5. Bijlagen toelichting omgevingsplan
Tekst van het document
In het noordoosten is nog een aanbouw aanwezig met een zadeldak. Zuidelijk van de woning staat de voormalige ligboxenstal, opgetrokken uit enkelsteense wanden met een zadelvormig golfplaten dak zonder dakbeschot. De stal was oorspronkelijk voorzien van dakisolatie, maar deze is inmiddels ernstig vervallen. De binnenzijde bevat een mestput met ligboxen. Rondom het plangebied bevinden zich diverse struiken, hagen en houtwallen.
Foto 1: Overzicht loods, vanaf het zuidoosten.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Foto 2: Uilenkast in loods.
9
Ecologische quickscan Zwarte Dijk 47 Rijen, BE-1377
Foto 3: Overzicht plangebied vanaf het noorden.
Foto 4: Woonhuis vanaf het noorden.
Foto 5: Bebouwing vanaf het noordwesten.
Foto 6: Binnenzijde noordelijke aanbouw van de stal.
Foto 7: Binnenzijde voormalige stal.
Foto 8: Overzicht binnenzijde vanaf het westen.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
10
Ecologische quickscan Zwarte Dijk 47 Rijen, BE-1377
Foto 9: Voormalige ligboxenstal, vanaf het noorden.
Foto 10: Open kopgevel.
Foto 11: Overzicht bebouwing vanaf het noordoosten.
Foto 12: Overzicht oostelijke kopgevel.
Foto 13: Overzicht perceel, vanaf het zuidoosten.
Foto 14: Zuidelijke kopgevel, voormalige ligboxenstal.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
11
Ecologische quickscan Zwarte Dijk 47 Rijen, BE-1377
Foto 15: Overzicht vanaf het zuidoosten.
Foto 16: Woning met tuin, vanaf het zuiden.
Foto 17: Overzicht plangebied vanaf de oprit in het westen.
Foto 18: Broeikas gelegen in het noordoosten.
Foto 19: Bijgebouw met overkapping gelegen in het noordwesten.
Foto 20: Invloedsgebied in het noorden.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
12
Ecologische quickscan Zwarte Dijk 47 Rijen, BE-1377
4. BESCHERMDE NATUURWAARDEN In dit hoofdstuk worden de beschermde gebieden en soorten beschreven die zich (mogelijk) in de nabijheid van het plangebied bevinden. Er wordt aangegeven of de voorgenomen ingreep mogelijk negatieve effecten heeft op deze beschermde gebieden en soorten en of er met de werkzaamheden beschermde houtopstanden verdwijnen.
4.1 Gebiedsbescherming Door middel van bureaustudie is onderzocht of het plangebied binnen of in de nabijheid van beschermde natuurgebieden gelegen is. Daarbij is gebruikgemaakt van de gegevens van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en de provincie NoordBrabant.
4.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 8 kilometer afstand van noordoostelijk gelegen gronden behorend tot Natura 2000-gebied ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’. Op ongeveer 9 kilometer afstand naar het zuidoosten ligt Natura 2000-gebied ‘Regte Heide & Riels Laag’ en noordelijk op 9 kilometer Natura 2000gebied ‘Langstraat’. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode pin aangegeven. Natura 2000-gebieden zijn in blauw aangegeven.
Minimaal 8 kilometer tussen het plangebied en gronden behorend tot Natura 2000
Afbeelding 5: Natura 2000-gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Natura2000.eea.europa.eu.
Doordat het plangebied buiten het Natura 2000-gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
13
Ecologische quickscan Zwarte Dijk 47 Rijen, BE-1377 habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000-gebieden en het effectbereik, worden externe effecten niet verwacht. Een Aerius-berekening kan dit staven.
4.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 100 meter afstand, van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren: de Grote Leij. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode pin aangegeven. De NNN-gebieden in blauwe kleur.
