CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit Oost-Brabant

Raadscommissie Ruimte 18 januari 2022, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Ter kennisname stukken:13.726 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Tilburg Zuid/Goirle

Stadshub

Tilburg

Tilburg Zuidoost

Stadshub

Uden

Busstation

Regionale hub

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

2 (schaalsprong)

1b (doorontwikkelen)

1b (doorontwikkelen)

33/56

Bij de totstandkoming van dit ambitiedocument hebben gemeenten verschillende locaties genoemd die nader onderzocht kunnen worden op kansrijkheid in aanvulling op de al benoemde hubs in toekomstbeeld ov 2040. Gemeente

Genoemde mogelijke aanvullende locaties

Boxmeer

station Boxmeer, Station Vierlingsbeek

Boxtel

station

’s-Hertogenbosch

diverse wijkhubs, station/ busstation/ spoorzone als complex project, station ’s-Hertogenbosch Oost

Gilze en Rijen

station Rijen

Grave

Busstation

Heusden

Pakkethubs, Nieuwkuijk (de la Courtstraat), Vlijmen (Vijfhoevenlaan), Drunen (Wolfshoek/ spoorlaan), Oud Heusden (vestingstraat), als overstaplocatie op lokaal en snelwegniveau geldt huidig carpoolterrein ter hoogte van Ei van Drunen, beoogd als P+R ter hoogte van Spoorlaan.

Loon op Zand

Kaatsheuvel- de Horst, Efteling, Hoge Steenweg (busstation).

Oss

centraal station

Tilburg

Spoorzone en station Tilburg Universiteit

Vught

Motel van de Valk als interessante locatie

Waalwijk

busstation, 4 tot 6 microhubs, Elisabeth Tweesteden Ziekenhuis (ETZ), Taxandriaweg

Deze eerste inventarisatie is vooral bedoeld om een overzicht te krijgen van locaties die kansrijk zijn voor het realiseren van een mobiliteitshub. Deze opsomming is niet limitatief en vormt vooral een startpunt om met elkaar het gesprek aan te gaan over die locaties en verder te onderzoeken of deze locaties kansrijk zijn voor verdere ontwikkeling. Hierbij kijken we ook naar de verdere categorisering van de hubs (zijn het hubs met een link met het busnetwerk of kleinschaligere hubs). Afhankelijk van de categorisering kijken we hoe we deze hubs samen verder kunnen ontwikkelen. Voor een microhub kan dit ook door gezamenlijk deelmobiliteit te stimuleren als onderdeel van de Samen-aanpak. We gaan in de vervolgfase aanvullend onderzoek doen om meer inzicht te krijgen in de potentie van de verschillende locaties. Eerst wordt de huidige situatie op een locatie in beeld gebracht. Hierbij maken we gebruik van bestaande data (bijvoorbeeld het aantal arbeidsplaatsen en inwo-

34/56

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

ners rond een hub) en welke voorzieningen en mobiliteitsdiensten er nu zijn. Dit wordt vergeleken met een wensbeeld (archetype) van de hub. Op deze manier kun je zien waar “gaten” zijn en hoe een hub nog ontwikkeld kan worden. Dit kan bijvoorbeeld een uitbreiding van voorzieningen zijn, maar ook van mobiliteitsdiensten. In dit onderzoek kijken we ook naar de urgentie van een hub, welke plaats heeft deze in het vervoersnetwerk, zijn er al ontwikkelingen waar een koppeling mee te maken is, zijn hier al partijen mee bezig, enzovoort. Dit leidt tot meer inzicht en geeft aan welke hubs kansrijk zijn om mee te beginnen. Hierbij is het ook mogelijk om eerder te beginnen met de realisatie van een voorbeeld-hub als gemeenten dit willen. Bij deze realisatie is het uitgangspunt cofinanciering via het RMP. Zie ook paragraaf 5.1. Samenvattend Belofte aan de reiziger Mobiliteitshubs zorgen ervoor dat reizigers makkelijk op en over kunnen stappen op het systeem van gedeelde mobiliteit. Het zijn herkenbare punten in het systeem van gedeelde mobiliteit.

Opgaves/afspraken • In concessiegebied Oost-Brabant gaan we de eerste inventarisatie van hubs gezamenlijk verder onderzoeken om te kijken naar potentie en urgentie. • Daarnaast is het mogelijk, wanneer gemeenten dit willen, om op een aantal plekken een voorbeeld-hub te realiseren.

