ap 5 beleidsnotitie verduurzaming en onderhoud gemeentelijk maatschappelijk vastgoed
Tekst van het document
Verduurzaming & onderhoud gemeentelijk maatschappelijk vastgoed
1
Inhoudsopgave Verduurzaming & onderhoud gemeentelijk maatschappelijk vastgoed .............................................. 1 Inhoudsopgave ....................................................................................................................................... 2 Inleiding................................................................................................................................................... 3 Samenhang ......................................................................................................................................... 3 Het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed..................................................................................... 3 Gemeentehuis ................................................................................................................................. 4 Rolverdeling ............................................................................................................................................ 4 Ambities beleidsplan .............................................................................................................................. 4 In 2030 zijn (bijna) alle gemeentelijke gebouwen voorzien van het energielabel A........................
4 Energielabel .................................................................................................................................... 4 Verduurzamen ................................................................................................................................ 5 Waarom willen we verduurzamen? ............................................................................................... 5 Hoe verduurzamen we?.................................................................................................................. 6 Wat en wanneer verduurzamen we?............................................................................................. 6 Wat kost verduurzamen? ............................................................................................................... 6 De energie die de gemeente gebruikt is duurzaam opgewekt ......................................................... 7 Alle gebouwen en accommodaties zijn functioneel, veilig, schoon en worden doelmatig onderhouden ...................................................................................................................................... 8 Gebruikersovereenkomsten. ..........................................................................................................
8 Beheer en onderhoud ..................................................................................................................... 8 Kosten en opbrengsten................................................................................................................... 9 Schoonmaak .................................................................................................................................... 9 Investeringen .................................................................................................................................. 9 Maatwerk per gebouw ................................................................................................................... 9 Alle gebouwen en accommodatie zijn voor zoveel mogelijk doelgroepen toegankelijk als onderdeel van een inclusieve samenleving ....................................................................................... 9
2
Inleiding In april 2019 is het koersdocument duurzaam Gilze en Rijen vastgesteld. Hierin is de koers uitgezet naar een duurzame samenleving en hoe Gilze en Rijen daar werk van maakt. We gaan bewust aan de gang om onze ecologische voetafdruk te verkleinen. Het verduurzamen en op een juiste manier onderhouden van het gemeentelijk vastgoed draagt daar aan bij. Door het vastgoed te verduurzamen en te onderhouden geeft de gemeente zelf het goede voorbeeld. We hebben al verschillende energiezuinige gebouwen, maar we willen ze allemaal zo energiezuinig mogelijk hebben. Daardoor besparen we energie(kosten) en stoten we minder CO² uit. Op die manier geven we invulling aan het terugdringen van de CO² uitstoot in 2030 met 49 %.
Samenhang Onlangs is het sport en beweegbeleid van de gemeente vastgesteld. Daarin is voor alle sportaccommodaties beschreven hoe die worden onderhouden en verduurzaamd. Deze insteek verbreden we met deze beleidsnotitie tot al het maatschappelijk vastgoed van de gemeente. Ook in het lokaal sportakkoord is afgesproken dat we het energieverbruik van sportaccommodaties met 50% verminderen.
Het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed Het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed bestaat uit alle gebouwen of bouwwerken waar de gemeente eigenaar van is en die voor de gemeente een bepaalde functie hebben. Die functie is divers, dat kan zijn; kantoor, sport, cultureel, historisch, veiligheid, milieu, strategisch, etc. Vaak heeft één gebouw meerdere functies. Alle gebouwen moeten functioneel, schoon en veilig zijn. Het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed faciliteert een behoefte die zich kenmerkt door alle de volgende kenmerken: • de behoefte is maatschappelijk van aard; • de behoefte draagt bij aan het vervullen van een gemeentelijk beleidsdoel; • de behoefte is niet commercieel1; • er is geen inkooprelatie met de gemeente. Activiteiten die niet aan alle bovenstaande criteria voldoen, komen in principe niet voor vestiging in gemeentelijke maatschappelijk vastgoed in aanmerking, tenzij de gemeente besluit dit voor marktconforme tarieven te faciliteren. Daarnaast moet er altijd een afweging gemaakt worden met betrekking tot de beschikbare ruimte. Andersom betekent deze definitie niet dat alle activiteiten die aan bovenstaande criteria voldoen, in gemeentelijk maatschappelijk vastgoed gehuisvest dienen te worden. in bijlage 1 (overzicht accommodaties) vindt u een overzicht van al het vastgoed wat de gemeente bezit en hoe dat geregeld is.
