CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

ap 15c RIB beleidsevaluatie omgevingsdialoog

Raadscommissie Ruimte 29 juni 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Ter kennisname stukken1.036 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSINFORMATIEBRIEF -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Aan

raadscommissie Ruimte

Van

het college van burgemeester en wethouders

Portefeuillehouder

wethouder Diepstraten

Onderwerp

beleidsevaluatie omgevingsdialoog.

Datum

8 juni 2021

Zaaknummer

346157

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Geachte leden van de gemeenteraad, De omgevingsdialoog passen we sinds 30 september 2019 toe binnen de kaders van de beleidsnota “omgevingsdialoog bij ruimtelijke plannen”. Nu, bijna twee jaar na vaststelling van het beleid omgevingsdialoog, doen we volop ervaring op met de omgevingsdialoog. Inmiddels zijn er enkele tientallen omgevingsdialogen zowel in voorbereiding, lopende als afgerond. De eerste signalen lijken aan te geven dat initiatiefnemers en de afdeling positief staan tegenover de dialoog. ‘Tijdswinst’ en ‘in een vroeg stadium kunnen sparren en aanpassen’ horen we terug van initiatiefnemers. Signalen als deze gaan we naast ‘feitelijke informatie’ en ‘resultaten’ nader kwantificeren over de periode 30 september 2019 tot eind september 2021. In uw vergadering van 30 november 2021 leggen we deze gegevens in een eindevaluatie aan u voor. Het is niet mogelijk nu al een tussentijdse beleidsevaluatie uit te voeren. De omgevingsdialoog is onderdeel van een ruimtelijk planproces dat meerdere maanden tot jaren in beslag neemt. Om gedegen conclusies te trekken hebben we data nodig van zoveel mogelijk plannen die afgerond zijn of in een vergevorderd stadium zijn. De data die vrijkomen in de komende maanden zijn daarom van belang om mee te wegen in de evaluatie. Wel concluderen we dat de signalen die we krijgen geen aanleiding geven tot het tussentijds aanpassen van het beleid.

Bovendien constateren we dat het huidige beleid past binnen de voorwaarden die de concept-omgevingswet stelt. In deze raadsinformatiebrief gaan we in op de aanpak van de eindevaluatie. Aan de hand van de volgende punten zetten we op een rij welke informatie we nodig hebben om de eindevaluatie uit te voeren. 1.

2.

Welke informatie nemen we op in de eindevaluatie van het beleid omgevingsdialoog? 1.1. Wat zijn de hoofdlijnen van ons beleid? 1.2. Bij welke plannen voerden we een omgevingsdialoog? 1.3. Aan de hand van welke vragen evalueren we de omgevingsdialoog? 1.4. Welke resultaten zien we? En leiden deze tot aanpassing van het beleid? Welke actoren vragen we naar hun ervaringen met de omgevingsdialoog?

1. Welke informatie nemen we op in de beleidsevaluatie omgevingsdialoog? 1.1 Wat zijn de hoofdlijnen van ons beleid? Aan de hand van de beleidsnota geven we een omschrijving van het beleid omgevingsdialoog; een andere werkwijze dan voorheen, waarbij de gemeente de verantwoordelijkheid voor afstemming met de directe omgeving van een ruimtelijk ontwikkelingsproject bij de initiatiefnemer legt. 1.2 Bij welke plannen voerden we een omgevingsdialoog? We brengen in kaart bij welke plannen een omgevingsdialoog gevoerd is vanaf vaststelling op 30 september 2019 tot eind september 2021. Om de plannen van een eenduidig kader te voorzien, brengen we in een tabel feitelijke informatie in kaart als: • Is het een plan op basis van de wet op de ruimtelijk ordening (BP of wijzigingsplan) of een omgevingsvergunning? • Ligt het plan in stedelijk gebied of in het buitengebied? • Welk type omgevingsdialoog is gevoerd? • In welke planfase bevindt het plan zich? • Zijn er zienswijzen ingediend, is bezwaar/beroep ingediend? 1.3 Aan de hand van welke vragen evalueren we de omgevingsdialoog? We volgen de opzet van de beleidsnota “omgevingsdialoog bij ruimtelijke plannen”. We kennen de paragrafen 3 tot en met 10 uit de beleidsnota vragen toe. Van daaruit brengen we aandachtspunten in kaart.

