CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

ap 12 beleidsnota weerstandsvermogen en risicobeheersing Gilze en Rijen 2021

Gemeenteraad 11 februari 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake het vaststellen van de "Beleidsnota weerstandsvermogen en risicobeheersing Gilze en Rijen 2021"3.612 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsnota weerstandsvermogen en risicobeheersing Gilze en Rijen 2021 per 1 januari 2021 (vastgesteld d.d. 11 februari 2021)

1

beleidsnota weerstandsvermogen en risicobeheersing Gilze en Rijen

11 februari 2021 Greenvalley nummer: 300877 Gemeente Gilze en Rijen Postbus 73 5120 AB Rijen Bezoekadres: Raadhuisplein 1 5121 JX Rijen Telefoonnummer 14 0161 Email: info@gilzerijen.nl website: www.gilzerijen.nl

2

beleidsnota weerstandsvermogen en risicobeheersing Gilze en Rijen

Inhoudsopgave

1

Inleiding

2

Begrippen en doelstellingen 2.1 2.2

3

Begrippen Doelstellingen

6 6

Risico’s identificeren en beoordelen 3.1 3.2

Identificeren risico’s Beoordelen risico’s

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Preventie Reductie Segregatie Contractuele overdracht Verzekeren Overige maatregelen

4

7 7

Risicobeheersing

5

9 9 9 9 9 9

Risicodekking (weerstandscapaciteit) 5.1 Toegepaste dekkingsmogelijkheden 5.1.1 Lopende exploitatie 5.1.2 Vrije reserves 5.1.3 Stille reserves 5.1.4 Onbenutte belastingcapaciteit 5.2 Niet toegepaste dekkingsmogelijkheden 5.2.1 Bestemmingsreserves 5.2.2 Voorzieningen 5.2.3 Onvoorziene uitgaven

10 10 10 10 10 11 11 11 11

Berekening weerstandsvermogen

12

6 7

Verankering in de organisatie 7.1 7.2

3

5

Taakverdeling Koppeling met de planning & control cyclus

13 13

beleidsnota weerstandsvermogen en risicobeheersing Gilze en Rijen

4

nota risicomanagement en weerstandsvermogen Gilze en Rijen

1

Inleiding

In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat gemeenten hun beleid voor de risicobeheersing moeten vastleggen en op basis van een risicoprofiel hun financiële weerstandsvermogen bepalen. In onze gemeente zijn deze eisen tevens vertaald in de financiële verordening waarin is bepaald dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van het BBV worden opgenomen. Een aparte beleidsnota weerstandsvermogen en risicobeheersing hoeft dan niet opgesteld te worden. Een beleidsnota heeft echter als voordeel dat alle relevante informatie over dit onderwerp is verzameld in één document en er heldere beleidskeuzes gemaakt kunnen worden. De huidige beleidsnota Weerstandsvermogen en risicomanagement van Gilze en Rijen dateert van 2010. De praktijk is het afgelopen decennium ook veranderd. Daarom is er een nieuwe beleidsnota Weerstandvermogen en risicomanagement opgesteld. Risicobeheersing is met name bedoeld te zorgen dat het optreden van risico’s zo weinig mogelijk nadelige gevolgen heeft op de uitvoering van het bestaande beleid en het realiseren van de gestelde doelen. Door het in beeld brengen en kwantificeren van de risico’s wordt bepaald welk bedrag nodig is om de nadelige gevolgen op te vangen indien risico’s zich daadwerkelijk voordoen.

Deze risico’s kunnen opgevangen worden met het weerstandsvermogen. Daarom bevat deze beleidsnota ook de wijze van berekening van het weerstandsvermogen en het niveau waar naar gestreefd wordt. Er zijn duidelijke verbanden met andere beheersinstrumenten in onze organisatie zoals de administratieve organisatie, interne controle en informatiebeveiliging. Deze nota is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 zijn enkele begrippen gedefinieerd en de doelstellingen van risicobeheersing aangegeven. In hoofdstuk 3 zijn de processen van identificeren en beoordelen van risico’s beschreven. In hoofdstuk 4 is nader ingegaan op de risicobeheersing, waarbij enkele technieken en maatregelen de revue passeren. Vervolgens zijn in hoofdstuk 5 de financiële dekkingsmogelijkheden nader toegelicht en is aangegeven welke mogelijkheden Gilze en Rijen toepast en waarom. In hoofdstuk 6 zijn de begrippen weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen en de berekening daarvan nader toegelicht. Tenslotte is in hoofdstuk 7 de verankering van de risicobeheersing in de organisatie beschreven.

