CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

ap 11 collegebesluit Haansberg Park Rijen

Raadscommissie Ruimte 1 juni 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Memo inzake principeverzoek Haansberg Park4.718 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan burgemeester en wethouders Portefeuillehouder Wethouder Diepstraten Datum collegevergadering 28 april 2021 Besproken met portefeuillehouder op: 19 april 2021 Datum akkoord: 19 april 2021 Status Voorstel Besluitvormend

Fatale termijn: Agendanummer Openbaar Niet-openbaar ☒ ☐

Vertrouwelijk ☐

Raadsbehandeling Zaaknummer Steller

Datum raadsvergadering Datum voorstel Afdeling/cluster

20 april 2021 RO/RO

Niet 341436 Jeroen Tolboom

Onderwerp: Principeverzoek Haansberg Park te Rijen Voorgesteld besluit 1. In principe medewerking te verlenen aan het realiseren van Haansberg Park fase 1 te Rijen, mits wordt voldaan aan de gestelde ruimtelijke randvoorwaarden, de gemeenteraad wordt geïnformeerd en provincie en poho fysiek regio Hart van Brabant met het plan instemmen. 2. In principe geen medewerking te verlenen aan het realiseren van Haansberg Park fase 2 te Rijen. 3. Met initiatiefnemer verdere afspraken maken om tot nadere uitwerking en kostenverhaal te komen. Besluitvorming Secretaris Burgemeester Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wiersema Alssema Zwarts van der Veen Diepstraten Vermorken Akkoord Bespreken Besluit college van burgemeester en wethouders Datum: ( ) conform. ( ) gewijzigd besluit:

( ) aangehouden: Aanvullend verslag:

Paraaf secretaris

Overleg afdeling Afdeling

Overleg gevoerd met:

Standpunt van de betreffende afdeling:

Als je met geen enkele afdeling overleg hebt gevoerd licht hier dan kort toe waarom niet

RO OR

Kristie Huijskens Eric van Mierlo Gertjan Smit

Tegenlezen Is het voorstel ´tegengelezen´? Zo ja door wie?

Akkoord Akkoord

Ja Kristie Huijskens

Bijlagen en gekoppelde documentnummers principeverzoek Haansberg Park te Rijen d.d. 7 december 2020 intentieovereenkomsten d.d. 7 december 2020 memo commissie Ruimte d.d. 28 april 2021 Eerdere besluitvorming: BW19.00325 principeverzoek Lage Haansberg d.d. 2 april 2019 Korte samenvatting (annotatie) Het college van de gemeente Gilze en Rijen heeft een principeverzoek ontvangen voor het ontwikkelen van Haansberg Park te Rijen. Het voorstel is dat in het gebied, ook wel bekend als Lage Haansberg, een logistiek distributiecentrum in combinatie met een landschapspark wordt gerealiseerd.

Voorstel Inleiding Op 7 december 2020 hebben we een principeverzoek ontvangen voor het ontwikkelen van Haansberg Park te Rijen. De initiatiefnemer wil in fase 1 een logistiek distributiecentrum samen met een landschapspark realiseren op de locatie Lage Haansberg. In fase 2 overweegt de initiatiefnemer 6 kantoorunits langs de Rijksweg te realiseren. In het voorliggend collegevoorstel vindt er een belangenafweging plaats op provinciaal, regionaal en lokaal niveau. Gezien de uitgebreide belangenafweging is ervoor gekozen om de belangrijkste onderdelen in een grijs tekstkader te plaatsen, zodat u deze kunt lezen als een bestuurlijke samenvatting. Huidig gebruik De initiatiefnemer heeft de percelen van de locatie Lage Haansberg, met een gezamenlijke oppervlakte van circa 138.000 m², in bezit. De percelen liggen ingeklemd tussen de Rijksweg (N282) aan de zuidzijde, de Evergembaan aan de westzijde en de Provinciënbaan aan de noordzijde. Ten westen en noorden van de percelen is bedrijfsbebouwing van het bedrijventerrein Haansberg aanwezig. Ten (noord)oosten van de percelen is een (agrarisch verwant) bedrijf gevestigd en iets verderop ligt de kern Hulten. Het perceel is nu agrarisch in gebruik zonder bebouwing Op de luchtfoto is de bestaande situatie weergegeven.

