CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Bijlage 14 - Landschapsanalyse (1139525)

Gemeenteraad 15 juni 2026, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen omgevingsplan Schoolstraat 62 Molenschot2.907 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Integrale Landschappelijke Analyse en Onderbouwing Schoolstraat 62, Molenschot Datum: 4 maart 2026 Aan: Gemeente Gilze en Rijen Opgesteld door: René van der Velde Betreft:

1.1

Inleiding en Contextualisering De locatie Schoolstraat 62 te Molenschot staat aan de vooravond van een fundamentele transformatie. De sanering van de aanwezige glastuinbouwopstanden 1, die decennialang het ruimtelijk beeld ter plaatse hebben gedomineerd, biedt een unieke kans om de landschappelijke waarden van het Brabantse zandlandschap te herstellen en te versterken. Dit project wordt uitgevoerd met toepassing van het kader van de 'Maatwerkregeling Omgevingskwaliteit' (Paragraaf 7.1 van de Brabantse beleidsregels). Hoewel de sanering van glas op zichzelf reeds een aanzienlijke kwaliteitswinst betekent door het wegnemen van grootschalige, industrieel ogende bebouwing uit het buitengebied, stelt de Provincie Noord-Brabant in haar zienswijze van 26 januari 2026 dat de uiteindelijke inrichting van het terrein moet getuigen van een dieper inzicht in de landschappelijke structuren. De kritiek dat de voorgestelde maatregelen - met name de struweelhagen en bossingels - louter als 'tuininrichting' zouden fungeren, wordt in deze vooorliggende analyse gepareerd. Door middel van deze gelaagde analyse op macro-, meso- en microniveau wordt aangetoond dat de gekozen inrichtingselementen juist de ruggengraat vormen van een robuuste landschappelijke inbedding die naadloos aansluit bij de morfologie van het Noord-Brabantse kampenlandschap.

1.2

Gebiedsanalyse (Macro-niveau): Het Landschap van de Baronie Het Zandlandschap en de Baronie van Breda Molenschot is gelegen in het hart van de Baronie van Breda, een gebied dat wordt gekenmerkt door een rijke afwisseling van hoger gelegen zandgronden, beekdalen en historische ontginningen. Het landschap rondom de Schoolstraat maakt deel uit van het zogenaamde 'oude zandlandschap'. Kenmerkend voor dit landschap is de kleinschalige gelaagdheid die is ontstaan door eeuwenlange menselijke activiteit. Historisch gezien bestond dit gebied uit een mozaïek van akkers (kampen), hooilanden in de lager delen nabij de beken, en bospercelen. De perceelsbegrenzingen werden van oudsher gevormd door houtwallen en struweelhagen. Deze elementen dienden niet alleen als veekering, maar ook als natuurlijke barrière tegen wind en erosie. Het verdwijnen van deze elementen gedurende de schaalvergroting in de 20e eeuw heeft geleid tot een 'vervlakking' van het landschap, waarbij de leesbaarheid van de historische bodem- en waterstructuren verloren is gegaan.

1

Op het moment van het schrijven van deze memo (4 maart 2026) zijn alle glasopstanden reeds volledig gesaneerd.

De Transformatie van het Kampenlandschap Het kampenlandschap rond Molenschot kenmerkt zich door onregelmatige blokverkaveling. De wegenstructuur volgt vaak de natuurlijke hoogtelijnen en de overgang naar de lagergelegen beekdalgronden. De Schoolstraat zelf is een historisch lint waarlangs de bebouwing zich organisch heeft ontwikkeld. De introductie van glastuinbouw in de afgelopen decennia heeft echter gezorgd voor een schaalbreuk. Waar het landschap voorheen werd gedefinieerd door zichtlijnen die gebroken werden door houtige elementen, creëerde het glas een harde, reflecterende barrière die de visuele relatie tussen de woonlinten en het achterliggende agrarische gebied blokkeerde. 1.3

Locatieanalyse (Meso-niveau): Schoolstraat 62 Huidige situatie en ruimtelijke impact De kavel aan de Schoolstraat 62 wordt momenteel gekenmerkt door de aanwezigheid van grootschalige glasopstanden 2. Deze kassen reiken diep het perceel op en vormen een dissonant element in het zichtveld vanaf de openbare weg. De visuele impact is tweeledig: • •

Verticale Barrière: De kassen blokkeren de doorzichten naar het achterliggende landschap. Massa-Ruimte Verhouding: De verhouding tussen 'harde' bebouwing en 'zachte' landschappelijke ruimte is uit balans.