Minimaal 100 meter tussen het plangebied en gronden behorend tot Natuurnetwerk Nederland
Afbeelding 6: Natuurnetwerk Nederland-gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven. Bron: Kaartbank Brabant.
In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de wezenlijke kenmerken of waarden aantasten. Het plangebied ligt nabij een NNN-gebied, maar de werkzaamheden vinden op minimaal 100 meter afstand plaats. Hierdoor wordt het NNN-gebied niet fysiek aangetast. De voorgenomen werkzaamheden zijn beperkt van aard en hebben naar verwachting geen invloed op de ecologische samenhang of de verbindende functie van het NNN-gebied. Verstoring van het dichtstbijzijnde NNN-gebied wordt daarom als onwaarschijnlijk beschouwd.
4.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. De voorgenomen activiteiten naar verwachting geen negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Een Aerius-berekening kan dit staven.
4.2 Houtopstanden Volgens artikel 11.111 van het Besluit activiteiten leefomgeving in de Omgevingswet is het verboden een houtopstand (bos, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen en bosplantsoenen) geheel of gedeeltelijk te vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij de Gedeputeerde Staten. Het betreft hier houtopstanden van tenminste
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
14
Ecologische quickscan Zwarte Dijk 47 Rijen, BE-1377 10 are of rijbeplanting van minimaal 20 bomen. Verder geldt er ook een herplantplicht voor gekapte houtopstanden. Indien de totale oppervlakte of het aantal bomen kleiner is dan deze 10 are of 20 bomen, dan gelden de rijksregels over het vellen en herplanten niet. Er zijn binnen het plangebied geen houtopstanden die middels het planvoornemen zullen verdwijnen. Er bestaan dan ook geen verdere verplichtingen aangaande houtopstanden binnen de Omgevingswet. Er worden geen bomen gekapt. Een nadere toetsing houtopstanden is niet nodig.
4.3 Soortenbescherming Bijlage 1, project Zwarte Dijk met nummer BE-1377 d.d. 30 april 2025 geeft een overzicht van de waargenomen planten- en diersoorten in en in de omgeving van het plangebied volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF. De NDFF, Nationale Databank Flora en Fauna is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Bijlage 3 betreft een lijst van beschermde soorten onder de Habitatrichtlijn. Deze soorten zijn beschermd onder bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Dit betreft soorten wiens voortplantings- en rustplaatsen beschermd dienen te worden en waarvoor Nederland tot het natuurlijke verspreidingsgebied behoort. Bijlage 4 betreft een lijst aan soorten van nationaal belang welke verder niet in de Vogel- of Habitatrichtlijn zijn opgenomen maar waarvoor wel rijksregels gelden om ze te beschermen. Per soortgroep wordt in onderstaande paragrafen beschreven welke soorten worden verwacht in het plangebied, welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
4.3.1 Flora De beschermde plantensoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Beschermde plantensoort Kartuizer anjer Knolspirea
Habitat Grasland, in bermen en op rotsachtige plaatsen Zonnige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, niet bemeste, vrij droge tot vochtige, neutrale, vaak kalkhoudende, stikstofarme leem-, löss- en mergelbodems met een wisselende waterstand
Tabel 1: Waargenomen beschermde plantensoorten binnen een straal van twee kilometer.