5

nota risicomanagement en weerstandsvermogen Gilze en Rijen

2

Begrippen en doelstellingen

2.1

Begrippen

In deze paragraaf zijn enkele begrippen gedefinieerd: Risico: De kans op het optreden van een gebeurtenis met een negatief gevolg voor de gemeente Een risico bevat dus drie elementen: 1) een kans op het optreden van een gebeurtenis 2) negatieve gevolgen 3) een betrokkene, voor wiens rekening de negatieve gevolgen komen We spreken van een risico als de kans van optreden kleiner is dan 100%. Als de kans van optreden 100% is, is geen sprake meer van een risico. Er zullen geldmiddelen gereserveerd moeten worden om de negatieve gevolgen op te kunnen vangen. De hoogte van het te reserveren bedrag kan nog wel onzeker zijn. Risicobeheersing: Het nemen van beslissingen die gericht zijn op het voorkomen of minimaliseren van de nadelige effecten die het optreden van risico's met zich mee kunnen brengen Risicoprofiel: De verzameling van alle gedefinieerde en gekwantificeerde risico’s.

2.2

Doelstellingen

De doelstellingen die de gemeente nastreeft met risicobeheersing zijn: 1. Zorgdragen dat het daadwerkelijk optreden van risico’s zo weinig mogelijk effect heeft op de beleidsuitvoering en het voorzieningenniveau; 2. Voldoen aan wettelijke verplichtingen; 3. Inzicht krijgen in de risico’s die de gemeente loopt; 4. Stimuleren risicobewustzijn; 5. Beoordelen en optimaliseren van het weerstandsvermogen. Het eerste doel is erop gericht de continuïteit van het voorzieningenniveau en de dienstverlening aan de burger te waarborgen in het geval een risico zich voordoet. Het tweede doel richt zich op de wettelijke verplichting die voortvloeit uit het BBV. De gemeente dient een inventarisatie van de risico’s en de weerstandscapaciteit te maken en beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s te voeren. Het derde en vierde doel zijn erop gericht inzicht te verkrijgen in de risico’s die door de gemeente gelopen worden en het risicobewustzijn te stimuleren. Management en medewerkers moeten zich bewust zijn van de risico’s die bepaalde activiteiten en projecten met zich mee kunnen brengen en hoe deze beperkt kunnen worden. Risico’s worden benoemd zodat management en bestuur hierop kunnen sturen. Het vijfde geformuleerde doel richt zich op het weerstandsvermogen van de gemeente.

Het risicoprofiel en de weerstandscapaciteit van de gemeente moeten bepaald worden om inzicht te krijgen in het weerstandsvermogen. Met actief risicomanagement kan daarna gewerkt worden aan het verlagen van het risicoprofiel waardoor mogelijk meer financiële ruimte gecreëerd kan worden voor andere doeleinden.

6

nota risicomanagement en weerstandsvermogen Gilze en Rijen

3

Risico’s identificeren en beoordelen

3.1

Identificeren risico’s

Risicoprofiel De risico’s zijn per afdeling in beeld gebracht en gekwantificeerd door de kans en het financiële gevolg van elk risico te bepalen. We gebruiken hiervoor risicoklassen en maken hierbij geen onderscheid meer tussen incidentele en structurele risico’s. Alle risico’s tesamen vormen het risciprofiel van de gemeente. De afdelingshoofden zijn verantwoordelijk voor het actueel houden van hun risico’s. De risico’s worden tweemaal per jaar geactualiseerd, in het kader van de jaarstukken en de begroting. De financieel adviseurs die belast zijn met het risicomanagement van de gemeenten spreken de risico’s van elke afdeling door met de betreffende afdelingshoofen. Zie ook hoofdstuk 7. Projectrisico’s Projecten nemen een aparte positie in binnen het risicomanagement. Doordat projecten eenmalig worden uitgevoerd zijn ze vaak risicovol voor een organisatie. Dat geldt met name voor strategische projecten die gekenmerkt worden door: -een hoge bestuurlijke prioriteit -en/of grote omvang -en/of groot financieel risico -en/of groot maatschappelijk afbreukrisico. Het is dan ook de bedoeling dat voor alle strategische projecten een projectplan wordt opgesteld met daarin een risico-analyse, waarin alle mogelijke risico’s en de te nemen maatregelen om deze te beperken, zijn benoemd.

