ap 4 verslag commissie Middelen d.d. 25-01-2021 + actielijst
Tekst van het document
VERSLAG van de openbare digitale vergadering van de raadscommissie Middelen, gehouden op 25 januari 2021. voorzitter: griffier: leden:
de heer F. Beterams de heer J. Timmermans de dames M. Doremalen en A. Krol en en de heren A. ten Cate, P. van Dongen, G. Koenen, C. Machielsen, J. Manders, H. van Nistelrooij, A. Schelfhorst, P. van Seters, G. Sterenborg, F. van Vugt en J. Wouters tevens aanwezig: mevrouw A. Zwarts (loco-burgemeester) en de heer D. Vermorken (wethouder)
1. Opening en mededelingen. De voorzitter opent de digitale vergadering om 19.30 uur en heet alle aanwezigen (en kijkers) welkom. De gemaakte afspraken rondom het digitaal vergaderen worden toegelicht. De beantwoording van de technische vragen kan worden meegenomen bij de behandeling van het betreffende agendapunt. Hij meldt aansluitend de afwezigheid van de burgemeester; aanwezigen zijn hierover ingelicht. 2. Inventarisatie spreekrecht. Er zijn geen inspreekverzoeken of inspreekteksten ontvangen. 3. Vaststellen definitieve agenda. De agenda wordt conform het voorgelegde concept vastgesteld. 4. Verslag digitale vergadering raadscommissie Middelen d.d. 23 november 2020 + actielijst. Het verslag van de vergadering d.d. 23 november 2020 wordt ongewijzigd vastgesteld. Er wordt aandacht gevraagd voor de tijdige verzending van de commissieverslagen. Actielijst: - ap 272: aanpak illegale bewoning van panden in de gemeente: onbekend is waarom niets is aangeleverd; wethouder Zwarts gaat dit na bij de portefeuillehouder en informeert de commissie. Alle overige actiepunten zijn geagendeerd of benoemd. 5.
Ontwerp-raadsvoorstel inzake het proces voor optimalisering van de huisvesting van de ABGorganisatie. De fracties wijzen er op dat alle gemeenteraden achter de centralisatie van de huisvesting moeten staan. Zonder dat besluit heeft doorgaan met dit proces geen zin. In de processtappen kan men zich vinden; de doorlooptijd roept wel vragen op. De heer Wouters meldt dat onze gemeente, in tegenstelling tot andere gemeenten, wel het nut van deze huisvesting ziet. Ondanks de afnemende noodzaak voor een eigen werkplek, blijft er behoefte aan contact met collega's. Bij stap 2 wordt duidelijk of de eindstreep zal worden gehaald. Zijn fractie stemt in met het voorstel. Mevrouw Doremalen staat achter de centrale huisvesting, maar heeft wel bezwaren tegen de Audax-locatie. Goed is dat alle betrokken partijen, ook de gemeenteraden, mee kunnen denken. Zij benoemt de gevolgen van het coronavirus en het thuiswerken. Er moeten niet nog meer kosten worden gemaakt o.a. door de inzet van externen; duidelijkheid voor de zomervakantie is gewenst. Zij oppert de mogelijkheid tot het plaatsen van tijdelijke units op één locatie; kan die optie, voor de korte termijn, worden onderzocht? De heer Manders is positief over de opzet om tot een gedragen voorstel te komen, maar heeft nog vragen.
Ondanks de aanwezige verschillen willen we gezamenlijke uitgangspunten bepalen, maar hoe denkt men die consensus te bereiken? Er worden voorstellen gedaan om het proces te versnellen, bijv. via het presidium; voor zijn fractie is zorgvuldigheid belangrijker dan snelheid. Ook moeten de ontwikkelingen rond werkplekken en thuiswerken worden meegenomen in dit proces. Maar wat gebeurt er als de drie gemeenten er niet uit komen? Wat doen we dan wel? Worden de gemeentehuizen dan aangepast aan de eisen? Naast huisvesting speelt ook de regiokeuze; waarom is er geen procesvoorstel voor de regiokeuze aangeboden?
