. De kans op positieve ecologische effecten is aanzienlijk groter in gebieden met lage natuurwaarde, bij een passende ecologische inrichting en extensief natuurbeheer in de exploitatiefase. Kort samengevat zijn de belangrijkste ecologische aandachtspunten:

3.4

-

Verlies van leefgebied. De ruimte die zonneweides innemen kan door veel flora en fauna niet gebruikt worden. Ook soorten die in de omgeving voorkomen kunnen daarmee leefgebied kwijtraken.

-

Verandering van habitats. Meer al gemeen zorgen zonneweides voor een verschuiving in de samenstelling van soorten die het gebied zullen gebruiken: grondsoorten, amfibieën, reptielen, insecten, et cetera. Daarmee hebben zonnepark en vrijwel altijd een effect op het lokale voedselweb. Hoe dit uitpakt, is sterk afhankelijk van de lokale context, en de zorgvuldigheid waarmee het park wordt ingericht en beheerd.

-

Boerenlandvogels. Specifiek voor akker- en weidevogels is openheid van het landschap belangrijk. De komst van gebiedsvreemde elementen (zoals zonnepark en) kan voor deze soorten dus een verstorende werking hebben.

-

Bodem. De bodem verricht diverse ecosysteemdiensten: zo bieden ze een habitat voor allerlei soorten, leveren ze buffer- en regulatiefuncties en maken ze de productie van gewassen en andere hulpbronnen mogelijk. Licht en water zijn essentieel voor de bodemvruchtbaarheid en plantengroei. Zonnepanel en veranderen deze condities en beïnvloeden daarmee de waarde van de grond voor de natuur. De uitdagingen en effecten die optreden verschillen per bodemtype.

Effect zonneweides op lichtinval Panelen vangen licht weg dat eerst op de bodem viel, waardoor er minder ‘energie’ in het ecosysteem komt. De verwachting is dat dit leidt tot een minder bloemrijke vegetatie, minder

7

Visie op zonneweides in de gemeente Gilze en Rijen

biomassa en minder organische koolstof in de bodem. De actuele koolstofvastlegging neemt af ten opzichte van bijvoorbeeld agrarisch grasland waarin juist veel koolstof is opgeslagen. Door een lagere hoeveelheid organische koolstof in de bodem neemt het watervasthoudend en zelfreinigend vermogen van de bodem ook af. Met de juiste begroeiing bovengronds kan het negatieve effect op koolstofvastlegging gemitigeerd worden (zie hoofdstuk 3.4 Ecologische inpassing). Aan de andere kant kan differentiatie in lichtinval, het verschil tussen schaduw en licht, juist ook leiden tot meer variatie in habitats op een perceel, waardoor de variatie in fora en fauna toeneemt. Het is nog niet bekend hoeveel en welke soorten gebruik zullen maken van deze variatie, en in welke mate dit zal optreden.

3.5

Effect zonneweides op ruimtebeslag Het negatieve effect op biodiversiteit neemt toe naarmate een zonnepark gerealiseerd wordt op een plek die meer waarde heeft voor natuur. In relatie tot de noodzaak om het ruimtebeslag te beperken treedt ook een dilemma op. Er is nog geen vaste regel die de optimale verhouding tussen zonnepanelen en ruimte voor natuur en biodiversiteit in een zonnepark weergeef. Bij de keuze voor maximaal energie-rendement wordt het perceel maximaal benut voor zonnepanelen, maar zijn er nauwelijks mogelijkheden voor natuur. Bij een minder intensieve benutting van een perceel (veel ruimte tussen en rondom de panelen) is meer oppervlak nodig, maar ontstaan ook meer kansen voor natuur op die locatie. Bij gebrek aan onderzoek naar de combinatie van zonnepanelen en natuur brengen we hier een proef onder de aandacht die in Duitsland gedaan is met een combinatie van energieopwekking en landbouw. Een combinatie van hooggeplaatste zonnepanelen en landbouw op een perceel leverde een opbrengst op van 80% energie en 80% gewasopbrengst, ten opzichte van 100% energieopbrengst of 100% landbouwopbrengst bij enkelvoudig gebruik van het perceel. Verwacht mag worden dat hoger geplaatste zonnepanelen ook voor natuurwaarden voordelig kan zijn (meer lichtinval en natuurlijker waterhuishouding).