De gemeentelijke sportaccommodaties maken geen onderdeel uit van deze beleidsnota. Hiervoor verwijzen we naar het gemeentelijk sport- en beweegbeleid 2021-2025 “Gilze en Rijen beweegt!”.
1 Hier wordt gedoeld op de aard van de activiteiten binnen een gebouw. De economische activiteiten die de gemeente uitvoert zoals vastgelegd in de gemeentebegroting, zoals het verkopen van (woningbouw)grond of het inzamelen van huishoudelijk afval vallen ook onder deze definitie. Instellingen die subsidie ontvangen maar commercieel opereren, zoals bijvoorbeeld zorgaanbieder, vallen hier niet onder.
3
Gemeentehuis Gelet op de lopende discussie in ABG-verband over de huisvesting van de ambtelijke organisatie, bevat deze beleidsnota nog geen concrete plannen voor het (verduurzamen van het) gemeentehuis te Rijen. Zodra dit traject conform het door de drie gemeenteraden van de ABG-gemeenten vastgestelde procesvoorstel afgerond of beëindigd is, updaten we dit beleidsplan ten aanzien van het gemeentehuis.
Rolverdeling Het onderhouden en verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed wordt door de ambtelijke organisatie uitgevoerd in opdracht van het college. Deze beleidsnota wordt vastgesteld door de gemeenteraad en maakt daarmee onderdeel uit van de door de gemeenteraad gestelde kaders. In de uitvoering zal binnen deze kaders gewerkt worden. De financiële effecten worden jaarlijks verwerkt in de gemeentelijke begroting en het meerjareninvesteringsplan (MIP). Op deze wijze oefent de gemeenteraad haar budgetrecht uit.
Ambities beleidsplan Dit beleidsplan richt zich op de volgende beleidsambities: • in 2030 zijn (bijna) alle gemeentelijke gebouwen voorzien van het energielabel A; • de energie die de gemeente gebruikt is duurzaam opgewekt; • alle gebouwen en accommodaties zijn functioneel, veilig, schoon en worden doelmatig onderhouden; • alle gebouwen en accommodatie zijn voor zoveel mogelijk doelgroepen toegankelijk als onderdeel van een inclusieve samenleving. Hierbij geldt dat met name ambities 1,2 en 4 een nieuwe impuls geven. Ambitie 3 is een basis voor het onderhouden van gebouwen. Door dit doelmatig te doen is er ruimte om de overige ambities in te vullen.
In 2030 zijn (bijna) alle gemeentelijke gebouwen voorzien van het energielabel A Een belangrijk onderdeel van het koersdocument duurzaam Gilze en Rijen het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. De oplettende lezer zal het opvallen dat we wat uitgebreider stil staan bij deze paragraaf. Dat doen we nadrukkelijk, omdat wij als gemeente in zijn algemeenheid veel belang hechten duurzaamheid en onze ambities ook in de praktijk willen brengen
Energielabel Het energielabel zegt iets over de energieprestatie van een gebouw. Een gebouw met het energielabel G presteert het slechtst en verbruikt veel energie. Anders gezegd er gaat veel energie verloren door slechte isolatie of verouderede slecht presterende installaties. Een gebouw met het energielabel A of A+ presteert het best. Oudere gebouwen hebben vaak geen energielabel of een energielabel lager dan C. Over het algemeen geldt dat hoe ouder het gebouw is, hoe lager het energielabel is. Een energielabel is verplicht bij openbare gebouwen, verhuur of verkoop van een gebouw. Hoewel niet alle gebouwen openbaar zijn, verhuurd of verkocht worden voorzien we ze in 2021 allemaal van een actueel energielabel. Dan weten we precies waar we staan en waar we naartoe moeten. Kantoorgebouwen moeten vanaf 1 januari 2023 voorzien zijn van het energielabel C.
