ap 15b - bijlage masterplan afkoppelen Rijen
Tekst van het document
Documentnummer: 2020086-001
Masterplan afkoppelen Rijen
Status: Concept
Revisie: 2.0
Project:
Masterplan afkoppelen gemeente Gilze en Rijen
Projectnummer:
2020086
Opdrachtgever:
Gemeente Gilze en Rijen
Datum:
31 mei 2021
Opsteller: Rik Peters
Kwaliteitscontroleur: Hans de Jong
Projectleider: Rik Peters
Akertech Adviseurs BV Vestiging ‘s-Hertogenbosch Bruistensingel 120 5232 AC ‘s-Hertogenbosch T. 013 522 99 00
Vestiging Duiven Scheefkelk 2 6922 HH Duiven T. 0316 280034 KVK: 578 12 918 BTW: 8527.47.093.B.01
Lid KIVI-NIRIA www.akertech.nl info@akertech.nl
SAMENVATTING De gemeente Gilze en Rijen heeft aan Akertech gevraagd om een afkoppelplan op te stellen voor de kernen Rijen, Gilze en Molenschot. Het voorliggende document betreft het Masterplan afkoppelen van de kern Rijen. De kern Rijen bestaat voor een groot deel uit gemengde riolering. Via de gemengde riolering wordt het (afval)water afgevoerd richting de RWZI ten noordoosten van Rijen. Wanneer het aanbod groter is dan de afnamecapaciteit van de RWZI dan kan het (afval)water overstorten richting het oppervlaktewater. Het grootste deel van het gemengde (afval)water stort dan over op de Wolfsweide vijver. Door deze overstortingen is de waterkwaliteit van de Wolfsweide vijver erg slecht. Wanneer de afvoercapaciteit richting de overstorten bij hevige neerslag ontoereikend is dan treedt het water vanuit de gemengde riolering op straat. Vanwege het lagere maaiveld komt dit het eerst en het meest voor in het noordoosten van Rijen. Doel van het Masterplan afkoppelen Rijen is een verbetering van de waterkwaliteit van de Wolfsweide vijver en het voorkomen van wateroverlast in Rijen Noordoost. Reeds is de ABG-Organisatie bezig met een herinrichting van zes deelprojecten in Rijen Noordoost. Het afkoppelen van de verharding is onderdeel van de herinrichting. Voor
het
opstellen
van
het
Masterplan
afkoppelen
Rijen
zijn
de
relevante
beschikbare
gebiedskenmerken verzameld en geanalyseerd. Uit deze analyse blijkt dat het maaiveldverloop van Rijen van west naar oost verloopt waarbij het oosten het laagst is gelegen. Om ervoor te zorgen dat het water door dit hoogteverschil niet te snel naar het laagste punt stroomt is Rijen onderverdeeld in verschillende afstromingsgebieden. Doel van deze afstromingsgebieden is om het water per afstromingsgebied vast te houden om te voorkomen dat het op het laagste punt tot overlast leidt. Op basis van de verzamelde gebiedskenmerken zijn ook de bergingsmogelijkheden beoordeeld. De bovengrondse bergingsmogelijkheden zijn bepaald op basis van de aanwezige onverharde gebieden, de aanwezige bomen en het eigendom van de terreinen. De mogelijkheden voor ondergrondse berging zijn bepaald aan de hand van de grondwaterstand ten opzichte van het maaiveld, deze is in het westen erg gunstige en in het oosten ongunstig. De infiltratiemogelijkheden zijn beoordeeld aan de hand van de bodemgesteldheid, deze is in Rijen gunstig aangezien dit voornamelijk uit zand bestaat. Verder is voor het uitwerken van de afkoppelmaatregelen een prioritering bepaald waarbij onder andere naar de leeftijd van de bestaande gemengde riolering is gekeken. Bij het bepalen van de afkoppelmogelijkheden is per afstromingsgebieden gekeken naar de beschikbare berging per gebied.
Uitgangspunt is het bergen van 60 mm ten opzichte van de verharding die in de huidige situatie op de gemengde riolering is aangesloten. Voor heel Rijen zijn afkoppelmogelijkheden in beeld gebracht op een overzichtskaart. Op de overzichtskaart is de verdeling in afstromingsgebieden,
locaties boven- en ondergrondse
bergingsmogelijkheden en afvoerrichting weergegeven. Voor de uitwerking van de afkoppelmaatregelen zijn de afkoppelmogelijkheden beoordeeld op basis van verschillende factoren voor een uitwerking in verschillende fases. Dit resulteert in een uitwerking van afkoppelmaatregelen in vier fases. •
Fase 1 betreft het realiseren van een afvoer en berging voor twee deelprojecten van de herinrichting van Rijen Noordoost. Dit zijn projecten die momenteel worden voorbereid.
Pagina 1
•
Fase 2 betreft het realiseren van waterberging in het meest westelijke afstromingsgebied, hier zijn de meeste bergingsmogelijkheden en is de riolering het oudst.
•
Fase 3 betreft het realiseren van waterberging in het afstromingsgebied naast het meest westelijke afstromingsgebied, ook hier zijn veel bergingsmogelijkheden en is de riolering oud.
•
Fase 4 betreft het realiseren van een afvoer ten behoeve van fase 2 en 3 richting de Wolfsweide vijver.
Voor het realiseren van de afkoppelmaatregelen is een globale kostenraming opgesteld met de aanlegkosten per fase. In de onderstaande tabel is een opsomming van de kosten per fase weergegeven. Fase Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 Totaal
Berging (m³) 290 6.754 4.488 11.531
Kosten € 468.187,50 € 5.462.772,50 € 3.276.375,00 € 633.600,00 € 9.840.935,00
Het realiseren van de fases levert een reductie op van het aantal overstortingen vanuit de gemengde riolering richting de Wolfsweide vijver. Naar verwachting levert dit een reductie van het overstortvolume op van 20%. In de huidige situatie treden op jaarbasis ca. 16 overstortingen op. Het is niet mogelijk om een goede inschatting van de reductie van het aantal jaarlijkse overstortingen te maken zonder het uitvoeren van hydrodynamische modelberekeningen. Na het opstellen van het Masterplan afkoppelen Rijen zijn er nog een aantal aandachtspunten waar rekening mee gehouden dient te worden bij het maken van keuzes voor verdere uitwerking van de afkoppelmaatregelen. Hieronder zijn deze aandachtspunten opgesomd: •
Voor het toetsen van de reductie van het overstortvolume en de frequentie van overstortingen zijn hydrodynamische modelberekeningen benodigd.
