A2022-30 D66 Geen boventrendmatige verhoging OZB
Tekst van het document
Aangenomen / verworpen / ingetrokken In te vullen door de griffier: Amendement NR A2022-30 Voor amendement stemmen ………………………………. Tegen amendement stemmen ………………………………..
Amendement Artikel 28 Titel: Geen boventrendmatige verhoging van de OZB De raad van de gemeente Gilze en Rijen in vergadering bijeen d.d. 10 november 2022 (begrotingsraad)
Constateringen: -
De laatste vier jaar zijn er forse OZB-stijgingen geweest , die boven de inflatiecorrectie uitgingen (voor 2019 t/m 2022: in totaal 24,5 % verhoging, plus 7,85% voor indexering). In totaal ging de OZB met 32,35% omhoog in vier jaar. - In totaal telt deze belastingverhoging op tot ruim 32% in vier jaar, terwijl de loon- en pensioenontwikkeling daar fors bij achter bleef. De woonlasten zijn daardoor (en door de forse verhoging afvalstoffenheffing in 2020) in de loop der jaren flink hoger geworden voor al onze inwoners, maar specifiek het meest voor inwoners met een eigen huis (evenals voor eigenaren en gebruikers van niet-woningen).
Overwegingen: -
-
-
-
-
Hoewel in het Coalitieprogramma 2022 – 2026 is afgesproken dat “een beperkte verhoging van de woonlasten bespreekbaar” is, wordt voor 2023 al wel een boventrendmatige verhoging van de OZB van 4,3% ingeboekt (= € 335.830) , hetgeen fors is. Naast de 5,7% (inflatie), waardoor de OZB met 10% in totaal wordt verhoogd ( = € 781.000). In plaats van wederom een dergelijke lastenverschuiving richting de portemonnee van de inwoners en bedrijven, past het dat de gemeenteraad zich bezint op de gemeentelijke kerntaken en hoe/tegen welke prijs deze uitgevoerd worden. In de afgelopen vier jaar zijn bezuinigingen voor een groot deel afgewenteld op de inwoners (OZB en enkele voorzieningen), terwijl ‘in eigen huis’ de kosten structureel alsmaar oplopen, o.a. door extra formatie voor (de overhead van) de ABG-organisatie. Uit de rapportage van Berenschot bleek dat de totale apparaatskosten van de ABG-organisatie 3% hoger lagen dan gemiddeld (uitgesplitst: het primaire proces gemiddeld, tegenover de overhead: 16% hoger dan gemiddeld), oftewel € 1.200.000 te duur. Vervolgens is de ABGorganisatie formatief nog sterk uitgebreid in de overheadfuncties (voor € 650.000 structureel minus een doelmatigheidskorting) - los van uitbreiding op specifieke uitvoerende functies. Per saldo is de ABG-organisatie minimaal 1,2 + 0,65 -/- 0.2 (doelmatigheid 2022) = € 1.650.000
duurder dan een vergelijkbare gemeentelijke organisatie - waarbij alleen al de overheadkosten het merendeel van die ‘overload’ uitmaken. - Daar komt nog bij dat er komend jaar wéér extra formatie/geld in de overhead van de ABGorganisatie wordt gestopt (extra formatie interne controle en beleidsmedewerker dienstverlening, plus extra budget voor organisatie-ontwikkeling) ter grootte van € 293.000. - Het is de afgelopen jaren andere grote Verbonden Partijen zoals de Omgevingsdienst MWB en de Veiligheidsregio MWB wel gelukt d.m.v. efficiencymaatregelen fors te bezuinigen op de bedrijfsvoeringkosten, zonder dat dit ten koste ging van de (externe) dienstverlening. Voorgesteld besluit: a. De programmabegroting 2023, inclusief de daarin opgenomen onttrekkingen aan de reserves, vast te stellen en ter goedkeuring aan te bieden aan gedeputeerde Staten van Noord-Brabant; b. De ondergrens waarboven incidentele baten en lasten als materieel beschouwd moeten worden vast te stellen op € 40.000. Te wijzigen in: Besluit: a. De programmabegroting 2023, inclusief de daarin opgenomen onttrekkingen aan de reserves, vast te stellen en ter goedkeuring aan te bieden aan gedeputeerde Staten van Noord-Brabant; met dien verstande dat onderstaande wijziging daarin verwerkt wordt:
Geen trendmatige verhoging OZB met 4,3% Dekking: minder uitgaven op (overhead) ABG-organisatie
2023 -336
2024 -336
2025 -336
2026 -336
336
336
336
336
Het college krijgt de opdracht om binnen het bestuur van de ABG-organisatie te pleiten voor bijstellingen van de begroting 2023 (o.a. heroverweging van de extra middelen voor de overhead ad € 293.000), en het doorlichten van de organisatie (met name in de overhead) c.q. bedrijfsvoeringskosten, leidend tot een efficiencydoelstelling van plm. 7 ton, of indien de voornoemde extra kosten voor 2023 niet doorgaan: plm. 4 ton. En de raad hierover in Q1 van 2023 te berichten. b. De ondergrens waarboven incidentele baten en lasten als materieel beschouwd moeten worden vast te stellen op € 40.000.
Ondertekening en naam: D66 Gilze en Rijen, Frits van Vugt