CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

ap 4 verslag raadscommissie Ruimte d.d. 12-04-2021

Raadscommissie Ruimte 1 juni 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Verslag vergadering d.d. 12 april 20215.115 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERSLAG van de openbare digitale vergadering van de raadscommissie Ruimte, gehouden op 12 april 2021. Aanwezig: voorzitter: de heer W. Broeders griffier: de heer J. Timmermans leden: de dames A. Krol en M. van der Meer en de heren J. Adriaensen, B. Beljaars, A. ten Cate, R. van Iersel, A. de Jong, D. van Loenhout, S. Machielsen, P. von Meijenfeldt, H. Rutten, S. Schoenmakers en J. Wouters tevens aanwezig: burgemeester D. Alssema, de dames S. Diepstraten en A. van der Veen en de heer D. Vermorken (allen wethouders) 1. Opening en mededelingen. De voorzitter opent de digitale vergadering om 19.30 uur en heet alle aanwezigen en kijkers welkom. De gemaakte afspraken rondom het digitaal vergaderen worden toegelicht. De beantwoording van de technische vragen kan worden meegenomen bij de behandeling van het betreffende agendapunt. 2. Inventarisatie aanmeldingen spreekrecht. Er zijn inspreekverzoeken ontvangen van de heren B. Adriaensen en C. Lankhorst. Beiden met betrekking tot agendapunt 6, memo inzake de uitvoeringsagenda 2021 van de woonvisie Gilze en Rijen. Ter vergadering blijkt de heer Lankhorst verhinderd te zijn; de heer Adriaensen spreekt voor beiden in. 3. Vaststellen agenda.

Voorgesteld wordt de agendapunten 6, uitvoeringsagenda 2021 woonvisie Gilze en Rijen, 7, memo actualisering van de woningbouwplanning en -prognose 2021-2026 en 11c, memo inzake zelfbewoningsplicht, gelijktijdig te behandelen. De gecombineerde punten worden meteen na agendapunt 4 besproken. Tevens is verzocht ter kennisname punt 11f, memo inzake rapporten brandweer en stichting ZET m.b.t. spoorzone Rijen, als bespreekpunt te agenderen. Dat memo wordt agendapunt 9a. De agenda wordt met genoemde wijzigingen vastgesteld. 4. Verslag vergadering commissie Ruimte d.d. 9 maart 2021 + actielijst. Naar aanleiding van : - blz. 1, punt 4, vaststellen verslag: plan van aanpak ontwikkeling fietsallee Chaamse bossen: de toegezegde presentatie is nog niet beschikbaar. Wordt die alsnog verzorgd? Wethouder Van der Veen geeft aan dat wordt bekeken om deze in de vergadering van juni te verzorgen; dat verzoek zou al bij de griffie zijn ingediend. De griffier deelt mede dat er nog geen verzoek is ingediend. Het verslag van de vergadering d.d. 9 maart 2021 wordt ongewijzigd vastgesteld. Actielijst: - ap 126: overzicht prioritering woningbouw (dashboard) + reactie college op brief provincie inzake actieprogramma Nieuwe Woonvormen en Zelfbouw; wethouder Diepstraten denkt dat intern mogelijk is gedacht dat de prioritering voldoende was. Het actiepunt wordt opnieuw geagendeerd voor 1 juni a.s.

- ap 439: raadsvoorstel inzake uitvoeringskrediet voor realiseren sporthal- en inrichting openbare ruimte locatie Tropical-Margriethal; een raadsvoorstel is nog niet aangeboden. De vraag wordt morgen opnieuw gesteld aan wethouder Zwarts. - ap 446: reactie college op bericht inwoner Rijen inzake een groene leefomgeving; wethouder Van der Veen meldt dat een concept-reactie klaar ligt; zij zegt toe deze alsnog na te zenden. Alle overige actiepunten zijn geagendeerd of benoemd.

5.

Ontwerp-raadsvoorstel inzake het vaststellen van de beleidsnotitie "Verduurzamen en onderhoud gemeentelijk maatschappelijk vastgoed". De heer Von Meijenfeldt kan in grote lijnen akkoord gaan. Hij vraagt welke gebouwen de gemeente huurt. En is het aanbrengen van de voorzieningen niet een verantwoordelijkheid van de eigenaar? Wil de wethouder toezeggen dat de bijdrage aan de (maatregelen) duurzaamheids- en klimaatdoelstellingen wordt gemonitord? En ook of dit jaarlijks, naast invulling van de duurzaamheidsmonitor, in de duurzaamheidsrapportage wordt opgenomen? Daarmee kan de raad de voortgang van het beleid beoordelen. Is het mogelijk in het voorstel op te nemen wat het effect is (besparing/reductie) van de opgenomen maatregelen? Als het gemeentehuis als huisvestingslocatie blijft bestaan, kan dit dan tegen aanvaardbare kosten in 2030 voldoen aan label A? Hij meldt dat de in het voorstel opgenomen investeringen niet overeenkomen met de bedragen in bijlage 2. Mevrouw Van der Meer stelt dat de ambities op duurzaamheidsgebied ook leiden tot opbrengsten c.q. winsten.

