agendapunt 8 - beantwoording vragen fracties
Tekst van het document
COMMISSIE RUIMTE OP 1 JUNI 2021 Agendapunt: 10. Concept-bomenbeleidsplan Fractie D66 1.
Afdeling
Vraag: Graag hebben wij de volledige lijst van participanten. Antwoord: De volgende organisaties hebben het bomenbeleidsplan ontvangen: • Ondernemersvereniging Gilze en Rijen; • Vlinderstichting; • Bomenstichting; • NLGR; • ZLTO; • Treepoint.
OR
Met de partners van het Landschapsoverleg bespreken we het bomenbeleid in het eerstvolgende overleg (begin van de zomer). Scholen zijn nu lastig te benaderen vanwege de corona-maatregelen. Na de zomer zijn er misschien mogelijkheden voor participatie in combinatie met de lessen die Orbis gaat geven voor Natuur in de Wijk of in combinatie met de Boomfeestdag. 2.
Vraag: Tevens ontvangen wij graag een overzicht van hun inbreng. Antwoord: Tot nu toe is er nog vrijwel geen inbreng van externe participanten. Sommige organisaties geven aan het een prima stuk te vinden als basis van het bomenbeleid. Ze geven aan graag mee te denken over uitwerkingen, zoals het kapbeleid en monumentale bomen. Na bespreking in de commissie Ruimte op 1 juni 2021 sturen we het nog eens rond. Landelijke organisaties zoals de Bomenstichting en de Vlinderstichting geven aan geen mensen te hebben om mee te lezen.
3.
Vraag: Wie zijn de partners in het landschapsoverleg? Antwoord: • ZLTO vertegenwoordigers van Gilze en Rijen, Alphen-Chaam en Baarle-Nassau; • NLGR; • Mark en Leij; • Waterschap; • Natuurmonumenten; • Staatsbosbeheer; • Brabants Landschap; • Vertegenwoordiger STILA; • Bijenvereniging.
4.
OR
Vraag: Waarom leggen we het beleid voor 10 jaar vast en evalueren we na 5 jaar?
OR
Antwoord: Wij denken dat er over 10 jaar andere inzichten zijn waardoor wij (dan) het beleid mogelijk (gedeeltelijk) willen aanpassen. Door over 5 jaar een evaluatie te doen, kunnen we goed zien waar we staan en of we dingen moeten aanpassen in de uitvoering van het beleid. Een ander voorstel voor de geldigheid en evaluatietermijn is welkom. 5.
Vraag: Hoe gaat de uitwerking van dit beleid eruit zien (uitvoeringsplan) en wanneer kunnen wij dat verwachten? Antwoord: Hoofdstuk 5 van het concept bomenbeleidsplan geeft een doorkijk naar de vervolgstappen. Zo gaan we kijken naar het kapbeleid, naar de monumentale bomen en een analyse van het boombeheer. De herziening van het kapbeleid en de oproep om monumentale bomen aan te melden, gaan we opstarten na het vaststellen van het bomenbeleid. Een analyse van het boombeheer zal een half jaar later starten.
6.
OR
Vraag: Wie heeft ervoor gekozen dat dit beleidsplan primair over de gemeentebomen binnen de bebouwde kom gaat? En waarom is hiervoor gekozen? Antwoord: Het beleidsplan gaat primair over gemeentebomen, omdat we daar zelf verantwoordelijk voor zijn. Particulieren zijn verantwoordelijk voor hun eigen bomen. We kijken specifiek naar de bomen binnen de bebouwde kom, omdat het beleid gekoppeld is aan het groenstructuurplan dat ook over de bebouwde kom gaat. Wij zullen duidelijker aangeven waar beleidsuitspraken ook van toepassing zijn op het buitengebied of op particuliere bomen.
7.
