ap 12 beleidsnota 2010
Tekst van het document
BELEIDSNOTA “WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOMANAGEMENT”
2010
Gemeente Gilze en Rijen Afdeling Financiën groep Beleid
december 2009
2
INHOUDSOPGAVE
Blz. INLEIDING
4
DEFINITIES Weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit Inhoud risicomanagement Weerstandsvermogen in relatie tot risicomanagement
5
WEERSTANDSCAPACITEIT Functies en soorten van weerstandscapaciteit Componenten
7
RISICOMANAGEMENT Algemeen Vertaling van risico’s naar weerstandscapaciteit Risico’s kwantificeren Bepalen risicoprofiel
9
RISICO - INVENTARISATIE Algemeen Uitvoering Recapitulatie Risicoprofiel
11
WEERSTANDSVERMOGEN Overzicht Confrontatie weerstandscapaciteit – risico’s Conclusie
13
BIJLAGEN RISICO-INVENTARISATIE
15 – 27
BIJLAGE RISICO-INVENTARISATIE GRONDEXPLOITATIE
29
3
INLEIDING In de begroting en de jaarrekening wordt in een afzonderlijke paragraaf aandacht besteed aan het weerstandsvermogen en risicomanagement. Dit is voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (kortweg BBV) en de “Financiële verordening gemeente Gilze en Rijen 2007”. Deze financiële verordening (ex artikel 212 van de Gemeentewet) is vastgesteld in de raadsvergadering van 12 november 2007. Het college van burgemeester en wethouders heeft als richtlijn gegeven om ongeveer eens in de vier à zes jaar een beleidsnota over dit onderwerp aan te bieden aan de raad. In deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement, het beleid ten aanzien van het opvangen van risico’s door verzekeringen, voorzieningen, het aanwezige en beschikbare weerstandsvermogen en anderszins. In de nota wordt tevens de gewenste weerstandscapaciteit bepaald. De beleidsnota geeft de kaders aan voor de betreffende paragrafen in de begroting, eventueel tussentijdse rapportages en in de jaarrekening en heeft een relatie met de beleidsnota Reserves en Voorzieningen. Nieuw in deze beleidsnota (ten opzichte van de nota 2006) is, dat het risicoprofiel nader is belicht. De geïnventariseerde risico’s zijn onderverdeeld naar aard en omvang. Daarnaast is bij de omvang van het weerstandsvermogen ook de “stille” reserve betrokken.
4
DEFINITIES Weerstandsvermogen Bij weerstandsvermogen gaat het om ‘de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om onverwachte financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd moet worden of dat de gemeente haar taken alleen kan blijven uitvoeren met steun van het Rijk’. Het weerstandsvermogen is het resultaat van een confrontatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico's. Kort samengevat gaat het bij het weerstandsvermogen om de mate waarin we risico's kunnen afdekken met onze weerstandscapaciteit. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is de verzamelterm van al die bronnen waaruit niet voorziene financiële tegenvallers bekostigd kunnen worden. Het gaat om buffers in het eigen vermogen respectievelijk in de exploitatie (de middelen achter de hand) die kunnen worden vrijgemaakt om niet begrote kosten die onverwachts en substantieel zijn te dekken, zonder dat dit gevolgen heeft voor het beleid en de uitvoering van taken. De weerstandscapaciteit wordt uitgedrukt in geld. Inhoud risicomanagement In algemene zin is risicomanagement het proces waarbij: risico's worden opgespoord; de consequenties worden beoordeeld; de meest effectieve manieren ter voorkoming of minimalisering van risico’s worden bepaald en uitgevoerd. Bij risicomanagement gaat het dan om: 1.