Kunnen deze in kaart worden gebracht? Heeft de wethouder nagedacht over het uitvoeren van alle maatregelen in 2022? Moeten de kosten voor verduurzaming van het gemeentehuis nog worden berekend of zijn deze al (deels) bekend, mocht worden besloten dit gemeentehuis te blijven gebruiken? Mevrouw Krol vraagt eerst wat er is veranderd tussen 2019 en heden. Indertijd werd gesproken over een revolverend fonds; nu zijn besparingen/opbrengsten niet meegenomen. De spouwmuurisolatie van het gemeentehuis is niet uitgevoerd; waarom niet? De raad heeft dit niet besloten. Hoe zeker is het dat onze milieustraat wordt gehandhaafd (in relatie tot een ambachtscentrum)? Zij informeert nog naar de prioritering van uitvoering van maatregelen met een snelle verdientijd en de toegankelijkheid van de gemeentelijke gebouwen. Wordt de afkoppeling van het regenwater voor gemeentelijke gebouwen nog meegenomen? De heer Machielsen informeert waarom de prioriteiten 3 en 4 (hoge/lage impact) niet zijn omgewisseld. Klopt het dat alleen prioriteit 1 en 2 nu worden opgepakt? Gaat het bij de duurzaamheidsinvestering om een structurele investering? De heer Beljaars had verwacht dat ook het gemeentehuis zou zijn meegenomen in de berekeningen. Nu ligt er geen duidelijk, volledig kostenoverzicht.

Gesproken wordt over het verkleinen van de voetafdruk; is er al een ecologische CO2-voetprint gemaakt van de organisatie en de gemeentelijke gebouwen? Hoeveel besparing is er voorzien tot 2030? Is er een overzicht van de benodigde investeringen om de monumentale gebouwen (met behoud van de eigenschappen) veilig te stellen en bij de tijd te brengen? Zo ja, kan dit worden aangeleverd? De heer Ten Cate is positief over het gasloos maken van de milieustraat en het onderzoek naar oplaadpunten voor de elektrische auto's. Wanneer is hier meer over bekend? Wethouder Vermorken meldt dat de gemeente alleen maar gebouwen verhuurt. Hij verwacht dat opname in de duurzaamheidsrapportage mogelijk is. Dan kan ook de vraag over de CO2-reductie worden meegenomen. Het gemeentehuis is nu niet meegenomen vanwege de huidige discussie over de huisvestingslocatie. Er is wel informatie aanwezig over eventuele kosten voor verduurzaming, maar een en ander is mede afhankelijk van de toekomstige functie. Het regulier onderhoud is wel opgenomen, maar niet de extra maatregelen. Hij zegt toe de bedragen te controleren en waar nodig aan te passen. Het is financieel niet mogelijk alle maatregelen al in 2021 uit te voeren; hiervoor dient de onderhoudsplanning te worden aangehouden. De bedoeling is inderdaad een revolverend fonds, maar de verduurzaming kan gevolgen hebben voor de huidige huurders.

Minder huisvestingskosten kunnen dan mogelijk leiden tot minder subsidie. Maar die afspraken maakt hij met de organisaties apart. De vertraging rondom de spouwmuurisolatie is vermeld in de 2e Turap 2020; momenteel wordt onderzocht of dit, gezien de aanwezigheid van een vleermuiskolonie, alsnog mogelijk is. Er zijn geen plannen om de milieustraat te verplaatsen. Binnen de ABG-organisatie wil men (meer) elektrisch gaan rijden en het realiseren van oplaadpalen op eigen terrein past dan binnen het beleid. De toegankelijkheid van enkele gebouwen is moeilijk te verenigen met de monumentenstatus. Hij geeft een korte toelichting op de volgorde van de prioriteiten 3 en 4; dit is conform de prioritering in het eerder vastgestelde sportaccommodatiebeleid. Per gebouw wordt de volgorde van prioriteit bekeken. Het vermelde budget is geen jaarlijks terugkerend bedrag. Hij zegt toe de regenwaterafkoppeling te bekijken in relatie tot eerdere gemeentelijke afspraken. In tweede termijn informeert de heer Von Meijenfeldt nog naar de opstal op de begraafplaats Molenschot.