OR
OR
Vraag: Op pagina 7, 2e alinea staat: "Acties die we niet binnen de bestaande capaciteit en financiële middelen uitvoeren leggen we apart ter besluitvorming voor aan het college of gemeenteraad". Over welke acties hebben we het dan? En moeten we daarom niet eerst als het uitvoeringsplan er is hiervoor geld begroten? Antwoord: Dit gaat bijvoorbeeld over uitwerkingen van het bomenbeleid. Een voorbeeld is de monumentale bomenlijst. We gaan bewoners oproepen een mooie boom aan te melden als monumentaal. Maar waarschijnlijk krijgen we hier niet een compleet overzicht door. Als we wel een complete inventarisatie willen laten maken, brengt dit forse kosten met zich mee en dit besluit zullen wij dan aan u voorleggen. En ander voorbeeld is het kapbeleid, als we dat aanpassen heeft dat mogelijk financiële gevolgen. Ook dat leggen we voor ter besluitvorming.
OR
8.
Vraag: Pagina 7, paragraaf 1.3. De doelgroepen die gebruikmaken van het openbaar groen hebben daarbij sterk uiteenlopende belangen. Enkele doelgroepen zijn: jongeren, spelende kinderen, hondenbezitters, ouderen, natuurliefhebbers, etc. Graag hebben wij de belangen per doelgroep beschreven en die ontvangen wij graag van u. Antwoord: ‘Belang’ is in dit geval een té sterk gekozen bewoording. We zullen dit aanpassen. Wat wij hiermee willen zeggen, is dat iedere groep een andere waarde hecht aan bomen. Kinderen vinden een speelboom de leukste boom, terwijl ouderen misschien meer waarde hechten aan een bijzondere boom op een bijzondere plek.
9.
Vraag: Pagina 7, laatste alinea. Dit groen is ingericht op de huidige en toekomstige behoefte van de inwoners en kan de gemeente met een acceptabele inspanning in stand houden. Wat is een acceptabele inspanning in dit kader? Antwoord: Wij willen geen bomen meer planten op locaties waar er geen ruimte voor is. Als een boom elk jaar moet worden gesnoeid omdat hij tegen een gevel aan groeit, geeft dit overlast voor de bewoner en is dit ook niet goed voor de boom. Daarnaast kost het snoeien veel geld en is het niet duurzaam. Een acceptabele inspanning is in dit geval een normale snoeironde van 1 keer in de 4 à 5 jaar.
10.
OR
Vraag: Hoe verhoudt dit bomenbeleidsplan zich t.o.v. het streven van de provincie om 1 mio extra bomen te planten? Antwoord: Het plan van de provincie om heel veel extra bomen te planten, past in dit bomenbeleidsplan. Ook wij willen waar mogelijk extra bomen. Op dit moment is de provincie nog niet heel concreet in de uitwerking. Het gaat nu vooral om extra bomen in de buurt van (bestaande) natuurgebieden en grotere oppervlaktes. Wij volgen de plannen van de provincie nauwgezet en kijken waar kansen liggen in onze gemeente. Als de plannen concreter worden en er kansen komen in onze gemeente, dan zullen wij hierbij aanhaken.
11.
OR
OR
Vraag: Daarnaast moet er toezicht komen op illegale kap en herplant. Hoe is nu het toezicht geregeld? Antwoord: Op dit moment gaan wij uit van meldingen en van wat de bomenploeg ziet in het dagelijkse werk. In dat geval bekijken de boombeheerder, boa en een medewerker van de afdeling vergunningen de situatie en welke actie moet worden ondernomen. Herplant locaties van particulieren worden niet nagelopen op werkelijke herplant. Dit vraagstuk pakken wij op bij de herziening van het kapbeleid.
OR
12.
Vraag: Pagina 11 eerste zin “Op de hoge droge zandgronden loopt het water steeds sneller weg”. Welke cijfers liggen hieraan ten grondslag en wat is de reden dat het water steeds sneller wegloopt? Antwoord: Op www.klimaatportaalbaronie.nl kunt u de stresstest klimaatadaptatie terugvinden. Hieruit blijkt dat droogte een probleem is in onze gemeente. In het verleden lag de focus te veel op het snel afvoeren van een teveel aan water. De laatste jaren is er steeds meer focus op het vasthouden van water door gemeente, waterschap en particuliere eigenaren. Maar met lange periodes van weinig regen blijven zandgronden gevoelig voor droogte.