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

35/56

36/56

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

4. BELANGRIJKE WAARDEN Dit hoofdstuk gaat in op een aantal belangrijke waarden en uitgangspunten die van belang zijn voor het totale systeem van gedeelde mobiliteit. 4.1 Solide basis We hanteren een aantal waarden en uitgangspunten die in de toekomst onverminderd van belang blijven. Het gaat om (sociale) veiligheid, waarbij we de bestaande afspraken doorzetten, zoals de afspraken uit het landelijk convenant sociale veiligheid. Daarnaast willen we dat het systeem betrouwbaar blijft. Dit doen we door te blijven sturen op punctualiteit voor bussen. Tegelijkertijd kijken we ook naar de eisen van betrouwbaarheid voor nieuwe vormen van gedeelde mobiliteit. Voor betrouwbaarheid is samenwerking met wegbeheerders van belang, omdat zij grote invloed hebben op doorstroming voor gedeelde mobiliteitsvormen, verkeersveiligheidsmaatregelen, enzovoorts. Tevens vinden we het belangrijk dat personeel zich opstelt als een gastheer/vrouw voor het totale systeem van gedeelde mobiliteit. En tenslotte stimuleren we dat vervoerders rekening houden met social return bij het aannemen van personeel. Samenvattend Belofte aan de reiziger Het systeem van gedeelde mobiliteit is (sociaal) veilig en betrouwbaar. Personeel in de bus en het Flexvervoer gedraagt zich als gastheer/vrouw voor het totale systeem.

Opgaves/afspraken • De wegbeheerders zorgen voor het tijdig delen van informatie over routes, wegwerkzaamheden en maatregelen die impact hebben op de doorstroming voor gedeelde mobiliteit (vooral lijngebonden vervoer). • De provincie en gemeenten gaan (sociale) veiligheid, betrouwbaarheid en eisen aan personeel de komende periode verder concretiseren in een aantal eisen en wensen als basis voor de aanbestedingen. Dit voor zowel lijngebonden vervoer als Flex. Voor Sameninitiatieven zullen gemeenten en de provincie partijen helpen om deze punten zo goed mogelijk mee te nemen in de initiatieven.

4.2 De reiziger centraal In de visie op gedeelde mobiliteit staat de reiziger centraal en dat is uiteraard ook zo voor de uitwerking van de ambities in dit document. Ook wanneer wordt ingegaan op systemen en afspraken tussen overheden en hoe we samenwerken en zaken regelen, doen we dat altijd om voor de reiziger in Brabant een goed aanbod van gedeelde mobiliteit te realiseren. Daarom leggen we steeds de link met de belofte aan de reiziger. In de volgende waarden staat de reiziger ook steeds centraal. Gedeelde mobiliteit moet betaalbaar, duurzaam, begrijpelijk en toegankelijk zijn.

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

37/56

Maar wat vindt de reiziger nu echt belangrijk? Daarvoor blijft het belangrijk om onderzoek te doen. Hiervoor is er al bestaand onderzoek en sluiten we ook aan bij de gedragsbenadering vanuit SmartwayZ.NL. Veel mensen kennen de nieuwe opties nog niet, maar zouden ermee kennis kunnen maken, bijvoorbeeld met deelmobiliteit en een hubtaxi. Via pilots en experimenten (en het hierbij bevragen van reizigers) doen we hier ook kennis op voor de toekomst. Om steeds beter inzicht krijgen in de reiziger, delen we als samenwerkende overheden en Reizigersoverleg Brabant zoveel mogelijk onze kennis. Daarnaast weten we ook al veel van de reizigers die nu gebruik maken van het ov. Via data, via klachten- en opmerkingen die binnenkomen bij de diverse klantenservices, en natuurlijk ook via het Reizigersoverleg Brabant. Deze samenwerking met het Reizigersoverleg willen we ook zeker in de toekomst voortzetten en uitbreiden, zodat we gebruik kunnen blijven maken van deze kennis en kunde. Samenvattend Belofte aan de reiziger Bij de ontwikkeling van gedeelde mobiliteit staat de reiziger centraal. Hiervoor verzamelen we data die inzicht geven in de mobiliteitsbehoeften van de reiziger.

Opgaves/afspraken • De provincie zal samen met regio’s een onderzoek uitzetten naar wat (potentiële) reizigers belangrijk vinden voor de toekomst van gedeelde mobiliteit. • Bij pilots die we uitvoeren met gedeelde mobiliteit, doen we altijd onderzoek naar wat reizigers van nieuwe mogelijkheden vinden. Dit gebruiken we voor het steeds verbeteren van gedeelde mobiliteit. • We delen met elkaar de inzichten in de wensen van de reiziger, die we verzamelen als samenwerkende partijen (provincie, gemeenten, regio’s, ROB, vervoerbedrijven, mobiliteit-aanbieders, MaD-providers).