2

Mevrouw Krol wijst nogmaals op het niet meenemen van het revolverend fonds, het niet uitvoeren van spouwmuurisolatie en de voordelen daarvan, aanpassing milieuwerf, de prioritering en de aanpak van de monumenten in eigendom van onze gemeente. Zij wijst op de voordelen van verduurzaming versus de kosten hiervan. Ten slotte vraagt zij wanneer de informatie over de afkoppeling van het hemelwater bekend is. De heer Van Loenhout zou alsnog het overzicht van de investeringen om het erfgoed veilig te stellen, willen ontvangen. De heer Ten Cate vraagt wanneer de informatie over de businesscase elektrische laadpalen beschikbaar is. Wethouder Vermorken deelt mede dat het gebouwtje op het kerkhof Molenschot is overgedragen aan het kerkbestuur. Hij heeft al toegezegd de getallen in het raadsvoorstel te controleren en indien nodig aan te passen. De monitoring wordt gerapporteerd; hoe dat gebeurt, wordt nu eerst uitgezocht. Voor wat betreft het revolverend karakter; hij wil eerst afspraken maken met de gebruikers voordat een mogelijk voordeel wordt ingeboekt. Het niet uitvoeren van de spouwmuurisolatie is gerapporteerd in de turap; hij wacht het lopende vleermuisonderzoek af. Hij hoopt dit jaar meer duidelijkheid te krijgen. Label G was 10 jaar geleden het label voor het gemeentehuis; inmiddels is dat wel verbeterd. Hij meldt dat verplaatsing van de gemeentewerf niet aan de orde is.

Hij wil voor het einde van het jaar terugkomen op de afkoppeling van hemelwater, maar dat is mede afhankelijk van de projectplanning afkoppeling hemelwater. Hij licht de opgenomen prioritering toe; de volgorde (1 t/m 6) wordt gehandhaafd. Maar per gebouw worden de maatregelen bekeken in relatie tot het planmatige onderhoud. Voor het overzicht investeringen behoud erfgoed meldt hij dat conform de planning het erfgoedbeleid in juni wordt aangeboden aan de commissie Samenleving. De businesscase laadpalen wordt nog in 2021 voorgelegd; een precieze planning ontbreekt nog. Het voorstel kan worden behandeld in de raadsvergadering van 29 april a.s. 6. Memo inzake de uitvoeringsagenda 2021 van de woonvisie Gilze en Rijen. 7. Memo inzake actualisering van de woningbouwplanning en -prognose 2021-2026. 11c. Memo inzake zelfbewoningsplicht. De inspreker, de heer B. Adriaensen, wijst op de beperkte mogelijkheden voor starters in de gemeente. Als gevolg daarvan vertrekken veel jongeren uit de gemeente. En dat heeft weer gevolgen voor de verenigingen en het verenigingsleven. Hij vraagt zich af of de gemeente wel voldoende inzicht heeft in de behoefte van de starters.

Hoeveel betaalbare woningen wil de gemeente bouwen? En waar liggen die locaties? Kunnen starters die dan ook inderdaad kopen? Kunnen ook meer goedkope woningen worden gebouwd? De grondprijs ligt erg hoog; kan daar iets aan worden gedaan? Een zelfbewoningsplicht lost dit niet op. Hij stelt dat starters geen appartementen willen. Hij verwacht dat er volgens de huidige methode onvoldoende doorstroming ontstaat en wijst op de werkwijze in de gemeente Zaanstad. De heer J. Adriaensen heeft enkele vragen. Hoe groot wordt het probleem op de woningmarkt ingeschat? Zijn er recente voorbeelden van inwoners die zijn vertrokken uit de gemeente. Wat was het geboden perspectief vanuit de gemeente? De heer Van Iersel informeert of de inspreker familie is van het commissielid J. Adriaensen. Zo ja, dan heeft hij wel vraagtekens bij het op deze manier onder de aandacht brengen van deze problematiek. De inspreker, de heer B. Adriaensen, is een zoon van het raadscommissielid. Hij antwoordt dat het geschetste probleem erg groot is; een kennis is kort geleden verhuisd naar een buurgemeente. Vanuit de gemeente is geen oplossing of perspectief geboden. In eerste termijn geven alle fracties aan bekend te zijn met de problematiek voor starters en de aantallen nieuwbouwwoningen in de gemeente. Daarnaast is het zeker belangrijk dat er voor alle groepen voldoende woningen zijn en doorstroming ontstaat.

De urgentie is duidelijk; maar het is ook echt een landelijk probleem. Meerdere fracties stemmen in met de opzet voor de zelfbewoningsplicht; wel zijn er vragen over de duur van de regeling en een invoeringstijdstip.