Pagina 2 van 16

De Haansberg

Hulten Vliegbasis

Figuur 1 Locatie beoogde ontwikkeling (rood)

Eerdere verzoeken In 2005, 2011, 2016 en 2019 hebben we verzoeken voor de ontwikkeling van de locatie ontvangen en heeft u deze behandeld. De verzoeken van 2016 en 2019 voldeden beide niet aan de gestelde ruimtelijke voorwaarden zoals ‘concrete vraag’ of pasten niet binnen de hoogtebeperkingen van de vliegbasis Gilze-Rijen. Daarom zijn deze eerdere verzoeken niet doorgegaan. Concrete vraag De initiatiefnemer is met twee lokale bedrijven een intentieverklaring overeengekomen, waarmee de behoefte naar de concrete vraag van een nieuw distributiecentrum wordt onderschreven. De twee bedrijven, Tlogistics en Trexico, zijn beiden reeds in deze branche gevestigde namen en zijn op zoek naar een uitbreiding van hun huidige vestigingslocatie. Deze moet goed ontsloten zijn, groeimogelijkheden bieden, liefst op een zichtlocatie liggen, maar wel in de eigen regio, zodat de bestaande werknemers bij het bedrijf in dienst kunnen blijven. In beginsel zijn er circa 40-50 FTE werkzaam, maar gelet op toekomstige veranderingen van e-commerce kan dit groeien naar circa 100-150 FTE. Beide bedrijven werken bij voorkeur met eigen personeel en niet via uitzendbureaus of arbeidsmigranten. Het huidige personeel woont dan ook in de nabijheid van Gilze en Rijen. Gewenst gebruik fase 1 Het bedrijfsgebouw biedt ruimte aan logistiek, productie en kantoren.

Het distributiecentrum kent een compacte vormgeving waarbij de bebouwing direct aansluit aan de bestaande bebouwing en de verkeers/parkeerruimte gerealiseerd wordt aan de oostzijde. Het gebouw ligt op een bedrijfskavel van ca. 4,0 hectare, waarvan ca. 23.500 m2 is bebouwd en ca. 17.000 m2 wordt gebruikt als buitenruimte voor de verkeersbewegingen, laden en lossen en parkeren. De bedrijfskavel vormt onderdeel van een plangebied van ca. 13,8 hectare, waarvan ca. 9,8 hectare als landschapspark wordt ingericht. Het gewenst gebruik voor fase 1 is in figuur 2 weergegeven.

Pagina 3 van 16

Figuur 2 Beoogde ontwikkeling fase 1

Argumenten Provinciaal beleid Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Het initiatief wordt getoetst aan de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. De percelen liggen binnen de aanduiding ‘verstedelijking afweegbaar’, waarbij de volgende verwijzingen gelden:  Artikel 3.40 Afwijkende regels windturbines in Verstedelijking afweegbaar;  Artikel 3.43 Afwijkende regels Verstedelijking afweegbaar;  Artikel 3.44 Samenloop Verstedelijking afweegbaar met andere werkingsgebieden;  Artikel 3.79 Landgoederen. Voor het initiatief is artikel 3.43 Afwijkende regels Verstedelijking afweegbaar van toepassing. In dit artikel staat dat in afwijking van artikel 3.42 een bestemmingsplan, ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar kan voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: 1. Binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is. 2. Transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort. 3. De ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. 4. De stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied.

Pagina 4 van 16

Figuur 3 Uitsnede Verordening Ruimte Noord-Brabant – themakaart Stedelijke ontwikkeling

Het initiatief kan de mogelijkheid bieden om buiten het bestaand stedelijk gebied te voorzien in een stedelijke ontwikkeling, echter punt 3 en punt 4 zijn aandachtspunten. Punt 3 wordt onder het kopje regionaal beleid nader toegelicht. Voor punt 4 gelden de onderstaande ruimtelijke randvoorwaarden. Ruimtelijke randvoorwaarde De beoogde ontwikkeling moet aansluiten op bestaand stedelijk gebied. Bij de stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting moet de beoogde ontwikkeling rekening houden met de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten en structuren in het gebied zelf en in de naaste omgeving, waar onder mede begrepen de ontwikkeling van een groene geleding ten behoeve van ecologische en landschappelijke verbindingen, door deze in de planontwikkeling te betrekken.

Advies De beoogde ontwikkeling past niet volledig binnen de huidige kaders van de Interim Omgevingsverordening van de Provincie Noord-Brabant. De aanduiding ‘verstedelijking afweegbaar’ geeft wel mogelijkheden om onder voorwaarden uitbreiding toe te staan. Uw college wordt geadviseerd om de beoogde ontwikkeling voor te leggen aan provincie. Regionaal beleid In de bedrijventerreinafspraken regio Hart van Brabant 2020-2024 (2019) staat dat de regio Hart van Brabant zijn bedrijventerreinen sinds 2016 vraaggericht ontwikkelt. Vraaggericht ontwikkelen houdt in dat er alleen wordt ontwikkeld bij een concrete vraag van een bedrijf. In deze afspraken werken we met terreinen die op ‘groen’ staan (vraaggericht nu) en ‘oranje’ (vraaggericht toekomst).