4.3 Betaalbaar en betaalgemak voor de reiziger Het tariefsysteem moet makkelijk te begrijpen zijn en reizigers moeten weten waar ze aan toe zijn qua kosten. Tarieven Het volgende geldt voor de tarieven voor de reiziger: • Op lijngebonden openbaar vervoer (Direct, reguliere buslijnen en buurtbus) geldt altijd ov-tarief en is de Studenten-ov-kaart geldig. • Bij de hubtaxi geldt het ov-tarief op maandag tot en met vrijdag tussen 7 en 18 uur, overdag als er geen goed alternatief is. Buiten deze tijden en als er wel alternatieven zijn, geldt ov-tarief x 2,5 voor de hubtaxi. Een goed alternatief vinden we een bus, een buurtbus en/of een voor ieder vindbaar, toegankelijk, hoogwaardig en bestendig Samen-initiatief (met vrijwilligers en/of commercieel). • De Haltetaxi rijdt in principe tegen kostprijs (resultaat aanbesteding, inschatting is ongeveer ov-tarief x 5). • In principe geldt de Studenten-ov-kaart niet op de hubtaxi en haltetaxi.

38/56

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

Het bovenstaande zal door de provincie de komende periode verder uitgewerkt worden, bijvoorbeeld in een tarievenhuis voor het lijngebonden vervoer. Betaalgemak Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: • Contant betalen is niet mogelijk voor alle lijngebonden bussen (Direct, reguliere buslijnen en buurtbussen) en de hub- en haltetaxi’s. • Uitgangspunt is dat reizigers op een simpele manier door het hele systeem kunnen reizen met hetzelfde betaalmiddel gedurende hun gehele reis. Hier ligt ook een link met de Mobiliteit-alsDienst app. Dit wordt verder uitgewerkt in het vervolgtraject. De ov-chipkaart is in de huidige situatie belangrijk voor het reguliere ov. Rond 2023 zal dit landelijk vervangen worden door betalen met pinpas/mobiele telefoon. In de uitwerking van de aanbestedingen, wordt met deze verandering rekening gehouden. Het gebruik van hetzelfde betaalmiddel geldt voor het busnetwerk en Flex en zoveel mogelijk ook voor Samen-initiatieven vanuit de markt (zoals deelsystemen). Voor vrijwilligersinitiatieven kan gekeken worden naar de beste oplossing en is betalen afhankelijk van de aard en de schaal van het initiatief. Ook kan hiervoor de prijs afwijken van het reguliere ov-tarief. Een deelauto heeft bijvoorbeeld een ander tarief dan het ov. Samenvattend Belofte aan de reiziger Op alle buslijnen blijft het ov-tarief gelden.

Daarnaast kun je, als er geen goed alternatief is, op werkdagen tussen 7 en 18 uur tegen ov-tarief met de hubtaxi reizen naar een overstappunt op het ov. Betaalgemak voor de reiziger is heel belangrijk. Je kunt in de toekomst betalen met reguliere betaalmiddelen, maar ook via de Mobiliteit-als-Dienst app.

Opgaven/afspraken Het tariefsysteem en de wijze van betalen voor de concessie wordt door de provincie de komende periode verder uitgewerkt. Voor Flex en Samen werken gemeenten en de provincie dit samen verder uit. 4.4 Duurzaamheid De ambitie is dat het busnetwerk uiterlijk vanaf 2025 zero emissie4 is. Dit is in lijn met de visie gedeelde mobiliteit. Dit betekent dat we bij het ingaan van de nieuwe concessie in ieder geval zero emissie rijden, zonder dat dit ten koste gaat van het aanbod aan de reiziger en zonder verlies aan flexibiliteit. Speciale aandacht hierbij vergen de langere buslijnen Oss-Uden-Eindhoven (305) en TilburgWaalwijk-’s-Hertogenbosch (300/301). Deze lijnen hebben een uitzonderingspositie in het netwerk. Ze leggen lange afstanden af met hoge snelheden. Zero emissie kan hier ten koste gaan van