3.6

Effect zonneweides op waterhuishouding Veldopstellingen van zonnepanelen zorgen voor minder gelijkmatige verdeling van regenwater. De omvang van dat effect en de mate waarin dat leidt tot negatieve effecten als bodemerosie of nutriëntenuitspoeling is afhankelijk van de aard van het perceel (hellend/vlak, bodemsoort) en de opstelling en draagconstructie van de panelen. Er kunnen ook positieve effecten optreden. In droge zomers is de verdamping onder zonnepanelen minder groot. Als er door panelen verschillen ontstaan in de vochtigheidsgraad kan, net als bij het verschil tussen licht en schaduw, meer variatie ontstaan in fora en fauna. Als op het zonnepark geen agrarische productie (meer) plaatsvindt, kan de grondwaterstand verhoogd worden. Dat is gunstig voor bepaalde typen natuur. Eventueel kan het zonnepark dienen als bufferzone of overgang tussen nattere natuur en agrarisch gebied.

8

Visie op zonneweides in de gemeente Gilze en Rijen

3.7

Effecten veldopstelling De wijze van plaatsing van zonnepanelen op een terrein heeft veel invloed op natuurwaarden: - In het algemeen geldt: hoe ruimer de opstelling, hoe meer kansen voor natuur en biodiversiteit. Het totale ruimtebeslag wordt daarmee wel groter. - Bij een vrijwel geheel gesloten opstelling (mogelijk bij oost-west-opstellingen) heeft de natuur weinig tot geen kans om te ontwikkelen vanwege gebrek aan licht en (regen)water. - Bij opstellingen met meer ruimte tussen de rijen panelen is er meer lichtinval op de bodem en een betere regenwaterverdeling, waardoor er tussen de rijen en ook onder de panelen meer kansen zijn voor de ontwikkeling van natuur. - Zonnepanelen op hoogte (met voldoende tussenruimte) bieden meer mogelijkheden voor de ontwikkeling van fora onder de panelen. - We noemden al de Duitse proef met een combinatie van hooggeplaatste zonnepanelen en extensieve landbouw. - Verticale panelen met aan beide kanten PV-cellen (bi-facial, afbeelding) bieden het meest perspectief voor biodiversiteit vanwege de geringe schaduwwerking en het minimale effect op de waterhuishouding. - Mobiele installaties. Er zijn mogelijkheden om zonnepanelen mobiel te plaatsen: met de zon meedraaiende panelen, zonnepaneel-installaties die zich voortdurend langzaam verplaatsen en demontabele installaties die jaar op jaar verplaatst worden, vergelijkbaar met wisselteelt.

- Verharding onder de panelen of tussen de panelen ten behoeve van uitvoeren van (mechanische) onderhoudswerkzaamheden betekent minder mogelijkheden voor natuur en bodemleven.

3.8

Overige effecten -

-

Zonneweides zijn, vanwege de verzekering, vaak omheind. Aan de ene kant levert dit rust op voor fora en fauna, omdat het terrein minder door mensen betreden wordt. Aan de andere kant kan een omheining een barrière voor dieren vormen. Zonnepanelen kunnen beschutting bieden aan fauna en de draagconstructies nestgelegenheid voor vogels en insecten. Draagconstructies voor zonnepanelen kunnen, afhankelijk van materiaal en constructie, leiden tot bodemverdichting en tot uitspoeling van metalen (zink). Het effect van metaaluitspoeling is nog onbekend, maar uit voorzorg beter te vermijden.

