CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

ap 6 beantwoording nagekomen vragen raadsvoorstel onderdoorgang spoor

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake het aanpassen van de onderdoorgang Julianastraat-Stationsstraat2.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reeds gestelde en aanvullende vragen m.b.t. raadsvoorstel onderdoorgang spoor t.b.v. raad 17 juni 2021 Frits van Vugt Door mij reeds gestelde vragen tijdens cie Ruimte op 8 juni: Vraag 1: Wij zagen op de tekening dat er een loopbrug van de ene kant naar de andere kant van de Julianastraat getekend is. Op zich mooi voor de inwoners van de Spoorlaan zuid die naar het centrum of het station willen en nu niet ver om hoeven te lopen. Vraag aan de wethouder: is voor deze brug al een fiat gegeven door het college, en wat zijn de extra kosten ervan? Hierop kwam geen antwoord. Antwoord: Door de verlenging van de zuidelijke toerit zien wij dat de bereikbaarheid van het station voor voetgangers en fietsers (aan de hand) vanuit het zuidwest kwadrant (militaire wijk) minder goed is. Aanvankelijk was er een idee van uit de belanghebbendengroep om een loopverbinding direct langs het spoor aan de zuidkant te projecteren. Deze bleek moeilijk inpasbaar en ook erg duur. Daarom is er toen (gemotiveerd) van afgezien. Echter, als een loopbrug iets zuidelijker wordt ingepast (zoals de fietsbrug aan de noordkant), dan kan met relatief weinig inspanning veel kwaliteit worden gewonnen voor de gebruiker. Het college vindt dit een positieve ontwikkeling maar heeft formeel nog geen fiat gegeven omdat dit pas later aan de orde is.

De kosten van de loopbrug hebben we op hoofdlijnen geraamd, maar zijn niet goed als een afzonderlijk onderdeel binnen het geheel van de scope waarneembaar. Vooralsnog hebben we extra kosten voor de loopbrug geraamd van maximaal ca. € 30.000,-. De loopbrug wordt als optie meegenomen in het vervolg van het ontwerpproces en kunnen we pas definitief tot de scope rekenen als het ontwerp en kostenraming een stap verder zijn. Dan kunnen we budget en kosten met meer zekerheid met elkaar vergelijken. Wij verwachten dit in het voorjaar van 2022 aan uw raad te kunnen melden/voorleggen. Vraag 2: Op de vraag hoe vaak de laatste 5 jaar voor een echte brand uitgerukt moest worden op de luchtmachtbasis, kwam als antwoord van de burgemeester: in 2020 4 x prio 1 en gemiddeld over de laatste jaren 4 tot 5x prio 1. Maar de vraag was wanneer er daadwerkelijk brand was geweest in de logiesgebouwen? Graag alsnog daar antwoord op. Antwoord: Conform de Wet op de Veiligheidsregio’s is de gemeente verantwoordelijk voor de brandbestrijding binnen de gemeentegrenzen en dus ook de gebouwen op de vliegbasis. Naast de basisbrandweerzorg is er voor de vliegbasis nog een rampbestrijdingsplan. In dit plan staat dat de tankautospuit van Rijen de eerste ondersteuning biedt. Daarbij geldt altijd dat de opkomsttijd gehaald moet worden.

Van de vier prio 1 meldingen in 2020 ging het drie keer om een melding van een luchtvaartincident. De vierde melding was naar aanleiding van een automatisch brandalarm in het logiesgebouw. Bij alle meldingen bleek dat er niet daadwerkelijk sprake was van een brand in de logiesgebouwen, maar dat had in alle gevallen, gezien de aard van de meldingen, wel het geval kunnen zijn.

