ap 11 memo inzake OZB-tarieven 2021
Tekst van het document
MEMO -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Aan
gemeenteraad
Van
college van burgemeester en wethouders
Onderwerp
vastgestelde tarieven OZB 2021
Datum
29 januari 2021
Zaak Green Valley
314579
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Geconstateerd Bij het invoeren van de OZB-tarieven in de verwerkingsapplicatie voor de belastingaanslagen 2021 is geconstateerd dat de drie OZB-tarieven van 2020 ook voor 2021 zijn vastgesteld door de raad. Hoewel het raadsvoorstel correct was, was de verkeerde versie van de verordening toegevoegd aan de raadsstukken. In die verordening zijn twee tarieven te hoog vastgesteld en één tarief te laag in vergelijking met het raadsvoorstel. De vastgestelde tarieven zijn als volgt: - tarief OZB woningen is vastgesteld op 0,1124%; voorgesteld was 0,1119%; - tarief OZB niet-woningen is vastgesteld op 0,2667%; voorgesteld was 0,2851%; - tarief OZB gebruik niet-woningen is vastgesteld op 0,2257%; voorgesteld was 0,2244%. Oorzaak In het college zijn de juiste tarieven 2021 besproken en vervolgens doorgestuurd aan de griffie. In het raadsvoorstel inzake de belastingverordeningen 2021 zijn de door het college voorgestelde tarieven correct opgenomen. Door miscommunicatie tussen griffie en ABG-organisatie is echter de onjuiste concept-verordening OZB met de tarieven 2020 (i.p.v. de tarieven 2021) geagendeerd voor de raad. Die fout is tussen de publicatie d.d.
6 december 2020 van de raadsstukken op de website en de raadsbehandeling op 14 december 2020 niet meer opgemerkt, waardoor er op 14 december 2020 een OZB-verordening met verkeerde tarieven is vastgesteld en vervolgens is gepubliceerd. Gevolg Wettelijk kunnen in het lopende belastingjaar correcties die negatieve gevolgen hebben voor de belastingplichten niet meer worden doorgevoerd. De te hoog vastgestelde tarieven kunnen wel gecorrigeerd worden, omdat dit ten gunste is van de belastingplichtigen. De in de verordening opgenomen en vastgestelde tarieven betekenen dat de inkomsten OZB in 2021 lager geprognosticeerd worden dan voorzien. Volgens de prognose geeft dit het volgend beeld aan verwacht verschil in opbrengst: - OZB woningen +/+ € 15.750,--; - OZB niet-woningen -/- € 155.500,--; - OZB gebruik niet woningen +/+ € 10.250,--. Dit effect zal verwerkt moeten worden in de 1e tussentijdse rapportage 2021.
Oplossing Waar mogelijk dient naar de mening van het college deze fout hersteld te worden. Daarom zal het college aan de raad een wijzigingsverordening onroerendzaakbelasting voorleggen om de tarieven voor woningen en het gebruik van niet-woningen alsnog vast te stellen op het tarief zoals opgenomen in het raadsvoorstel. Gelet op het proces van de belastinginning dient dit reeds in de raad van 11 februari a.s. gecorrigeerd te worden. Het college zal het presidium voorstellen om de wijzigingsverordening in de raadsvergadering van 11 februari te behandelen, tezamen met dit memo. Die wijzigingsverordening treft u hierbij aan. Met de manager van de desbetreffende afdeling heeft afstemming plaatsgevonden om dit soort fouten in de toekomst te voorkomen. 2022 Bij de gebruikelijke P&C-momenten in 2021 zal ook de opbrengst voor 2022 en volgende jaren van de lokale lasten worden betrokken, zoals gebruikelijk is. Daarbij zal het uitgangspunt zijn dat de aanpassing zoals in 2021 gepland was ten aanzien van de niet-woningen, aan de basis zal liggen voor de besluitvorming over de tarieven voor 2022. Vervolg De gemaakte fout is slechts gedeeltelijk te herstellen. Door het voorleggen van een wijzigingsverordening wil het college bereiken dat onze inwoners en onze bedrijven geen nadeel ondervinden van de te hoog vastgestelde tarieven.