Daarnaast is in het bestuurlijk besluitvormingsproces een risico-analyse verplicht; dit is een vast element van elk college- en raadsvoorstel. Incidentele versus structurele risico’s Een incidenteel risico doet zich maar één keer voor (bijvoorbeeld bij een project), terwijl een structureel risico zich meerdere keren kan voordoen. Bijvoorbeeld het risico van een toenemend beroep op een subsidieregeling of uitkering dat zich elk jaar kan voordoen. In de praktijk zal het toenemende beroep niet steeds voor budgetoverschrijdingen zorgen aangezien maatregelen zullen worden genomen om het beroep terug te dringen. Als dat niet lukt moet een structureel (hoger) budget worden opgenomen in de begroting om de budgetoverschrijdingen op te vangen en is het structurele risico verdwenen. In Gilze en Rijen werd in het verleden wel onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele risico’s maar werd er feitelijk niets met het onderscheid gedaan. Des te meer reden om geen onderscheid meer te maken en alle risico’s als incidenteel te beschouwen.

3.2

Beoordelen risico’s

Om risico’s te kunnen beoordelen worden de kans en het (financiële) gevolg van elk risico bepaald. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van zogenaamde referentiebeelden die een richtlijn bieden om risico’s in te kunnen schatten. Als wordt geschat dat een risico zich bijvoorbeeld eenmaal in de tien jaar zal voordoen is de kans op optreden 10%. Als een risico zich eenmaal per jaar of meer kan voordoen (klasse 5) is de kans 90%. Er is nog steeds sprake van een kans want het is niet zeker dat de gebeurtenis zich voordoet. Het is daarbij de bedoeling dat voor risico’s in klasse 5 een bedrag geraamd wordt in de begroting waarmee het risico vervalt. Het college kan besluiten om hiervan af te wijken en risico’s in klasse 5 toch op te nemen als risico in een P&C document. Indien het college hiervoor kiest, wordt dat expliciet gemotiveerd in het desbetreffende P&C document.

7

nota risicomanagement en weerstandsvermogen Gilze en Rijen

Als het zeker (100%) is dat de gebeurtenis zich voor zal doen moet een bedrag geraamd worden in de begroting. Daarna wordt per risico het financiële gevolg ingeschat in het geval het risico zich daadwerkelijk zou voordoen. Het is de bedoeling dat de financiële gevolgen zoveel mogelijk worden onderbouwd met kwantitatieve gegevens en prijzen. Voor de beoordeling van de kans dat een risico daadwerkelijk optreedt hanteren we 5 klassen met de volgende referentiebeelden: Klasse 1 2 3 4 5

Referentiebeelden < of 1 keer per 10 jaar 1 keer per 5-10 jaar 1 keer per 2-5 jaar 1 keer per 1-2 jaar 1 keer per jaar of >

gemiddelde kans per klasse (10%) (30%) (50%) (70%) (90%)

Per individueel risico bepalen we wat de mogelijke financiële effecten zijn voor de gemeente. We vermenigvuldigen daarbij de kans dat het risico zich voordoet conform bovenstaande indeling met het ingeschatte financiële gevolg.

8

nota risicomanagement en weerstandsvermogen Gilze en Rijen

4

Risicobeheersing

Risicobeheersing richt zich op het verkleinen van de kans dat een risico zich voordoet en het beperken van de nadelige gevolgen als een risico zich daadwerkelijk manifesteert. Hieronder worden een aantal mogelijkheden besproken om risico’s te kunnen beheersen.

4.1

Preventie

Risicopreventie is de verzameling van activiteiten die de kans van het optreden van het risico verkleinen. Deze techniek verkleint niet de omvang van de gevolgen. Voorbeelden van preventiemaatregelen bij het risico brand zijn het verwijderen of veilig opslaan van makkelijk ontvlambare objecten.

4.2

Reductie

Reductie is een techniek die het (negatieve) gevolg na het optreden van het risico probeert te beperken. Voorbeelden zijn het inwerking stellen van een rampenplan en salvagemaatregelen. Dat zijn maatregelen die onmiddellijk na en zo mogelijk tijdens het optreden van het risico de gevolgen hiervan proberen te beperken. Bij brand kan dan gedacht worden aan het beschermen van materialen tegen schade van bluswater, het in veiligheid brengen van personen en goederen en het snel reinigen van rook en roet.

