CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

ap 6 reacties van fracties op concept-rapport van Nico van Mourik + beantwoording

Gemeenteraad 16 juni 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake het rapport "Met het oog op de toekomst"7.833 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reacties fracties op concept-rapport N. van Mourik

Alphen-Chaam : CDA

Geachte heer van Mourik, beste Nico Met interesse hebben wij kennis genomen van het rapport met het oog op de Toekomst, duurzaam investeren in samenwerking. Wij herkennen veel van de door U genoemde argumenten en benoemde aspecten. Toch maakt de fractie van het CDA Alphen-Chaam graag van de gelegenheid gebruik om enkele opmerkingen te maken naar aanleiding van uw rapport, en ook nog enkele vragen te stellen. Wij vinden dat het rapport een beetje op twee gedachten hinkt. Op de korte termijn brengen we rust door bestuurlijke zelfstandigheid te respecteren (zoals overigens afspraak is in doorzicht) en willen dan als onderdeel van een packagedeal het ambtelijk apparaat op 2 locaties concentreren. Op de wat langere termijn (2025 en later) gaan we voor nieuwbouw op 1 locatie als tweede deel van de packagedeal. In tussenliggende tijd bezinnen de afzonderlijke gemeenten zich op hun toekomstvisie. Ons lijkt het heel moeilijk het gecombineerde besluit te nemen als je geen duidelijkheid hebt over je visie op de toekomst. Bij het voorgelegde Audax-besluit was de stip op de horizon 2027, met nieuwbouw gaan we die een heel stuk verder zetten. Op zich denken wij dat hetgeen wordt voorgesteld een hele goede ontwikkeling is om in de toekomst over een goed werkend ambtelijk apparaat te kunnen beschikken.

Voorwaarde is dan wel dat alle gemeente een visie hebben op de toekomstige ABG-organisatie die verenigbaar is met elkaar. De verschillende visies op een gezamenlijk ambtelijk apparaat hoeven zeker niet eensluidend te zijn, maar te grote tegenstellingen in uitgangspunten zijn ook niet overbrugbaar. Wij willen nogmaals onderstrepen het belang van een integraal plan voor alle gemeentes waarin niet alleen de huisvesting van de ambtelijke organisatie wordt geregeld, maar ook de vorm van dienstverlening in de verschillende gemeentes (front office) en bestuurszetel. Vragen; •

•

In uitgangspunt 1 hebt U het over het herbevestigen van het convenant doorzicht. Behoeft dit convenant naar uw inzicht dan nog een aanvulling om rust en vertrouwen tussen verschillende gemeentes te creëren? Reactie: De inhoud van het convenant Doorzicht is helder en behoeft als gevolg van de gesprekken geen aanvulling op dit moment. Wel kwam in een aantal gesprekken naar voren dat het goed dan wel fijn zou zijn wanneer alle betrokkenen nog eens nadrukkelijk uitspreken dat de inhoud van het convenant nog steeds het uitgangs- en vertrekpunt is voor de samenwerking. In uitgangspunt 14 hebt U het over de verdeling van de extra kosten voor Alphen-Chaam bij concentratie op 2 locaties. Is, of zou dit niet, gewoon onderdeel moeten zijn van het integrale plan? En in dit onderdeel opnemen hoe om te gaan met belangen van gemeentes als gemaakte afspraken niet worden nagekomen. Of als uit toekomstige verkenningen van gemeente mocht blijken dat zij geen deel meer willen nemen aan de ABG-organisatie (n.a.v. Lange termijn visie)

•

•

Reactie: Wanneer het kantoor in AC op (relatief) korte termijn wordt gesloten moet de gemeente AC kosten maken voor huisvesting bestuur en publieke dienstverlening, terwijl in de beide andere gemeenten beide functies nog kunnen worden uitgeoefend op de huidige locaties, tot de nieuwbouw een feit is. Naar aanleiding van het in uitgangspunt 2 benoemde punt om het onderzoek naar het bestuurlijk perspectief naar voren te halen zijn wij het helemaal eens met de genoemde argumenten. Toch denken wij dat het aan de nieuwe raad moet zijn om een definitief besluit te nemen over de huisvesting op de langere termijn. Is het een optie om in het voorstel een tijdspad op te nemen wanneer in alle nieuwe raden dit aan de orde komt? Reactie: Op dit moment is voorzien dat de gemeenteraden op 16 juni 2021 fase 2 (van de 5 fasen) afronden. Fase 2 is het vaststellen van de uitgangspunten. Het ABG bestuur zal nog een planning maken voor de fasen 3 tot 5, dat wil zeggen, de huidige planning actualiseren. Onze fractie is onder voorwaarden wel bereid om het dossier huisvesting te depolitiseren, en te volstaan met inhoudelijke en financiële kaders te stellen. Als tegenprestatie willen wij bijvoorbeeld de voordelen van centrale huisvesting terug zien. Middels een uitgewerkt businessplan zou deze bezuiniging toegevoegd kunnen worden als een taakstellende opgave aan de ABG-begroting.

Is zo’n denkwijze nog inpasbaar op het moment dat we in het bestuursvoorstel het depolitiseren van dossier huisvesting opnemen? Of met andere woorden kan er meer duiding worden gegeven waar we het hebben over kaders (gesteld door raden) en waar we het hebben over detail (uitwerking van bestuur en directie). Reactie: In het rapport is bedoeld dat de drie gemeenteraden, bij voorkeur gezamenlijk, de inhoudelijke en financiële randvoorwaarden stellen. Met die kaders gaan zowel ABG bestuur als de colleges aan de slag om de gezamenlijke huisvesting voor te bereiden. Vanzelfsprekend zullen de gemeenteraden altijd het budgetrecht behouden als mede ook hun controlerende rol op de colleges van b en w.; beide zijn onvervreemdbare rechten van de gemeenteraden.

Wij hopen dat de door ons gemaakte opmerkingen en gestelde vragen bijdragen om op 18 mei een goede bijeenkomst te kunnen hebben, die aan iedereen duidelijkheid biedt. En dat U op deze manier een gedegen en gedragen rapport aan kunt bieden aan het ABG-bestuur. Wij wensen U daarbij veel succes en wijsheid! Met vriendelijke groet, Gust Hendrickx (fractievoorzitter CDA Alphen-Chaam)

Alphen-Chaam : GBA

* voor de centrale huisvesting wordt al een specifieke kern genoemd (namelijk Rijen) en zelfs een specifieke voorkeurslocatie (de hockeyvelden). In hoeverre staat die locatie al vast in het rapport? Of

er is nog ruimte om tot een andere locatiekeuze te komen voor de centrale huisvesting? Bijvoorbeeld op een andere plek in Rijen of zelfs in een andere dorpskern? Het komt nu namelijk als een nogal definitief voorstel over. Reactie: De locatie staat op dit moment niet vast. Rijen en de daarbinnen gelegen locatie is door een aantal gesprekspartners genoemd dan wel aanbevolen. Rijen in verband met de nabijheid van de NS en de locatie omdat die thans (binnen de betreffende gemeente) reeds beschikbaar is.