het kennen van de risico's binnen de organisatie (identificatie & risicobewustzijn); 2. het maken van onderbouwde keuzes om risico's zelf te dragen of af te wentelen (analyse & beoordeling: visie op risico's); 3. het nemen en naleven van maatregelen in de bedrijfsvoering om risico's te minimaliseren, rekeninghoudend met de kosten daarvan (beheersen). Ad. 1. Het kennen van de risico's (identificatie & risicobewustzijn) Om de risico's in beeld te krijgen en te houden wordt aangesloten bij de huidige rapportages van de planning- en controlcyclus. Gestreefd wordt naar een zo volledig mogelijk en actueel beeld van onze risico's. Dit vraagt om een systematische aanpak, waarbij alle relevante risicovelden periodiek en op een zelfde manier worden doorgelicht. Recentelijk (bij de begroting 2010) zijn de risico’s geactualiseerd in beeld gebracht. In het vervolg wordt hier verder op ingegaan. Ad. 2. Visie op risico's (analyse en beoordeling) Leidend uitgangspunt voor het aanspreken van de weerstandscapaciteit is dat er geen andere mogelijkheden meer resteren om risico's te vermijden, te verminderen of te beheersen. Het weerstandsvermogen relateren we aan niet te vermijden risico's, risico's die ook niet zijn te verzekeren of met een voorziening kunnen worden afgedekt. Voordat risico's ten laste van de weerstandscapaciteit komen, wordt gekeken of risico's:
worden weggenomen door interne maatregelen; worden gereduceerd door interne maatregelen; geheel of gedeeltelijk worden overgedragen aan derden; worden afgedekt via verzekeringen; met een voorziening worden afgedekt.
5
Ad. 3. Het nemen van actie (beheersen) Omgaan met risico's en het nemen en naleven van maatregelen om risico's te beperken en te beheersen is een verantwoordelijkheid van de lijnmanagers. In lijn met de mandatering van beslissingsbevoegdheid over uitvoering van beleid en bedrijfsvoering is een directeur / het afdelingshoofd (budgethouder) eerstverantwoordelijk voor het nemen van actie. Elk risico heeft daarmee als regel een primaathouder / probleemeigenaar in de organisatie. Wanneer de budgethouder ernst en de reikwijdte van de risico's zodanig inschat dat ze niet binnen zijn mandaat kunnen worden opgelost, legt de budgethouder de risico's voor aan het bestuur. Het bestuur bepaalt of de risico's in principe worden gerelateerd aan de weerstandscapaciteit. Weerstandsvermogen in relatie tot risicomanagement Het weerstandsvermogen is gedefinieerd als ‘de verhouding tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico's die de gemeente loopt’. Weerstandsvermogen en risicomanagement zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het weerstandsvermogen vormt het sluitstuk van risicomanagement, een vangnet om tegenvallers op te vangen. Weerstandsvermogen is dan onderdeel van het risicomanagement. De volgende aandachtsgebieden van risicomanagement, die in deze nota verder worden uitgewerkt, zijn:
Het definiëren van de weerstandscapaciteit, het vaststellen van de hoogte ervan en de wijze van aanwenden; Selectie van relevante risico's, waarbij het gaat om het identificeren van die risico's die van belang zijn voor onze financiële positie en het beoordelen of de risico's ten laste van de weerstandscapaciteit dienen te komen; Nadere voorwaarden voor de confrontatie van relevante risico's met de weerstandscapaciteit.
6
WEERSTANDSCAPACITEIT Functie en soorten van weerstandscapaciteit Te onderscheiden zijn twee soorten weerstandscapaciteit, te weten: incidenteel en structureel. De incidentele weerstandscapaciteit is ‘het vermogen om calamiteiten éénmalig op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken’. Kort samengevat zijn dit de direct aan te wenden middelen voor tegenvallers. Dit valt samen met onze reservepositie. De structurele weerstandscapaciteit betreft ‘de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken’. Dit is de (potentiële) financiële ruimte voor de gemeente (binnen de begroting). Daarnaast is een latent aanwezige capaciteit aanwijsbaar. Voor de mogelijk aan te wenden bronnen (bijvoorbeeld belastingruimte) zijn aanvullende maatregelen nodig om de middelen fysiek beschikbaar te krijgen. Gezien de functie van de weerstandscapaciteit (om te kunnen reageren op meer directe tegenvallers) wordt het accent gelegd op de direct beschikbare capaciteit. Componenten Er bestaat geen sluitende opsomming van de elementen die dienen te worden meegenomen in het begrip weerstandscapaciteit. Tussen gemeenten bestaan overigens (soms grote) verschillen in wat wordt meegenomen in de weerstandscapaciteit en wat niet.