Pagina 5 van 16

Groene terreinen zijn terreinen waarvoor reeds een bestemmingsplan is opgesteld of waarvoor een bestemmingsplan, gebaseerd op onderbouwde vraag, mag worden opgesteld. Oranje terreinen zijn terreinen die gemeenten in beeld hebben om toekomstige vraag te accommoderen. Hieraan kunnen geen planologische-juridische consequenties worden ontleend. In de bedrijventerreinafspraken staan in hoofdstuk 5 de volgende groene en oranje terreinen benoemd voor de gemeente Gilze en Rijen. Groene terreinen in de gemeente Gilze en Rijen zijn: 1. Paarse strook (1,4 Ha) 2. Midden-Brabant Poort fase 1 (7,9 Ha) Oranje terreinen in de gemeente Gilze en Rijen zijn: 1. Midden-Brabant Poort fase 2 (7 Ha) 2. Nerhoven (4 Ha) 3. Haansberg uitbreiding (4 Ha) Vraaggericht ontwikkelen in relatie tot de bestaande voorraad We ontwikkelen pas bij concrete vragen van concrete bedrijven. Vanzelfsprekend kijken we eerst, samen met de initiatiefnemer, of die vraag niet net zo goed op een bestaand of bouwrijp bedrijventerrein kan worden geaccommodeerd. Dit is conform de ladder voor duurzame verstedelijking. Pas als dat niet kan gaan we over tot ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein, maar alleen voor die bedrijven die ook echt gaan bouwen. Het huidige aanbod van (bouwrijpe) bedrijventerreinen zetten we optimaal in.

Dit houdt dus ook in dat we bestaande bedrijventerreinen herstructureren om de concrete vraag te laten landen. De ontwikkeling van nieuwe terreinen kan bijdragen aan de herstructurering van bestaande terreinen. Voordat we overwegen een nieuwe bedrijfslocatie te creëren garanderen wij dat deze niet concurreert met bouwrijpe en bestaande bedrijventerreinen. Maar de bouwrijpe bedrijventerreinen mogen ook geen blokkade vormen voor het accommoderen van vraag die daar niet past, bijvoorbeeld vanwege de schaalgrootte van een bedrijf, de verwachte milieubelasting, de gevraagde ontsluiting of de sterke lokale binding van een te vestigen of verhuizen bedrijf. Als een gemeente geen oplossing kan vinden in het bestaande lokale en regionale aanbod mag deze gemeente ruimte creëren voor lokaal gevestigde bedrijven: het gaat dan primair om reeds ter plaatse gevestigde bedrijven, of bedrijven die aantoonbaar een belang hebben bij vestiging in de betreffende gemeente. Doet zich een concrete vraag voor uitbreiding/vestiging van zo’n bedrijf voor, dan mag de gemeente ten behoeve van die vraag haar bedrijventerreinareaal uitbreiden. Concrete vraag, accommodatie op oranje terrein We ontwikkelen pas bij concrete vragen van concrete bedrijven.

Vanzelfsprekend kijken we eerst, samen met de initiatiefnemer, of die vraag niet net zo goed op een bestaand of bouwrijp bedrijventerrein kan worden geaccommodeerd. Dit is conform de ladder voor duurzame verstedelijking. Pas als dat niet kan gaan we over tot ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein, maar alleen voor die bedrijven die ook echt gaan bouwen. Als er voor de eindgebruiker met een concrete vraag geen mogelijkheden zijn om zich te huisvesten in de bestaande voorraad in de regio wordt gekeken of er mogelijkheden zijn om de huisvesting mogelijk te maken op zogenoemde oranje terreinen. Oranje terreinen zijn terreinen die gemeenten in beeld hebben om toekomstige vraag te accommoderen.

