CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 10 - Beantwoording technische vragen

Raadscommissie Samenleving 7 december 2022, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Armoede onderzoek (RIB)776 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AP 10 – Beantwoording technische vragen - Samenleving Vraag: In deze RIB lezen we veel over wat er gebeurt in de gemeente, maar concrete onderzoeksvragen ontbreken. Welke onderzoeksvragen worden gesteld? Antwoord: Via het onderzoek willen we de inwoners die in een financieel kwetsbare positie verkeren in beeld brengen en wat hun omstandigheden zijn, zodat we vervolgens kunnen bekijken of en welke verbeteringen mogelijk zijn om ons minimabeleid hierop zo goed mogelijk aan te laten sluiten met als doel om deze inwoners van de juiste hulp en ondersteuning te voorzien. Bij de onderzoeksbureaus zullen wij aangeven de onderstaande punten meegenomen moeten worden in het armoede onderzoek: 1. De mate waarin inwoners door hun financiele omstandigheden belemmerd worden om mee te doen in de maatschappij en/of in hun basisbehoefte te voorzien ten einde de volledige doelgroep in beeld te krijgen. 2. Het bereik van de huidige inkomensondersteunende voorzieningen voor de huidig beoogde doelgroep en de redenen van niet gebruik. 3. Welke verbeteringen er gedaan kunnen worden om een effenctiever en passender armoedebeleid te voeren; zowel generieke maatregelen als via een individuele maatwerkaanpak. 4. Wat nodig is om deze verbeteringen door te voeren.

Vraag: Met de kredietbank worden afspraken gemaakt voor de komende jaren: Wordt hier ook een specifieke aanpak van jongeren en schulden in meegenomen? Zie hiervoor uw uitleg bij de RIB onderzoek jongeren perspectieffonds: https://gilzerijen.raadsinformatie.nl/document/11570694/2/RIB+onderzoek+ +jongerenperspectieffonds Antwoord: Met de Kredietbank Nederland zullen we het komende jaar verder in gesprek gaan wat zij voor jongeren met schulden specifiek kunnen betekenen. Met het Jongerenperspectieffonds zullen we niet gaan samenwerken. Vraag: Na aanleiding van deze RIB hebben wij als fractie nog een aantal vragen. Zo horen wij graag hoe het onderzoek uitgevoerd gaat worden? Wie dit onderdoet doet? En wat exact de onderzoeksopdracht is? Antwoord: Het onderzoek gaat uitgevoerd worden door een extern bureau. We zijn op dit moment met meerdere bureaus in gesprek. Als we een geschikt onderzoeksbureau hebben, wordt in samenspraak met het bureau de onderzoeksopdracht gedefineerd. Via het onderzoek willen we de inonwers in beeld brengen die in een financieel kwetsbare postitie verkeren en wat hun omstandigheden zijn. Vervolgens wordt er bekeken of er verbeteringen mogelijk zijn om het minimabeleid hierop zo goed mogelijk aan te laten sluiten met als doel om deze inwoners van de juiste hulp en ondertsteuning te voorzien.

Bij het onderzoeksbureau wordt aangegeven dat het ondezoek zich op het onderstaande richt 1. De mate waarin inwoners door hun financiele omstandigheden belemmerd worden om mee te doen in de maatschappij en/of in hun basisbehoefte te voorzien. 2. Het bereik van de huidige inkomensondersteunende voorzieningen voor de huidig beoogde doelgroep en de redenen van niet gebruik. 3. Welke verbeteringen er gedaan kunnen worden om een effenctiever armoedebeleid te voeren; zowel generieke maatregelen als via een individuele maatwerkaanpak. 4. Wat nodig is om deze verbeteringen door te voeren. Vraag: 1. We hebben 2 jaar geleden al een armoedeonderzoek gehad; in hoeverre gaat dit dieper? Antwoord: Het armoede onderzoek van Radar is smaller dan het onderzoek dat nu uitgevoerd gaat worden. Aanbevelingen uit het Radar onderzoek zijn opgevolgd. Er zal logischerwijs een deel overlap zitten met het onderzoek dat in 2023 uitgevoerd gaat worden. Echter is de wereld ten opzichte van het vorige onderzoek wezenlijk veranderd. Daarnaast wordt er ook gekeken het voorkomen van armoedeval en naar de financieel kwetsbare inwoners binnen en buiten de huidige doegroep die nu niet bereikt worden en de oorzaak daarvan.

Vraag: 2. Hoe gaat de effectiviteit gemeten worden? Dan moet bv. duidelijk zijn welk effect we nastreven. Beperkt zich dat tot (zo groot mogelijk) bereik, of gaat het over de daadwerkelijke effecten van de voorzieningen, zoals meer participatie, uit de armoede geraken, minder psychische problemen, etc? En hoe gaat dit vervolgens gemeten worden? Antwoord: We kijken niet enkel naar ondersteuningsmogelijkheden qua inkomsten, maar ook op het gebied van gedrag en uitgaven. Bij eventuele beleidsverbeteringen zal rekening gehouden worden met de armoedeval. Hoe de effectiviteit gemeten gaat worden is op dit moment niet duidelijk. Vraag: 3. Welke voorzieningen worden meegenomen in het onderzoek en hoe wordt het uitgevoerd? a. Zijn dat naast de bekende regelingen (bijz. bijstand, kinderregelingen, kwijtschelding, energietoeslag, voedselbank, wegggeefhoek) ook alle op budgettering gerichte informatie en cursussen? b. Is het een papieren exercitie of worden ook clienten, vrijwilligers en professionals in het onderzoek betrokken/(interviews, enquetes)? c. Wordt er ook de effectiviteit van de schuldhulpverlening bij betrokken? Antwoord: De bekende voorzieningen zullen in ieder geval meegenomen worden in het onderzoek. Bij de keuze voor een onderzoeksbureau is een aspect van weging hoe de doelgroep betrokken wordt.

In het onderzoek richten we ons niet op de effectiviteit en doelmatigheid van de schuldhulpverlening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12139307/2