ap 4 inspreekreactie 1
Tekst van het document
Onderbouwing voor inspreektekst 8 juni 2021 – Versie 2 Commissie Ruimte 6 Ontwerp-raadsvoorstel inzake het aanpassen van de onderdoorgang Julianastraat-Stationsstraat Geachte raadsleden, De gemeente Gilze en Rijen wil toe naar een spoorzone in Rijen waar het goed wonen, werken en reizen is. Dat is vastgelegd in de toekomstvisie Spoorzone. Het nieuwe raadsvoorstel inzake de aanpassing met een langere tunnel maakt dat niet beter. Inmiddels zou het college een richting moeten geven, focussen waarvoor ze staan, concreet zijn, waar, hoe, wanneer en welk budget. Maar het zit vol vaagtaal, is stuurloos en kleurloos; het leidt niet tot een goede Spoorzone. Het college vraagt u om een beslissing te nemen met als ontwerpeis per helling (noord als wel zuid) van 4%. Aangezien het huidige plan aan de noordzijde en zuidzijde resp. 4,5 en 5,5% zijn, zal dit plan aangepast moeten worden volgens de juiste richtlijnen. Stichting Zet heeft een plantoetsing op het huidige ontwerp uitgevoerd. Daarvoor hebben zij gegevens gebruikt welke door de gemeente is aangereikt. De volgende uitgangspunten hebben zij gedestilleerd: 4% hellingspercentage aan de noordzijde 5% hellingspercentage aan de zuidzijde hoogteverschil van 4,5 meter
Vervolgens hebben zij zich gericht op de richtlijn van CROW publicatie 342. Daarbij is Stichting ZET tot de conclusie gekomen dat het hellingspercentage aan de zuidzijde te hoog is. En zij stellen dan ook dat de helling aangepast moet worden. Zij komen uit bij een hoogteverschil van 4,5 meter op een maximaal hellingspercentage van 4,5%. Dit advies wordt door het college in het raadsvoorstel overgenomen.
ECHTER, als wij de tekeningen van het huidige ontwerp controleren dan kloppen de aannames en daarmee de uitkomsten niet. Aan de hand van de tekeningen van ProRail welke wij zelf van de gemeente hebben ontvangen, blijkt dat het hoogteverschil aan de zuidzijde niet 4,5 maar 6 meter is. Uit de tekening van ProRail valt op te maken dat de bodem van de tunnel op NAP +4,2 meter ligt. (Normaal Amsterdams Peil NAP). Bovenkant van het wegdek ligt 0,2 meter daarboven. Dus wegdek in diepste gedeelte van de tunnel NAP+4,4 meter Het begin van de tunnel aan de Julianastraat (ter hoogte van Huize van Marrosa) ligt op NAP hoogte van +10,34 meter. De SWOV heeft geadviseerd om snelheid beperkende maatregelen toe te passen waaronder plateaus bij de uitritten van de tunnel. Deze plateaus zijn minimaal 10cm hoog t.o.v. het wegdek. De NAP hoogte op de locatie van tunnel bedraagt NAP +9,9 meter. De NAP hoogte bij het kruispunt Constance Gerlingstraat bedraagt NAP +9 meter. Deze informatie is te vinden op de website www.ahn.nl. De Totale overwinnen hoogteverschil aan de zuidzijde voor fietsers bedraagt dan (10,34+0,1) - 4,4 = 6,04 meter. Als we deze waarde ook gebruiken in dezelfde richtlijn van CROW, dan mag het hellingspercentage maximaal 3,3% zijn. Tekening ProRail
NAP hoogte wegdek tunnel NAP +4,4 meter
NAP hoogte plateau ter hoogte van Marrossa +10,44 meter (NAP wegdek +10,34 + 0,1 m hoogte plateau). De totale hoogteverschil 10,44 – 4,2 = 6,04 meter -> 6 meter Bij hoogteverschil 6 meter volgt dat de hellingspercentage minder dan 3,3% mag zijn in het uiterste comfortzone
Conclusie Met de gegevens van ProRail en AHN volgt een hoogteverschil van 6 meter. Dan volgt uit grafiek een met de het minste comfort een hellingspercentage van 3,3 %. Wij vinden het dan ook onzorgvuldig dat u zich baseert op incorrecte gegevens. De conclusie van Stichting ZET is daarmee ongegrond. Hiermee kan de ontwerpeis met een gemiddelde hellingspercentage van 4% niet voldoen. Uit de email SWOV inz hellingspercentage (agendapunt 4 bijlage rapport SWOV) is duidelijk op de maken dat de SWOV enkel naar de effecten van de verkeersveilheid heeft gekeken. Zij beschrijven dat het wel invloed op het fietscomfort kan hebben, maar dat zij dat niet onderzocht hebben omdat de notitie louter in gaat op de verkeersveiligheidsaspecten van de onderdoorgang.