Wat weten we nog niet – voorzorgsprincipe Zoals gezegd is er nog nauwelijks onderzoek naar de directe effecten van zonneweides op natuur, zoals weidevogels: enerzijds zijn zonneweides rustig en worden predatoren zoals vossen door de omheining buiten gehouden, anderzijds houden weidevogels juist van open ruimte. Als het gaat om de bescherming van (kwetsbare) natuur wordt vaak het voorzorgprincipe toegepast: neem geen maatregelen waarvan het effect onbekend is en mogelijk negatieve gevolgen kan hebben.

9

Visie op zonneweides in de gemeente Gilze en Rijen

3.9

Advies ecologische inpassing Er zijn veel mogelijkheden om op zonneweides kansen te bieden aan de natuur: - Omdat de grond op het zonnepaneelveld niet bemest en bewerkt wordt, ontstaat de mogelijkheid om met de juiste zaadmengsels en plantmateriaal diversiteit te creëren in de vegetatie. Denk aan inheemse kruiden (afbeelding) en lage heesters. Hiermee kan ook een aantrekkelijk habitat voor insecten (bijen, vlinders), vogels en andere fauna gerealiseerd worden. Lage heesters en kruiden kunnen onder de panelen en in de randen van het terrein een plek krijgen. - Meer kruidenrijke begroeiing bovengronds, leidt tot meer mycorrhiza-schimmels ondergronds: deze schimmels zijn belangrijke vastleggers van koolstof (CO2-opslag), ze zorgen voor meer organische stofopslag in de bodem en voor een goed bodemleven. Daarbij is het van belang om niet te bemesten en pas laat te maaien om kruiden de kans te geven zaden te laten rijpen en te verspreiden. - Zonneweides zijn goed te combineren met waterelementen (sloten met natuurlijke oevers, poelen etc.). Dit biedt mogelijkheden voor fora en fauna. - De barrièrewerking van zonneweides als geheel en met name van de omheiningen kan verminderd worden door het plaatsen van faunapassages. Natuurlijke omheiningen als heggen (bijvoorbeeld Meidoorn) en houtwallen bieden nest- en schuilgelegenheid voor dieren.

Sloten en vaarten die als omheining dienen, kunnen worden voorzien van natuurvriendelijke oevers. - Relatief kleine en makkelijke extra’s, die gerealiseerd moeten worden in combinatie met de voorgaande maatregelen, zijn nestel- en schuilplekken voor insecten, vogels, kleine zoogdieren, amfibieën en reptielen. - Metalen draagconstructies leiden tot uitspoeling van zink en hebben een hoge energiefootprint. Er is onderzoek naar draagconstructies van biocomposiet, die dit nadeel niet hebben. - Een zware betonnen fundering van de draagconstructie verdicht de bodem en moet vermeden worden. Een dergelijke fundering is ook lastig te combineren met verhogen van de grondwaterstand ten behoeve van natuur. Schroefpalen, die in de grond gedraaid worden, vormen een alternatief. De hoogte van de draagconstructie is, zoals benoemd, van invloed op de plantengroei: als de panelen hoger geplaatst worden kan er meer water en licht onder de panelen komen en ontstaat meer ruimte voor begroeiing zonder dat er schaduw op de panelen valt. Hoger geplaatste panelen zijn echter vanuit landschappelijk oogpunt niet altijd gewenst.

3.10

Advies lichtinval Doordat er minder licht op de bodem valt, is onder de panel en naar verwachting een minder bloemrijke vegetatie, minder biomassa en minder organische koolstof in de bodem. Het watervasthoudend en zelfreinigend vermogen van de bodem neemt daardoor ook af. Maar differentiatie in lichtinval kan ook leiden tot meer variatie in flora en fauna. En sommige soorten (vaak amfibieën) zijn juist gebaat bij extra schaduwplaatsen. De volgende maatregelen kunnen eventuele negatieve effecten van verminderde lichtinval beperken: - Laat voldoende ruimte tussen de zonnepanelen. - Verhoog de draagconstructie, zodat er meer water en licht onder de panelen kan komen en meer ruimte ontstaat voor begroeiing.

