CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

ap 11c bijlagen bij regels ontwerp-bestemmingsplan N631

Raadscommissie Ruimte 9 maart 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Ter kennisname stukken:3.051 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Staat van Horeca-activiteiten Categorie I 'lichte horeca' Bedrijven die in beginsel alleen overdag en 's avonds behoeven te zijn geopend (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken. Binnen deze categorie worden de volgende subcategorieën onderscheiden: 1a. Aan de detailhandelsfunctie verwante horeca automatiek; broodjeszaak; cafetaria; croissanterie; koffiebar; lunchroom; ijssalon; snackbar; tearoom; traiteur. 1b. Overige lichte horeca bistro; restaurant (zonder bezorg- en/of afhaalservice); hotel. 1c. Bedrijven met een relatief grote verkeersaantrekkende werking bedrijven genoemd onder 1a en 1b met een bedrijfsoppervlak van meer dan 250 m²; restaurant met bezorg- en/of afhaalservice (o.a. pizza, chinees, McDrives). Categorie 2 'middelzware horeca' Bedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en die daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken: bar; bierhuis; biljartcentrum; café; proeflokaal; shoarma/grillroom; zalenverhuur (zonder regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen).

Categorie 3 'zware horeca' Bedrijven die voor een goed functioneren ook 's nachts geopend zijn en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen: dancing; discotheek; nachtclub; partycentrum (regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen.

Memo

memonummer datum aan van kopie project projectnr. betreft

2 10 juli 2020 Gertjan Leeuw Vincent Smeets Antea Group Björn Heimer Antea Group Spooronderdoorgang N631 0453780.100 Groenplan bosherstel

Ten zuiden van de spoorwegovergang N631 ligt aan beide zijde van de N631 gebieden die behoren tot de NNN met beheertype N16.03 Droog bos met productie. Voor de realisatie van de spooronderdoorgang dient ten oosten van de weg een stuk bos te worden gerooid voor een bouwplaats. Ten westen van de weg dient een stuk bos te worden gerooid voor een tijdelijke wegomlegging. Na realisatie van de spooronderdoorgang worden beide bospercelen opnieuw ingeplant. In de oksel van de Broodbaan en de N631 dient een wadi te worden gerealiseerd voor de opvang van hemelwater uit de pompput spooronderdoorgang. Aanbrengen wadi tussen nieuwe groenstrook en fietspad met een capaciteit van 75 m3 . Met een gemiddelde diepte van 0,5 waterschijf wordt hiervoor 150 m2 gereserveerd. De bodemlengte bedraagt 40.00 meter, bodembreedte 3,75 meter, boven breedte circa 10.00 meter, diepte 1.00 meter. Taluds 1:3. Tussen wadi en keermuur wordt de doorlopende groenstructuur met van losse bomen hersteld zoals de bosberm tussen nieuwe aansluiting Broodbaan op de N631 en de entree camping D’n Mastendol. Het huidige zuidelijke zandpad langs de spoorbaan wordt aan de westzijde van de spooronderdoorgang gesitueerd en verbonden met de Broodbaan. Deze verbinding (zandpad, minimaal 5.00 meter) is nodig voor bosonderhoud en calamiteitenverkeer. Ten oosten van de N631 wordt de bouwplaats van nieuw bos voorzien.

Het huidige Kleine Vospad komt te vervallen. De verbinding wordt verlegd naar een bestaand bospad aan de zuidzijde van het nieuwe bosperceel en sluit aan op het fietspad. De houten geleiderail langs de N631 wordt doorgetrokken tot aan de keermuur van de spooronderdoorgang om illegaal oversteken te voorkomen.

