CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

23-006 Bijlage 1 - ONBP Oranjestraat 113 Gilze 2023-01-26

Raadscommissie Ruimte 9 mei 2023, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: 23-006 RIB Ontwerpbestemmingsplan Oranjestraat 113 (D66)34.556 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen, die niet in betekenende mate bijdrage aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze

|51

Onderzoek Luchtkwaliteit ter plaatse Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – RIVM) is de concentratie PM2,5 in 2025 (gegevens 2021) ter plaatse minder dan 10 μg/m³. De concentratie PM10 in 2025 (gegevens 2021) is ter plaatse minder dan 18 μg/m³. De concentratie NO2 in 2025 (gegevens 2021) is ter plaatse gelegen tussen de 10 en 15 μg/m³. Op basis van de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse hiermee ruimschoots voldoende. Daarnaast zal naar verwachting de luchtkwaliteit in de toekomst nog verder verbeteren. NIBM Het onderhavige planvoornemen betreft een woningbouwontwikkeling van 41 woningen. Daarmee ligt het planvoornemen ver onder de gestelde grens van 1.500 woningen. De realisatie van 41 woningen draagt dan ook ‘niet in betekende mate’ bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een aanvullend onderzoek luchtkwaliteit is derhalve niet noodzakelijk. NSL-monitoringstool In de NSL-monitoringstool is de huidige luchtkwaliteit weergegeven. Op de kaarten van de NSLmonitoringstool zijn rekenpunten langs de Oranjestraat aanwezig. Uit de resultaten blijkt dat zowel in 2017, 2020 en 2030 voor alle stoffen geen sprake is van overschrijdingen van concentraties en aantal overschrijdingsdagen.

Er kan geconcludeerd worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van luchtkwaliteit. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.4

Geurhinder

Wet geurhinder en veehouderij In het kader van de ruimtelijke procedure dient enerzijds nagegaan te worden of er ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd (milieu hygiënische toets) en anderzijds of het planvoornemen leidt tot een belemmering van vergunden rechten van bedrijven in de omgeving. Voor veehouderijen is het geurbeleid vastgesteld in de op 1 januari 2007 inwerking getreden Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag maken op een geurgevoelig object (zoals een woning). Daarbij wordt onderscheidt gemaakt tussen de ligging binnen en buiten de bebouwde kom. De Wgv bevat afstandsnormen die in acht moeten worden genomen. In artikel 3 van de wet zijn de ten hoogste toegestane geurbelastingen bepaald. Locatie geurgevoelig object Concentratiegebied, binnen bebouwde kom Concentratiegebied, buiten bebouwde kom Niet-concentratiegebied, binnen bebouwde kom Niet-concentratiegebied, buiten bebouwde kom

Ten hoogste toegestane geurbelasting 3,0 OUe/ m3 14,0 OUe/ m3 2,0 OUe/ m3 8,0 OUe/ m3

Op basis van artikel 3.2 Wgv geldt dat de minimum afstand van een veehouderij tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom tenminste 100 meter dient te zijn. Wanneer het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom is gelegen dient deze afstand minimaal 50 meter te zijn.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze

|52

Geurverordening en beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder De gemeente Gilze en Rijen heeft op 18 juli 2022 de geurverordening en beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder vastgesteld. Met deze Geurgebiedsvisie, Verordening geurhinder en veehouderij en de Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen geurhinder wil de gemeente meer perspectief bieden aan gestopte en nog te stoppen boeren én voor de boeren die doorgaan. Ook is deze visie bedoeld om afwegingen te maken bij ruimtelijke initiatieven in het buitengebied en de kernrandzones. Onderzoek Het plangebied valt volgens de kaarten bij de geurverordening grotendeels in deelgebied A (bebouwde kom). Een smalle strook aan de westzijde valt in deelgebied B (zone beperkingen veehouderij rondom de kernen).