Naar aanleiding van de verkregen informatie van NAR / COELO1 en anderen worden de volgende zaken voor onze gemeente als weerstandscapaciteit aangemerkt: Eigen vermogen (algemene en bestemmingsreserves); Stille reserves (overwaarde bepaalde onroerende goederen); Exploitatie (zoals onbenutte belastingcapaciteit). Eigen vermogen / Algemene reserve en Algemene reserve grondexploitatie De algemene reserve is in principe bedoeld als buffer voor het opvangen van risico's, waarvan de financiële gevolgen vooraf niet redelijkerwijs zijn in te schatten. De algemene reserve is dus een bron van de weerstandscapaciteit. Vooral negatieve exploitatieresultaten (inclusief extra afschrijvingen van investeringen met een maatschappelijk nut) worden ten laste gebracht van de algemene reserve. Het niveau van de algemene reserve dient in combinatie met de algemene reserve grondexploitatie, minimaal in overeenstemming te zijn met de berekeningen volgens het ‘risicomanagement’. Zie ook de beleidsnota Reserves en voorzieningen. Eigen vermogen / Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves zijn, zoals de naam aangeeft, 'bestemd' en dus niet vrij inzetbaar. In principe worden ze niet meegeteld voor de weerstandscapaciteit.
Overigens zijn er bestemmingsreserves die specifiek dienen ter opvang van risico’s of het egaliseren van kosten die begrepen zijn in de geïnventariseerde risico’s (mogelijk bij reserves Onderwijs en Grondexploitatie). Indien dit van toepassing is, wordt de reserve wel als buffer voor die specifieke risico’s aangemerkt. Overigens kan de raad besluiten bestemmingsreserves anders te bestemmen, bijvoorbeeld in geval van calamiteiten. Stille reserve(s) In de praktijk zijn stille reserves ongetwijfeld aanwezig. Echter deze zijn onmogelijk volledig te onderbouwen. Er kan sprake zijn van stille reserves, als bijvoorbeeld de marktwaarde van de bezittingen (bijvoorbeeld gebouwen) de boekwaarde daarvan overstijgt. Dit kan in veel gevallen voorkomen, omdat bij de waardering van de activa de regel geldt van historische kosten minus de jaarlijkse afschrijvingen. 1 NAR (Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement) / COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de
Lagere Overheden)
7
Daarnaast bezit de gemeente openbare gronden die niet in de balans van de gemeente zijn opgenomen (door ontbrekende historische waarden). Bij verkoop hiervan (zoals bij reststroken) wordt de boekwinst verantwoord in de exploitatie. In principe dragen stille reserves bij aan de weerstandscapaciteit. Het is dus vooral een theoretische benadering. Voor eigen panden (exclusief onderwijs en sport) met een WOZ – taxatie (Wet Waardering onroerende Zaken) is een berekening gemaakt van het surplus van de WOZ – waarde minus boekwaarden in de balans. Dit surplus wordt eveneens tot de weerstandscapaciteit gerekend. De overige mogelijke stille reserves (begrepen in activa) worden voor het deel dat ze niet zijn te onderbouwen, ‘pro-memorie’ meegenomen in de weerstandscapaciteit. Bij een volgende beleidsnota wordt bezien of openbare gronden eveneens in de waardering van de stille reserves kunnen worden betrokken. Exploitatie / onbenutte belastingcapaciteit Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit als we de belastingtarieven in onze gemeente (feitelijke opbrengsten) vergelijken met de maximale hoogte van de belastingtarieven voor artikel 12-gemeenten. De artikel 12-norm is hierbij het uitgangspunt. Het gaat om het bedrag waarmee de belastingen nog maximaal kunnen toenemen volgens de normen van een artikel 12-aanvraag.
Voor de berekening van de weerstandscapaciteit wordt met de onbenutte belastingcapaciteit dus rekening gehouden. Overigens is er een maximum gesteld aan de stijging van tarieven OZB en zou een dergelijke aanpassing de nodige tijd vergen. Exploitatie / post Onvoorziene uitgaven Binnen de exploitatie kunnen in de bedrijfsvoering in directe zin acties plaatsvinden voor het opvangen van tegenvallers aan zowel de lasten- als de batenkant. De post Onvoorziene uitgaven mag binnen de begroting / exploitatie worden opgevat als een buffer voor onverwachte kosten. In die zin is de post te beschouwen als component van de weerstandscapaciteit. Echter, omdat het risicomanagement in een veel breder kader is geplaatst wordt het voor de weerstandscapaciteit buiten beschouwing gelaten. De post Onvoorziene uitgaven wordt bovendien meestal binnen de exploitatie benut of valt vrij in het rekeningresultaat.
