CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Bijlage 3. Landschappelijk inpassingsplan (1139525)

Gemeenteraad 15 juni 2026, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen omgevingsplan Schoolstraat 62 Molenschot1.326 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum opmaak Gewijzigd

: 15 – 10 - 2025 :

Format projectplan aanleg landschapselementen -LANDSCHAPPELIJKE INPASSING-COMPENSATIE MAATREGELEN-

Gegevens aanvrager/opdrachtgever: Naam : Contactpersoon : Projectadres : Postcode : Plaats :

van der Avoird Peter Schoolstraat 62 5124 RN Molenschot

Ligging project; Gemeente : Gilze en Rijen Kadastraal bekend : gemeente Gilze en Rijen, sectie P, nr. 1626 X/Y : 120151 x 397776

De ondergetekende verklaart in te stemmen met dit plan dat betrekking heeft op: X aanleg landschappelijke beplanting t.b.v. kwaliteitsimpuls landschap aanpassing bestemmingsvlakken / bouwvlak / nieuwbouw 0 aanleg landschappelijke beplanting t.b.v. landschappelijke inpassing glastuinbouw 0 aanleg landschappelijke beplanting t.b.v. landschappelijke inpassing waterbassin Bijlagen: X schets beplanting (schaal 1:1000), toelichting, plantsoenlijst 0 schets poel (schaal 1:100/1:250) + grondverzet

Datum

Handtekening ......................................

1

Toelichting beplantingsplan Te beplanten grond: zand, dikte teelt laag: 30 cm, droog Toelichting per vak vak beplantingstype lengte/oppervl aantal rijen plantverband

:1 : Struweelhagen gemengd (L6a) : 24,65 x 2,5 = 61,63 x 2 = 123,25 m2 : 1 : 4 st/m1

aantal stuks

:

menging

247 st. bosplantsoen st. laanbomen : individueel

vak beplantingstype lengte/oppervl aantal rijen plantverband

:2 : Bossingel met struweel/struikvormers (L3a) : Berekend; 230 m2 : max. 14 : 1,25 x 1,24

aantal stuks

:

menging

147 st. bosplantsoen st. laanbomen : individueel

vak :3 beplantingstype : Schouwpad en onderhoudsstroken beheren als botanisch hooilandrand (G2b) lengte/oppervl : Berekend 200m2 Onderhoudsstrook; 3 m. breed; Schouwpad 5 m. breed. Norm: 1 gr/m2 geschikt kruidenrijk mengsel af de Cruydthoeck.: 200 gr. Bestellen en inzaaien

Beplantingstype : hout-bossingel/bosje/haag/bomenrij Menging : individueel (soorten door elkaar planten) groepsgewijs (soorten in groepjes van 3-5 st. van dezelfde soort aanplanten)

2

Plantsoenlijst : Naam (ned. naam/lat. naam)

Totaal

Vak:

Aantal per beplantingsvak

1

2

Bosplantsoen ( 2 jarig plantmateriaal, maat 60-80 of 60-100) Boomvormers Berk/ Betula sp. Beuk/ Fagus sylvatica (H) (3 jarig) Es/Fraxinus excelsior Haagbeuk/ Carpinus betulus(H)

50

50

Winterlinde / Tilia cordata Zomereik/ Quercus robur Zwarte els/ Alnus glutinosa

Struikvormers Gelderse roos/Viburnum opulus

25

25

15

15

Grauwe wilg/ Salix cinerea Hazelaar/ Corylus avellana Hondsroos/ Rosa canina Hulst / Ilex aquifolium Kornoelje ,rode/Cornus sanguinea Kornoelje, gele/ Cornus mas

25

10

Liguster/ Ligustrum vulgare (H)

25

25

Lijsterbes/ Sorbus aucuparia

15

Meidoorn/Crataegus sp(H).

125

100

Veldesdoorn/ Acer campestre(H)

50

50

Vogelkers/ Prunus padus

24

24

Vlier/Sambucus nigra

15

15

15

Krent/ Amelanchier lamarckii 15 25

Sleedoorn/ Prunus spinosa

Vuilboom/ Rhamnus frangula Mispel / Mespilus germanica

25

12

13

Wilde appel / Malus sylvestris

3

Totaal bosplantsoen

394

247

147

(H): soort ook geschikt voor geschoren hagen * : Voor totaaloverzicht van toe te passen soorten zie Subsidieregeling Natuur paragraaf

Aanleg randenpakketten Bestaand grondgebruik weiland X bouwland overig,

Ne :3 randtype : Botanische hooilandrand (G2b) lengte/oppervl. : 200 m2 norm : 1 gr/m2 te bestellen en in te zaaien mengsel: 0,2 kg. Af de Cruydthoeck Ne : randtype : lengte/oppervl. : norm : te bestellen en in te zaaien mengsel:

kg

4

L3: Bossingel Een bossingel is een vrij liggend lijnvormig en aaneengesloten landschapselement met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken. Het doel van het beheer van het element is het behoud van natuurlijke waarde en boskwaliteit. Dit kan worden bereikt door de buitenrand (pleksgewijs) periodiek af te zetten en te snoeien. Doel van het onderhoud is het behoud van het ecosysteem en indien nodig herstel hiervan.