4 Met zero emissie wordt elektrisch aangedreven bedoeld. Dit kan met batterij techniek zijn, maar ook waterstof.

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

39/56

kwaliteit voor de reizigers door minder zitplaatsen en rijden met een lagere snelheid. Marktpartijen bevestigen dit. We vinden dit niet wenselijk. Daarom is op deze lijnen de ambitie om zo snel mogelijk zero emissie te rijden en de eis om dit uiterlijk in 2030 gerealiseerd te hebben. Ten aanzien van laadlocaties van het busnetwerk voor zero emissie, willen we zoveel mogelijk ruimte bieden voor de toekomstige vervoerder, bijvoorbeeld om zelf laadstrategieën te ontwikkelen. Maar we zien ook dat op een aantal grote laadlocaties samenwerking nodig is. Logische locaties voor starten met of uitbreiden van laadvoorzieningen zijn in ieder geval de bestaande stallingen in Tilburg, Waalwijk, ’s-Hertogenbosch en Uden. Samen met de betreffende gemeenten, de netwerkbeheerders en de eigenaren van de stallingen gaan we dit de komende periode verder uitwerken. De provincie heeft als uitgangspunt duurzaam opgewekte energie voor het laden van de bussen en wil daarnaast het gebruik van Brabantse energie stimuleren in de concessie. We nemen dit mee als wens. Daarnaast stimuleren we het lokaal opwekken van energie op kleine schaal op mobiliteitshubs. Voor Flex en buurtbussen is de ambitie van provincie en gemeenten om per 2025 zo veel mogelijk zero emissie te rijden. Uiterlijk per 1-1-2030 willen we voor deze vervoersvormen zero emissie realiseren.

Dit werken we nog verder uit in de aanbestedingen, waarbij we ook recente ontwikkelingen vanuit de markt meenemen. Hierbij geldt dat verduurzaming niet ten koste mag gaan van het voorzieningenniveau c.q. de kwaliteit voor de reiziger. Voor Samen-initiatieven stimuleren de provincie en gemeenten zoveel mogelijk duurzaamheid. We kijken ook naar wat mogelijk is en het beste past per project. Het stimuleren van duurzaamheid bij Samen kan gekoppeld zijn aan een financiële bijdrage, maar kan ook geregeld worden via bijvoorbeeld een vergunning of ontheffing voor een deelsysteem. Samenvattend Belofte aan de reiziger Vanaf de start van de nieuwe concessie rijden de bussen zero emissie. Uitzondering hierop zijn de lange buslijnen, Flexvervoer en buurtbussen. Deze zijn uiterlijk per 1 januari 2030 zero emissie.

Opgaves/afspraken • Vooruitlopend op de aanbesteding gaan we samenwerken op een aantal grotere laadlocaties. De provincie neemt hiervoor initiatief en betrekt ook Enexis, de eigenaren van de stallingen, en de betreffende gemeenten hierbij. • Voor hubtaxi, haltetaxi en buurtbussen geldt dat we zoveel mogelijk per 2025 zero emissie willen rijden, maar uiterlijk per 1-1-2030.

4.5 Begrijpelijkheid en marketing De provincie voelt zich verantwoordelijk voor de verschillende onderdelen van Flex, lijngebonden en Samen. De provincie zorgt ervoor dat het totaalsysteem in heel Brabant voor iedereen begrijpelijk en herkenbaar is. Daarom stuurt de provincie de marketing van het totaalsysteem van gedeelde mobiliteit aan. Dit gaat in ieder geval gelden bij de start van de concessie Oost-Brabant.

40/56

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

We zetten in op een actieve promotiestijl en kijken naar nieuwe mogelijkheden om (potentiële) reizigers te informeren en te betrekken bij gedeelde mobiliteit in heel Brabant. Marktpartijen kunnen ook zelf informatie aanbieden over hun eigen product mits dit bijdraagt aan de begrijpelijkheid van het totaalsysteem. Dit is het uitgangspunt bij de aanbestedingen. Ook is er ruimte voor gemeenten om aanvullende acties uit te voeren, bijvoorbeeld voor promotie van gedeelde mobiliteit bij eigen inwoners. Hiervoor kunnen gemeenten ook eigen communicatiekanalen inzetten. Het Bravo-merk We behouden en continueren het merk Bravo voor alle gedeelde mobiliteit in Brabant. Dit geldt in ieder geval voor Direct en Flex vervoer. Voor Samen-initiatieven willen we dit zoveel mogelijk stimuleren als dit toegevoegde waarde heeft voor de reiziger. We gebruiken alleen productnamen als dit toegevoegde waarde heeft in de herkenbaarheid voor reizigers. Dit betekent dat we de volgende namen gaan gebruiken voor reizigers: • Bravo: de overkoepelende naam. Dit geldt in ieder geval voor reguliere buslijnen, maar ook voor initiatieven uit de Samen-categorie. Ook de eigen naam van bijvoorbeeld de vrijwilligersclub kan worden gebruikt, al dat niet in combinatie met Bravo. • Bravo Direct: hoogwaardig busvervoer met een hoge frequentie volgens een dienstregeling waarin niet wordt gereserveerd.

