CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

ap 6 initiatief-raadsvoorstel inzake vaststellen Verordening burgeragendering en burgerinitiatief Gilze en Rijen 2021

Raadscommissie Middelen 28 juni 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Initiatiefvoorstel D66 inzake verordening burgeragendering en burgerinitiatief Gilze en Rijen 20213.456 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INITIATIEF - RAADSVOORSTEL Raadsvergadering: Behandelend medewerker: Cluster: Afdeling:

19 juli 2021 n.v.t.

Agendapunt: Portefeuillehouder

burgemeester Alssema

Programma: Griffie

Initiatiefvoorstel tot: vaststellen van de Verordening op de burgeragendering en het burgerinitiatief Gilze en Rijen 2021.

1. Samenvatting Aanleiding: Wij vinden dat de invloed van inwoners op de besluitvorming van de raad versterkt dient te worden. Het recht om onderwerpen te agenderen (burgeragendering) en het recht om concrete voorstellen aan de gemeenteraad te doen (burgerinitiatief) zijn daarbij goede mogelijkheden, die wij graag willen gaan beproeven. Burgeragendering en burgerinitiatief geven burgers het recht om zelf direct onderwerpen op de politieke agenda te plaatsen. Invoering van beide instrumenten houdt in dat burgers een extra kanaal hebben om de representatieve democratie te beïnvloeden. Het vormt een verbindingsschakel tussen de representatieve en participatieve democratie. De directe invloed van burgers versterkt de besluitvorming van de raad. Zowel de burgeragendering als het burgerinitiatief zijn (naast andere) mogelijkheden om participatie van burgers bij de beleidsvorming en besluitvorming door de gemeenteraad te stimuleren. De voorgestelde verordening is gebaseerd op de modelverordening van de VNG voor burgerinitiatief. In de modelverordening wordt onder een burgerinitiatief zowel het recht verstaan om een onderwerp op de agenda van de raad te plaatsen als het recht om een voorstel aan de raad voor te leggen.

In navolging van de gemeente Alphen-Chaam, die een dergelijke verordening in 2005 voor het eerst introduceerde en vorige jaar actualiseerde, worden beide instrumenten - burgeragendering en burgerinitiatief - tezamen in deze verordening geregeld, met vergelijkbare condities, zij het dat de procedure voor burgeragendering versimpeld wordt. Gevraagde beslissing: De Verordening op de burgeragendering en het burgerinitiatief Gilze en Rijen 2021 vast te stellen. Om inzicht te krijgen in de inhoud, procedure en het aantal ingediende agenderingen, procesgang en initiatieven wordt de verordening na twee jaar geëvalueerd. Beoogd effect: Het burgerinitiatief en de burgeragendering zijn instrumenten voor inwoners om een nieuw onderwerp of voorstel op de agenda van de raad c.q. de raadscommissie te plaatsen. De raad c.q. de raadscommissie moet vervolgens over dit punt beraadslagen, mits aan de gestelde voorwaarden is voldaan. De instrumenten kunnen op die manier de participatie en betrokkenheid van burgers vergroten en geeft hen de mogelijkheid direct invloed uit te oefenen op de politieke agenda.

*RS21.00005* RS21.00005

2. Onderbouwing, aanpak, uitvoering In de VNG-modelverordening wordt onder een burgerinitiatief zowel het recht verstaan om een onderwerp op de agenda van de raad te plaatsen als het recht om een voorstel aan de raad voor te leggen. In deze verordening wordt – in navolging van die van Alphen-Chaam - hierin onderscheid gemaakt. Het eerste wordt aangeduid als burgeragendering en het tweede als een burgerinitiatief. In afwijking van de verordening van onze buurgemeente, is het onderscheid in dit voorstel tussen beide instrumenten strikter: de burgeragendering geeft een inwoner het recht tot agendering en bespreking van een aangedragen thema in de raadscommissie. Terwijl bij een burgerinitiatief de inwoner een concreet voorstel doet aan de raad, en het daar uiteindelijk (na een commissiebehandeling) ook tot een besluit leidt. Zij onderscheiden zich ook doordat er voor de burgeragendering geen ondersteuningshandtekeningen worden gevraagd en voor het burgerinitiatief 50 handtekeningen zijn vereist. En er zijn ook verschillen in onderwerpen die wel of niet uitgezonderd kunnen worden. De procedures voor beide instrumenten lijken deels op elkaar, met dien verstande dat bij de burgeragendering de politieke bespreking louter in de raadscommissie plaats vindt, en bij het burgerinitiatief zowel bespreking in de raadscommissie en uiteindelijk de raad aan de orde is.

