ap 13 memo inzake inspraakprocedure concept-versie handreiking zonne-energie
Tekst van het document
8 Analyse Historische kaart 1900 > Op de historische kaart van 1900 is goed te zien welke gronden van oudsher het meest vruchtbaar zijn en toen al landbouwkundig in gebruik waren. De witte vlakken zijn de hoger gelegen akkers en in groen zijn lager gelegen natte gronden weergegeven, die voor het weiden van het vee werden gebruikt. De vier dorpen zijn ontstaan op de oude enkeerdgronden. Deze gronden zijn van oudsher de beste (meest vruchtbare) landbouwgronden. In 1900 zijn grote delen van de gemeente nog woeste grond, oftewel heide. Deze gronden bestonden uit klapzand en waren niet interessant voor de landbouw. Pas later, na de uitvinding van de kunstmest, zijn de grote heidegebieden ontgonnen ten behoeve het agrarisch gebruik. Op een aanzienlijk deel is ook productiebos aangelegd.
51
< Deelgebieden / sferen Op basis van de huidige verschijningsvorm en de landschapsgeschiedenis is het grondgebied van de gemeente Gilze en Rijen te verdelen in de volgende deelgebieden:
52
De oude ontginningen bevinden zich rondom de dorpen. Dit zijn van oudsher de meest vruchtbare gronden en deze gronden zijn dus al vroeg ontgonnen voor het landbouwkundige gebruik. Het landschap is hier kleinschalig en onregelmatig en heeft kromme wegen en een verscheidenheid aan landschapselementen zoals houtsingels en bosschages. De jonge ontginningen zijn pas laat in cultuur gebracht ten behoeve van de landbouw. Dit zijn van oudsher slechte gronden (klapzand). Door de uitvinding van kunstmest werd landbouwkundig gebruik interessant. Het zijn open gebieden met ruim opgezette percelen. De verkaveling is efficiënt en de erven liggen langs rechte wegen.
Er liggen twee grote bosgebieden in de gemeente Gilze en rijen, namelijk Boswachterij Dorst en de Chaamse Bossen. De bossen zijn van oudsher productiebossen (houtteelt). De bossen zijn geplant op de voormalige woeste gronden (heidegebied). Het is vooral redelijk dicht bos met af en toe vennen en heidevelden. Het Rijens Broek / De Lange Rekken is een oud broeklandschap. Hier stromen de Grote en Kleine Leij doorheen. Het is een vochtig, open en rationeel verkaveld agrarisch gebied met verspreide bebouwing en wegen. Er zijn hier twee beekdalsystemen. De Oude Leij stroomt van aan de oostzijde van de gemeente van zuid naar noord (naar Tilburg). De Mark stroomt ten westen van de gemeente van zuid naar noord (naar Breda). Alle zijbeken van de Mark stromen van zuidoost naar noordwest. Een van de zijbeken van de Mark is de Gilzewouwerbeek. De Kleine en Groote Leij behoren tot het beeksysteem van de Oude Leij.
53
< Natuurwaarden Bossen: -Chaamse Bossen -Boswachterij Dorst -Rond vliegveld Beeksystemen: -Van zuid naar noord: Leij -Van oost naar west: Mark (Gilzewouwerbeek) Ecologische verbindingen: Lei Natte natuurparel: Sint Annabos Weidevogelgebied: Rielsche Heide 54
Cultuurhistorischewaarden > Cultuurhistorische landschappen: Landgoederen ten zuiden van Breda Complexen van -Cultuurhistorisch belang-Steenfabriek Hendrikx (Gilze)---Landgoed Valkenberg Historisch geografische vlakken: -Chaamse Bossen -Boswachterij Dorst -Heideontginning Het Blok Historisch Groen: Toxandria Historische stedenbouw: -Militair complex Prinsenbosch 55
56
< Sfeer & uitsluitingen Op deze kaart staan de uitsluitingen in grijs aangegeven. Het betreft de beekdalen en de bossen (Natuur Netwerk Brabant).
Koppelkansen > Op deze kaart staan de ontwikkelingen aangegeven. Daar waar veranderingen in de toekomst optreden of daar waar ontwikkelingen gewenst zijn, ontstaan koppelkansen. Je kunt dan werk met werk maken.
57
58
< Sfeer & uitsluitingen & koppelkansen Hier zijn drie kaarten gecombineerd, namelijk de uitsluitingen (grijs), de koppelkansen (kleuren) en de deelgebieden (achtergrond).
Sfeer & koppelkansen > Dorpsranden: Rijen Gilze Molenschot Hulten
(Snel)wegen en spoorlijnen: Spoorlijn Gilze en Rijen Snelweg A58 Provinciale wegen Bedrijventerreinen Vliegveld Gilze-Rijen RWZI Rijen Golfbanen Boomkwekerijen VAB’s Zandwinplassen Oude vuilstorten MOB-complexen Vakantieparken
59
60
9 Toetsingscriteria 9.1 Harde eisen: Onze plannen scoren een 10 Om plannen af te wegen hebben we toetsingscriteria geformuleerd. Die leest u in paragraaf 9.2 en 9.3 We hebben een puntensysteem waarmee we initiatieven kunnen afwegen. Plannen moeten minstens een 10 scoren. Daarvoor bouwen we een basis in die tot een score van 6 punten leidt waaraan plannen moeten voldoen. Om tot een score van 10 punten te komen zijn er keuzes te maken. Deze keuzes zijn aan de initiatiefnemer en worden bijvoorbeeld bepaald door het specifieke gebied maar ook door de dialoog of participatie We beschrijven nu achtereenvolgens: 9.2 hoe de basis van 6 punten kan worden gehaald en wat daarbij de algemene regels zijn vanuit landschappelijke inpassing 9.3 hoe de benodigde 4 extra punten via opties kunnen worden gescoord.