4.3

Segregatie

Segregatie van risico’s betreft het opsplitsen van de risico’s of het dupliceren van de objecten die risico’s lopen. Een voorbeeld van opsplitsing is bijvoorbeeld de opslag van voorraden in verschillende gebouwen. Als ergens brand uitbreekt gaat niet de hele voorraad verloren, maar slechts een gedeelte. Duplicering vindt zeker sinds het gebruik van computers steeds meer plaats. De back-up van belangrijke bedrijfsgegevens is hier een voorbeeld van. Het risico op het definitieve verlies van informatie wordt zo aanzienlijk verkleind.

4.4

Contractuele overdracht

Door het contractueel overdragen van risico’s is het mogelijk gebruik te maken van activiteiten en gebeurtenissen zonder dat bijbehorende risico’s gedragen hoeven te worden. Voorbeelden zijn de uitsluiting van aansprakelijkheid bij in- en verkoopvoorwaarden, het maken van prijsafspraken en het gebruik maken van lease-auto’s.

4.5

Verzekeren

Verzekeren is de meest bekende beheersmaatregel. Bij verzekeren worden de financiële gevolgen overgedragen aan een verzekeraar. Van oudsher is dit één van de meest gebruikte technieken. Het uitgangspunt bij verzekeren is dat met name risico’s met een kleine kans en een groot gevolg bij een verzekeraar worden ondergebracht omdat ze anders een onevenredig groot stempel drukken op de eigen reserves.

4.6

Overige maatregelen

Naast bovengenoemde maatregelen zijn er nog andere maatregelen mogelijk om risico’s te verkleinen. Bijvoorbeeld (controle)maatregelen in werkprocessen om fouten zoveel mogelijk te voorkomen.

9

nota risicomanagement en weerstandsvermogen Gilze en Rijen

5

Risicodekking (weerstandscapaciteit)

Risicodekking richt zich op het afdekken (financieren) van de financiële gevolgen van opgetreden risico’s. Er zijn verschillende dekkingsmogelijkheden met ieder hun voor -en nadelen die hierna kort besproken worden. Als een bepaalde mogelijkheid wordt ingezet wordt deze tot de beschikbare weerstandscapaciteit gerekend en is daarmee van invloed op het weerstandsvermogen (zie hoofdstuk 5 voor een nadere toelichting). Hierna wordt per dekkingsmogelijkheid gemotiveerd aangegeven of deze in Gilze en Rijen wel of niet toegepast worden.

5.1

Toegepaste dekkingsmogelijkheden

5.1.1 Lopende exploitatie Het financieren van de gevolgen van een risico door deze te betalen uit de lopende exploitatie is een geschikte techniek als het gaat om risico’s met kleine gevolgen, bedragen die het financiële resultaat van de organisatie nauwelijks beïnvloeden. Deze kleine risico’s worden niet meegenomen in het risicoprofiel zodat het profiel overzichtelijk blijft. Deze techniek wordt ook in Gilze en Rijen toegepast: bij de 1e tussenrapportage worden budgetafwijkingen kleiner dan € 40.000 niet verwerkt in de begroting en bij de 2e tussenrapportage worden budgetafwijkingen kleiner dan € 20.000 niet verwerkt in de begroting. Deze komen dus ten laste van de lopende exploitatie. Daarnaast is het mogelijk om voor investeringsprojecten risico’s (gedeeltelijk) af te dekken in het meerjareninvesteringsplan (MIP). Een verschil met de overige dekkingsmogelijkheden die hierna genoemd worden is dat de mogelijkheid van tevoren niet te kwantificeren is. We weten immers niet welke budgetafwijkingen (risico’s) zich voor zullen doen en daarmee hoe groot de dekking moet zijn. Deze dekkingsmogelijkheid wordt dan ook niet meegenomen in de beschikbare weerstandscapaciteit.

5.1.2 Vrije reserves Een vrije reserve is een (deel van een) reserve waaraan geen bestemming is gegeven. Het niet-bestemde deel van de algemene reserve is een vrije reserve die op ieder moment ingezet kan worden om verliezen van risico’s te financieren. Deze optie maakt daarmee onderdeel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit. Het gaat in Gilze en Rijen om de algemene reserve en de algemene reserve grondexploitatie.