Vandaar dat de procedure bij de burgeragendering ‘lichter’ is (geen handtekeningenlijst meer vereist). In de verordening wordt in de artikelen 5 t/m 8 deze procedure beschreven. 3. Alternatieven Voor de juridische grondslag van het burgerinitiatief en de burgeractiviteit wordt verwezen naar de in artikel 149 van de Gemeentewet opgenomen algemene verordenende bevoegdheid van de raad. Inhoudelijk zijn er andere keuzes te maken over wie initiatiefgerechtigd zijn (artikel 3). In navolging van Alphen-Chaam zijn dat in dit voorstel alle kiesgerechtigden, maar ook jongeren vanaf 12 jaar en statushouders. Het is mogelijk om andere leeftijdscriteria te hanteren of te differentiëren per instrument. Ook zijn er andere keuzes mogelijk met betrekking tot de vraag welke onderwerpen (niet) ingebracht kunnen worden (artikel 4). Ten slotte zijn er andere opties denkbaar als het gaat om de vraag aan welke procedurele voorwaarden moet worden voldaan, dan wel andere keuzes met betrekking tot de wijze waarop het burgerinitiatief en de burgeractiviteit worden ingericht. In dit voorstel wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de modelverordening van de VNG en de verordening van Alphen-Chaam. 4. Lasten, baten en dekking Investering: n.v.t. Eenmalige kosten: Het besluit heeft geen financiële consequenties.

Wel is het belangrijk om binnen het communicatiebudget rekening te houden met de nodige publiciteit om de nieuwe democratische rechten onder de aandacht van de inwoners te brengen. Structurele kosten: n.v.t. Dekking: n.v.t. 5. Duurzaamheid Geen directe relatie.

2

6. Commissiebehandeling Tijdens de behandeling zijn er diverse opmerkingen gemaakt. Zo vroegen sommige fracties zich af of er niet beter gewacht kon worden op een ‘breder kader voor burgerparticipatie’. Dat breder kader had kunnen komen van de werkgroep ‘Omgangsvormen, aangezien in de motie van 4 november 2019 ook gevraagd werd na te denken over verbeteringen “in de wijze waarop inwoners en andere stakeholders inbreng kunnen hebben bij raads- en commissievergaderingen”. Tot een advies terzake is het echter niet gekomen. Inmiddels heeft het college recent de afspraak gemaakt dat er een visie op burgerparticipatie ontwikkeld gaat worden. Maar tot meer concretisering over het wat en hoe heeft dit nog niet geleid – eerst moet er nog een ambtelijk trekker worden gevonden en een plan van aanpak gemaakt. Volgens de portefeuillehouder is het eerste half jaar zo’n visie zeker nog niet te verwachten. Vandaar dat dit initiatiefvoorstel nu wordt doorgezet. Daarnaast is er de suggestie gedaan om de burgerinvloed ‘minder bureaucratisch’ te maken bijv. door aan te sluiten bij bestaande regels. Dat heeft ertoe geleid dat in dit bijgestelde initiatiefvoorstel de burgeragendering veel makkelijker wordt gemaakt (geen handtekeningenlijst) en beter aansluit bij commissieverordening.