61
9.2 Harde eisen: regels voor de landschappelijke inpassing en inrichting te behalen score 6 punten Ieder initiatief zal moeten voldoen aan de regels voor landschappelijke inpassing en inrichting. Door daaraan te voldoen scoort het project 6 punten. De overige benodigde 4 punten kunnen behaald worden via opties. Zonnevelden zijn van invloed op de omgeving en daarmee op de beleving en sfeer hiervan. Daarom is een van de ruimtelijke voorwaarden dat een zonnepark landschappelijk moet worden ingepast. Eerder hebben we aangegeven dat er drie strategieën zijn: inpassing, ontwikkeling of transformatie. Voor Gilze en Rijen zal – omdat we vooral voor kleine parken kiezen – meestal sprake zijn van inpassing en ontwikkeling. 62
Wat dit precies is, zal per project of locatie anders zijn afhankelijk van de specifieke situatie en het betreffende landschap. We vragen een initiatiefnemer
met een goed onderbouwd en verbeeld plan te komen waarbij deze aangeeft waarom en hoe het specifieke plan op deze plek past bij het betreffende landschap. Het gemeentelijk Landschapsbeleidsplan geeft hierbij aanknopingspunten voor wat voor soort landschap er gewenst is, bijvoorbeeld kleinere ‘kamers’ of juist vergezichten. Op basis van het landschapsbeleidsplan en op basis van de “Handreiking voor duurzame opwek in zonnevelden in buitengebied” uit het concept-bod REKS, zijn voor de landschappen in Gilze en Rijen de inpassingsregels uitgewerkt. Daarbij is gekeken naar: • Ruimtelijke beleving, • Schaal van het zonneveld past bij de schaal van de locatie, • Draagkracht van het landschap, • Landschap specifieke inrichting per landschapseenheid, • Tijdelijk versus permanent.
Op basis van deze aspecten zijn algemene inpassingregels en gebied specifieke inpassingsregels opgesteld. Voor alle zonneparken gelden de volgende landschappelijke inpassingsregels: 1 | De initiatiefnemer voor een zonneveld maakt een plan voor de inrichting in overleg met de gemeente en de “buurt”. Er moet dus sprake zijn van een omgevingsdialoog. De buurt definiëren we door een cirkel van 500 m. rondom het project te nemen.
2 | De zonnepanelen zijn tijdelijk (max. 25 jaar) maar de landschappelijke inpassing is permanent. De inpassing is daarmee bepalend voor het landschap van morgen.
3 | De inpassing sluit altijd aan bij de kenmerken van het landschapstype maar vooral de lokale specifieke kwaliteiten. 4 | De netto - bruto verhouding van het zonneveld is altijd minimaal 25% onbedekt. (bij een Z opstelling is ca 50% bij O-W opstelling ca 25%). We hebben voorkeur voor een ruimere opstelling, veel onbedekte ruimte om toetreding van licht en water te bereiken en daarmee de kwaliteit van bodemleven en daarmee de waarden voor andere dieren in stand te houden of te ontwikkelen.
5 | Naast de minimale 25% onbedekte grond van het zonneveld is er ruimte nodig voor inpassing. De verhouding tussen het zonneveld en de inpassing hangt mede af van de maat van het veld. Immers een kleiner veld heeft verhoudingsgewijs veel rand en vraagt dus meer ruimte voor inpassing. We gaan ervanuit dat een planlocatie voor 75% uit zonneveld bestaat (die met een bepaald % bedekt is) en minimaal 25% landschappelijke inpassing.
63
6 | De initiatiefnemer van het zonnepark moet aannemelijk maken dat met de netto- bruto verhouding te verwachten is dat het bodemleven minstens in stand wordt gehouden. Die ruimte is overigens ook nodig voor de bereikbaarheid van de panelen. Deze ruimte is per definitie onverhard en zoveel mogelijk ‘biodivers’ ingericht, met beplantingstypen passend bij het landschap. Dit aspect is niet gevangen in een harde norm maar in een principe waarnaar gestreefd wordt omdat de kennis over bodemleven bij zonnevelden in ontwikkeling is. Door te kijken naar het principe niveau houden we de afweging open en kunnen we inspelen op nieuwe inzichten.
64
7 | De randen van zonnevelden hoeven niet overal even breed of dicht te zijn. Hoe kleiner het totale zonneveld, hoe groter het percentage dat ingevuld wordt voor landschappelijke meerwaarde. De randen hoeven niet aan alle zijden even dik te zijn maar de specifieke landschapstypen hebben minimale maten: Oude ontginningen • tot maximaal 5 hectare panelen: 25% landschappelijk inpassing • 2-4 ha panelen: 30% landschappelijke inpassing • 1-2 ha panelen: 35% landschappelijke inpassing Jonge ontginningen tot maximaal 20 hectare • >5 ha panelen: 25% landschappelijke inpassing
8 | De hoogte van panelen is principe max. 1,5m hoog. De hoogte hangt ook samen met het dubbelgebruik en de inpassing daarvan. Denk aan zonnepanelen voor gewasbescherming of in combinatie met beweiding.