4
Deze verplichting geldt niet als: • de gebruiksoppervlakte van de kantoorfuncties (exclusief nevenfuncties) <50% is van de totale gebruiksoppervlakte van het gebouw; • de gebruiksoppervlakte van de kantoorfuncties en nevenfuncties daarvan in het gebouw <100 m2 is; • het gaat om rijksmonumenten als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet of in de provinciale of gemeentelijke monumentenverordening; • het gaat om een kantoorgebouw dat ten hoogste 2 jaar wordt gebruikt; • het gaat om een kantoorgebouw dat wordt onteigend of aangekocht in het kader van de onteigeningswet; • het kantoorgebouw geen energie gebruikt om het binnenklimaat te regelen; • de maatregelen die nodig zijn om energielabel C te realiseren, een terugverdientijd hebben van meer dan 10 jaar. Het gemeentehuis in Rijen is een voorbeeld van een gemeentelijk monument.
Verduurzamen Door te verduurzamen in de vorm van (na-)isoleren, energieopwekking, het toepassen van hedendaagse techniek zoals ledverlichting, warmtepompen en dergelijke, verbetert de energieprestatie van een gebouw. Het is echter wel zo dat bij bestaande bouw, in het bijzonder bij oude of historische gebouwen, het niet altijd mogelijk is om een energielabel A te behalen zonder deze cultuurhistorische elementen geweld aan te doen. In dat geval zal er een afweging gemaakt moeten worden. Naast verduurzamen is bewustwording van energieverbruik ook een belangrijke onderdeel om het energieverbruik te verlagen. Onnodig licht laten branden, verwarming niet lager zetten e.d. leiden tot onnodig energieverbruik. Door bewustwording, sturen op gedrag en gebruik maken van technische hulpmiddelen zoals sensoren, kan al fors bespaard worden. In het koersdocument is gesteld dat nieuwe gemeentelijke gebouwen energieneutraal gebouwd worden.
Waarom willen we verduurzamen? De gemeente Gilze en Rijen hecht grote waarde aan duurzaamheid. Het is één van de speerpunten van beleid die we terug laten komen in ‘alles wat we doen’. We willen op ons niveau een bijdrage leveren aan het verbeteren van het klimaat en de leefomgeving op aarde om deze goed en bruikbaar achter te laten voor toekomstige generaties. Alle gebouwengebruiken energie in de vorm van stroom en of gas. Door de opwekking en gebruik hiervan wordt er CO² uitgestoten waardoor de aarde opwarmt. We willen aansluiten bij de mondiale en Nederlandse doelstellingen om in 2030 50% minder CO² uitstoot te hebben en 95% in 2050. Verbetering van duurzaamheid is een afspraak in het Lokaal Sportakkoord. Het gebruik van energie voor gebouwen en sportaccommodaties kost veel geld. Door minder energie te gebruiken, dalen de energiekosten/exploitatiekosten. Onze gebouwen en sportaccommodaties zijn gebouwd van materialen en grondstoffen die mogelijk maar een eenmalig gebruik hebben. Wanneer we materialen en grondstoffen gebruiken die circulair zijn, kunnen die oneindig ingezet worden. Daarmee wordt het gebruik van natuurlijke grondstoffen verminderd waarmee de aarde minder belast wordt.