Hieronder sommen we onder vermelding van het paragraafnummer en paragraaftitel de vragen op die we stellen in de eindevaluatie. (In de eindevaluatie kunnen deze gedetailleerder zijn). Paragraaf 3 (blz.2): “Wanneer vinden we het van belang dat een omgevingsdialoog wordt gevoerd?” • Nemen de interne behandelaars de omgevingsdialoog (eenduidig) mee in: o de college en raadsvoorstellen; o de brieven aan initiatiefnemers over het collegebesluit. Paragraaf 4 (blz.4): “Welke vormen van een omgevingsdialoog zijn er?” • Weten de interne behandelaars de juiste omgevingsdialoog te vermelden? Paragraaf 5 (blz. 6): “Waar moet een verslag over de gevoerde omgevingsdialoog aan voldoen?” • Voegen de initiatiefnemers in hun verslaglegging alle onderdelen toe, zoals vermeld in de beleidsnota? • Controleren de interne behandelaars de verslaglegging? • Wordt de omgevingsdialoog, zoals voorgeschreven in de beleidsnota, toegevoegd aan de bijlagen bij de toelichting van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan of aan de bijlagen bij de ruimtelijke onderbouwing bij een omgevingsvergunning? • Wordt de separate bijlage waarin de initiatiefnemer duidelijk maakt dat betrokkenen in het proces akkoord gaan met de verslaglegging verzonden aan de gemeente en is deze compleet? Paragraaf 6 (blz.

7): “Wat doen we met de resultaten van de omgevingsdialoog?” • Worden de omgevingsdialogen eenduidig beoordeeld door de interne behandelaars aan de hand van paragraaf 6 van de beleidsnota? • Hoe ervaren ‘de personen die in de directe omgeving wonen of werken’ het toepassen van de omgevingsdialoog?

Paragraaf 7 (blz. 8): “Leidt het voeren van een omgevingsdialoog tot lastenverzwaring voor een initiatiefnemer?” • Heeft het toepassen van de omgevingsdialoog geleid tot aanpassing van de plannen? • Heeft het toepassen van de omgevingsdialoog geleid tot minder bezwaar en beroep? • Hoe ervaren initiatiefnemers de omgevingsdialoog? Paragraaf 8 (blz. 9): “Zijn er juridische vereisten aan het voeren van een omgevingsdialoog?” • Voldoet de omgevingsdialoog aan de juridische vereisten als weergegeven in paragraaf 8? Paragraaf 9 (blz. 9): “Hoe zorgen we er voor dat een omgevingsdialoog zorgvuldig wordt uitgevoerd?” • Kunnen de interne behandelaars de verschillende vormen omgevingsdialoog eenduidig uitleggen? • Is de informatie over de eisen aan de verslaglegging in onze folders en op de website op orde? • Voegen we de juiste informatie toe in onze brieven? Paragraaf 10 (blz. 10): “Hoe houden we de werking van dit beleid in de gaten?” • Is een voorstel voor actualisatie aan de orde op basis van: o de in praktijk gevoerde omgevingsdialogen; o jurisprudentie; o de omgevingsverordening; o de werkprocessen onder de omgevingswet. 1.4 Welke resultaten zien we? En leiden deze tot aanpassing van het beleid? De aandachtspunten uit 1.2 en 1.3 zetten we op een rij. De resultaten die hieruit voortvloeien zetten we in deze paragraaf op een rij.

We vragen ons af of het beleid omgevingsdialoog aanpassing behoeft. 2. Welke actoren vragen we naar hun ervaringen met de omgevingsdialoog? We bevragen: • een adviesbureau dat klanten adviseert; • Inwoners; • de portefeuillehouder gemeente Gilze en Rijen; • de werkgroep participatie in de omgevingswet ABG-organisatie; • medewerkers van de clusters Vergunningen en Ruimtelijke ordening ABG-organisatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10296737/1