•
Benodigde diameters voor de hemelwaterafvoeren zijn niet bepaald. Er wordt geadviseerd wordt om de diameters van de hoofdafvoeren vooraf te bepalen, rekening houdend met toekomstige aansluitingen.
•
De verbetering van het hydraulisch functioneren van de gemengde riolering en het verkleinen van het risico op wateroverlast kan regelmatig getoetst worden middels het uitvoeren van hydrodynamische modelberekeningen. Hiermee kan gemonitord worden welk effect de te nemen of genomen maatregelen hebben en kunnen de meest doelmatige en strategische vervolgstappen bepaald worden.
Pagina 2
INHOUDSOPGAVE Samenvatting
1
Inleiding
4
1.
2.
3.
4.
1.1
Aanleiding
4
1.2
Doel
4
1.3
Aanpak
4
Gebiedskenmerken 2.1
Hoogteverloop (AHN3)
5
2.2
Grondwaterstand
5
2.3
Bodemgesteldheid
6
2.4
Waterlopen
7
2.5
Riolering
8
2.6
Wolfsweide vijver
9
2.7
Leeftijd riolering
10
2.8
Verhard oppervlak
11
Uitgangspunten en randvoorwaarden
13
3.1
Beleid gemeente Gilze en Rijen
13
3.2
Beleid waterschap Brabantse Delta
13
3.3
Uitgangspunten
13
Afkoppelmaatregelen
14
4.1
Afstromingsgebieden
14
4.2
Afvoerrichting
14
4.3
Waterberging
15
4.3.1
Bergingsopgave
15
4.3.2
Bovengrondse berging
16
4.3.3
Ondergrondse berging
17
4.3.4
Berging totaal
19
5.
Fasering afkoppelmaatregelen
20
6.
Verbeteringen Wolfsweide vijver
22
7.
Kostenraming
23
8.
Aandachtspunten
24
Bijlagen Bijlage I: Overzichtskaart afkoppelmaatregelen Rijen Bijlage II: Onderbouwing kostenraming
Pagina 3
5
1. INLEIDING De gemeente Gilze en Rijen heeft aan Akertech de opdracht gegeven om een afkoppelplan op te stellen. Daarnaast is ook aangegeven dat er behoefte is om het hydraulisch functioneren van het stedelijk watersysteem, voor en na uitvoering van de afkoppelmaatregelen, te toetsen. Het voorliggend document betreft het Masterplan afkoppelen voor de kern Rijen. Voor de kernen Gilze en Molenschot worden afzonderlijke afkoppelplannen opgesteld.
AANLEIDING
1.1
De aanleiding voor het opstellen van het afkoppelplan voor de kern Rijen is tweeledig: -
Motie van de Raad om versneld te gaan afkoppelen in de gemeente Gilze en Rijen naar aanleiding van wateroverlast in de praktijk bij een hevige neerslaggebeurtenis in juni 2020;
-
De slechte waterkwaliteit in de vijver Wolfsweide door overstortingen vanuit het gemengde rioolstelsel.
DOEL
1.2
Het doel voor het opstellen van het afkoppelplan voor de kern Rijen is ook meerledig: -
Voorkomen en beperken van wateroverlast bij hevige en extreme neerslaggebeurtenissen;
-
Verbeteren waterkwaliteit vijver Wolfsweide;
-
In beeld brengen van doelmatige afkoppelmogelijkheden;
-
De afkoppelmaatregelen in beeld te krijgen zodat er snel kan worden meegelift met andere werkzaamheden in de openbare ruimte;
-
1.3
Een meerjarenplanning voor de uit te voeren afkoppelmaatregelen. AANPAK
In overleg met de heer Vrolijk van de ABG-organisatie is de gekozen aanpak voor het opstellen van het Masterplan afkoppelen voor de kern Rijen in een plan van aanpak vastgelegd. Er is gestart met het verzamelen, inventariseren en analyseren van de beschikbare gegevens. Over de verzamelde gegevens heeft afstemming plaatsgevonden betreffende de correctheid van deze informatie. Op basis van de verzamelde gegevens zijn de uitgangspunten beschreven welke van toepassing zijn voor het bepalen van de afkoppelmogelijkheden in de kern Rijen. Deze afkoppelmogelijkheden zijn op een overzichtskaart verwerkt samen met de belangrijkste uitgangspunten. Verder is Rijen opgedeeld in verschillende afstromingsgebieden, gebaseerd op het aanwezige hoogteverschil. De verdeling in afstromingsgebieden dient ervoor om hemelwater zo hoog mogelijk vast te houden alvorens het af kan stromen richting lagergelegen gebieden. Om altijd een afvoermogelijkheid te behouden is hiervoor ook een routing op de afstromingskaart weergegeven. Op basis van de beschreven afkoppelmogelijkheden is per afstromingsgebied een indicatie gegeven hoeveel hemelwater er binnen het afstromingsgebied geborgen kan worden wanneer de afkoppelmogelijkheden nader worden uitgewerkt. Tot slot is er een fasering voor uitvoering van de afkoppelmaatregelen beschreven. Dit betreft een fasering
voor
maatregelen
in
de
komende
ca.
5
jaar.
Voor
de
uitvoering
van
deze
afkoppelmaatregelen is tevens een globale kostenraming opgesteld en is een inschatting gemaakt voor de mate van verbetering van de waterkwaliteit van de Wolfsweide vijver.
Pagina 4
2. GEBIEDSKENMERKEN 2.1
HOOGTEVERLOOP (AHN3)
Het hoogteverloop is een belangrijke factor voor het maken van strategische keuzes voor het verwerken van hemelwater. Met deze informatie kunnen doelmatige keuzes gemaakt worden voor afstromings-/afvoerrichtingen en bergingslocaties. In de kern Rijen is er een duidelijk verloop van ca. 12 m +NAP in het westen naar ca. 5,5 m+ NAP in het oosten. In de onderstaande figuur is het hoogteverloop weergegeven.