3

De heer Wouters licht toe dat in Zaanstad met erfpacht wordt gewerkt en er daar dus geen sprake is van eigen grond. In de woonvisie wordt gesproken over een woonwagenlocatie; is hier inderdaad vraag naar? Hij vraagt zich af of ook particulieren kunnen helpen bij de taakstelling voor huisvesting van bijzondere groepen. De heer J. Adriaensen verzoekt het college in de planning naast de aantallen ook de prijsklasse (duurbetaalbaar-goedkoop) en huur-koop op te nemen. Waar zitten de grootste knelpunten? Bij de jongeren én ouderen? Hij mist een actievere rol van de gemeente om in de woningbehoefte te voorzien. Hij geeft nog een vijftal aanbevelingen mee en verzoekt de wethouder de werkwijze van Zaanstad te onderzoeken. Wanneer is het aangevulde dashboard beschikbaar? Mevrouw Van der Meer benoemt de diverse dilemma's voor kopers en de gemeente. Zij staat achter de eerder vastgelegde woonvisie, uitvoeringsagenda en de opzet voor een zelfbewoningsplicht. Wanneer kan deze laatste worden ingevoerd? Zij vindt een voorrangspositie voor eigen inwoners geen goed idee. De heer Schoenmakers ziet in de uitvoeringsagenda slechts een opsomming van (bouw)plannen; welke doelen kan de gemeente wel halen en welke niet? Hij heeft diverse vragen over de opgenomen pijlers.

Hoe verloopt het verstedelijkingsakkoord, wanneer is er meer informatie bekend, wat levert het op en wat is de doelstelling hiervan? Kan een huisvestingsverordening aan de uitvoeringsagenda worden toegevoegd, net als het toewijzingsbeleid sociale woningbouw. Hij constateert bij agendapunt 7 dat de gemeente ver achter loopt qua bouwplannen. Hij heeft vragen over de flexibele schil, de zachte plannen, projectcapaciteit en toekomstige woningbouwlocaties. Voor wat betreft de zelfbewoningsplicht hoort hij graag waarom is gekozen voor 2 jaar. Wat is met de vorige zelfbewoningsplicht gedaan? Naar zijn mening is een anti-speculeringsbeding wel degelijk toegestaan. De heer De Jong is blij met de uitvoeringsagenda; hij wijst daarbij specifiek op de opname van de goedkope woningen en de tiny houses. Bij Wendel-Zuid zijn de bijzonder woonvormen nu voor 2022 opgenomen; eerder was dit 2021. Wil de wethouder toezeggen dat deze gronden zo spoedig mogelijk zullen worden uitgegeven? De heer Rutten spreekt eerst zijn verbazing uit over het samenspel tussen inspreker en raadscommissielid. Hij merkt op dat de doorstroming alleen kan plaatsvinden als er voldoende en andere woonvormen zijn.

Wat is het nut en de noodzaak van de specifieke actie voor woonwagenstandplaatsen? Is er al meer bekend over het project woonruimteverdeling (door de woonstichting) en de verdringing op de arbeidsmarkt? Is de opschaling van de productie (zie uitvoeringsagenda) realistisch of een ideaalbeeld? Welke rol heeft onze gemeente in het verstedelijkingsakkoord? Hoe kunnen er in het plan Wendel-Zuid in 6 maanden tijd al zoveel afwijkingen optreden? Wat zijn de ideeën over woningbouwplannen na 2027? Naar aanleiding van vragen meldt hij dat de gemeente maar beperkte mogelijkheden heeft om de woningbouw te stimuleren. De eerder geschetste problematiek is niet op korte termijn op te lossen. De heer Van Loenhout hoopt ook dat er voldoende gebouwd kan worden voor jongeren. Maar mogelijk kunnen zij zelf, bijvoorbeeld via CPO (collectief particulier opdrachtgeverschap) aan de slag gaan. Ook woongroepen of tiny houses bieden mogelijkheden. Hij constateert dat ook de mogelijkheden in de toekomst (na 2027) erg onzeker zijn. Hij wijst op de beperkingen door de vliegbasis en de minimale uitbreidingsmogelijkheden in Rijen en Gilze. En inbreiding is erg duur. Hij kan v.w.b. de memo over de zelfbewoningsplicht instemmen met de opgenomen termijn van 2 jaar. Wethouder Diepstraten wil eerst reageren op de opmerkingen over de woonvisie.