• Bravo Flex: auto of kleine bus, waarin vooraf wordt gereserveerd (hubtaxi en haltetaxi zijn dus werknamen en worden waarschijnlijk niet gebruikt voor de reiziger). • Als dit toegevoegde waarde heeft kan ook gekeken worden naar aanvullende namen, zoals bijvoorbeeld Bravofiets. De provincie werkt dit verder uit. Speciale aandacht geldt bij dit onderwerp voor mentale toegankelijkheid. Het systeem van gedeelde mobiliteit moet voor iedereen toegankelijk en vooral ook begrijpelijk zijn. We denken hierbij bijvoorbeeld aan reizigers die geen gebruik kunnen maken van een app of reizigers die laaggeletterd zijn. Samenvattend Belofte aan de reiziger Het totaalsysteem van gedeelde mobiliteit is in heel Brabant voor iedereen te begrijpen, te gebruiken en te vinden.

Opgaves/afspraken • De provincie gaat verder verkennen en uitwerken hoe Brabantbrede marketing verder ingevuld kan worden voor alle concessies. • De provincie ontwikkelt een aantal eisen en wensen voor marketing in aanbestedingen. • De provincie werkt de komende periode de precieze inzet van het merk Bravo en mogelijke productformules verder uit. • In onderling overleg gebruiken provincie en gemeenten hun eigen communicatiekanalen om gedeelde mobiliteit nog meer te promoten.

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

41/56

4.6 Inclusief en toegankelijk Inclusiviteit wordt steeds belangrijker in de Nederlandse samenleving. Mobiliteit geeft vrijheid. De mate waarin iemand zich zelfstandig kan verplaatsen is van grote invloed op deelname aan de samenleving. Iedereen, met of zonder een beperking, heeft recht om te kunnen reizen. Inclusieve gedeelde mobiliteit is hierbij van belang. Iedereen die zelfstandig kan reizen kan gebruik maken van het systeem van gedeelde mobiliteit, zonder fysieke, mentale of digitale drempels. Zo houden we de regio’s bereikbaar en kunnen mensen blijven meedoen aan de samenleving. We volgen het actieprogramma ‘Iedereen Onderweg” (Ministerie VWS) en het VN-verdrag inzake de rechten van gehandicapten. Doel is om de hindernissen in de gedeelde mobiliteit voor reizigers met een (mobiliteits-)beperking te minimaliseren, zodat ze zich ook kunnen verplaatsen zoals ze dat zelf kunnen en graag willen. Toegankelijkheid blijft daarmee dus ook in de toekomst heel belangrijk. Hierbij gaat het om mentale toegankelijkheid (dit is uitgewerkt onder het kopje Begrijpelijkheid) en om fysieke toegankelijkheid. De mobiliteitsvormen, mobiliteitshubs en bushaltes zijn zodanig vormgegeven dat zoveel mogelijk mensen ze (fysiek) kunnen gebruiken als ze zelfstandig kunnen reizen. Dit vereist nauwe samenwerking met gemeenten en andere wegbeheerders.

Hierbij blijven bestaande afspraken gelden met wegbeheerders rond opname van informatie over toegankelijke haltes in het centraal haltebestand. Afspraak is uit te gaan van toegankelijkheid op systeemniveau en niet op voertuigniveau. Dit betekent dat er altijd een toegankelijk alternatief is tegen hetzelfde tarief (zoals ov of de hubtaxi), maar dat niet elk voertuig binnen elke vervoersvorm toegankelijk hoeft te zijn (zoals een vrijwilligersinitiatief of buurtbus). Hierbij is het belangrijk dat je op de heen- en terugreis een toegankelijke reis kan maken. Dit gaan we in detail uitwerken in de aanbestedingen, ook in overleg met vrijwilligersinitiatieven en buurtbusvrijwilligers. Samenvattend Belofte aan de reiziger Reizigers die zelfstandig kunnen reizen, kunnen gebruik maken van gedeelde mobiliteit.

Opgaves/afspraken • We werken de toegankelijkheid de komende periode verder uit op systeemniveau. De eisen voor voertuigen zijn straks onderdeel van de aanbesteding van de ov-concessie en het Flex-vervoer. • Toegankelijkheid van mobiliteitshubs en haltes en de juiste opname van informatie hierover in het centraal haltebestand, is verantwoordelijkheid van de wegbeheerder conform de geldende richtlijnen.