5
Door klimaatveranderingen ontstaat er wateroverlast of verdroging. Door slim om te gaan met water dragen we bij aan een juist gebruik van deze schaarse levensbehoefte. We willen de aarde en omgeving minder belasten door geen chemische bestrijdingsmiddelen of giftige stoffen voor onderhoud en schoonmaak te gebruiken. Dat is ook gezonder voor de mensen die ermee moeten werken.
Hoe verduurzamen we? Verduurzamen van gebouwen is maatwerk. De gebouwen verschillen namelijk aanzienlijk als het gaat om leeftijd, technische staat en gebruik. Per gebouw of accommodatie wordt bekeken wat mogelijk en haalbaar is. Nieuwe gebouwen zijn gebouwd volgens de huidige richtlijnen en met de kennis van nu. Die zijn goed geïsoleerd, energiezuinig en wekken soms zelf een deel van hun energie op. Oude gebouwen kunnen verduurzaamd worden door het inzetten van hedendaagse techniek zoals led verlichting, warmtepompen, aanbrengen zonnepanelen, na-isolatie, aardgas loos maken e.d. Maar ook het gebruik van nieuwe circulaire materialen bij vervangen van bouwkundige onderdelen is een vorm van verduurzamen. Met deze (nieuwe) manier van denken en doen halen we de doelstellingen zoals eerder genoemd.
Wat en wanneer verduurzamen we? Zoals gezegd is verduurzamen maatwerk. Daarom zijn er voor de meeste energiescans uitgevoerd. Hieruit is een rapportage gemaakt waarin diverse maatregelen zijn voorgesteld. Deze gaan we zoveel mogelijk uitvoeren. Dat doen we op verschillende momenten. Daarin prioriteren we op basis van: terugverdientijd: korter dan 5 jaar; tussen 5 jaar en 10 jaar; langer dan 10 jaar; langer dan de verwachte technische levensduur; - impact op het milieu: een maatregel met een hoge of lage impact op het milieu. De keuze wat en wanneer we gaan verduurzamen geschiedt aan de hand van onderstaande rubricering: Prioriteit 1: maatregelen met een hoge impact op het milieu en een korte terugverdientijd; Prioriteit 2: maatregelen met een hoge impact op het milieu en een middellange terugverdientijd; Prioriteit 3: maatregelen met een lage impact op het milieu en een korte terugverdientijd; Prioriteit 4: maatregelen met een hoge impact op het milieu en een lange terugverdientijd; Prioriteit 5: maatregelen met een lage impact op het milieu en een middellange terugverdientijd; Prioriteit 6: maatregelen met een lage impact op het milieu en een lange terugverdientijd; Maatregelen met een terugverdientijd die langer is dan de technische levensduur worden in principe niet uitgevoerd. Het moment van vervangen wordt bepaald op basis van de prioriteit.
Hierbij kijken we nadrukkelijk ook naar natuurlijke momenten van vervanging. Als bijvoorbeeld de verwachte technische levensduur van een cv-ketel over drie jaar afloopt, gaan we die dan pas vervangen. Daarbij maken we dan ook gebruik van de voortschrijdende kennis van de techniek. Immers, de innovatie gaat snel en we kunnen nu nog moeilijk voorspellen welke concrete maatregelen over enkele jaren het beste resultaat opleveren. Zoals eerder aangegeven is verduurzamen maatwerk en er is een verband met het onderhoud van de sportaccommodatie. Daarom is er per gebouw een visie opgesteld waarin beschreven is wat het gebruik van het gebouw is, wat er aan onderhoud gaat gebeuren en wat er verduurzaamd kan worden.