De sanering van deze kassen brengt de oorspronkelijke openheid terug. De uitdaging is om een nieuwe balans te vinden tussen de overblijvende (kleinere) agrarische functie, de bestaande woonfunctie (Schoolstraat 64), de nieuwe woonfunctie (twee-onder-één-kap) en het omliggende landschap. Topografie en Bodemgesteldheid Uit de gegevens van Brabants Landschap blijkt dat de te beplanten grond bestaat uit droge zandgrond met een teeltlaag van circa 30 cm. De keuze voor inheemse soorten als Crataegus (Meidoorn) en Acer campestre (Veldesdoorn) is hier direct op gebaseerd en vormt een technische noodzaak voor een succesvolle aangroei. 1.4

Beleidskader: Kwaliteitsimpuls en Maatwerk De 'Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant' stelt eisen aan de kwaliteitsimpuls landschap. Bij Schoolstraat 62 is sprake van een bijzondere situatie: de sanering van glas is een enorme ruimtelijke winst, maar de provincie eist - conform 'Maatwerk Omgevingskwaliteit' - een duurzame landschappelijke inbedding. De provinciale opmerkingen zoals verwoord in de zienswijze van 26 januari 2026 miskent de ecologische functie van de voorgestelde elementen. Het plan van Brabants Landschap volgt de filosofie van verankering van bebouwing in bestaande structuren door gebruik te maken van standaard landschapstypen L6, L3a en G2b zoals die binnen de maatwerkregelingen van de provincie bekend zijn.

2

De kassen zijn ten tijde van het opstellen van deze memo (4 maart 2026) reeds volledig gesaneerd.

© Looije Agro Technics BV, 2026

2

Memo Schoolstraat 62, Molenschot

1.5

Technische onderbouwing van het inrichtingsplan In deze sectie worden de drie vakken gedetailleerd geanalyseerd. Het is hierbij essentieel te vermelden dat de initiatiefnemer expliciet de opdracht heeft gegeven aan Brabants Landschap om de omvang van het landschappelijke inpassingsplan de norm van wat normaal gesproken als 'minimaal passend' wordt beschouwd, te laten overschrijden. Waar in vergelijkbare projecten vaak wordt gezocht naar de ondergrens van landschappelijke compensatie, is bij Schoolstraat 62 de ambitie uitgesproken om een substantiële en duurzame kwaliteitsimpuls te realiseren. In de vorm van de vakken 1, 2 en 3 is Brabants Landschap derhalve beduidend verder gegaan dan hetgeen in dergelijke trajecten minimaal gebruikelijk is.

1.5.1

Vak 1: De Struweelhaag (L6) - Herstel van de Lintstructuur Vak 1 betreft de aanleg van een gemengde struweelhaag met een totale lengte van 123,25 meter. Er worden 247 stuks bosplantsoen aangeplant in een plantverband van 4 stuks per strekkende meter. Ruimtelijke Functie en Inpassing: De positionering van Vak 1 is strategisch gekozen. De haag wordt aangelegd aan zowel de noord- als de zuidzijde van de voorgestelde nieuwe twee-onder-éénkapwoning. • Noordzijde: Hier vormt de haag de logische landschappelijke begrenzing van zowel de voormalige bedrijfswoning als de nieuwe twee-onder-één-kap-woning. Het herstelt de historische perceelsgrens die door de kassenbouw als het ware was uitgewist. De lengte van dit noordelijke element is bewust gelijk gehouden aan het zuidelijke element om een spiegelbeeldige, rustige ritmiek in het lint te waarborgen. • Zuidzijde: De haag vormt een noodzakelijke visuele en ecologische buffer richting de reeds bestaande burgerwoning op Schoolstraat 64. Hierdoor worden alle woonelementen in één landschappelijk gebaar samengevat en ingepast. • Maatvoering en Visuele Overgang: De lengte van de haag tussen de nieuwe twee-onderéén-kap en de bestaande burgerwoning op Schoolstraat 64 is met uiterste precisie bepaald.

