CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

agendapunt 8 beantwoording vragen fracties

Raadscommissie Ruimte 29 juni 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake het vaststellen van het bestemmingsplan "N631 spoor Rijen"1.603 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

COMMISSIE RUIMTE OP 29 JUNI 2021 Agendapunt: 8. Raadsvoorstel inzake het vaststellen van het bestemmingsplan ‘N631 spoor Rijen’ Fractie D66

Onderwerp

1.

Vraag: Kunt u aangeven wat de status is van de herbegrenzing NNB? Antwoord: Door het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant moet een herbegrenzingsbesluit worden genomen om het Natuur Netwerk Brabant te herbegrenzen. Dit besluit wordt op dit moment ambtshalve voorbereid door de Provincie. De voorlopige planning van de Provincie is dat dit besluit op 6 juli 2021 wordt genomen. Op 8 juli 2021 stuurt de Provincie dit besluit vervolgens naar ons. De planning gaat uit van bekendmaking van het besluit in het Provinciaal Blad op 9 juli 2021. Vraag: Wat zijn de gevolgen als de provincie de herbegrenzing NNB niet doet? Antwoord: Op grond van de Wet ruimtelijke ordening moet een gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan de provinciale ruimtelijke verordening in acht nemen. Ter plaatse van het Natuur Netwerk Brabant geldt volgens die verordening nu deze regel: ‘Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken.’ Het is duidelijk dat we deze regel nu niet in acht kunnen nemen, omdat ter plaatse van het Natuur Netwerk Brabant de tunnelbak, het tijdelijke werkterrein, de tijdelijke omleidingsweg en het nieuwe tracé van de Broodbaan is gepland.

Als het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant het Natuur Netwerk Brabant ter plaatse niet (tijdig) herbegrensd, zodat daar een andere regel komt te gelden, kan het bestemmingsplan daarom (nu) niet worden vastgesteld. Het is dan (nu) niet mogelijk om de onderdoorgang en rotonde aan te leggen. Vraag: U vraagt een aanvullend krediet voor € 23.000,--. Kunt u aangeven waarvoor dit extra krediet benodigd is? Antwoord: Dit krediet is nodig boven de in 2019 door de raad vastgestelde gemeentelijke bijdrage van € 175.000,-- en wordt veroorzaakt door een overschrijding van de ambtelijke uren die zijn besteed als gevolg van tussentijdse wijzigingen van het ontwerp. Vraag: Het extra krediet komt uit bestemmingsreserve spoorzone. Kunt u aangeven hoe groot deze bestemmingsreserve nog is na uitputting van bovengenoemd bedrag? Antwoord: In de raadsvergadering van december 2019 is een krediet beschikbaar gesteld van € 175.000,-- voor de gemeentelijke bijdrage in de aanleg van de nieuwe rotonde Nassaulaan-N631. Zoals gemeld in de jaarstukken 2020 (zie paragraaf rechtmatigheid) verwachten wij dit krediet te overschrijden met € 23.000,--. In onderdeel E “Effecten 1ste tussentijdse rapportage 2021”’, post 19, van de 1e Turap 2021 is vastgelegd dat we dit aanvullende krediet dekken (de kapitaallasten) vanuit de bestemmingsreserve spoorzone.

De stand van deze reserve bedraagt per 1 januari 2021 € 1.372.711,-- (dit is exclusief stortingen die nog zullen volgen in de periode van 2021 tot en met 2025).

2.

3.

4.

Afdeling

RO

RO

RO

RO

5.

6.

7.

Vraag: Wanneer wordt de bomenplant aan de Broekstraat en aan de Raakeindse Kerkweg ter compensatie gerealiseerd? Antwoord: Aan de Broekstraat vindt compensatie plaats van het Natuur Netwerk Brabant. Uit de provinciale ruimtelijke verordening volgt de verplichting dat de uitvoering van de fysieke natuurcompensatie binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan moet worden afgerond. Het nakomen van deze termijn (door de Provincie) hebben we juridisch verzekerd in artikel 4.4.3 van de regels van het bestemmingsplan. De realisatie vindt plaats binnen de voornoemde termijn.