Ook zijn vragen gesteld over de relatie tussen deze 2 vormen van burgerparticipatie en andere, zoals ‘right to challenge’ en het bestaan van de subsidieregeling F’ONS. In een aparte memo zal hier nog op in worden gegaan. 7. Relatie ABG-organisatie Een vergelijkbare verordening is op 17 september 2020 in Alphen-Chaam vastgesteld. 8. Risico's Het kan voorkomen dat de uitkomst van de bespreking in de raad voor de indieners van een burgeragendering of burgerinitiatief niet bevredigend is. Dit kan leiden tot teleurstelling en tot minder in plaats van meer betrokkenheid bij de lokale democratie. Goede communicatie over en begeleiding van de burgeragendering en/of het burgerinitiatief zijn daarom belangrijk om realistische verwachtingen te wekken. 9. Vervolg Planning: De verordening treedt in werking op 1 september 2021. Evaluatie: In artikel 8 van de verordening is opgenomen dat deze na twee jaar geëvalueerd wordt. Doel van die evaluatie is inzicht te krijgen in de inhoud, het proces en het aantal ingediende agenderingen en in het aantal ingediende initiatieven en de procesgang. Communicatie: De bekendmaking geschiedt via de gebruikelijke kanalen. Deze informatie wordt na het in werking treden van de verordening geactualiseerd. Aan het college wordt gevraagd om de beide nieuwe instrumenten goed in de publiciteit te brengen. De D66 GEMEENTERAADSFRACTIE VAN GILZE EN RIJEN

G.W.M. (Frits) van Vugt fractievoorzitter Bijlage: bijlage 1 bij de verordening: model voor burgerinitiatief en handtekeningenlijsT

3

Agendapunt Vergadering d.d. 11 februari 2021. DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN;

gezien het initiatiefvoorstel, genummerd RS21.0005, van de fractie van D66; gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op de burgeragendering en het burgerinitiatief Gilze en Rijen 2021 Artikel 1: definities 1. In deze verordening wordt verstaan onder een burgeragendering: een verzoek van een initiatiefgerechtigde om een onderwerp op de agenda van een raadscommissie te plaatsen. 2. In deze verordening wordt verstaan onder een burgerinitiatief: een verzoek van een initiatiefgerechtigde om een voorstel op de agenda van de raad te plaatsen. Artikel 2: ontvankelijkheid van het verzoek 1. De raadscommissie casu quo de raad neemt een burgeragendering of een burgerinitiatief in behandeling, indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een ontvankelijk verzoek is ingediend. 2. Een verzoek is niet ontvankelijk indien het: a. een onderwerp als bedoeld in artikel 4 lid 1 betreft, of b. niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 4 lid 2 t/m 5, artikel 5 en artikel 6. Artikel 3: Initiatiefgerechtigden 1.

Initiatiefgerechtigd zijn degenen die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad, ingezetenen van de gemeente van 12 jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de leden van de gemeenteraad (Kieswet, artikel B3) alsmede statushouders die ingeschreven zijn in de gemeentelijke basisregistratie personen. 2. Voor de beoordeling of iemand initiatiefgerechtigd is, is de situatie op de dag van indiening van het verzoek bepalend. Artikel 4: uitsluiting van onderwerpen 1. Een burgeragendering of een burgerinitiatief kan geen betrekking hebben op: a. een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van het gemeentebestuur; b. de gemeentelijke organisatie; c. een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht; d. een bezwaar of openstaande bezwaarprocedure in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur; e. vaststelling en wijziging van de gemeentelijke begroting en onderliggende begrotingen; f. gemeentelijke belastingen en tarieven; g. individuele kwesties, zoals benoemingen, schorsingen, kwijtscheldingen of schenkingen,