9 | Historisch kavelpatronen en landschapsrichtingen zijn uitgangspunt: volg de bestaande richting van het landschap en sluit qua oppervlakte aan op de maat en schaal (grootschaliger-kleinschaliger) en de richting (stroken of blokken) en of regelmaat (regelmatig of onregelmatig). Respecteer daarbij lange zichtlijnen en doorzichten. 10 | Inrichting van ondersteunende voorzieningen als hekken, gebouwtjes, trafo’s etc. • Aard hekwerk en poorten PM • Aard trafo PM • Er wordt alleen open verharding toegepast. • Bijenkasten voor honingbijen zijn ongewenst omdat ze concurreren met wilde bijen. Een bijenhotel voor wilden bijen kan wel worden geplaatst • Een hekwerk kan toegankelijk gemaakt worden voor klein wild. Dat kan door een kleine ruimte onderaan de hekwerken. • Bij een EVZ moet een hekwerk toegankelijk gemaakt worden voor klein wild. Dat kan door een kleine ruimte onderaan de hekwerken • Breng op verschillende plekken gaten aan de in de hekwerken voor kleine zoogdieren, reptielen en amfibieën.
11 | Vanwege het karakter van het landschap willen we dat er bepaalde afstanden worden geborgd tussen zonnevelden. Als maat houden we aan dat de afstand tussen de projecten gelijk is aan de som van de langste zijde van de beide velden (afstand = lengte + lengte).
12 | Zonnevelden liggen niet binnen 50 meter van een woonbestemming. De landschappelijke inpassing mag wel dichterbij liggen. De afstand mag korten zijn als het de woning van de initiatiefnemer betreft (bijvoorbeeld grenzend aan of onderdeel van agrarisch bedrijf).
Door dit vaste bedrag vast te pinnen aan de locatie kan het gesprek over de inrichting geheel over de inhoud gaan. Als je dit niet zou doen dan wordt dat gesprek een onderhandeling over de inrichtingskosten. Alle regels over de kosten van de inrichting hebben ook tot doel om duidelijkheid voor de initiatiefnemer te scheppen. 14 | De maat van de inpassing rondom een project is afwisselend afhankelijk van het aanwezige en gewenste landschapsbeeld. Een minimale randinpassing is een vrijgroeiende landschappelijke haag met een breedte van 1,5 m. bestaande uit inheemse soorten. De overige inpassing wordt in dialoog - gebiedsspecifiek – ingezet. Met overige inpassingsruimte worden doelen als bewegen, verblijf, natuur en natuurinclusieve landbouw uitgewerkt. 15 | Met de realisatie van het zonneveld willen we bijdragen aan de toegankelijkheid van het landschap. De initiatiefnemer wordt uitgedaagd een openbare rand te maken die aansluit op bestaande structuren of waarmee een nieuwe structuur gemaakt kan worden. Bestaande paden moeten gehandhaafd blijven.
13 | De landschappelijke inpassing wordt in beginsel aangelegd via een aanbesteding. Van de oppervlakte voor de landschappelijk inpassing (ofwel minstens 25% van het project) wordt € 5,- per m2 afgedragen dat ingezet wordt voor de inrichting van dat zonneveld. Het budget voor de inrichting wordt beschikbaar gesteld door de initiatiefnemer. Als het inrichtingsplan duurder is dan wordt dat door derden betaald. Als het inrichtingsplan goedkoper is dan blijft het resterende bedrag in het landschapsfond en komt het beschikbaar voor algemene inrichtingsdoelen. Dit bedrag wordt gelabeld en kan vanuit het fonds alleen aan het projectgebied worden besteed.
65
16 | De bodem van een zonneveld wordt vaak ingezaaid met een bij dat landschap passend mengsel en er wordt een op natuurgericht beheer voorstel gemaakt. De initiatiefnemer beheert het veld volgens de in een beheerplan afgesproken doelen. 17 | De waterbergende functie van het terrein moet minstens gewaarborgd blijven t.o.v. de huidige situatie. Uitvoeringssuggesties voor de inrichting zijn: • Denk aan spleten tussen de panelen voor gelijkmatige verdeling van water en licht toetreding. • Er zijn al lichtdoorlatende panelen, onderzoek het effect daarvan.
66
18 | Sociale meerwaarde en lokaal eigenaarschap De lokale samenleving kan participeren en mee-investeren in het initiatief. • 50% markt - 50% burgers in de 1e schil (de “nabije” omgeving van het zonneveld) • 50% markt – 50% burgers in de 2e schil (de postcoderoos)
9.3 Optionele regels voor inpassing en realisatie (harde eis = 4 punten) De initiatiefnemer dient nu nog 4 punten te scoren. Daarvoor zijn er een 5-tal waarden benoemd waarop gescoord kan worden. Binnen iedere waarden liggen enkele keuzes. Via deze score op extra waarde kan de initiatiefnemer op zoek gaan naar een optimum voor zijn project. Voorbeeld 1 Een initiatief dat gerealiseerd wordt binnen een trede 2 gebied scoort 2 punten. Indien het dat project bovendien met 50% lokale deelname vanuit de directe omgeving wordt gerealiseerd scoort het nog eens 2 punten. Voorbeeld 2 Een initiatief dat zeer ruim opgezet wordt, met een onbedekte graad van 40% scoort 2 punten. Indien het dat project bovendien gerealiseerd wordt op een locatie van een VAB scoort het nog eens 2 punten. I | Zuinig ruimtegebruik: de zonneladder Voor zonnevelden worden alleen projecten gewaardeerd die vallen binnen trede 2. Dit zijn de gebieden die verhoudingsgewijs hoog dynamisch zijn nabij de stedelijke invloedsfeer. Als we deze gebieden benutten, gaan we zuiniger om met de grond. Projecten op agrarische gronden leveren nooit extra punten op omdat de grond gewaardeerd wordt voor landbouwkundig gebruik. • Trede Ja, mits = 2 punten • Trede Nee, tenzij = 0 punten
De waarden en score werken als een soort mengpaneel. Zo wordt inzichtelijk welke keuzes gemaakt kunnen worden om tot de juiste waarde te komen.