Uitsnede kaart behorende bij geurverordening, plangebied binnen cirkel Voor deelgebied A bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object 3,0 odour units en in deelgebied B 5,0 odour units. De achtergrondbelasting deelgebied A mag maximaal 10,0 odour units bedragen en in deelgebied B 13,0 odour units.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze

|53

Onderhavig planvoornemen betreft een woningbouwontwikkeling met 41 woningen. Dit is alleen mogelijk als ter plaatse sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. De aanwezigheid van veehouderijen in de directe omgeving is hierop van invloed. Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van de gemeente Gilze en Rijen in een nietconcentratiegebied, waarvoor een vaste afstand van 100 meter geldt. Voor de inventarisatie van de veehouderijen is gebruik gemaakt van de kaart ‘veehouderijbedrijf’ van de provincie Noord-Brabant.

Uitsnede kaart Veehouderijbedrijf

De dichtstbijzijnde actieve veehouderijen (een paardenhouderij aan de Bessemeindseweg 6 en een rundveehouderij) liggen beide op 300 meter afstand van het plangebied. Het plangebied ligt daarmee ruimschoots buiten de richtafstand van 100 meter ten opzichte van de omliggende veehouderijen. Daarnaast liggen er reeds meerdere bestaande woningen op veel kortere afstand van de veehouderij(en).

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze

|54

De dichterbij gelegen woningen zijn daardoor bepalend voor de mogelijkheden van de veehouderijbedrijven. Gesteld kan worden dat het planvoornemen geen belemmering vormt voor de nabijgelegen veehouderij(en). Om te bepalen of ter plaatse van de woningbouwontwikkeling sprake is van een goed woon- en leefklimaat is gebruik gemaakt van de kaart ‘Achtergrondbelasting huidige situatie vergund’ uit de geurgebiedsvisie.

Uitsnede kaart Achtergrondbelasting Geur

De woningbouwontwikkeling ligt in een gebied met een goed tot zeer goede kwaliteit leefomgeving (0-5 OUe/m3). Geconcludeerd kan worden dat ter plaatse sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat anderzijds het plan geen belemmering vormt voor nabijgelegen veehouderijen. Conclusie Het aspect geurhinder vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.5

Geluid

Wet geluidhinder Het aspect geluid speelt een belangrijke rol in de omgevingskwaliteit. Er bestaan verschillende geluidsbronnen die van invloed kunnen zijn op deze omgevingskwaliteit. Overlast van geluid op geluidsgevoelige functies dient te worden voorkomen. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt tussen verkeerslawaai en industrielawaai. Ter bepaling van de geluidsbelasting dient op grond van de Wet geluidhinder iedere weg in beschouwing te worden genomen tenzij de weg binnen een woonerf gelegen is of voor de weg een maximum rijsnelheid van 30 km/uur geldt. De te beschouwen wegen hebben een onderzoekszone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient plaats te vinden. De grootte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de definitie van het gebied (buitenstedelijk of binnenstedelijk). Op grond van de Wet geluidhinder bedraagt de voorkeursgrenswaarde 48 dB op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen. NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze

|55

In artikel 1 van de Wet geluidhinder wordt een beperkt aantal type objecten aangemerkt als geluidsgevoelig object. Dit zijn: woningen, geluidsgevoelige terreinen en andere geluidgevoelige gebouwen (onder andere onderwijsgebouwen, ziekenhuishuizen en verpleeghuizen). Objecten die niet onder deze categorieën zijn te scharen zijn op basis van de Wgh niet beschermd tegen geluidshinder. Onderzoek Voor het plangebied is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de te verwachten optredende gevelbelastingen vanwege wegverkeerslawaai van de Oranjestraat. Het volledige onderzoek is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. De overige wegen die in de omgeving van het plangebied liggen, zijn met hun maximum snelheid van 30 km/uur en in het kader van een goede ruimtelijke ordening niet relevant. De voorkeursgrenswaarde wordt in vier waarneempunten overschreden als gevolg van de Oranjestraat. De geluidbelasting is maximaal 60 dB zodat de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden. Bij de gemeente Gilze en Rijen kan een verzoek worden ingediend voor het vaststellen van een Hogere Waarde. Als ontheffingscriterium kan worden aangewend dat de woningen een open plek opvullen tussen reeds aanwezige bebouwing. Het terugbrengen van de geluidbelasting tot onder de voorkeursgrenswaarde is praktisch niet mogelijk.