De raad heeft in december 2019 de woonvisie vastgesteld; zij gaat kort in op de besluitvorming en de gemaakte keuzes. Afgesproken werd om in te zetten op duurdere woningen om de doorstroming te bevorderen. Op dat moment was al duidelijk dat er op de langere termijn minder woningen nodig zouden zijn. Er zijn zeker locaties beschikbaar waar kleinere woningen en appartementen worden gebouwd. Het grootste probleem is nu ook niet de grond of de grondprijs, maar de beperkte personele capaciteit om de plannen te begeleiden. De inspreker wil dat er wordt ingegrepen op de woningmarkt; het college wil de beschikbare formatie inzetten op de aanwezige bouwmogelijkheden. Als er meer woningen worden gebouwd, zijn er ook meer keuzes voor woningzoekenden. Zij beantwoordt aansluitend de overige vragen. Het rijk wil dat alle gemeenten zorgen voor woonwagenstandplaatsen. Het college is hier terughoudend in, maar via (regionaal) onderzoek wordt bekeken of onze inwoners daar inderdaad ook behoefte aan hebben. Of particuliere partijen ook willen meewerken aan de taakstelling bijzondere (woon)groepen kan ze niet inschatten.

4

Zij reageert op de opmerkingen over het dashboard; het voorliggende dashboard wordt nog aangepast. Ze wil overgaan op een andere weergave; daarin kan dan mogelijk ook het onderscheid goedkoop, betaalbaar en duur worden verwerkt. Het college wil niet te veel tijd steken in een onderzoek naar het Zaanstad-model. Door de doorstroming is er meer kans op een goedkopere woning. Dus we moeten kijken naar voldoende rijwoningen en niet de grondprijzen verlagen. De zelfbewoningsplicht kan op zeer korte termijn worden ingevoerd en kan vanaf heden al in de overeenkomst worden opgenomen. Er is gekozen voor 2 jaar; 5 jaar mag niet van de rechter. Ongeveer 8 jaar geleden is de gemeente gestopt met het (doorverkoop)beding omdat dit erg veel capaciteit kostte. De problematiek in deze zit bij de zgn. 'huisjesmelkers'. De opgenomen doelen hoopt ze te halen door (bij)sturing. De regio verzorgt een brief over het verstedelijkingsakkoord; zij licht de opzet toe. Ze wil dit akkoord, inclusief de mogelijke financiën vanuit het rijk, gebruiken voor ontwikkeling van moeilijke locaties. Het toewijzingsbeleid wordt al bekeken, vooral voor de bijzondere doelgroepen; daarvoor zijn wel huurwoningen nodig. Maar daarmee komt de reguliere toewijzing door de woningcorporaties onder druk te staan.

Met het plan Wendel ontstaat straks een prachtige wijk; wel heeft de wisseling van projectleider vertraging opgeleverd. Er moeten wel opnieuw enkele onderzoeken worden uitgevoerd. De nieuwe projectleider verzorgt een memo over de stand van zaken, inclusief aantallen woningen, met daarbij een aangepaste planning. De vermelde flexibele schil is nodig om voldoende woningen beschikbaar te hebben om mensen tijdelijk te kunnen laten wonen (2 tot 5 jaar). Dit loopt achter door personele problemen. Er zijn ook na 2026 nog bouwlocaties beschikbaar en zij geeft enkele voorbeelden. Nu is vooral gekeken naar het 'hier en nu'; ze verwacht dat een gemiddelde bouw van 190 woningen per jaar haalbaar is. Bouwen via een CPO-project is zeker mogelijk; dit heeft ze ook aan inspreker doorgegeven. Jammer is dan ook dat inspreker dit niet heeft gemeld. Na een reactie van de heer Adriaensen geeft ze aan dat ze eerder heeft verteld welke afspraken er met en door de raad zijn gemaakt over de woningbouw; daarop is indertijd de woonvisie vastgesteld. Er zijn geen locaties beschikbaar voor starterswoningen gesubsidieerd door de gemeente. Ook voor andere woningzoekers geldt dat er geen woningen klaar staan. In 2019 speelde eenzelfde probleem voor allerlei doelgroepen. Ze gaat kort in op de (on)mogelijkheden in Molenschot en Hulten.

In Molenschot zijn er beperkte mogelijkheden; in Hulten is er (te) veel overlast door rattle-noise. Dat moet tevoren duidelijk worden gemaakt aan de aspirant-kopers. In de tweede termijn kan de inspreker reageren op de informatie vanuit het college. Hij heeft niet het idee dat hij serieus wordt genomen door commissie en college. Hij herhaalt zijn eerdere vragen. Is het probleem wel duidelijk? Hoeveel starters zoeken er momenteel een woning? Hoeveel betaalbare woningen worden er gebouwd; waar komen deze en wanneer zijn ze dan gepland? In tweede termijn merkt de heer Wouters op dat een CPO-project een goede mogelijkheid kan zijn voor starters, net als meegroeiwoningen. In het hele land speelt speelt de woningbouwproblematiek; mede door een gebrek aan personeel. We moet wel proberen op korte termijn te gaan bouwen. Daarnaast vraagt hij zich af of particulieren wel geïnteresseerd zijn om spoedzoekers te huisvesten. De heer J. Adriaensen informeert nog naar de aanvulling op het huidige dashboard. De vastgestelde woonvisie is geënt op doorstroming, maar gaat dit inderdaad plaatsvinden als gevolg van een (mogelijke) economische crisis? Wat is het perspectief voor de starters? Wil het college toezeggen alsnog informatie op te vragen bij de gemeente Zaanstad? Zijn fractie houdt binnenkort een politiek café over woningbouw.