II | Meer dan 25% onbedekte grond binnen het zonneveld Naarmate een project meer onbedekte grond heeft zijn er meer kansen voor de ontwikkeling van biodi-
versiteit en dubbelgebruik. • Meer dan 50% = 3 punten • 35%-50% = 2 punten • 25%-35% = 1 punt III | Investeringen biodiversiteit De landschappelijke investering van een zonneveld blijft in beginsel over na het opruimen van de zonnevelden. Zo wordt dus nu vormgegeven aan het toekomstige landschap. Dat is een basisregel. Extra punten zijn te verdienen door de landschappelijke investering steviger te borgen en/of groter te maken. Hoe behoud je de landschappelijke investering nadat het veld weg is? • De landschappelijk investering vastleggen als natuur = 1 punt • De landschappelijk investering en het zonneveld vastleggen als groen = 2 punten • De landschappelijk investering en het zonneveld vastleggen als natuur = 4 punten IV | Dubbelgebruik Het meervoudig gebruiken van zonnevelden is waardevol. Zo gaan we zorgvuldig en meervoudig om met de ruimte onder en tussen de panelen? Hoe meer dubbelgebruik hoe waardevoller de ontwikkeling van een zonneveld. Iedere vorm van dubbelgebruik scoort gelijkwaardig: • Dubbel met verbetering van de Waterberging = 1 punt • Dubbel met verbetering van de Biodiversiteit = 1 punt • Dubbel met behoud van de Landbouw = 1 punt • Dubbelgebruik door nieuwe recreatie/educatie = 1 punt
V | Bijdrage aan andere opgaven in de fysieke omgeving Door de realisatie van een zonneveld kan ontsierende bebouwing en verharding gesaneerd worden. Daarmee vergroten we op termijn de kwaliteit van het landschap. • Het slopen van ontsierende bebouwing denk aan van VAB’s en het terugdringen van aanwezige verharding = 2 punten
9.4 Procesregels Procesregels, Nader uit te werken • Er moet een omgevingsdialoog gevoerd worden. • De initiatiefnemer maakt een gezekerd doelfonds waarmee na 25 jaar het zonneveld kan worden opgeruimd of omgevormd naar de beoogde herbestemming. • De landschappelijke inrichting wordt positief bestemd als groenvoorziening als permanente voorziening. Bestemmen als natuur leidt tot extra punten. • Mocht er locatie specifiek van de regels moeten worden afgeweken dan kan dat gemotiveerd zolang de hoofddoelen bereikt worden. Deze bevoegdheid ligt bij…… PM
9.5 Hardheidsclausule UItzonderingen kunnen gemaakt worden als er een breedgedragen opvatting is dat een initiatief voor zonne-energie belangrijk is voor de gemeente. Het college kan dan het betreffende initiatief in behandeling nemen en beargumenteerd voorleggen aan de commissie Ruimte en de gemeenteraad.
67
LOS stadomland B.V.
Nieuwe Linie 1-3, 5264 PJ Vught Telefoon: 073 - 7113770 info@losstadomland.nl www.losstadomland.nl
Handreiking zonne-energie | Gilze en Rijen
Virtuele cases bij Concept Handreiking zonne-energie Gemeente Gilze en Rijen Aanleiding In navolging van de bespreking van een eerdere conceptversie van de handreiking Zonne-energie in de commissie Ruimte van 13 april, heeft adviesbureau LOS Stadomland een aantal virtuele cases uitgewerkt. Deze virtuele cases zijn gebaseerd op plannen die bij ons of naburige gemeenten zijn aangemeld, maar die nog geen enkele status hebben. Initiatiefnemers van deze plannen wachten tot de vaststelling van beleid om hun plannen verder uit te werken. De virtuele cases zijn bedoeld om de spelregels uit de conceptversie van de handreiking te verduidelijken. In de bijgevoegde schema’s zijn de virtuele cases (beargumenteerd) getoetst aan alle spelregels van de handreiking. Virtuele case 1: zonneveld langs de A58 Virtuele case 1 is een zonneveld van <10 hectare langs de A58. Het plangebied betreft agrarische gronden die momenteel vooral voor het telen van maïs worden gebruikt. Het valt in de landschappelijke karakterisering van jonge ontginningen. In de buurt van of direct aan het plangebied liggen geen beschermde natuurwaarden of cultuurhistorische waarden. Indien er in een plan langs de A58 kan worden aangehaakt bij een verzorgingsplaats is dit een duidelijke koppelkans en meerwaarde.
Conclusie: Op dit moment is het plan onvoldoende uitgewerkt en scoort het niet alle benodigde punten. Naar verwachting zal dit plan kunnen worden aangepast om wel binnen de spelregels van de handreiking te passen. Virtuele case 2: zonneveld op VAB-locatie Virtuele case 2 betreft een zonne-ontwikkeling op een VAB-locatie. In deze theoretische case beëindigt een initiatiefnemer zijn intensieve varkenshouderij. Het beoogde zonneveld voorziet na beëindiging van het bedrijf in de inkomsten. Het plangebied heeft een agrarische bestemming en past binnen de landschappelijke karakterisering van oude ontginningen. Het beoogde zonneveld is <2 hectare. In of direct aan het plangebied liggen geen beschermde natuur- of cultuurhistorische waarden. Het stoppen van de intensieve veehouderij is een goede koppelkans. Conclusie: Op dit moment past het plan niet binnen de spelregels van de handreiking zonne-energie, omdat het gaat om een initiatief in de trede nee, tenzij. Indien de trede nee, tenzij na 2023 (beperkt) opengesteld zou worden voor initiatieven, zal het plan na enkele aanpassingen en verdere uitwerking naar waarschijnlijk wel passen binnen het beleid. Virtuele case 3: Zonneveld langs provinciale weg, ecologische verbindingszone en waardevolle natuur (NNB) Virtuele case 3 betreft een zonneveld langs een provinciale weg van <5 hectare.
