25-015 Ontwikkelingen regionale warmtetransitie
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Aan
Gemeenteraad
Van
College van burgemeester en wethouders
Portefeuillehouder
Wethouder Scheifes
Onderwerp
Ontwikkelingen regionale en lokale warmtetransitie
Datum collegevergadering
25 maart 2025
Zaaknummer
1105603
RIB-Nummer
25-015
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------1. Inleiding In deze brief vindt u informatie over de recente ontwikkelingen in de regionale samenwerking bij de aanpak van de warmtetransitie, inclusief de lokale updates uit de gemeente. We beschrijven welke ondersteuning vanuit het Rijk wordt gegeven aan gemeenten en hoe dit regionaal georganiseerd is. Verder gaan we in op het Programmaplan Regionale Warmtetransitie dat onlangs is vastgesteld. 2. Inhoudelijk De warmtetransitie en de rol van de gemeente Het gaat bij de warmtetransitie om het afbouwen van het gebruik van aardgas voor de verwarming van woningen en andere gebouwen in de gemeente. De gemeenten hebben in het Klimaatakkoord van 2019 de taak op zich genomen om de regie te voeren over deze transitie, die in 2050 afgerond moet zijn. Onderaan de brief leest u waar we op lokaal niveau aan werken. Rol van de regio De gemeenten in de regio Hart van Brabant werken al sinds 2019 aan de REKS: de regionale energieen klimaatstrategie. We doen dit samen met provincie, waterschappen, netbeheerder en andere stakeholders. Kern van deze samenwerking is om samen met de 29 andere regio’s in het land een bepaalde hoeveelheid duurzame energie uit zon en wind te produceren in 2030.
Er is dus op het gebied van de opwek van duurzame energie een duidelijke gezamenlijke, regionale opgave. Voor de warmtetransitie is een andere afspraak gemaakt. Hierbij is de regie niet bij de regio gelegd, maar op het lokale niveau (bij de gemeenten). Dit betekent dat de rol van de regio in de warmtetransitie dus anders is dan bij de opwek van duurzame energie. De rol van regio in de warmtetransitie bestaat uit: Het ondersteunen van de gemeenten in hun lokale opgave Het ondersteunen en bevorderen van de samenwerking en kennisuitwisseling tussen de gemeenten in de regio Het in kaart brengen van datgene wat niet op lokaal niveau geregeld kan worden en bevorderen van het maken van afspraken daarover.
Deze rol van de regio past in de kernagenda van de regio Hart van Brabant en is onderdeel van de kernagendataak ‘Energie en Klimaat, verduurzaming van woningen en bedrijventerreinen’. Ondersteuning door het Rijk Om de gemeenten te ondersteunen bij hun rol in de warmtetransitie is door het Rijk in 2023 het NPLW gestart, het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie. Dit is een interbestuurlijke organisatie met circa 35 medewerkers die gevestigd is in Den Haag. De gemeenten zijn de primaire doelgroep van het NPLW, daarnaast richt het NPLW zich op het bevorderen van de samenwerking tussen gemeenten en hun relevante partners. Naast de ondersteuning van individuele gemeenten door middel van handreikingen, webinars, leerkringen etc, stimuleert NPLW ook de samenwerking tussen gemeenten op regionaal niveau. Hierbij wordt aangesloten bij de regio-indeling die in het kader van de regionale energie strategieën (RES) in 2019 is vastgesteld. De regio-indeling voor de warmtetransitie in Hart van Brabant omvat dus dezelfde gemeenten als de REKS. Financieel wordt de regionale samenwerking in de warmtetransitie ondersteund door een Specifieke Uitkering (SpUk) van het Rijk. Deze bedraagt voor Hart van Brabant maximaal € 973.258,= voor de periode tot en met 2026.