* de centrale huisvesting is een langjarige keuze naar de toekomst toe. Een plek waar de gemeentelijke organisatie de komende tientallen jaren gaat werken. In hoeverre is in het rapport doorgekeken naar die langere termijn? Concepten als werken en mobiliteit gaan zeer waarschijnlijk nog verder veranderen dan nu het geval is, waardoor de ligging van een werklocatie mogelijk steeds minder relevant wordt voor werknemers. Is dat in het rapport meegenomen?

Reactie: Deze overweging is meegenomen in het rapport, vanuit een 2 tal gezichtspunten: mobiliteit en ook het nieuwe werken (waardoor de kantoorfunctie aan verandering onderhevig is).

* en in hoeverre zijn voornoemde aandachtspunten binnen de ambtelijke organisatie besproken? Is dat met een vertegenwoordiging gebeurd? Of met de volledige ambtelijke organisatie? De uiteindelijke locatiekeuze dan wel de (rand)voorwaarden en uitgangspunten om tot die keuze te komen, zou - wat mij betreft - wel breed binnen de organisatie gedragen moeten worden. In hoeverre is daar aandacht voor? Reactie: In deze consultatieronde is gesproken met vertegenwoordigers van de OR, van Jong ABG, alsmede met medewerkers van facilitair en ict/informatievoorziening. In al deze contacten is het belang van de kwaliteit en bereikbaarheid van openbaar vervoer voorzieningen met stip op nummer 1 gezet.

Alphen-Chaam : GBSV

Alphen-Chaam : VVD

(Geen vragen en opmerkingen, behalve dat het er goed uit ziet).

Alphen-Chaam : GSU

Mijn excuses voor mijn late reactie maar door een operatie was ik niet in de gelegenheid om eerder te reageren.

Na het lezen van de memo en het zien van het filmpje van de Heer Van Mourik kom ik tot de conclusie dat ik op dit moment geen vervolgvragen heb voor hem. Ik kan me goed vinden hetgeen hij zegt. Ik heb wel een opmerking betreffende mijzelf en onze partij GSU (Galder, Strijbeek, Ulvenhout AC). Ik ben sinds oktober vorig jaar plots in de raad gekomen door het overlijden van onze fractievoorzitter Wil Van Den Brand en nog niet helemaal op de hoogte hoe alles werkt. Het is voor mij moeilijk om op dit moment ook het groter geheel te zien en ga met veel dingen af op mijn gevoel. Daarom heb ik ook geen vervolgvragen. Wat voor mij belangrijk is dat de burger niet vergeten wordt maar dit wordt voldoende aangehaald. In de memo staat daarom ook goed vermeld dat er een faciliteit moet zijn voor publieke dienstverlening in Galder. Wij zijn het kleine kindje in de gemeente Alphen-Chaam en het ABG. Het ABG is in mijn optiek belangrijk voor de 3 gemeentes en moet ook na 2023 blijven. Nieuwbouw is dan volgens mij ook noodzakelijk, hoe en waar dit ingevuld wordt voor mij minder belangrijk mits de raden het financiële stukje mee kunnen controleren. Met vriendelijke groet Peter Van Opstal Fractievoorzitter GSU Graag reactie mocht u nog iets van mij willen weten.

Baarle-Nassau : BAARLE!

T.a.v. de heer Nico van Mourik Opmerkingen van de fractie BAARLE! op het concept-rapport MET HET OOG OP DE TOEKOMST. Wij kunnen ons vinden in de stellingen over het voortbestaan van de ABG-organisatie. Alvorens er een besluit genomen kan worden over huisvesting van het ambtenarencorps zal duidelijk moeten zijn voor welke periode deze ambtelijke samenwerking zal bestaan. De fractie verbaast zich over de uitwerking van de onderzoeksopdracht: “Alle wensen/eisen/no go’s/’toegeef-punten worden opgehaald bij de deelnemers (gemeenteraden/ colleges/ABGbestuur/directie/management en ondernemingsraad/medewerkers) om te komen tot een gezamenlijke “notitie van uitgangspunten”. Het doel was om een gezamenlijke notitie van uitgangspunten op te stellen. Teveel is gezocht naar de uitgangspunten van een meerderheid van respondenten en zijn de standpunten van een gedeelte van de afgevaardigden weggelaten. Door het weg laten van een deel van de “wensen/eisen/no go’s” lijkt het er op dat het gelukt is of gaat lukken gezamenlijke uitgangspunten te formuleren. Dit is echter zeer de vraag. De fractie BAARLE! vindt weinig van haar inbreng terug in dit concept. ●

Op 8 februari heeft het college van Gilze en Rijen een toelichting/presentatie gegeven aan de raad van Baarle-Nassau over de tussenconclusie van Gilze en

Rijen m.b.t. de ABG-samenwerking. Hebt u kennis genomen van deze tussenconclusie en is deze (vertrouwelijke) tussenconclusie betrokken bij het tot stand komen van het conceptrapport? Reactie: de vertrouwelijke tussenconclusie is vertrouwelijk en derhalve als zodanig niet betrokken in deze rapportage. ●

In uw gesprek met de fractie BAARLE! is (centrale) nieuwbouw in het geheel niet ter sprake geweest. Waar is de veronderstelling op gebaseerd dat het centraliseren van huisvesting door nieuwbouw een kansrijke optie zou kunnen zijn? Reactie: Zoals aan alle gesprekspartners vooraf toegezegd zou in de rapportage niet herkenbaar worden geciteerd wat in het vertrouwen tussen gespreksdeelnemer en deze rapporteur is besproken. Wel is in nagenoeg alle gesprekken expliciet gesproken over de betekenis van optimalisatie van huisvesting, het kantoorconcept en de aspecten concentratie en/of centralisatie van huisvesting.

●

Er wordt voorbij gegaan aan de inbreng van BAARLE! die op goede argumenten vasthoudt aan huisvesting van een gedeelte van de ambtenaren in het gemeentehuis van BaarleNassau. De discussie moet inderdaad niet principieel gevoerd worden maar op basis van argumenten. Reactie: De eerstkomende drie tot vier jaren maakt, zoals in het rapport opgenomen, het huidige gemeentehuis van BN deel uit van de geconcentreerde ambtelijke huisvesting.

●

Gezien de huidige digitale mogelijkheden vindt fractie BAARLE! de opmerking discutabel dat centrale huisvesting een essentiële rol speelt om de kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening in de drie gemeenten te kunnen waarborgen. Huisvesting is een middel om het primaire proces van een organisatie te doen slagen en is geen doel op zich. Reactie: Uit ervaringen elders blijkt dat concentratie/centralisatie van ambtelijke huisvesting significant bijdraagt aan integraal werken en daarmee/daardoor aan de kwaliteit van de ambtelijke dienstverlening en de bestuurlijke ondersteuning en advisering. Neemt inderdaad niet weg dat huisvesting geen doel op zichzelf is, overigens wel een essentiële randvoorwaarde voor kwaliteit.