Kartuizer anjer Kartuizer anjer staat op zonnige, warme en droge, matig voedselarme en uitgesproken stikstofarme, basenrijke en vaak kalkhoudende grond (al of niet lemig zand en mergel) en ook op stenige plaatsen). Ze groeit in schrale- en kalkgraslanden, in bossages langs bermen en dijken en op leisteenhellingen en zandsteenrotsen. Knolspirea Knolspirea staat op zonnige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, niet bemeste, vrij droge tot vochtige, neutrale, vaak kalkhoudende, stikstofarme leem-, löss- en mergelbodems met een wisselende waterstand. Ze groeit in kalkgraslanden, op heiden op basische rotsbodem, in bermen en in boszomen. De soort is plaatselijk zeer zeldzaam in het oostelijk deel van het rivierengebied en is achteruitgegaan door biotoopvernietiging en eutrofiëring. Veldbezoek flora Binnen het plangebied is sprake van veldpodzolgronden bestaande uit leemarme en zwak lemige fijne zandgronden. Dergelijke voedselrijke en vochtvasthoudende bodems zijn in het algemeen ongeschikt als groeiplaats voor beschermde plantensoorten, die doorgaans juist gebonden zijn aan voedselarme, kalkrijke of specifieke bodemcondities. Tijdens het veldonderzoek zijn geen beschermde vaatplanten aangetroffen.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
15
Ecologische quickscan Zwarte Dijk 47 Rijen, BE-1377 Er zijn uitsluitend algemene soorten zoals paardenbloem, mannetjes varen, boswilg, hazelaar, beuk en diverse tuinplanten waargenomen, passend bij het bodemtype en de standplaats. In de houtwal aan de oostzijde van het plangebied zijn meerdere exemplaren van de reuzenberenklauw aangetroffen. Deze invasieve exoot vormt een risico voor mens en natuur en wordt sterk afgeraden in het landschap. Er wordt geadviseerd deze soort deskundig en zorgvuldig te laten verwijderen om verspreiding te voorkomen.
Foto 21: Reuzenberenklauw in ruigte.
Foto 22: Reuzenberenklauw.
Afbeelding 6: Herkenning berenklauw. Bron: Provincie Antwerpen.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
16
Ecologische quickscan Zwarte Dijk 47 Rijen, BE-1377 Deelconclusie flora Er zijn geen beschermde plantensoorten waargenomen in of nabij het plangebied, noch een geschikt biotoop dat bewijs zou leveren dat deze soorten er aanwezig zouden kunnen zijn. Er is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Er kan volstaan worden met de zorgplicht. In de houtwal aan de oostzijde is een grote aanwezigheid van reuzenberenklauw vastgesteld. Omdat dit een invasieve exoot betreft die risico’s kan opleveren voor mens en biodiversiteit, wordt geadviseerd deze soort deskundig te laten verwijderen.
4.3.2 Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of vergunningverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist Vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Vleermuissoort Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis
Verblijfplaatsen in Vooral bebouwing Vooral bomen
Tabel 2: Waargenomen vleermuizen binnen een straal van twee kilometer.
Veldbezoek vleermuizen Het plangebied is beoordeeld op geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die gebruikmaken van bomen als verblijfplaats en soorten die verblijven in gebouwen. De in het plangebied aanwezige bomen met een geschikte stamdiameter zijn tijdens het veldbezoek geïnspecteerd op holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijven. Hierbij zijn geen aanwijzingen voor verblijfplaatsen aangetroffen. Alle bomen in en rondom het plangebied blijven bovendien behouden tijdens de voorgenomen werkzaamheden. Vleermuisverblijfplaatsen in gebouwen kunnen voorkomen onder dakpannen, tussen dakbeschot, achter boeiboorden of gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw via open stootvoegen. Het voorkomen van vleermuizen in de te slopen ligboxenstal wordt zeer onwaarschijnlijk geacht. De stal heeft een onbeschoten golfplaten dak zonder isolatie en bevat open dakdelen die zorgen voor constante tocht. De ruimte onder het dak is niet vorstvrij en in de zomer sterk opwarmend, wat het ongeschikt maakt als microklimaat. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van bewoning, zoals uitwerpselen, prooiresten of vleermuizen zelf, aangetroffen. Ook de schuur/stal met een pannendak zonder dakbeschot is niet geschikt als verblijfplaats. De dakpannen liggen los, waardoor het dak tochtig en niet waterdicht is.