De heer Van Vugt constateert dat vorig jaar andere keuzes zijn gemaakt, o.a. door de raad van Baarle-Nassau. Zonder duidelijkheid kost het proces alleen veel tijd en geld; weten we al hoe Baarle-Nassau hier nu in staat? De benodigde m² voor de huisvesting zullen lager zijn door o.a. het thuiswerken en de coronacrisis. Voor de berekening is goed onderzoek nodig, daarbij kunnen landelijke gegevens helpen. Om die reden verwacht hij dat het proces niet vóór september kan worden afgerond. Ook moeten de gemeenteraden nog aanvullende uitgangspunten/eisen kunnen doorgeven. Afronding vóór de perspectiefnota 2022 (PN22) is belangrijk, maar dan moeten op dat moment wel alle kosten in beeld zijn gebracht. Hij wijst op mogelijkheden om het proces anders in te vullen. Hij wacht eerst de besluitvorming door de drie gemeenteraden af. De heer Van Nistelrooij verwacht dat het voorliggende proces het best haalbare is gezien de eerdere patstelling, maar de drie gemeenteraden moeten hiermee instemmen. Goed dat het belang van de ABGorganisatie voorop staat; duidelijkheid vóór de PN22 is wenselijk. Zijn fractie kan instemmen met dit voorstel. De heer Van Seters wijst er op, net als anderen voor hem, dat het nieuwe werken niet goed is meegenomen.
Wat is er nodig voor de medewerkers, wat wil de ABG-organisatie hiermee gaan doen en hoe pakt men dit op? Uit eerdere overleggen bleek dat ook het samenwerken in één regio erg belangrijk was. Maar de (financiële) gevolgen (kosten intreden/uittreden) bij een keuze voor een bepaalde regio ligt niet voor. Hij informeert naar de staat van het gesloten convenant op dit onderwerp en de status van het eerdere voorstel over de centrale huisvesting. Klopt het dat het nu alleen gaat om de huisvesting van de ABGmedewerkers? En wordt het niet akkoord gaan met dit voorstel door Baarle-Nassau gezien als een no-go moment voor de ABG? Of komen we hier dan na een aantal maanden weer op terug? De heer Machielsen wil eigenlijk veel sneller gaan dan nu opgenomen. Verder uitstel is niet wenselijk; bij de PN22 moet er duidelijkheid zijn. De echte verantwoordelijkheid ligt nu bij de gemeente Baarle-Nassau. Als men geen duidelijkheid geeft over de huisvesting en regiokeuze, en daarvan de financiële gevolgen accepteert, dan is deze voorzet voor niets geweest. Zijn fractie steunt dit voorstel. Ook Baarle-Nassau zal een stap moeten zetten. Wethouder Vermorken heeft diverse vragen gehoord over de verdere invulling van de gebouwen; dit wordt meegenomen bij stap 2. De gemaakte opmerkingen over o.a. corona en het nieuwe werken zullen deel uitmaken van de afwegingen in een volgende stap.
Het klopt dat de gevolgen van het coronavirus kunnen leiden tot gewijzigde uitgangspunten. Hij hoort twee meningen: snel of zorgvuldig; het college wil het snel én zorgvuldig oppakken. De zorgvuldigheid wordt geborgd door, zoals meegenomen in dit voorstel, pas na de besluitvorming van een eerdere stap een vervolgstap te zetten. Hij zegt toe dat bij een voorstel tot besluitvorming ook het nieuwe te volgen proces wordt toegelicht. Die besluitvorming (amendementen/moties en/of toezeggingen) kan dan in die volgende stap worden meegenomen. Voor de doorlooptijd wil hij gezamenlijk zoeken naar een oplossing. Consensus wordt bereikt door, daar waar de verschillen liggen, deze ook op te lossen. Dus bij ABG-bestuur, college en de raad. Hij wil nu geen tijd steken in nieuwe varianten voor de huisvesting; deze kunnen bij stap 2 worden ingebracht. In Baarle-Nassau wordt inmiddels gesproken over een gewijzigde regiokeuze voor het sociaal domein; in de raad van 24 februari a.s. is besluitvorming voorzien. Daarom is geen voorstel voor de regiokeuze aangeboden. Ons college en de leden van het ABG-bestuur hebben er zeker vertrouwen in dat de gemeenteraden hier gezamenlijk uit gaan komen. Ook vindt het college het belangrijk dat de raden goed worden meegenomen. Hij wijst op de term "clubhuis", de ontmoetingsruimte c.q.