*RS21.00005* RS21.00005

geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers dan wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechthebbenden. 2. Een burgerinitiatief kan tevens geen betrekking hebben op gemeentelijke procedures of een onderwerp waarover korter dan twee jaar voor indiening van het burgerinitiatief door de raad een besluit is genomen. 3. Een burgeragendering of een burgerinitiatief met een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad, maar valt onder de bevoegdheid van het college van B&W of de burgemeester, zal door de raad, casu quo de raadscommissie, vergezeld van zijn (c.q. haar) advies, worden doorgezonden. 4. Het college of de burgemeester laat, als lid 3 toegepast wordt, de raad en de initiatiefnemer weten wat met het ingediende onderwerp wordt gedaan. 5. Indien uit de realisering van het burgerinitiatief kosten voortvloeien, wordt daarvan door de initiatiefnemer een globale raming gegeven. Artikel 5: verzoek om burgeragendering 1. Het verzoek tot plaatsing van een burgeragendering op de agenda van de vergadering van de raadscommissie wordt door de initiatiefnemer ingediend bij de voorzitter van de raad. 2. Het verzoek bij een burgeragendering bevat ten minste: a. een omschrijving van het onderwerp; b. een aanleiding en een doel van bespreking, een voorstel voor de wijze van bespreken en wat de bespreking volgens de initiatiefnemers zou moeten opleveren; c.

de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening(en) van de initiatiefnemer(s). Artikel 6: verzoek om burgerinitiatief 1. Het verzoek tot plaatsing van een burgerinitiatief op de agenda van de vergadering van de raad wordt door de initiatiefnemer ingediend bij de voorzitter van de raad. 2. Het verzoek bij een burgerinitiatief bevat ten minste: a. een nauwkeurige omschrijving van het burgerinitiatiefvoorstel; b. een toelichting, incl. huidige knelpunten en wensen, waartoe het voorstel moet leiden, en indien relevant: betrokkenheid inwoners en organisaties, benodigde middelen, kosten en tijdspad; c. de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening(en) van de initiatiefnemer(s); d. een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata en handtekeningen van de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen. 3. Er wordt gebruik gemaakt van het in bijlage 1 van deze verordening opgenomen model en de handtekeningenlijst. 4. Een burgerinitiatief wordt ten minste ondersteund door 50 initiatiefgerechtigden. Indien het initiatief betrekking heeft op een bepaalde straat dient het door ten minste 25 bewoners/initiatiefgerechtigden of ten minste de helft van de bewoners/initiatiefgerechtigden van de desbetreffende straat te worden ondersteund. Artikel 7: procedure bij een burgeragendering 1.

De voorzitter van de raadscommissie beslist of het voorstel voldoet aan de ontvankelijkheidsvereisten als bedoeld in artikel 2, tweede lid. 2. Indien de voorzitter de burgeragendering ontvankelijk verklaart, plaatst de voorzitter dit op de agenda van de eerstvolgende commissievergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende commissievergadering geplaatst. 3. De initiatiefnemer krijgt de gelegenheid het thema van de burgeragendering in de in lid 2 genoemde vergadering toe te lichten, er vragen van commissieleden over te beantwoorden en 5

krijgt daarbij een tweede termijn. Artikel 20 van de verordening op de raadscommissies is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat interrupties door de initiatiefnemer zijn toegestaan. 4. De raadscommissie trekt conclusies bij een burgeragendering Artikel 8: procedure bij een burgerinitiatief 1. De voorzitter van de raad beslist of het voorstel voldoet aan de ontvankelijkheidsvereisten als bedoeld in artikel 2, tweede lid. 2. Indien de voorzitter van de raad het burgerinitiatief ontvankelijk verklaart, plaatst de voorzitter dit op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. 3. De initiatiefnemer krijgt de gelegenheid het burgerinitiatief in de in lid 2 genoemde vergadering kort toe te lichten. 4. Vervolgens neemt de raad het burgerinitiatief in procedure en vraagt het presidium om dit te agenderen voor inhoudelijke behandeling in een raadsvergadering, via de reguliere commissievoorbereiding. 5. Het college kan desgewenst zijn mening voorafgaande aan de behandeling van de burgeragendering aan de raad kenbaar maken. 6. De raad verzoekt het college om ten behoeve van de inhoudelijke behandeling in de raad zijn mening omtrent het burgerinitiatief aan de raad kenbaar te maken.

