CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

agendapunt 11d - bijlagen bij beantwoording vragen fracties

Raadscommissie Ruimte 9 maart 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Ter kennisname stukken:7.140 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bedrijventerreinafspraken Regio Hart van Brabant 2020-2024

1. Inleiding, aanleiding en vertrekpunt In de Verordening Ruimte staat dat de regionale afspraken periodiek - op basis van nieuwe behoefteprognoses - moeten worden bijgesteld. De provincie heeft aangegeven dat deze afspraken in 2019 geactualiseerd dienen te worden. Daarvoor heeft zij nieuwe kwantitatieve en kwalitatieve behoefteprognose laten opstellen op basis waarvan de regio met een nieuwe voorstel voor een set afspraken kan komen. De kwantitatieve en kwalitatieve behoefte-onderzoeken zijn in 2018 door STEC Groep uitgevoerd en in december 2018 door GS vastgesteld. a. Afspraken 2016-2020 De regio heeft in september 2016 met elkaar afspraken gemaakt over de ontwikkeling van bedrijventerreinen. In september 2017 zijn deze afspraken aangepast met name op het gebied van grootschalige logistiek. De afspraken 2016/2017 gaan uit van vraaggerichte ontwikkeling en worden breed gedragen in de regio. Dit afsprakenkader vormt het vertrekpunt voor het nieuwe afsprakenkader. b. Afsprakenkader 2020 en verder De provincie heeft alle colleges een brief gestuurd met het verzoek het regionale afsprakenkader bedrijventerreinen te actualiseren. Zij vraagt daarin om een werkwijze met betrekking tot regionale samenwerking, zowel in de afstemming van de ontwikkeling van ruimtelijke plannen voor bedrijventerreinen als bij begeleiding van huisvestingsvraagstukken uit de markt.

Daarnaast ziet de provincie graag een link met maatschappelijke opgaven. Concreet worden daarbij genoemd:    

Regionale Energie en Klimaatstrategie Locaties voor grootschalige mestbewerking Werkwijze met betrekking tot spoor- en watergebonden kavels Prioritering van terreinen op basis van stikstofdepositie en Natura2000 gebieden

Aanvullend heeft de regio aandacht gevraagd voor de ontwikkeling van MKB-terreinen en een voorstel te doen voor de ontwikkeling van een MKB-bedrijvenloket. Dit afsprakenkader is tot stand gekomen door een tweetal bestuurlijke rondes langs de acht regiogemeenten, de gemeenten Haaren en Heusden en de provincie Noord-Brabant. c. Prognose en vraag-aanbod analyse In de prognose c.q. vraag-aanbod analyse onderscheidt de STEC Groep een drietal terreintypen: Functioneel grootschalig, functioneel klein tot middelgroot en stedelijk klein tot middelgroot. Waarbij bij de laatste categorie wordt opgemerkt dat hiervoor niet altijd aanvullend bedrijventerreinontwikkeling noodzakelijk is. Aanvullend constateert de STEC Groep in onze regio een thematisch bedrijventerrein in de vorm van Aeroparc/Haansberg. De regio hanteert in haar afsprakenkader een drietal type bedrijventerreinen: 1. Functioneel grootschalig 2. Functioneel klein tot middelgroot inclusief stedelijk klein tot middelgroot 3. Thematische terreinen

Uit figuur 22 van het STEC rapport blijkt dat er in onze regio zowel op het gebied van functioneel grootschalig als functioneel klein tot middelgroot een tekort is aan hard planaanbod. De vraag is hoe de regio dit geprognosticeerde tekort de komende jaren gaat invullen. Aanvullende vraaggerichte ontwikkeling van terreinen lijkt noodzakelijk. Specifiek voor de ontwikkeling functioneel klein tot middelgroot wordt opgemerkt dat het schaalniveau waarbinnen bedrijven opereren 10 tot 15 kilometer is. Waardoor vraag in de ene gemeente niet kan worden geaccommodeerd in het aanbod van een andere gemeente. Tevens constateert STEC dat er een tekort is aan (zeer) grootschalige kavels, dat er op microniveau een mismatch is tussen vraag en aanbod en er voldoende aandacht moet zijn voor bestaande terreinen. STEC doet hiervoor de volgende aanbevelingen:     

Zorgen voor een goede balans tussen vraag en aanbod; Hanteren van marktconforme grondprijzen voor nieuwe locaties; Goede kwalitatieve afbakening voor nieuwe locaties; Voldoende (regionaal) accountmanagement; Benutten van energie en klimaatdoelstellingen.

2.

Trends en ontwikkelingen a. Regionale Energie en Klimaatstrategie (REKS)

De energietransitie is een cruciaal onderdeel van de klimaatopgave en komt momenteel in een versnelling. Hierbij is om drie redenen een belangrijke rol weggelegd voor bedrijventerreinen als gevolg van drie redenen1: • Naar schatting 60% van het energieverbruik in de Nederlandse economie vindt plaats op bedrijventerreinen. Bedrijventerreinen zijn daarmee grootverbruiker van energie en bieden kansen voor besparing en verduurzaming van gebruik. • Bedrijventerreinen bieden fysieke ruimte en planologische (milieu)ruimte om hernieuwbare energie op te wekken op daarvoor geschikte locaties. Aan de slag gaan met duurzame energieproductie betekent dus aan de slag gaan met bedrijventerreinen. • Bedrijventerreinen fungeren als schakels in nieuwe energienetwerken waar opslag en distributie van hernieuwbare energie plaatsvindt. Het energienetwerk van de toekomst wordt gefaciliteerd door bedrijventerreinen. Bedrijventerreinen en energietransitie zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarnaast vindt ook de transitie naar een circulaire economie op bedrijventerreinen plaats. Logistiek en bewerking (recycling) van materialen vragen om (milieu)ruimte op bedrijventerreinen en om duurzame energie voor verwerkingsprocessen (symbiose).

Kortom, de thema’s bedrijventerreinen, energietransitie en circulaire economie en vormen een samenhangende drie-eenheid in de route naar een duurzame toekomst van Noord-Brabant. De bedrijventerreinenopgave is bij uitstek een opgave met een regionaal karakter. Bij het vormgeven van de regionale afspraken voor bedrijventerreinen kunnen verbindingen gelegd worden met grote maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie en circulaire economie. In opdracht van de provincie Noord-Brabant is in dit kader in februari 2019 een rapport opgesteld door Buck consultants met een aantal aanbevelingen om bedrijventerreinen in Brabant een grotere rol te laten spelen in de energietransitie in Brabant. Uit dit rapport zijn een aantal uitgangspunten gedestilleerd die we opnemen in dit afsprakenkader bedrijventerreinen in de regio Hart van Brabant: 1. Belangrijkste uitgangspunt is dat nieuwe bedrijventerreinen energieneutraal moeten zijn. Energieneutraliteit op bedrijfsniveau is hierbij sowieso vereist. Uitzonderingen op deze regel kunnen bv terreinen zijn met veel procesindustrie (energieintensieve bedrijvigheid). Dus geen (aard)gasaansluitingen meer bij nieuwe bedrijventerreinen, tenzij dit nodig is voor het productieproces. 2.