werkplek van de ABG-organisatie die met name ook voor de inwoners van onze gemeente van belang is. Primair gaat het procesvoorstel over de backoffice. De overblijvende functies moeten wel onderdeel van de gesprekken zijn. De inhoudelijke vragen komen bij stap 2 aan de orde. Hij hoopt dat alle gemeenteraden instemmen met het voorstel, zodat ook met stap 2 kan worden gestart. In tweede termijn laten de fracties zich positief uit over het voornemen van de gemeente Baarle-Nassau om aan te sluiten bij de regio Hart van Brabant voor het sociaal domein. De heer Wouters blijft voorstander van een snelle afhandeling van de stappen. Vooral bij stap 2 (inventarisatie eisen en wensen) wordt veel duidelijk. Dan weten we ook of we hiermee door kunnen gaan. Mevrouw Doremalen is blij met de voorgenomen doorloopsnelheid. Haar fractie zal bij stap 2 de plaatsing van tijdelijke units opnieuw inbrengen. Dan is misschien ook al duidelijk welke efficiencyslag kan worden gemaakt. Hopelijk is in de zomer duidelijk hoe de drie gemeenteraden erin staan. 2
De heer Manders kan niet instemmen met het niet betrekken van de raadsleden; wel moet er sprake zijn van zorgvuldigheid. Maar snelheid en zorgvuldigheid kunnen goed samen op gaan. Er zijn nog wat hobbels; laten we kijken hoe we die glad kunnen strijken. De bal ligt niet alleen bij Baarle-Nassau. We moeten eerst zelf dit voorstel goedkeuren, onafhankelijk van de keuze van de andere gemeenten. Maar het is goed dat er overeenstemming is over één regiokeuze. De heer Van Vugt merkt op dat hij niet heeft aangegeven dat de raden minder moeten worden betrokken; de raden moeten vooral worden betrokken bij de besluitvormende zaken en niet bij de technische onderdelen. De randvoorwaarden voor een zo goed mogelijke huisvesting van de backoffice moeten in stap 2 voor alle drie de gemeenten wel duidelijk zijn. Dan kunnen er ook snel besluiten worden genomen. Zijn fractie wil niet gegijzeld worden, b.v. over de huisvesting, door een andere raad. Hij heeft vragen gesteld over de doorlooptijd van de stappen; het processchema lijkt niet realistisch. De heer Manders wil niet over een gijzeling spreken in deze discussie; hij wil een zorgvuldig, en waar mogelijk ook een snel, proces doorlopen hierin. De heer Van Vugt legt uit dat hij dit wel zo voelt. Als een van de drie partijen niet akkoord gaat, dan ontstaat een probleem.
Hopelijk zijn bij de PN22 de processtappen afgewerkt, maar gezien de aangegeven termijnen loopt dit, als alles meezit, door tot in de zomer. Hij hoort graag de mening van de andere fracties. De heer Van Nistelrooij verwacht dat, als inderdaad klopt wat de heer Van Vugt zegt over de accordering door drie raden, we na stap 2 ook klaar kunnen zijn. Hij wil zeker proberen vóór de PN22 het proces te hebben doorlopen; zijn fractie stemt in met het voorstel. Op de opmerking van de heer Van Vugt dat hij dit ook wil, maar dat dit volgens deze planning niet lukt, stelt de heer Van Nistelrooij dat de uitgangspunten die in fase 2 worden vastgesteld, kunnen worden verwerkt in de PN22. Ook de heer Van Seters wil de bal niet bij Baarle-Nassau leggen; hij wijst op de eerdere bijeenkomst waarin al werd gevraagd om meer informatie voordat tot een besluit werd gekomen. Wat is de status van het raadsbesluit uit 2020 over de huisvesting? Als dit besluit nog geldig is, wordt hier dus gesproken over een huisvesting van de ABG-organisatie in het gebouw van Audax. Zo niet, dan wil hij graag meer informatie. De heer Machielsen is van mening dat vooral voor de ambtenaren en burgers een gezamenlijke huisvesting van belang is. Zijn fractie stemt in met het voorstel en de processtappen.
Fase 2 wordt erg belangrijk; dan is er meer duidelijk over de uitgangspunten/wensen; die kunnen dan worden verwerkt in de PN22. Wethouder Vermorken stelt als eerste dat het college de woordkeuze "gijzeling" niet kan ondersteunen. Bij het begin van de samenwerking (in de vastgestelde gemeenschappelijke regeling) is inderdaad afgesproken dat er unanimiteit van de drie raden nodig is op de dossiers huisvesting en begroting. Het is positief dat er nu ook in de raad van Baarle-Nassau een raadsvoorstel ligt voor de regiokeuze. Voor het opstellen van de PN22 zijn de stappen 2 en 3 van groot belang. Bij stap 3 moeten de financiële gevolgen (van de uitgangspunten en wensen) ook al duidelijk zijn. Er is goed gekeken naar de doorlooptijd van dit proces. Wat voorligt is het snelste proces dat ook zorgvuldig kan worden doorlopen en wat op draagvlak kan rekenen van het ABG-bestuur. De heer Van Vugt wijst op de beantwoording van zijn vragen over stap 4; klopt het dat de wethouder nu aangeeft dat dit al bij het einde van stap 2 duidelijk is? Wethouder Vermorken geeft een korte toelichting. Bij stap 2 moeten de gezamenlijke uitgangspunten (van de drie raden) worden vastgelegd. Na stap 3 is er (grotendeels) inzicht in de kosten; die gegevens zijn nodig voor het opstellen van de PN222. Om dit ook te kunnen bereiken is draagvlak en snelheid nodig.