●

De fractie BAARLE! kan zich helemaal vinden in de stelling “Concentratie in twee gebouwen heeft voordeel voor zowel het intensiveren en versterken van de ambtelijke samenwerking als ook financiële voordelen” maar deze stelling geldt ook nog steeds na 4 of 5 jaar. Wij zijn van oordeel dat al het gestelde op pagina 7 en 8 ook gerealiseerd kan worden als de ambtelijke organisatie gehuisvest is in twee gebouwen. Als de corona-crisis ons iets geleerd heeft dan is het wel dat thuis werken en werken op afstand heel goed mogelijk is. Bovendien is het niet zo dat in een grote organisatie de contacten onderling over de volle breedte van de organisatie gaan. De meeste contacten zijn toch binnen de afdelingen. Het is heel goed mogelijk om hele afdelingen in Baarle-Nassau te huisvesten. Dat geldt ook voor Gilze en Rijen. De aansturing gaat ook niet rechtstreeks van de top over de hele organisatie. In twee gebouwen kan dat heel goed trapsgewijs vanuit de top via afdelingschefs. Zowel Tilburg als Breda huisvesten de ambtenaren ook in meerdere gebouwen. Reactie: Het gaat niet om wie gelijk heeft, want keuzen zijn nooit zwart-wit. De inspanning is er op gericht om op efficiënte en effectieve wijze de kwaliteit voor de lange(re) termijn te borgen.

Juist nu het karakter van het kantoor verandert (onder andere door de combinatie kantoor-thuiswerken) is er veel meer behoefte aan integraal werken, projectmatig werken, ontmoetingsfunctie, fysieke bereikbaarheid en nabijheid voor multidisciplinair overleg etc.

●

Naar onze mening is de randvoorwaarde dat expliciet duidelijk moet zijn of worden dat de (ambtelijke) samenwerking tussen de drie gemeenten ook na 2026 wordt gecontinueerd strijdig met de zinsnede “laat het aspect van al dan niet bestuurlijke zelfstandigheid van de drie gemeenten nu, conform de afspraken in het bestuurlijk convenant, rusten. Het “ontkoppelen” van de discussie over bestuurlijke zelfstandigheid en ambtelijke huisvesting (Uitgangspunt 3) is volgens fractie BAARLE! onmogelijk omdat het toekomstig voortbestaan van de ABG-organisatie hiermee samenhangt. Reactie: Wanneer bestuurlijke zelfstandigheid, aldus een aantal gesprekspartners, verzekerd is dan schept dat mentale ruimte om actief en intensief te investeren in de onderlinge samenwerking. De ABG organisatie is de ambtelijke organisatie, die dan werkt voor drie gemeentebesturen. Daarnaast (Uitgangspunt 4) gaat het convenant uit van het voortbestaan van de ABG-organisatie tot en met ten minste 2026. Voor een grote investering (zoals nieuwbouw) is deze bestaanshorizon een veel te korte termijn. Reactie: Bedoelt de fractie hiermee te zeggen dat wanneer de huidige samenwerking na 2026 wordt gecontinueerd investeren in huisvesting (zoals nieuwbouw) akkoord is?

●

In de concept-rapportage staat dat het overgrote deel van de gesprekspartners Een zgn. “package deal” voorstaat. Wordt hier niet voorbij gegaan aan het democratisch gegeven dat er in maart 2022 gemeenteraadsverkiezingen zijn en er derhalve drie nieuwe gemeenteraden aantreden. Deze nieuw gekozen bestuurders zouden dan gebonden zijn aan een package deal uit de voorgaande bestuursperiode. Het lijkt ons geen haalbare veronderstelling dat de ABG-samenwerking (en derhalve het ABG-huisvestingsvraagstuk) op deze manier kan worden gedepolitiseerd. Reactie: Nieuwe gemeenteraden zijn per definitie gebonden aan de besluiten van hun rechtsvoorganger(s) tenzij daarvoor in de plaats een ander besluit wordt genomen door de nieuwe gemeenteraad.

●

Vanuit de ambtelijke gesprekspartners wordt het aspect van de bereikbaarheid sterk benadrukt. Het zou een locatie moeten zijn bij een knooppunt van het OV. Ook BaarleNassau heeft goede verbindingen met het OV, weliswaar geen directe verbinding met het spoor maar wel rechtstreekse verbindingen met Breda en Tilburg. Reactie: Ten opzichte van spoor en autorijkswegen verschilt de situatie tussen de drie gemeenten. Naast bereikbaarheid gaat het – zo is met name aangegeven door de ambtelijke vertegenwoordigers- bepaald ook om reistijd voor woon-werkverkeer.

●

……, een aantal gesprekpartners geeft aan dat mogelijk een geschikte locatie voor nieuwbouw beschikbaar is. Genoemd wordt de locatie van de hockeyvelden in Rijen. Deze locatie is in eigendom bij de gemeente. In dit stadium van het proces lijkt het ons voorbarig om het over een locatie voor nieuwbouw te hebben. Dit is buiten de onderzoeksopdracht. Reactie: in het rapport wordt thans geen voorstel voor een locatie gedaan maar wordt opgemerkt dat een aantal gesprekspartners de suggestie heeft gedaan.

●

…….dat de gesprekken en/of discussies niet gevoerd moeten worden op basis van grootte van de gemeente(n) maar op basis van goed onderbouwde zakelijke argumenten, die moeten de doorslag geven. Wij willen deze uitspraak concretiseren: gesprekken en/of discussies moeten gevoerd worden op basis van “gelijkwaardigheid” en op basis van “argumenten” al dan niet zakelijk.

Reactie: In de gesprekken zijn beide aspecten, gelijkwaardigheid en argumenten, benoemd; bij geen van de gesprekspartners heb ik hierin een tegenstem gehoord. ●

De gemeenteraden willen de inhoudelijke en financiële kaders stellen, maar hebben niet persé de behoefte of wens om de locatiekeuze of de inrichting te bepalen. Deze stelling geldt in ieder geval niet voor onze fractie. Wij hechten aan invloed op het hele proces. Reactie: dit is geen vraag maar een opvatting die uiteraard wordt gerespecteerd.

●

Een aantal gesprekspartners vraagt zich af of concentratie voor de korte termijn nodig dan wel gewenst is. Die geven er de voorkeur aan om nu door te pakken en direct te kiezen voor nieuwe huisvesting. Wij vragen ons af waarom het standpunt van deze gesprekpartners wel staat vermeld maar het standpunt van in ieder geval onze raadsfractie (dat naar wij verwachten wordt gedeeld door de meerderheid in de raad van Baarle-Nassau), niet. Reactie: Nogmaals gezegd, er zou niet herkenbaar naar personen en/of individuele fracties worden geciteerd. Bovendien, in het rapport is steeds een duiding gegeven van de omvang van de ingebrachte suggesties (bijvoorbeeld: enkele gesprekspartners, een belangrijk deel van de gesprekspartners, het overgrote deel van de gesprekspartners)

●

De kosten voor de nieuwe huisvesting van de ambtelijke organisatie ……….. worden op basis van de vigerende afspraken over kostenverdeling door de gezamenlijke partijen gedragen. Wordt hier bedoeld dat de investering voor rekening komt van de drie gemeenten? Hoe is zit het dan met de eigendomsrechten, afschrijvingstermijn en hoe kijkt men aan tegen de termijn van samenwerking die nodig is om zulke verplichtingen samen aan te gaan? Reactie: In deze fase, fase 2, ligt de nadruk op de uitgangspunten voor gezamenlijke huisvesting. In het vervolgproces, wanneer de uitgangspunten zijn aanvaard, komen de bovengenoemde aspecten nader aan de orde in de uit te werken businesscase.