Regio’s kunnen deze middelen inzetten voor alle activiteiten die tot doel hebben om regionaal samen te werken aan het uitvoeren van de warmtetransitie. Bijvoorbeeld voor het inzetten van specifieke capaciteit en expertise en voor het versterken van de regionale afstemming. Warmtetransitie in de REKS In de REKS is ervoor gekozen om regionale samenwerking in de warmtetransitie te koppelen aan de reeds bestaande werkgroepen rond dit thema. De reeds bestaande werkgroepen ‘warmte’ en ‘energiebesparing’ zijn daarom samengevoegd tot één werkgroep. Met de middelen die door het Rijk beschikbaar gesteld worden, is een coördinator ingehuurd en door de werkgroep is een Programmaplan opgesteld waarin de activiteiten in het kader van de ondersteuning zijn beschreven. Dit Programmaplan is besproken in het Portefeuillehouders Overleg Energie, Klimaat en Grondstoffen in november 2024. Programmaplan 2024 – 2026 Het volledige Programmaplan is te vinden op de website van de regio. (https://www.regiohartvanbrabant.nl/nieuws/programmaplan-regionale-warmtetransitie-2024-2026-vastgesteld/) Het plan bevat een breed scala aan projecten en activiteiten die de negen gemeenten ondersteunen bij het behalen van hun doelen en richt zich daarbij op vier hoofdthema’s: 1. Voorbereiding fysieke maatregelen, zoals isolatie van woningen en de inzet van warmtebronnen als geothermie, aquathermie en restwarmte. 2.
Betrekken van doelgroepen, met onder meer een regionaal energieloket dat inwoners helpt met verduurzamingsmaatregelen. 3. Samenwerking met stakeholders, waaronder netbeheerders, woningcorporaties en energiecoöperaties. 4. Kennis- en beleidsontwikkeling om gemeenten te ondersteunen bij de complexe vraagstukken en regelgeving van de warmtetransitie. Een belangrijk aspect is de nadruk op betaalbaarheid en sociale acceptatie, zodat de transitie haalbaar blijft voor alle bewoners. Daarnaast houdt het plan rekening met nieuwe wetgeving, zoals de Wet
Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie, en provinciale initiatieven zoals een mogelijk warmtebedrijf. Lokale warmtetransitie Warmteprogramma In 2021 hebben alle gemeenten een Transitievisie Warmte (TVW) opgesteld. Vanaf 2025 gaan we aan de slag met de actualisatie van deze visie. Landelijk heet dit dan het Warmteprogramma. Dit wordt verplicht zodra de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) in werking treedt (naar verwachting op 1 juli 2025). Uiterlijk eind 2026 moet iedere individuele gemeente een Warmteprogramma, door het college, hebben vastgesteld. Het Warmteprogramma beschrijft hoe we de overstap maken van aardgas naar duurzamere warmtebronnen. Het bevat doelen en acties voor de komende 10 jaar (tot 2035) en houdt rekening met technische, financiële en sociale aspecten. Dit zijn de eerste stappen om in 2050 volledig aardgasvrij te zijn. Elke vijf jaar wordt het Warmteprogramma herzien. Het Warmteprogramma valt onder de Omgevingswet en wordt daarmee een verplicht gemeentelijk programma. Dit betekent dat het onderdeel uitmaakt van het bredere ruimtelijke- en milieubeleid van de gemeente. De Omgevingswet biedt de wettelijke basis en instrumenten, zoals gebiedsgerichte aanpakken en vergunningsregels, om de overstap naar duurzame warmte daadwerkelijk te realiseren.
Het eerder genoemde NPLW heeft een begeleidingstraject opgezet voor gemeenten, waar alle Brabantse gemeenten momenteel gebruik van maken. Ook wij sluiten aan bij dit ondersteuningstraject. SpUk Lokale Aanpak Isolatie Begin februari ontving u een raadsinformatiebrief met meer informatie over de pilot isolatieactie. We werken aan een meerjaren programma voor de uitvoering van de SpUk Lokale Aanpak Isolatie. Dit is een van de grotere projecten die de komende jaren uitgevoerd gaat worden. Hier zult u in kwartaal 3 meer over geïnformeerd worden. 3. Procedureel We zullen u op de hoogte houden van de ontwikkelingen in de warmtetransitie binnen de gemeente en op regionaal niveau. We zijn momenteel het proces rondom het nieuwe Warmteprogramma aan het vormgeven. Voor de zomer informeren we u hier verder over. Bijlage(n): N.v.t.