Door het aanbrengen van een stiller wegdek is een reductie van maximaal 5 dB te behalen, zodat de voorkeursgrenswaarde nog steeds wordt overschreden. De kosten voor het aanpassen van het wegdek bedragen 300 m x 7m x € 50,-- = € 105.000,-- en stuiten op bezwaren van financiële aard. Het verder naar achteren verplaatsen van de woningen om de geluidbelasting verder te reduceren leidt er niet toe dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Zou de afstand tot de weg bijvoorbeeld worden verdubbeld, van 10 naar 20 meter, dan is de geluidbelasting op de voorgevel toch maar 3 dB lager, een verschil dat niet hoorbaar is. Uit stedenbouwkundig oogpunt is het verder van de weg plaatsen niet wenselijk: de woningen zijn reeds verder van de weg geplaatst dan de bestaande woningen (om de geluidbelasting te verlagen). Zouden de woningen nog verder naar achteren worden verplaatst, dan komt de rooilijn van de nieuwbouw achter de achtergevel van de buren te liggen, wat ook in het kader van privacy niet wenselijk is. Aan het verlenen van de hogere waarde, kan de gemeente aanvullende eisen stellen, zoals het aanwezig zijn van een geluidluwe gevel. De woningen kunnen, gezien de ligging ten opzichte van de Oranjestraat, hieraan voldoen. Wanneer de hogere waarde wordt verleend, dient, bij de aanvraag omgevingsvergunning, een aanvullend rapport naar de geluidwerende voorzieningen te worden ingediend.

In dit rapport dienen de maatregelen te worden omschreven om ervoor zorg te dragen dat het binnenniveau niet hoger is dan 33 dB ten gevolge van wegverkeerslawaai. Bij het bepalen van de voorzieningen dient te worden uitgegaan van de berekende geluidbelasting, exclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Voor vier waarneempunten aan de zijde van de Oranjestraat zal een hogere waarde verleend worden.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze

|56

5.6

Bedrijven en milieuzonering

De Wet milieubeheer zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wabo en Wet milieubeheer of ze moeten voldoen aan het Activiteitenbesluit. In de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De lijst geeft richtlijnen voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De benodigde afstand tussen bedrijven en gevoelige functies is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijk gebieden. Alle bedrijven die in de buurt van de planlocatie liggen worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met een maximale hinderafstand ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

t.o.v. rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

t.o.v. gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Onderzoek Het planvoornemen betreft een woningbouwontwikkeling van 41 woningen. Ten behoeve van het planvoornemen zal het tankstation gesaneerd worden en de (voormalige) bedrijfswoning worden omgezet naar een burgerwoning. Door het planvoornemen wordt de bestaande bedrijfsbestemming, direct gelegen naast woningen, opgeheven, waardoor het woon- en leefklimaat in de omgeving van het plangebied verbeterd. Bij de beoogde ontwikkeling moet voldaan worden aan de vereiste richtafstanden tussen de geprojecteerde woningen en de omliggende bedrijven en inrichtingen. In de VNG publicatie is een omschrijving van de gebiedstypes gemengd gebied en rustige woonwijk/ rustig buitengebied gegeven. Het plangebied ligt deels aan de Oranjestraat, alsmede op de achterliggende weide en een deel van de voormalige Dahliatuin, grenzend aan een woonwijk. Rondom het plangebied liggen vooral woonbestemmingen. Het gebied is te kwalificeren als omgevingstype ‘rustige woonwijk’. In onderstaande tabel zijn de bestaande functies rond het plangebied weergegeven: Adres

Soort bedrijf

Milieucategorie

Hinderafstand rustige woonwijk

Oranjestraat 123

Werkplaats, verhuur toiletwagens Aannemersbedrijf

2

30 meter

Afstand vanaf bestemmingsgrens tot bouwvlak nieuwe woningen 45 meter

2

30 meter

145 meter

Oranjestraat 126

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze

|57

Er kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de bestaande bedrijven worden niet verder in hun mogelijkheden beperkt. Het aspect geur is nader beschreven in paragraaf 5.4. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.7