5.1.3 Stille reserves Er is sprake van stille reserves als de gemeente verhandelbare bezittingen heeft die (op de balans) lager zijn gewaardeerd dan de marktwaarde. Stille reserves maken onderdeel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit. Een nadeel is dat ze, net als de onbenutte belastingcapaciteit, niet direct beschikbaar zijn. Tevens spelen politieke overwegingen een rol bij het inzetten van de stille reserves, omdat voor deze inzet het bezit vervreemd moet worden en daarmee doorgaans het huidige gebruik gestaakt dient te worden.

5.1.4 Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit is het verschil tussen de fictieve opbrengsten bij maximale heffingsen belastingtarieven in het kader van een aanvraag artikel 12 status en de begrote/werkelijke opbrengsten. De onbenutte belastingcapaciteit maakt in Gilze en Rijen onderdeel uit van de weerstandscapaciteit. Het zijn echter geen middelen die direct beschikbaar zijn en er spelen politieke overwegingen een rol bij een verhoging van de gemeentelijke heffings- en belastingtarieven.

10

nota risicomanagement en weerstandsvermogen Gilze en Rijen

5.2

Niet toegepaste dekkingsmogelijkheden

Naast de toegepaste dekkingsmogelijkheden sommen we ook enkele niet-toegepaste dekkingsmogelijkheden op omdat er in de praktijk soms discussie over is of deze wel of niet toegepast zullen worden.

5.2.1 Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves zijn door de raad gereserveerde geldmiddelen voor bepaalde doelen en zijn daarmee niet vrij inzetbaar. Deze reserves maken daarmee geen onderdeel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit. De raad kan echter besluiten de bestemming te wijzigen of te laten vervallen. In het laatste geval worden de “vrijgevallen” bestemmingsreserves toegevoegd aan de algemene reserve en maken ze wel onderdeel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit. In Gilze en Rijen gaat het doorgaans om zogenaamde dekkingsreserves: vermogen dat in het verleden vanuit de algemene reserve of algemene reserve grondexploitatie is afgesplitst om jaarlijks terugkerende afschrijvingslasten te dekken. Mocht een dekkingsreserve worden ingezet om het weerstandsvermogen te versterken, dient er in de reguliere exploitatie naar dekking gezocht te worden voor deze afschrijvingslasten.

5.2.2 Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd om gebeurtenissen te financieren waarvan zeker is dat ze zich voordoen, maar waarvan de exacte omvang en/of het tijdstip (nog) niet bekend zijn. De volledige definitie is opgenomen in hoofdstuk 5 van de Nota reserves en voorzieningen 2019. Een zekere gebeurtenis is geen risico (meer). Voorzieningen zijn dus nodig om toekomstige kosten te dekken en worden daarom niet toegepast als dekkingsmogelijkheid voor risico’s. 5.2.3 Onvoorziene uitgaven De begrotingspost onvoorziene uitgaven is bedoeld om onvoorziene (exploitatie)uitgaven op te kunnen vangen. Uitgaven moeten daarbij voldoen aan de drie O’s: Onvoorzien, Onontkoombaar en Onuitstelbaar. Het beroep op deze post, en daarmee het (restant)budget, is niet in te schatten. Daardoor is de deze post niet bruikbaar als onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit.

11

nota risicomanagement en weerstandsvermogen Gilze en Rijen

6

Berekening weerstandsvermogen

De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag dat nodig is om alle risico’s op te kunnen vangen. Dat bedrag wordt bepaald door een kansberekening uit te voeren op alle in kaart gebrachte risico’s (risicoprofiel aan de hand van risicoklassen). De beschikbare weerstandscapaciteit omvat de financiële middelen die de gemeente heeft om risico’s op te kunnen vangen. In het vorige hoofdstuk hebben we aangegeven waar de weerstandscapaciteit voor Gilze en Rijen uit bestaat. Het weerstandsvermogen is een ratio die berekend wordt door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Hierbij maken we een onderscheid tussen de “harde buffer” van het weerstandsvermogen en de “zachte buffer” van het weerstandsvermogen. De algemene reserve en de algemene reserve grondexploitatie worden gerekend tot vrije reserves. Samen vormen zij de “harde buffer” van de weerstandscapaciteit. Hier zetten we de risico’s met een grote kans tegen af (risicoklassen 3 en 4). Daarmee krijgen we het weerstandsvermogen van de “harde buffer”. De stille reserves en onbenutte belastingcapaciteit vormen de “zachte buffer”. Hier zetten we de risico’s met een klein kans tegen af (risicoklassen 1 en 2). Daarmee krijgen we het weerstandsvermogen van de “zachte buffer”.