13.
Vraag: Het gaat in dit beleidsplan sterk over nieuwe bomen; wat gaan we doen om het huidige bomenbestand te optimaliseren en daar kwaliteit aan toe te voegen? Antwoord: U heeft hierin gelijk. Wij zullen in de definitieve versie meer aandacht besteden aan bestaande bomen. Tot en met 2024 is er budget om oplossingen te zoeken voor bomen die zorgen voor ernstige wortelopdruk, in het bijzonder in Rijen NO. Een groot deel van de slechtste groeiplaatsen zal hiermee worden opgelost. Vanaf 2025 kan het beschikbare budget ingezet worden om een analyse te maken welke bomen betere groeiplaatsen nodig hebben.
14.
OR
Vraag: Pagina 18, laatste alinea. De ambitie is dan ook om een analyse te maken van waar hittestress het meest problematisch is voor kwetsbare groepen. Wie zijn deze kwetsbare groepen? Waarom alleen bij kwetsbare groepen? Antwoord: U heeft gelijk, de term kwetsbare groepen is verwarrend. Wij bedoelen dat we bij de aanplant van bomen eerst kijken naar locaties waar mensen lang buiten verblijven. Bijvoorbeeld bij bankjes, speelplekken en fietsroutes. Door op deze plekken (indien mogelijk) bomen bij te planten, kunnen mensen daar op hete dagen verkoeling zoeken onder een boom. Wij zullen dit aanpassen.
15.
OR
OR
Vraag: Pagina 22, 4e alinea. Als een boom verplant kan worden en het past binnen de financiële mogelijkheden, dan doen we dat. Aan de hand van deze gegevens bepalen we of we de bomen kunnen behouden. Wat wordt er bedoeld met financiële mogelijkheden, welke parameters liggen hieraan ten grondslag? Antwoord: U heeft gelijk, dit staat niet duidelijk genoeg omschreven. Wij gaan dit aanpassen. Kleine bomen die er minder dan 10 jaar staan, zijn in de meeste gevallen goed verplantbaar. Bij grotere oudere bomen spelen andere factoren, zoals groeiplaats en soort, mee. Wij gaan dit in de definitieve versie duidelijker omschrijven.
OR
16.
Vraag: Bomen moeten niet alleen een bolletje zijn in het ontwerp, maar moeten echt mogelijkheden hebben om te groeien. Wat zijn de maatstaven voor groen in een (her) ontwikkelingsgebied en waar worden die vastgelegd? Antwoord: In hoofdstuk 8 kunt u de algemene randvoorwaarden vinden voor een goede groeiplaats. In de praktijk is elke situatie anders en bekijkt een werkvoorbereider groen altijd de plaatselijke situatie. De randvoorwaarden voor groen zullen uiteindelijk ook terechtkomen in een handboek openbare ruimte of een soortgelijk document.
17.
OR
Vraag: Hoe gaan we bepalen hoe hoog de onderhoudskosten van een nieuwe boom jaarlijks mogen worden? Waar leggen we dat vast? Antwoord: Bij nieuwe bomen gaan we uit van een goede groeiplaats en voldoende ruimte. De onderhoudskosten van die bomen zijn normaal (op basis van landelijke kostenkengetallen), omdat ze ook een normale snoeicyclus krijgen. Bestaande bomen, in niet optimale groeiplaatsen, kunnen duurder zijn in onderhoud, maar die gaan we daarom niet allemaal weghalen. Per situatie kijken we naar de beste oplossing.
OR
Kern’75 1.
Vraag: Pagina 18: “ook in Gilze en Rijen is hittestress een probleem, dat blijkt uit de stresstest klimaatadaptatie. De ambitie is dan ook om een analyse te maken van waar hittestress het meest problematisch is voor kwetsbare groepen. Om vervolgens te kijken of de aanplant van extra bomen hierin een oplossing kunnen zijn. We denken dan aan 30 bomen per jaar”. - Waar is het getal 30 bomen op gebaseerd? Antwoord: Het getal van 30 is gebaseerd op het aantal kansrijke plekken, waarvan wij denken dat die er zijn. We hebben in de gemeente niet oneindig veel ruimte om bomen te planten. Daarnaast is het getal van 30 gekozen aan de hand van de beschikbare ambtelijke capaciteit om het uit te voeren en vanwege de beschikbare middelen.