Figuur 1: Hoogteverloop Rijen (AHN3)
2.2
GRONDWATERSTAND
Voor de mogelijkheden van infiltratie en ondergrondse waterberging is het van belang om te kijken naar de grondwaterstand in relatie tot de maaiveldhoogte. Voor het bepalen van de grondwaterstand zijn de meetgegevens uit het grondwatermeetnet van de gemeente Gilze en Rijen aangeleverd door de gemeente. De data van de gemeten grondwaterstanden hebben betrekking op de periode van 2016 t/m 2021. In figuur 2 zijn de locaties van de peilbuizen uit het grondwatermeetnet weergegeven met de hoogst gemeten grondwaterstand. Om na te gaan hoeveel ruimte er is voor eventueel ondergrondse berging is gekeken naar het verschil tussen de maaiveldhoogte en de hoogst gemeten grondwaterstand. Uit de figuur valt te concluderen dat met name het westen geschikt is voor infiltratie en ondergrondse waterberging door de lage grondwaterstand ten opzichte van het maaiveld. Hoe verder richting het oosten des te kleiner wordt het verschil tussen de grondwaterstand en het maaiveld. Dit verschil is het kleinst in het noordoosten, waar de ondergrond het minst geschikt is voor infiltratie en ondergrondse waterberging.
Pagina 5
Figuur 2: Grondwaterstanden in Rijen
2.3
BODEMGESTELDHEID
Voor het bepalen van de bodemdoorlatendheid is de beschikbare bodeminformatie op Dinoloket geraadpleegd. In de kern Rijen zijn in totaal 66 booronderzoeken te vinden op Dinoloket. In figuur 3 zijn de locaties van deze booronderzoeken weergegeven. Het grootste deel van de bodem ter plaatse van de bodemonderzoeken bestaat uitsluitend uit zand fijne categorie tot grove categorie. De bodemdoorlatendheid van zand van de fijne categorie bedraagt ca. 1-5 m/dag. In een enkel geval is een laag van leem, veen of klei te vinden in de bodemopbouw. Figuur 3 toont de locaties van de beschikbare booronderzoeken. Van al deze boringen waar tot aan 5 m-mv een scheidende laag aanwezig is, zijn de gegevens van deze laag in de figuur opgenomen.
Pagina 6
Figuur 3: Locaties bodemonderzoeken Rijen
2.4
WATERLOPEN
Voor het afkoppelen van hemelwater speelt de ligging van watergangen een belangrijke rol. De watergangen zorgen voor de verdere afvoer van water weg uit het stedelijk gebied, met name wanneer het niet lokaal kan infiltreren of geborgen kan worden heeft deze afvoer een belangrijke functie. Daarnaast worden watergangen ingezet voor de vertraagde leegloop van het stedelijk watersysteem. Figuur 4 toont de locaties van watergangen rondom de kern Rijen. Te zien is dat ten westen, zuiden en noorden van de kern geen A- en B-watergangen aanwezig zijn. De enige watergang is de Beek, de A-watergangen in het oosten van Rijen.
Pagina 7
Figuur 4: Watergangen rondom Rijen
2.5
RIOLERING
In de kern Rijen is grotendeels gemengde riolering aanwezig. In het zuidoosten is een gescheiden stelsel aanwezig wat is aangelegd tussen 1994 en 2005. Verder is er door de kern Rijen heen op een aantal locaties IT-riool aangelegd en in het lagergelegen deel in het noordoosten van Rijen een drainagesysteem. In figuur 5 is de vrij verval riolering van de kern Rijen weergegeven. De gemengde riolering van de kern Rijen voert in droogweeromstandigheden af richting de RWZI ten noorden van Rijen. Voor de afvoer van (hevige) neerslag is er een bergbezinkbassin aanwezig en zijn er verschillende externe overstorten richtingen het oppervlaktewater. De locaties van deze objecten zijn weergegeven in figuur 5.
Pagina 8
Figuur 5: Riolering Rijen
2.6
WOLFSWEIDE VIJVER
Een van de aanleidingen voor het opstellen van het afkoppelplan is de slechte waterkwaliteit van de vijver Wolfsweide. De vijver Wolfsweide bevindt zich ten noordoosten van de kern. Figuur 6 toont de locatie van de Wolfsweide vijver. Door de beperkte overstortmogelijkheden vanuit het gemengde stelsel en de laagste overstortdrempel bij de Wolfweide vijver treedt deze overstort snel in werking. Dit veroorzaakt een slechte waterkwaliteit in de vijver. Vooral in combinatie met geen doorstroming van de vijver, die nu enkel doorstroomt wanneer de gemengde overstort in werking treedt. In het BRP van 2015 is het overstortvolume van de gemengde riolering op de Wolfsweide vijver berekend op ca. 73.500 m³/jaar en ongeveer 16 overstortingen per jaar.
Pagina 9
Figuur 6: Locatie Wolfsweide vijver
2.7
LEEFTIJD RIOLERING
Riolering heeft een geschatte levensduur van ca. 60 jaar. Als het deze leeftijd bereikt zou het theoretisch gezien aan vervanging toe zijn. Deze vervanging kan dan nog uitgesteld worden door reparaties of renovaties aan en van de riolering. Daarnaast wordt op basis van inspecties beoordeeld wanneer riolering vervangen dient te worden of dat reparaties voldoende zijn. Op basis van de leeftijd van de riolering kan een inschatting gemaakt worden waar de riolering als eerste vervangen dient te worden. In de onderstaande figuur is de leeftijd van de riolering weergegeven. Wat hierin opvalt is de hogere leeftijd van de riolering in het westen van Rijen.
Pagina 10
Figuur 7: Leeftijd riolering in Rijen
2.8
VERHARD OPPERVLAK
Als basis is voor de inventarisatie van de afstromende verharding, welke is aangesloten op de gemengde riolering, de informatie van het BRP uit 2015 gebruikt. De hoeveelheid van deze verharding in de kern Rijen bedraagt conform het BRP 104,5 hectare. Ten behoeve van het opstellen van dit Masterplan is er op basis van de gegevens uit 2015 een nieuwe inventarisatie uitgevoerd en is de verhardingskaart aangepast op basis van de beschikbare verharding en rioolgegevens van 2020. De hoeveelheid afstromende verharding aangesloten op de gemengde rioleringen in de kern Rijen bedraagt ca. 115,6 hectare. In de onderstaande figuur is de afstromende verharding welke is aangesloten op de gemengde riolering weergegeven waarin onderscheid is gemaakt in wegen en panden.