De keuze voor de hoogte van het aan te houden weerstandsvermogen is aan de raad: wat vindt men acceptabel? De provincie Noord-Brabant adviseert onderstaande waarderingstabel te gebruiken. Deze wordt ook door de provincie gebruikt in het kader van financieel toezicht. Volgens hen streven de meeste gemeenten naar een weerstandsvermogen met het waarderingscijfer C, dus een weerstandsvermogen dat ligt tussen de 1,0 en 1,4. Dit weerstandsvermogen biedt een adequate zekerheid dat de risico’s kunnen worden opgevangen als zij zich voordoen en er blijft ook niet teveel vermogen “op de plank liggen” waar niets mee gedaan wordt. In het kader van deze nota wordt voorgesteld te streven naar minimaal waarderingscijfer C, maar bij voorkeur naar B als het gaat om het totale weerstandsvermogen. Wanneer we de onderverdeling maken tussen de “harde” buffer en de “zachte buffer”, dan streven we ernaar dat de “harde buffer” minimaal een C moet scoren. Wij blijven wel steeds oog houden voor het evenwicht tussen een structureel en reëel sluitende meerjarenbegroting en een gezond weerstandsvermogen.

Waarderingscijfer A B C D E F

12

Ratio weerstandsvermogen ≥ 2,0 1,4 ≤ x < 2,0 1,0 ≤ x < 1,4 0,8 ≤ x < 1,0 0,6 ≤ x < 0,8 < 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

nota risicomanagement en weerstandsvermogen Gilze en Rijen

7

Verankering in de organisatie

Om risicobeheersing efficiënt en effectief in de organisatie te verankeren is het van belang taken en verantwoordelijkheden vast te leggen en een koppeling te maken met de planning & control cyclus.

7.1

Taakverdeling

Risicobeheersing is vanuit de gedachte van integraal management een zaak van het lijnmanagement. De managers zijn verantwoordelijk voor het identificeren, beoordelen, beheersen en vastleggen van hun risico’s. Het cluster Planning & Control heeft een ondersteunende en coördinerende rol. De belangrijkste taken voor het cluster Planning & Control zijn: • Signaleren waar in de organisatie risicobeheersing gebrekkig verloopt, helpen de problemen op te lossen en deze aan de orde stellen; • Kwalitatief een vinger aan de pols houden als het gaat om het definiëren en beoordelen van risico’s en overzicht houden over het totale risicoprofiel van de gemeente; • Bewaken van de onderlinge samenhang van de risico’s en beheersmaatregelen en daarop bijsturen om de beheerskosten zo laag mogelijk te houden; • Faciliteren van de organisatie om op een uniforme wijze risico’s te identificeren en te beoordelen; • Opstellen paragraaf Weerstandsvermogen en risicomanagement voor de begroting en jaarstukken. Samenvattend kun je stellen dat de afdelingshoofden verantwoordelijk zijn voor de gegevens (inhoud) van de risicobeheersing en het cluster Planning & Control verantwoordelijk is voor het proces. In de praktijk wordt dit vormgegeven door middel van gesprekken tussen een afdelingshoofd en een medewerker(s) van het cluster Planning & Control waarbij het risicoprofiel geactualiseerd wordt.

Dit gesprek vindt tweemaal per jaar plaats in het kader van het opstellen van de jaarrekening en de begroting.

7.2

Koppeling met de planning & control cyclus

Het risicoprofiel is dynamisch; ieder jaar komen er risico’s bij en verdwijnen er risico’s. Het regelmatig actualiseren van en het rapporteren over het risicoprofiel is dan ook belangrijk. Het rapporteren gebeurt door het College van B&W in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en jaarstukken. Daarin worden de grootste risico’s weergegeven. Als zich tussentijds grote risico’s manifesteren worden deze onverwijld gemeld bij het College van B&W.

13

nota risicomanagement en weerstandsvermogen Gilze en Rijen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9720410/1