A2021-37 PvdA Aanvulling Commissie Ruimtelijke Kwaliteit INGETROKKEN na toezegging wethouder
Tekst van het document
Aangenomen / verworpen / ingetrokken In te vullen door de griffier: Amendement NR A2021-37 Voor amendement stemmen ………………………………… Tegen amendement stemmen ………………………………..
AMENDEMENT Artikel 28 bij agendapunt 7 Delegatie besluiten Omgevingswet raadsvergadering op 22 november 2021 Titel: Aanvulling Commissie Ruimtelijke Kwaliteit De raad van de gemeente Gilze en Rijen in vergadering bijeen d.d. 22 november 2021, behandelend agendapunt 7 Delegatie besluiten Omgevingswet
Constateringen: Dat in het raadsvoorstel in besluit 6 is gekozen voor een beleidsneutrale overgang van bestaande adviescommissies op het gebied van monumenten en welstand voor de samenstelling van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, onderdeel van de Omgevingswet; Naast de samenstelling van deze commissie is het werkgebied slechts in beperkte mate gedefinieerd;
Overwegingen: Er in verband met de breedte van gemeentelijke beleidsvelden waarop de Omgevingswet ziet en omwille van de ruimtelijke kwaliteit van ruimtelijke ontwikkelingen behoefte bestaat aan een meer omvattende advisering als enkel over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; Er naast ethetische waarden veelal ook intrensieke waarden zoals natuur, biodiversiteit en water aan de orde zullen zijn; Het gewenst is hiervoor zowel de taakstelling, werkwijze en ook samenstelling van de commissie nader te beschrijven en deskundigheid op genoemde beleidsvelden toe te voegen; Een voordracht voor toevoeging van deze deskundigheid kan worden gevraagd aan Brabants Landschap en/of de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE); Voor de beschrijving van de taakstelling en werkwijze en tevens voor de aanvulling van de commissie een voorstel aan de raad voor te leggen bij het eerste evaluatiemoment, één jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet. En hiervoor het raadsbesluit aan te vullen met besluit 8.
Voorgesteld besluit: 1. Tot het aanwijzen de lijst van categorieën van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, die betrekking hebben op een aanvraag om een omgevingsvergunning, waarvoor de raad als adviseur optreedt, vast te stellen, zoals opgenomen in de bij dit raadsbesluit behorende als zodanig gewaarmerkte ‘Bijlage A - Lijst van categorieën van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, waarvoor de raad als adviseur optreedt’. 2. Tot het aanwijzen van gevallen van activiteiten, waarin participatie van en overleg met derden verplicht is, voordat een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, kan worden ingediend, volgens de lijst zoals opgenomen in de bij dit raadsbesluit behorende als zodanig gewaarmerkte ‘Bijlage B - Lijst van gevallen van activiteiten, waarin participatie en overleg met derden verplicht is’. 3. Tot het vaststellen van het participatiebeleid bij omgevingsvisie en omgevingsplan, zoals opgenomen in de bij dit raadsbesluit behorende als zodanig gewaarmerkte ‘Bijlage C -Participatiebeleid’. 4. Met betrekking tot de bevoegdheid van de raad tot delegatie van delen van het omgevingsplan: a. De bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan, te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders, voor zover: I.
die delen van het omgevingsplan betrekking hebben op de delen van bestemmingsplannen en beheersverordeningen die regels voor een wijzigingsbevoegdheid en/of een uitwerkingsplicht (artikel 3.6 Wro) bevatten en krachtens het overgangsrecht als omgevingsplan gelden; II. het betreft het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een omgevingsvergunning voor een voortdurende buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 4.17 van de Omgevingswet; III. het betreft het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een instructie(regel) van de provincie als bedoeld in afdeling 2.5 van de Omgevingswet. b. Te bepalen dat een afschrift van de door het college van burgemeester en wethouders genomen besluiten, zoals genoemd onder 4, onder a, ter kennis wordt gebracht van de gemeenteraad. 5. a. De bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit voor een locatie met het oog op de voorbereiding van het in het omgevingsplan te stellen regels, te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. b. Te bepalen dat een voorbereidingsbesluit dat wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders, zoals genoemd onder 5, onder a, onverwijld ter kennis wordt gebracht van de gemeenteraad. 6.