Pagina 6 van 16

Deze concrete vraag wordt besproken in de combi werkgroep werken en RO in de regio. Indien het voorstel op de algehele instemming kan rekenen van beide werkgroepen en daarmee alle regiogemeenten en provincie wordt deze voorgelegd aan het POHO Fysiek van de regio Hart van Brabant ter instemming. Als POHO Fysiek unaniem instemt met het voorstel, dan kan de bestemmingsplanprocedure voor het realiseren van het voorstel worden opgestart. Binnen de regionale bedrijventerreinafspraken kiezen we er voor om twee voorwaarden toe te voegen:  Energieneutraliteit op bedrijfsniveau is uitgangspunt.  Het dakoppervlak van bedrijfsgebouw wordt, waar mogelijk, beschikbaar gesteld voor de opwek van energie. Advies De beoogde ontwikkeling betreft een concrete vraag, zie bijgevoegde intentieovereenkomsten van de twee lokale bedrijven. De beoogde ontwikkeling kan niet op bestaande lokale bedrijventerreinen worden gehuisvest omdat de beoogde kavelgrootte van 4 hectare groter is dan de aangeboden kavelgrootte voor nieuwe bedrijven. De beoogde ontwikkeling kan wel vraaggericht worden ontwikkeld op een oranje terrein (Haansberg uitbreiding). Uw college wordt geadviseerd om de beoogde ontwikkeling ter instemming voor te leggen aan poho fysiek van de regio Hart van Brabant. Indien poho fysiek unaniem instemt dan kan de bestemmingsplanprocedure voor de beoogde ontwikkeling worden opgestart.

Lokaal beleid In het ambitiedocument Gilze en Rijen (2014) staat dat er van oudsher veel ondernemerschap is in onze gemeente. De combinatie van wonen en werken is daarbij kenmerkend. Er zijn voornamelijk gemengde bedrijventerreinen voor met name lokale bedrijven. In de structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen (2019) staat dat voor een gerichte economische ontwikkeling van onze gemeente er meer nodig is. Een duidelijk ruimtelijk-economisch profiel kan onze bedrijvigheid een extra prikkel geven. Daarom willen we op een aantal plekken toewerken naar een meer herkenbaar profiel oftewel bedrijventerreinen met een karakteristieke bedrijvigheid. In de structuurvisie is de oostelijke helft van het gebied aangemerkt als ‘groene buffer’ tussen de kern Hulten en het bedrijventerrein De Haansberg, zie figuur 4. In deze open zone willen we als gemeente het groene en landschappelijke karakter behouden. Hiermee voorkomen we dat het bedrijventerrein vastgroeit aan Hulten.

Pagina 7 van 16

Figuur 4 Uitsnede structuurvisie Gilze-Rijen met groene buffer

De aanwezige ruimtelijke kwaliteiten en structuren in het gebied zelf en de naaste omgeving kunt u van bovenaf zien in figuur 5.

Figuur 5 Luchtfoto nieuwe situatie beoogde ontwikkeling fase 1

Het bebouwde deel van het initiatief (distributiecentrum + verhard terrein) valt buiten de groene buffer en binnen het gebied voor de uitbreiding van het bedrijventerrein Haansberg. Het landschapspark ligt binnen de groene buffer en kan de groene kwaliteiten van de groene buffer versterken, mits deze robuuster, biodiverser, klimaatadaptiever en ecologischer worden uitgevoerd. Bij de inrichting van het landschapspark moet rekening houden met de ruimtelijke beperkingen van de vliegbasis. Tevens is het gewenst om het landschapspark open te stellen voor publiek. Het distributiecentrum met zijn buitenruimte wordt landschappelijk ingepast. Doelstelling is dat vanaf de Rijksweg de vrachtauto’s, de dockshelters en geparkeerde personenauto’s uit het zicht zijn. Pagina 8 van 16

Deze entree van Rijen wordt kwalitatief hoogwaardig ingevuld door zijn landschappelijke inpassing en door zijn representatieve vormgeving en architectuur. De omvang van het kavel en de bouwmassa van het distributiecentrum past binnen de clustering van de bestaande kleine, middelgrote en grote bedrijven, zoals Jardin, Aeroparc en Beerens, van bedrijventerrein Haansberg. Voor de beoogde ontwikkeling geldt dat deze minimaal gelijkwaardig is aan de maat, schaal, vorm en representativiteit van vergelijkbare bedrijven op bedrijventerrein Haansberg, waarbij bijzondere aandacht is voor de maat, schaal en vorm van de gevels. Het voorstel is het distributiecentrum te ontsluiten via de Evergembaan richting Europalaan. Vanuit oogpunt van verkeersveiligheid en verkeersdoorstroming is het noodzakelijk om minimaal twee ontsluitingen te maken, één via de Evergembaan en één via de Provinciënbaan. Op het terrein is er voldoende parkeergelegenheid volgens de Nota Parkeernormen Gilze en Rijen 2017. Op eigen terrein is er voldoende ruimte om te laden en lossen. Ruimtelijke randvoorwaarde De beoogde ontwikkeling past binnen de structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen, mits de stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting van de beoogde ontwikkeling de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten en structuren in het gebied zelf en de naaste omgeving respecteert en/of versterkt.