De raden van Alphen-Chaam en Gilze en Rijen hebben in 2020 een besluit genomen op het raadsvoorstel centrale huisvesting; dat besluit wordt gehandhaafd. Of Baarle-Nassau daar nu wel bij aansluit is niet zeker. Met dit voorstel wil hij proberen toch een gezamenlijk standpunt te bereiken en uit de impasse te komen. Het voorstel kan worden geagendeerd voor de raadsvergadering van 11 februari a.s.
3
6. Ontwerp-raadsvoorstel inzake het vaststellen van de "Verordening op de burgeragendering en het burgerinitiatief gemeente Gilze en Rijen 2021". Dit voorstel is op de agenda geplaatst op verzoek van de D66-fractie. Diverse fracties staan sympathiek tegenover dit initiatief-voorstel. Wel vragen zij zich af of deze verordening nodig is. Er zijn al meerdere mogelijkheden voor burgers om wensen, ideeën en verzoeken voor te leggen aan fracties, college, commissie en raad; hiervan wordt in ruimte mate gebruik gemaakt. Ze wijzen op een verbinding naar de bestaande F-Onsregeling. Mevrouw Doremalen vraagt naar de meerwaarde van deze verordening. Levert dit geen extra werk op voor de ABG-organisatie en griffie? In Alphen-Chaam is eenzelfde verordening al aanwezig; daarvan is echter geen tot weinig gebruik gemaakt. Zijn er voorbeelden van gemeenten (van onze grootte) waar dit wel het geval is en waar de verordening wel effectief is? Tot die tijd wil ze de raadsbehandeling van de verordening uitstellen. Zij vraagt de wethouder of van de F-Onsregeling al veel gebruik is gemaakt. Zo ja, door hoeveel mensen? Zo niet, is het mogelijk die regeling nog laagdrempeliger te maken? De heer Manders merkt op dat er ook gebruik kan worden gemaakt van het zgn. "Right to challenge".
Hij wijst op de verordening van de gemeente Breda; is deze beter van opzet? Wie bepaalt dan welke verzoeken worden geagendeerd? Hij mist nu in de verordening een behandeling in de commissie; dit moet wel gebeuren? Hij heeft daarnaast vragen bij de leeftijdsgrens (verhogen naar 14 jaar), omschrijving belanghebbende(n), het benodigde aantal handtekeningen en de termijn van besluiten tot uitsluiting van agenderen initiatieven. Hij vindt dat er geen twijfel mag zijn over de mogelijke agendering van een initiatief. Om teleurstellingen te voorkomen bij en meer duidelijkheid te geven aan indieners moet de verordening beter worden uitgewerkt. De heer Van Nistelrooij is ook voorstander van burgerparticipatie, dit gebeurt al volop in onze gemeente. Dit voorstel leidt, naar zijn mening, tot meer bureaucratie; de verordening heeft weinig toegevoegde waarde. Ook voor de heer Van Seters is participatie belangrijk. Hij mist in het voorstel een communicatieplan; kan dit alsnog worden meegenomen? De verordening moet duidelijk kunnen worden uitgelegd aan onze burgers. Voor de heer Machielsen is belangrijk wat we met deze verordening willen bereiken; hij refereert aan de verordening van Alphen-Chaam. Ook hij heeft vragen over de leeftijdsgrens, unieke handtekeningen en de F-Onsregeling.
In deze verordening is een mogelijkheid opgenomen om de huidige gemeentelijke procedures aan de orde te stellen. Zijn er voorbeelden? Wat is het voordeel hiervan? De heer Ten Cate wijst op de huidige werkwijze, ook op het gebied van particpatie. Waarom is er voor een burgerinitiatief gekozen in plaats van een referendum? Hij heeft opmerkingen over de kiesgerechtigde leeftijd, representativiteit, aantallen handtekeningen, waarborgen voor behandeling, andere voorbeelden van verordeningen en de onderbouwing van de kosten. Hoe groot is de kans dat een initiatief niet wordt voorgelegd aan commissie of raad? Zijn fractie raadt de behandeling in de komende raadsvergadering af. De voorzitter geeft eerst het college de kans om te reageren, aansluitend krijgt de indiener van het voorstel, de heer Van Vugt, het woord. Wethouder Zwarts licht toe dat de informatie over de F-Onsregeling in de volgende commissie Samenleving wordt aangeboden. Tot op heden is hiervan nog geen gebruik gemaakt. De aanbeveling vanuit het college is om deze verordening te bekijken in een breder perspectief. Dan kunnen ook de ambities en kaders voor de burgerparticipatie worden toegevoegd. De heer Van Vugt, de opsteller/indiener van het raadsvoorstel, zal de vragen beantwoorden. Hij wacht al langer op een initiatiefvoorstel vanuit het college hiervoor.