blad 1 van 2

memonummer: 2 betreft: Groenplan bosherstel

1. Groenplan spooronderdoorgang N631 zuid

Sortiment nieuw bos: Aanplant 1.00x1.50 in driehoeksverband. Het toe te passen sortiment bestaat uit:  60 % zomereik (Quercus robur geveerde spil 175-200  20% berk (Betula pendula) geveerde spil 175-200  20% den (Pinus sylvestris) 100-125 aanplant 2.00x2.00 in driehoeksverband groepsgewijze menging van 5 tot 10 eerste 4 plantrijen bosrand bestaan uit :  20% lijsterbes (Sorbus aucuparia) geveerde spil 175-200  40% Vuilboom (Frangula alnus) geveerde spil 150-175  20% Hazelaar (Coryllus avellana) ½ struik 125-150  20% grove den (Pinus sylvestris) 100-125  Aanplant 2.00 x 1.00 meter , eerste 4 plantrijen van het nieuwe bos  Groepsgewijze menging van max 5 stuks Losse bomen (bij wadi)  Zomereik (Quercus robur)  Linde (Tilia x europaea)  Tamme kastanje (Castanea sativa) Plantafstand variabel, gemengd aanplanten

maat 20-25 maat 20-25 maat 20-25

3 stuks 2 stuks 2 stuks, op kop bosberm

2. Groenplan spooronderdoorgang N631 Noord – Nassaulaan Bermen inzaaien met Gras B3 mengsel

3. Groenplan spooronderdoorgang N631 – ten noorden van Nassaulaan binnen de bebouwde kom: In nieuwe bosberm (westzijde N631)  Wintereik (Quercus petrea) maat 20-25  Linde (Tilia x europaea) maat 20-25  Tamme kastanje (Castanea sativa) maat 20-25 Plantafstand variabel, gemengd aanplanten Bermen inzaaien met Gras B3 mengsel In berm (oostzijde N631)  Wintereik (Quercus petrea)  Linde (Tilia x europaea) Plantafstand h.o.h 10.00 meter, gemengd aanplanten Bermen inzaaien met Gras B3 mengsel

blad 2 van 2

2 stuks 1 stuk 1 stuk, op kop bosberm

maat 20-25 maat 20-25

3 stuks 3 stuks

Spoo

e Zon

r Tilb

urg-B

reda

rde tuu

ges ing

an org rdo nde oro Spo

bor 8.00 m-

nd staa

N

ing

bos

Be

os

b ieuw

nt pla

e

db Ran

631

eld aaiv

taan

Bes

gN

tm

N

bos

to mv

s d bo

ieuw

ad

p Vos e n i Kle valt) r (ve

g ntin a l ep

db

Ran

ad ndp a z iting dbaan u l s Aan r - Broo o spo Bro

)

iting

n

aa odb

uwe

ne Klei

put

p om p . v ng .b. di t oorga a W erd ond

uwe e i N wal s o b

nie ad (

slu aan

p Vos

nde a a t Bes al w bos

nde a a t Bes al w bos

0

10

20

30

40

Groenplan bosherstel Spooronderdoorgang-Zuid N631 te Rijen \\oranjewoud.intra\Oos\Rprojecten\00420000\00420651\Croonenburo5\2 Beeld \Illustrator\ILL-0420651-1C GROENPLAN SPOORONDERDOORGANG N631 ZUID

Memo

memonummer datum aan van kopie project projectnr. betreft

1

01 16 december 2020 Provincie NoordBrabant Luc Koks Antea Group Corrie Bos Antea Group Reconstructie N631 0442272.100 Natuurcompensatieplan NNB N631 onderdoorgang spoor Rijen

Aanleiding

De realisatie van de voorgenomen reconstructie van N631 in de gemeenten Gilze-Rijen leidt tot aantasting van gebieden die zijn beschermd in het Natuurnetwerk Brabant (verder te noemen NNB). Bij aantasting van het NNB is op basis van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (Provincie Noord-Brabant, 2019) compensatie van de aantasting vereist. In voorliggende memo is het compensatieplan uitgewerkt. Het natuurcompensatieplan dient als bijlage bij het Bestemmingsplan “N631 onderdoorgang spoor Rijen” te worden gevoegd, waarbij de compensatie binnen dezelfde bestemmingsplanprocedure planologisch moet worden geregeld. De memo dient in samenhang met de Natuurtoets ‘N631 – Vijf eikenweg’ (Antea Group, 2020) gelezen te worden.

