CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

ap 13 raadsvoorstel inzake vaststellen sloopkwaliteitsregeling buitengebied, eerste fase

Gemeenteraad 29 maart 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake het vaststellen van de "Sloopkwaliteitsregeling Buitengebied, eerste fase"1.966 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Raadsvergadering: Behandelend medewerker: Cluster: Afdeling

29 maart 2021 Bart Nieuwenhuizen

Agendapunt: Portefeuillehouder:

13 wethouder Van der Veen

Ruimtelijke Ordening Ruimtelijke ontwikkeling

Programma:

8.2 Plattelandsontwikkeling

Voorstel tot het vaststellen van de beleidsregel 'Sloopkwaliteitsregeling fase 1'

1. Samenvatting Aanleiding: Vanuit de grote veranderingsopgave van het buitengebied, die we als ABG-gemeenten ‘Plattelandsontwikkeling’ noemen, zijn we in het voorjaar van 2019 begonnen met het uitvoeren van een inventarisatie van de vab’s (vrijkomende agrarische bebouwing) en veehouderijen. In de zomer van 2020 hebben we onze inventarisatie en analyse voor het thema vab’s en veehouderijen afgerond. De resultaten hiervan zijn opgenomen in een notitie ‘vab’s en veehouderijen’. In deze notitie zijn korte termijn acties en lange termijn acties voorgesteld waarmee we beter kunnen inspelen op de actualiteit omtrent dit thema. Een sloopkwaliteitsregeling is benoemd als wenselijke korte termijn actie. Dit is een stimuleringsmaatregel om initiatiefnemers te verleiden tot herbestemming en vooral om overtollige bebouwing te slopen. Gevraagde beslissing: U wordt gevraagd de notitie ‘Sloopkwaliteitsregeling fase 1’ als beleidsregel vast te stellen. Concreet betekent dit de invoering van de sloopbank. Beoogd effect: Met het opzetten van de sloopkwaliteitsregeling spelen we in op de concrete behoefte op meer maatwerk op het gebied van (bij)gebouwen bij (bedrijfs)woningen na omzetting van de agrarische bestemming.

Daarnaast functioneert de sloopbank als een soort ‘marktplaats’, waar vraag en aanbod van sloop- en compensatiemeters bij elkaar worden gebracht en daarmee een vliegwiel in gang gebracht wordt. 2. Onderbouwing, aanpak, uitvoering Voor wie is de sloopkwaliteitsregeling bedoeld? Hoewel de sloopkwaliteitsregeling in eerste instantie ingegeven is vanuit de vab-aanpak is deze regeling niet bedoeld voor alleen (toekomstige) vab-eigenaren. In principe is fase 1 van de sloopkwaliteitsregeling bedoeld voor iedereen die meer vierkante meters aan bijgebouwen wil bij hun (bedrijfs)woning, dan dat het geldende bestemmingsplan rechtstreeks toestaat. Tevens is deze regeling gericht op (gestopte) boeren die de kosten voor gesloopte meters (in het kader van een herbestemming), terug wil verdienen.