●

De feitelijke extra kosten die de gemeente Alphen-Chaam in de concentratie periode …….. maakt worden door de drie partijen gezamenlijk gedragen. Wat is de ratio achter deze stelling. Reactie: Wanneer het gemeentekantoor van AC op (relatief) korte termijn wordt gesloten, dan moet de gemeente AC aanzienlijk eerder, lees enkele jaren eerder, dan de twee andere gemeenten investeren in de lokaal gehuisveste bestuurszetel.

●

Volgens veel gesprekspartners moeten de gemeenten elkaar vasthouden op basis van de afspraken in het bestuurlijk convenant “Doorzicht”. Hoe moeten de afspraken dan geduid worden om medio 2023 de bestuurlijke toekomst vast te stellen en de ambtelijke samenwerking tot en met ten minste 2026 te continueren? Reactie: Voor een toelichting op deze vraag zie het convenant zelve; op uiterlijk 1 juli 2023 spreken de drie gemeenten zich bestuurlijk uit over de toekomst van de samenwerking. Mocht de samenwerking eventueel niet worden gecontinueerd voor de toekomst dan nog bestaat de ambtelijke ABG organisatie tot en met 2026.

●

Geheimhouding is opgelegd. Dit maakt het onmogelijk voor raadsfracties om met hun achterban het concept-rapport te delen en te bespreken. Deze geheimhouding geldt totdat de raad haar opheft. Wanneer is dat voorzien? (dit kan immers alleen effectief indien de drie gemeenteraden dit gezamenlijk doen). Reactie: Deze vraag zullen de colleges van b en w beantwoorden.

Tot slot. Het ABG-bestuur heeft tot taak het gezamenlijke ambtenarencorps te besturen . Meer moet dat ook niet zijn. De drie gemeenten zijn zelfstandig en hebben ieder een college en raad. Voor ons is het versterken van de positie van het ABG-bestuur niet aan de orde.

Baarle-Nassau : Keerpunt ‘98

VRAGEN KEERPUNT 98 BIJ CONCEPT RAPPORT NICO VAN MOURIK OVER HUISVESTING ABG ORGANISATIE Het concept rapport lezend kom ik tot de volgende vragen: 1. Er wordt gesteld dat een aantal van de gesprekspartners er geen moeite mee zou hebben om eerder dan 1 juli 2023 zich uit te spreken over de toekomst van de samenwerking. (blz. 5) Er is toch in het Convenant Doorzicht duidelijk afgesproken dat deze datum (1 juli 2023) wordt bepaald zodat de gemeenteraad die in maart 2022 aantreedt na de verkiezingen, zich daarover kan beraden en een besluit nemen, dat besluit kan los staan van de uitkomst van de toekomstvisie van de eigen gemeente. Waar komt de conclusie vandaan en hoe is deze geformuleerd, om eerder dan 1 juli 2023 te besluiten over de toekomst van de samenwerking? Keerpunt ’98 herkent zich niet in dit voorstel. Reactie: Het is geen voorstel om dat eerder te doen, maar een suggestie gebaseerd op het feit dat de drie gemeenten reeds in 2021 hun visie op de (eigen) toekomst hopen vast te stellen. De vraag is waarom wachten tot 1 juli 2023 wanneer de gemeenten al aanzienlijk eerder dan deze datum weten dan wel hebben bepaald hoe zij voor de toekomst van de samenwerking in de wedstrijd zitten. 2. Het overgrote deel van de gesprekspartners (blz 8) kan zich onder voorwaarden vinden om tot realisatie van nieuwbouw te komen met evt.

realisatie in 2024/2025 terwijl de afspraken uit het convenant gemaakt zijn tot 2026! Wordt daarmee deze afspraak uit het Convenant nu gebroken en wordt er een andere afspraak + datum voorgesteld? Keerpunt ’98 herkent zich niet in deze voorstellen/uitspraken. Reactie: De termijn voor de huisvesting zoals in het rapport opgenomen/voorgesteld is niet gelijk aan die van de huidige verplichting van de drie gemeenten mbt de ambtelijke organisatie ABG. Het gaat dus enerzijds over huisvesting en anderzijds de ambtelijke organisatie. Daarom is er geen sprake van verwarring of het breken van het convenant. 3. Op blz. 8 wordt al gesteld dat concentratie in 2 gebouwen al voordelen heeft voor zowel het intensiveren en versterken van de ambtelijke samenwerking. Ook is er dan al financiëel voordeel te verwachten. Hoeveel voordeel is er nog te verwachten als er naar 1 centrale huisvesting wordt overgestapt? In diverse grote gemeenten werkt de gehele ambtelijke organisatie ook niet samen in één locatie, zijn daar aantoonbaar nadelen aan verbonden? En wordt er rekening mee gehouden dat het thuiswerken een heel ingeburgerd en acceptabel manier van werken is geworden waardoor het aantal werkplekken drastisch kan worden verminderd? Veel grote bedrijven stoten al kantoorpanden af om deze reden. Reactie: De ontwikkeling in het bedrijfsleven om kantoorpanden af te stoten wordt onderkend.

Dat zou in de situatie van de drie gemeenten betekenen 1 centraal kantoorgebouw in plaats van 3 gedeconcentreerde kantoren.

4. Op blz. 10 is sprake van een mogelijke geschikte locatie voor nieuwbouw. Is dat ook ingegeven door het feit dat de gemeente Gilze-Rijen op deze manier in de nieuwbouw ook een bestuurszetel voor het college, raad en griffie kan realiseren binnen de gemeentegrenzen en dat zo het probleem aangaande het verouderde gemeentehuis van Gilze-Rijen wordt opgelost? Reactie: In het rapport wordt er van uitgegaan dat alle drie de gemeenten een bestuurszetel – in welke vorm dan ook- hebben in hun eigen gemeente. Tevens wordt in het rapport in overweging gegeven geen bestuurszetel van een van de gemeenten in directe zin onder te brengen in het ambtenarendeel van de huisvesting. 5. Hoe wordt de ‘krachtigere rol’ van het ABG bestuur gezien door een aantal gesprekspartners? Is dat meer bevoegdheid tot het nemen van besluiten? Reactie: Het ABG bestuur is het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling ABG organisatie. Vanuit deze verantwoordelijkheid treedt het bestuur op als eigenaar van de organisatie en heeft het bestuur op basis hiervan de verantwoordelijkheid voor het op goede wijze in stand houden van de ambtelijke organisatie (kwalitatief en kwantitatief). 6. Punt 14 van de uitgangspunten is niet helemaal duidelijk. De gemeente Alphen-Chaam zal binnen de eigen gemeentegrenzen moeten zoeken naar een locatie voor huisvesting van college, raad en griffie.