Er zijn geen sporen gevonden van verblijfplaatsen van loshangende soorten, zoals grootoorvleermuizen. Keutels, vlindervleugels of andere gebruikssporen ontbreken. In tegenstelling tot de vervallen daken, zijn de gevels goed gesloten. De gevels zijn deels enkelsteens en de aanwezige spouwmuren zijn voorzien van dichtgesmeerde kopgevels of gesloten met een panlat. De voormalige woning beschikt echter over stootvoegen die in theorie als invliegopening kunnen dienen. Deze zijn echter volledig met spinnenwebben afgesloten en vertonen geen gebruikssporen. Bovendien betreft het enkel inpandige verbouwingen waarbij het exterieur ongewijzigd blijft, waardoor het risico op verstoring minimaal is. Ook maakt de dichte begroeiing rondom de bebouwing het voor vleermuizen lastig om de gebouwen aan te vliegen.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
17
Ecologische quickscan Zwarte Dijk 47 Rijen, BE-1377 De loods ten noorden van het plangebied blijft behouden en ongewijzigd. Deze loods beschikt niet over kenmerken die duiden op de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen en is ecologisch in dit kader niet relevant. Dit geldt ook voor de broeikas en het bijgebouw ten westen van de loods.
De tuin rondom de bebouwing, met struiken, bomen en ruigte, biedt geschikt foerageergebied voor vleermuizen. Het invloedsgebied bestaande uit akkerlanden en bebossing biedt tevens geschikte foerageer mogelijkheden. Dit invloedsgebied blijft behouden tijdens en na de werkzaamheden. De voorgenomen werkzaamheden bestaan uitsluitend uit sloop- en renovatiewerkzaamheden aan de woning, schuur en ligboxenstal. De tuin zelf blijft volledig behouden; enkel regulier onderhoud en beperkte snoeiwerkzaamheden zullen worden uitgevoerd. Door deze werkzaamheden overdag uit te voeren, wordt eventuele verstoring van het mogelijke foerageergebied van vleermuizen eenvoudig voorkomen. In het noordwesten van het plangebied bevindt zich een bomenrij. Deze zou lokaal kunnen functioneren als vliegroute, hoewel er geen directe verbinding is met andere lineaire landschapselementen. Deze bomenrij blijft behouden. Om de functionaliteit ervan voor vleermuizen te waarborgen, wordt geadviseerd om geen kunstlicht te richten op deze bomenrij of andere groenelementen. De nabijgelegen waterloop De Groote Leij kan in bredere zin als vliegroute fungeren, maar ligt op voldoende afstand van het plangebied. Vanwege deze afstand zijn negatieve externe effecten op deze mogelijke route uitgesloten.
Foto 23: Noordoostelijke aanbouw gesloten met houten plaat.
Foto 24: Oostelijke kopgevel van de schuur aangesmeerd met cement.
Foto 25: Dak van de schuur vervallen, losse pannen.
Foto 26: Ligboxenstal gesloten met panlat.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
18
Ecologische quickscan Zwarte Dijk 47 Rijen, BE-1377
Foto 27: Woning, voorzien van enkele stootvoegen. Gesloten met spinnenwebben en slecht aanvliegbaar. Omringd door ruigte.
Foto 28: Ruimte onder de dakpannen van de woning volledig gesloten.
Foto 29: Westelijk kopgevels van de schuur gesloten met houten platen.
Foto 30: Kantpannen strak aangesloten op de gevel.
Deelconclusie vleermuizen Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Er is dus geen omgevingsvergunning nodig voor deze soortgroep. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden van vleermuizen. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. Het wordt niet verwacht dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het essentieel foerageergebied voor vleermuizen omdat er voldoende alternatieve in de directe omgeving aanwezig zijn. Daarnaast zal de tuin rondom toegankelijk blijven zowel tijdens als na de beoogde werkzaamheden. Wanneer lichtverstoring op potentiële foerageergebieden en vliegroutes wordt voorkomen zijn negatieve effecten niet te verwachten. Indien lichtverstoring op de houtwallen, waterloop en tuin niet voorkomen kunnen worden is aanvullend onderzoek naar de functie voor vleermuizen noodzakelijk.