RS21.00022 RS21.00022 Zaaknummer: 307833

Voor wat, hoort wat principe In de startnotitie (maart 2019) die we hebben opgesteld voor de vab-aanpak introduceren we het zogenaamde ‘Voor wat, hoort wat principe’. Vanuit dit principe denken we als gemeente vanuit ons eigen verantwoordelijkheidsgevoel graag mee met de initiatiefnemer maar van de initiatiefnemer wordt ook een ‘extra’ inspanning gevraagd als men meer wil dan dat we in de basis toestaan aan de hand van onze regelgeving en beleidsuitgangspunten. Met de invoering van de sloopkwaliteitsregeling wordt concreter invulling gegeven aan de ondergenoemde drie van de zeven ambitiepunten uit de startnotitie: 1. ontwikkelingen/initiatieven die een bijdrage leveren aan de afname van de hoeveelheid overtollige bebouwing in ons buitengebied; 4. ontwikkelingen/initiatieven die ons als gemeente ook iets opleveren en voor een kwaliteitsverbetering zorgen “Voor wat, hoort wat”; 7. maatwerk is mogelijk zonder dat sprake is van willekeur. Vraag en aanbod samenbrengen Uit de inventarisatie en analyse van de vab’s en veehouderijen blijkt dat we binnen de gemeente Gilze en Rijen circa 26 vab-locaties hebben. Op deze locaties zijn in veel gevallen nog voormalige bedrijfsopstallen aanwezig. Dit betreft momenteel circa 25.000 m². Uiteraard betreffen deze cijfers een momentopname1 en is het bovengenoemde oppervlak aan bedrijfsopstallen niet allemaal als overtollig te beschouwen.

Maar het benoemen van deze cijfers onderstreept wel de noodzaak om hier aandacht voor te hebben en beleid op te ontwikkelen. In de praktijk blijkt namelijk ook dat juist op deze locaties weinig beweging/dynamiek zit en de opstallen dus ook ‘gewoon’ blijven staan. Dit zien we dus ook als potentieel aanbod voor de sloopbank. Als onderdeel van de inventarisatie en analyse is ook gekeken naar welke type verzoek regelmatig terugkomt onder de principeverzoeken en waar in de praktijk ook veel vragen over gesteld worden. Uit een analyse van de principeverzoeken (2016 – 2020) blijkt dat in de gemeente Gilze en Rijen 67% van de aanvragen betrekking heeft op het herbestemmen naar ‘Wonen’. Een goede tweede daarop is de omzetting naar de bestemming ‘Bedrijf’ (gemiddeld 25%). Op de derde plaats komt de ‘Plattelandswoning’ met gemiddeld 8% van de aanvragen. Inspelen op de praktijk en behoefte Om te kunnen leren en de regeling tijd te geven te groeien, richten we ons met fase 1 van de sloopkwaliteitsregeling op de maximale hoeveelheid bijgebouwen na een herbestemming naar ‘Wonen’, de bedrijfswoningen bij de bestemming ‘Bedrijf’ en ‘Plattelandswoning’. Daarmee spelen we -ingegeven vanuit de praktijk- in op waar nú de directe behoefte ligt. Een dergelijke omzetting dient namelijk gepaard te gaan de sloop van overtollige bebouwing.

Een telkens terugkomende vraag is “Wat is bij deze casus overtollige bebouwing en wat mag dus behouden worden en wat moet gesloopt worden”. Door te rigide vast te houden aan een bepaalde statische maximale oppervlaktemaat en daar geen flexibiliteit in te bieden, is de kans dat een herbestemming hier op blijft hangen groot. Uit de praktijk blijkt ook dat dit initiatiefnemers er van weerhoud om door te zetten en de vraag naar meer vierkante meters groot is. Bij de beleidsontwikkeling houden we dan ook rekening met dit punt en dit heeft geresulteerd in de wens dat we snel duidelijkheid willen geven over de wijze waarop we als ABG-gemeenten om willen gaan met overtollige bebouwing. De sloopkwaliteitsregeling voorziet hier in.