Dat is ook zo in Baarle-Nassau en Gilze Rijen. Dat is toch voor rekening van de gemeente zelf of wordt hier alleen de loketfunctie bedoeld die in elke gemeente gehandhaafd blijft? Reactie: De drie gemeenten zijn verantwoordelijk voor bestuurszetel en loketfuncties in de eigen gemeenten. In het rapport wordt aanbevolen om in het integrale voorstel voor huisvesting ambtelijke organisatie ook nadrukkelijk en expliciet in te gaan op de aspecten bestuurszetel en loketfuncties, waardoor een integrale afweging door de gemeenteraden mogelijk is. 7. Op de vragen, gesteld op blz. 15, kan ik momenteel nog geen antwoord geven. Ik wil dit toch in een breder verband bespreken als de geheimhouding niet meer van kracht is op dit concept rapport. Baarle-Nassau, 10 mei 2021 Lidy van Beek Fractieleider Keerpunt ‘98

Baarle-Nassau : Fractie Ulicoten

Opmerkingen/vragen van Fractie Ulicoten rapport van Mourik Wat is de status van dit concept voorstel? Het voorstel geeft uitgangspunten aan, die de basis kunnen vormen. Waar in het proces komt de “notitie van uitgangspunten” ? Wie bepaalt deze uitgangspunten? (Bz. 13: onderstaande uitgangspunten kunnen de basis vormen Blz. 14: punt 15, ABG bestuur werkt de hierboven genoemde uitgangspunten uit) Hoe moeten we deze tekst lezen? Reactie: De status is een concept rapport dat opgesteld is op verzoek van het ABG bestuur, gebaseerd op het besluit van de drie gemeenteraden van medio februari 2021 (fase 2). Het concept rapport is / wordt voor reactie voorgelegd aan ABG bestuur, de drie colleges en de drie gemeenteraden.

Met de inbreng van bovengenoemden wordt op korte termijn een definitieve rapportage opgeleverd aan het bestuur van de ABG. Die vervolgens in overleg met de colleges een raadsvoorstel zullen opstellen, ter bespreking en besluitvorming op 16 juni 2021. De afspraak tussen de ABG gemeenten loopt tot 31-12-2026. De bestuurlijke toekomstvisie in iedere gemeente moet eerst afgerond zijn voordat over langdurige huisvestiging gesproken kan worden. De hamvraag is: Wat willen we met de ABG organisatie in de toekomst? Mogen we concluderen dat de 3 gemeenten samen door willen na 2026? Hoe is dan de bestuurlijke zelfstandigheid van de gemeenten voortaan geborgd (autonomie en interne aangelegenheid van iedere gemeente) in het concept voorstel? Reactie: De drie gemeenten moeten zich nog uitspreken over de samenwerking in de toekomst; zie hiervoor de afspraken in het convenant Doorzicht. In het rapport wordt in overweging gegeven het punt van de bestuurlijke zelfstandigheid te laten rusten nu. De resultaten van de diverse gesprekken zijn verwoord in het voorstel. Het valt ons op dat er geen enkele reactie vermeld wordt, die afwijkt van de grootste gemene deler. Wensen/eisen/no go’s/toegeef-punten komen niet duidelijk naar voren. Nu lijken we in een bepaalde richting gestuurd te worden. De fracties hebben nu aangegeven wat hun “wensen” zijn mbt huisvesting ambtelijke organisatie.

Dit is niet formeel ( intenties zijn niet keihard). Kan men dan hierop anticiperen? Reactie: In de gesprekken zijn feitelijk geen no-go’s genoemd. Integendeel, tal van suggesties zijn gedaan, niet alleen betreffende huisvesting maar ook ten aanzien van de samenwerking. De gesprekken gaven juist daardoor inspiratie en creativiteit. In het bijzonder gericht op het verduurzamen van de samenwerking. Tijdens de bijeenkomst van 18 mei wordt maar 10 minuten “bedenktijd” gegeven om de antwoorden op de vragen te laten bezinken. Wij vinden dat veel te kort. Bespreking moet op een later tijdstip plaatsvinden. Waarom is voor deze “snelle” gewijzigde wijze gekozen? Om beter hierop voorbereidt te zijn zouden we de vragen en antwoorden (ook van de andere partijen) al voor deze bijeenkomst van 18 mei in ons bezit moeten hebben. Reactie: De fractie wordt conform wens bediend. De vragen zijn beantwoord inmiddels en de vragen met reactie ontvangen het ABG bestuur, de colleges en raadsfracties op vrijdag 15 mei 2021. Blz.9: hier wordt gesproken over (vooralsnog) geen vaste bestuurszetel bij de huisvesting ambtelijke organisatie. Het woord “vooralsnog” moet hierbij verwijderd worden. Het is een gebouw voor de (backoffice) organisatie, het bestuur zetelt ergens anders. Ook niet “vastgeplakt” aan het gebouw ambtelijke organisatie. Dat zijn 2 verschillende zaken.

Reactie: dit is geen vraag die een reactie behoeft maar een overtuiging dan wel opvatting waarvan in dit stadium van het proces kennis van genomen kan worden. Financieel wordt de gemeente Alphen/Chaam tegemoet gekomen (huidige gebouw is afgeschreven). Hoe zit het dan met de financiële lasten (afschrijving gebouw) van het gebouw van de gemeente Baarle-Nassau en Gilze Rijen van 2023-2026? Afschrijvingen gebouwen zijn voor ABG organisatie! Reactie: In de verdere uitwerking van de businesscase komen de genoemde aspecten nader aan de orde. Blz. 10:

Waarom nu al een locatie genoemd? Dit is toch geen onderdeel van stap 2 maar van de vervolgstap 3? Is de wens van de locatie breed uitgesproken tijdens de gesprekken? Reactie: De locatie is door meerdere gesprekspartners nadrukkelijk genoemd. Echter, de gesuggereerde locatie is geen onderdeel van c. q. voorstel in de uitgangspunten in deze fase 2. Blz. 15: Reactie op notities ABG bestuur en colleges. Vraag 1. Misschien heeft het convenant “Doorzicht” een update nodig. Vraag 2. Medio 2021 is nog niet mogelijk een uitspraak te doen over de ABG-samenwerking op langere termijn. Eerst moet er een zorgvuldig proces doorlopen worden over de bestuurlijke toekomstvisie in iedere gemeente. Dit alles zonder enige vorm van tijdsdruk. Vraag 3. Voor het ABG-bestuur een andere structuur heroverwegen. (denk hierbij aan rapport Berenschot) Positie versterking van ABG-bestuur is tevens ook een verzwakking van de gemeenteraden. Bestuurlijk dienen zaken zoals openheid en informatieverstrekking een forse verbeterslag te krijgen. Vraag 4. Wordt wel erg veel vertrouwen gevraagd aan de gemeenteraden, gezien het verhaal rond Audax-gebouw. Instellen van een commissie van onafhankelijke personen (deskundigen) van uit de raden is hierin raadzaam.