Voor de stedenbouwkundige inrichting zijn de volgende uitgangspunten van belang:  De stedenbouwkundige inrichting van het bedrijfskavel met zijn distributiecentrum en de verharde buitenruimte moet minimaal gelijkwaardig zijn aan de maat, schaal, vorm, en representativiteit van de bestaande bedrijven met vergelijkbare kavelgrootte en/of bedrijfsomvang op bedrijventerrein Haansberg.  Het bedrijfskavel wordt minimaal tweezijdig ontsloten voor gemotoriseerd verkeer.  Op eigen terrein is er voldoende parkeergelegenheid volgens de Nota Parkeernormen Gilze en Rijen 2017.  Op eigen terrein is er voldoende ruimte om te laden en lossen.  Voor het distributiecentrum geldt dat deze minimaal gelijkwaardig is aan de maat, schaal, vorm en representativiteit van vergelijkbare bedrijven op bedrijventerrein Haansberg, waarbij bijzondere aandacht is voor de maat, schaal en vorm van de gevels. Voor de landschappelijke inrichting zijn de volgende uitgangspunten van belang:  Het versterken van het representatieve karakter van de dorpsentree.  Het robuust landschappelijk inpassen van het distributiecentrum inclusief buitenruimte.  Het landschappelijk inrichten van de groene buffer tussen bedrijventerrein Haansberg en Hulten.  Het openbaar stellen van een landschapspark die robuust, biodivers, ecologisch en klimaatadaptief is aangelegd.

Bestemmingsplan Volgens het bestemmingsplan ‘bedrijventerrein De Haansberg’, zijn de percelen bestemd als ‘agrarisch’. Daarnaast liggen er verschillende aanduidingen over het gebied in verband met de vliegbasis Gilze-Rijen die ten zuiden ligt. Deze aanduidingen zijn hoogtebeperkingen en geluidzones. Aangezien de beoogde ontwikkeling geen geluidgevoelige bestemming betreft, nemen we alleen de hoogtebeperkingen mee. Daarnaast liggen er verschillende archeologische beschermingswaarden op de percelen. Dit betekent dat, afhankelijk van de locatie, archeologisch onderzoek moet plaatsvinden indien de oppervlakte van grondroerende werkzaamheden groter zijn dan 250 m² of 500 m² en dieper dan 40 centimeter. Pagina 9 van 16

Hoogtebeperkingen Vanuit de vliegbasis gelden verschillende hoogtebeperkingen. Daardoor mag op de hele beoogde locatie niet hoger worden gebouwd dan 21,6 meter (30,6 NAP). Daarnaast zijn er trapsgewijze hoogtebeperkingen, zie figuur 6.

Figuur 6 Hoogtebeperkingen t.a.v. vliegbasis Gilze-Rijen

Het initiatief betreft een logistiek distributiecentrum dat is opgebouwd uit twee delen: opslag aan de westzijde en kantoor/overslag aan de oostzijde. Het opslagdeel heeft een maximale hoogte van 15 meter en het overslag/kantoor deel een maximale hoogte van 9 meter. Het initiatief houdt rekening met de hoogtebeperkingen vanuit het vliegveld. Ruimtelijke randvoorwaarde De maximale bouwhoogte van de te realiseren bouwwerken van de beoogde ontwikkeling zijn lager dan de maximaal toegestane hoogten vanuit de funnels, die als hoogtelijnen zijn opgenomen in het vigerend bestemmingsplan. De beoogde ontwikkeling moet rekening houden met de archeologische beschermingswaarden van het gebied. Duurzaamheid Vanuit de Klimaatkaart zijn er verschillende aandachtspunten. Er is een toenemende mate van hitteen koudestress, terugloop van bodemvruchtbaarheid, grote versteende en slecht doorlatende oppervlakten, toenemende mate van wateroverlast en afnemende vitaliteit van groen. We zullen de uitgangspunten van de klimaatkaart meegeven aan de initiatiefnemer. Het realiseren van bebouwing en verharding zorgt ervoor dat er een negatieve bijdrage wordt geleverd aan hittestress. Het dak van het distributiecentrum wordt voorzien van zonnepanelen conform de bedrijventerreinafspraken regio Hart van Brabant 2020-2024.