10

Visie op zonneweides in de gemeente Gilze en Rijen

-

-

3.11

Bevorder de koolstofvastlegging van de bodem door meer kruidenrijke begroeiing aan te planten. Dit is vooral effectief in combinatie met zorgvuldig en extensief beheer: pas laat maaien en niet bemesten of bespuiten. Overweeg verticale ‘bi-facial’ PV-systemen, die een kleiner deel van de bodem bedekken.

Advies waterhuishouding Veldopstellingen van zonnepanelen zorgen voor minder gelijkmatige verdeling van regenwater, hetgeen bodemerosie of nutriëntenuitspoeling tot gevolg kan hebben. Positief kan zijn dat in droge zomers de verdamping onder de panelen minder groot is. En ook verschillen in de vochtigheidsgraad kunnen leiden tot meer variatie in flora en fauna. Is waterhuishouding een aandachtspunt, dan zijn de volgende maatregelen aan te bevelen: - Laat voldoende ruimte tussen de zonnepanelen voor een betere verdeling van regenwater. - Stem de opstelling en draagconstructie van de panelen af op de aard van het perceel. Factoren als reliëf, bodemsoort en aanwezigheid van greppels en watergangen zijn bepalend voor de waterhuishouding van het gebied, en dus ook voor de ideale configuratie van de panelen. - Vervangt het zonnepark agrarische productie, verhoog dan de grondwaterstand als het lokale ecosysteem daarbij gebaat is. Ook in veenweidegebied is een hogere grondwaterstand gunstig voor de koolstofvastlegging. - Overweeg verticale ‘bi-facial’ PV-systemen, die een kleiner deel van de bodem bedekken.

3.12

Advies ruimtebeslag Een toename van het areaal aan grondgebonden zonneweides kan gaan concurreren met de beschikbare ruimte voor natuur en biodiversiteit. Tegelijk kan een minder intensieve inrichting – met ruimte voor natuur – op bepaal de locaties ook kansen bieden om de natuurwaarde van een perceel te verhogen. Stem de bezettingsgraad van zonnepanel en op een perceel zorgvuldig af op de aanwezige natuurwaarden, de referentiesituatie daarvan en de gemeentelijke energie- en natuurdoelstellingen. Bied, naarmate het natuurbelang groter wordt, voldoende ruimte voor natuur tussen en rondom de zonnepanelen.

3.13

Advies natuurinclusief ontwerp Naast bovengenoemde aspecten zijn er tal van mogelijkheden om in en rondom de zonnepanelen extra kansen te bieden aan de natuur. Daarmee zijn nieuwe waardevolle plekken te creëren voor kwetsbare soorten. Denk aan: - Waterelementen (sloten met natuurlijke oevers, poelen, etc.); - Aanplant nieuwe vegetatie: bijv. inheemse kruiden en lage heesters; - Faunapassages; - Bijenhotels; - Andere nestel- en schuilplekken voor insecten, vogels, kleine zoogdieren, amfibieën en reptielen.

11

Visie op zonneweides in de gemeente Gilze en Rijen

3.14

Overige adviezen over ecologie -

Overweeg eventueel ook nieuwe PV-technieken, zoals transparante panelen, ‘bi-facial’ panelen, mobiele installaties en milieuvriendelijke draagconstructies.

-

Bij elk initiatief voor een zonneweide hoort een inrichtings- en biodiversiteits-beheerplan. Maak hierbij concrete afspraken over ecologisch onderhoud en beheer tijdens de exploitatie van het park, afgestemd op de (ontwikkeling van) relevante natuurwaarden en doelsoorten. Spreek daarbij in ieder geval af welke inspanningen nodig zijn, wie daarvoor verantwoordelijk is en hoe ze worden bekostigd.