RO

Aan de Raakeindse Kerkweg vindt compensatie van bomen plaats op grond van de Wet natuurbescherming. Uit deze wet volgt de verplichting dat het herbeplanten van de houtopstand moet plaatsvinden binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand. Het nakomen van deze termijn (door de Provincie) wordt juridisch verzekerd via de Wet natuurbescherming. De gemeente is hierin geen bevoegd gezag. De realisatie vindt plaats binnen de voornoemde termijn. Vraag: Hoe gaan de oversteken voor fietsers en voetgangers in de omgeving van de rotonde vormgegeven worden. Waar worden deze precies aangelegd en wat worden de voorrangsregels hierbij? Antwoord: RO Fietsers krijgen bij de oversteek bij de rotonde voorrang. Voetgangers maken gebruik van de aanwezig fietspaden. Voetgangers kunnen aan de noordzijde van de rotonde ook over de N631 oversteken. Vraag: De verbeelding voor de oversteek ten zuiden van de Nassaulaan is aangepast. Op een later moment bepaalt de provincie welke vorm van oversteek hier komt. Er zijn 2 mogelijkheden aangegeven. Wanneer wordt de definitieve keuze gemaakt? Wie maakt deze keuze? Welke invloed heeft de gemeenteraad bij het bepalen van de definitieve keuze? Antwoord: RO De keuze voor één van beide mogelijkheden wordt gemaakt nadat voor ieder van de mogelijkheden een veiligheidsscan is gemaakt. De keuze wordt door provincie en gemeente gezamenlijk gemaakt.

Dit wordt vervolgens verder in het ontwerpproces uitgewerkt. Vooralsnog biedt het bestemmingsplan de ruimte voor beide mogelijkheden. De gemeenteraad stelt met dit bestemmingsplan de kaders vast voor het te kiezen ontwerp.

PvdA 1.

Vraag: Wie heeft de kosten van het opstellen van het bestemmingsplan voor zijn/haar rekening genomen? Antwoord: In november 2020 hebben we een overeenkomst met de provincie gesloten. Daarin is vastgelegd dat de provincie zich verplicht om onder eigen verantwoordelijkheid en voor eigen rekening en risico een bestemmingsplan op te stellen voor het deel van het project dat niet past in de geldende bestemmingsplannen. In de overeenkomst is ook vastgelegd dat de gemeente Gilze en Rijen zich verplicht – met inachtneming van ieders bevoegdheden - tot uitvoeren van de benodigde ruimtelijke ordeningsprocedures met de daarbij horende inspanningen.

RO

2.

3.

4.

5.

Vraag: Is het wel juist dat het ontwerpbestemmingsplan is gewijzigd naar aanleiding van de binnengekomen reacties. Maar is het niet vanwege de door de provincie gewenste extra uitvoegstrook, een bredere tunnel en een ander fietstracé? Antwoord: Het ontwerpbestemmingsplan is zowel gewijzigd door nieuwe ontwerptechnische keuzes als door ingekomen reacties uit de omgeving. Vraag: Wat is de reden om de voorlopige bestemming te bepalen op 7 jaar en hiervoor niet 5 jaar wordt verkozen? Zijn de voorziene werkzaamheden wellicht pas medio 2028 of 2029 afgerond? Antwoord: De termijn voor een voorlopige bestemming start op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan. Niet op het moment van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, zoals bij veel andere juridische termijnen wel geldt. Nadat deze termijn is ingegaan, volgt nog een aantal procedures/werkzaamheden waarvan de invloed op de planning van het project nog niet volledig vaststaat. Bijvoorbeeld: • eventuele juridische procedures tegen het bestemmingsplan en/of benodigde omgevingsvergunningen; • de aanbestedingsprocedure van de uit te voeren werken; • het afronden van de grondverwerving; • procedure spontane archeologische vondsten of spontane vondst van niet-gesprongen explosieven. In de planning van het project is rekening gehouden met (knelpunten in) bovenstaande procedures/werkzaamheden.