2

Negatieve effecten

Ter plaatse van het plangebied van het bestemmingsplan “N631 onderdoorgang spoor Rijen” komt NNB-gebied voor. Het betreffen NNB-gebieden ter plaatse van de kruising van de N631 met de spoorlijn Breda – Tilburg waar de weg in een tunnelbak komt te liggen. In de Natuurtoets N631 is geconcludeerd dat sprake is van ruimtebeslag binnen het NNB, wat leidt tot deels permanent en deels tijdelijk oppervlakteverlies van het NNB. Het ruimtebeslag is weergegeven in onderstaande figuur 1.

blad 1 van 9

memonummer: 01 betreft: Natuurcompensatieplan NNB N631 onderdoorgang spoor Rijen

Figuur 1: Overzicht ruimtebeslag reconstructie N631 in NNB

De negatieve effecten hebben betrekking op NNB-gebieden met een totale oppervlakte van 0,61 hectare (waarvan 0,09 ha permanent en 0,52 ha tijdelijk) die worden aangetast. De betreffende NNB-gebieden betreffen beiden natuurbeheertype ‘Droog bos met productie N16.03’. Effecten door overige storingsfactoren als gevolg van geluids- en lichtverstoring zijn niet aan de orde, wel is er door de aanleg van de tunnel een afname van het geluidsniveau in het aangrenzende bos. Voor een uitgebreide beschrijving van het project en de effecten op het NNB wordt verwezen naar de Natuurtoets N631 (Antea Group, 2020).

blad 2 van 9

memonummer: 01 betreft: Natuurcompensatieplan NNB N631 onderdoorgang spoor Rijen

3

Compensatieopgave

In situaties van aantasting en compensatie van natuur neemt de provincie Noord-Brabant de ontwikkeltijd van de aangetaste natuur als basis voor de bepaling van de compensatieoppervlakte. In de Interim Omgevingsverordening is bepaald dat afhankelijk van de ontwikkeltijd een toeslagfactor wordt gehanteerd, zoals aangegeven in onderstaande tabel 1 (artikel 3.22 lid 2 Interim Omgevingsverordening 2019). Tabel 1. Toeslagfactoren voor natuurbeheertypes met verschillende ontwikkeltijden

Ontwikkeltijd (jaar) 0-5 5-25 25-100 >100

Toeslagfactor 1 1/3 (x 1,33) 2/3 (x 1,67) Maatwerk

Voor invulling van de compensatieopgave geeft de Interim Omgevingsverordening in artikel 3.22 Lid 1 de mogelijkheid te kiezen voor fysieke of financiële compensatie. Daarbij heeft fysieke compensatie de voorkeur om zodoende de compensatie te realiseren binnen dezelfde regio waar de ingreep plaatsvindt en waar de effecten optreden. De omvang van de compensatie wordt berekend als de omvang van het vernietigde en/of verstoorde areaal plus de toeslag die geldt als afgeleide van de ontwikkeltijd van de aangetaste natuur. In voorliggend geval is sprake van aantasting in de vorm van ruimtebeslag van het natuurbeheertype ‘N16.03 Droog bos met productie’. Er is geen sprake van een toename van de verstoring door geluid. Er maar een zeer beperkt effect van verstoring door licht, wat leidt niet tot negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB, zodat er geen sprake is van aanvullende compensatieverplichtingen vanuit toename van verstoring. De reconstructie N631 leidt tot aantasting van het NNB, waarbij sprake is van deels permanent en deels tijdelijk ruimtebeslag. Voor de berekening van de compensatieopgave van het permanent ruimtebeslag wordt een oppervlaktetoeslag van 2/3 gehanteerd als compensatie van het kwaliteitsverlies van bos met een ontwikkeltijd van 25-100 jaar.