Deze lengte komt exact overeen met de afstand die nodig is om dit lineaire landschapselement op natuurlijke wijze visueel te laten overgaan in de meer volumineuze landschapselementen van vak 2 (de bossingel) en vak 3 (de botanische hooilandrand). Een grotere lengte van vak 1 zou de zorgvuldig uitgebalanceerde verhouding tussen de verschillende vakken verstoren, wat zou resulteren in een visueel disharmonisch beeld waarbij de haag te dominant wordt ten opzichte van de achterliggende ecologische structuren. Door de lengte van het noordelijke segment - dat de afscheiding vormt richting de voormalige bedrijfswoning - strikt af te stemmen op de maatvoering van dit zuidelijke ankerpunt, ontstaat een symmetrische verantwoording die de landschappelijke inbedding van de gehele bebouwingscluster versterkt. Dit is een bewuste ontwerpkeuze om eenheid en rust te creëren in de visuele overgang van het private woongebied naar het open landschap. • Bouwdiepte: De lengte van de haag is bovendien in overeenstemming met de te verwachten bouwdiepte vanaf de Schoolstraat in westelijke richting. Dit voorkomt dat de bebouwing 'los' in het veld komt te staan en creëert een duidelijke overgang tussen de private woonzone en het publieke/agrarische landschap. Ecologische Onderbouwing: De soortenlijst bevat een samenstelling die fundamenteel anders is dan een tuinheg.

Het is een dynamisch, inheems systeem dat mee verandert met de seizoenen en een directe bijdrage levert aan de lokale biodiversiteit.

© Looije Agro Technics BV, 2026

3

Memo Schoolstraat 62, Molenschot

1.5.2

Vak 2: Bossingel en Vogelbosje (L3a) - Landschapsarchitectonische Verantwoording Vak 2 beslaat een oppervlakte van circa 230 m² in de zuidoostelijke hoek van het plangebied. Er worden 147 stuks bosplantsoen aangeplant in een ruim plantverband. Landschapsarchitectonische onderbouwing: De beslissing om vak 2 te concentreren in de zuidoosthoek berust op fundamentele landschapsarchitectonische principes van 'massa-ruimte verhouding' en 'ruimtelijke geleding'. In de morfologie van het kampenlandschap is de afwisseling tussen open kamers en dichte randen essentieel. Door hier specifiek te kiezen voor een geconcentreerd volume in plaats van een louter lineaire structuur langs de perceelsgrens, wordt een krachtige 'coulissewerking' gecreëerd. Deze gelaagdheid in het zichtveld zorgt voor een grotere dieptewerking en een dynamisch perspectief vanaf de Schoolstraat, waarbij de blik van de toeschouwer wordt geleid langs de verschillende landschappelijke lagen. Dit voorkomt dat de kavel een amorfe, betekenisloze openheid krijgt na de sanering van het glas; het geeft het landschap een nieuwe, logische begrenzing. Bovendien fungeert dit bosje als een ruimtelijk contrapunt (counter-weight) voor de bebouwingscluster in het noordelijke deel van het perceel.

Hierdoor ontstaat een harmonieuze balans tussen de 'harde' architectonische massa van de woningen en de 'zachte' landschappelijke massa van het bosje. De situering pal naast de watergang is vanuit landschapsarchitectonisch oogpunt cruciaal voor het realiseren van een 'ecologische gradiënt'. Hierdoor ontstaat een geleidelijke overgangszone van een dichte, luwe struweelkern naar een kruidenrijke hooilandrand (vak 3) en uiteindelijk de aquatische zone van de watergang. In termen van landschappelijke 'leesbaarheid' markeert dit vak op een natuurlijke wijze de overgang naar de lager gelegen, nattere gronden van het beekdal. De beplanting benadrukt hiermee de onderliggende geomorfologie van het gebied, waardoor het ontwerp niet als een vreemd element voelt, maar als een versterking van de bestaande landschapskenmerken. Tenslotte biedt dit geconcentreerde 'vogelbosje' een veel robuustere 'stepping stone' functie binnen het lokale ecologische netwerk dan een smalle haag zou kunnen, omdat het voldoende diepte biedt voor een beschut microklimaat.

1.5.3

Vak 3: Botanische Hooilandrand (G2b) Vak 3 vormt een aanvulling op de bossingel en beslaat ongeveer 200 m². Dit vak wordt ingezaaid met een kruidenrijk mengsel. Functionele Integratie: Dit element is gepositioneerd langs het schouwpad en de onderhoudsstroken. Dit creëert een zogenaamde 'ecologische gradiënt': de overgang van de dichte bossingel (Vak 2) via de kruidenrijke rand (Vak 3) naar de open watergang aan de westzijde. Deze gelaagdheid is essentieel voor insecten zoals wilde bijen en vlinders, die zowel beschutting als voedsel nodig hebben. Het versterkt de effectiviteit van Vak 2 aanzienlijk.