Als bedrijventerreinen een bijdrage willen leveren aan de energietransitie dan moeten ze daarvoor ook de ruimte krijgen - zowel in fysieke zin (aantal ha) en qua regelruimte

1

Bron: "Brabantse bedrijventerreinen en regionale energietransitie: onlosmakelijk verbonden in de route naar een duurzame toekomst" Buck Consultants International Nijmegen, februari 2019

(bestemmingsplan). Voorbeelden zijn voldoende opslagcapaciteit (batterijen, waterstoftanks) en verdeelstations. 3. Neem energie mee in de criteria voor de locatiekeuze van nieuwe terreinen. Nu wordt daarbij vooral gekeken naar aspecten als mobiliteit (bereikbaarheid), impact op de natuur, ruimtelijke inpassing etc. Wat daarnaast van belang is om te bezien of de locatiekeuze vanuit de energieopgave logisch of niet. Als er bijvoorbeeld een bedrijventerrein een plek in de regio moet krijgen met een grote potentie voor warmtelevering aan een warmtenet, is het logisch om dit terrein nabij woongebied(en) te lokaliseren. 4. Zorgen voor voldoende differentiatie van bedrijventerreinen gerelateerd aan de energieopgave. Het BUCK-rapport onderscheid hierin verschillende soorten nieuwe bedrijventerreinen. Bv logistieke bedrijventerreinen hebben veel potentie voor opwek van hernieuwbare elektriciteit (veel dakoppervlak) , terwijl andere terreinen juist veel potentie kunnen hebben in het kader van levering van duurzame warmte (bv datacenters). Zorg ervoor dat deze type bedrijventerreinen elkaar aanvullen. 5. Praktisch: stel lidmaatschap van een parkmanagementorganisatie verplicht. Dit vormt de basis voor allerlei collectieve aankopen (zoals een lokaal wamtenet of huurcontracten in het kader van zon-op-dak). Bijkomend voordeel voor de gemeente is één aanspreekpunt per terrein.

Binnen de regionale bedrijventerreinafspraken kiezen we er voor om twee voorwaarden toe te voegen:  Energieneutraliteit op bedrijfsniveau is uitgangspunt.  Het dakoppervlak van bedrijfsgebouw wordt, waar mogelijk, beschikbaar gesteld voor de opwek van energie. b. Mestbewerking De provincie Noord-Brabant heeft, in overeenstemming met het bestuursakkoord ‘Beweging in Brabant’ begin 2016 het initiatief genomen voor de ‘Mestdialoog’ om zo te komen tot een nieuw Brabants mestbeleid. Provinciale Staten hebben mede op basis van de uitkomsten van de mestdialoog in juli 2017 het Brabantse mestbeleid vastgesteld. Agrifood Capital en de regio Zuidoost Brabant (ODZOB/MRE) willen vanuit het gemeentelijk perspectief verdere invulling geven aan dit beleid om zo samen met de provincie te komen tot een effectieve aanpak. Dit initiatief komt dus uit de twee regio’s met het grootste mestoverschot. Om tot een provinciebrede aanpak te komen zijn de regio’s West- en Midden-Brabant in het najaar van 2018 aangehaakt. Uitgangspunt is een gedeeld belang van bedrijven en overheden waar het gaat om mestbewerking. Het gaat erom via meer circulariteit verbeteren van bodemkwaliteit, verminderen emissies en risico’s en het verbeteren van het verdienmodel van veehouders.

Dat vergt andere mest en een andere bemestingspraktijk en bewerking van mest is daar, zeker de eerstkomende 10-20 jaar een cruciaal onderdeel in.

Net als in iedere andere economische sector zijn de bedrijven verantwoordelijk voor het opzetten en realiseren van de mestbewerkingsinstallaties. Goede plannen, goede vergunningsaanvragen en goede bedrijfsvoering op geschikte locaties. Ook hebben de bedrijven de verantwoordelijkheid via een dialoog het benodigde draagvlak voor mestbewerking te verwerven en te behouden via regionale dialogen. De rol van gemeenten en provincie is dit te ondersteunen en te faciliteren, binnen de kaders van de relevante wetten en beleidsnota’s. Het zorg dragen van voldoende geschikte locaties is hiervan een belangrijk onderdeel. In 2019 wordt er op provinciaal niveau een plan MER uitgewerkt om te komen tot een gezamenlijk (gemeenten en provincie) locatiebeleid waarover in een van de volgende ontwikkeldagen bestuurlijk afspraken worden gemaakt. Op bedrijventerreinen waar nu al mestbewerking bestemmingsplan-technisch mogelijk is, houden we de mogelijkheid in stand. c. PAS De uitspraken van de Raad van State waarmee het PAS is komen te vervallen hebben in beginsel effect op alle ontwikkelingen die stikstofdepositie veroorzaken in Natura 2000 gebieden. Ook bij bedrijventerreinen is stikstofemissie aan de orde; als gevolg van de realisatie van gebouwen en terreinen, bedrijfsprocessen en/of door de verkeersaantrekkende werking.

In en rond de regio Hart van Brabant zijn diverse Natura 2000-gebieden aanwezig waarop de gewenste bedrijventerreinenontwikkelingen effect kunnen hebben. Enkele bedrijventerreinen waren onder het PAS aangemerkt als prioritair project. Van deze status kan nu geen gebruik meer worden gemaakt. De ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen in de regio is onzeker als gevolg van stikstofproblematiek. Het is van belang om hier in het kader van de bedrijventerreinenafspraken rekening mee te houden. Gelet op de huidige status van wet- en regelgeving zal per te ontwikkelen bedrijventerrein beoordeeld moeten worden in hoeverre er sprake is van negatieve effecten op Natura 2000 gebieden en, indien daarvan sprake is, of er mogelijkheden zijn om deze te mitigeren. Daarbij kan nu o.a. worden gedacht aan salderen (in- of extern), het treffen van planmaatregelen of het doorlopen van een ADC-toets. d. Arbeidsmigranten Arbeidsmigranten dragen onmiskenbaar bij aan de (groeiende) economie in de regio Hart van Brabant. Zij zijn daarvoor inmiddels onmisbaar geworden. Dat vergt een voortdurende afstemming tussen werkgelegenheid en wonen (kwantiteit en kwaliteit van de huisvesting). De regio heeft daarom september 2017 afspraken gemaakt over de huisvesting van arbeidsmigranten.

In de tabel op volgende pagina staat weergegeven wat de huisvestingsopgave is voor de periode 2016-2020 en de verwachte opgave voor de periode 2020-2025.