Het plangebied grenst aan een ecologische verbindingszone en waardevolle natuur en ligt nabij cultuurhistorische waarden. Het plangebied ligt in de jonge ontginningen, maar grenst aan de oude ontginningen. Er zijn voldoende koppelkansen zoals wandel- en fietspaden, recreatieve koppelkansen etc. benoemd. Conclusie: Op dit moment past het plan niet binnen de spelregels van de handreiking zonne-energie, omdat het gaat om een initiatief in de trede nee, tenzij. Indien de trede nee, tenzij na 2023 (beperkt) opengesteld zou worden voor initiatieven, zal het plan op enkele punten grondig moeten worden aangepast (landschappelijke inpassing, water, bodemleven, procesparticipatie).
Virtuele case 1: Zonneveld langs de A58 Doel is 10 punten halen: 6 punten bij voldoen aan harde regels en 4 punten uit de keuze-opties Nummer Regel Voldoet
Voldoet niet
Opmerkingen en argumenten
Harde regels 1 Omgevingsdialoog met buurt 500 m rondom initiatief
x
2
Zonnepark is tijdelijk (25 jaar) en landschappelijke inpassing permanent
x
3
De inpassing sluit aan bij het landschapstype en lokale kwaliteiten
x
4 5
De bodem van het zonneveld is minimaal 25% onbedekt. Naast 25% onbedekte bodem is er ook 25% landschappelijke inpassing.
6 7 8 9 10 11
Aannemelijk maken dat bodemleven minstens in stand wordt gehouden. Breedte randen afhankelijk van landschapstype. Jonge ontginningen: 25% Zonnepanelen zijn maximaal 1,5 meter hoog Historische kavelpatronen en landschapsrichtingen zijn uitgangspunt Inrichting van ondersteunende voorzieningen Minimale afstand tussen meerdere zonnevelden
De initiatiefnemer vindt het belangrijk dat direct omwonenden als eerste en persoonlijk ingelicht worden over de plannen d.m.v. keukentafelgesprekken. De omgevingsdialoog gaat serieus opgepakt worden, maar heeft nog niet plaatsgevonden. Voldoet aan de exploitatieperiode van maximaal 25 jaar. De landschappelijke inpassing betreft echter tijdelijke natuur en dat past niet binnen de spelregels. De initiatiefnemer wil een professionele landschapsarchitect het inpassings- en inrichtingsplan laten maken. Er wordt dan gelet op historische gebiedsontwikkelingen, de bestaande landschapsstructuren en lokaal aanwezige flora en fauna. Voldoet op dit moment niet. Het zonnepark is circa 8 ha. groot. Het totaal aan landschappelijke inpassing is 2,1 ha. en bestaat uit: 5 meter brede struweelranden rondom het zonneveld, een natuurlijke oever en 1,5 ha. natuurontwikkeling. Hier zit de aanname in dat de 5 meter brede struweelrand rondom het hele zonneveld ligt. Voldoet op dit moment niet. Zie opmerkingen bij regel 5. De initiatiefnemer geeft aan dat de bouwhoogte van de installatie maximaal 2,5 meter is. Het plan houdt geen rekening met historische kavelpatronen en landschapsrichtingen, behalve de begrenzing van het plangebied. Voldoet op dit moment niet. Er is hier geen sprake van meerdere zonnevelden. Niet van toepassing.
12 13
Zonnevelden liggen niet binnen 50 meter van een woonbestemming. Aanleg landschappelijke inpassing in principe via een aanbesteding. Hiervoor budget reserveren van minimaal €5,- per m2. Maat van inpassing is afhankelijk van het aanwezige landschapsbeeld. Minimum is landschappelijke haag van 1,5 meter breed. Bij voorkeur bijdragen aan toegankelijkheid. Minimum is bestaande paden handhaven. Beheervoorstel bodem zonneveld, gericht op natuur Waterbergende functie van het terrein minimaal handhaven.
14 15 16 17 18
x x
x x x x x x x x x
Het initiatief gaat uit van een 5 meter brede struweelrand
x
Er bevinden zich in de huidige situatie geen paden in het plangebied. Direct ten zuiden van het plangebied ligt een weg, behouden blijft. x x
De lokale samenleving kan participeren en mee-investeren in het zonneveld.
x
Punten
6/18
Keuze-opties I Zuinig ruimtegebruik: de zonneladder
2
II III IV V Punten
Meer dan 25% onbedekte grond binnen het zonneveld Het borgen van de landschappelijke investering, biodiversiteit (omgevingsplan) Dubbelgebruik Bijdrage aan andere opgaven in de fysieke omgeving
Zonneveld ligt niet binnen 50 meter van een woonbestemming. Voldoet op dit moment niet.