1

Peildatum 1 oktober 2020

2

De sloopkwaliteitsregeling voorziet hier in door vraag en aanbod aan vierkante meters bij elkaar te brengen, waardoor er een vliegwiel in gang gebracht wordt. Dit moet er voor zorgen dat aan de ene (vraag)kant ruimte is voor het behoud of realisatie van meer vierkante meters bijgebouwen (dan de standaard oppervlaktemaat). Hierdoor kunnen gewenste ontwikkelingen ook doorgaan en lopen deze niet vast op maximale hoeveelheid vierkante meters. Aan de andere (aanbod) kant moet dit er voor gaan zorgen dat overtollige bebouwing gesloopt wordt. Daarbij biedt de sloopbank dus de mogelijkheid voor de slopende partij om (een deel van) de sloopkosten terug te verdienen. Gerichte inzet van de sloopkwaliteitsregeling We benadrukken dat de sloopkwaliteitsregeling niet is opgezet vanuit het doel om per definitie bijvoorbeeld meer woningen of bij een latere fase van de sloopkwaliteitsregeling wellicht andere niet-agrarische functies, in het buitengebied te kunnen toestaan. Alvorens we de vraag over de maximale toegestane vierkante meters beantwoorden, is van te voren altijd afgewogen of de beoogde herbestemming ter plaatse inpasbaar is. Daarbij wordt onder andere gekeken naar ligging ten opzichte van actieve agrarische bedrijven/veehouderijen.

De sloopkwaliteitsregeling richt zich op juist die gevallen waar uit de eerste afweging blijkt dat de herbestemming ter plaatse inpasbaar is, maar vastloopt op het rigide vasthouden van de maximale hoeveelheid (bij)gebouwen. Doorkijk naar (mogelijke) volgende fasen Op dit moment is voorzien om de sloopkwaliteitsregeling op te bouwen uit twee compensatie delen. Deze compensatiedelen betreffen: 1. De sloopbank; gericht op het samenbrengen van vraag en aanbod aan vierkante meters. 2. Storting in een centraal kwaliteitsfonds; gericht op een financiële compensatie van de gewenste ‘extra meters’. Vanuit dat centrale kwaliteitsfonds realiseert de gemeente elders een kwaliteitsverbetering in het buitengebied.

Fase 1 van de invoering van de sloopkwaliteitsregeling is gericht op de invoering van de sloopbank. Voor fase 2 (compensatie via een centraal kwaliteitsfonds) is meer voorbereiding nodig. Deze is dus later voorzien. Gaandeweg de tijd onderzoeken we of een bredere inzet van de regeling (voor bijvoorbeeld een herbestemming naar andere functies) noodzakelijk/gewenst is. Tevens onderzoeken we of het toevoegen van extra onderdelen aan de sloopkwaliteitsregeling wenselijk en mogelijk is. Daarbij kan gedacht worden aan combinaties met de duurzaamheidsopgave, of het beschikbaar stellen van een sloopsubsidie.

3

De beleidsregel in relatie tot de regels van de geldende bestemmingsplan Buitengebied De maximale toegestane vierkante meters (bij)gebouwen bij een (bedrijfs)woning is vastgelegd in het bestemmingsplan dat geldt voor het buitengebied van de gemeente Gilze en Rijen. Voor de gemeente Gilze en Rijen betreft deze oppervlaktemaat in de basis 100 m². Deze oppervlaktemaat aan bijgebouwen kan vanuit de huidige systematiek met een bonussloopregeling oplopen tot maximaal 200 m². Ook bevatten dit bestemmingsplan wijzigingsbevoegdheden die eveneens een maximum stellen aan bijgebouwen bij woningen. Met voorgestelde beleidsregel kunnen we deze bestemmingsplanregels niet collectief één op één vervangen. Wél kunnen we deze beleidsregel als toetsingskader vaststellen voor nieuwe bestemmingsplannen die voorzien in een plan dat (onder andere) in afwijking is van de bovengenoemde regels uit het geldende bestemmingsplan. Vanuit dat gebruik vervult deze beleidsregels dus haar functie. Wat is onze rol als gemeente? De rol van de gemeente blijft beperkt tot: • het opzetten en (laten)beheren van een databank/lijst waarin bijgehouden wordt wie welke meters gesloopt heeft of wil gaan slopen. Deze lijst kan opgevraagd worden door een initiatiefnemer die ‘extra meters’ wil verkrijgen/laten staan zodat deze kan zien waar deze ‘extra meters’ verkregen kunnen worden.