© Looije Agro Technics BV, 2026

4

Memo Schoolstraat 62, Molenschot

1.6

Weerlegging van de Provinciale kritiek: tuin versus landschap De opmerking van de provincie zoals verwoord in de zienswijze van 26 januari 2026 dat de inrichting te veel lijkt op een reguliere tuininrichting kan op basis van de volgende argumenten worden weerlegd. Dit plan overstijgt namelijk het niveau van een particuliere tuininrichting op zowel technisch, ecologisch als ruimtelijk vlak.

1.6.1

Soortkeuze en herkomst Een tuin kenmerkt zich vaak door de toepassing van exoten en cultivars, geselecteerd op basis van louter esthetische kenmerken zoals bloeiperiode of bladvorm. Het plan voor de Schoolstraat 62 gebruikt uitsluitend inheems bosplantsoen. Soorten als Mispel en Sleedoorn zijn historisch verankerd in de streek en hebben een 'ruig' karakter dat fundamenteel verschilt van de gecultiveerde look van tuinplanten. Door gebruik te maken van de Brabantse rassenlijst wordt bovendien gewaarborgd dat het genetisch materiaal optimaal is aangepast aan de lokale omstandigheden, wat essentieel is voor de robuustheid van de beplanting.

1.6.2

Plantverband en beheer Het gehanteerde plantverband in de bossingel is gericht op het creëren van een gesloten massa op middellange termijn, waarbij natuurlijke selectie een rol speelt. In een tuin is de onderlinge afstand vaak groter om individuele planten tot hun recht te laten komen. Bovendien is het beheervoorschrift gericht op verschraling en natuurontwikkeling. Het periodiek afzetten van de singel en het maaien na 1 juli met afvoer van maaisel staat haaks op het gangbare tuinonderhoud, waarbij bemesting en strak gazonbeheer de norm zijn. Hier wordt gestuurd op een dynamisch proces in plaats van een statisch eindbeeld.

1.6.3

Ruimtelijke verankering Tuinen zijn vaak naar binnen gekeerd en gericht op de woning, vaak met 'harde' schuttingen of hagen die de privacy waarborgen. De struweelhagen en bossingels in dit plan zijn juist naar buiten gekeerd en ontworpen als onderdeel van de landschappelijke 'kamer'. Ze markeren percelen zoals dat al eeuwen gebeurt in het Brabantse zandlandschap. Ze dienen om de schaal van de nieuwe bebouwing te relativeren en de historische ritmiek van het landschap te herstellen. In plaats van een hermetische afsluiting, regisseert dit plan de doorzichten (visuele permeabiliteit) zodanig dat de relatie met het omliggende buitengebied behouden blijft.

1.6.4

Afwezigheid van antropocentrische tuinelementen Een wezenlijk kenmerk van een tuininrichting is de aanwezigheid van antropocentrische elementen zoals sierbestrating, tuinverlichting, ornamenten of gecultiveerde gazons. Het inpassingsplan voor Schoolstraat 62 bevat geen van deze elementen in de aangewezen vakken. De vakken bestaan uitsluitend uit landschappelijke structuren die een natuurlijke overgang vormen naar de agrarische omgeving. De gelaagdheid tussen 'wonen' en 'landschap' wordt hier niet getrokken door een harde schutting, maar door een relatief zachte, ecologische gradiënt.

© Looije Agro Technics BV, 2026

5

Memo Schoolstraat 62, Molenschot

1.6.5

Ecologische Habitatfunctie versus decoratie Waar een tuin vaak fungeert als decorum voor de bewoner, fungeert dit plan als een functioneel ecosysteem. De keuze voor doorndoornige struiken in de struweelhaag (vak 1) is specifiek mede bedoeld als broed- en schuilplaats voor zangvogels en kleine zoogdieren. De botanische hooilandrand (vak 3) is geen gazon, maar een voedselbron voor bestuivers. Dit plan is ontworpen als een 'stapsteen' (stepping stone) die aansluit bij de grotere ecologische structuren van de Baronie, waardoor het een publieke landschappelijke waarde vertegenwoordigt die een private tuin per definitie niet heeft.

1.6.6

Tijdsdimensie en Successie Landschappelijke inpassing is een investering in de tijd. Waar een tuin vaak direct na aanleg 'af' moet zijn voor de bewoner, is dit plan gebaseerd op natuurlijke successie. De inheemse beplanting zal over de jaren groeien, uitdunning ondergaan en zich aanpassen aan de bodem. Dit plan anticipeert op een ontwikkeling van dertig tot vijftig jaar, passend bij de duurzaamheid van het Brabantse kampenlandschap. Het is een structurele toevoeging aan het landschapsframe, geen kortstondige esthetische opknapbeurt.