De compensatieoppervlakte voor de permanente aantasting bedraagt dus een factor 1,67 maal de aangetaste oppervlakte. De oppervlakte van het permanente ruimtebeslag bedraagt 922 m2. Voor de compensatieopgave van het ruimtebeslag van het werkterrein en de tijdelijke omleidingsroute wordt eveneens het volledige ruimtebeslag als compensatieplichtig beschouwd, inclusief de toeslag van 2/3. De oppervlakte van het tijdelijke ruimtebeslag bedraagt 5.178 m2. Overzicht ruimtebeslag en compensatieopgave NNB.

Ruimtebeslag NNB Permanent ruimtebeslag Tijdelijk ruimtebeslag / werkterrein Totaal compensatie

m2

Toeslag factor 922 1,67 5.178 1,67

Compensatieopgave (m2) 1.540 8.647 10.187

Uitwerking compensatie De totale compensatieopgave bedraagt 1,02 hectare. Uitgangspunt hierbij is dat – onderbouwd – geen aanvullende mitigerende maatregelen worden genomen om effecten te voorkomen. Deze opgave kan worden ingevuld als fysieke compensatie of als financiële compensatie. De voorkeur gaat uit naar fysieke compensatie. De borging van de compensatie dient plaats te vinden in het bestemmingsplan.

blad 3 van 9

memonummer: 01 betreft: Natuurcompensatieplan NNB N631 onderdoorgang spoor Rijen

Fysieke compensatie is mogelijk als deze met zekerheid tijdig kan worden gerealiseerd. Als voorwaarde geldt dat de compensatie moet zijn gerealiseerd binnen drie jaar na het moment van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan (art. 3.23 IOV Noord-Brabant). Compensatieopgave in relatie tot beoogde compensatielocatie Gezien de aard en locatie van de beoogde compensatielocatie kunnen geen bomen worden geplant op de percelen die dicht bij de vliegbasis Gilze-Rijen liggen. Vandaar dat binnen de compensatieopgave voor het oppervlakteverlies van bos in twee onderdelen wordt gesplitst, namelijk: de NNB-compensatie; de compensatie van de houtopstanden conform de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze tweedeling komt terug in hoofdstuk 4, het compensatieplan. Potentieel compensatiegebied De compensatie van het NNB en de boscompensatie vindt plaats op percelen die de bestemming ‘natuur’ hebben gekregen in het kader van het project N282 Dorst, zoals weergegeven in Figuur 2 (blauw en groen omcirkeld).

Figuur 2. Locatie compensatieperceel NNB (blauwe cirkel) voor compensatieopgave NNB N631, en zoekgebied (groene cirkel) locatie compensatie van restant van compensatie / herplant van beschermde houtopstanden Wnb.

In overleg met de provincie Noord-Brabant heeft een verkenning plaatsgevonden van potentieel geschikte compensatielocaties. De verkenning heeft opgeleverd dat de compensatie van de aantasting van het NNB en van houtopstanden op twee locaties zal plaatsvinden (zie figuur 3): Compensatie van de NNB-verplichting langs de Broekstraat in een perceel ‘nog niet gerealiseerde NNB’ (blauwe cirkel figuur 2); Compensatie van verplichting uit Wet natuurbescherming – beschermde houtstanden in een perceel langs de Raakeindsekerkweg (groene cirkel figuur 2). De herplant van houtopstanden betreft het restant van de

blad 4 van 9

memonummer: 01 betreft: Natuurcompensatieplan NNB N631 onderdoorgang spoor Rijen

herplantplicht die niet binnen het projectgebied kan worden gerealiseerd als onderdeel van de herinrichting van tijdelijke werkterreinen en de landschappelijke inrichting.