2.
OR
Vraag: Regulier onderhoud en boomveiligheid: Hoe vaak gaat de boomveiligheidscontrole plaatsvinden in de toekomst? Antwoord: Sinds 2020 hebben we een eigen bomenploeg. We doen de controle en snoei voor een groot deel zelf. Alle bomen worden minimaal 1 keer in de 5 jaar gecontroleerd. Jonge bomen in nieuwe wijken komen 1 keer per 5 jaar aan de beurt. Oude bomen in oude wijken 1 keer per 3 jaar. Attentiebomen (bomen die gebreken hebben) controleren we elk jaar. Een aannemer voert deze controles uit en geeft per boom door of deze nog veilig is.
OR
PvdA 1.
Vraag: In het plan ontbreekt inzicht in hoeverre en op welke wijze u ‘derden’ zoals bijvoorbeeld de NLGR een rol kunt geven bij de uitvoering van (onderdelen) van het beleidsplan. Heeft u hiervoor al afgeronde gedachten? Zo ja, welke? Antwoord: Wij hebben hier nog geen afgeronde gedachten over. Verschillende organisaties en verenigingen waaronder ook de NLGR hebben het beleidsplan gekregen om mee te denken over de invulling. Tot nu toe zijn er weinig reacties op gekomen. Wij zullen na de bespreking van het concept beleidsplan in de commissie Ruimte op 1 juni 2021 actief aan participanten vragen welke rol ze zouden willen spelen in de uitvoering van het beleid. Op dit moment is de NLGR natuurlijk al betrokken bij diverse projecten en geven ze advies en voeren ze buiten diverse werkzaamheden uit. Zolang de NLGR dat wil, zal dat ook in de toekomst het geval blijven. De NLGR beslist daarin zelf welke vraagstukken ze wel oppakken en welke niet.
2.
Vraag: Kan aan 6.4 op pagina 21 niet beter worden toegevoegd dat bij vervanging van bomen in lanen herplant zoveel mogelijk moet plaatsvinden met de karakteristieke aanplant in de laanstructuur? Dit voorkomt dat één zielige berkenboom wordt geplant in een monumentale eikenlaan zoals bijvoorbeeld in de Tinnegietersweg plaatsvond. Antwoord: Dank u voor uw aanvulling. Wij gaan dit op deze manier verwerken in het bomenbeleidsplan: Indien we de karakteristieke laanstructuur willen behouden moet herplant plaatsvinden met lang levende markante bomen zoals bijvoorbeeld eik of beuk. Lanen met alleen maar eiken planten we niet meer terug in verband met de eikenprocessierups. Wel eiken in combinatie met andere bomen.
3.
OR
Vraag: Dient aan pagina 23 Uitvoeringsfase punt 7.3 niet te worden toegevoegd dat nieuwe aanplant hand in hand moet gaan met de uitvoering van het werk om te voorkomen dat het als sluitpost gaat fungeren? Antwoord: Dank u voor uw aanvulling. Hoofdstuk 7.3 gaat inderdaad vooral over bestaande bomen. Wij zullen hierin ook nieuwe aanplant opnemen.
4.
OR
OR
Vraag: Hoe wordt bij de uitvoering van de Technische en ruimtelijke kaders in 8.3 op pagina 26 een al te stringente toepassing voorkomen van de opgenomen richtlijnen voor bestaande bomen van de 1e grootte. Zoals bekend leidde deze richtlijn bij de kap van bomen in de Veenstraat in Molenschot tot flinke discussies. Antwoord: De Technische en Ruimtelijk kaders beschreven in hoofdstuk 3 gaan primair over het aanplanten van nieuwe bomen. Wij willen nieuwe bomen goede groeiplaatsen meegeven. Bij bestaande bomen gaan we uit van de situatie die er is en kijken we naar de beste oplossing, indien er problemen voor mensen of bomen ontstaan.
OR