4.7 Data en kennis verzamelen en delen Data over reisgedrag en kennis over reizigers is erg belangrijk om de transitie naar gedeelde mobiliteit te maken. Data is nodig om inzicht te krijgen in de (potentiële) reiziger en om goed in te kunnen spelen op de vraag. Gekoppeld aan de opgaves, gaan we verder onderzoek doen naar de reizigersbehoefte en de daarbij passende vormen van gedeelde mobiliteit zoals ook verwoord in 4.2.

42/56

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

Daarnaast is het belangrijk om zoveel mogelijk af te spreken hoe we gezamenlijk gaan monitoren op gedeelde mobiliteit. In de nieuwe situatie wordt veel data gegenereerd via verschillende partijen. Om data te kunnen combineren en te delen, is het van belang dat we afspreken deze zoveel mogelijk op dezelfde manier te verzamelen. Zo hebben we gezamenlijk inzicht in de voortgang van onze ambitie om ons maximaal in te zetten voor een slim en duurzaam systeem van gedeelde mobiliteit, waarin de reiziger centraal staat. Dit werken we de komende periode samen uit en is tevens een belangrijk onderdeel van de eisen die we stellen in de concessie, de Flex-contracten en via andere afspraken met marktpartijen. Dit heeft ook een link met de eisen die we stellen in het kader van de koppeling met Mobiliteit-als-Dienst (zie ook 3.1). Daarnaast wil de provincie ook in bredere zin een kennisfunctie vervullen voor het opzetten van gedeelde mobiliteit in heel Brabant. We vragen kennisinstellingen om mee te denken. De provincie verkent hoe dit verder vorm kan krijgen, en wil hiervoor bestaande samenwerkingen met kennisinstellingen uitbouwen. Dit ook om invulling te geven aan een doorontwikkeling van gedeelde mobiliteit op het gebied van innovatie. Hiervoor werken we tevens samen met SmartwayZ.NL. 4.8

Samenvattend

Belofte voor de reiziger Gedeelde mobiliteit moet aansluiten op de vraag van reizigers. Daarom doen we gericht onderzoek.

Opgaves/afspraken • Om goed inzicht te hebben in een passend aanbod, doen we aanvullend onderzoek. Eind 2021/begin 2022 starten we een onderzoek naar reisgedrag en achterliggende motieven van reizigers in het concessiegebied Oost-Brabant. Zo krijgen we nog meer inzicht in de reizigersbehoefte en in de daarbij passende vormen van gedeelde mobiliteit. We hebben samen een voortrekkersrol en betrekken grote werkgevers en onderwijsinstellingen in de regio. • Gemeenten en provincie werken verder uit hoe ze gedeelde mobiliteit gezamenlijk gaan monitoren.

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

43/56

44/56

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

5. HOE REGELEN WE DIT? 5.1

Contractvormen, financiering en samenwerking

Concessie, contract, subsidieregeling De voorgaande hoofdstukken laten zien hoe we onze ambities voor de gedeelde mobiliteit in het concessiegebied Oost-Brabant inhoudelijk vorm willen geven. Hoe we dit gaan regelen, is hiervan een afgeleide. Op dit moment zijn hiervoor al de belangrijkste contouren duidelijk: Lijngebonden vervoer is bij uitstek geschikt om te regelen in een concessie. Hieronder vallen een aantal vormen van busvervoer. • Het Direct-netwerk is van vitaal belang voor concessiegebied Oost-Brabant en deze ruggengraat blijft de komende jaren stabiel. Daarom organiseren we dit in een concessie. Dit vormt het stabiele deel van de concessie. • Reguliere buslijnen blijven ook onderdeel van de concessie. Voor dit deel willen we flexibiliteit in de concessie. Het moet mogelijk zijn om buslijnen te vervangen door andere vormen van gedeelde mobiliteit (zoals hubtaxi of een Samen-initiatief) als dit beter aansluit bij de vraag van de reiziger. Daarnaast moet het omgekeerd ook mogelijk zijn om groei binnen de concessie te faciliteren. • Buurtbussen blijven eigen vrijwilligersinitiatieven, maar zullen wat betreft ondersteuning gekoppeld blijven aan de concessie. We gaan een model uitwerken waarin er meer ruimte is voor maatwerk. De eisen die we binnen de concessie aan buurtbussen stellen, worden hierop aangepast.