Er worden oplaadcentra voor elektrische auto’s gefaciliteerd om het gebruik van elektrische auto’s te stimuleren. Ook zullen de werktuigen in het distributiecentrum geheel elektrisch worden aangedreven, waardoor het gebruik van fossiele brandstoffen wordt geminimaliseerd. Er wordt een landschapspark aangelegd. Met de aanplant van bomen en waterberging wordt een positieve bijdrage geleverd aan de klimaatadaptatie en reduceren van hittestress. Door een

Pagina 10 van 16

ecologische inrichting van het landschapspark wordt een positieve bijdrage geleverd aan de biodiversiteit. Advies De beoogde ontwikkeling (distributiecentrum) valt buiten de groene buffer en binnen het gebied voor de uitbreiding van het bedrijventerrein Haansberg. Het landschapspark ligt binnen de groene buffer en versterkt de groene kwaliteiten van de groene buffer. De beoogde ontwikkeling past binnen de structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het huidige bestemmingsplan. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken, zal een aparte bestemmingsplanprocedure moeten worden doorlopen. De beoogde ontwikkeling past binnen de hoogtebeperkingen van vliegbasis GilzeRijen. De beoogde ontwikkeling levert over het algemeen een positieve bijdrage aan uitgangpunten van de klimaatkaart. Uw college wordt geadviseerd om in principe medewerking te verlenen aan het realiseren van Haansberg Park fase 1 te Rijen, mits wordt voldaan aan de gestelde ruimtelijke randvoorwaarden, de gemeenteraad wordt geïnformeerd en provincie en poho fysiek regio Hart van Brabant met het plan instemmen.

Pagina 11 van 16

Fase 2 Kantoor/bedrijfsunits In de tweede fase overweegt de initiatiefnemer aan de waterkant, in het zicht van de provinciale weg zes kantoorunits te realiseren. Deze kantoor/bedrijfsunits (oppervlakte per unit ca. 210 m2 en ca. 6 meter hoog) vormen tezamen een kantoorpark binnen de landschappelijke inpassingzone.

Figuur 7 Beoogde ontwikkeling fase 2

Ten noorden van de kantoorunits is een parkeerterrein voorzien met ca. 160 parkeerplaatsen. Het parkeerterrein wordt landschappelijk ingepast. Provinciaal beleid Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Het initiatief wordt getoetst aan de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. De percelen liggen binnen de aanduiding ‘verstedelijking afweegbaar’, waarbij de volgende verwijzingen gelden:  Artikel 3.40 Afwijkende regels windturbines in Verstedelijking afweegbaar;  Artikel 3.43 Afwijkende regels Verstedelijking afweegbaar;  Artikel 3.44 Samenloop Verstedelijking afweegbaar met andere werkingsgebieden;  Artikel 3.79 Landgoederen. Voor het initiatief is artikel 3.43 Afwijkende regels Verstedelijking afweegbaar van toepassing. In dit artikel staat dat in afwijking van artikel 3.42 een bestemmingsplan, ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar kan voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: 1. Binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is. 2. Transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort. 3. De ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. 4.

De stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied.

Pagina 12 van 16

Ruimtelijke randvoorwaarde De beoogde ontwikkeling moet aansluiten op bestaand stedelijk gebied. Bij de stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting moet de beoogde ontwikkeling rekening houden met de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten en structuren in het gebied zelf en in de naaste omgeving, waar onder mede begrepen de ontwikkeling van een groene geleding ten behoeve van ecologische en landschappelijke verbindingen, door deze in de planontwikkeling te betrekken.

Advies De beoogde ontwikkeling past niet volledig binnen de huidige kaders van de Interim Omgevingsverordening van de Provincie Noord-Brabant. De aanduiding ‘verstedelijking afweegbaar’ geeft wel mogelijkheden om onder voorwaarden uitbreiding toe te staan. Regionaal beleid In de bedrijventerreinafspraken regio Hart van Brabant 2020-2024 (2019) staat dat de regio Hart van Brabant zijn bedrijventerreinen sinds 2016 vraaggericht ontwikkelt. Vraaggericht ontwikkelen houdt in dat er alleen wordt ontwikkeld bij een concrete vraag van een bedrijf. In deze afspraken werken we met terreinen die op ‘groen’ staan (vraaggericht nu) en ‘oranje’ (vraaggericht toekomst). Groene terreinen zijn terreinen waarvoor reeds een bestemmingsplan is opgesteld of waarvoor een bestemmingsplan, gebaseerd op onderbouwde vraag, mag worden opgesteld. Oranje terreinen zijn terreinen die gemeenten in beeld hebben om toekomstige vraag te accommoderen. Hieraan kunnen geen planologische-juridische consequenties worden ontleend. Groene terreinen in de gemeente Gilze en Rijen zijn: 1. Paarse strook (1,4 Ha) 2. Midden-Brabant Poort fase 1 (7,9 Ha) Oranje terreinen in de gemeente Gilze en Rijen zijn: 3. Midden-Brabant Poort fase 2 (7 Ha) 4. Nerhoven (4 Ha) 5. Haansberg uitbreiding (4 Ha)