Pagina 11
Figuur 8: Aangesloten verharding op de gemengde riolering in Rijen
Pagina 12
3. UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN 3.1
BELEID GEMEENTE GILZE EN RIJEN
In het beleid van de gemeente en Gilze en Rijen is ten aanzien van het hydraulisch functioneren van het stedelijk watersysteem als uitgangspunt opgenomen dat er geen water op straat mag worden berekend bij bui 08 uit de Kennisbank Stedelijk Water. De gemeente kent geen eisen voor een waterbergingsverplichting.
3.2
BELEID WATERSCHAP BRABANTSE DELTA
In het beleid van Waterschap Brabantse Delta is als uitgangspunt opgenomen dat er 60 mm water geborgen wordt voor afstromend hemelwater voordat er geloosd wordt op het watersysteem van het Waterschap.
3.3
UITGANGSPUNTEN
In tabel 1 zijn de uitgangspunten die van toepassing zijn op de uitwerking van het afkoppelplan, opgenomen. Tabel 1: Uitgangspunten Onderwerp Maaiveldhoogte Hoogste gemeten grondwaterstand Bodemdoorlatendheid (k-waarde) Verharding op gemengde riolering Te realiseren berging Leeftijd Riolering
Uitgangspunt Van 11,9 m +NAP in het zuidwesten naar 5,5 m +NAP in het noordoosten. Van 3,49 m-mv in het zuidwesten naar 0,68 m-mv in het noordoosten. 1 – 5 m/dag 115,6 ha 60 mm Circa 60 jaar in het westen, 50 tot 30 jaar in het noordoosten en 30 tot 0 jaar in het zuidoosten.
Daarnaast is er in overleg met de gemeente voor gekozen om de ontwikkellocaties ‘Tussen de Leien’ en ‘Vliegende vennen’ buiten beschouwing te laten. Voor deze ontwikkelingen geldt dat zij zich dienen te conformeren aan de bergingseis van 60 mm en geen water op straat bij bui 08. Tot slot wordt ook het gebied ten zuiden van het spoor buiten beschouwing gelaten vanwege voorgenomen aanpassingen aan de vrijverval riolering die onder het spoor ligt. Hiervoor zal door de gemeente Gilze en Rijen een aparte studie uitgevoerd worden.
Pagina 13
4. AFKOPPELMAATREGELEN In de navolgende paragrafen is Rijen opgedeeld in verschillende afstromingsgebieden met een uitwerking van de afvoerrichting voor deze gebieden. Aanvullend zijn per gebied de boven- en ondergrondse bergingsmogelijkheden in beeld gebracht. Al deze afkoppelmaatregelen zijn tevens verwerkt op een overzichtskaart. De overzichtskaart met de afkoppelmaatregelen voor Rijen is opgenomen in bijlage I.
4.1
AFSTROMINGSGEBIEDEN
De kern Rijen is in verschillende afstromingsgebieden opgedeeld. Dit is met name gedaan op basis van de hoogteligging. Het doel is om met het afkoppelen 60 mm hemelwater te bergen. Hiervoor wordt het hemelwater zo veel mogelijk bovenstrooms vastgehouden voordat het tot afstroming komt naar lagergelegen gebieden. Naast het hoogteverloop is voor de verdeling van Rijen in afstromingsgebieden
rekening
gehouden
met
de
wegenstructuur.
In
figuur
9
zijn
de
afstromingsgebieden waarin Rijen is opgedeeld, weergegeven.
Figuur 9: Afstromingsgebieden
4.2
AFVOERRICHTING
Vanwege de beperkte aanwezigheid van watergangen in de omgeving van de kern Rijen is het enkel mogelijk om het hemelwater te lozen in het oosten. Vanwege het hoogteverloop is het noordoosten de meest geschikte locatie. Als lozingslocatie voor hemelwater kan de Wolfsweide vijver worden ingezet. Door hier (schoon) hemelwater op te lozen wordt het gemengde overstortwater verdunt en kan er meer doorstroming plaatsvinden. Daarnaast kan de Wolfsweide vijver ingezet worden voor extra berging, wanneer er bovenstrooms onvoldoende berging kan worden gerealiseerd, voordat er
Pagina 14
wordt geloosd op de Beek. Afstromingsgebieden 7 en 8 zijn minder kansrijk voor aansluiting op de Wolfsweide vijver vanwege het lagere maaiveld. De afvoer van gebied 7 en 8 gaat rechtstreeks naar de Beek. Dit wil tevens zeggen dat er in het afstromingsgebied zelf berging gerealiseerd dient te worden voordat er geloosd wordt op de Beek. In figuur 10 zijn de afstromingsrichtingen van de afstromingsgebieden weergegeven. Hierbij is onderscheid gemaakt in een hoofd- en basisafvoer. De hoofdafvoer betreft de afvoer richting de Wolfsweide vijver en overschrijdt de gebiedsgrenzen. In deze afvoer zal dus rekening gehouden worden met een groter debiet. De uiteindelijke afmeting van deze afvoer is sterk afhankelijk van de hoeveelheid hemelwater die bovengronds binnen de afstromingsgebieden geborgen kan worden. De basisafvoer betreft de afvoer binnen één afstromingsgebied. Over het algemeen stromen de afvoeren binnen het afstromingsgebied naar een locatie waar het overgaat naar een hoofdafvoer. Dit kan zijn op de grens van het afstromingsgebied of op locaties waar meerdere basisafvoer samenkomen. De basisafvoer zorgt voor de inzameling en transport van hemelwater richting de hoofdafvoeren en staan vaak in verbinding met een waterberging en kan tevens een dubbele functie hebben als berging én afvoer.