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten en regelingen. De belangrijkste zijn: • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. De risico's dienen te worden beoordeeld op het plaatsgebonden en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandseisen tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het groepsrisico is een maat die aangeeft hoe groot de kans is op een ongeval met gevaarlijke stoffen met een bepaalde groep slachtoffers. Hoe hoger het groepsrisico, hoe groter deze kans. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven in de vorm van contouren rond een risicobron. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek: de fN-curve.

Deze curve geeft aan hoe groot de kans is op een ongeval met een bepaald aantal slachtoffers. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans dat iemand die zich op een bepaalde plaats bevindt, komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het rijk heeft als maatgevende risicocontour de kans op overlijden van 10-6 per jaar gegeven (indien een persoon zich gedurende een jaar binnen deze contour bevindt is de kans op overlijden groter dan één op een miljoen jaar). Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan het plaatsgebonden risico 10-6. Het plaatsgebonden risico 10-6 is voor ruimtelijke besluiten vertaald naar grenswaarden en richtwaarden. De wetgeving is erop gericht om voor bestaande situaties geen personen in kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoren) en zo min mogelijk personen in beperkt kwetsbare objecten (zoals kleine kantoren en sportcomplexen) bloot te stellen aan een plaatsgebonden risico dat hoger is dan 10-6 per jaar. Nieuwe ontwikkelingen van kwetsbare objecten binnen de risicocontour van 10-6 per jaar zijn niet toegestaan. Nieuwe ontwikkelingen van beperkt kwetsbare objecten zijn ongewenst, maar wel toegestaan indien gemotiveerd kan worden waarom dit noodzakelijk is.

Daarnaast dient aangetoond te worden dat afdoende maatregelen worden genomen om de risico's en de gevolgen van een eventueel ongeval te beperken.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze

|58

Groepsrisico Het groepsrisico is een maat voor de kans dat een bepaald aantal mensen overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De hoogte van het groepsrisico hangt af van: • De kans op een ongeval; • Het effect van het ongeval; • Het aantal personen dat in de omgeving van de bron(inrichting of transportroute) verblijft; • De mate waarin de personen in de omgeving beschermd zijn tegen de gevolgen van een ongeval. Het groepsrisico kan worden weergegeven in een grafiek met op de horizontale as het aantal dodelijke slachtoffers en op de verticale as de kans per jaar op tenminste dat aantal slachtoffers. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het zogenaamde invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Hoe meer personen in het invloedsgebied aanwezig zijn, hoe groter het aantal (potentiële) slachtoffers is, en hoe hoger het groepsrisico. Bij het opstellen van een bestemmingsplan, waarvan het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van een risicobron, geldt een verantwoordingsplicht. Onderzoek Inrichtingen Binnen of direct aangrenzend aan het plangebied zijn geen risicovolle inrichting gelegen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het lpg-tankstation dat ter plaatse van het plangebied is gevestigd, zal worden gesaneerd. Dit heeft een positieve invloed op de externe veiligheid van de omgeving van het plangebied.

Vervoer gevaarlijke stoffen Conform het gestelde in de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen, paragraaf 5.2.3 hoeven er geen beperkingen aan het ruimtegebruik te worden gesteld in gebied dat op meer dat 200 meter van een route of tracé ligt. De dichtstbijzijnde routes voor vervoer van gevaarlijke stoffen bevinden zich op een grotere afstand dan 200 meter van het plangebied. Het gaat daarbij om de Rijksweg A58 (circa 1.000 meter), de spoorlijn Tilburg-Breda (circa 4.000 meter) en een gasleiding (circa 500 meter). Militair vliegveld Gilze-Rijen Op de risicokaart worden alleen die defensie-inrichtingen getoond waar buiten het hek beperkingen gelden aan het ruimtegebruik. Deze beperkingen gelden binnen bepaalde veiligheidszones; er mogen daarbinnen bijvoorbeeld geen woningen worden gebouwd of wegen worden aangelegd. Om elk terrein zijn drie zones (A, B en C) vastgesteld; hoe dichter bij het militaire terrein, hoe strenger de regels. Rondom Defensie-inrichtingen gelden 3 zones. Het plangebied ligt buiten deze zones. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.8