Indien het college zich niet met het burgerinitiatief kan verenigen, kan het de raad adviseren het voorstel niet te aanvaarden, dan wel na wijziging te aanvaarden. 7. In de in lid 4 genoemde raadsvergadering krijgt de initiatiefnemer de gelegenheid het voorstel van het burgerinitiatief toe te lichten, er vragen van raadsleden over te beantwoorden en krijgt daarbij een tweede termijn. 8. De raad besluit over een burgerinitiatief. 9. Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatief een besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of wordt dit op gebruikelijke wijze openbaar bekend gemaakt. 10. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt door de griffier van het besluit mededeling gedaan aan de initiatiefnemer. 11. Indien een burgerinitiatief is afgewezen, is sprake van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar en beroep open staat. 12. Beraadslaging en besluitvorming over een burgerinitiatief vindt plaats binnen twaalf weken nadat de raad heeft besloten om het burgerinitiatief in behandeling te nemen. 13. Indien een burgerinitiatief wordt ingediend in de maanden juli of augustus worden de termijnen met twaalf, respectievelijk acht weken verlengd. Artikel 9 1. Deze verordening treedt in werking op 1 september 2021. 2.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de burgeragendering en het burgerinitiatief gemeente Gilze en Rijen 2021. 3. Deze verordening wordt twee jaar na inwerkingtreding geëvalueerd. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 19 juli 2021. DE RAAD VOORNOEMD, de griffier, de voorzitter,

S. van Dijk

D.A. Alssema 6

Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 De term “burgerinitiatief” (in engere zin) wordt gehanteerd voor de aanduiding van een voorstel dat door een burger bij de gemeenteraad kan worden ingediend. De modelverordening van de VNG kent twee alternatieve begripsomschrijvingen ter nadere invulling van deze term. Zo kan worden geopteerd voor de mogelijkheid dat de burger alleen een concreet voorstel kan doen of ruimer: het aandragen (lees: agenderen) van een onderwerp. In deze verordening is – in navolging van de gemeente Alphen-Chaam- naast het burgerinitiatief in engere zin (voorstel doen aan de raad) ook de burgeragendering opgenomen, in de geest van het aandragen van een onderwerp zoals in de modelverordening VNG is opgenomen. Artikel 2 Uit dit artikel volgt dat de gemeenteraad een burgerinitiatief op de agenda van een raadsvergadering moet plaatsen en een burgeragendering op de agenda van de raadscommissie, indien er sprake is van een geldig verzoek, ingediend door een initiatiefgerechtigde. De gemeenteraad committeert zich dan aan besluitvorming over het burgerinitiatief. Een burgeragendering wordt na geldig verzoek geagendeerd in de betreffende commissie. Van een geldig verzoek is sprake als het onderwerp niet in artikel 4 is uitgezonderd en aan de in artikel 5 en artikel 6 gestelde procedurele voorwaarden wordt voldaan.

In artikel 3 wordt nader omschreven wanneer een persoon gerechtigd is voor een initiatief of een verzoek. Een niet ontvankelijk burgerinitiatief of burgeragendering is een besluit in de zin van de Awb waartegen bezwaar/beroep mogelijk is. Op grond van artikel 4:5 Awb kan een aanvraag (in dit geval voor een burgerinitiatief/burgeragendering) buiten behandeling worden gelaten als niet aan de voorwaarden wordt voldaan. De initiatiefnemer wordt vervolgens in de gelegenheid gesteld zijn initiatief gedurende een bepaalde periode (meestal 2 weken) aan te vullen zodat er alsnog een ontvankelijke aanvraag ontstaat. Artikel 3 Het ligt voor de hand het initiatiefrecht toe te kennen aan kiesgerechtigden voor de gemeenteraadsverkiezingen, vanuit de gedacht dat het burgerinitiatief een instrument is om burgers bij de besluitvorming van de raad te betrekken en die te beïnvloeden. Wie kiesgerechtigd is, is vastgelegd in de Kieswet. Om ook jongeren bij de gemeentelijke politiek te betrekken is de leeftijdsgrens voor het initiatiefrecht verlaagd naar 12 jaar. Daarnaast zijn statushouders, woonachting in Gilze en Rijen (wat blijkt uit de inschrijving van de basisregistratie) initiatiefgerechtigd. Artikel 4 De beperkingen die dit artikel stelt aan de inhoud van een burgerinitiatief of burgeragendering vloeien vooral voort uit doelmatigheidsoverwegingen.