Figuur 10: Afvoerrichting hemelwater
4.3 4.3.1
WATERBERGING Bergingsopgave
In het beleid van Waterschap Brabantse Delta is als uitgangspunt opgenomen dat er 60 mm hemelwater geborgen dient te worden voordat er geloosd mag worden op het oppervlaktewater van het Waterschap. Per afstromingsgebied is de bergingsopgave op basis van de hoeveelheid afstromende verharding in beeld gebracht. In tabel 2 is de hoeveelheid afstromend verhard oppervlak per afstromingsgebied weergegeven. Hierin is tevens onderscheid gemaakt in het type oppervlak. Daarnaast is ook de bergingsopgave per afstromingsgebied op basis van 60 mm in de tabel
Pagina 15
weergegeven. Hiervoor is voor de wegen en terreinen uitgegaan van 100% en voor de daken 50% af te koppelen oppervlak. Tabel 2: Bergingsopgave per afstromingsgebied
Gebied
Verharding weg
Verharding dak
Verharding totaal
Bergingsopgave
[ha]
[ha]
[ha]
[m3]
1
10,3
4,2
14,5
8.717
2
8,5
4,3
12,8
7.661
3
12,3
5,9
18,2
10.905
4
7,7
3,1
10,8
6.487
5
4,1
2,2
6,3
3.762
6
0,8
0,5
1,3
788
7
3,1
1,3
4,4
2.659
8
2,8
1,2
4,0
2.392
9
5,1
2,6
7,7
4.587
De berging van hemelwater kan opgedeeld worden in bovengrondse en ondergrondse berging. In de volgende twee paragrafen worden de locaties en mogelijkheden voor boven- en ondergrondse berging afzonderlijk van elkaar beschreven. Hierbij wordt in eerste instantie gekeken naar de mogelijkheden voor bovengrondse berging waarna er aanvullend naar de ondergrondse berging wordt gekeken wat er nodig is om 60 mm berging per afstromingsgebied te realiseren.
4.3.2
Bovengrondse berging
Het realiseren van bovengrondse berging bestaat voornamelijk uit het realiseren van wadi’s en gedeeltelijk uit het realiseren van watergangen/greppels. Veel groengebieden zijn geschikt om in te richten als wadi. Figuur 11 toont de locaties die geschikt zijn voor bovengrondse waterberging. Bij het bepalen van deze locaties is (in enige mate) rekening gehouden met de functie van het huidige groengebied en de aanwezigheid van eventuele bomen. In meerdere gevallen zijn er wel bomen aanwezig op de aangewezen groenlocaties. Het realiseren van waterberging hoeft op deze locaties niet altijd ten koste te gaan van de aanwezige bomen. In sommige gevallen zal het wel ten koste gaan van de bomen of valt er meer berging te realiseren wanneer er bomen gekapt worden. Op deze locaties is het in bijna alle gevallen mogelijk om nieuwe bomen te plaatsen op deze bergingslocaties. Dit kan goed samengaan en levert vaak zelfs een mooier straatbeeld op. In bijlage 1 is de algemene overzichtskaart van het afkoppelplan opgenomen, op deze kaart zijn ook de locaties van de bomen zichtbaar.
Pagina 16
Figuur 11: Potentiële locaties bovengrondse waterberging
In de kern Rijen is in totaal ca. 14.000 m3 aan bovengrondse berging te realiseren als de aangewezen locaties
worden
ingericht
als
waterberging.
Tabel
3
toont
de
beschikbare
berging
per
afstromingsgebied voor de potentiële bovengrondse bergingslocaties op basis van een bergingsdiepte van 0,3 meter. Tabel 3: Potentiële bovengrondse waterberging
Gebied
Bergingsvolume (m3)
Berging in mm
1
3.391
23
2
1.363
11
3
1.797
10
4
1.977
18
5
2.165
35
6
264
20
7
912
21
8
638
16
9
1.208
16
4.3.3
Ondergrondse berging
Aanvullend
op
de
bovengrondse
waterberging
zijn
de
mogelijkheden
voor
ondergrondse
waterberging in beeld gebracht. Voor de realisatie van ondergrondse waterberging (m.u.v. waterbergende wegfundatie) is een minimale drooglegging van ca. 1,50 m-mv vereist voor een optimale benutting van de bergingscapaciteit. Voor infiltratiekratten mag de drooglegging iets minder zijn. Vanwege de hogere grondwaterstand in het oosten van Rijen zijn alleen de afstromingsgebied
Pagina 17
1 t/m 3 geschikt om ondergrondse berging optimaal te benutten. Voor deze gebieden is er gekeken naar de mogelijkheden voor drie soorten ondergrondse berging: 1. Centrale ondergrondse berging: dit betreffen grotere oppervlakken zoals een parkeerplaats waar ondergrondse berging geclusterd gerealiseerd kan worden. Denk hierbij aan het toepassen van IT-kratten en soortgelijke systemen. 2. IT-riool met grindkoffers: Hier wordt over een grotere lengte ondergrondse waterberging gerealiseerd. Voor de grindkoffers is uitgegaan van een hoogte van 1 meter en een breedte van 2 meter. Alleen voor afstromingsgebied 1 en 2 is uitgegaan van waterberging in IT-riool met grindkoffers.
Afstromingsgebied
3
is
hiervoor
minder
geschikt
vanwege
de
hogere
grondwaterstand ten opzichte van het maaiveld. 3. Naast
de
twee
bovengenoemde
soorten
ondergrondse
berging is er
voor het hele
afstromingsgebied rekening gehouden met het realiseren van IT-riolering in alle straten, hiervoor is uitgegaan van een diameter van 400 mm. Alleen voor afstromingsgebied 1 en 2 is uitgegaan van waterberging in IT-riolering. Afstromingsgebied 3 is hiervoor minder geschikt vanwege de hogere grondwaterstand ten opzichte van het maaiveld. In figuur 12 zijn de locaties voor centrale ondergrondse berging en IT-riool met grindkoffers, weergegeven.
Figuur 12: Potentiële locaties ondergrondse berging
In tabel 4 is de hoeveelheid potentiële ondergrondse berging per gebied en per type berging weergegeven.