Gemeente

Dongen Gilze en Rijen Goirle Heusden Hilvarenbeek Loon op Zand Oisterwijk Tilburg Waalwijk

%MOElanders t.o.v. regio 4% 2% 2% 10% 1% 4% 2% 61% 15%

Periode 2016-2020 Kort verblijf Tijdelijk Verblijf

Periode 2020-2025 Kort verblijf Tijdelijk Verblijf

84-116 42-58 42-58 210-290 21-28 84-116 42-58 1281-1769 315-435

52-72 26-36 26-36 130-180 13-18 52-72 26-36 793-1098 195-270

64-92 32-46 32-46 160-230 16-23 64-92 32-46 976-1403 240-345

40-52 20-26 20-26 100-130 10-13 40-52 20-26 610-793 150-195

Besluit POHO Fysiek 28 juni 2018 o.b.v. vastgesteld rapport Companen in POHO ROV 21-9-2017 Uitgangspunt is hierbij dat gemeenten niet zelf verantwoordelijk zijn voor de huisvesting, maar wel de voorwaarden creëren waaronder werkgevers en huisvesters hun rol kunnen oppakken. Tevens is geconstateerd dat het vestigen van nieuwe bedrijven die veel arbeidsmigranten inzetten niet langer wenselijk is zonder dat daarvoor ook de bijbehorende kwalitatieve huisvesting gerealiseerd wordt. Om vraag te accommoderen waarbij de inzet van veel arbeidsmigranten noodzakelijk is, dient ook de bijbehorende huisvesting gerealiseerd te worden. e. Strategische Meerjarenagenda en Regiodeal Makes & Moves De regio Hart van Brabant heeft in 2019 haar Strategische Meerjarenagenda vastgesteld. Hart van Brabant wil daarbij uitblinken in duurzame ontwikkeling. Onze missie is dat wij economische, ecologische en sociale groei combineren. In het kloppend hart van Brabant is duurzame groei door innovatie en ondernemen de standaard. Een van de manieren om invulling te geven aan onze missie is de Regiodeal Makes en Moves (samen met West-Brabant). Onze gezamenlijke ambitie is een belangrijke speler te worden in verantwoorde productie en distributie, gedragen door het brede midden-en kleinbedrijf. De Regiodeal doet daarbij geen specifiek beroep op het beschikbaar stellen van bedrijventerreinen.

3.

Vraaggericht ontwikkelen a. Vraaggericht ontwikkelen

De regio Hart van Brabant ontwikkelt sinds 2016 zijn bedrijventerreinen vraaggericht. Vraaggericht ontwikkelen houdt in dat er alleen wordt ontwikkelt bij een concrete vraag van een bedrijf. Dit vereist een andere manier van werken en denken dan aanbodgericht ontwikkelen van zowel de overheden als ondernemers. Aanbodgericht ontwikkelen van bedrijventerrein gaat uit van de ontwikkelingen van een bedrijventerreinen op basis van een toekomstige uitbreidingsvraag van bedrijven voor 10 jaar. Deze uitbreidingsvraag wordt aan de hand van prognoses bepaald. Deze manier van ontwikkelen heeft geleid tot een programmatische overaanbod aan bedrijventerreinen in de regio. Door bedrijventerreinen vraaggericht te ontwikkelen kan er geen programmatische overaanbod meer ontstaan. De regio Hart van Brabant zit in een overgangsfase. Een groot aantal bedrijventerreinen zijn voor 2016 aanbodgericht ontwikkeld en hebben nog een harde planvoorraad voor het huisvesten van meerdere bedrijven. Als een bedrijf met een concrete vraag niet gehuisvest kan worden in de bestaande harde planvoorraad dan wordt deze vraaggericht ontwikkeld. Het vraaggericht ontwikkelen vergt een grotere inspanning van gemeente in tijd en geld dan aanbodgerichte ontwikkelen.

Bij vraaggericht ontwikkelingen wordt er per vraag of gebundelde vragen een ruimtelijke procedure doorlopen, waardoor er geen rechtszekerheid aan bedrijven geboden kan worden. Voor gemeenten vinden investeringen in plannen en onderzoeken verspreid in de tijd plaats, maar zijn eventuele inkomsten uit grondverkoop minder ongewis. Dit, in tegenstelling tot aanbodgericht ontwikkelen. Hiervoor geldt dat gemeenten alle onderzoeken en investeringen voor het gehele te ontwikkelen plangebied gedaan moeten worden bij het opstellen van het ruimtelijke plan, waarbij de eventuele inkomsten uit uitgifte nog ongewis zijn. Bij een vastgesteld bestemmingsplan is de rechtszekerheid voor bedrijven geborgd. b. Vraaggericht ontwikkelen in relatie tot de bestaande voorraad We ontwikkelen pas bij concrete vragen van concrete bedrijven. Vanzelfsprekend kijken we eerst, samen met de initiatiefnemer, of die vraag niet net zo goed op een bestaand of bouwrijp bedrijventerrein kan worden geaccommodeerd. Dit is conform de ladder voor duurzame verstedelijking. Pas als dat niet kan gaan we over tot ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein, maar alleen voor die bedrijven die ook echt gaan bouwen. Het huidige aanbod van (bouwrijpe) bedrijventerreinen zetten we optimaal in. Dit houdt dus ook in dat we bestaande bedrijventerreinen herstructureren om de concrete vraag te laten landen.

De ontwikkeling van nieuwe terreinen kan bijdragen aan de herstructurering van bestaande terreinen. Voordat we overwegen een nieuwe bedrijfslocatie te creëren garanderen wij dat deze niet concurreert met bouwrijpe en bestaande bedrijventerreinen. Maar de bouwrijpe bedrijventerreinen mogen ook geen blokkade vormen voor het accommoderen van vraag die daar niet past, bijvoorbeeld vanwege de schaalgrootte van een bedrijf, de verwachte milieubelasting, de gevraagde ontsluiting of de sterke lokale binding van een te vestigen of verhuizen bedrijf. Als een gemeente geen oplossing kan vinden in het bestaande lokale en regionale aanbod mag deze gemeente ruimte creëren voor lokaal gevestigde bedrijven: Het gaat dan primair om reeds ter plaatse gevestigde bedrijven, of bedrijven die aantoonbaar een belang hebben bij vestiging in de betreffende gemeente. Doet zich een concrete vraag voor uitbreiding/vestiging van zo’n bedrijf voor, dan mag de gemeente ten behoeve van die vraag haar bedrijventerreinareaal uitbreiden.

c.