Hiermee wordt de ruggengraat van het systeem van gedeelde mobiliteit geregeld via de concessie. Andere vormen sluiten hierop aan maar worden niet geregeld via de concessie. Dit gaat dan om: • Flexvervoer. Dit willen we gaan koppelen aan de aanbesteding(en) van de contracten van het doelgroepenvervoer in concessiegebied Oost-Brabant. Het gaat vooral om de hubtaxi en haltetaxi. • Samen-initiatieven. We kijken naar meerdere manieren om dit te organiseren. Dit kan voor deelsystemen mogelijk via een aanbesteding, maar ook met losse opdrachten of via het verstrekken van subsidies. Samen met gemeenten (die ook bijvoorbeeld vergunningen kunnen afgeven voor deelmobiliteit) werkt de provincie dit de komende periode nog verder uit, waarbij samenwerking en het optimaal inzetten van elkaars beleidsmogelijkheden belangrijk zijn. Vanuit de provincie zijn hiervoor middelen beschikbaar (op basis van cofinanciering). De gemeenten en provincie kijken verder dan alleen financiering: we zorgen ook voor expertise en ondersteuning om organisaties en communities uit de samenleving te helpen met het opzetten van een vervoersconcept. Hiervoor is bijvoorbeeld al een toolkit gedeelde mobiliteit beschikbaar.

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

45/56

Bekostiging In dit document geven we onze ambitie aan voor de komende periode. Deze ambitie moet straks voor de reizigers zorgen voor een passend aanbod aan gedeelde mobiliteit, maar moet natuurlijk ook betaalbaar blijven voor de deelnemende partijen. De provincie heeft verschillende budgetten tot haar beschikking om invulling te geven aan gedeelde mobiliteit: • Exploitatiemiddelen concessie: De provincie wil met het beschikbare geld in concessiegebied Oost-Brabant (in 2021 was dit ca. 31 miljoen euro) een goede basis neerzetten waarmee een passend aanbod van gedeelde mobiliteit kan worden geboden aan de reizigers. • Voor opstart van initiatieven vooruitlopend op de nieuwe situatie is er al geld beschikbaar vanuit verschillende financieringsbronnen. Het gaat om het experimentenbudget vernieuwing ov en het projectengeld gedeelde mobiliteit (vrijgekomen vanuit de samenwerkingsovereenkomst regiotaxi). Deze laatste middelen zijn gericht op integratie ov en doelgroepenvervoer. • Er wordt in principe uitgegaan van cofinanciering voor Samen-initiatieven. De provincie, gemeenten en andere relevante partners dragen gezamenlijk bij. De mogelijke vormen en mate van deze cofinanciering worden verder uitgewerkt. • Daarnaast zijn investeringen nodig in infrastructuur en mobiliteitshubs. Voor de realisatie hiervan gaan we uit van cofinanciering door gemeenten en provincie samen.

Dit wordt ingebracht in de Regionale Mobiliteit Programma’s of vanuit andere relevante programma’s, zoals MIRTtrajecten, SmartwayZ.NL Gemeenten en regio’s hebben hiernaast zelf ook verschillende middelen ter beschikking. Kansen om hierop samen te werken worden de komende periode nog verder uitgewerkt per fase van de uitwerking van Gedeelde Mobiliteit. Het is belangrijk om de komende tijd financieel te kunnen anticiperen, om kansen die voortvloeien uit werkstromen ook te kunnen realiseren op gemeenteniveau. Governance, marktregie en ontwikkelteam De provincie en gemeenten in concessiegebied Oost-Brabant willen gezamenlijk gedeelde mobiliteit realiseren conform dit ambitiedocument. Samenwerking is hierin cruciaal. De totstandkoming van dit ambitiedocument is een eerste stap. Ten opzichte van vroeger is dit een hele nieuwe vorm van samenwerking. In het toekomstige systeem werken we samen met veel meer partijen (ov-vervoerders, taxivervoerders, deelsystemen, Mobiliteit-als-Dienstproviders, vrijwilligersinitiatieven, buurtbussen, enzovoort). Hierbij blijft ook de samenwerking met reizigersorganisaties (zoals het ROB en de reizigers-overleggen van de regiotaxi) belangrijk. De komende periode gaan we dit gezamenlijk verder verkennen en uitwerken. Omdat er meer verschillende vervoersvormen zijn georganiseerd door verschillende partijen, vraagt dit om een nieuwe kijk op marktregie.

De verschillende onderdelen moeten voor de reiziger goed op elkaar aansluiten en er moet voor de reiziger een goed functionerend totaalsysteem zijn. Om hiervoor te zorgen, is het belangrijk dat er een marktregisseur is. De provincie heeft al in haar visie ‘Gedeelde mobiliteit is maatwerk’ aangegeven deze rol te willen invullen voor heel Brabant en dus ook voor concessiegebied Oost-Brabant. Hierbij zien we een belangrijke rol voor het met elkaar delen en bespreken van contract-overstijgende zaken. Dit noemen we het “ontwikkelteam gedeelde mobiliteit”. Hierin zitten de verschillende marktpartijen, gemeenten, regio’s en het reizigersoverleg. De provincie zal dit team trekken. De komende periode wordt dit verder uitgewerkt. Er blijft ruimte voor ontwikkeltrajecten binnen de concessie en contracten.