Pagina 18
Tabel 4: Potentiële ondergrondse waterberging
Gebied
Centrale ondergrondse
IT-riool met
Berging in IT-
berging
grindkoffers
riolering
[m³]
[mm]
[m³]
[mm]
[m³]
[mm]
Totaal [m³]
[mm]
1
931
6
3.111
21
1236
9
5487
36
2
1.471
12
1.295
10
717
6
3645
38
3
2.475
14
-
-
-
-
2.475
14
4.3.4
Berging totaal
Met de in paragraaf 4.3.2 en 4.3.3 beschreven boven- en ondergrondse afkoppelmogelijkheden is het alleen in afstromingsgebied 1 mogelijk om 60 mm water te bergen bij het afkoppelen van 100% van de wegen en terreinen en 50% van de daken. Afstromingsgebied 1 is vanwege de lage grondwaterstand erg geschikt voor ondergrondse berging. Gebied 2 is ook goed geschikt voor ondergrondse waterberging, hier kan met de voorgestelde afkoppelmaatregelen 39 mm worden geborgen. Voor gebied 2 is het mogelijk om met het aanwijzen van aanvullende ondergrondse afkoppellocaties 60 mm te bergen. Potentieel geschikte locaties zijn voor de toepassing van IT-riool met grindkoffers zijn hier in de Spoorlaan Noord, Vincent van Goghstraat en de Pastoor Gillisstraat. In de laatste straat zijn veel bomen aanwezig waar dan rekening mee gehouden dient te worden. Voor alle andere afstromingsgebieden geldt dat deze niet geschikt zijn voor ondergrondse berging in IT-kratten, IT-riool en grindkoffers of soortgelijke technieken. Hierdoor kan er in deze gebieden met de voorgestelde afkoppelmogelijkheden geen 60 mm geborgen worden. Een mogelijkheid om in deze gebieden wel 60 mm te bergen, wat vereist is voordat er geloosd mag worden op het oppervlaktewater, is het toepassen van waterbergende wegfundatie. Met deze toepassing kan direct onder het wegprofiel water geborgen worden vanaf 15 cm beneden het maaiveld.
Deze toepassing wordt in de voorliggende rapportage verder buiten beschouwing gelaten. In het kader van de doelmatigheid worden eerst de meest haalbare afkoppellocaties uitgewerkt. Wanneer
na
hydraulische toetsing of uitvoering van de maatregelen aanvullende afkoppelmaatregelen gewenst zijn dan kan dit alsnog worden uitgewerkt. In de onderstaande tabel zijn de totale bergingshoeveelheden per afstromingsgebied weergegeven. Tabel 5: Totale berging
Gebied
Pagina 19
Bergingsvolume (m3)
Berging in mm
1
8.690
60
2
4.921
39
3
4.272
24
4
1.977
18
5
2.165
35
6
264
20
7
912
21
8
638
16
9
1.208
16
Totaal
25.047
-
5. FASERING AFKOPPELMAATREGELEN Voor de uitvoering, van de in het voorliggende document beschreven afkoppelmaatregelen, is een fasering opgesteld. Bij het opstellen van de fasering is een prioritering gehanteerd om de doelmatigheid voor het uitvoeren van maatregelen te waarborgen. Voor het opstellen van de prioritering zijn de onderstaande vraagstellingen beantwoord. 1. Welk riool heeft de hoogste leeftijd? De riolering is het oudst in het zuidoosten en oosten van Rijen. 2. Waar is de meeste berging mogelijk? De meeste berging is mogelijk in afstromingsgebied 1 en 2 en veel bovengrondse berging mogelijk in gebied 5. 3. Wat levert de grootste verbetering op de waterkwaliteit van de Wolfsweide vijver op? Al het af te koppelen oppervlak levert een reductie van het overstortvolume, omdat de gemengde riolering uit één afstromingsgebied bestaat met de laagste overstortdrempel in het noordoosten op de Wolfsweide vijver. 4. Waarmee wordt de gevoeligheid voor wateroverlast in het noordoosten van Rijen het meest beperkt? Al het af te koppelen oppervlak verkleind de kans op wateroverlast in het noordoosten van Rijen, omdat de gemengde riolering uit één afstromingsgebied bestaat met het laagste maaiveld in het noordoosten, waardoor het water hier als eerste op straat zal stromen.
Al het hemelwater dat elders afgekoppeld wordt zorgt voor minder belasting op het gemengde stelsel in het laagste deel van Rijen. Het afkoppelen van verharding in het gebied zelf zorgt in dit geval wel voor de meeste verbetering. Naast het feit dat hier hemelwater van de gemengde riolering wordt afgekoppeld, wordt er een extra mogelijkheid gecreëerd voor het bergen en afvoeren van het water dat vanuit de gemengde riolering op straat treedt. Het water op straat wordt dan namelijk opgenomen door de hemelwaterriolering. Hiervoor is het belangrijk om een robuust hemelwatersysteem te ontwerpen met voldoende berging. Hierom is het uitgangspunt voor gebied 7 om ten minste 60 mm berging te realiseren wanneer er wordt afgekoppeld. Deze berging zal voor een groot deel middels waterbergende wegfundatie gerealiseerd worden, omdat andere bergingsmogelijkheden hier slecht geschikt zijn. 5. Zijn er geplande herinrichtingslocaties en hoe wordt hier met afwatering omgegaan? In Rijen Noordoost wordt de openbare ruimte van meerdere woonstraten opnieuw ingericht. Bij deze herinrichting wordt de verharding afgekoppeld door het aanleggen van hemelwaterriolering en het realiseren van berging. De hemelwaterriolering wordt op deze locaties tijdelijk aangesloten op de gemengde riolering of op De Beek.
Op basis van de toelichting op de bovenstaande vijf vragen is in samenspraak tussen de gemeente en Akertech bepaald dat de prioriteit ligt bij het afkoppelen van gebied 1, 2, 5 en 7. Daarnaast ligt er ook prioriteit bij het realiseren van een hoofdafvoer structuur richting de Wolfsweide vijver. Deze stroomt vanaf gebied 1 en 2 door gebied 3 naar gebied 5 en kan vervolgens via gebied 6 op de Wolfsweide vijver lozen. Voor een optimale benutting van de berging in het hemelwatersysteem worden er stuwen toegepast in de hoofdafvoer zodat het lokaal (per afstromingsgebied) geborgen wordt, voordat het verder kan afstromen. In gebied 7 wordt als onderdeel van het herinrichtingsproject in Rijen Noordoost veel verharding afgekoppeld. Voor gebied 7 wordt het hydraulisch functioneren van het watersysteem eerst getoetst
Pagina 20
middels hydrodynamische berekeningen om de prioriteit voor de uitvoering van afkoppelmaatregelen in de rest van gebied 7 te bepalen. Hieronder is de fasering voor het uitwerken van de afkoppelmaatregelen in voorkeursvolgorde beschreven. 1. Realiseren hemelwaterriolering voor de afvoer vanaf de locaties van de herinrichting in Rijen Noordoost
richting
de
Wolfsweide
vijver.