x x x 2 4/4
Voldoet op dit moment niet. Het plangebied heeft nu een infiltrerende werking. De regel m.b.t. 25% onbedekt grond in het zonneveld heeft hier direct invloed op. De te beantwoorden vraag is waar gaat het water dat op de zonnepanelen valt heen? Medeondertekenaar van de gedragscode Zon op Land. Hier staat in dat gestreefd wordt naar 50% lokaal eigendom. De initiatiefnemer heeft o.a. ervaring met obligaties en mede-eigenaarschap in coöperaties. De initiatiefnemer wil samen met de omwonenden en gemeente bepalen welke vorm van financiële participatie gekozen wordt. Totaal harde regels voldoet niet. (18/18 nodig om de benodigde 6 punten te krijgen)
Het plangebied ligt langs de A58 en bijbehorende voorzieningen en het zonneveld heeft interactie met het snelweg/voorzieningen. Daarmee valt het initiatief in de trede ‘ja, mits’. Voldoet op dit moment niet. Voldoet op dit moment niet. Er is geen sprake van dubbelgebruik. De koppelkans met parkeren en het opladen van elektrische voertuigen wordt goed benut. Totaal keuze-opties voldoet (hier minimaal 4 punten halen)
Conclusie: Op dit moment is het plan onvoldoende uitgewerkt en scoort het niet alle benodigde punten. Naar verwachting zal dit plan kunnen worden aangepast om wel binnen de spelregels van de handreiking te passen.
Virtuele case 2: zonneveld bij een VAB-locatie Doel is 10 punten halen: 6 punten bij voldoen aan harde regels en 4 punten uit de keuze-opties Nummer Regel Voldoet
Voldoet niet
Opmerkingen en argumenten
Harde regels 1 Omgevingsdialoog met buurt 500 m rondom initiatief 2 Zonnepark is tijdelijk (25 jaar) en landschappelijke inpassing permanent 3 De inpassing sluit aan bij het landschapstype en lokale kwaliteiten
x x x
4 5
De bodem van het zonneveld is minimaal 25% onbedekt. Naast 25% onbedekte bodem is er ook 25% landschappelijke inpassing.
x x
6 7
Aannemelijk maken dat bodemleven minstens in stand wordt gehouden. Breedte randen afhankelijk van landschapstype. Oude ontginningen (1-2 ha. zonneveld): 35% Zonnepanelen zijn maximaal 1,5 meter hoog Historische kavelpatronen en landschapsrichtingen zijn uitgangspunt Inrichting van ondersteunende voorzieningen Minimale afstand tussen meerdere zonnevelden Zonnevelden liggen niet binnen 50 meter van een woonbestemming. Aanleg landschappelijke inpassing in principe via een aanbesteding. Hiervoor budget reserveren van minimaal €5,- per m2. Maat van inpassing is afhankelijk van het aanwezige landschapsbeeld. Minimum is landschappelijke haag van 1,5 meter breed. Bij voorkeur bijdragen aan toegankelijkheid. Minimum is bestaande paden handhaven. Beheervoorstel bodem zonneveld, gericht op natuur Waterbergende functie van het terrein minimaal handhaven.
x x
x x
Niets vermeld over contact met de omgeving/omwonenden. Er staan wel woningen binnen 500 m van het beoogde zonnepark. Voldoet op dit moment niet. Het betreft een kleinschalige zonneweide (circa 1,1 ha.). De landschappelijke inpassing betreft vooral de randen rondom de zonneweide en het bouwvlak. De initiatiefnemer meldt dat een erfbeplantingsplan inclusief nadere uitwerking van de landschappelijke inpassing opgesteld wordt in het kader van een bestemmingsplanherziening. Deze informatie is nodig om deze regel goed te kunnen beoordelen. Het plan voldoet op dit moment niet, maar naar aanpassing is het waarschijnlijk dat deze eis wordt behaald. De totale zonneweide is circa 1,1 ha. Er is geen maatvoering bekend van de bredere rand met hogere beplanting en de smallere rand met lagere beplanting. 25% van 1.100 m2 is 25 x 11 = 275 m2 landschappelijke inpassing te zijn. Voldoet op dit moment niet. Het initiatief bevindt zich in de oude ontginningen. Voor zonnevelden tussen de 1 en 2 ha. staat een landschappelijke inpassing van 35%. Van de 1.100 m2 (1,1 ha.) dient 35 x 11 = 385 m2 landschappelijke inpassing te zijn. Op dit moment voldoet het plan hier niet aan. Op dit moment voldoet het plan hier niet aan. De zonnepanelen worden met het kavel mee geplaatst. Voldoet op dit moment niet. Er is hier geen sprake van meerdere zonnevelden. Niet van toepassing.
Zonneveld ligt binnen 50 meter van een woonbestemming Voldoet op dit moment niet en behoeft verdere uitwerking.
x
Voldoet op dit moment niet.
8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18
x x x x
x x x
De lokale samenleving kan participeren en mee-investeren in het zonneveld.
Punten
De bestaande wegen blijven behouden.
x 3/18
Totaal harde regels voldoet niet. (18/18 nodig om de benodigde 6 punten te krijgen)
Keuze-opties I Zuinig ruimtegebruik: de zonneladder
x
II III
x x
IV V
Meer dan 25% onbedekte grond binnen het zonneveld Het borgen van de landschappelijke investering, biodiversiteit (omgevingsplan) Dubbelgebruik Bijdrage aan andere opgaven in de fysieke omgeving
Voldoet op dit moment niet. Het plangebied heeft nu een infiltrerende werking. De regel m.b.t. 25% onbedekt grond in het zonneveld heeft hier direct invloed op. De te beantwoorden vraag is waar gaat het water dat op de zonnepanelen valt heen? De lokale samenleving kan niet participeren en mee-investeren in het zonneveld.
x
Het project valt onder de trede ‘Nee, tenzij’ bij het onderdeel ‘bij agrarische bedrijven en VAB’s. Dit betekent 0 punten. In navolging van de REKS is er een stop op initiatieven in de trede nee, tenzij aangekondigd, voor zowel grotere als kleinere initiatieven. Voldoet op dit moment niet. Voldoet op dit moment niet.