Opmerking: In het raadsbesluit mbt. het oorspronkelijke proces is afgesproken dat het kader was: er wordt gesproken over de huisvesting tot en met 2026. De huisvesting na die datum is niet de bevoegdheid vanuit het raadsbesluit en de opdracht aan dhr. Van Mourik? Nieuw raadsbesluit nodig???

2e e-mail Geachte heer v. Mourik. Fractie Ulicoten heeft een aantal vragen neergelegd bij het college mbt proces huisvesting ABG. In eerste instantie heeft onze griffier in samenspraak met onze secretaris gemeld dat de vragen te vroeg gesteld werden en in stap 2 opnieuw gesteld kunnen worden. De vragen hebben we opnieuw ingediend. Vanmiddag kreeg ik van onze griffie het antwoord terug. Maria, Op een aantal zaken die in de vragen aan de orde komt is door Nico van Mourik ingegaan in zijn conceptrapport dat op 23 april onder geheimhouding naar alle raadsleden is gezonden. Eventuele aanvullende vragen over het conceptrapport kunnen vandaag nog worden doorgegeven via karinvanandel@abg.nl.

Graag een antwoord op de volgende vragen. Wat betekent een go/no go moment in de praktijk?

Reactie: Op 16 juni 2021 spreken de gemeenteraden zich uit over fase 2, conform het procesvoorstel waartoe de gemeenteraden medio februari 2021 hebben besloten. Hoe voorkom je dat diegenen, die no-go zegt, aangewezen worden als diegenen die de ABG frustreert. Wordt in dat geval dan nadrukkelijk doorgepraat en de stap (deels) opnieuw doorlopen? Reactie: Iedere fractie zal eigen afwegingen maken en de keuzen naar eigen inzichten gemotiveerd onderbouwen; dit is het wezen van politiek en bestuur. Wordt de hele procedure, die doorlopen wordt, vastgelegd en gearchiveerd mbt. alle documenten en activiteiten? (Mocht later een onderzoek nodig zijn). Waarom gekozen voor zulk strak schema: 18 mei toelichting, 2 juni definitief rapport, 9 juni bespreking hiervan, 16 juni besluitvorming? Hoe wordt een en ander meegenomen in de Perspectiefnota? Of nog helemaal niets meegenomen? Met vriendelijke groet, Maria Geerts. Fractie Ulicoten

Baarle-Nassau : CDA

Dhr. van Mourik, Nico, Een helder en duidelijk rapport. Een punt waar we graag verduidelijking over hebben is op blz 14 onder punt 14 zijn de extra kosten voor Alphen-Chaam die door de drie gemeenten gedragen zouden moeten worden. Welke kosten worden hiermee bedoeld? Kan er uitgelegd worden hoe we dit moeten zien? Bedankt. Namens CDA Baarle Nassau, Gerda vd Broek en Thomas Adams Reactie: zie de antwoorden hiervoor mbt dezelfde vraag van andere fracties.

Baarle-Nassau : VPB

Baarle-Nassau : Nieuw?

Gilze en Rijen : Gemeentebelang

Hierbij de vraag van Gemeentebelang Voor dhr. van Mourik over het rapport ABG-huisvesting: Wat zijn uw overwegingen geweest om al in dit stadium van het proces een locatie te benoemen voor het nieuwe gemeentehuis? Wat is volgens u hiervan de toegevoegde waarde? Reactie: Een aantal gesprekspartners heeft expliciet gevraagd deze suggestie op te nemen in het rapport. De toegevoegde waarde kan zijn dat bij een positief besluit over de uitgangspunten op 16 juni 2021 reeds op zeer korte termijn kan worden gestart met het uitwerken van de businesscase nieuwe huisvesting, omdat geen locatie onderzoek meer hoeft plaats te vinden. En het hierdoor ook mogelijk is op relatief korte termijn de nieuwe huisvesting daadwerkelijk te realiseren.

Gilze en Rijen : CDA

Allereerst geval wil ik Nico van Mourik namens onze CDA-fractie hartelijk danken voor deze conceptnotitie en de videoboodschap. We hebben voor nu geen aanvullende vragen en wachten de toelichting en aansluitende bespreking op 18 mei geduldig af.

Gilze en Rijen : D66

Dag Nico, met belangstelling hebben wij jouw notitie gelezen. Ingevolge onze bondige digitale inbreng op 21 maart en onze reactie toen n.a.v. jouw voorlopige conclusies, hebben wij jouw opmerking om toch vooral te reageren op je concept-notitie ter harte genomen. Ik vertel je vooraf: deze is stevig, en dat is terecht dunkt me - gelet op de voorgeschiedenis en de bedoeling van processtap 2, zoals tevoren met ons is afgesproken. Schroom niet me te bellen, als je iets onduidelijk vindt. groet, Frits van Vugt 06 52038492

AAN De heer N. van Mourik VAN fractie D66 In Gilze en Rijen 8 mei 2021 Betreft: concept-notitie van Uitgangspunten m.b.t. huisvesting ABG (april 2021) Geachte heer Van Mourik, Bij memo van 20 april jl. werd uw concept-notitie naar ons gestuurd. Hierna gaan we hier op in. U overigens dankend voor het gesprek dat wij met U hadden. 1. Opmerkingen vooraf We vermelden vooraf dat wij ook een separaat schrijven aan het college van B&W doen toekomen m.b.t. zaken die in dit proces rondom de huisvesting primair het college en het ABG-bestuur regarderen, en niet u. Dat gaat over de volgende zaken: - Uw notitie gaat (veel) verder dan de opdracht die U is gegeven (zie ook: par. 2). - Het aanvankelijke tijdspad, zoals geschetst in het raadsvoorstel, had een doorlooptijd dat qua einde (stap 4) zoveel mogelijk samen zou moeten vallen met de behandeling van de PN (juni/juli). Deze 2e stap leidt er toe dat nu al een forse vertraging wordt opgelopen van circa een maand (geplande raadsbesluiten: 18 mei; dit wordt inmiddels: ergens na 16 juni) – hetgeen onacceptabel voor ons is; - Uw notitie is ons vertrouwelijk toegestuurd door ons college. Voor deze vertrouwelijkheid is o.i. geen reden (het gaat ‘slechts’ over de uitgangspunten van de raden); terwijl ook de oplegging van de vertrouwelijkheid onwettig plaatsvindt (nl. o.g.v. art. 55 gemeentewet i.p.v. art 25, 2e lid, Gemeentewet).