4.3.3 Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. De marterachtigen die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Martersoort Das
Bescherming Beschermd
Tabel 3: Waargenomen marterachtigen binnen een straal van twee kilometer.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
19
Ecologische quickscan Zwarte Dijk 47 Rijen, BE-1377
Das De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed een burcht kunnen graven, met een grondwaterstand van tenminste 1,5 m onder het maaiveld. Dassen foerageren in kort gras, omdat hier het voedsel het gemakkelijkst te vinden is. Veldbezoek marterachtigen Het plangebied vormt een geschikt foerageergebied voor de das, met name door de aanwezigheid van een gevarieerde tuin en de omliggende akkerlanden. Tijdens het veldbezoek zijn echter geen waarnemingen gedaan van een burcht in of in de directe omgeving van het plangebied. Ook zijn in de aanwezige bebouwing geen sporen van aanwezigheid aangetroffen, zoals uitwerpselen of prooiresten. In de toekomstige situatie blijft de tuin behouden en blijft ook het omliggende landgebruik ongewijzigd. Daarmee blijft het potentiële foerageergebied voor de das en overige marterachtigen behouden. Verstoring of verlies van functioneel leefgebied is daardoor niet aan de orde.
Deelconclusie marterachtigen In de nieuwe situatie blijven deze schuilhoekjes en vegetatie bestaan en door de landschappelijke inpassing en zal het leefgebied van de kleine marterachtigen niet verslechteren. Het plangebied is daarom geen essentieel onderdeel van de leefomgeving van marterachtigen en de werkzaamheden hebben geen negatief effect op aanwezige soorten. Nader onderzoek is niet aan de orde en er kan worden volstaan met de zorgplicht.
4.3.4 Overige grondgebonden zoogdieren De overige grondgebonden zoogdieren omvatten alle verder in het wild levende zoogdieren, waaronder vooral knaagdieren, evenhoevigen en insecteneters. Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen er in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen omgevingsvergunning hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige grondgebonden zoogdieren te vinden die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Overige zoogdiersoort Bever Eekhoorn
Bescherming Beschermd Beschermd
Tabel 4: Waargenomen beschermde grondgebonden zoogdieren binnen een straal van twee kilometer.
Bever In 1988 is men begonnen met het uitzetten van bevers in Nederland en het lijkt erop dat de bever langzamerhand een vaste plek in onze fauna heeft heroverd. Bevers komen voor in het overgangsgebied tussen land en water zoals moerassen, langs beken, rivieren en meren. De bever heeft een voorkeur voor rustige rivieren en meren omzoomd door broekbossen met bomen als wilg en es. De aanwezigheid van bossen op de oevers is een vereiste. Eekhoorn Eekhoorns zijn te vinden in verschillende bosomgevingen, waaronder loof-, naald- en gemengd bos. Ze komen ook voor in tuinen, parken en houtwallen. Als er voldoende voedsel beschikbaar is, kunnen ze ook in bebouwde gebieden worden aangetroffen. Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit boomzaden, zoals eikels, noten en zaden uit kegels van naaldbomen. Ook eten ze als aanvulling daarop (afhankelijk van het jaargetijde) knoppen, bladeren, bessen, paddenstoelen, rupsen, vogeleieren en jonge vogels. Specifieke voedselbomen kunnen zijn: eiken-, beuken-,
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
20
Ecologische quickscan Zwarte Dijk 47 Rijen, BE-1377 walnoot-, hazelnoten- en pijnbomen. Eekhoorns bouwen nesten in bomen. Naast één hoofdnest zijn ook vaak vijf tot zes bijnesten aanwezig. Veldbezoek overige grondgebonden zoogdieren Het plangebied beschikt over houtwallen in zowel het westen als het oosten en een tuin met bomen, struiken en enige ruigte. Deze structuren bieden dekking en voedselmogelijkheden voor soorten als de eekhoorn en blijven volledig behouden tijdens en na de werkzaamheden. Er worden geen ingrepen verricht in deze elementen, waardoor het habitat voor eekhoorns, indien aanwezig in de ruimere omgeving, ongewijzigd blijft. Voor bevers geldt dat het plangebied ondanks deze beplanting ongeschikt is als leefgebied, aangezien er geen watergangen of oevers aanwezig zijn. Ook sporen zoals afgeknaagde bomen zijn niet waargenomen. Deelconclusie overige grondgebonden zoogdieren Het is uit te sluiten dat het plangebied essentieel onderdeel is van de habitat van overige grondgebonden zoogdieren. Alle bomen in en rond het plangebied blijven behouden. Nader onderzoek is niet aan de orde en er kan worden volstaan met de zorgplicht.