Natuurwetgeving

Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De uitvoering van de Wet natuurbescherming komt grotendeels in handen van de provincies. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze

|59

Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000- gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. In de nieuwe Wet natuurbescherming vervalt de bescherming van Beschermde Natuurmonumenten uit de Natuurbeschermingswet. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Nederland en worden dus indirect beschermd. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de minister worden toegevoegd aan de Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden.

In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • Bestaande natuurgebieden, waaronder 20 nationale parken; • Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • Ruim 6 miljoen hectare grote wateren, meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • Alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het Rijk afgesproken om tot 2027, 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen een aangesloten Pan Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Beschermde planten en dieren De lijsten met beschermde soorten zijn veranderd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en onder de Wet natuurwetbescherming (Wnb) niet meer en andersom. Zo zijn een aantal soorten orchideeën, de kleine modderkruiper en rode bosmieren sinds 1 januari 2017 niet meer beschermd.

De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming: • Vogels Alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wnb). Verder nemen de meeste provincies de onder de Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken. • Internationaal beschermde soorten Alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (paragraaf 3.2 van de Wnb). • Overige beschermde soorten Soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen (paragraaf 3.3 van de Wnb). Hieronder vallen onder meer de ‘algemene’ soorten die onder de Flora- en faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld.

Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt bijvoorbeeld voor de mol, die onder de Wnb niet meer is beschermd). NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze

|60

De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen. Ecologische quickscan Voor het plangebied is een ecologische quickscan uitgevoerd door middel van een veldbezoek en een literatuurstudie. Het volledige onderzoek is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Uit het onderzoek zijn de volgende conclusies getrokken. Met betrekking tot de sloop van bestaande opstallen zijn overtredingen op verbodsbepalingen uit de Wnb, ten aanzien van het verstoren/vernielen van nestlocaties en verblijfplaatsen van huismus en boerenzwaluw niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in de juiste periode van het jaar moet hierover uitsluitsel geven.

Ten aanzien van andere (algemene) broedvogels kan het risico op overtredingen redelijkerwijs worden weggenomen door de ingrepen uit te voeren buiten het broedseizoen en door voor het verwijderen van potentiële nestlocaties een grondige controle uit te voeren. Wat betreft vleermuizen is op basis van het veldbezoek en de bureaustudie redelijkerwijs uit te sluiten dat de ingrepen leiden tot overtredingen uit de Wnb. Bij het woonrijp maken van het projectgebied bestaat het risico dat nesten/ of verblijfplaatsen van steenmarter verloren gaan. Vervolgonderzoek in de juiste periode van het jaar moet hierover uitsluitsel geven. De effecten op andere zoogdieren kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten door te werken conform de Gedragscode Soortbescherming voor Gemeenten van Vereniging Stadswerk. Voor wat betreft alle andere soorten in het plangebied is de algemene zorgplicht van kracht. In de praktijk betekent dat al het mogelijke gedaan dient te worden dat redelijkerwijs mogelijk is, om het risico op het verstoren en doden van individuen tot een minimum te beperken. De houtopstanden in het projectgebied zijn beschermd middels de Wnb. Om houtopstanden te mogen vellen geldt een meldings- en herplantplicht. Nader onderzoek voor huismus, boerenzwaluw en steenmarter Voor het gebied is een nader onderzoek naar huismussen, boerenzwaluw en steenmarter uitgevoerd.