Het is bijvoorbeeld weinig efficiënt om de raad te belasten met de beraadslaging over een onderwerp waarover het gemeentebestuur uiteindelijk geen beslissende bevoegdheid heeft. Een ander argument voor deze uitzondering is, dat de afstand tussen burger en bestuur alleen maar wordt vergroot als de burger na het doorlopen van de burgerinitiatiefprocedure te horen krijgt dat de raad niets met het burgerinitiatief kan doen, omdat hij daar niet over gaat. Ook moet voorkomen worden dat het burgerinitiatief of burgeragendering andere procedures zoals de bezwaar- of de klachtprocedure doorkruist. Met het oog hierop is bepaald dat het burgerinitiatief of burgeragendering geen bezwaar tegen een genomen besluit of een klacht over een gedraging van het gemeentebestuur kan inhouden. Hiervoor heeft de burger andere wegen.

Tenslotte is het evenmin de bedoeling dat zaken die recent nog in de raad aan de orde zijn geweest opnieuw onderwerp van bespreking worden als gevolg van een burgerinitiatief. Dit zou de besluitvorming in de raad te zeer kunnen frustreren. Ter zake kan men wel een burgeragendering organiseren. Dit niet toestaan zou de drempel naar de lokale politiek en democratie te groot maken. Artikel 5 en artikel 6 Zowel bij een verzoek om burgeragendering als bij een burgerinitiatief zal moeten worden aangegeven wat precies de bedoeling is van het verzoek. In het geval van een burgerinitiatief wordt een concreet voorstel aan de raad verwacht. Bij een verzoek om een burgerinitiatief wordt gevraagd naar steunverklaringen om daarmee enig draagvlak voor het voorstel mee aan te tonen. Bij een voorstel voor burgeragendering hoeft dat niet (maar mag wel natuurlijk). In artikel 6 is bepaald hoe steunbetuigingen kunnen worden ingediend en hoeveel dat er minimaal moeten zijn. Om fraude met namen te voorkomen wordt naar personalia gevraagd als adressen en geboortedata. Vooral dat laatste gegeven kan niet aan openbare bronnen als telefoonboeken worden ontleend. Op grond van deze gegevens kan de gemeente onderzoeken of het verzoek de steun van voldoende daartoe gerechtigde personen heeft. Artikel 7 De procedure bij een burgeragendering is simpel.

Nadat het verzoek is getoetst en akkoord bevonden, vindt zo spoedig mogelijk agendering en bespreking plaats in de desbetreffende raadscommissie. Dan krijgt het voorstel aandacht in de commissie, waarbij ook de initiatiefnemer zijn/haar zegje kan doen, zoals ook insprekers dat mogen bij reguliere commissievergaderingen. Ook mogen de initiatiefnemers aan het debat meedoen (interrupties toegestaan). Aan het eind van de bespreking treft de commissies conclusies over wat ze van het onderwerp vinden, en of ze er bijvoorbeeld nog een vervolg aan willen geven of niet. Artikel 7 Bij een burgerinitiatief vindt de behandeling getrapt plaats. Na akkoordbevinding vindt er eerst een (korte) bespreking in de raad plaats, waarin de initiatiefnemer het voorstel eventueel (kort) kan toelichten. Raadsleden kunnen eventueel al hun eerste reactie meegeven aan de initiatiefnemer. Daarna wordt het in de eerstvolgende cyclus behandeld: eerst in de commissie en daarna – ter besluitvorming – in de raad. Het college is dan ook in de gelegenheid zijn visie te geven over de (on)wenselijkheden en (on)mogelijkheden van het voorstel. Bij de commissiebehandeling en de afsluitende raadsbehandeling krijgt de initiatiefnemen de mogelijkheid het voorstel nader toe te lichten en te verdedigen.

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10269709/1