Hij ziet deze verordening dan ook als een element om de burgers (meer) invloed te geven c.q. mee te laten doen. Elk element bevat mogelijkheden die er nu nog niet zijn, ook niet via F-Ons en Right to challenge. Dan gaat het om vormen van burgerparticpatie. Maar die leiden niet tot een voorstel vanuit de burger zelf op de tafel van de raad; deze verordening doet dat wel. Het gaat niet om burgerinitiatieven voor "doe"-projecten en daar ligt het verschil met de wel aanwezige participatiemogelijkheden. Ook een referendum is een totaal ander instrument. Deze verordening leidt niet tot meer bureaucratie; de opgenomen regels gelden voor iedere burgervoorzet. Voldoe je aan die regels, dan komt het voorstel ter tafel. Het aantal handtekeningen is bespreekbaar, maar hoe hoger het aantal, hoe minder initiatieven worden aangeboden. Uit een onderzoek een aantal jaar geleden bleek dat het aantal burgerinitiatieven in kleine(re) en grote(re) gemeenten bijna hetzelfde waren. 4
Echter, ieder burgerinitiatief is anders. Dat maakt het lastig voorbeelden aan te leveren. Belangrijker is of je wel (of niet) gelooft in dit instrument. Mevrouw Doremalen ziet het liefst een zeer laagdrempelige, gebruiksvriendelijke verordening. Anders heb je een verordening waar geen gebruik van wordt gemaakt. Vandaar de vraag om voorbeelden waar dit wel effectief werkt. De heer Van Vugt antwoordt dat het goed is om te kijken naar voorbeelden, maar dan moet de achtergrond wel bekend zijn. Een goede communicatie is zeker belangrijk; dit bleek in Alphen-Chaam ook onvoldoende te zijn gedaan. Mede daarom zijn er geen initiatieven ingediend. Een communicatieplan (in begrijpelijke taal) zou door de afdeling communicatie moeten worden opgepakt, zeker om teleurstelling bij burgers te voorkomen. Maar soms moet je ook zo'n stap durven zetten. Er zijn meer mogelijkheden voor een verordening; hij geeft wat voorbeelden. Bij voldoende handtekeningen komt een initiatief automatisch op de agenda van de raad. Na bespreking wordt een besluit genomen en loopt het vervolg via de raadscommissies (reguliere werkwijze). Hij staat open voor wijzigingen in de leeftijdsgrens; 12 of 14 jaar zijn de meest gebruikte leeftijden. Hij ziet stemmen over iets wel als wat anders dan een initiatief voorleggen aan de raad.
Hij wil het aantal uitzonderingen niet verder uitbreiden; dan kun je er beter niet aan beginnen. Op de opmerking van de heer Machielsen dat wordt gesuggereerd dat fracties geen goede ideeën ophalen bij de burgers, geeft de heer Van Vugt aan dat alle fracties goede ideeën ophalen. Met deze verordening kunnen de burgers zelf iets voorleggen aan de raad; het hoeft dus niet via een politieke partij te lopen. De heer Van Nistelrooij wijst op de uitzonderingen; een aantal onderwerpen is wel aan procedures gebonden. Dat is bekend bij de heer Van Vugt; hij merkt op dat daar de eigen regels voor blijven gelden. Hij verwacht niet dat er strijdigheid ontstaat met de voorliggende verordening. Naar aanleiding van de reactie van de heer Ten Cate of dit betekent dat er bij bestemmingsplannen/grote plannen eventueel extra mogelijkheden voor bezwaar kunnen ontstaan, merkt de heer Van Vugt op dat er, binnen 2 jaar na zo'n proces, geen mogelijkheid ontstaat als die procedure helemaal is doorlopen. Aanpassing van de termijn naar 3, 4 of 5 jaar is niet aan te raden; een termijn van 2 jaar is hiervoor een normale termijn. Wat nu goed werkt, blijft ook bestaan. Deze voorzet gaat om de ideeën van de burgers zelf die ze op de agenda voor de gemeenteraad willen zetten. De ABG-organisatie kan het communicatieplan opzetten.