Wat kost verduurzamen? Bij verduurzamen maken we verschil tussen al aanwezige installaties en materialen of nieuw aan te brengen installaties of materialen. Aanwezige installaties en materialen worden duurzaam vervangen uit de bestaande onderhoudsbudgetten. 6
Voor nieuw aan te brengen installaties zoals zonnepanelen, warmtepompen en dergelijke volgt een kredietaanvraag. Maatregelen met prioriteit 1 en 2 voeren we zo snel mogelijk uit. Per accommodatie is een visie op maat opgesteld. Hierin zijn per accommodatie de verduurzamingsmaatregelen en bijbehorende kosten opgesomd. De verwachte kosten voor het verduurzamen van de gebouwen bedragen € 262.500. Hiermee is rekening gehouden in onze begroting. Voor nieuw aan te brengen installaties wordt altijd een businesscase opgesteld. Daarin wordt rekening gehouden met investeringskosten, terugverdientijden, eventuele subsidies en terugbetalingen vanuit gebruikers. Op deze manier komt per gebouw een uitgewerkte kredietaanvraag als dat nodig is. Uitgangspunten die we hanteren bij het opstellen van de businesscase voor investeringen in duurzaamheid zijn: - gebruikers betalen over het algemeen de energielasten en hebben de financiële voordelen bij verduurzaming. Als de gemeente de investering doet en de gebruiker de voordelen heeft is dat een vorm van subsidie. Daarom wordt in de op te stellen businesscases rekening gehouden met een geheel of gedeeltelijke terugbetaling door de gebruikers vanuit de lagere energielasten. Deze terugbetaling zal nooit groter zijn dan de door de gemeente gedane investering; - een terugbetalingsregeling mag langer zijn dan de terugverdientijd.
Maar nooit langer dan de verwachte technische levensduur. Op deze manier kan een gebruiker toch meteen financieel voordeel hebben van verduurzaming. De gemeente krijgt zijn investering op wat langere termijn terug; - investeringen die snel terugverdiend worden, kunnen/mogen door de gebruiker zelf gedaan worden. Het plaatsen van zonnepanelen is hier een voorbeeld van. De gebruiker investeert en heeft meteen de voordelen daarvan. Als die panelen dan op daken van de gemeente worden aangebracht, regelen we dat via een recht van opstal; - leningen voor het verduurzamen van de gebouwen of accommodaties kunnen aangetrokken worden via het BNG duurzaamheidsfonds. In bepaalde gevallen moet de gemeente deels borg staan; - voor die situaties waar sprake is van een gebouw met gedeelde eigendom wordt vooraf tussen de eigenaren afgesproken hoe de investeringskosten verdeeld worden; - de gemeente investeert niet in de verduurzaming van panden waarvan het beheer en onderhoud volledig voor langere tijd uit handen is gegeven aan derden en waarvoor de gemeente of het Rijk al kosten vergoedt ten aanzien van groot onderhoud. Dit is bijvoorbeeld het geval bij Den Butter in Rijen en bij schoolgebouwen; - er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende gebruikers. De hierboven genoemde uitgangspunten zijn voor iedereen gelijk.
De energie die de gemeente gebruikt is duurzaam opgewekt Alle gebouwen gebruiken in meer of mindere mate gebruik van energie. Dat kan zijn voor de bedrijfsvoering of voor het aanzicht of vorstvrij houden van een ruimte. Door te verduurzamen wordt er over het algemeen minder energie verbruikt. In het koersdocument is daarover het volgende opgenomen: We maken in Gilze en Rijen gebruik van betaalbare, betrouwbare, schone energie. Onze hele gemeente is al vanaf 2040 CO2-neutraal. Dat betekent dat alle energie die we op ons grondgebied wordt gebruikt op een duurzame (hernieuwbare) manier is opgewekt. De opwek gebeurt bij voorkeur op ons eigen grondgebied of in de regio
7
Tijdens de aanbesteding voor inkoop van energie voor 2021 t/m 2025 wordt hier al op de volgende manier rekening mee gehouden: • de stroom wordt verduurzaamd door het inkopen van Garanties van Oorsprong (GVO) van Nederlandse wind; • 10% van het aantal benodigde GVO’s kunnen uit lokale projecten worden ingezet. Tijdens het verduurzamen van gebouwen zetten we waar mogelijk zonnepanelen of zonneboilers in. Hierdoor wordt duurzame en hernieuwbare energie gebruikt. Daarbij streven we zoveel mogelijk panden op termijn aardgasloos te maken door gebruik te maken van alternatieve verwarmingstechnieken zoals warmtepompen. Het energieverbruik en de daarbij behorende resultaten monitoren we door de duurzaamheidsmonitor jaarlijks in te vullen.