Er is geen sprake van dubbelgebruik. 2 De koppelkans van het stoppen van een intensieve veehouderij (varkenshouderij) gekoppeld aan alternatieve verdienmogelijkheden waaronder een zonneveld wordt goed benut. Gekeken naar de in te trekken varkensrechten, in te trekken vergunde dieraantallen en de gezamenlijke oppervlakte van de te slopen varkensstallen heeft het beëindigen van de intensieve varkenshouderij een aanmerkelijke vermindering van de emissies geur, ammoniak en fijnstof tot gevolg. Dit is positief voor de kwaliteit van het woon- en leefklimaat. Dit is 2 punten waard. Punten 2/4 Totaal keuze-opties voldoet niet (hier minimaal 4 punten halen) Conclusie: Op dit moment past het plan niet binnen de spelregels van de handreiking zonne-energie, omdat het gaat om een initiatief in de trede nee, tenzij. Indien de trede nee, tenzij na 2023 (beperkt) opengesteld zou worden voor initiatieven, zal het plan na enkele aanpassingen en verdere uitwerking naar waarschijnlijk wel passen binnen het beleid.
Virtuele case 3: Zonneveld langs provinciale weg, ecologische verbindingszone en waardevolle natuur (NNB) Doel is 10 punten halen: 6 punten bij voldoen aan harde regels en 4 punten uit de keuze-opties Nummer Regel Voldoet Voldoet Opmerkingen en argumenten niet Harde regels 1 Omgevingsdialoog met buurt 500 m rondom initiatief x Initiatiefnemer zet zich in voor het doorlopen van een participatief proces waarbij wordt gekomen tot een gedragen project. Door gebruik te maken van lokale kennis en aan te sluiten bij lokale initiatieven verbetert de kwaliteit van het project. De Gedragscode Zon op Land is uitgangspunt. Hierbij hoort het betrekken van de omwonenden zowel in het proces als financieel. De omgevingsdialoog heeft nog niet plaatsgevonden. Initiatiefnemer is dit wel van plan wat feitelijk een aankondiging is van hoe zij het aan willen pakken en een uitnodiging tot dialoog met de gemeente is. Binnen 500 meter van het plangebied liggen diverse woningen. Hiermee dient de minimale omgevingsdialoog plaats te vinden. 2 Zonnepark is tijdelijk (25 jaar) en landschappelijke inpassing permanent x Er is rekening gehouden met een tijdelijke bestemmingswijziging van maximaal 25 jaar. Daarmee is het aannemelijk dat het zonnepark voldoet aan de maximale periode van 25 jaar. Er staat niet in de tekst vermeld of de landschappelijke inpassing tijdelijk of permanent is.
3 De inpassing sluit aan bij het landschapstype en lokale kwaliteiten x De landschappelijke inpassing sluit aan bij bestaande ruimtelijke structuren, zoals de natte ecologische zone aan de westzijde van het plangebied. Aan de noord- en oostzijde wordt m.b.t. de inpassing gebruik gemaakt van de bestaande bosgebiedjes. Aan deze zijden is voorzien in stroken kruiden- en faunarijk grasland. 4 De bodem van het zonneveld is minimaal 25% onbedekt. x De zonnepanelenrijen zijn zuidgeoriënteerd. Dit is gunstig voor het areaal onbedekte bodem. In het plan is het percentage onbedekte bodem van het zonneveld niet opgenomen. 5 Naast 25% onbedekte bodem is er ook 25% landschappelijke inpassing. x Het zonneveld is circa 3,66 ha. groot. Voor landschappelijke inpassing én ecologische en maatschappelijke meerwaarde is rekening gehouden met 0,66 ha. Dit is minder dan 25%. 6 Aannemelijk maken dat bodemleven minstens in stand wordt gehouden. x De initiatiefnemer geeft aan dat uit verschillende onderzoeken is gebleken dat het plaatsen van zonneparken een positieve invloed heeft op de bodemkwaliteit. Ze gebruiken geen pesticiden en laten de natuur haar gang gaan. Het gras wordt gemaaid en er worden geen verdelgingsmiddelen gebruikt. De initiatiefnemer heeft aandacht voor een gezonde bodem. De grond wordt opgeleverd in de oorspronkelijk staat. Dit betekent weer netjes voor agrarisch gebruik.
Dit wordt voorafgegaan door bodemonderzoek en afhankelijk van de uitkomsten wordt de bodem eventueel verrijkt of verbeterd. 7 Breedte randen afhankelijk van landschapstype. Jonge ontginningen: 25% x Zie opmerkingen bij regel 5. 8 Zonnepanelen zijn maximaal 1,5 meter hoog x De maximale bouwhoogte is 2 meter. 9 Historische kavelpatronen en landschapsrichtingen zijn uitgangspunt x Er is geen/weinig rekening gehouden met historische kavelpatronen en landschapsrichtingen. 10 Inrichting van ondersteunende voorzieningen x De ondersteunende bebouwing wordt zoveel mogelijk opgenomen in het patroon van de zonnepanelen. Zowel panelen als bebouwing worden op afstand van de kavelgrenzen en het hekwerk geplaatst, zodat rondom een onderhoudsstrook en mogelijkheden voor natuurlijke begroeiing aanwezig zijn. Het hekwerk wat wordt geplaatst laat ruimte voor kleine dieren om te kunnen passeren. 11 Minimale afstand tussen meerdere zonnevelden x Er is hier geen sprake van meerdere zonnevelden. Niet van toepassing. 12 Zonnevelden liggen niet binnen 50 meter van een woonbestemming. x Zonneveld ligt niet binnen 50 meter van een woonbestemming 13 Aanleg landschappelijke inpassing in principe via een aanbesteding. x Voldoet op dit moment niet. Hiervoor budget reserveren van minimaal €5,- per m2. 14 Maat van inpassing is afhankelijk van het aanwezige landschapsbeeld.