4

Compensatieplan NNB

Wijze van compensatie De aantasting van het NNB in het onderhavige project wordt volledig fysiek gecompenseerd in de vorm van de inrichting van nieuw leefgebied voor de boomkikker op een oppervlakte van 1,02 hectare langs de Broekstraat (zie figuur 2 (blauw omcirkeld) en figuur 3). Vanwege de ligging van de beoogde compensatielocatie dichtbij de vliegbasis Gilze-Rijen kan daar geen bos gecompenseerd worden. Vandaar dat is gekeken naar een alternatieve oplossing. Binnen de gemeente ligt een opgave voor de realisatie van de boomkikkerbiotoop. Deze wordt al voor een deel gerealiseerd ten behoeve van de natuurcompensatie van de N282. Om een zo goed mogelijke invulling te geven aan de compensatieverplichting is ervoor gekozen om op deze locatie natuurbeheertypen te realiseren die aansluiten bij de biotoopeisen van de boomkikker en aansluiten bij de al te realiseren andere natuurcompensatie. Momenteel geldt voor het perceel het natuurbeheertype ‘kruiden- en faunarijk grasland’ (N12.02). In aanvulling op dit beheertype zullen ook andere biotopen zoals poelen en struwelen worden ontwikkeld, die worden aangelegd als ‘groenblauwe landschapselementen’ (L01.01 poel en L01.06 struweelhaag). Aangezien voor de boomkikker geen bosbiotoop wordt aangelegd, betekent dit dat de compensatie in de vorm van een ander beheertype wordt ingevuld dan het beheertype van de aantasting.

Aangezien met de invulling van de compensatie in het boomkikkerbiotoop naar verwachting sprake is van een toename van de natuurwaarden, is er vanuit het behoud van de waarden en kenmerken van het NNB geen bezwaar tegen deze wijziging in beheertype.

Figuur 3: Ligging van de beoogde compensatielocatie nabij vliegbasis Gilze – Rijen (rood omlijnd). Hier zal NNB worden gecompenseerd in de vorm van geschikt biotoop voor de boomkikker (bron: kaartbank Brabant).

blad 5 van 9

memonummer: 01 betreft: Natuurcompensatieplan NNB N631 onderdoorgang spoor Rijen

Inrichting en beheer De inrichting van het perceel langs de Broekstraat vanuit het ruimtebeslag van de N631 bestaat uit een combinatie van ‘Kruiden- en faunarijk grasland’ (N12.02) met struweel (struweelhaag L01.06) en één of meerdere poelen (L01.01 poel). Aangezien het compensatieperceel dient voor de realisatie van compensatie van de N282, ligt het in de rede dat de beide compensatieplannen op elkaar worden afgestemd. Een voorbeeld van de inrichting als als bijlage 1 aan dit compensatieplan toegevoegd, elementen die zijn opgenomen in inrichtingsschets dienen minimaal in dezelfde minimale afmetingen terug te komen in de definitieve compensatie. Voorbereiding compensatieperceel Na beëindiging van het voormalige landbouwkundig beheer moet het perceel worden voorbereid op de beoogde nieuwe natuurfunctie. Gezien het beoogde gebruik kan de voorbereiding van het perceel beperkt blijven tot reguliere terreinvoorbereiding, waarbij het huidige landbouwgewas wordt verwijderd en de bodem wordt voorbereid op de aanleg van de boomkikkerbiotopen in de vorm van een combinatie van kruidenrijke grazige vegetatie en struwelen. Beheer Het beheer van het boomkikkerbiotoop bestaat uit het maaien van de grazige delen, periodiek schonen van de poel(en) en periodiek afzetten en terugsnoeien van de struweelvegetatie.

In verband met de specifieke eisen van de boomkikker en het gegeven dat het compensatieperceel slechts een onderdeel is van een groter boomkikkerleefgebied, wordt voor het beheer verwezen naar een beheerplan dat voor het gehele gebied is of wordt gemaakt. Eigendom en beheerorganisatie Het compensatieperceel dient, met het oog op duurzame instandhouding als natuurperceel, in eigendom en beheer te worden ondergebracht bij een terreinbeherende organisatie, zoals bijvoorbeeld Staatsbosbeheer of Brabants Landschap.