Ook denkt zijn fractie aan het opstellen van een initiatiefvoorstel voor woningbouw voor mensen met middeninkomens en starters. De heer Schoenmakers wijst op de vertragingen van de diverse plannen/projecten. Is de uitvoeringsagenda zoals deze voorligt ook voldoende voor onze inwoners? Welke doelen zijn er voor het bouwen van voldoende betaalbare (koop)woningen? Welke instrumenten zijn er om (bij) te sturen? Hoe gaan we duurzaam bouwen stimuleren voor de betaalbare woningen? Waarom wordt nu de zelfbewoningsplicht opnieuw ingevoerd? Op de vraag van de heer Van Iersel of de heer Schoenmakers extra personeel wil aannemen voor het uitvoeren van de bouwplannen, geeft hij aan dit inderdaad als mogelijkheid te zien. Maar zeker ook door te prioriteren of minder plannen uit te voeren c.q. op te pakken.

5

Mevrouw Krol vult aan dat het voor wat betreft het personeel gaat om investeren, naast prioriteren en meer efficiency. De heer De Jong begrijpt de vertragingen; maar voor alle doelgroepen bouwen is een complex vraagstuk. Dus hij wil vasthouden aan de woonvisie en de uitvoeringsagenda, maar vooral doorgaan met bouwen. De heer Rutten verwacht dat de problemen voor o.a. starters niet zo snel zijn opgelost; wel heeft hij vragen bij de insteek van de inspreker. Geen appartementen voor starters maar wel 400 m² grond bij een woning; dat is nogal wat. De gemeente en ook de starters moeten vooral kijken naar de beschikbare mogelijkheden. Hij is nieuwsgierig naar een voorzet, met daarbij ook een dekking, van de PvdA-fractie. Zijn vraag over de rol van de gemeente in het het verstedelijkingsakkoord en of dit iets kan opleveren is nog niet beantwoord. Hij wacht meer informatie over het plan Wendel af, maar constateert wel grote verschillen ten opzichte van de eerdere opzet. Wethouder Diepstraten benoemt diverse locaties waar starters terecht kunnen. Sneller duurzame woningen bouwen voor starters is erg moeilijk; de extra kosten zijn ongeveer € 30.000,00.

Zij heeft eveneens vragen bij de stelling dat starters meteen moeten kunnen beginnen in een (ruime) koopwoning; waarom kan dat niet in een rijwoning of appartement? De taakstelling spoedzoekers opvangen via particulieren is een uitdaging; de gemeente kijkt ook naar nieuwe bouwplannen hiervoor. De vraag voor innovatief duurzaam bouwen staat uit in de organisatie; door capaciteitsproblemen is dat niet meer opgepakt. De gemeente houdt de regie bij de bouwplannen en marktpartijen moeten vooral doen waar ze goed in zijn en dat is bouwen. We zijn al met een inhaalslag bezig. Zij hoort graag van D66 wat prioriteit moet krijgen op het gebied van bouwen. Ze zegt toe dat in het eerstvolgende memo over het plan WendelZuid de laatste wijzigingen worden verwerkt. Zij licht toe dat het verstedelijkingsakkoord nog niet veel heeft opgeleverd; onduidelijk is wat dat aan aantallen woningen of financiële middelen gaat opleveren. Onze gemeente is wel lid van de stuurgroep en mogelijk kunnen via dit akkoord moeilijkere locaties worden ontwikkeld. Gevraagd wordt over welk instrumentarium de wethouder het heeft, als ze meldt betaalbare koop- en huurwoningen ook betaalbaar te willen houden. Zij legt uit dat hiermee o.a. de zelfbewoningsplicht wordt bedoeld. 8. Memo inzake het ontwerp-bestemmingsplan (bp) "Rector Buijselstraat 20-24, Rijen".