Vraaggericht ontwikkelen en tijdig leveren

Tijdig leveren met een minimum aan bouwrijpe gronden/harde plancapaciteit: Ondanks het feit dat we op voorhand geen grote oppervlakten bouwrijpe hectares meer ontwikkelen vinden we het noodzakelijk dat we snel kunnen leveren aan bedrijven als die concrete vraag er ligt. Het gaat ons om het tijdig kunnen inspelen op de vraag van het bedrijfsleven. Dit vraagt om anders organiseren. Hoewel het met de huidige wet- en regelgeving moeilijk haalbaar is blijft ons streven om binnen een jaar na het tekenen van de intentieovereenkomst een omgevingsvergunning te verstrekken. We vinden het daarbij belangrijk om diep, rond en breed te kijken en zo mogelijk verbinding te zoeken met maatschappelijke opgaven. Via maatwerk kunnen gemeenten en provincie gezamenlijk bepalen of de ontwikkeling aanleiding kan zijn om aansluitend (kwaliteits)oplossingen voor gebleken behoeften of kansen te realiseren. d. Vraaggericht ontwikkelen en grootschalige logistiek In haar handreiking geeft de provincie aan dat “alle terreinen op ‘groen’2 mogen die kwalitatief en kwantitatief passen in het scenario ‘laag’ (Bron: Prognose bedrijventerreinen en kantoren NoordBrabant, STEC-rapport, 30 november 2018). Deze terreinen maken al deel uit van het ‘harde planaanbod’ en zo niet, dient dit zo snel mogelijk geregeld te worden”.

Als regio kiezen we voor de grootschalige functionele (logistieke) vraag voor een andere werkwijze. We kiezen ervoor om de set afspraken uit september 2017 te continueren. Volgens het lage scenario is er in het segment vraag naar 139 ha. De terreinen die hiervoor in beeld zijn (Haven, Wijkevoort en mogelijk Zwaluwenbunders) zijn bekend. Met uitzondering van 30 ha Wijkevoort, waarvoor eerder al is afgesproken dat een bestemmingsplan mag worden opgesteld zonder concrete initiatiefnemer, worden deze terreinen specifiek voor een bekende eindgebruiker ontwikkeld. Als regio kiezen we bewust voor specifieke locaties voor grootschalige functionele bedrijven om clustering te bevorderen en om versnipperde verdozing van het landschap tegen te gaan. Wijkevoort is een nieuw te realiseren “werklandschap”, waarbij inpassing in het landschap een belangrijke randvoorwaarde is. De gemeenten Tilburg en Waalwijk continueren het afstemmingsoverleg voor grootschalige logistieke vragen. Dit doen we zowel regionaal als bovenregionaal. Om terrein voor een eindgebruiker van ‘oranje’ naar ‘groen’ te zetten is afstemming in het POHO Fysiek van de regio noodzakelijk. e. Vraaggericht ontwikkelen en MKB-terreinen Als het gaat om de MKB-terreinen (functioneel klein tot middelgroot) blijven de terreinen waar reeds een vastgesteld bestemmingsplan voor is opgesteld op groen staan.

Zoals al eerder opgemerkt geldt voor de ontwikkeling functioneel klein tot middelgroot dat het schaalniveau waarbinnen bedrijven opereren 10 tot 15 kilometer is. Waardoor vraag in de ene gemeente niet kan worden geaccommodeerd in het aanbod van een andere gemeente. Lokaal maatwerk blijft daarom mogelijk. Hiermee komt het totale aanbod beschikbaar voor MKB-terreinen of functioneel klein tot middelgroot uit boven het lage scenario (35 ha), maar blijft dit onder het middenscenario (75 ha).

Groene terreinen zijn terreinen waarvoor reeds een bestemmingsplan is opgesteld of waarvoor een bestemmingsplan, gebaseerd op onderbouwde vraag, mag worden opgesteld. 2

4.

Werkwijze en afspraken

Net als in het afsprakenkader 2016-2020 wordt gewerkt met het ‘stoplichtenmodel’. In deze afspraken werken we met terreinen die op ‘groen’ staan (vraaggericht nu) en ‘oranje’ (vraaggericht toekomst). Groene terreinen zijn terreinen waarvoor reeds een bestemmingsplan is opgesteld of waarvoor een bestemmingsplan, gebaseerd op onderbouwde vraag, mag worden opgesteld. Oranje terreinen zijn terreinen die in beeld zijn om toekomstige vraag te accommoderen. Hieraan kunnen geen planologische-juridische consequenties worden ontleend. Een overzicht van zowel de groene als oranje terreinen is terug te vinden in hoofdstuk 5. Hieronder beschrijven we de stappen bij de verschillende soorten vragen, een overzicht van het stappenplan is toegevoegd op pagina 11. a. Concrete vraag, accommodatie in bestaande voorraad Op het moment dat een eindgebruiker met een concrete vraag zich meldt bij een gemeente zijn er een aantal stappen te nemen en een aantal opties voor de vervolgprocedure. Allereerst wordt bekeken of de vraag geaccommodeerd kan worden in de bestaande voorraad (bestaand of bouwrijp bedrijventerrein). Hierbij vinden we het belangrijk dat lokale bedrijven die willen uitbreiden en/of lokaal willen verplaatsen, lokaal gevestigd blijven.

Als dit leidt tot uitgifte van een kavel met een vastgesteld of vast te stellen bestemmingsplan (groene terreinen in het overzicht) wordt deze uitgifte gemeld in de werkgroep werken. Als de vraag in desbetreffende gemeente niet geaccommodeerd kan worden in de bestaande voorraad dan wordt de vraag gedeeld in het regio-loket. Het regio-loket bestaat uit alle bedrijfscontactfunctionarissen uit de regio. De procesmanager werklocaties van de provincie NoordBrabant wordt hierbij geïnformeerd. Het regio-loket informeert periodiek de werkgroep werken over de laatste stand van zaken. Als dit leidt tot huisvesting van desbetreffende vraag in de bestaande voorraad van een andere gemeente vindt er warme overdracht plaats en indien er sprake is van uitgifte van een kavel wordt dit door de ontvangende gemeente gemeld in de werkgroep werken. Jaarlijks worden de mutaties verwerkt in IBIS. b. Concrete vraag, accommodatie op oranje terrein Als er voor de eindgebruiker met een concrete vraag geen mogelijkheden zijn om zich te huisvesten in de bestaande voorraad in de regio wordt gekeken of er mogelijkheden zijn om de huisvesting mogelijk te maken op zogenoemde oranje terreinen. Oranje terreinen zijn terreinen die gemeenten in beeld hebben om toekomstige vraag te accommoderen. Deze concrete vraag wordt besproken in de combi werkgroep werken en RO in de regio.

Indien het voorstel op de algehele instemming kan rekenen van beide werkgroepen en daarmee alle regiogemeenten en provincie wordt deze voorgelegd aan het POHO Fysiek ter instemming. Als POHO Fysiek unaniem instemt met het voorstel, dan kan de bestemmingsplanprocedure voor het realiseren van het voorstel worden opgestart.