5

Compensatieplan + herplant houtopstanden (Wnb)

Aangezien de compensatie van het ruimtebeslag in bos in de NNB-compensatie in een ander beheertype plaatsvindt, namelijk als boomkikkerbiotoop waarbinnen geen bos wordt aangelegd, dient het bos dat tevens als houtopstand is beschermd volgens de Wet natuurbescherming elders te worden gecompenseerd. De boscompensatie vanuit de Wnb kent geen toeslag, zodat de herplant gelijk is aan de aantasting. De herplant van houtopstanden wordt als volgt ingevuld: ter plaatse van het tijdelijk ruimtebeslag (werkterreinen, omleidingsroute). Deze oppervlakte bedraagt 5.178 m2 (ruimtebeslag NNB) plus de kap van houtopstanden die niet onder het NNB waren beschermd; restant elders binnen het plan of buiten het plangebied op een nader te bepalen locatie. Deze oppervlakte betreft het permanente ruimtebeslag van 922 m2. Het overzicht van gekapte houtopstanden en de locatie van de herplant, dient binnen 3 jaar na de start van de werkzaamheden te worden aangeleverd. Dit is geborgd in de vergunningenprocedure van de Wet natuurbescherming, De compensatie van het resterend deel van de aantasting van beschermde houtopstanden volgens de Wet natuurbescherming vindt plaats op een perceel buiten het NNB, nabij de Raakeindsekerkweg (zie Figuur 2 en 4). Op dit perceel wordt nieuw bos aangeplant voor zover niet reeds binnen het plangebied voorzien.

blad 6 van 9

memonummer: 01 betreft: Natuurcompensatieplan NNB N631 onderdoorgang spoor Rijen

Figuur 4: Ligging percelen (Gilze sectie P 610 en sectie P 611) langs de Braakeindse Kerkweg, rode gearceerde deel locatie compensatie houtopstanden (Provincie Noord-Brabant, 2020).

De inrichting vindt plaats op basis van reguliere uitgangspunten die gelden voor bosaanplant. Deze bosaanplant zal plaatsvinden met boomsoorten als inlandse eik, beuk, haagbeuk, en struiksoorten als meidoorn, gewone vlier, hazelaar, sporkehout, en diverse bramensoorten. Als plantdichtheid wordt voorgesteld een plantafstand aan te houden van 1,5 x 1,5 meter (ca. 4.500 stuks/ha).

blad 7 van 9

memonummer: 01 betreft: Natuurcompensatieplan NNB N631 onderdoorgang spoor Rijen

Bronnen: Antea Group, 2020. Natuurtoets N631, augustus 2020. Arcadis, 2016. Actualisatie natuuronderzoek N282, inclusief Voortoets Natuurbeschermingswet. 20 mei 2016. Provincie Noord-Brabant, 2019. Interim Omgevingsverordening 2019, 5 november 2019. Provincie Noord-Brabant, 2019. Natuurbeheerplan 2020 provincie Noord-Brabant. Provincie Noord-Brabant, 2020. Natuurbeheerplan 2020 provincie Noord-Brabant.

Overig: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan

blad 8 van 9

memonummer: 01 betreft: Natuurcompensatieplan NNB N631 onderdoorgang spoor Rijen

Bijlage 1: Inrichtingsplan

blad 9 van 9

Bijlage 1: Inrichtingsschets compensatiegronden N631

1,02 Ha

Nog nader in te vullen natuurontwikkeling

Kruiden- en faunarijk grasland Poel Stobbenwal met braamstruweel

De compensatiegronden maken onderdeel uit van de grotere natuurontwikkeling voor de N282 onder andere ten behoeve van de boomkikker. Hierdoor is het mogelijk dat bovenstaand ontwerp op onderdelen nog wordt afgestemd op de invulling van deze compensatie. Deze tekening moet worden gezien als voorbeelduitwerking. Bij een aanpassing komen minimaal de op de bovenstaande afbeelding opgenomen elementen terug in minimaal de omvang die op de kaart zijn opgenomen. Hierbij geldt een maximale afstand tussen het struweel en de poel van 15 meter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9833842/1