x In de tekst staat de breedte van de randen niet benoemd. Het gaat om de natte, ecologische zone in het westen en de stroken kruidenMinimum is landschappelijke haag van 1,5 meter breed. en faunarijk grasland in het noorden en oosten. 15 Bij voorkeur bijdragen aan toegankelijkheid. Minimum is bestaande x Er is ruimte voor de aanleg van wandel-/fietspaden, kinderspeelplaats en rustplekken. Ook de hobbytuinen en de oplaadpunten voor paden handhaven. elektrische voertuigen vergroten de toegankelijkheid. Dit zijn nu participatiemogelijkheden en kosteloze bijdragen aan de gemeenschap. Voor de toegankelijkheid moet hieruit wel iets gerealiseerd worden. 16 Beheervoorstel bodem zonneveld, gericht op natuur x De initiatiefnemer heeft geen informatie gegeven over de inrichting van de bodem en het beheer daarvan. 17 Waterbergende functie van het terrein minimaal handhaven. x Hier liggen kansen voor waterberging in relatie met de natte ecologische zone die aan de beek de Grote Lei is gekoppeld. De initiatiefnemer ziet deze kansen en wil samen met de het waterschap, Brabant Water en de omgeving deze meerwaarde creëren. Dit dient nog nader uitgewerkt te worden. Het beoogde zonneveld is infiltratiegebied. Belangrijkste vraag die beantwoord dient te worden is: wat gebeurt er met het hemelwater dat op de zonnepanelen valt? Dit antwoord hangt ook samen met het percentage onbedekte bodem.
De verwachting is dat dit initiatief gaat voldoen aan deze regel. Er is nu nog wel een noodzaak dit verder uit te werken. 18 De lokale samenleving kan participeren en mee-investeren in het x De gedragscode Zon op Land is uitgangspunt. Dit betekent o.a. dat gestreefd wordt naar 50% lokaal eigendom. De initiatiefnemer werkt zonneveld. met een Participatie Menukaart. Hier wordt onderscheid gemaakt tussen Financieel en Sociaal maatschappelijk. Voor de financiële participatie zijn directe mogelijkheden (aandelen, obligaties en mede-eigenaarschap via een coöperatie) en indirecte mogelijkheden (Energie afnemen, Omgevingsfonds, omwonenden regeling, compensatieregeling). De initiatiefnemer wil samen met de omwonenden en gemeente gedurende het participatieproces bepalen welke vorm(en) van financiële participatie gekozen wordt. Punten 7/18 Totaal harde regels voldoet niet. (18/18 nodig om de benodigde 6 punten te krijgen)
Keuze-opties I Zuinig ruimtegebruik: de zonneladder
x
Het betreft agrarische gronden, grenzend aan natuurgronden en een ecologische verbindingszone. Daarmee behoort het initiatief tot trede ‘Nee, tenzij’. Het initiatief ligt ook langs een provinciale weg, maar heeft hier geen enkele interactie mee. De gemeenteraad van Gilze en Rijen besloten om een pas op de plaats te maken tot 2023 met betrekking tot zonne-initiatieven uit de trede ‘Nee, tenzij’. Dit in navolging van de REKS Hart van Brabant. II Meer dan 25% onbedekte grond binnen het zonneveld x Niets opgenomen over het % onbedekte grond in het zonneveld. III Het borgen van de landschappelijke investering, biodiversiteit 1 x Er is opgenomen dat de grond teruggebracht wordt in de oorspronkelijk staat t.b.v. het landbouwkundig gebruik. Dit staat ook in de drie (omgevingsplan) principes van de gedragscode Zon op Land: Het oorspronkelijke gebruik van de grond moet na de levensduur van de zonnepanelen weer mogelijk worden. In dit geval is dat dus landbouwkundig gebruik. Ons streven is dat minimaal de landschappelijke inpassing een permanente groen- of natuurfunctie krijgt in het omgevingsplan, daar voldoet dit plan nog niet aan. Maximaal 1 punt wordt toegekend. Meer punten zijn te verdienen als het zonneveld zelf na afloop ook een groen- of natuurbestemming krijgt. IV Dubbelgebruik 1 Schapen mogen onder de zonnepanelen grazen. Dit is een vorm van dubbelgebruik.
Dit kan betiteld worden als behoud van de landbouw. Dit is 1 punt. V Bijdrage aan andere opgaven in de fysieke omgeving 2 Omgevingsfonds: totaal €443.750,-. Brede participatiemogelijkheden en kosteloze bijdragen aan de gemeenschap. Dit omgevingsfonds levert geen punten op. De initiatiefnemer heeft ook fysieke, maatschappelijke bijdragen aan de omgeving: hobbytuinen, kinderspeelplaats, rustplaatsen, 4 oplaadpunten voor elektrische voertuigen (gratis) en de mogelijkheid voor een kinderdagverblijf of kinderboerderij. Dit levert 2 punten op. Punten 4/4 Totaal keuze-opties voldoet (hier minimaal 4 punten halen) Conclusie: Op dit moment past het plan niet binnen de spelregels van de handreiking zonne-energie, omdat het gaat om een initiatief in de trede nee, tenzij. Indien de trede nee, tenzij na 2023 (beperkt) opengesteld zou worden voor initiatieven, zal het plan op enkele punten grondig moeten worden aangepast (landschappelijke inpassing, water, bodemleven, procesparticipatie).