Dit
geldt
voor
de
locaties
waar
de
hemelwaterriolering tijdelijk op de gemengde riolering is aangesloten. Als onderdeel van de realisatie van deze afvoer worden ook de bovengrondse bergingslocaties die naast deze afvoer liggen gerealiseerd. 2. Uitvoeren van 68% van de afkoppelmaatregelen in gebied 1. In figuur 13 is het uit te werken gebied weergegeven. 3. Uitvoeren van 50% van de afkoppelmaatregelen in gebied 2. In figuur 13 is het uit te werken gebied weergegeven. 4. Realiseren hoofdafvoer vanaf gebied 1 en 2 richting de Wolfsweide vijver. De komende jaren wordt er ingezet op de uitvoering van de hier boven genoemde fases. De uitwerking en prioriteit voor uitwerking van andere afkoppelmaatregelen welke in dit plan zijn beschreven, wordt na hydraulische toetsing van de uitgevoerde maatregelen bepaald. In de onderstaande figuur is weergegeven welke locaties, volgens de huidige inzichten en prioritering als eerste aan bod komen.
Figuur 13: Fasering voor uitwerking afkoppelmaatregelen
Pagina 21
6. VERBETERINGEN WOLFSWEIDE VIJVER De theoretische verbetering van de waterkwaliteit van de Wolfsweide vijver wordt bepaald voor het scenario waarbij fase 1 t/m 4 en de herinrichting van Rijen Noordoost zijn uitgevoerd. Het afgekoppelde oppervlak na uitvoering van deze fases is weergegeven in de onderstaande tabel. Fase Herinrichting Rijen NO 1 2 3 4 Totaal
Afgekoppeld oppervlak (ha) 4,2 1,1 7,3 6,4 19
In de huidige situatie is ca. 93% van de verharding aangesloten op de overstort in de Wolfsweide vijver. Dit is bepaald aan de hand van het jaarlijkse overstortvolume van ca. 73.500 m³ ten opzichte van een totaal jaarlijks overstortvolume van de gemengde riolering van ca. 79.000 m³. Op basis van de verhouding van 93% wordt aangenomen dat er ca. 97 hectare verharding is aangesloten op de gemengde overstort in de Wolfsweide vijver. Met het afkoppelen van 19 hectare blijft er ca. 78 hectare aangesloten op de gemengde overstort. Dit is een reductie 18% en op basis van deze reductie zal het jaarlijkse overstortvolume op de Wolfsweide vijver ca. 60.000 m³ bedragen. De verwachting is ook dat het aantal overstortingen aanzienlijk zal afnemen ten opzichte van 16 keer per jaar in de huidige situatie. Bui minder hevige buien zal er minder vaak worden overgestort omdat deze door de afname van de aangesloten verharding in het stelsel geborgen kunnen worden. Een goede inschatting van de afname van het aantal overstortingen kan enkel gemaakt worden middels het uitvoeren van modelberekeningen. Nauwkeurigere bepalingen van de reductie van het overstortvolume en de overstortfrequentie kunnen bepaald worden middels het uitvoeren van hydrodynamische berekeningen.
Pagina 22
7. KOSTENRAMING Voor de voorgestelde afkoppelmaatregelen welke onderdeel zijn van fase 1 t/m 4 zijn de globale kosten in beeld gebracht. Op basis van deze globale kostenraming kan de uitvoering van de verschillende fases op basis van het beschikbare budget over het aantal jaren uitgezet worden. Voor het uitzetten van de fases over verschillende jaren wordt gebruik gemaakt van het beschikbare budget voor het afkoppelen en het benodigde budget voor te vervangen riolering. Door deze combinatie worden de beschikbare budgetten het meest doelmatig ingezet. De uitwerking van de fases verdeeld over de jaren wordt uitgewerkt in de jaarlijkse operationele plannen. Voor de uitwerking van de kostenraming zijn de onderstaande kosten per m³ waterberging gehanteerd. Dit betreft een indicatie van de kosten gebaseerd op ervaring en de beschikbare kostenkengetallen.
De
genoemde
prijzen
betreffen
de
aanlegkosten,
deze
zijn
inclusief
werkzaamheden aan verhardingen en staartkosten en exclusief BTW en VAT-kosten. Tabel 6: Aanlegkosten per m³ berging
Type Wadi IT-kratten Grindkoffer + IT-riool IT-riolering
Aanlegkosten per m³ berging € € € €
125,00 500,00 1.000,00 3.000,00
Voor de uitwerking van de kostenraming zijn de onderstaande kosten per meter HWA-riool gehanteerd. Dit betreft een indicatie van de kosten gebaseerd op de kostenkengetallen uit de Kennisbank Stedelijk Water. De genoemde prijzen betreffen de aanlegkosten, deze zijn exclusief de engineeringskosten. Tabel 7: Aanlegkosten riolering per meter
Diameter HWA-riool (mm)
Aanlegkosten per m1
400 600 800 1000 1250 1500
€ 250,00 € 330,00 € 550,00 € 720,00 € 980,00 € 1.290,00
Met de bovengenoemde kostenkengetallen is op basis van de bepaalde hoeveelheden voor de uitwerking van de verschillende fases de onderstaande kostenraming opgesteld. De globale kosten voor de uitvoering van de werkzaamheden zijn per fase vermeld. Deze prijzen zijn exclusief de engineeringskosten. In bijlage 2 is de onderbouwing met de gehanteerde hoeveelheden ten behoeve van de kostenraming opgenomen. Tabel 8: Kostenraming per fase
Fase Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 Totaal
Pagina 23
Berging (m³) 290 6.754 4.488 11.531
Kosten € 468.187,50 € 5.462.772,50 € 3.276.375,00 € 633.600,00 € 9.840.935,00
8. AANDACHTSPUNTEN Na het opstellen van het Masterplan afkoppelen Rijen zijn er nog een aantal aandachtspunten waar rekening mee gehouden dient te worden bij het maken van keuzes voor verdere uitwerking van de afkoppelmaatregelen. Hieronder zijn deze aandachtspunten opgesomd: •
Voor het toetsen van de reductie van het overstortvolume en de frequentie van overstortingen zijn hydrodynamische modelberekeningen benodigd.
•
Benodigde diameters voor de hemelwaterafvoeren zijn niet bepaald. Er wordt geadviseerd om de diameters van de hoofdafvoeren vooraf te bepalen, rekening houdend met toekomstige aansluitingen.
•
De verbetering van het hydraulisch functioneren van de gemengde riolering en het verkleinen van het risico op wateroverlast kan regelmatig getoetst worden middels het uitvoeren van hydrodynamische modelberekeningen. Hiermee kan gemonitord worden welk effect de te nemen of genomen maatregelen hebben en kunnen de meest doelmatige en strategische vervolgstappen bepaald worden.