De fracties zijn erg te spreken over deze ontwikkeling, met uitzondering van het geplande groen. Ze verzoeken de wethouder vooral te zorgen dat er meer groen in het plan wordt opgenomen. Meerdere fracties vragen naar de aantallen, soort en prijsklasse van de geplande woningen. Mevrouw Van der Meer wijst op het nieuwe bomenbeleidsplan van de gemeente. Ze ziet graag dat vooraf de locaties voor bomen in dit plan worden aangegeven. De heer Van Iersel informeert of ook de afkoppeling van het regenwater wordt meegenomen in de plannen. De heer Machielsen wil weten of de huur van de garageboxen aan de noordzijde tijdig wordt opgezegd. De heer Ten Cate vraagt om op termijn ook de ruime omgeving, tot aan de Hoofdstraat, hierbij te betrekken. De heer Von Meijenfeldt informeert wanneer het ontwerp-bp ter inzage ligt. Wethouder Diepstraten meldt dat het om verstedelijkt gebied gaat. Op een later moment is meer duidelijk over het groen, maar ze waarschuwt nu al dat het geen groene oase wordt. Afkoppeling van het regenwater wordt meegegeven aan de ontwikkelaar. De garageboxen vallen niet onder dit bp; de wens om het plan breder te bekijken, is genoteerd. Er komen 69 in plaats van 67 parkeerplaatsen (pp). De verdeling en prijsklassen van de woningen moet nog worden vastgesteld. Het ontwerp-bp heeft tot vandaag ter inzage gelegen; er is tot op heden één reactie ontvangen.

In tweede termijn verzoeken diverse fracties de wethouder om nu toch al definitieve afspraken te maken over voldoende groen en de afkoppeling van regenwater. De heer Ten Cate informeert of rekening wordt gehouden met het historisch erfgoed in de omgeving. De heer Von Meijenfeldt wil weten of de structuurvisie voor de kern Rijen voldoende is om ook voor de toekomst een bredere visie neer te leggen. Of moeten we een nieuwe visie opstellen voor dit gebied?

6

Wethouder Diepstraten zegt toe de wensen voor voldoende groen en afkoppeling regenwater terug te koppelen naar de ontwikkelaar. De afspraken over de (huur van de) garageboxen wordt nagegaan en eveneens in de memo verwerkt. De architectuur van het bouwplan wordt besproken. Een gebiedsvisie is zeker een wens, maar er spelen veel zaken op het gebied van bouwen. Hiervoor is echter geen formatie beschikbaar. Ze zegt toe rekening te houden met een bredere ontwikkeling van het gebied richting de Hoofdstraat. 9. Memo inzake scenario's voor de fietsvoorziening Gilze-Riel. Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de raadscommissievergadering van 13 april a.s. 9a. Memo inzake rapporten brandweer en stichting ZET m.b.t. spoorzone Rijen (voorheen punt 11f). Alle fracties zijn positief over de extra ontvangen informatie; verwacht wordt dat de aanbevelingen worden meegenomen. Zij wijzen naar het brandweerrapport en de mogelijkheden bij de overgang aan de Vincent van Gogh (VvG)-straat. Ook zijn er meerdere vragen over (het aanpassen van) het hellingspercentage van de onderdoorgang Julianastraat-Stationsstraat. De heer Schoenmakers ziet in de VvG-straat een goed alternatief; wel vraagt hij een toelichting op de grafiek met betrekking tot het stijgingspercentage.

De heer Van Iersel hoort graag hoe de burgemeester het brandweerrapport heeft gelezen en of hij de analyse van de prioriteiten uit dat rapport onderschrijft. Uit de conclusies van het rapport van de stichting ZET blijkt dat vooral de hellingshoek en de verkeersstromen bij het Stationsplein extra aandacht nodig hebben. Kan de wethouder zich hierin vinden en wil ze de hellingshoek aanpassen? En dan wel onder de voorwaarde dat dit wel binnen het afgesproken budget blijft. De heer Rutten is blij met de informatie. Hij mist een voorkeur vanuit de brandweer voor een tijdelijke route. Hoe ziet het college dit? De heer Van Loenhout verzoekt het college goed naar de memo's te kijken en vooral na te denken over de consequenties van een en ander. De heer Wouters informeert hoe de burgemeester denkt over de gevolgen voor de brandweer. Hij wijst daarbij op de aanrijtijden in het kader van veiligheid van de brandweer en gevolgen voor de wijk Rijen-zuid. Voor de heer Von Meijenfeldt geven de stukken een bevestiging van eerdere twijfels van Veilig Verkeer Nederland. Hij is blij met de handreiking van de brandweer en wacht de verdere uitwerking van de rapporten door het college af. Mevrouw Van der Meer vindt de toegankelijkheid voor de gebruikers zeer belangrijk. Zij ziet twee opties voor de onderdoorgang; minder diep of langer maken.