Het hanteren van 25 unieke adressen is zeker een optie; ook kan worden gedacht aan meer handtekeningen. Hij wijst op de opmerking over de representativiteit van de initiatieven; de raad zelf bepaalt uiteindelijk of er een goed initiatief voorligt. Toetsing is dan niet nodig. Polarisatie heeft naar zijn mening vooral te maken met aanwezige grote belangentegenstellingen. Dat kan altijd gebeuren. Maar de gemeenteraad moet de argumenten (over en weer) horen en aansluitend een besluit nemen over een verdere toetsing. Hij vindt het positief dat er op korte termijn meer informatie komt over de regeling F-Ons. In tweede termijn informeren meerdere fracties naar voorbeelden van eenzelde soort verordening. Ook het in breder perspectief plaatsen van de verordening wordt gesteund. Gevraagd wordt of (samen met college) een totaalvisie kan worden opgesteld met kostenplaatje inclusief uren. Tot die tijd zou de behandeling van de verordening in ee raadsvergadering moeten worden uitgesteld. Mevrouw Doremalen wil inzetten op het beter betrekken van de inwoners bij gemeentezaken; met name het effect daarvan is belangrijk. Maar wat missen we dan nu als raad? Door over meerdere regelingen te gaan communiceren richting de burger ontstaat vooral onduidelijkheid; zij wil het in één keer oppakken. De heer Manders is van mening dat de spelregels duidelijk moeten zijn.
Als we zomaar starten, levert het meer frustratie op bij de inwoners. Hij krijgt graag duidelijkheid over o.a. de leeftijdsgrens; welke onderdelen wil de indiener aanpassen? Hij vraagt zich daarnaast af of het college met voorstellen voor participatie moet komen. De heer Van Nistelrooij merkt op dat in Alphen-Chaam nooit gebruik is gemaakt van eenzelfde verordening en denkt dat deze verordening gaat leiden tot teleurstellingen bij de burgers. Hij wacht liever het voorstel van het college over F-Ons af. De heer Van Seters ziet graag dat de gevraagde informatie op een later moment, gelijktijdig met een totaalvisie en kostenplaatje, wordt aangeboden. De heer Machielsen stelt dat er al een mogelijkheid is om als eenling (bv. door een aan de raad gerichte brief te schrijven) iets te agenderen voor een raadsvergadering. 5
We moeten goed nadenken of dit echt nodig is of dat er al mogelijkheden hiervoor aanwezig zijn. Hij wacht nog op voorbeelden van een verordening. De heer Ten Cate laat aansluitend weten dat een referendum niet alleen dient om iets tegen te houden. Hij sluit aan bij het voorleggen van een totaalvisie. Wethouder Zwarts licht toe dat het college graag collegiaal advies wil geven; ze hoort graag wat eventueel door het college is gemist. Zij merkt op dat verzoeken vanuit de raad door het college worden meegenomen. De heer Van Vugt beantwoordt de inhoudelijke vragen. Hij is blij met de gevoerde discussie, mede omdat de partijen zich zo beter realiseren wat we als raad moeten doen op het gebied van particpatie. In het collegeakkoord is opgenomen dat er meer aandacht zou komen voor burgerparticipatie. Daar staat hij ook achter; of dit raadsvoorstel daarin past, kan hij nu niet inschatten. Hij wil hierover graag overleggen met het college. Hij zou het graag voor de volgende raadsperiode bespreken. Er zijn eerder ook afspraken gemaakt over het omvormen van de raadsvergadering en de verbetering van de raadscommissiestructuur. Hij neemt het voorstel terug en bespreekt dit eerst in zijn eigen fractie. Hij gaat in overleg met het college over de inhoud en het tijdpad. Hij bekijkt nog wat te doen met o.a.
de opmerkingen over de leeftijden en handtekeningen; hij neemt hierover nog contact op met alle fracties. Op dit moment blijkt hierover geen overeenstemming te zijn binnen de fracties. Mevrouw Doremalen wil, los van de informatie uit college en fracties, eerst als raad aan dat kader werken. De heer Van Vugt reageert nog op de opmerking van de heer Machielsen over ingezonden brieven van inwoners; deze worden nu bij de ingekomen stukken behandeld; daar wordt afgesproken of de brief in de commissie wordt behandeld. We kunnen de afspraak maken dat een brief/voorstel van een inwoner, via het college, op de lijst van ingekomen stukken van de raad wordt geplaatst. Als daarbij wordt aangegeven dat die brief/voorstel sowieso wordt besproken en de indiener gelegenheid krijg in te spreken tijdens de vergadering, dan komt dat in de buurt van zijn voorstel. Die afspraak ligt er nu niet. Hij kan zich daar zeker in vinden. En ja, communicatie is zeker nodig om de burgers te informeren over de mogelijkheden in deze verordening. Het voorstel wordt teruggenomen en op een later moment weer voorgelegd aan de raadscommissie Middelen. 7. Ontwerp-raadsvoorstel inzake het vaststellen van de "Beleidsnota weerstandsvermogen en risicobeheersing Gilze en Rijen 2021".