12

Visie op zonneweides in de gemeente Gilze en Rijen

4

Landschap en zonneweides Voor het toestaan van zonneweides worden vanuit het oogpunt van landschapskwaliteit de volgende uitgangspunten gehanteerd: · waar mogelijk inzetten op multifunctioneel ruimtegebruik; · koppeling tussen de plek waar de energie wordt opgewekt en verbruikt; · omvang van een zonneweide sluit in maat en schaal aan bij de omgeving; · een zonneweide is altijd ingepast in de omgeving; · zonneweide initiatieven vanuit de dorpen (met maatschappelijk draagvlak en meerwaarde) hebben voorrang op initiatieven van derden; · geen zonneweides in landschappelijk, natuurlijk of cultuurhistorisch waardevol gebied. Deze uitgangspunten hebben geleid tot de zogenaamde zonneladder. De zonneladder brengt hiërarchie aan in het beoordelen van de geschiktheid van locaties voor het winnen van zonneenergie. Daarbij wordt onderscheidgemaakt in 4 soorten locaties:

Afbeelding: De stappen op de zonneladder

0. 1. 2. 3.

Uitzonderingsgebieden; Op daken; Binnen bebouwd gebied; Buiten de bebouwde kom.

Initiatiefnemers van een zonneweide moeten de keuze voor hun locatie motiveren aan de hand van de zonneladder. Voor initiatieven buiten de bebouwde kom moet dus gemotiveerd worden

13

Visie op zonneweides in de gemeente Gilze en Rijen

aangetoond dat voor het plaatsen van panelen op naastgelegen daken of binnen bebouwd gebied geen mogelijkheid is.

4.1

Uitzonderingsgebieden: hier nooit zonneweides Binnen de gemeente Gilze en Rijen zijn enkele locaties aan te wijzen die zich om diverse redenen niet lenen voor de transformatie naar een zonneweide. Het gaat om onderstaande gebieden. Beekdalen De gemeente Gilze en Rijen wordt doorsneden door twee beeksystemen. Ten eerste het noordzuid gerichte beekdal van de Aalstraatse Leij en Grote Leij aan de oostzijde in de gemeente en het oost-west gerichte bekensystemen die gelegen zijn tussen de Rijksweg in het noorden en de Chaamse en Ulvenhoutsebossen in het zuiden. De beekdalen hebben een dusdanige hydrologische, landschappelijke en (vaak ook) ecologische waarde, dat het realiseren van zonneweides in beekdalen niet wenselijk is. Natuur Netwerk Nederland Verspreid door de gemeente ligt het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Deze natuurgebieden dienen conform de gestelde natuurdoelen in het Natuurbeheerplan te worden gerealiseerd. Zonneweides verhouden zich niet gemakkelijk tot deze natuurdoelen, daarom is realisatie hiervan binnen het NNN niet mogelijk. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met de Ecologische verbindingszones (EVZ), die de gebieden onderling met elkaar (moeten) verbinden.

4.2

Op daken: de eerste voorkeur Het opwekken van zonne-energie met gebouwgebonden installaties wordt zo veel mogelijk gestimuleerd. Hier gaat dan ook in eerste instantie de voorkeur naar uit.

4.3

Binnen bebouwd gebied: de tweede voorkeur Wanneer voor het ingediende initiatief voor het opwekken van zonne-energie geen of onvoldoende geschikte ruimte beschikbaar is op gebouwen, heeft het de voorkeur om een zonneweide te realiseren op een locatie binnen bestaand stedelijk gebied. Binnen het bebouwd gebied is ruimte voor grondgebonden zonnepanelen op braakliggende of niet langdurig in gebruik zijnde terreinen op de bedrijventerreinen in Rijen (Haansberg) en Gilze (Brabant Poort) en er is ruimte voor (niet grondgebonden) zonnepanelen als sprake is van multifunctioneel ruimtegebruik. Voor Gilze en Rijen kan gedacht worden aan leegstaande kavels op bedrijventerreinen, deels ontwikkelde bedrijventerreinen of onbenutte percelen elders in de dorpen die op korte tot middellange termijn geen invulling krijgen en daarmee geschikt kunnen zijn voor de opwekking van zonne-energie.