8
RISICOMANAGEMENT Algemeen Het beheersen van risico’s is geen nieuw thema binnen de gemeente. Waar mogelijk worden van oudsher op elk terrein risico’s vermeden of tot een minimum beperkt. Echter gemeenten lopen steeds meer en op een heel breed terrein risico’s. In onderstaand schema wordt in grote lijnen een overzicht gegeven van mogelijke risico’s (bron: Marsh ‘risico-radar’):
Financiële risico's Rente Grondexploitatie Uitkering gemeentefonds Investeringen WOZ / belastingen Budgetoverschrijdingen Garantieverplichtingen
Strategische risico's Nieuwe wetgeving Dualisme Politieke achterban Integriteit Reputatie Niet behalen van doelstellingen
Schaderisico's Wagenpark Aansprakelijkheid (Natuur)rampen Criminaliteit Bodemsanering
Operationele risico's Rampenbestrijding Personeelsverloop Ziekteverzuim Wegvallen kennis Vergrijzing
Om grip te houden op de risico’s wordt binnen de bedrijfsprocessen aandacht geschonken aan de beheersing van risico’s. Hierin is betrokken het risicobewustzijn binnen de organisatie en de invulling van de integrale verantwoordelijkheid van leidinggevenden op diverse niveaus. In dit geheel is eveneens het juridisch risicomanagement begrepen. Dit biedt een goede basis voor de totale risicobeheersing. De coördinatie van het risicomanagement geschiedt door de groep Beleid van de afdeling Financiën. In deze beleidsnota wordt alleen uitgegaan van de risico's die relevant zijn voor onze financiële positie en die worden gerelateerd aan de weerstandscapaciteit. Belangrijk hierbij is om adequaat en gestructureerd om te gaan met deze risico's en daarmee de basisvoorwaarden voor een actief risicomanagement te creëren. De weerstandscapaciteit is het sluitstuk van risicomanagement en biedt een financieel vangnet voor risico's. Adequaat risicomanagement kan de behoefte aan weerstandscapaciteit dus verminderen. Vertaling van risico's naar weerstandscapaciteit Niet ieder risico is relevant om in relatie te worden gebracht met de weerstandscapaciteit. Belangrijk is een goede afbakening.
Onder een risico verstaan we in deze nota ‘het gevaar voor financiële schade of verlies als gevolg van interne en / of externe omstandigheden en waarin niet is voorzien binnen de exploitatie, verzekeringen en voorzieningen’. Het gaat om een kans op het optreden van een gebeurtenis, waardoor voor ons als gemeente direct of uiteindelijk een financiële tegenvaller ontstaat met consequenties voor onze financiële positie. Niet in geld uit te drukken risico's, bijvoorbeeld het niet realiseren van beleidsdoelstellingen of vertraging in processen vallen buiten de scope van de weerstandscapaciteit.
9
Risico's kwantificeren Een goede omschrijving van een risico bevat het inzicht in de kans op het optreden van een gebeurtenis en een inschatting van de bandbreedte van het financieel negatieve effect. Om risico's goed te kunnen relateren aan de weerstandscapaciteit benoemen we de risico's in kwantitatieve grootheden. Zie voor de verdere uitwerking het hoofdstuk Risico-inventarisatie hierna. Bepalen risicoprofiel Het risicoprofiel is een kwalitatieve beoordeling van geïdentificeerde risico's. Het is daarmee meer dan een kale opsomming van aanwezige risico's binnen onze gemeente. Het geeft informatie over aard en kans op risico's. Daarmee vormt het de basis voor het stellen van prioriteiten ten aanzien van (eventuele verbetering van) beheermaatregelen en / of het vaststellen van de hoogte van de weerstandscapaciteit. Op risico's met een geringe kans en een beperkt financieel effect hoeft immers minder actie te worden genomen dan op risico’s met een grote kans en met forse financiële impact. Binnen onze gemeente zijn de risico’s geïnventariseerd en daarnaast onderverdeeld in incidenteel en structureel. Deze onderverdeling is verder nog verfijnd in omvang (groter / kleiner dan € 100.000 en berekende kans in percentages van het maximum risico).