Indien er binnen de werkgroep werken en RO geen algehele instemming is of deze concrete vraag passend is wordt voor deze casus een projectgroep ingericht bestaande uit een mix van leden uit de verschillende werkgroepen. Zij bekijken vervolgens wat nodig is om tot een beoordeling te komen die kan worden voorgelegd aan het POHO Fysiek. Hierbij valt te denken aan het organiseren van omgevingstafels, inhuren van externe expertise, inzetten van een bemiddelaar. We accepteren hierbij dat complexe vraagstukken meer tijd kosten dan aanvragen die direct passend zijn binnen het kader. Het voorstel inclusief het advies wordt ter instemming voorgelegd aan het POHO Fysiek. Indien dit leidt tot een unanieme instemming kan voor desbetreffend (deel van het ) bedrijventerrein een bestemmingsplanprocedure worden opgestart. Indien dit niet leidt tot unanieme instemming in het POHO Fysiek dient de gemeente waar de eindgebruiker zich gemeld heeft met een aangepast voorstel te komen. Dit voorstel volgt dan de gebruikelijke procedure en wordt beschouwd als een nieuwe concrete vraag. c.

Concrete vraag, accommodatie op nieuw terrein Als een eindgebruiker een concrete vraag heeft en daarbij niet kan worden gehuisvest op één van de terreinen die in onze regio in beeld zijn voor bedrijventerreinontwikkelingen geldt dat voor desbetreffende locatie allereerst desbetreffende gemeente een uitspraak doet over de wenselijkheid van de ontwikkeling van bedrijventerrein op deze locatie. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een structuurvisie, gebiedsvisie of omgevingsvisie. Indien een gemeente concludeert dat deze locatie geschikt (te maken) is voor de ontwikkeling van bedrijventerrein dan kan deze locatie worden toegevoegd aan de oranje terreinen. Voor de concrete vraag van de eindgebruiker geldt dan het proces zoals beschreven onder b. d. Voorwaarden vraaggericht ontwikkelen Indien er geen oplossing gevonden kan worden in de bestaande voorraad, dient aangetoond te worden dat er wordt voldaan aan een vraaggerichte ontwikkeling. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: 1. Een bekende eindgebruiker of een intermediair met een bekende eindgebruiker; 2. Die bereid is om een intentieovereenkomst te tekenen voor een locatie tegen de daar geldende marktprijzen; 3. Aantoonbaar kan maken dat hij voor de aankoop van de grond en voor het te realiseren bedrijfsgebouw de benodigde financiering heeft of kan krijgen; 4.

Waarbij als enige ontbindende voorwaarde geldt het binnen het vooraf afgesproken tijdpad beschikbaar komen van de locatie (op basis van proceduretijden zoals gebruikelijk voor de planningsfase van de locatie); 5. En waarvoor bij aanvang duidelijk is dat redelijkerwijs niet op bestaande bedrijventerreinen of bouwrijpe gronden ruimte geschikt is;

6. Bij de grondaankoop (of wijziging bestemmingsplan als ruimtevragende partij in eigen beheer en op eigen risico ontwikkelt) borgen bedrijf en gemeente aan de voorkant dat na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning binnen een vooraf te bepalen periode de ontwikkeling is gerealiseerd. Indien dat niet gebeurd is, dan heeft de gemeente een recht van terugkoop of wordt de bedrijfsbestemming weer omgezet naar de oorspronkelijke bestemming, waarbij het recht op planschade komt te vervallen. Daarnaast vraagt de regio een extra inspanning op het gebied van duurzaamheid en indien de inzet van arbeidsmigranten benodigd is dat eindgebruiker aantoonbaar kan voorzien in de huisvesting van deze arbeidsmigranten. 7. Energieneutraliteit op bedrijfsniveau is uitgangspunt. 8. Het dakoppervlak van bedrijfsgebouw wordt, waar mogelijk, beschikbaar gesteld voor de opwek van energie. 9. In het geval van inzet van arbeidsmigranten is aantoonbaar voorzien in adequate huisvesting

Stappenplan huisvesting- en programmeringsvragen Regio Hart van Brabant

5. Overzicht terreinen / Overzichtskaart, stand 1-1-2020 gebaseerd op IBIS 1-1-2019 Grootschalige functioneel in beeld voor vraaggerichte ontwikkeling Gemeente Werklocatie Nog uitgeefbaar Tilburg Wijkevoort fase 1 30 Waalwijk Afbouw Haven 1 t/m 6 8,3 Waalwijk Haven 8 Oost 10 Tilburg Wijkevoort fase 2 50 Tilburg Zwaluwenbunders 25 Waalwijk Haven 8 Oost 25 Waalwijk Haven 8 Oost fase 2 35 Kleinschalig functionele en stedelijke terreinen in beeld voor vraaggerichte ontwikkeling Gemeente Werklocatie Nog uitgeefbaar Dongen Tichelrijt Zuid 0,8 Dongen Tichelrijt II 2,7 Dongen Tichelrijt III 12 Goirle Tijvoort Uitbreiding 2,3 Gilze en Rijen Paarse strook 1,4 Gilze en Rijen Midden-Brabant Poort 7,9 Gilze en Rijen Midden-Brabant Poort 7 Gilze en Rijen Nerhoven 4 Gilze en Rijen Haansberg uitbreiding 4 Hilvarenbeek Mierbeek 0,5 Hilvarenbeek Mierbeek-noord 2,4 2,7 Hilvarenbeek Slibbroek-Noord Loon op Zand Bedrijvenpark Kaatsheuvel deel 2 4 Loon op Zand Bedrijvenpark Kaatsheuvel fase 3 6 Oisterwijk Kerkhoven 1,9 Oisterwijk Uitbreiding de Sonman 4 Oisterwijk Bedrijfsweg 6 Tilburg Bedrijvenpark Enschot 4,8 Tilburg Katsbogten 2,5 Tilburg Loven 2,5 Tilburg Rhijnkant Uitbreiding 0,4 Tilburg Tradepark 58 6,8 Tilburg Uitbreiding Kreitenmolen 2,5 Tilburg Vossenberg 2,8 Tilburg Vossenberg West I 3,3 Tilburg Dalem Stadsrand Zuid 2,4 Waalwijk Eerste Zeine 1,4 Waalwijk Laag Einde 0,4 Waalwijk Haven 7

5,2 Waalwijk Maasoever-Scharlo 8

Themagerelateerde terreinen Dongen De Wildert uitbreiding (C2C) Gilze en Rijen Haansberg (Aeroparc) Hilvarenbeek Ambrosiusweg (circulaire economie) Waalwijk Insteekhaven (water) Waalwijk Kerkvaartsche Haven (water)

12 4,1 11 12 11

*Groene terreinen zijn terreinen waarvoor reeds een bestemmingsplan is opgesteld of waarvoor een bestemmingsplan, gebaseerd op onderbouwde vraag, mag worden opgesteld **Oranje terreinen zijn terreinen die gemeenten in beeld hebben om toekomstige vraag te accommoderen. Hieraan kunnen geen planologische-juridische consequenties worden ontleend. Een overzicht van alle terreinen is te vinden op: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/MonitorWerklocatiesEconomie