14

Visie op zonneweides in de gemeente Gilze en Rijen

Een andere mogelijkheid binnen bebouwd gebied is inzetten op multifunctioneel gebruik. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld parkeerruimte in combinatie met overkappingen met of door middel van zonnepanelen. Of het combineren van infrastructuur, zoals fietspaden, met zonnecellen. Bij bovenstaande initiatieven geldt dat er sprake moet zijn van een zorgvuldige inpassing en passende vormgeving. Belangrijk uitgangspunt is daarnaast dat omwonenden vanaf het begin worden betrokken bij de planvorming.

4.4

Buiten bebouwd gebied: de derde voorkeur Het realiseren van zonneweides buiten bebouwd gebied dient altijd te voldoen aan de voorwaarde dat het initiatief op draagvlak vanuit de directe omgeving kan rekenen en er aandacht is besteed aan de inbedding van een zonneweide in het landschap. Er zijn verschillende mogelijkheden om een zonneweide in buiten bebouwd gebied te realiseren: - Grenzend aan een bedrijventerrein; - Gekoppeld aan grootschalige infrastructuur; - Grenzend aan de dorpen. Aangrenzend aan bedrijventerreinen Een bedrijventerrein heeft een industrieel en grootschalig karakter. Direct grenzend aan dergelijke terreinen zijn kansen om grote zonneweides te ontwikkelen. Bovendien kan een zonneweide bijdragen aan een duurzame uitstraling van het bedrijventerrein en uitnodigend werken voor toekomstige bedrijven. De bedrijventerreinen Haansberg en Brabant Poort worden tot deze categorie gerekend. Zonneweides binnen 100 meter van de rand van de ze bedrijventerreinen behoren tot deze categorie. Koppeling infrastructuur De rijksweg A58 wordt tot de bovenregionale infrastructuur gerekend. Een grotere maat en schaal zonneweides is hier passend zonder het landschap sterk aan te tasten. Daarbij kan onder andere gedacht worden aan de combinatie van geluidswallen/schermen met zonnepanelen en zonnepanelen op de taluds en op- en afritten langs de snelwegen.

Ook de spoorlijn Breda – Tilburg hoort bij de bovenregionale infrastructuur. Ook hier kan gedacht worden aan de combinatie van geluidswallen/schermen met zonnepanelen en zonnepanelen op taluds voor de spoorlijn. Randvoorwaarden voor zonneweides bij infrastructuur zijn: - Dat een zonneweide direct aan de weginfrastructuur is gekoppeld; - Dat de zonneweide geen hinder voor het verkeer mag opleveren, dat er een directe relatie is tussen de zonneweide en de weg en dat er goede overgangen worden ontwikkeld tussen de zonneweide en de directe omgeving; - Draagvlak en maatschappelijke meerwaarde (bijvoorbeeld afzet van energie in wijk, participatie in project, aanvullende voorzieningen in wijk).