De financiële afwikkeling vindt -zonder tussenkomst van de gemeente- rechtstreeks plaats tussen de betrokken partijen. De gemeente werkt de databank bij na afronding van de transactie. • het vaststellen van de spelregels/voorwaarden van de sloopbank. Deze zijn opgenomen in de notitie. De Provincie Noord-Brabant en lokale ZLTO-afdelingen hebben hun steun uitgesproken Het initiatief om een sloopkwaliteitsregeling in te voeren, alsmede de conceptversie van de beleidsregel, is (ambtelijk) voorgelegd aan de Provincie Noord-Brabant en de vertegenwoordigers van de lokale ZLTO-afdelingen. Beide stakeholders hebben hun (informele) steun uitgesproken ten opzichte van dit initiatief en de inhoud van de beleidsregel. Voor de verdere uitleg over de sloopkwaliteitsregeling en in het bijzonder de sloopbank verwijzen we u graag naar de notitie in de bijlagen. 3. Alternatieven Het alternatief op het invoeren van de sloopbank is het voortzetten van de huidige werkwijze waarbij we per individuele casus afwegen wat ter plaatse passend is qua vierkante meters, na herbestemming. Daarbij ontbreekt een duidelijke beleidslijn zodat het risico op willekeur en ongewenst precedentwerking aanwezig is. 4. Lasten, baten en dekking Eenmalige kosten: De eenmalige kosten beperken zich tot het laten vervaardigen van drukwerk en dergelijke voor de communicatie richting onze inwoners.

Structurele kosten: Er zijn vooralsnog geen structurele (externe) kosten voorzien voor het in uitvoering brengen van fase 1 de sloopkwaliteitsregeling. Bij een eventuele verdere uitbreiding of bredere inzet van de sloopkwaliteitsregeling wordt dit opnieuw bepaald.

4

Dekking: De aangegeven eenmalige kosten zijn gedekt in de begroting binnen het budget van ‘Plattelandsontwikkeling’ (8.2). 5. Duurzaamheid Er is geen bijzondere relatie met betrekking tot het onderwerp duurzaamheid. 6. Commissiebehandeling De commissiebehandeling heeft niet tot aanpassing van dit voorstel geleid. 7. Relatie ABG-organisatie De invulling van het thema vab’s en veehouderijen is ABG-breed ingezet. In elk van de drie gemeenten wordt dan ook voorgesteld om de beleidsregel ‘Sloopkwaliteitsregeling fase 1’ vast te stellen. Het doel daarbij is om in elk van de ABG-gemeenten te voorzien in een eigen sloopbank. 8. Risico’s Als gemeente is onze rol beperkt tot het beheer van de sloopbank en de uitgifte van de verklaringen aan de deelnemers. De risico’s op het gebied van de planvorming en uitvoering van de initiatieven waarbij gebruik gemaakt wordt van de sloopbank, ligt bij de initiatiefnemers zelf. Daarmee is het risico voor ons als gemeente nihil. 9. Vervolg Planning: Na de publicatie van de vaststelling van deze beleidsregel door de raad, kan fase 1 van de sloopkwaliteitsregeling direct van kracht worden. Communicatie: Na vaststelling van de beleidsregel worden diverse actieve communicatie middelen ingezet om onze inwoners op de hoogte te brengen van de mogelijkheden die deze beleidsregel biedt.

BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN GILZE EN RIJEN

R.M. (René) Wiersema secretaris

D.A. (Derk) Alssema burgemeester

Bijlage(n): Sloopkwaliteitsregeling Buitengebied eerste fase

5

Agendapunt 13. Vergadering d.d. 29 maart 2021. DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN;

gezien het voorstel, genummerd RS21.00022, van het college van burgemeester en wethouders; besluit: de "Sloopkwaliteitsregeling Buitengebied, eerste fase" vast te stellen.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 29 maart 2021. DE RAAD VOORNOEMD, de griffier, de voorzitter,

mr. J.W. Timmermans

D.A. Alssema

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9912759/1