Regio Hart van Brabant

Poho FYSIEK _______________________________________________________________________________________________________________________________ verslag van de vergadering van 3 december 2020 digitaal (Microsoft TEAMS) Aanwezig: Wethouders Franssen (Voorzitter), Swaans en Poos (Goirle), De Vries, Jacobs, Dusschooten (Tilburg), Van de Loo en Van den Moosdijk (Hilvarenbeek), Ten Brink (Oisterwijk), Daandels en Bakker (Waalwijk), Van Boxtel en Lepolder (Dongen), Bruijniks en Van Wel(Loon op Zand), Zwarts, Diepstraten, Vermorken en van der Veen (Gilze en Rijen), mw. Franssen (Brabantse Delta), de heer Lokin (De Dommel), gedeputeerde E. Ronnes. Besluitenlijst Nr. B20201203-01 B20201203-02 B20201203-03

B20201203-04

Onderwerp

Besluit

Opening en mededelingen Het verslag en de besluitenlijst van poho Fysiek van 1 oktober 2020 vast te stellen. Verslag en besluitenlijst vergadering d.d. 1-10-2020 Ingekomen stukken Kennis te nemen van de ingekomen stukken. a. Inhoudsopgave definitief REKS-bod b. Stoplichtrapportage projecten P en C a. Kennis te nemen van het spoorboekje en de plannen van de P&C 2021 a. Spoorboekje planning b. Kennis te nemen van het budgetoverzicht L&M P en C 2021 c. In te stemmen het overhevelingsvoorstel: b. Budgetoverzichten 1. Restant budget van het project Natuurbod, ad € 11.703,- over te hevelen. Restant Leefomgeving en budget van het project LDD & Schil, ad € 21.750,- over te hevelen. Milieu 2. Restant budget van het stuurgroep NP LDD, ad € 32.751,- over te hevelen. c. Adviesnota 3. € 25.000 van het restant budget van de regionale programmeringsafspraken over te overhevelingsvoorstell hevelen. en cq d. De voorzet voor de kaderbrief meegeven aan het AB voor de Kaderbrief 2021 resultaatbestemminge n

1

B20201203-05

B20201203-06 B20201203-07 B20201203-08

B20201203-09

B20201203-10

B20201203-11

d. Input kaderbrief 2022 Regionale afstemming bedrijventerrein Wijkevoort

Regionale afstemming proeftuin Goirle Stand van zaken Regionale Omgevingsagenda HvB Voortgang Verstedelijkingsakkoord stedelijke regio Breda-Tilburg

Concept agenda bestuurlijke Ontwikkeldag Mobiliteit en Ruimte 16-12-2020 Deelname aan pilot programma REKS en Omgevingswet Visie verblijfsaccommodatiemarkt HvB

1. Akkoord gaan met het ontwikkelen van fase 1 Wijkevoort voor maximaal 38,3 hectare, exclusief 6,3 hectare retentiegebied. 2. Akkoord gaan met de opgenomen mogelijkheid om in het zuidwestelijke veld (veld 2) bedrijven te faciliteren die aan het profiel van Wijkevoort voldoen en passen binnen het functioneel grootschalige segment van 2-5 hectare. 1. Akkoord te gaan met de transformatie van de manegelocatie op het bedrijventerrein Tijvoort naar 2,3 ha bedrijventerrein . Kennis te nemen van de stand van zaken Omgevingsagenda Hart van Brabant.

1. Wenselijkheid uitspreken van een intentieverklaring, als uitkomst van de bestuurlijke bijeenkomst voor het Verstedelijkingsakkoord stedelijke regio Breda-Tilburg op 18 december. 2. Kennis nemen van bestuurlijke kopgroep Stedelijke regio Breda-Tilburg. Vanuit HvB nemen daarin zitting de wethouders Daandels (Waalwijk), Diepstraten (Gilze en Rijen – vanuit opdrachtgeverschap Omgevingsagenda) en De Vries (Tilburg). Oosterhout en Breda vaardigen ook wethouders af. 1. Kennis nemen van de concept-agenda en eventueel becommentariëren. 2. Eerste gedachtewisseling over de regionale inbreng. In te stemmen met het uitvoeren van een pilot voor het verbinden van de REKS Hart van Brabant aan de Omgevingswet door middel van het opstellen van een handreiking voor een programma. 1. Kennis te nemen van de concept Visie verblijfsaccommodatiemarkt en op basis van dit concept de regionale (leisure)partners te consulteren. 2. De ambtelijke werkgroep opdracht te geven om in de komende maanden een voorstel uit te werken voor de regionale afstemming van initiatieven voor verblijfsaccommodaties. 3. Tijdens de Hart van Brabantdag van 10 maart 2021 het definitieve concept van de visie en een afsprakenkader voor de regionale afstemming voor te leggen ter vaststelling.

2

Nr. 1

2

3

Agendapunt

Besluit

Opening en mededelingen De voorzitter heet iedereen van harte welkom. Omdat mw. H. van Aart en de heer E. Ronnes alleen in het begin van het overleg aanwezig kunnen zijn, stelt zij voor om de agendapunten 4 t/t 7 als eerste te behandelen. De vergadering gaat hiermee akkoord. Het verslag en besluitenlijst van de vergadering van 1 oktober 2020 vast te Verslag en besluitenlijst vergadering d.d. 1-10-2020 stellen. Schriftelijke opmerking , door wethouderVan de Loo ingebracht, wordt aan verslag toegevoegd.

Ingekomen stukken a. Inhoudsopgave definitief REKS-bod b. Stoplichtrapportage projecten

Kennis te nemen van de ingekomen stukken.

Mw. Fransen geeft complimenten voor de inhoud van het REKS-Bod. De stoplichtrapportage zat niet bij de stukken maar zal bij verslag gevoegd worden. In principe is de voortgang van alle projecten prima. Alleen de projecten gebiedsvisie De Baars ( kostendiscussie met provincie en waterschap) en de ROA (personeelswisseling) lopen achter op schema. 4

P en C a. Spoorboekje planning P en C 2021 b. Budgetoverzichten Leefomgeving en Milieu c. Adviesnota overhevelingsvoorstellen cq resultaatbestemmingen d. Input kaderbrief 2022

a. Kennis te nemen van het spoorboekje en de plannen van de P&C 2021 b. Kennis te nemen van het budgetoverzicht L&M c. In te stemmen het overhevelingsvoorstel: 1. Restant budget van het project Natuurbod, ad € 11.703,- over te hevelen. Restant budget van het project LDD & Schil, ad € 21.750,- over te hevelen. 2. Restant budget van het stuurgroep NP LDD, ad € 32.751,- over te hevelen. 3. € 25.000 van het restant budget van de regionale programmeringsafspraken over te hevelen. d. De voorzet voor de kaderbrief meegeven aan het AB voor de Kaderbrief 2021