15

Visie op zonneweides in de gemeente Gilze en Rijen

Grenzend aan de dorpen De dorpsranden beslaan een ander deelgebied waarbinnen onder voorwaarden de realisatie van zonneweides is toegestaan. Alleen zonneweides die worden gerealiseerd binnen een straal van 100 meter tot de (planologische) bebouwde kom worden tot deze categorie gerekend. Alleen dan is er nog een duidelijk ruimtelijke relatie tussen de plek waar energie wordt opgewekt en verbruikt. De maat en schaal van zonneweides moet in dit geval aansluiten bij de omgeving. Er zal veelal sprake zijn van een lokale schaal. Daarbij geldt als uitgangspunt dat er een balans moet worden gezocht tussen de productie en de afname van zonne-energie in de omgeving. Voor zonneweides bij de dorpen is het maatschappelijk draagvlak van groot belang. Als aanvullende randvoorwaarde geldt dat naast draagvlak met de zonneweide ook maatschappelijke meerwaarde wordt gerealiseerd. Hierbij kan gedacht worden aan de afzet van de energie aan het dorp of bijvoorbeeld de sportvoorziening. De maatschappelijke meerwaarde kan daarnaast gezocht worden in het bieden van nieuwe/aanvullende voorzieningen op de locatie, zoals een door de omgeving gewenst recreatief pad door of langs de velden of nieuwe (speel)natuur. Bij dit deelgebied is het een randvoorwaarde dat er naast maatschappelijk draagvlak, ook een maatschappelijke meerwaarde wordt gerealiseerd.

4.5

Vrij liggend in het buitengebied: laatste optie Tot slot zijn er mogelijkheden om een zonneweide vrij liggend in het landschap te realiseren. Elke zonneweide zal een verandering van het landschapsbeeld met zich meebrengen. Daarom is dit de laatste optie die in overweging moet worden genomen. De realisatie van een zonneweide kan ook een kans zijn om het landschap een impuls te geven, als er tegelijkertijd een blijvende landschappelijke impuls aan het gebied worden gegeven. Daarnaast geldt als randvoorwaarde dat de zonneweide geen afbreuk doet aan aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarden en aan aanwezige natuurwaarden. Voor de aanleg van een zonneweide vindt in elk geval geen bomenkap plaats. Om een blijvende landschappelijke impuls te kunnen geven aan het landschap is in voorkomende gevallen een goede landschappelijke inpassing van groot belang. De manier waarop dat het best passend is, is afhankelijk van het landschapstype. Binnen de gemeente Gilze en Rijen zijn grofweg twee typen landschappen te onderscheiden: open landschappen, zoals het Rijens Broek; en de zandgronden rondom Gilze en Molenschot. In open landschappen zijn wij geen voorstander van zonneweides. De impact op het landschap is te groot. De zandgronden hebben een kleinschaliger en meer besloten karakter.

Zonneweides moeten passen binnen de patronen van dit landschap en voorzien van een geschikte inpassing. Zonneweides kunnen zo opgaan in het landschappelijke totaalbeeld, afgestemd op de maat, schaal en bestaande patronen van het landschap.

16

Visie op zonneweides in de gemeente Gilze en Rijen

Randvoorwaarden bij zonneweides in buitengebied Opzet en inrichting - De zonneweide respecteert bestaande perceelsgrenzen, beplantingsstructuren en sloten; - Houd belangrijke doorzichten vanaf de weg naar het landschap vrij. - Ontsluiting zonneweide bij voorkeur op dichtstbijzijnde weg; - Noodzakelijke voorzieningen zoals transformatorhuisjes e.d. bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de ontsluiting plaatsen; Inpassing - Behoud voor zover mogelijk de bestaande landschapsbeplanting, mits streekeigen en van voldoende kwaliteit; - Nieuwe landschapsbeplanting onttrekt de zonneweide voor een deel aan het zicht en draagt (voor een deel) bij aan structuurversterking van het landschap; - Geef extra aandacht aan de inpassing aan de zijden van de zonneweide die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn; - Geschikte vormen van inpassing, afhankelijk van het besloten of open karakter van het landschap zijn de combinatie van de zonneweide met bomenlaan (één soort – gelijke onderlinge afstand), bomenrij (meerdere soorten – onregelmatige onderlinge afstand), houtsingel (combinatie van struweel met bomenrij), bosje en/of struweel. Vormgeving - Geef aandacht aan de vormgeving van (zichtbare) hekwerken en andere bouwwerken; - Combineer waar mogelijk hekwerken met beplanting of een aarden wal, zodat hekwerken niet zichtbaar zijn vanaf de weg.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9943962/1