Vraag 3: Op mijn vraag naar de aanrijtijd/opkomsttijd vanuit de brandweerkazerne Gilze, kwam het antwoord van de burgemeester dat de opkomsttijd 12 min. 19 seconden is. Graag een nadere duiding van deze tijd: wat is de tijd van a. de aanname van de melding tot het aanrijden (in schema: 4 t/m 7) (en is die vergelijkbaar met die in Rijen?)? en b. de aanrijdtijd naar de kazerne(poort) (in schema: 8) (en wat is die in Rijen?)? N.B. a + b = opkomsttijd Antwoord: Een brandweervoertuig moet bij prio 1 binnen 8 minuten na de eerste melding bij de centrale meldkamer uitgerukt zijn. Daarna volgt nog de tijd die nodig is om van de kazerne naar de objecten te komen, dit noemen we de aanrijtijd. De tijd van aanname melding door de meldkamer in Bergen op Zoom mag maximaal 2 minuten zijn. Hier kan nog enige vertraging in zitten als de melder een melding doet met zijn mobiele telefoon. Alle mobiele meldingen komen binnen bij de Nationale politie in Driebergen die de melder doorverbindt met de betreffende regio. De tijd dat vrijwilligers daarna vanaf de kazerne uitrukken is vastgesteld op maximaal 6 minuten. Dit is dus de tijd tussen afgaan van de pager, het verplaatsen naar de kazerne, omkleden en dat voor minimaal 6 personen (het aantal personen dat in de brandweerwagen moet zitten om weg te rijden).

De tijd van aanname en opkomst ligt bij vrijwillige brandweerposten ergens tussen de 4 en 6 minuten. Afhankelijk van het aantal beschikbare vrijwilligers en de locaties waar ze vandaan moeten komen (dag/nacht/weekend). Met een computerprogramma wordt met woon- en werkadressen van vrijwilligers de opkomsttijd berekend. Door corona waren in 2020 veel vrijwilligers thuis aan het werk en waren de opkomsttijden dus ook laag. Voor de vliegbasis zijn de tijden en volgorde die het programma momenteel berekent: - Rijen 08:34 minuten - Dorst 11:15 minuten - Gilze 12:19 minuten - Tilburg Vossenberg 14:27 minuten Het verschil tussen Rijen en Gilze is dus ~4 minuten en zit met name in de afstand tussen kazerne en de vliegbasis. Voor ieder object of wijkdeel kan de volgorde van post waar de voertuigen vandaan komen wisselen. Dit is vastgelegd in de Korps Volgorde Tabel (KVT) en zorgt ervoor dat altijd de snelste brandweerzorg geleverd wordt. Ook bij tijdelijke wegafsluitingen, enz. Vraag 4: Waarom wordt in optie 1 als blijvende route voor de brandweer via de Dagpauwoog en fietspad langs het spoor en Generaal van Geenstraat gekozen, terwijl de Atalanta iets verder op slechts 44 meter van de hoek Generaal van Geenstraat en Kareldoormanstraat ligt. Door dit korte stuk te bestraten bespaart men de herinrichtingskosten voor de fietspaden en de Generaal van Geenstraat.

Antwoord: Deze optie is op 15 april tijdens de praktijktest met het brandweervoertuig ook onderzocht. Deze

optie is afgevallen vanwege het rioolgemaal en pompkelder die in de betreffende bocht bij de Atalanta liggen. Het vraagt een grote reconstructie van het netwerk van ondergrondse voorzieningen om dit te realiseren. Daarnaast zit daar een uitdaging met het hoogteverschil. Verder moet bij een keuze voor optie 1 de wegbreedte over de gehele Atalanta aangepast worden naar 8 meter Op dit moment bedraagt de wegbreedte gemiddeld 4,5 meter. (Zie ook het aanvullende memo van de brandweer van 22 april 2021). Vraag 5: De burgemeester stelde tijdens de Commissie vergadering dat er 4 a 5 Prio een melding voor de vliegbasis in 2020 waren geweest. kunnen wij inzage krijgen in het aantal Prio 1 meldingen voor de jaren 2016 - 2020. Met per melding de actueel gerealiseerde opkomsttijd, de tijd tussen de melding en het arriveren op locatie? Antwoord: Daar is op deze korte termijn geen antwoord op te geven. Voor 2020 zijn deze wel voor handen. Dag / nacht / weekend 25 mei Dag 12 juli Weekend 8 augustus Weekend 13 augustus Dag

Rijen (eerste TS6 ter plaatse = normtijd) 07:51 minuten 07:44 minuten 07:23 minuten 09:28 minuten