3

Wethouders Ten Brink en Bakker vragen zich af of het reëel om de voorgestelde budgetten over te hevelen en pleiten voor terughoudendheid bij overhevelen. Hiervoor moet eerst het gesprek over de besteding ervan plaatsvinden. Het verdient aandacht om toe te lichten waarom budget over is, zeker omdat de inwonerbijdrage elk jaar weer in de verschillende gemeenteraden ter discussie staat. Wethouders Lepolder en Dusschooten sluiten zich hier bij aan. Wethouder Bruiniks licht toe dat de overheveling voor de REKS te maken heeft met middelen die de regio van Rijkswege heeft gekregen. Dit betreft feitelijk een reservering. Hij steunt de lijn om nogmaals te kijken waar we het geld aan willen uitgeven. Wethouder Swaans begrijpt de opmerkingen, maar is van mening dat wanneer de klus niet afgemaakt is, het geld toch overgeheveld zou moeten worden. Wethouder De Vries vindt dit ook de goede toon richting AB en benadrukt dat het geld voor de REKS overgeheveld zou moeten worden. Voor het budget van de Loonse en Drunense Duinen is de verklaring te vinden in het feit dat agrariërs en provincie niet meer bij elkaar aan tafel wilden zitten en hiermee het proces vertraagd is. Voor 2021 staat geen budget dus is overhevelen de enige optie. De heer Latijnhouwers licht toe dat in het voorstel maar voor drie punten wordt voorgesteld over te hevelen. Andere overschotten niet.

De denklijn wordt in overweging gegeven aan het AB. Met deze toevoeging wordt ingestemd met het voorstel.

6

Burgemeester van Aart licht de nieuwe systematiek P&C toe. De achterliggende gedacht is om meer relatie te leggen met de zaken waar het geld naar toe gaat, waarbij de ambities uit de SMA voor komende jaren leidend zijn. Wat doen we en hoe verhoudt geld zich met de inhoud. Stukken P&C zouden wat minder lijvige stukken moeten zijn en duidelijker moeten maken wat er nou feitelijk met de inwonersbijdrage gebeurd. Het poho gaat akkoord met het voorstel. Regionale afstemming bedrijventerrein Wijkevoort 1. Akkoord gaan met het ontwikkelen van fase 1 Wijkevoort voor

maximaal 38,3 hectare, exclusief 6,3 hectare retentiegebied. 2. Akkoord gaan met de opgenomen mogelijkheid om in het zuidwestelijke veld (veld 2) bedrijven te faciliteren die aan het profiel van Wijkevoort voldoen en passen binnen het functioneel grootschalige segment van 2-5 hectare. Wethouder de Vries geeft aan dat de fase 1 van Wijkevoort in de bedrijventerreinafspraken al op groen stond. Nu is er in de planontwikkeling wat gewijzigd. In de eerste plaats is een deel van fase 2 betrokken bij fase 1 en er komt ruimte voor bedrijven in een tussencategorie die er eerder niet was. Wethouder Bruijniks heeft voor zowel Proeftuin Goirle als Wijkevoort de opmerking dat in de bedrijventerreinafspraken 7 stappen zijn benoemd die bij afstemming doorlopen zouden moeten worden. Bij beide plannen missen de stappen over de infrastructurele voorzieningen, de vraagaanbod analyse en missen de vraagstukken over arbeidsmigranten (wat vooral voor Wijkevoort relevant is). Ten aanzien van de arbeidsmigranten vertelt wethouder de Vries dat het regelen van huisvesten van werknemers in de uitgiftevoorwaarden voor de grond komt te staan.

4

Mw. Franssen vraagt aan wethouder de Vries een toelichting op de landschappelijke inpassing. Er mag erg hoog gebouwd worden. Wethouder de Vries licht toe dat nu wordt onderzocht hoe het ingepast kan worden. Daarnaast zit er een grote wateropgave in het plan die in overleg met het waterschap is ingevuld. Wethouder Van Morken geeft aan dat Gilze en Rijen kan instemmen, maar merkt daarbij op dat het een gevoelig onderwerp is en er dus waarschijnlijk wel een zienswijze van de gemeenteraad komt. Gedeputeerde Ronnes licht toe dat provincie positief is over beide beslispunten en geeft complimenten voor de aandacht die er wordt geschonken aan de landschappelijke inpassing. Hij hoopt dat dit aspect in communicatie naar buiten nadrukkelijk aandacht krijgt. Gedeputeerde wil graag verder praten over het vraaggericht ontwikkelen en hoe we dat zouden moeten doen. Graag los van deze casus. Hij vraagt zich in dit kader af hoe het staat met het regionaal loket voor MKB-terreinen. Beide onderwerpen komen volgende keer op de agenda. Wethouder Bruijniks begrijpt alle overwegingen, maar blijft pleiten om alle afspraken die we afgelopen jaren hebben afgesproken (de 7 stappen) gewoon te volgen. Met name als het gaat om infrastructurele vragen of bijvoorbeeld Stikstof, we hebben dit niet voor niets afgesproken.

Ook de infrastructurele gevolgen moeten worden meegenomen, bijvoorbeeld in relatie logistiek / recreatie. Wethouder de Vries geeft aan dat deze onderwerpen aan de orde zijn geweest, maar dat het misschien expliciet benoemd had kunnen worden. De vergadering stemt in met het voorstel. 7

Regionale afstemming proeftuin Goirle

Akkoord te gaan met de transformatie van de manegelocatie op het bedrijventerrein Tijvoort naar 2,3 ha bedrijventerrein.

Gedeputeerde Ronnes merkt naar aanleiding van het gesprek over het vorige agendapunt op, dat er nog wat aspecten zijn voor de afstemming waar de regio het over moet hebben. Hij meldt dat de provincie kan instemmen met het manege deel, maar wil gemeld hebben dat dit niet betekent dat de provincie hiermee ook al instemt met ontwikkelingen aan de overzijde van het perceel. Wethouders Bruijniks vraagt nogmaals aandacht voor de stappen die volgens de bedrijventerreinafspraken gezet zouden moeten worden. De vergadering stemt in met het voorstel. B2020120307

Stand van zaken Regionale Omgevingsagenda HvB

Kennis te nemen van de stand van zaken Omgevingsagenda Hart van Brabant

Wethouder Diepstraten licht toe dat er wegens vertrek van de projectleider vertraging is opgetreden, maar nu is alles inmiddels opgestart. Het bureau is geselecteerd, de verschillende werkgroepen zijn aangehaakt en er is een projectgroep gestart. Komende weken worden alle gemeenten geïnterviewd. Dus het plan loopt nu prima. Op dit moment zijn hierover geen vragen. B2020120308

Voortgang Verstedelijkingsakkoord stedelijke regio BredaTilburg

1. Wenselijkheid uitspreken van een intentieverklaring, als uitkomst van de bestuurlijke bijeenkomst voor het Verstedelijkingsakkoord stedelijke regio Breda-Tilburg op 18 december.