Figuur 8 Luchtfoto ligging oranje terrein en beoogde locatie ontwikkeling fase 2

Pagina 13 van 16

In figuur 5 is de ligging van het oranje terrein Haansberg uitbreiding getekend. De beoogde ontwikkeling van fase 2 ligt ten oosten van het oranje terrein. Dit is een nieuw terrein. Voor het accommoderen van een concrete vraag op een nieuw terrein geld de volgde regionale afspraken: “Als een eindgebruiker een concrete vraag heeft en daarbij niet kan worden gehuisvest op één van de terreinen die in onze regio in beeld zijn voor bedrijventerreinontwikkelingen geldt dat voor desbetreffende locatie allereerst desbetreffende gemeente een uitspraak doet over de wenselijkheid van de ontwikkeling van bedrijventerrein op deze locatie. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een structuurvisie, gebiedsvisie of omgevingsvisie. Indien een gemeente concludeert dat deze locatie geschikt (te maken) is voor de ontwikkeling van bedrijventerrein dan kan deze locatie worden toegevoegd aan de oranje terreinen.” In de regionale afspraken kantoren Hart van Brabant 2018-2022 staat dat in de regio Hart van Brabant de regionale vestigingsruimte van kantoren alleen bij OV-knooppunten of bij op- en afritten van snelwegen kan worden gerealiseerd. Dit, om te komen tot een beter functionerende kantorenmarkt. De enige regionale vestigingslocatie in de gemeente Gilze en Rijen ligt rondom het verkeersknooppunt Burgmeester Letscherweg, A58 en Langbergseweg.

Advies De beoogde ontwikkeling betreft geen concrete vraag. De beoogde ontwikkeling betreft geen regionale vestigingslocatie voor kantoren. De beoogde ontwikkeling ligt op een nieuw terrein. Volgens de structuurvisie is het niet wenselijk om de beoogde ontwikkeling op deze locatie tot ontwikkeling te laten komen. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de regionale afspraken ten aanzien van bedrijventerreinen en kantoren. Lokaal beleid In de structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen (2019) staat dat de beoogde ontwikkellocatie is aangemerkt als ‘groene buffer’ tussen de kern Hulten en het bedrijventerrein De Haansberg, zie figuur 4. In deze open zone willen we als gemeente het groene en landschappelijke karakter behouden. Hiermee wordt voorkomen we dat het bedrijventerrein vastgroeit aan Hulten. De buffer lijkt klein, maar is bijzonder belangrijk, zie figuur 9. Vanaf de N282 ervaar je aan de westkant van Hulten de manege als rand. Doordat de manege veel dichter op de N282 ligt dan de naastliggende bedrijvigheid, is de manege in het beeld dominant. Pas verderop, waar de bebouwing (400 meter westelijk) langs de N282 ligt, domineert het bedrijventerrein het beeld. Het landschap heeft niet veel nodig om als open, groene buffer te fungeren. Het betreft hier oudere akkers, die van oudsher vrij open zijn.

Met twee bomenrijen (langs de N282 en de Provinciënbaan) wordt het gebied fraai omzoomd. De westelijker rand zou met een bomenrij aan kwaliteit kunnen winnen.

Figuur 9 Gewenste ruimtelijke structuur Hulten

Pagina 14 van 16

Hoogtebeperkingen Vanuit de vliegbasis gelden verschillende hoogtebeperkingen. Daardoor mag op de hele beoogde locatie niet hoger worden gebouwd dan 21,6 meter (30,6 NAP). Daarnaast zijn er trapsgewijze hoogtebeperkingen, zie figuur 6. De beoogde ontwikkeling heeft een maximale hoogte van 6 meter en houdt rekening met de hoogtebeperkingen vanuit het vliegveld. Advies De beoogde ontwikkeling past niet volledig binnen de huidige kaders van de Interim Omgevingsverordening van de Provincie Noord-Brabant. De aanduiding ‘verstedelijking afweegbaar’ geeft wel mogelijkheden om onder voorwaarden uitbreiding toe te staan. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de regionale afspraken ten aanzien van bedrijventerreinen en kantoren. De beoogde ontwikkeling ligt in de ‘groene buffer’ en past niet binnen de ruimtelijke voorwaarden van de structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen. De maximale bouwhoogte van de beoogde ontwikkeling zijn lager dan de maximaal toegestane hoogten vanuit de funnels, die als hoogtelijnen zijn opgenomen in het vigerend bestemmingsplan. Uw college wordt geadviseerd om in principe geen medewerking te verlenen aan het realiseren van Haansberg Park fase 2 te Rijen.