Mevrouw Krol verwondert zich over de late aanlevering van de nota; kan dat een volgende keer vroeger? Waarom ligt er een nieuwe nota en is niet gekozen voor een overzicht van de wijzigingen? Ze vraagt een uitleg over de nu gekozen werkwijze voor het incidenteel en structureel risico; dit heeft toch geen gevolgen voor het beleid? De heer Schelfhorst wijst op het verlagen van het risicoprofiel en het streven naar waarderingscijfer B voor het totale weerstandsvermogen. Gaat dit laatste het voordeel van de financiële ruimte teniet doen? De heer Van Dongen hoort graag hoe het proces van risico-inschatting is vormgegeven en welke instrumenten hiervoor zijn gebruikt. Kan alsnog een voorloper van de nota en een "is/was-overzicht" worden bijgevoegd? De heer Sterenborg wijst op de onderverdeling in harde en zachte buffers; wat is de speelruimte?In hoeverre gaat de provincie akkoord met deze werkwijze? Wethouder Vermorken legt uit dat de nota door capaciteitsproblemen is vertraagd. Hij wil geen "was-wordt"lijst meer aanleveren; wel zegt hij toe de beleidsnota uit 2010 nog aan te leveren. Hij beantwoordt de vragen over het weerstandsvermogen; 1x per 4 jaar moet een nieuwe nota worden vastgesteld. Hij licht het streven naar waarderingcijfer B toe; als gemeente willen we in een goede (financiële) positie komen waar ook de provincie zich in kan vinden.
Het onderscheid tussen incidentele en structurele risico's werd eerder, in de praktijk, ook niet toegepast. In tweede termijn hoort mevrouw Krol nog graag waarom het incidenteel c.q.structureel risico niet uitmaakt voor het beleid. 6
In de nota is opgenomen dat het college de bevoegdheid houdt om risico's die vrijvallen toch op te nemen als risico in de planning en control(P&C)-cyclus ; wat zijn de criteria hiervoor? De heer Van Dongen informeert welke instrumenten er zijn gebruikt voor de risico-inschatting. De heer Sterenborg herhaalt zijn vragen over de harde en zachte buffers en de reactie van de provincie op deze werkwijze. Wethouder Vermorken legt uit dat structureel of incidenteel beleidsmatig geen meerwaarde heeft. Bij de P&Cproducten wordt dit via de P&C-cyclus herberekend. Dit gebeurt via het management en de P&C-adviseurs voor de eigen onderdelen. Hij licht de vermelde klassen (1 t/m 5) toe; dit zijn criteria om te bepalen of er bedragen moeten worden opgenomen in de risicoparagraaf in plaats van in de begroting. Dit is echter een uitzondering; mocht het college hiertoe overgaan, dan wordt dit expliciet gemotiveerd. Hij verwacht niet dat dit vaak nodig is. Voor de harde en zachte buffer verwijst hij naar de toezichtbrief van de provincie; deze werkwijze was al opgenomen in de begroting 2021. Het voorstel kan worden doorgeleid naar de raadsvergadering van 11 februari 2021. 8. Informatie van de portefeuillehouder(s) over/uit de gemeenschappelijke regelingen. Er zijn geen specifieke zaken die moeten worden toegelicht. 9. Ter kennisname stukken. a.
Memo inzake de juridische kosten van het project "Anders inzamelen" (actiepunt 273). De heer Van Vugt moet constateren dat een eerder ontvangen antwoord niet klopt; hij vindt het raar dat de juridische kosten geringer blijken te zijn; hoe vaak komt dit voor? Hoe kan het voorkomen dat niet bekend was, dat die eerdere informatie niet klopte. Wethouder Vermorken legt uit dat pas na de vraag van D66 een en ander is uitgezocht. Het is dus onjuist opgenomen in de bijlage van het rapport. Bij de beschrijving van de casus is het niet goed verwerkt; hier wordt voortaan scherper op gelet. Het proces is onderzocht en niet de resultaten van het project. Voor de heer Van Vugt maakt het niet uit of het in een rapport of een bijlage staat; hij verwacht dat zoiets niet meer voor gaat komen. b. Memo inzake ondermijningsfonds – Rijksweg 5 Hulten (actiepunt 274). Wethouder Vermorken licht toe dat de tekst verwijst naar een casus uit de gemeente Geertruidenberg; bij Rijksweg 5 speelde eenzelfde problematiek. c. Memo inzake de stand van zaken herbestemming van gebouwen op AZC (asielzoekerscentrum) Gilze. Mevrouw Krol vraagt extra aandacht voor de panden aan de noordzijde; deze zouden moeten worden aangepakt. Het gaat om rijksmonumenten.