De huidige monumenten- en welstandcommissies (Omgevingadvies te Roosendaal respectievelijk het Monumentenhuis Brabant te Geertruidenberg) gezamenlijk in te stellen als de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en de taken en bevoegdheden over te dragen aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit: a. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit heeft de minimale taak te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument. b. De commissieleden te benoemen voor een eerste termijn van vier jaar met de optie deze te verlengen met nog eens vier jaar. c. Te benoemen als lid van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit voor een eerste termijn: I. de heer M. de Jong, als deskundige op het gebied van monumentenzorg; II. mevrouw M. van de Looi, als deskundige op het gebied van monumentenzorg; III. de heer D. Ellens, als deskundige op het gebied van monumentenzorg, architectuur en stedenbouw; IV. de heer F. van den Hout, als deskundige op het gebied van architectuur en stedenbouw; V. de heer G. Vermeulen, als deskundige op het gebied van architectuur en
stedenbouw; VI. de heer E. de Bruijn, als deskundige op het gebied van bouw- en, restauratiearchitectuur; VII. mevrouw C. Kersten, als deskundige op het gebied van archeologische monumentenzorg; VIII. de heer M. Visser, als deskundige op het gebied van landschap inrichting. 7. Te bepalen dat dit besluit tegelijkertijd in werking treedt met de Omgevingswet.
Te wijzigen in: Besluit: 1. Tot het aanwijzen de lijst van categorieën van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, die betrekking hebben op een aanvraag om een omgevingsvergunning, waarvoor de raad als adviseur optreedt, vast te stellen, zoals opgenomen in de bij dit raadsbesluit behorende als zodanig gewaarmerkte ‘Bijlage A - Lijst van categorieën van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, waarvoor de raad als adviseur optreedt’. 2. Tot het aanwijzen van gevallen van activiteiten, waarin participatie van en overleg met derden verplicht is, voordat een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, kan worden ingediend, volgens de lijst zoals opgenomen in de bij dit raadsbesluit behorende als zodanig gewaarmerkte ‘Bijlage B - Lijst van gevallen van activiteiten, waarin participatie en overleg met derden verplicht is’. 3. Tot het vaststellen van het participatiebeleid bij omgevingsvisie en omgevingsplan, zoals opgenomen in de bij dit raadsbesluit behorende als zodanig gewaarmerkte ‘Bijlage C -Participatiebeleid’. 4. Met betrekking tot de bevoegdheid van de raad tot delegatie van delen van het omgevingsplan: c. De bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan, te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders, voor zover: IV.
die delen van het omgevingsplan betrekking hebben op de delen van bestemmingsplannen en beheersverordeningen die regels voor een wijzigingsbevoegdheid en/of een uitwerkingsplicht (artikel 3.6 Wro) bevatten en krachtens het overgangsrecht als omgevingsplan gelden; V. het betreft het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een omgevingsvergunning voor een voortdurende buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 4.17 van de Omgevingswet; VI. het betreft het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een instructie(regel) van de provincie als bedoeld in afdeling 2.5 van de Omgevingswet. d. Te bepalen dat een afschrift van de door het college van burgemeester en wethouders genomen besluiten, zoals genoemd onder 4, onder a, ter kennis wordt gebracht van de gemeenteraad. 5. c. De bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit voor een locatie met het oog op de voorbereiding van het in het omgevingsplan te stellen regels, te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. d. Te bepalen dat een voorbereidingsbesluit dat wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders, zoals genoemd onder 5, onder a, onverwijld ter kennis wordt gebracht van de gemeenteraad. 6.
De huidige monumenten- en welstandcommissies (Omgevingadvies te Roosendaal respectievelijk het Monumentenhuis Brabant te Geertruidenberg) gezamenlijk in te stellen als de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en de taken en bevoegdheden over te dragen aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit: d. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit heeft de minimale taak te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een
monument. e. De commissieleden te benoemen voor een eerste termijn van vier jaar met de optie deze te verlengen met nog eens vier jaar. f. Te benoemen als lid van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit voor een eerste termijn: IX. de heer M. de Jong, als deskundige op het gebied van monumentenzorg; X. mevrouw M. van de Looi, als deskundige op het gebied van monumentenzorg; XI. de heer D. Ellens, als deskundige op het gebied van monumentenzorg, architectuur en stedenbouw; XII. de heer F. van den Hout, als deskundige op het gebied van architectuur en stedenbouw; XIII. de heer G. Vermeulen, als deskundige op het gebied van architectuur en stedenbouw; XIV. de heer E. de Bruijn, als deskundige op het gebied van bouw- en, restauratiearchitectuur; XV. mevrouw C. Kersten, als deskundige op het gebied van archeologische monumentenzorg; XVI. de heer M. Visser, als deskundige op het gebied van landschap inrichting. 7. Te bepalen dat dit besluit tegelijkertijd in werking treedt met de Omgevingswet. 8. Bij de eerste evaluatie, één jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet de taakstelling, werkwijze en ook de samenstelling van de commissie genoemd onder besluit 6 nader uit te werken en hiervoor een voorstel voor te leggen aan de gemeenteraad.
Ondertekening en naam:
Peter von Meijenfeldt, PvdA