4.3.5 Vogels In de Omgevingswet worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Omgevingswet hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde nesten’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een vergunningsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels in Noord-Brabant kan worden opgedeeld in 5 categorieën. Categorie 1-4 De eerste 4 categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden (1-4) of welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen (4). De vogelsoorten uit deze categorieën die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Vogelsoort
Beschermingscategorie*
Nestplaats
Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief
4 4 2 3 4 2 3 3 2 3 4 1 4
In bomen In bomen In gebouwen en nestkasten Op de grond, in gebouwen en nestkasten In bomen In gebouwen en nestkasten In gebouwen en nestkasten In bomen, op gebouwen en nestpalen In bomen In gebouwen, bomen en nestkasten In bomen In gebouwen, boomholtes en nestkasten In bomen
Tabel 5: Waargenomen vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten binnen een straal van twee kilometer. *Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten (steenuil). *Categorie 2: Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk van bebouwing. *Categorie 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk van bebouwing (geen kolonie).
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
21
Ecologische quickscan Zwarte Dijk 47 Rijen, BE-1377 *Categorie 4: Vogels die ieder jaar terugkeren naar een specifiek nest.
Categorie 5 Categorie 5-soorten zijn honkvaste broeders, maar voldoende flexibel. Hun nesten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). De vogelsoorten uit deze categorie die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Vogelsoort Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomklever Boomkruiper Bosuil Ekster Gekraagde roodstaart Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Huiszwaluw IJsvogel Kleine bonte specht Koolmees Oeverzwaluw Pimpelmees Raaf Spreeuw Tapuit Torenvalk Zwarte kraai Zwarte roodstaart
Nestplaats In bomen In gebouwen In boomholtes In boomholtes en nestkasten In boomholtes, nestkasten en gebouwen In bomen In boomholtes, nestkasten en holen In boomholtes en tegen gebouwen In boomholtes In boomholtes Tegen gebouwen In steile wanden In boomholtes In boomholtes en nestkasten In steile wanden In boomholtes en nestkasten In bomen In boomholtes, gebouwen en nestkasten In konijnenholen In gebouwen, bomen en nestkasten In bomen In gebouwen
Tabel 6: Waargenomen vogelsoorten waarvan de nesten alleen jaarrond beschermd zijn als er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen.
Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Omdat ze moeilijk van de grond kunnen opstijgen hebben ze een sterke voorkeur voor hoge nestplaatsen met een ruime aan- en uitvliegroute, zo kunnen ze makkelijk in vlucht komen door zich eruit te laten vallen. Deze koloniebroeders gebruiken het liefst elk jaar hetzelfde nest. Uilen Steenuil en kerkuil schuwen de menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van huizen, loodsen en schuren, maar waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe omgeving noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond beschermd. Soms maken ze gebruik van nestkasten die speciaal voor hen zijn opgehangen. De ransuil is een uilensoort die in verschillende habitats voorkomt, waaronder bosgebieden, parken, open landschappen met verspreide bomen en agrarisch gebied met houtwallen en bosjes. Ze nestelen zich vaak in bomen, meestal in verlaten nesten van andere vogels zoals kraaien of eksters. Ze geven ook de voorkeur aan bomen met dichte takken of holen in oude bomen.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
22
Ecologische quickscan Zwarte Dijk 47 Rijen, BE-1377
Huismus Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van de huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Gewoonlijk binnen een straal van enkele honderden meters van de nestlocatie. Deze uitgesproken standvogels nestelen bij voorkeur onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen en mussenkasten. Ooievaar Als carnivoor eet de ooievaar een breed scala aan dierlijke prooien, inclusief insecten, vissen, amfibieën, reptielen, kleine zoogdieren en kleine vogels. Hij pakt het meeste voedsel van de grond, tussen lage vegetatie en uit ondiep water. Het is een monogame broeder, maar vormt geen paar voor het leven. Het paar bouwt een nest bestaande uit grote takken, dat soms jaren wordt gebruikt. Roek Het leefgebied van de roek is open akker- en weideland, afgewisseld met bomen, bosjes, bomenrijen en heggen. De vogel gedijt goed in menselijk cultuurland als hij niet wordt bejaagd. Vooral de aanwezigheid van akkers is gunstig. Roeken hebben voorkeur voor hoge bomen, bij voorkeur niet in een bos maar een losse opstand. Het boomtype maakt niet zoveel uit. Als in het voorjaar de boomkruinen nog kaal zijn, zijn alle nesten van een roekenkolonie goed zichtbaar.
Grote gele kwikstaart In het voorjaar en 's zomers is de grote gele kwikstaart te vinden in de buurt van waterstroompjes, vooral in de bergen en heuvels. De vogel nestelt in holten in de buurt van water. 's Winters bevinden ze zich bij lagergelegen water en aan de kust. Roofvogels De habitat van roofvogels bestaat, afhankelijk van de soort, uit een bos of een grote (half)open vlakte waar de vogels kunnen jagen. Daarnaast hebben ze in hun leefgebied een geschikte boom nodig waarin een nest gebouwd kan worden. Boerenzwaluw De boerenzwaluw staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels en de nestplaatsen ervan zijn jaarrond beschermd. Broedvogels keren jaarlijks terug naar dezelfde kolonie, al zijn vooral de vrouwtjes minder plaats trouw. Jonge vogels zoeken een geschikte nestplek in de omgeving van hun ouderlijk nest. Boerenzwaluwen zijn in Nederland van maart tot in oktober, incidentele waarnemingen daargelaten. De meerderheid der broedvogels arriveert in april of begin mei, soms echter later vanwege ongunstige trekomstandigheden. De Boerenzwaluw nestelt in het hele land in boerenland, met een voorkeur voor gemengde bedrijven. Het gros van de paren huist in koeien-, varkens- of paardenstallen.
Overige Vogelrichtlijnsoorten Voor de algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, indien de sloopwerkzaamheden buiten het broedseizoen gestart worden, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. Artikel 11.37 (Bal) (Het is verboden nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen) is van toepassing. De nesten mogen echter wel worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. In de Omgevingswet wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Indien binnen het broedseizoen gestart gaat worden met de sloopwerkzaamheden, kan dit enkel nadat tijdens een broedvogelinspectie door een deskundig ecoloog is bevestigd dat er geen broedgevallen aanwezig zijn. Met betrekking tot het verwijderen van de aanwezige beplanting buiten het broedseizoen wordt geadviseerd om ook het snoeiafval buiten het broedseizoen te verwijderen. Een grote stapel snoeiafval vormt namelijk een ideale broedlocatie voor kleine vogelsoorten als de winterkoning. Indien onverhoopt een dergelijke soort hierin tot broeden komt, mag het snoeiafval niet eerder worden verwijderd dan wanneer de jongen definitief zijn uitgevlogen.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
23