5

2. Kennis nemen van bestuurlijke kopgroep Stedelijke regio Breda-

Tilburg. Vanuit HvB nemen daarin zitting de wethouders Daandels (Waalwijk), Diepstraten (Gilze en Rijen – vanuit opdrachtgeverschap Omgevingsagenda) en De Vries (Tilburg). Oosterhout en Breda vaardigen ook wethouders af. Wethouder De Vries benadrukt dat het wel verstedelijkingsakkoord heet, maar gaat over de ambities voor de hele regio én de regio Baronie. Betrokkenheid kleinere gemeenten is van belang, biedt hen nieuwe kansen en de mogelijkheid om hun ambities in te brengen. Op 18 december vindt een bestuurlijk overleg plaats. Inmiddels is er een bestuurlijke kopgroep geformeerd. Het zal een stevig traject worden dat de eerst helft van 2021 zal beslaan in voorbereiding om einde van het jaar naar besluitvorming te gaan. C. Franssen: waterschap is geïnteresseerd in de verstedelijkingsafspraken en weet niet welke rol het waterschap daarin wel of niet zou kunnen spelen. Als het goed is wordt waterschap ook de 18e uitgenodigd, daarnaast is één van de rode draden in het verstedelijkingsakkoord het Van Gogh Nationaal Park waarin landschap en de waterschappen zeker een rol hebben. Gedeputeerde meldt dat provincie goed is aangesloten om me één verhaal naar het Rijk te kunnen. Door met deze regio tot een akkoord te komen kun je een sterk verhaal maken. Wethouder Bruijniks is blij dat de kwaliteit van de leefomgeving het uitgangspunt in het akkoord is.

Het zou mooi zijn als het een manier is om her en der te vernieuwen. Wethouder Poos heeft nog niet echt een beeld over wat de verstedelijkingsstrategie voor bijvoorbeeld gemeente Goirle op kan leveren. Wethouder de Vries geeft aan dat de vraag eigenlijk is welke ambities Goirle zelf heeft die ze versneld of met betere kwaliteit wil uitvoeren waar het verstedelijkingsakkoord bij kan helpen. Bijvoorbeeld het versnellen van de woningbouwambities. Gemeente moeten vooral kijken wat de eigen wensen zijn en hoe deze in het bredere regionale perspectief ingepast kunnen worden. Dit gaat niet alleen over wonen, kan ook gaan over bedrijven, mobiliteit en landschap. Wethouder Ten Brink wil iedereen meegeven om vooral naar de kansen en mogelijkheden te kijken en niet vanuit risico’s. Oisterwijk werkt heel graag mee. Wethouder v.d. Loo meldt dat Hilvarenbeek er zeker positief in staat, mits er voldoende aandacht is voor de specifieke behoeften van het landelijk gebied. B2020120309

Concept agenda bestuurlijke Ontwikkeldag Mobiliteit en Ruimte 16-12-2020

1. Kennis nemen van de concept-agenda en eventueel becommentariëren. 2. Eerste gedachtewisseling over de regionale inbreng.

Wethouder Lepolder geeft een korte terugkoppeling van het overleg van het bestuurlijk kernteam. Voorgesteld wordt om vanuit mobiliteit, waarbij we transformeren naar nieuwe systematiek, het gesprek met de provincie scherp te voeren. Daarnaast is er een aantal vragen voor de provincie. Wethouder Bruijniks meldt in eerste instantie de pilot omgevingsplan voor de REKS geagendeerd was, maar in goed overleg besloten is dit van de agenda te halen. Afhankelijk van de tijd wordt de MER Mestverwerkingnog besproken. B20201203-

Deelname aan pilot programma REKS en Omgevingswet

In te stemmen met het uitvoeren van een pilot voor het verbinden van de

6

10

REKS Hart van Brabant aan de Omgevingswet door middel van het opstellen van een handreiking voor een programma. Wethouder Bruijniks geeft een korte toelichting op het project. Ook de waterschappen worden betrokken.. Wethouder De Vries maakt de kanttekening dat hij graag vinger aan de pols houdt om stap voor stap scherp te houden of het project zinvol is. Wellicht proef met de Baars. Wethouder Bruijniks zegt toe dit in poho Fysiek terug te laten komen, waarbij ook de relatie met de Omgevingsagenda wordt gelegd.

B2020120311

B2020120312

Visie verblijfsaccommodatiemarkt HvB

1. Kennis te nemen van de concept Visie verblijfsaccommodatiemarkt en op basis van dit concept de regionale (leisure)partners te consulteren. 2. De ambtelijke werkgroep opdracht te geven om in de komende maanden een voorstel uit te werken voor de regionale afstemming van initiatieven voor verblijfsaccommodaties. 3. Tijdens de Hart van Brabantdag van 10 maart 2021 het definitieve concept van de visie en een afsprakenkader voor de regionale afstemming voor te leggen ter vaststelling

Wethouder Van Wel geeft een korte toelichting op het project. Wethouder De Vries is blij met het rapport, maar wil de volgende aandachtspunten meegeven: het is belangrijk om het rondje langs de leisurepartners te doen zoals wordt voorgesteld. Een eenduidige boodschap naar achterbannen is daarbij een aandachtspunt. Hij geeft aan dat Tilburg wat moeite heeft met de passage over stedelijke gebieden die wat negatief is geformuleerd, hier zou nog naar gekeken moeten worden. Wethouder Van de Loo geeft aan dat hij sceptisch was over een regionale visie, maar constateert dat het een breed rapport is. In de aanleg zou het gaan over hotel accommodaties, maar het gaat nu zover als B&B initiatieven. Hij vraagt nadrukkelijk de ruimte die gemeenten zelf moeten hebben bij kleine initiatieven. Voor de ladderafstemming is de visie nodig voor de onderbouwing van de afweging van grootschalige plannen. De kleine ontwikkelingen moeten echt bij gemeenten liggen. Wethouders Ten Brink en Jacobs sluiten zich hierbij aan. De markt doet zijn werk, overheid geeft sturing zodat het op de juiste plekken komt, lokaal waar het kan, regionaal als het moet. Afstemming moet enkel over grootschalig gaan. Er moet een goede afspraak komen waarin wordt aangegeven op welk detailniveau afspraken gemaakt moeten worden.

Wethouder Swaans stelt voor dat een voorstel hierover in maart terug komt op deze tafel zodat kan worden beoordeeld of het voorstel wel of niet te ver gaat in de ogen van de verschillende gemeenten. Wethouder Van Wel geeft aan dat de visie niet de intentie heeft om te reguleren en zal daar aandacht voor hebben. Er zijn geen vragen. Rondvraag en sluiting van de vergadering Wethouder De Vries meldt dat er gewerkt wordt aan een nieuwe, veiliger

7

fietsverbinding tussen Tilburg en Goirle bij Stappegoor.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9854032/1