Het is echter niet uit te sluiten dat als gevolg van onvoorziene uitloop één van de drie met ProRail vastgelegde treinvrije periodes niet wordt gehaald. In dat geval moet de planning worden bijgesteld. Om – in het worst-case scenario - te voorkomen dat dan weer opnieuw een planologische procedure moet worden doorlopen voor de tijdelijke omleidingsweg en het tijdelijke werkterrein (omdat de 5-jaarstermijn is verlopen), kiezen we nu voor de zekerheid voor een termijn van 7 jaar voor de voorlopige bestemmingen. Vraag: Wij ontvangen graag het MER beoordelingsbesluit van B&W d.d. 21 april 2012. Antwoord: Het m.e.r.-beoordelingsbesluit en de drie bijbehorende bijlagen zijn bijgevoegd. Vraag: Is het afwijzen van de zienswijze van de Groene Koepel niet te beschouwen als een weinig empathische regelgerichtheid van het college? Antwoord: Uit juridisch oogpunt moeten wij de zienswijze van De Groene Koepel niet-ontvankelijk verklaren. De elektronische weg voor het indienen van zienswijzen stond immers niet open. Een bestendige bestuurlijke praktijk van het in behandeling nemen van elektronisch ingediende zienswijzen, ondanks dat deze weg niet heeft open gestaan, kan leiden tot het oordeel dat de overheid deze weg tóch feitelijk heeft geopend. Het is vervolgens omslachtig om deze weg weer te sluiten.

Het openen van deze weg is op dit moment niet gewenst, omdat we het indienen van zienswijzen via de elektronische weg nog niet hebben gereguleerd. Binnenkort zullen wij u hierover – in zijn algemeenheid – nader informeren. Gegeven het bovenstaande hebben wij De Groene Koepel ter wille willen zijn door voor de inhoudelijke beantwoording van hun zienswijze te verwijzen naar de beantwoording van een andere – nagenoeg gelijkluidende – zienswijze.

RO

RO

RO

RO

Bij die laatstgenoemde beantwoording is uitgebreid ingegaan op de aspecten die ook in de zienswijze van De Groene Koepel zijn opgenomen. Bij het voorgaande betrekken wij ook recente uitspraken van de Raad van State over toegang tot de bestuursrechter. Belanghebbenden kunnen op dit moment toch in beroep bij de bestuursrechter, ook al hebben zij geen (ontvankelijke) zienswijze ingediend. VVD 1.

Vraag: Om die reden is het noodzakelijk dit deel van de N631 binnen de bebouwde kom te brengen. Wie is nu en wordt in de nieuwe situatie verantwoordelijk voor onderhoud en bijbehorende kosten? Antwoord: Wij stellen u nu voor om een besluit te nemen over de grenzen van de ‘bebouwde kom’ als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994. Deze wet regelt niet het beheer en onderhoud van wegen. De verantwoordelijkheden voor het beheer van openbare wegen zijn geregeld in de Wegenwet. Ook in die wet komt de term ‘bebouwde kom’ voor. De wijziging van de grenzen van de ‘bebouwde kom’ als bedoeld in de Wegenwet ligt nu niet voor. Afspraken over beheer en onderhoud, en de verdeling tussen provincie en gemeente, maken we op het moment dat het definitief ontwerp van de weg vastligt. Uitgangspunt is dat iedere wegbeheerder verantwoordelijk blijft voor het beheer en onderhoud van de hem toekomende wegen. Dit houdt in dat de ‘bebouwde kom’ als opgenomen in de Wegenverkeerswet 1994 en de ‘bebouwde kom’ als opgenomen in de Wegenwet niet gelijk hoeven te lopen.

RO

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10330894/1