Alle gebouwen en accommodaties zijn functioneel, veilig, schoon en worden doelmatig onderhouden Een gebouw, accommodatie of bouwwerk moet blijven voldoen aan de functie die het heeft en waar het voor nodig is. Dat betekent dat ze onderhouden, indien nodig aangepast moeten worden, veilig gebruikt kunnen worden en schoon zijn.
Gebruikersovereenkomsten. De vele verschillende vormen van exploitatie, eigendom overige afspraken vinden hun oorsprong in het verleden. De gemaakte afspraken zijn vastgelegd in gebruikersovereenkomsten. Hierin staat beschreven wie waarvoor verantwoordelijk en wat in bruikleen overgedragen is. ook afspraken over het onderhoud zijn hierin vastgelegd.
Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van de gebouwen waarvoor de gemeente geheel of gedeeltelijk verantwoordelijk is, is ondergebracht bij het cluster gebouwenbeheer van de afdeling Openbare Ruimte van de ABG-organisatie. Voor elk pand is een meerjaren onderhoudsplanning (MJOP) opgesteld. De onderhoudsplanningen zijn opgesteld voor het in stand houden voor het huidige gebruik van de gebouwen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen: 1. planmatig onderhoud: zoals het vervangen van een technische installatie op basis van de verwachte technische levensduur; 2. contract onderhoud: zoals het jaarlijks onderhoud aan een technische installatie; 3. dagelijks onderhoud: het oplossingen van niet voorziene storingen aan een technische installatie. Jaarlijks wordt gekeken wat nodig is aan onderhoud op basis van de planning. Bij planmatig onderhoud wordt gekeken of uitstel mogelijk en verantwoord is of dat onderhoud juist naar voren gehaald moet worden. Dit is afhankelijk van de staat van onderhoud of prestaties (bij installaties) die geleverd worden. Door onderhoudscontracten af te sluiten op technische installaties wordt de bedrijfszekerheid verhoogd, het veilig gebruik gewaarborgd en is er inzicht in de technische staat. Op basis van dat laatste kan vervanging nauwkeurig gepland worden en zijn we kostenefficiënt bezig.
Het dagelijks onderhoud is niet te plannen en is afhankelijk van wat er door het jaar heen gebeurt. Door goed planmatig en contract onderhoud wordt dit tot een minimum beperkt. Door het uitvoeren van wettelijke en of verplichte keuringen van installaties zijn de gebouwen, bouwwerken of accommodaties veilig te gebruiken. Denk hierbij aan het periodiek keuren van elektrotechnische- of gasinstallaties, legionellabeheersing, controle noodverlichting en blusmiddelen en dergelijke. 8
Kosten en opbrengsten Het bezitten en beheren van vastgoed brengt kosten met zich mee. Die kosten bestaan voornamelijk uit onderhoudskosten, schoonmaakkosten, rente en afschrijvingen, verzekeringen en belastingen, keuren en vervangen sport- en spelmaterialen etcetera. Daarnaast worden er de komende jaren investeringen gedaan voor het verduurzamen van de accommodaties. Naast kosten zijn er over het algemeen ook opbrengsten uit een accommodatie in de vorm van huur/gebruiksvergoedingen en belastingopbrengsten. In bijlage 2 (toelichting en kosten per gebouw, bouwwerk of sportaccommodatie) vindt u een specificatie per gebouw.