Vraag 6: Waarom wordt de militaire wijk achter gesteld in Brandweer bereikbaarheid, terwijl de Basis zowel een 24/7 parate TAS-4 bemanning heeft en een BHV team (bedrijfshulpverlenings team) en EHBO team, die naast brand bestrijding ook voor b.v. Reanimatie e.d. Uitstekend zijn uitgerust.? En altijd de eerste inzet kunnen plegen. Terwijl voor de militaire wijk de eerste inzet vanuit de brandweer Rijen gepleegd dient te worden? Antwoord: De militaire wijk wordt niet achtergesteld in de bereikbaarheid van de brandweer. De computerberekening laat zien dat de brandweer op de hoek Frederikplein / Saksen Weimarstraat binnen 8:08 minuten kan zijn. Dichter bij de overweg zelfs 07:38 minuten. Dankzij de bouw van de onderdoorgang verbetert straks de brandweerzorg voor de militaire wijk, omdat de brandweer dan onbelemmerd het spoor passeert. Er is dan geen risico meer op een dichte spoorwegbomen (33 minuten per uur in 2030). De inzet van een TS4 van de luchtmacht buiten het luchtmachtterrein heeft de consequentie dat er geen basisbrandweerzorg meer is op de vliegbasis. Deze zal dan door de post Rijen verzorgd moeten worden. Zie hoofdstuk 6.3 van het rapport van de brandweer van december 2020. Voor branden geldt dat om aan de norm te voldoen er minimaal één brandweervoertuig en 6 brandweermensen ter plaatse moet zijn.

Waar het gaat om reanimaties zou het opleiden en opgeleid houden van vrijwilligers in de wijk naast de drie 24/7 door de gemeente beschikbaar gestelde AED’s meer levens kunnen redden. Helaas is het

aantal deelnemers aan het reanimatiesysteem HartslagNu in deze wijk erg laag. Hoe sneller begonnen kan worden met de reanimatie (elke seconde telt) des te groter de overlevingskans is. Vraag 7: Waarop baseert het college dat de hellingshoek aan beide kanten meer dan 4% veilig zijn, terwijl gecertificeerde instanties (VVN en IVPDelft) stellig overtuigd zijn van het omgekeerde? Antwoord: Wij hebben niet alle instanties in Nederland om hun advies gevraagd. Voor veiligheid is SWOV een deskundig en gerenommeerd instituut en voor de toegankelijkheid van de onderdoorgang door kwetsbare verkeersdeelnemers hebben wij stichting ZET (en ervaringsdeskundigen uit de vrijwilligerspool inclusiebeleid) gevraagd. Beide partijen hebben het ontwerp beoordeeld. SWOV stelt dat het ontwerp veilig is en ZET plaatst kanttekeningen bij de hellingshoek. Dit heeft ertoe geleid om het ontwerp aan te passen en een bovengrens van 4% te stellen aan de gemiddelde hellingshoek. Wij nemen ons voor om in de vervolgfase van het ontwerpproces drie dingen te doen: - Alle optimalisatie-energie te richten op het flauwer maken van de hellingen, dus de hellingshoek verder naar beneden krijgen. In ons eerdere antwoord voor de commissie van 8 juni j.l.

op een soortgelijke vraag hebben we hiervan al enkele voorbeelden gegeven; - Het verloop van de helling, inclusief het gedeelte onder de onderdoorgang (nu 17 m plat vlak) zodanig vormgeven dat er – binnen de grenzen van de gemiddelde helling – een zo comfortabel mogelijk langsprofiel ontstaat voor de fietser; - Het ontwerp op gezette tijden door middel van externe ontwerpreviews laten toetsen door deskundigen zoals de SWOV maar ook deskundigen van VVN en de fietsersbond. Op deze wijze willen wij de prestatie van de onderdoorgang voor fietsers – binnen de grenzen van het horizontale vlak – optimaliseren. Vraag 8: Kunnen wij inzage krijgen in de afspraak tussen de Burgemeester en de VR betreffende de afwijking van de minimale doorrijdhoogte. Is dit document getekend door het Hoofd van de VR of is dit op een lager niveau besloten? Antwoord: Deze afspraken zijn in 2018 al gemaakt, bij het actualiseren van het rapport nogmaals geverifieerd en middels een brief door de districtsmanager Hart van Brabant van de Veiligheidsregio ondertekend. Vraag 9: De wethouder suggereerde dat er oplossingen besproken waren met de betrokkenen voor de leveranties via de verlengde ventweg aan de oostzijde van de julianastraat.