1.7

Analyse Westzijde: Waarom inpassing hier niet zinvol is Een belangrijk punt dat nader besproken dient te worden, is de suggestie die naar voren kwam tijdens het verkennend gesprek met de gemeente Gilze en Rijen. In dit overleg werd door de vertegenwoordiger van de gemeente geopperd om te overwegen een aanvullend landschapselement te plaatsen aan de westzijde van het door de sanering en herbestemming aanzienlijk verkleinde agrarische bouwvlak. Hoewel deze suggestie waarschijnlijk voortkomt uit een begrijpelijk streven naar een volledige omkadering van bebouwingsclusters, wordt in deze analyse betoogt op basis van fundamentele landschapsarchitectonische principes dat een dergelijke toevoeging op deze specifieke locatie ruimtelijk onjuist en zelfs contraproductief zou zijn voor het beoogde herstel van de landschappelijke openheid. Verkleining van het Bouwvlak Als onderdeel van de wijziging van het omgevingsplan is het oorspronkelijke, grote agrarische bouwvlak (waar de kassen stonden) aanzienlijk verkleind. Het thans overgebleven bouwvlak is tot een minimum gereduceerd en omvat feitelijk alleen nog de bestaande bedrijfswoning en bedrijfsloods. De strikte voorschriften bepalen dat er slechts zeer beperkt aanvullende bebouwing mag worden opgericht binnen dit beperkte agrarische bouwvlak.

Visuele Bevestiging versus Integratie Het plaatsen van een landschappelijke inpassing aan de westelijke rand van dit verkleinde bouwvlak zou dit vlak juist 'visueel bevestigen'. Het zou een harde lijn trekken rondom een bouwvlak dat in de toekomst waarschijnlijk niet meer intensief bebouwd zal worden. Door de westzijde open te laten, blijft de relatie met het achterliggende open agrarische gebied behouden. Een nieuwe groene wand aan de westzijde zou de openheid die juist door de sanering van het glas is ontstaan, direct weer tenietdoen. De focus moet liggen op de inpassing van de woonfunctie (de oostzijde), waar de menselijke activiteit het meest intensief is.

1.8

Beheer en Duurzaamheid op Lange Termijn De duurzaamheid van een landschappelijke kwaliteitsimpuls valt of staat bij het beheer ervan. Het plan van Brabants Landschap voorziet in strikte beheervoorschriften (periodiek afzetten van de singel, maaien na 1 juli en afvoeren van maaisel) die de kwaliteit voor de lange termijn borgen. © Looije Agro Technics BV, 2026

6

Memo Schoolstraat 62, Molenschot

1.9

Conclusie De sanering van de glastuinbouw aan de Schoolstraat 62 is een schoolvoorbeeld van de 'Maatwerkregeling Omgevingskwaliteit'. Het plan zoals opgesteld door Brabants Landschap is geen 'tuinplan', maar een doordachte landschappelijke interventie die de ambitie van de initiatiefnemer weerspiegelt om verder te gaan dan hetgeen normaal gesproken als 'minimaal passend' wordt beschouwd. In plaats van te voldoen aan een minimale ondergrens, is er bewust gekozen voor een robuustere inrichting die de historische gelaagdheid van het kampenlandschap herstelt en de bebouwing op duurzame wijze verankert in haar natuurlijke omgeving. De afweging om de westzijde open te houden, getuigt van een visie die de ruimtelijke beleving van het open landschap prioriteert boven een louter administratieve afscherming van bouwvlakken. De gekozen inheemse soorten, de specifieke plantverbanden en de strikte beheervoorschriften garanderen een inrichting die overtuigend bijdraagt aan de landschappelijke eenheid van Molenschot. Deze elementen vormen samen een functioneel ecosysteem dat zowel de lokale biodiversiteit als de visuele kwaliteit van de Baronie op lange termijn versterkt.

Wij verzoeken de betreffende bestuursorganen dan ook om deze uitgebreide analyse en de hiermee gepaard gaande kwaliteitsimpuls mee te wegen in haar oordeel en te concluderen dat het plan voldoet aan de hoogste eisen van landschappelijke kwaliteit.

© Looije Agro Technics BV, 2026

7

Memo Schoolstraat 62, Molenschot

Bijlage: Inrichtingsschets Brabants Landschap

© Looije Agro Technics BV, 2026

8

Memo Schoolstraat 62, Molenschot

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16924901/1