Beide opties hebben gevolgen; zij hoort graag meer over de kosten voor een aanpassing. En hoe denkt de burgemeester over de mogelijke gevolgen voor de brandweer? Op de vraag van de heer Von Meijenfeldt of haar fractie een voorkeur heeft voor een optie, meldt ze dat de gemeente binnen de financiële kaders moet blijven. Als een verlenging van de onderdoorgang grote financiële gevolgen heeft, moet worden gekozen voor een minder diepe onderdoorgang. Wethouder Diepstraten bedankt de fracties voor hun reactie op de rapporten; uiteindelijk moet de raad een keuze maken. Het college moet nog wat huiswerk verrichten; pas bij het bespreken van de structuurvisie wordt die keuze voorgelegd. In de grafiek is een streefwaarde van 2% opgenomen; dat is echter niet realistisch en dus onhaalbaar. Bekeken wordt wel hoe we die waarde onder de 4,5% kunnen brengen. Een verlenging van de onderdoorgang brengt hele andere kosten met zich mee; dat kan niet binnen het budget worden uitgevoerd. Wel worden alle oplossingsrichtingen bekeken. Het college moet zich nog beraden over de opties; op termijn komt men terug met een goed onderbouwd voorstel richting commissie en raad. De burgemeester start met enkele algemene opmerkingen. Niet alles is op dit moment bekend; toch trekken partijen al conclusies.

Een definitieve route voor de brandweer, als geen gebruik wordt gemaakt van de onderdoorgang, ontbreekt; dus nu al een besluit nemen is niet mogelijk. Er is nu alleen informatie over een tijdelijke route gedeeld; met de veiligheidsregio (VR) vinden gesprekken plaats over de (on)mogelijkheden zonder gebruik van de onderdoorgang. Onder andere over de opkomst- en aanrijtijden voor de brandweer. Maar veiligheid moet hierbij voorop staan. Wel kan uiteindelijk het besluit zijn dat de normtijden ondergeschikt worden gemaakt aan de financiën. 7

Er is geen sprake van een nieuwe route via de VvG-straat; het gaat om een tijdelijke route. Er is iets meer duidelijkheid, maar er zijn nog veel (andere) vragen die moeten worden beantwoord. In tweede termijn informeert de heer Schoenmakers of er ook nog een onderzoek komt naar de rijroute van de ambulances. Gebruiken zij de overgang nu wel? Hij verzoekt het college niet alleen naar de veiligheid van, maar ook naar de snelheid in de tunnel te kijken. De heer Van Iersel wil weten of de huidige en aanvullende rapporten worden meegenomen als opmaat naar het bp. Zijn fractie wil toch een richting meegeven, ook al is nog aanvullend onderzoek nodig. Blijft de VvGovergang inderdaad bestaan? Hoe denkt ProRail daarover? Wat is de laatste informatie? De heer Van Loenhout vraagt of een verplaatsing van de brandweer(kazerne) ook wordt meegenomen in de onderzoeken. Wethouder Diepstraten licht toe 15 km/uur in de onderdoorgang het verkeerskundig uitgangspunt is. Dat wordt via de inrichting van de hele weg bereikt, want juridisch gezien bestaat een 15-km/uur-regime niet. Door diverse partijen is, in het kader van de snelfietsroute, de toekomstbestendigheid van de VvG-overgang gemeld. Dat wordt toegevoegd aan de stukken. Op vragen geeft ze aan dat de nu bekende rapporten kunnen worden gebruikt; het college wacht nog op enkele antwoorden.

Uiteindelijk komt er een aanvullende notitie van het college waarin de openstaande aandachtspunten worden meegenomen. Er komen dus geen aanvullende rapporten meer. De notitie wordt vóór de zomervakantie aangeboden met de behandeling van de SV in commissie en raad. De burgemeester constateert dat iedereen zorgvuldige besluitvorming erg belangrijk vindt. Als brandweerwagens niet van de onderdoorgang gebruik kunnen maken, geldt dat ook voor ambulances. Het omleggen van een route geldt dus ook voor ambulances. Hij zal nog extra informatie opvragen. 10. Informatie van de portefeuillehouders over/uit gemeenschappelijke regelingen. Er zijn geen specifieke zaken die moeten worden toegelicht. 11. Ter kennisname stukken. Met uitzondering van punten 11c en 11f (reeds besproken) vindt behandeling van deze stukken plaats in de raadscommissievergadering van 13 april a.s. 12. Rondvraag en sluiting. - De heer Von Meijenfeldt vraagt aandacht voor de groene bufferzone ter plaatse van het plan Laarspad. Wethouder Diepstraten zegt toe dit mee te nemen. Niets meer aan de orde zijnde, sluit de voorzitter de vergadering om 23.15 uur.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 1 juni 2021, , voorzitter , griffier

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10173189/1