Schoonmaak Het schoonhouden van een gebouw verlengt de levensduur en draagt bij aan een prettig en hygiënisch gebruik. De accommodaties die de gemeente en ABG-organisatie zelf exploiteert en gebruikt worden namens de gemeente schoongemaakt. Ook dit is een verantwoording van het cluster Gebouwenbeheer. Deze schoonmaak hebben we in de vorm van Social Return On Investment (SROI) bij De Schoonmaakcoöperatie (opgericht door onder meer de Diamantgroep) ondergebracht. De schoonmaak van kleedkamers in de buitensport of gebouwen die we in gebruik gegeven hebben bij derden wordt door de verenigingen/hoofdgebruikers/exploitanten zelf gedaan.
Investeringen De gemeente is eigenaar van het vastgoed waar ze verantwoordelijk zijn. Voor diverse gebouwen en sportaccommodaties treedt de gemeente ook op als verhuurder of `ingebruikgever’. We verwachten tot 2025 geen nieuwe gebouwen, bouwwerken of sportaccommodaties te realiseren, uitgezonder de nieuw te bouwen sporthal in Rijen. Wel zullen er kleinere investeringen en vervangingsinvesteringen aan gebouwen plaatsvinden volgens de opgesteld meerjaren onderhoudsplanningen.
Maatwerk per gebouw Elk accommodatie van de gemeente is uniek met zijn eigen gebruik, achtergrond en toekomst. Dat is niet in één document of activiteit samen te vatten. Daarom is er per gebouw een visie uitgewerkt waarin de hierboven genoemde onderdelen zijn beschreven en wat de kosten en opbrengsten zijn. Dit zijn dynamische documenten en die worden, indien nodig, jaarlijks aangepast door het college van B&W aan de ontwikkelingen van het gebruik. De visies van de gebouwen en accommodaties zijn als bijlage 2 (toelichting en kosten per gebouw bouwwerk of sportaccommodatie) aan dit stuk toegevoegd.
Alle gebouwen en accommodatie zijn voor zoveel mogelijk doelgroepen toegankelijk als onderdeel van een inclusieve samenleving De gemeente Gilze en Rijen bezit een aantal gebouwen en accommodaties met een maatschappelijke en openbare functie. Denk hierbij aan gymzalen, scholen, het gemeentehuis en doelgroep gebouwen. Deze gebouwen bieden onderdak aan activiteiten en zijn in principe openbaar. Daarom vinden we dat ze voor iedereen toegankelijk zouden moeten zijn, in de meest brede zin van het woord. Dit willen we: • we maken de gemeentelijke gebouwen met een maatschappelijke en openbare functie voor zoveel mogelijk doelgroepen toegankelijk. We richten ons hierbij op zowel bestaande als toekomstige gebouwen, maar niet op de gebouwen waarvan we het meerjarig onderhoud hebben aanbesteed bij derden. Dit geldt voor scholen en brandweerkazernes; • we streven hierbij niet naar certificering. Het doel is niet certificeren, het doel is een passende toegankelijkheid. 9
Zo gaan we het doen: • we laten een toegankelijkheidsonderzoek uitvoeren bij de gemeentelijke gebouwen met een openbare functie, zoals hierboven gedefinieerd; • bij het onderzoek maken we gebruik van ervaringsdeskundigen en/of gespecialiseerde bureaus; • we toetsen of aanpassing van de tekortkomingen haalbaar is. Bij oude gebouwen of gebouwen met een monumentenstatus is het namelijk niet altijd mogelijk of toegestaan om aanpassingen te doen. Daarnaast speelt ook een rol bij deze toets wat de verhouding is tussen het eindresultaat en de kosten die nodig zijn voor aanpassing; • de haalbare tekortkomingen passen we aan; • bij verbouw, nieuwbouw of renovatie toetsen we vooraf de toegankelijkheid van de plannen.
10