De eigenaren van niet-woningen zullen in 2021 een lagere OZB-aanslag krijgen dan op basis van de gemeentelijke begroting (c.q. op basis van het op 14 december jl. behandelde raadsvoorstel) was te verwachten. De financiële effecten op de gemeentelijke begroting zullen verwerkt worden bij de 1e tussentijdse rapportage 2021. -0-0-0-0-0-
Bijlage: concept-wijzigingsverordening
RAADSVOORSTEL Raadsvergadering: Behandelend medewerker: Cluster: Afdeling
11 februari 2021 Frank de Kort
Agendapunt: Portefeuillehouder:
Basisregistratie & Belastingen Informatie, Innovatie & ICT
Programma:
wethouder Vermorken
Voorstel tot vaststellen van de eerste wijzigingsverordening op de Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2021
1. Samenvatting Aanleiding: Nadat de Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2021 in uw vergadering van 14 december 2020 is vastgesteld, is een fout in de tarieven geconstateerd. Daardoor zijn de tarieven voor het zakelijk recht woningen en het gebruik niet-woningen hoger dan door het college voorgesteld, vastgesteld door uw raad. Die tarieven worden in dit voorstel gecorrigeerd. Gevraagde beslissing: Vaststelling van de eerste wijzigingsverordening op de Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2021. Beoogd effect: Om rechtsgeldig belastingen en heffingen te kunnen heffen en invorderen moet de betreffende verordening worden vastgesteld en gepubliceerd vóór de datum van ingang van het opleggen van de beschikkingen eind februari 2021, zodat het beoogde herstel wordt gerealiseerd. Onroerende-zaakbelastingen Ten aanzien van het herstel van de tarieven is de wijziging zoals hieronder aangegeven maximaal haalbaar: Tarief 2021 voorstel
Eigendom woningen
Tarief 2021 0,1124%
Gebruik niet-woningen
0,2257%
0,2244%
Eigenaar niet-woningen
0,2667%
Geen correctie mogelijk
0,1119%
3. Alternatieven Uw raad kan besluiten deze wijzigingsverordening niet vast te stellen. In dat geval blijft de verordening 2021 met de eerder vastgestelde tarieven gelden.
4. Lasten, baten en dekking Investering: n.v.t. Eenmalige kosten: n.v.t. Structurele kosten: n.v.t. Dekking: De financiële effecten voor deze gewijzigde tariefsoorten maken reeds onderdeel uit van de begroting 2021. Het geprognosticeerde nadelige effect van € 155.500,-- van het lagere OZB-tarief voor het eigenaarsdeel voor niet-woningen zal verwerkt worden in de 1e tussentijdse rapportage 2021. 5. Duurzaamheid n.v.t. 6. Commissiebehandeling Dit raadsvoorstel is besproken in de vergadering d.d. 1 februari 2021 van het presidium. 7. Relatie ABG-organisatie n.v.t. 8. Risico's Bij het niet tijdig vaststellen en publiceren van de verordening is heffing op basis van nieuwe tarieven niet mogelijk. 9. Vervolg Planning: Na vaststelling van deze verordening zal deze in uitvoering worden genomen. Communicatie: Publicatie van de vastgestelde verordening zal op de wettelijk vereiste wijze plaatsvinden.
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN GILZE EN RIJEN
R.M. (René) Wiersema secretaris
D.A. (Derk) Alssema burgemeester
Agendapunt Vergadering d.d. 11 februari 2021. DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN;
gezien het voorstel, genummerd …., van het college van burgemeester en wethouders; gelet op het bepaalde in de artikelen 216 en 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de eerste wijzigingsverordening op de Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2021 Artikel I De Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2021 wordt als volgt gewijzigd: artikel 5, eerste lid, komt te luiden: 1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,2244%; b. de eigenarenbelasting 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1119%; 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2667%. Artikel II Deze verordening treedt in werking op 22 februari 2021.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 februari 2021. DE RAAD VOORNOEMD, de griffier, de voorzitter,
mr. J.W. Timmermans
D.A. Alssema