Criteria en eisen • Het element is lijnvormig en aaneengesloten. • Het element is vrij liggend in het landschap. • Een bossingel bestaat uit opgaande begroeien met inheemse bomen en struiken. Inrichtingseisen bij aanleg van een nieuw element • Aanplant met 2- en/of 3-jarig inheems bosplantsoen. • Aanplant in de periode: oktober tot april. • Plantverband van minimaal 1,25 m x 1,25 meter, 1,50 m x 1,50 meter of 1,50 m x 1,00 meter en maximaal 2,00 m x 2,00 meter. • Raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij indien perceel beweid wordt.

Beheervoorschriften • Overhangende takken kunnen gedurende het gehele jaar worden teruggesnoeid. • Het element wordt voor maximaal 80% beheerd als bos met opgaande bomen. • Snoeiwerkzaamheden worden uitgevoerd in de periode tussen 1 november en 15 maart. • Takken die over aangrenzende percelen hangen mogen het hele jaar worden teruggesnoeid. • Snoeihout mag op stapels of rillen in het element verwerkt worden voor zover het de stoven die opnieuw uit moeten lopen niet schaadt. Als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element. • Ongewenste houtsoorten, zoals Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, robinia en ratelpopulier mogen mechanisch (uitgraven, afzagen, uitfrezen) worden bestreden. • Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse duizendknoop. • Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. • Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt worden in het element. • Het element mag niet worden beschadigd door vee. Een raster ter bescherming mag niet aan het houtgewas bevestigd worden. Als er geen vee in het aangrenzende perceel loopt, is een raster niet nodig. • Niet branden in of in de directe omgeving van het element.

5

6

L6: Struweelhaag Een struweelhaag is een vrij liggend lijnvormig landschapselement van ca. 3 meter breed met een aaneengesloten opgaande begroeiing van inheemse, overwegend doornachtige, struiken.

Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element • Op locatie van aanplant is de afgelopen 5 jaar geen bos of struweel aanwezig geweest. • Aanplant met 2- en/of 3 jarig bosplantsoen, waarvan 50% bestaat uit doorndragende struiken, uitgezonderd meidoorn in bufferzones bacterievuur. • In het gebied van de ‘Maasheggen’ dient minimaal 70% te bestaan uit meidoorn (één- en tweestijlige) eventueel aangevuld met andere gebiedseigen soorten. • Aanplant in de periode: oktober tot april. • Het betreft een één- of twee rijig element. • Plantafstand in de rij bij 1 rij minimaal 0,25 meter en maximaal 0,40 meter en bij twee rijen. • Plantafstand in de rij minimaal 0,50 m en maximaal 1,00 meter en afstand tussen rijen minimaal 0,50 m en maximaal 1,00 meter. • Raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij indien perceel beweid wordt.

Beheervoorschriften • Snoeiwerkzaamheden worden uitgevoerd in de periode tussen 1 november en 14 maart. • Overhangende takken aan de zijkanten mogen maximaal 1 maal per 3 jaar worden teruggesnoeid. • Na het snoeien heeft de haag een hoogte van tenminste 1,00 meter en een breedte van tenminste 0,8 meter; • Na het vlechten heeft de haag een hoogte van tenminste 1,00 meter en een breedte van tenminste 0,5 meter. • Het snoeien kan gecombineerd worden met het vlechten van de haag. • Het snoeihout moet afgevoerd worden. Als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element. • Ongewenste houtsoorten, zoals Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, robinia en ratelpopulier mogen mechanisch (uitgraven, afzagen, uitfrezen) worden bestreden • Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse duizendknoop. • Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. • Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt worden in het element. • Het element mag niet worden beschadigd door vee. Een raster ter bescherming mag niet aan het houtgewas bevestigd worden. Als er geen vee in het aangrenzende perceel loopt, is een raster niet nodig. • Niet branden in of in de directe omgeving van het element.

7

8

G2: Botanische hooilandrand Een botanische hooilandrand is een rand die gehooid wordt, niet wordt bemest. Het doel van het beheer is gericht op bodem- en waterkwaliteit en ecologische waarde.

Inrichtingseisen • Inzaaien vindt plaats in het najaar voor de vorstperiode, bij voorkeur tussen augustus t/m oktober. Beheervoorschriften • De rand wordt gemaaid na 1 juli en het maaisel wordt binnen 14 dagen afgevoerd. • De rand wordt niet beweid. • De rand wordt niet bemest. • Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt worden in de beheereenheid. Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van akkerdistel, brandnetel, ridderzuring, jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop. • De rand wordt niet gebruikt als pad, behoudens voor het schonen van aanliggende sloot.

9

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16924890/1