Hieruit ontstaat voor de confrontatie met de weerstandscapaciteit een driedeling in risico’s grondexploitatie, beperkte risico’s en overige (meer reële) risico’s.
10
RISICO-INVENTARISATIE Algemeen Vanaf 2004 vindt periodiek / jaarlijks inventarisatie plaats van de mogelijke risico’s die de gemeente in het algemeen kan lopen. Voor het in kaart brengen en houden van deze risico’s wordt gebruik gemaakt van een eigen model gebaseerd op verkregen informatie van NAR / COELO, Ministerie BZK, VNG en bureau Marsh. De gegevens worden beheerd en onderhouden door de groep Beleid van de afdeling Financiën. Per programma (inclusief projecten, activa en passiva) wordt door de afdelingshoofden in overleg met de groep Beleid vastgesteld welke relevante risico’s er zijn. In dit model wordt per risico uitgegaan van een maximum (bedrag) en de kans dat het risico zich in de praktijk voordoet. Voor deze beleidsnota is dit model geactualiseerd. Uitgangspunt is dat risico’s niet op een andere wijze gedekt zijn, door bijvoorbeeld opname in de lopende begroting / exploitatie, verzekeringen en voorzieningen. Uiteraard kent de gevolgde methode discutabele en arbitraire elementen. De doorkijk op het totaal van alle risico’s geeft echter een objectief beeld voor een minimaal aan te houden buffer. Voor de inventarisatie is gebruik gemaakt van een eigen model gebaseerd op Uitvoering inventarisatie In deze nota worden de geïnventariseerde risico’s per programma gegeven.
Voor de grondexploitatie zijn per project alle risico’s benoemd en door “weging” vertaald in geld (paragraaf Grondexploitatie). Verwezen mag worden naar de bijlage ‘Risico–inventarisatie’. Recapitulatie Van alle risico’s per programma / paragraaf volgt onderstaand het totaaloverzicht (begroting 2010):
Recapitulatie risicoinventarisatie per programma
maximaal
gemiddeld
uitkomst
Programma 1 Burgers Programma 2 Veiligheid Programma 3 Werk Programma 4 Wonen & leven Programma 5 Mobiliteit Programma 6 Zorg Programma 7 Jeugd Programma 8 Vrije tijd Programma 9 Financiën Paragraaf Bedrijfsvoering Paragraaf Grondexploitatie
4.410.000 11.390.000 1.600.000 18.510.000 500.000 3.355.000 1.700.000 2.160.000 2.425.000 59.307.347 30.682.438
kansperc. 20 6 19 10 5 21 10 12 9 8 48
874.100 698.000 300.000 1.883.000 25.000 703.000 172.500 251.000 228.000 4.511.100 14.749.800
Totaal programma's (incl. grondexploitatie)
136.039.785
18
24.395.500
Het "gemiddelde" kanspercentage per programma / paragraaf is het resultaat van de kansberekeningen van alle risico's per (deel)product. Exclusief de paragraaf grondexploitatie is het gemiddelde 9%.
Risicoprofiel (exclusief grondexploitatie) Het totaal van de geïnventariseerde risico’s na kansberekening bedraagt exclusief de grondexploitatie € 9,6 miljoen. Bij nadere beschouwing blijkt het overgrote deel van de risico’s van incidentele aard, te weten € 5,3 miljoen. Indien de reeks risico’s wordt vertaald naar aard en omvang (groter / kleiner dan € 100.000), dan ontstaat het volgende beeld:
11
3.200.000 2.800.000 2.400.000 2.000.000 > 100.000
1.600.000
< 100.000
1.200.000 800.000 400.000
A t/m 5%
B >5% t/m 10% C >10% t/m 25%
structureel
incidenteel
structureel
incidenteel
structureel
incidenteel
structureel
incidenteel
0
D >25 %
De onderliggende cijferreeks is: A t/m 5% B >5% t/m 10% C >10% t/m 25% D >25 %
incidenteel structureel incidenteel structureel incidenteel structureel incidenteel structureel
< 100.000 340.000 238.700 565.000 463.500 203.000 640.000 115.000 350.000
> 100.000 784.200 800.000 100.000 2.952.000 245.000 329.300 1.520.000
9.645.700
Onderscheid in beperkt risico en overige risico’s met grotere financiële consequenties: Risico’s van beneden de 5% (ca € 1,4 miljoen) zijn in principe, gezien de minieme kans, in directe zin heel beperkt. B. / C. Veel risico’s van incidentele aard doen zich voor in de groepen tussen 5 en 25%. Hierbij blijken zaken met weliswaar een reëel berekend risico, maar in de praktijk zijn dit bijzonderheden (zoals bedrijfsvoering - aangelegenheden). D. In de risicogroep boven 25 % zijn enkele bijzondere posten. Te noemen is het risico van arbeidsgerelateerde kosten. Dit is vooraf een normaal te achten (theoretisch) risico, maar heeft in directe zin geen financiële gevolgen. A.