Wij zullen U c.c. in kennis stellen van dit schrijven Wij hebben de volgende opmerkingen bij Uw concept-notitie. 2. Notitie gaat verder dan de opdracht Aan U is gevraagd om de “wensen, eisen, randvoorwaarden en ‘toegeef’-punten van de drie eigenaren van de ABG-organisatie te inventariseren en samen te brengen in een notitie van uitgangspunten. Dit gaat over de back-office, maar zeker ook de front-office, de dienstverlening en/of de bestuurszetel” (raadsvoorstel, p.3). Het moge duidelijk zijn uit deze passage (en ook de titel van het raadsvoorstel “procesvoorstel huisvesting van de ABG-organisatie”) blijkt dat het dus louter om de huisvesting moet gaan, en dus niet over het al dan niet continueren van het ABG-construct als zodanig. Daar zijn nl. in het convenant Doorzicht al aparte (tijds-)afspraken over gemaakt. Bovendien is daar al een ABGradenavond aan gewijd (7.12.20) en loopt er in onze gemeente – zoals u bekend – al een ander traject over de toekomstige ABG-samenwerking: doorgaan of niet. Het via dit ‘huisvestingsspoor’ ter sprake brengen van de wenselijkheid om over de toekomst van de ABG-samenwerking eerder te besluiten dan afgesproken, is niet helpend voor de problematiek waar we voor staan, eerder belemmerend. Wij kunnen ons indenken dat sommige gesprekspartners dit element hebben ingebracht, maar dat was o.i.

nog geen reden om het – ook in concluderende zin – in Uw notitie op te nemen. Ons inziens is daarom ook de titel van uw notitie niet terecht: deze had moeten gaan over de ‘huisvesting’ en niet over de parallel lopende discussie over ‘investeren in samenwerking’.

Reactie: Wanneer daartoe een wens leeft om de titel van de rapportage aan te passen bestaat daartoe uiteraard de bereidheid. Een suggestie voor aanpassing die denkbaar is: Samen investeren in duurzame huisvesting. Wij vragen ons dus af waarom u de opdracht breder heeft uitgelegd dan in het raadsvoorstel is beschreven. De volgende passage horen – gelet op het voorgaande - niet in Uw notitie thuis, en we verzoeken deze dan ook te verwijderen: - Het ‘ongemak’ over de beelden en over de bestuurlijke zelfstandigheid (p. 3, vanaf 4e alinea t/m p.4 , 1e alinea) - Het ‘zwaard’ in de schede doen (p. 10, 3e alinea) - Ontvlechten is kostbaar (p. 10, laatste alinea t/m p. 11, 2e alinea) - De voorstellen 1 (herbevestiging Doorzicht), 2 (bestuurlijk perspectief vervroegen), 3 (bestuurlijke zelfstandigheid) en 4 (datum m.b.t. ABG-organisatie) (p. 13) - Alle opmerkingen van het ABG-bestuur, zoals genoemd op p. 15

Reactie: Een rapport gebaseerd op vele gesprekken moet recht doen aan die gesprekken; in veel gesprekken reikte de inspiratie en motivatie zo veel verder dan enkel en alleen de huisvesting. Uiteraard is het aan het ABG bestuur, de colleges en de gemeenteraden om de uitgangspunten, als ook een aantal suggesties die naar voren zijn gebracht, te wegen op hun waarde. Het is de vraag of het verstandig is een externe rapporteur die recht wil doen aan naar voren gebrachte opvattingen op te dragen wat hij/zij wel of niet mag schrijven. Uiteraard, nogmaals gezegd, laat dat de vrijheid van de ontvangers van het rapport wat daarmee te doen onverlet.

3. Opmerkingen over de geschetste uitgangspunten Wij brengen de volgende bemerkingen bij Uw notitie onder uw aandacht, in de hoop dat deze tot aanpassing ervan leiden: 1. Onze mondelinge opmerkingen richting U zijn nog niet in de notitie terecht gekomen, omdat die toen al in concept gereed was . Wij rekenen erop dat dat alsnog in de definitieve versie gebeurt. Daarbij kunt u gebruik maken van de navolgende bemerkingen. 2. Wij missen duidelijkheid over de passage “Voor de huisvestingssituatie staat het optimaliseren van het functioneren van de ABG-organisatie voorop”. (Doorzicht, B4.1). Het moge bekend zijn dat in de drie gemeente deze passage verschillend wordt geïnterpreteerd. Zonder duidelijkheid hierover blijft deze exercitie over de uitgangspunten een schimmig spel. Waarom hier geen aandacht aan gegeven? Alsnog dringend aandacht hiervoor, graag! 3.

Ons uitgangspunt blijft dat wij centrale huisvesting voor de ambtenaren (back-office) wenselijk vinden, onder de volgende condities: a) gelet op het ‘nieuwe werken’ met beduidend minder werkplekken dan voorzien waren in het Audax-voorstel; b) doelmatigheid in gebruik en dichtbij het openbaar vervoer; c) goed bereikbare en doelmatig ingerichte front-offices, met voldoende uitstraling als gemeentekantoor; d) het bereiken van per saldo een substantiële kostenverlaging voor de ABG-organisatie (efficiencyvoordeel vanwege minder reistijd, schrappen dubbele locatiefuncties en minder werkplekken, na aftrek van de huisvestingsgerelateerde kosten), dat vervolgens ten gunste komt van de drie gemeenten.

4.

5. 6.

7.

8. 9.

Mocht centrale huisvesting voorlopig niet in beeld komen, dan is voor ons het terugbrengen van 3 naar 2 locaties second best. Maar onder dezelfde condities, als hiervoor beschreven. Besluitvorming over de toekomstige huisvestingssituatie niet uitstellen tot “moment dat er duidelijkheid is over de samenwerking na 2013 dan wel 2016”. Dat betekent dat wij dit voorjaar nog van het ABG-bestuur (conform het procesvoorstel, stap 4) een voorstel verwachten om een besluit te nemen over een “definitief voorstel”. Dat voorstel kan ook inhouden: de huisvestingssituatie alleen voor de korte termijn (2-3 jaar). Wij willen dat z.s.m. In processtap 3) de efficiencyvoordelen (ingevolge punt 3.d) in beeld komen van centrale huisvesting c.q. huisvesting in 2 i.p.v. 3 locaties, m.n. financieel gezien. Uw notitie hoort het te gaan over de ‘uitgangspunten’, niet over de uitwerking. Dat betekent dat o.i. er: nog geen indicaties moeten worden gegeven wáár de huisvesting moet komen, noch als dat centrale huisvesting wordt, noch als het 2 locaties worden; er in de notitie ook niet gesproken moet worden over de gewenste vorm (nieuwbouw, koop of huur); want dat hoort in processtap 3 te gebeuren. Volgens ons is een ‘packagedeal’ (p.8) vooralsnog niet mogelijk, aangezien de toekomst voor de ABG voor de middellange termijn ook niet duidelijk is. Juist vanwege deze onzekerheid moet er o.i.

straks een huisvestingsvoorstel komen (in processtap 3) dat zodanig flexibel is dat over een paar jaar geswitcht kan worden naar een dan meer passender oplossing (indien het ABG-construct levensvatbaar wordt bevonden). Het volop faciliteren van thuiswerken lijkt ons een must, dat nu al plaats moet vinden. N.a.v. de wens van sommigen om de huisvestingskwestie te “depolitiseren” (p. 12): als daarmee ook bedoeld wordt dat de raad zich niet uitspreekt over de locatie en/of inrichting, dan zijn wij geen voorstander van depolitisering. Dat geldt overigens niet alleen voor de back-office maar ook voor de front-office. Het ABG-bestuur geniet in dit dossier niet zoveel vertrouwen van ons dat wij aan het bestuur de verder uitwerking over willen laten.