Kunnen wij inzage krijgen in de geboden oplossingen? Antwoord: De aanpassing van de zuidelijke toerit met verschuiving naar het westen voorziet in de mogelijkheid om de garageboxen achter Julianastraat 106 bereikbaar te houden voor een voertuig met aanhangwagen. Voorts is op 20 mei j.l. met omwonenden en bedrijven (’t Rijens Vat, Huize van Marrosa, v.d. Steen) gesproken over punten van zorg en aandacht die spelen bij de herinrichting van de Julianastraat, zoals logisitiek (leveranciers, ophalen van huisvuil), het aanzicht, logica van

(loop)routes, parkeren, snelheidsbeperkende maatregelen e.d. Indien gewenst kunt u het verslag van deze bijeenkomst ontvangen. Deze zorgen,wensen en aandachtspunten hebben we genoteerd. We vertalen deze in de komende tijd naar eisen (KES: klant eis specificatie) en gaan dit samen met de betrokken bewoners/bedrijven vast leggen. Het ontwerp moet straks voldoen aan de vastgelegde KES . Dit doen wij ook met zorgen, wensen en aandachtspunten van de vertegenwoordigers van de Militaire wijk, waarvoor nu gebiedsontwikkelingsplannen worden opgesteld. Met alle eisen gaan wij in de komende periode het ontwerp aanscherpen. Het ontwerp bespreken wij vervolgens met omwonenden en overige stakeholders. Wij verwachten met deze werkwijze tot een gedragen oplossing te komen voor nu levende zorgen en wensen. Vraag 10: Waar staat in het Accent of SWOV verkeersdeskundig rapport dat gekeken is naar de hellingshoek? Nergens staat in het SWOV-rapport dat wordt rekening gehouden met de helllingshoek. Dat zou inhouden dat verkeersveiligheid onafhankelijk is van de hellingshoek. Antwoord: Voor veiligheid is SWOV een deskundig en gerenommeerd instituut SWOV stelt dat het ontwerp (inrichting woonstraat) veilig is. SWOV heeft het ontwerp beoordeeld, inclusief de daarin benoemde hellingen. Het is voor SWOV geen aanleiding geweest om de hellingen als niet veilig te beoordelen.

ZET plaatst in het kader van de toegankelijkheid voor kwetsbare verkeersdeelnemer kanttekeningen bij de hellingshoek. Dit heeft ertoe geleid om het ontwerp aan te passen en een bovengrens van 4% te stellen aan de gemiddelde hellingshoek. Wij gaan in de vervolgfase van het ontwerpproces drie dingen doen: - Alle optimalisatie-energie te richten op het flauwer maken van de hellingen, dus de hellingshoek verder naar beneden krijgen. In ons eerdere antwoord voor de commissie van 8 juni j.l. op een soortgelijke vraag hebben we hiervan al enkele voorbeelden gegeven; - Het verloop van de helling, inclusief het gedeelte onder de onderdoorgang (nu 17 m plat vlak) zodanig vormgeven dat er – binnen de grenzen van de gemiddelde helling – een zo comfortabel mogelijk langsprofiel ontstaat voor de fietser; - Het ontwerp op gezette tijden door middel van externe ontwerpreviews laten toetsen door deskundigen zoals de SWOV maar ook deskundigen van VVN en de fietsersbond. Op deze wijze gaan wij de prestatie van de onderdoorgang voor fietsers – binnen de grenzen van het horizontale vlak – optimaliseren. Vraag 11: T.a.v. structuurplan De heer van der Ven gaf tijdens inspraak van afgelopen commissievergadering aan dat het m.e.r.besluit genomen had moeten worden alvorens de Structuurvisie ter inzage gesteld werd. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer.

Zijn vraag is: Als het college zich niet heeft gehouden aan deze wetgeving en daarbij de m.e.r.beslissingsbesluit niet heeft genomen, wat zijn dan de (juridische) gevolgen voor het vaststellen van deze structuurvisie? Kunnen we dan stellen dat deze structuurvisie in strijd is met de wet? Antwoord:

Het is niet zo dat een m.e.r. besluit genomen had moeten worden alvorens de Structuurvisie met aanvulling ter inzage te leggen. Er is namelijk geen sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht voor dit besluit, zoals door de wethouder toegelicht tijdens de commissievergadering. Door de Structuurvisie vast te stellen is deze dan ook niet in strijd met de wet. In het fictieve geval dat er wel strijd met de wet zou zijn, dan geldt dat het milieubelang in de vorm van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling – resulterend in een m.e.r. beoordelingsbesluit van het college – aan de orde komt bij het bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen en daarmee zijn – fictieve – fouten geheeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10290553/2