Risico’s en kanttekeningen Vraaggericht ontwikkelen en grootschalige logistiek In de bedrijventerreinafspraken regio Hart van Brabant 2020-2024 (2019) staat dat de regio Hart van Brabant zijn bedrijventerreinen sinds 2016 vraaggericht ontwikkelt. Vraaggericht ontwikkelen houdt in dat er alleen wordt ontwikkeld bij een concrete vraag van een bedrijf. In de bedrijventerreinafspraken regio Hart van Brabant 2020-2024 (2019) zijn de set afspraken over vraaggericht ontwikkelen en grootschalige logistiek uit september 2017 te continueren. Als regio kiezen we bewust voor specifieke locaties voor grootschalige functionele bedrijven om clustering te bevorderen en om versnipperde verdozing van het landschap tegen te gaan. Er is sprake van grootschalige logistiek als concrete vraag groter is dan 3,5 hectare. De terreinen die hiervoor in beeld zijn zijn Haven 8, Wijkevoort en mogelijk Zwaluwenbunders. De beoogde ontwikkeling is een concrete vraag van 4 hectare en valt in de categorie grootschalige logistiek. De beoogde ontwikkeling betreft twee lokale bedrijven die willen uitbreiden, zet in op 20 tot 40 FTE eigen personeel op korte termijn en 100 FTE op langere termijn. De beoogde ontwikkeling betreft een uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein Haansberg, sluit aan op bestaand stedelijk gebied en ligt in het gebied met de provinciale aanduiding ‘Verstedelijking afweegbaar’.

De beoogde ontwikkeling betreft een oranje terrein volgens de regionale bedrijventerreinafspraken. Oranje terreinen zijn terreinen die gemeenten in beeld hebben om toekomstige vraag te accommoderen.

Pagina 15 van 16

De beoogde ontwikkeling vormt samen met de bedrijfsgebouwen van vliegbasis Gilze-Rijen en Beerens de dorpsentree van Rijen. De beoogde ontwikkeling past qua ligging, maat, schaal en vorm binnen de clustering van de bestaande kleine, middelgrote en grote bedrijven, zoals Jardin, Aeroparc en Beerens, van het bedrijventerrein Haansberg en vliegbasis Gilze-Rijen, waardoor er stedenbouwkundig gezien geen sprake is van versnipperde verdozing van het landschap. Conclusie vraaggericht ontwikkelen en grootschalige logistiek: De beoogde ontwikkeling valt in de categorie grootschalige logistiek (> 3,5 Ha) en past niet binnen het kader Vraaggericht ontwikkelen en grootschalige logistiek van de bedrijventerreinafspraken regio Hart van Brabant 2020-2024 van de regio Hart van Brabant. De beoogde ontwikkeling hiervan gemotiveerd afwijken, mits poho fysiek van de regio Hart van Brabant hiermee instemt. De beoogde ontwikkeling voldoet wel aan de overige kaders van de bedrijventerreinafspraken. Uw college wordt geadviseerd om de beoogde ontwikkeling ter instemming voor te leggen aan poho fysiek van de regio Hart van Brabant. Financiën Voor het principeverzoek worden leges geheven volgens onze legesnota 2020. De leges voor het principeverzoek zijn betaald. Bij een verdere uitwerking van de plannen wordt een anterieure grondexploitatieovereenkomst opgesteld.

Relatie ABG-Organisatie Er is geen relatie. Relatie tot Duurzaamheid Vanuit de Klimaatkaart zijn er verschillende aandachtspunten. Er is een toenemende mate van hitteen koudestress, terugloop van bodemvruchtbaarheid, grote versteende en slecht doorlatende oppervlakten, toenemende mate van wateroverlast en afnemende vitaliteit van groen. We zullen de uitgangspunten van de klimaatkaart meegeven aan de initiatiefnemer. Communicatie en vorm van participatie Wij zullen uw besluit schriftelijk terugkoppelen met initiatiefnemer. Vervolg Uw college wordt geadviseerd om met initiatiefnemer verdere afspraken maken om tot nadere uitwerking en kostenverhaal te komen.

Pagina 16 van 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10204461/1