Pagina 24
BIJLAGEN
Bijlage(n) behorende bij 2020086-001 Masterplan afkoppelen Rijen v2.0 RP 31-05-2021
Bijlage I Overzichtskaart afkoppelmaatregelen Rijen
Bijlage(n) behorende bij 2020086-001 Masterplan afkoppelen Rijen v2.0 RP 31-05-2021
Bijlage II Onderbouwing kostenraming
Bijlage(n) behorende bij 2020086-001 Masterplan afkoppelen Rijen v2.0 RP 31-05-2021
ONDERBOUWING KOSTENRAMING Ten behoeve van de uitwerking van de afkoppelmaatregelen voor fase 1 t/m 4 is er een kostenraming opgesteld met de kosten per fase. In de onderstaande tabel is de tabel met kosten per fase, zoals opgenomen in hoofdstuk 7 van het rapport, weergegeven. Onder de tabel volgt een onderbouwing voor de gehanteerde eenheidsprijs voor IT-riolering. Daaropvolgend is toegelicht hoe de overige gehanteerde eenheidsprijzen zijn bepaald. Hierna volgt een uitschrijving van de kosten per fase op basis van de gehanteerde hoeveelheden. Fase
Berging (m³)
Kosten
Fase 1
290
€
Fase 2
6.754
€ 5.462.772,50
Fase 3
4.488
€ 3.276.375,00
Fase 4
€
Totaal
11.531
468.187,50
633.600,00
€ 9.840.935,00
Eenheidsprijzen Voor de eenheidsprijs per m³ berging in IT-riolering is uitgegaan van een diameter van 400 mm en zijn de kosten op basis van een strekkende meter prijs van € 375,00 omgerekend naar de prijs per m³ waterberging. Voor deze omrekening is het oppervlak van een diameter van 400 mm berekend, dit bedraagt ca. 0,125 m². De benodigde lengte om 1 m³ water in een buis met een diameter van 400 mm te bergen is 1 / 0,125 = 8 meter. De kosten per m³ waterberging bedragen dan 8 * € 375,00 = € 3000,00. De overige gehanteerde eenheidsprijzen per m³ berging en de eenheidsprijs per meter hemelwaterafvoer zijn gebaseerd op ervaring en de beschikbare kostenkengetallen. In de onderstaande tabel zijn de gehanteerde eenheidsprijzen per m³ waterberging weergegeven. Type
Aanlegkosten per m³ berging
Wadi
€
125,00
IT-kratten
€
500,00
Grindkoffer + IT-riool
€
1.000,00
IT-riolering
€
3.000,00
In de onderstaande tabel zijn de gehanteerde eenheidsprijzen per meter hemelwaterafvoer weergegeven. Diameter (mm)
Aanlegkosten per meter
400
€
250,00
600
€
330,00
800
€
550,00
1000
€
720,00
1250
€
980,00
1500
€
1.290,00
Bijlage(n) behorende bij 2020086-001 Masterplan afkoppelen Rijen v2.0 RP 31-05-2021
Fase 1 Als onderdeel van fase 1 wordt er ca. 290 m³ water geborgen in wadi’s. Daarnaast wordt er een hemelwaterafvoer gerealiseerd met een lengte van ca. 600 meter. Voor de bepaling van de kosten van de hemelwaterafvoer is uitgegaan van een gemiddelde diameter van 1000 mm. In de onderstaande tabel zijn de hoeveelheden met eenheidsprijzen en de berekende totaalprijs voor fase 1 weergegeven. Hoeveelheid
Eenheidsprijs
Totaal
Wadi
289,5 m³ berging
€ 125 per m³
€ 36.187,50
Hemelwaterafvoer
600 meter lengte
€ 720 per m1
€ 432.000,00
Totaal
€ 468.187,50
Fase 2 Onderdeel van fase 2 is 2.866,5 m³ waterberging in wadi’s, 931 m³ waterberging in IT-kratten, 2.115,48 m³ waterberging in grindkoffers i.c.m. IT-riool en 841,16 m³ waterberging in IT-riolering. In fase 2 wordt er geen aparte hemelwaterafvoer gerealiseerd, dit is voorzien in de IT-riolering. In de onderstaande tabel zijn de hoeveelheden met eenheidsprijzen en de berekende totaalprijs voor fase 2 weergegeven. Hoeveelheid berging (m³)
Kosten per m³
2.866,50
€ 125
€ 358.312,50
931,00
€ 500
€ 465.500,00
2.115,48
€ 1.000
€ 2.115.480,00
841,16
€ 3.000
Wadi IT-kratten Grindkoffer + IT-riool IT-riolering Totaal
6.754,14
Totaal
€ 2.523.480,00 € 5.462.772,50
Fase 3 Onderdeel van fase 3 is 1.363 m³ waterberging in wadi’s, 1.471 m³ waterberging in IT-kratten, 1.295 m³ waterberging in grindkoffers i.c.m. IT-riool en 358,5 m³ waterberging in IT-riolering. In fase 3 wordt geen aparte hemelwaterafvoer gerealiseerd, dit is voorzien in de IT-riolering. In de onderstaande tabel zijn de hoeveelheden met eenheidsprijzen en de berekende totaalprijs voor fase 3 weergegeven. Hoeveelheid berging (m³)
Kosten per m³
Wadi
1.363,00
€ 125
€ 170.375,00
IT-kratten
1.471,00
€ 500
€ 735.500,00
Grindkoffer + IT-riool
1.295,00
€ 1.000
€ 1.295.000,00
358,50
€ 3.000
€ 1.075.500,00
IT-riolering Totaal
4.487,50
Totaal
€ 3.276.375,00
Fase 4 Als onderdeel van fase 4 wordt er alleen een hemelwaterafvoer gerealiseerd met een lengte van ca. 880 meter. Hiervoor wordt uitgegaan van een gemiddelde diameter van 1000 mm. In de onderstaande tabel is de lengte met eenheidsprijs en de berekende totaalprijs voor fase 4 weergegeven. Lengte (m) Hemelwaterafvoer
Kosten per meter 880
€ 720
Bijlage(n) behorende bij 2020086-001 Masterplan afkoppelen Rijen v2.0 RP 31-05-2021
Totaal € 633.600,00