Uit bovenstaande gegevens is de uitkomst tussen beperkt risico en overige risico’s met grotere financiële consequenties globaal benaderd op beiden ca. 50 procent. Dit onderscheid is gemaakt voor confrontatie van deze risicogroepen met de onderdelen van de weerstandscapaciteit.
12
WEERSTANDSVERMOGEN Overzicht Onderstaand volgt een recapitulatie op basis van de meest recente gegevens (vanuit de begroting 2010, situatie 1 januari 2010) een overzicht van de totale weerstandscapaciteit: Berekening weerstandscapaciteit (basis theoretische balans per 1 januari 2010) Algemene reserve Bestemmingsreserves Algemene reserve Grondexploitatie Bestemmingsreserves Grondexploitatie Totaal reserves Af: reeds op grond van besluitvorming bestemming gegeven aan bestemmingsreserves (alle best.res.minus onderwijs en sportpark) Af: reeds op grond van besluitvorming bestemming gegeven aan bestemmingsreserves grondexploitatie Stille reserve activa (gem.gebouwen WOZ-waarden minus boekwaarden - excl. panden onderwijs, sport en stategische aankopen) Overige mogelijke stille reserves (marktwaarden > boekwaarden / reeds afgeschreven activa) Totaal reserves na correctie Overige middelen of beslag op middelen: Bij: Belasting ruimte OZB (t.o.v. art 12 status) Bij: Raming resultaat grondexploitatie 2010 Af: resultaten perspectiefnota 2010 (2011 - 2013) Af: turap 1 en 2 Af: investeringen maatschappelijk nut 2010 (in 2010 t.l.v. alg.reserve) WEERSTANDSCAPACITEIT
5.211.000 8.756.000 15.628.400 2.077.900 31.673.300
Staat reserves begroting 2010 Staat reserves begroting 2010 Staat reserves begroting 2010 Staat reserves begroting 2010
-3.404.300
Globale benadering claims best.res. staat reserves Begrepen in risico - inventarisatie Berekening Niet te onderbouwen.
5.000.000 PM 33.269.000 1.500.000 2.271.700 -203.000 PM -671.100
Globale raming Staat reserves begroting 2010 Perspectiefnota 2010 Turap 1 en 2 Staat reserves begroting 2010
36.166.600
Confrontatie weerstandscapaciteit – risico’s Een onderverdeling naar weging van risico’s in relatie met vaste en meer vlottende bestanddelen van de weerstandscapaciteit geeft het volgende beeld:
Risico's grondexploitatie Beperkte inc.en struc.risico's 50% Overige inc.en struc.risico's Totaal
risicobedrag 14.749.800 4.822.850 4.822.850 24.395.500
dekking 17.706.300 reserves GREX 6.500.000 component stille reserve / belastingruimte 11.960.300 algemene / bestemmingsreserves 36.166.600
Conclusie Door de weerstandscapaciteit af te zetten tegen de geïnventariseerde risico’s is de conclusie dat het totaal van € 36,2 miljoen ruimschoots voldoende is ten opzichte van de huidige inschatting over het totaal van de geïnventariseerde risico’s ad. € 24,4 miljoen. De nadere detaillering per onderdeel geeft verder aan, dat de risico’s met groter financiële consequenties (overige incidentele en structurele risico’s) normaal uit aanwezige reserves kunnen worden opgevangen. Het weerstandsvermogen van onze gemeente is dus van een goed niveau.
13