Wanneer worden de panden wind- en waterdicht gemaakt? Als dit niet gebeurt, gaat de gemeente dan handhaven? Wanneer is duidelijk welke invulling deze panden gaan krijgen; het principe-verzoek is al lang geleden ingediend. Wat is de stand van zaken rondom de komst van de IND (immigratie- en naturalisatiedienst)? Wanneer komt hier duidelijkheid over? De heer Sterenborg wil weten hoe, wanneer en op welke wijze de omwonenden worden geinformeerd. De heer Van Dongen hoort graag welke maatregelen het college gaat nemen als het COA (centraal orgaan opvang asielzoekers) zich niet aan de wettelijke verplichtingen houdt. Wethouder Zwarts licht toe dat in maart 2020 het laatste overleg heeft plaatsgevonden over een structurele invulling. Zij zal de laatste stand van zaken nagaan en vragen of er duidelijkheid kan worden gegeven over een tijdpad voor de aanpak van de panden. Zij informeert de burgemeester over de gestelde vragen. d. Memo inzake de decembercirculaire 2020. Mevrouw Krol leest dat een hogere instroom in de bijstand wordt verwacht. Sinds wanneer is dit het geval? Zij hoort graag of dit snel of langzaam toeneemt, wat de verwachtingen hiervoor zijn en welke middelen waarvoor worden ingezet. Wethouder Zwarts meldt dat de toename vrij langzaam verloopt; zij verwacht een oplopende werkloosheid als de steunpakketten gaan vervallen.
De middelen worden ingezet voor specifieke personen en waar dit nodig is.
7
g. Jaarverslag 2019 van de commissie bezwaarschriften ABG-organisatie. De heer Van Vugt las dat het aantal niet-ontvankelijke verzoeken fors is toegenomen. Is er goede informatie beschikbaar voor burgers (bijvoorbeeld of men wel/niet belanghebbende is)? Verder moet worden voorkomen dat de beleidsambtenaar in de bezwaarschriftencommissie zitting heeft voor de eigen zaken. Wanneer wordt het raadsvoorstel over de ABG-bezwaarschriftencommissie aangeboden aan commissie en raad? De heer Machielsen wijst op de overschrijding van de termijnen; dat is een risico voor de gemeente. Wat doen we als gemeente om dit te voorkomen? Wethouder Zwarts legt uit dat de stijging deels is verklaard; er worden vaker identieke bezwaarschiften ingediend. Ze legt uit dat er in het voortraject contact is met de (beleids)ambtenaar; misschien dat tijdens dat contact extra (juridische) informatie kan worden verstrekt. Zo komt er voor burgers mogelijk voldoende informatie beschikbaar. Op termijn ligt de nieuwe verordening voor de drie gemeenten voor. De griffier vult aan dat er meerdere vragen waren over de verordening, zoals deze was voorgelegd. Vanuit de organisatie is gemeld dat er pas in maart informatie naar de commissie en raad komt. 10. Rondvraag en sluiting. - Mevrouw Krol merkt op dat plannen/projecten later worden opgepakt of opgeleverd dan gepland, omdat de ambtelijke ondersteuning ontbreekt.
Moet de raad zich hier zorgen over maken? Kan in de e.v. commissie meer informatie worden gedeeld over de uitstroomreden/-cijfers van personeel, de uitstaande vacatures, het aantal ingehuurde medewerkers en het ziektecijfer? Is het laatste medewerkerstevredenheidsonderzoek beschikbaar? Kan dit in een vergadering worden geagendeerd; zij zal de vragen nog schriftelijk indienen. Wethouder Vermorken zegt toe deze vragen voor de volgende commissievergadering te beantwoorden. - De heer Van Dongen vraagt of er informatie kan worden gedeeld naar aanleiding van het mailbericht van vanavond over mogelijke ongeregeldheden. Wethouder Zwarts is van mening dat de burgemeester zelf moet kunnen bepalen welke informatie hij wil delen. - Mevrouw Doremalen heeft een schriftelijke vraag ingediend over de toeslagenaffaire. Wethouder Zwarts licht toe dat er op dit moment een gezin bekend is; er is nog geen inschatting te maken van mogelijke kosten. Niets meer aan de orde zijnde, sluit de voorzitter de vergadering om 22.37 uur. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 8 maart 2021. , voorzitter , griffier
8
Actielijst raadscommissie Middelen nr.
vergadering d.d.
Actiepunt
actie door
in commissie
181
10-09-2014
stand van zaken AZC (elk kwartaal)
college
12 april 2021
25-06-2020
+ plan herbestemming officierswoningen
272
28-09-2020 (raad) 25-01-2021
voorstel inzake aanpak illegale bewoning van panden in de gemeente
college
8 maart 2021
275
02-11-2020 (raad)
evaluatie vergunningverlening huisvesting arbeidsmigranten
college
november 2022
276
12-11-2020 (raad)
voorstel inzake huisvesting ABG-organisatie
college
28 juni 2021
277
14-12-2020 (raad)
onderzoek verlaging rioolheffing voor inwoners die hemelafvoerwater hebben afgekoppeld
college
31 mei 2021
278