46/56

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

De werkstromen en wie is waarvoor verantwoordelijk Het voorgaande krijgt in het vervolg op dit ambitiedocument vorm in verschillende werkstromen. In onderstaande afbeelding is dit weergegeven. Daarbij is ook aangegeven wie waarvoor verantwoordelijk is:

Samenvattend Opgaves/afspraken • Het lijngebonden vervoer wordt geregeld via de concessie. De provincie trekt dit als concessieverlener. • Flex-vervoer (hubtaxi en haltetaxi) worden gekoppeld aan de aanbesteding(en) van de doelgroepenvervoercontracten. Dit wordt verder uitgewerkt in de werkstroom Flex volgens de afspraken van paragraaf 2.5 • Om (alle systeemonderdelen van) gedeelde mobiliteit in concessiegebied Oost-Brabant te realiseren, zet de provincie verschillende financieringsbronnen in zoals het bestaande exploitatiebudget, aanvullende financiering voor Flex en Samen-initiatieven en financiering voor realisatie mobiliteitshubs (via het RMP). • Voor Samen-initiatieven en mobiliteitshubs wordt ook een deel gefinancierd door cofinanciering vanuit gemeenten. • Het samenwerkingsmodel en governance werken we de komende periode verder uit, waaronder ook hoe we gaan samenwerken in het ontwikkelteam gedeelde mobiliteit. Dit wordt een aparte werkstroom. • Samenwerking met reizigersorganisaties blijft ook in de toekomst belangrijk.

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

47/56

48/56

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

6. DE PLANNING Voor het vervolgproces geldt onderstaande globale planning. Een aantal zaken (zoals de aanbesteding van de concessie en de regiotaxicontracten) zijn nog onderwerp van onderzoek (wanneer precies de nieuwe situatie ingaat). Maar er zijn ook werkstromen waar we nu al mee kunnen starten zoals Samen-projecten en mobiliteitshubs.

Het uitwerken van de ambities, opgaven en uitgangspunten uit dit document pakken we per werkstroom verder op. De nadere invulling van de werkstromen krijgt na vaststelling van het document verder vorm. Indicatief kunnen we de eerste stappen per werkstroom kort aangeven: • • • • • • •

Werkstroom concessie: netwerkanalyse. Werkstroom Flex: aanbesteding ’s-Hertogenbosch, uitwerken eerste pilots. Werkstroom Samen: uitwerken kenmerken Samen initiatieven, aanpak voor Samen initiatieven uitrollen en kennisdeling. Werkstroom Mobiliteit-als-Dienst: stellen MaD voorwaarden aan initiatieven en volgen landelijke ontwikkelingen/ kennisdeling. Werkstroom Mobiliteitshubs: onderzoek kansrijkheid genoemde locaties. Werkstroom Belangrijke waarden: uitwerken begrijpelijkheid, onderzoek naar behoeften reizigers. Werkstroom “Hoe regelen we het”: uitwerken samenwerkingsmodel, governance, ontwikkelteam gedeelde mobiliteit.

Deze opsomming is niet uitputtend, maar bedoeld om een beeld te geven van wat de eerste stappen per werkstroom zijn. Deze stappen zullen in samenwerking tussen regio’s, gemeenten en provincie in 2022 verder vorm krijgen.

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

49/56

50/56

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

BIJLAGE

Achtergrondinformatie

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

51/56

Aantal afbeeldingen vanuit gebiedsanalyse smartwayZ.NL Reisgedrag Hart van Brabant (stedelijk)

2004-2006

2015-2017 Hart van Brabant (niet stedelijk)

2004-2006

52/56

2015-2017

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

Noordoost-Brabant (stedelijk)

2006-2008

2016-2018 Noordoost-Brabant (niet stedelijk)

2006-2008

2016-2018

Bron: Gebiedsanalyse Smartwaz.nl

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

53/56

Enkele voorbeelden van verschillende Samen-initiatieven, zowel vanuit de samenleving (rood) als vanuit de markt (paars).

54/56

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

55/56

56/56

Ambitiedocument gedeelde mobiliteit

Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12 www.brabant.nl

18973-A Ambitiedocument Oost-Brabant

Brabantlaan 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10924931/1