Reactie: In de bovengenoemde 9 punten lopen wensen en politiek-bestuurlijke opvattingen enigermate door elkaar. Op enkele van de bovengenoemde punten kan het concept rapport aangevuld worden, lees verduidelijkt worden. Zonder als rapporteur te (willen) treden in die punten waartoe de bevoegdheden en verantwoordelijkheden bij anderen berusten, lees ABG bestuur, colleges en raden. 4. Ons standpunt over de uitgangspunten (p. 13/14): a) 1 t/m 4: dienen geschrapt (want niet relevant voor deze opdracht; zie hiervoor) b) 5 en 6: oneens; dat komt pas aan de orde in processtap 3; bovendien lijkt een besluit over fase 2 voorbarig c) 7: eens, maar dit moet in processtap 3 wel uitgewerkt zijn d) 8: eens e) 9: oneens, want voorbarig (moet afgewogen worden in processtap 3) f) 10 en 11: eens g) 12: onduidelijk wat hiermee wordt bedoeld. Voor ons gelden als uitgangspunten: Kosten worden afgezet tegen de efficiencyvoordelen; de kosten moeten per saldo niet hoger, maar substantieel lager worden dan de huidige huisvestingskosten, die dan doorgerekend worden naar de 3 gemeenten. De kosten voor de bestuurszetel worden wel zichtbaar gemaakt, maar maken géén onderdeel uit van de kosten voor de ABG-organisatie, en moeten dus ook buiten de kostenverdeling vallen. h) 13: eens

i)

j)

14: oneens, want genoemde locatie is voorbarig (komt in processtap 3 aan de orde) en ook in strijd met punt 13. Overigens ook oneens met het uitgangspunt dat de kosten van de gemeente waarvan de locatie verlaten wordt door drie partijen gezamenlijk moeten worden gedragen (dat was ook niet het geval bij het voorstel inzake gevolgen van het Audaxvoorstel). De drie gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de kosten van de ABG-organisatie, niet voor de gevolgen van de kosten van hun vastgoed. 15: wordt al in voorzien in de bijbehorende memo – al loopt het tijdschema flink achter.

Reactie: De uitgangspunten zullen in het nog op te stellen raadsvoorstel aan bod komen, zodat de gemeenteraden dan (16 juni) zich daarover formeel kunnen uitspreken. Het is niet aan de rapporteur om de voorgestelde uitgangspunten van een politiek-bestuurlijke reactie te voorzien. N.B. Correctie op p. 6, 4e alinea: “werken nu ruim 4 jaar” moet zijn: 5 jaar. Reactie: Wordt aangepast. Met vriendelijke groet, Frits van Vugt & Antonet Krol

Gilze en Rijen : GGR

Wat opvalt in het rapport van Van Mourik is de keuze voor bestuurlijke zelfstandigheid door de meerderheid van de fracties met betrekking tot de ABG. Vanuit dit denken stellen wij van Groen Gilze Rijen (GGR) de volgende vragen: 1. Hoe kijken deze fracties naar de ABG als dienstverlener die taakgericht zijn werk doet voor de deelnemende gemeenten Reactie: deze vraag is gericht aan de politiek c.q. het bestuur, niet aan de rapporteur. 2. Vanuit het gezichtspunt van bestuurlijke zelfstandigheid dient de ABG geleid worden door een onafhankelijke directeur die gecontroleerd wordt door de raden van de gemeenten. Hoe beoordeelt u het dubbele-petten probleem in de ABG-constructie? Reactie: deze vraag zal in eerste aanleg beantwoord moeten worden door het ABG-bestuur, in samenspraak met de colleges van b en w. 3. Als het maatwerk vervalt dan gaan de gemeenten weer hun eigen regie voeren. Op welke manier kunnen wij als gemeente Gilze en Rijen weer een gezond financieel kader creëren, zodat elke gemeente de vrijheid heeft ‘diensten’ af te nemen? Reactie: zie de reactie bij punt 2 hierboven. De volgende vragen hebben betrekking op de stellingen die ingenomen zijn op pagina 13 e.v. van het rapport ‘Met het oog op de toekomst, duurzaam investeren in samenleving’, rapport Van Mourik, 2021. De afspraken in het bestuurlijke convenant ‘Doorzicht” zijn door Groen Gilze Rijen niet onderschreven.

GGR heeft hier niet voor gestemd. Onze mening blijft na het lezen van het rapport ‘Van Mourik’ onveranderd.

4. GGR vindt het op zeer korte termijn de mogelijkheid het bestuurlijk perspectief te onderzoeken overbodig. Wat denkt de schrijver van het rapport hiermee te bereiken? Reactie: Duidelijkheid creëren over de toekomstige samenwerking, in het licht waarvan dan wel tegen de achtergrond daarvan een verantwoord lange(re) termijnbesluit over huisvesting kan worden genomen. 5. De meeste fracties geven aan dat zij voorstander zijn om bestuurlijk zelfstandig te blijven. Er is dus geen enkele reden en noodzaak om het ABG bestuur te versterken. Er is in eigen gemeente genoeg te doen. Hoe denkt u ‘bestuurlijk zelfstandig blijven’ in overeenstemming te brengen met een gemeenschappelijke regeling ABG waarbij de fusiegedachte uitgangspunt is? Reactie: Het ABG bestuur stuurt de ambtelijke organisatie bestuurlijk aan. In dit land zijn er diverse vergelijkbare constructies als de ABG organisatie: zelfstandige gemeenten, gezamenlijke ambtelijke organisatie. 6. Groen Gilze Rijen wil eerst inzicht hebben in wat de kosten zijn geweest bij het Audax project. Daarna een raad brede discussie over dit onderwerp en geen blanco opdracht. Wanneer worden wij als gemeenteraad geïnformeerd over de kosten die samenhangen met het ‘Audax-project’? Reactie: Deze vraag zal worden beantwoord door het ABG bestuur. 8. Het idee om het dossier te ‘depolitiseren’ wijzen wij af.

In dit belangrijke project kiezen wij er niet voor de uitvoering over te laten aan het ABG-bestuur en – directie. Als hoogste orgaan van de gemeente dient de gemeenteraad de inhoudelijke en financiële kaders, en de uitvoering te controleren. Waarom wilt u het op afstand stellen van de gemeenteraad voorrang geven in dit rapport? Reactie: het rapport geeft geen aanleiding tot de veronderstelling dat de gemeenteraad op afstand moet worden gesteld. Wanneer die indruk is ontstaan zal die in de definitieve rapportage moeten worden weggenomen. d.d. 7 mei 2021 Groen Gilze Rijen

Gilze en Rijen : PvdA

(Geen vragen en opmerkingen)

Gilze en Rijen : Kern 75

(Geen vragen en opmerkingen)

Gilze en Rijen : VVD

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10242608/1