Het volledige onderzoek is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Algemeen o Het onderzoek vond plaats tussen 21 maart en 16 mei 2022. o Het gehele plangebied met daarbij alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. o In het plangebied is een broedende houtduif waargenomen. Huismussen o In het plangebied zijn geen huismusnesten aanwezig. o De klimop en hagen in de tuin van de te behouden woning biedt beperkte schuil- en foerageermogelijkheden voor huismussen. o Net buiten het plangebied, onder het dak van een aan de andere zijde van de straat gelegen woning zijn nestlocaties van huismussen waargenomen. o Er zijn geen huismussen waargenomen in de te slopen gebouwen en er zijn in deze gebouwen ook geen nesten aanwezig. NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze

|61

o

Het plangebied en de te slopen bebouwing is geen essentieel onderdeel van het leefgebied van de huismus. De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden door de geplande ontwikkeling. Er is geen ontheffingsaanvraag nodig.

Boerenzwaluw o Er zijn geen boerenzwaluwen of nesten van deze waargenomen in of nabij het plangebied tijdens de veldbezoeken. o Het plangebied is geen essentieel onderdeel van het leefgebied van de boerenzwaluw. Steenmarter o Er zijn geen steenmarters waargenomen tijdens de veldbezoeken. o Er zijn geen sporen van de aanwezigheid van marterachtigen gevonden. o Er zijn geen marters vastgelegd op de cameravallen. o Het plangebied is geen essentieel onderdeel van het leefgebied van de steenmarter of andere marterachtigen De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden door de geplande ontwikkeling. Er is geen ontheffingsaanvraag nodig. Toetsing Wet natuurbescherming/staat van instandhouding Uit nader onderzoek naar huismussen en steenmarter is gebleken dat in de te slopen gebouwen geen vaste nest- of verblijfplaats van genoemde soorten aanwezig zijn. In het gehele plangebied zijn geen sporen van huismus, boerenzwaluw of steenmarter waargenomen. Door de geplande werkzaamheden is er weliswaar sprake van een tijdelijke beperkte verstoring van foerageergebied voor huismussen en in beperkte mate voor steenmarters, maar dit heeft geen wezenlijk effect op de functionaliteit van de leefomgeving als geheel omdat er voldoende alternatieven in de directe omgeving overblijven.

De voorgenomen plannen hebben daarom geen negatief effect op onderzochte diersoorten en hebben derhalve geen overtreding van de Wet natuurbescherming tot gevolg. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming voor huismussen en marters is niet nodig. Daarnaast kan de nieuwbouw natuurinclusief ontworpen en uitgevoerd worden. Dit houdt in dat er definitieve verblijfplaatsen en een geschikte leefomgeving voor gebouw bewonende soorten zoals huismussen en vleermuizen worden gerealiseerd in en om de nieuwbouw. Stikstof Door de ongeldigverklaring van het PAS op 29 mei 2019 zijn veel (bouw)projecten stil komen te liggen. Een nieuw stikstofrekentoepassing maakt sommige bouwprojecten toch mogelijk. Het kabinet heeft een nieuwe rekenmethode naar buiten gebracht welke het verlenen van vergunning voor (kleine) projecten mogelijk moet maken. Projecten waarvan (met behulp van deze rekenmethode) kan worden bewezen dat ze de natuur niet raken, komen in aanmerking voor een vergunning. De natuur wordt niet geraakt zolang de depositie van stikstof op beschermde natuurgebieden niet hoger bedraagt dan 0,00 mol/ha/jaar. Door intreding van de wet Stikstofreductie op 1 juli 2021 is het niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissie op de lokale effecten te toetsen. Het gaat hierbij om de bouw, sloop en eenmalige aanleg van bebouwing. Waardoor uitsluitend naar de gebruiksfase gekeken wordt.

Voor het planvoornemen is een berekening uitgevoerd met behulp van AERIUS Calculator (Versie 2021.0.2). Deze berekening maakt inzichtelijk wat de stikstofdepositie is gedurende de gebruiksfase, waarbij wordt uitgegaan van het worstcasescenario. In werkelijkheid zullen de uitkomsten naar verwachting gunstiger uitvallen, aangezien de reeds toegestane functies (grotendeels) wegvallen. Het volledige rapport is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Uit de berekeningen met de AERIUS Calculator (Versie 2021.0.2) blijkt dat -met de uitgangspunten die in dit onderzoek zijn gedaan- gedurende de gebruiksfase geen toename van de stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze

|62

Echter heeft de Afdeling bestuursrechtspraak op 2 november 2022 geoordeeld dat de bouwvrijstelling stikstof niet voldoet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan daardoor niet anders dan constateren dat die bouwvrijstelling niet gebruikt mag worden bij bouwprojecten. Voor de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan zal een geactualiseerd stikstof-onderzoek voor zowel de gebruiks- als de bouwfase wordt uitgevoerd en bijgevoegd. Bomen effect analyse Voor het plangebied is een bodem effect analyse uitgevoerd. De volledige analyse is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Uit de analyse komen de volgende conclusies: boomstatus Alle bomen in het plangebied staan buiten de komgrens van Gilze. De houtopstanden buiten de komgrens worden beschermd middels artikel 4 uit de Wet natuurbescherming (Wnb), voorheen de Boswet. Om houtopstanden te mogen vellen geldt een meldings- en herplantplicht. De onderzochte bomen zijn allemaal particulier eigendom. Geen van de bomen in het projectgebied is opgenomen op de lijst met monumentale bomen van gemeente Gilze en Rijen of in het Landelijk Register van Monumentale bomen van de Bomenstichting. boomgegevens In het projectgebied zijn 44 bomen en één haagelement geïnventariseerd. Advies Uit de bomen effect rapportage blijkt dat 20 bomen niet duurzaam kunnen worden ingepast.

Voor de overige bomen getracht deze duurzaam in te passen in de planontwikkeling. Om duurzaam behoud mogelijk te maken dienen de bouwvlakken en verhardingsprofielen tot buiten de kwetsbare boomzone (kroonprojectie + 1,5 meter) te worden gerealiseerd. In het nieuwe inrichtingsplan zijn circa 74 nieuwe bomen in het openbaar gebied voorzien. Daarnaast wordt er aan de buitenzijde van het plangebied een robuuste groenzone van 5 meter breed bestaande uit struweel en boomvormers aangebracht. Op deze wijze worden meer bomen terug geplant dan dat er zullen verdwijnen. Conclusie Voor de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan zal een geactualiseerd stikstof-onderzoek voor zowel de gebruiks- als de bouwfase wordt uitgevoerd en bijgevoegd. Voor het overige vormt het aspect natuurwetgeving geen belemmering voor het planvoornemen.

5.9

Cultuurhistorie

Wettelijk toetsingskader Wettelijk toetsingskader De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één wet. Een groot deel van de bestaande weten regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze

|63

Toetsing Het plangebied kent geen cultuurhistorische waarden en is niet aangewezen als monument of karakteristiek pand. In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Op de CHW 2015 zijn in de omgeving van het plangebied geen waardevolle cultuurhistorische elementen aangegeven. De Oranjestraat is op de CHW 2006 aangewezen als een Lijn van redelijk hoge waarde. De bestaande bedrijfsbebouwing heeft geen waarde op pandniveau en de vervangende nieuwbouw wordt ingepast in de historische lintbebouwing. Conclusie De ontwikkeling tast de aanwezige cultuurhistorische waarden niet aan.

5.10

Archeologie

Beleid Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat er verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.

Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Gemeentelijke archeologiebeleid De raad van de gemeente Gilze en Rijen heeft op 26 april 2011 het beleidsplan archeologische monumentenzorg en de bijbehorende beleidskaart vastgesteld. Het beleidsplan geeft inzicht in de gemeentelijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden ten aanzien van het archeologische erfgoed en formuleert op hoofdlijnen de beleidsuitgangspunten ten aanzien van het behoud en beheer van dit erfgoed. Het archeologiebeleid zorgt er voor dat de gemeente keuzes op het gebied van archeologie inhoudelijk kan beargumenteren en helder kan maken voor alle betrokkenen. Het document bevat naast het plan ook een beleidskaart en toelichting. De gemeente wil met dit beleid meer maatwerk leveren door te beschermen waar nodig en vrij te laten waar de kans op archeologische vondsten kleiner is. Het nieuwe beleid maakt onderscheid in gebieden met hogere en lagere verwachtingswaarden. De beleidskaart is opgesteld aan de hand van feitelijke bodemgegevens over het grondgebied van de gemeente. Afhankelijk van de verwachtingswaarde wordt het beleid versoepeld of juist aangescherpt. In zijn algemeenheid heeft de gemeente meer activiteiten vrijgesteld van archeologische onderzoek.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze

|64

Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Gilze-Rijen ligt het plangebied in categorie 4: Gebied met een hoge archeologische verwachting. In deze gebieden geldt op basis van geomorfologische en bodemkundige opbouw en aangetroffen archeologische vondsten en relicten een hoge archeologische verwachting. Dat wil zeggen dat in deze gebieden sprake is van een hoge concentratie archeologische vindplaatsen met goede conserveringsomstandigheden. De kans op het aantreffen van archeologische vondsten bij bodemingrepen is dus zeer groot. Om die reden is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten van projectgebieden die groter zijn dan 500 m² en dieper gaan dan 0,4 m onder maaiveld. Het plangebied heeft een oppervlakte van 21.725 m2 en er zullen in het kader van de sloop van gebouwen, de nieuwbouw van woningen, aanleg infrastructuur en de landschappelijke inpassing bodemingrepen worden gedaan. Een archeologisch onderzoek is noodzakelijk. Onderzoek Archeologisch onderzoek Oranjestraat 111-115 Op 4 juli 2017 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen aan de Oranjestraat 111-115 te Gilze (gemeente Gilze en Rijen) uitgevoerd. Dit rapport is nooit getoetst en is in november 2021 geactualiseerd conform de huidige richtlijnen van de KNA versie 4.1.

Het volledige rapport is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van de locatie ten behoeve van woningbouw. De diepte van de toekomstige verstoring is ten tijde van dit onderzoek niet bekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte naar verwachting tot ten minste 0,8-1,0 meter beneden maaiveld reiken. In de omgeving zijn vondsten bekend uit deze perioden. Deze zijn echter op een afstand van 850 meter en meer noordelijk van het plangebied aangetroffen. Vanwege de ligging aan een natte laagte geldt voor het noordelijke deel van het plangebied (deelgebied 1a) een hoge verwachting voor de periode laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. Binnen het plangebied worden enkeerdgronden en/of loopodzolgronden verwacht. Deze gronden hebben een plaggendek met een conserverende werking van eventueel aanwezige archeologische resten. Resten uit deze perioden in natte context door veen of sediment. Omdat dergelijke opvullingen volgens de bodemkaart en geomorfologische kaart ontbreken, maar wel sprake is van een hoge verwachting voor resten in droge context op de aanliggende gronden, kan de verwachting voor dergelijke natte contexten als middelhoog worden gekarakteriseerd.

Het noordelijke deel van het plangebied (grotendeels corresponderend met deelgebied 1a) ligt relatief hoog in het landschap, waarschijnlijk op een dekzandrug, dan wel binnen een hoger gelegen dekzandvlakte. In de omgeving en binnen dezelfde landschappelijke setting zijn meerdere vondsten bekend uit mogelijk de bronstijd, uit de ijzeretijd, Romeinse tijd en uit de vroege middeleeuwen. Op basis hiervan geldt een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen vanaf het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Het zuidelijke deel van het plangebied (grotendeels corresponderend met deelgebieden 1b en 2) ligt echter in een natte laagte. Indien nederzettingsresten aanwezig zijn in het hoger gelegen deel van het landschap (ter plaatse van deelgebied 1a), geldt voor deze deelgebieden een hoge verwachting voor aan nederzettingen gerelateerde archeologische fenomenen in natte context (rituele deposities, afvalcontexten, jachtactiviteiten, etc.). Omdat de aanwezigheid van dergelijke nederzettingen op de hogere delen aangrenzend aan het plangebied niet is vastgesteld, kan de verwachtingswaarde voor de nattere gebiedsdelen als middelhoog worden gekarakteriseerd. Het plangebied ligt aan de Oranjestraat, westelijk van de dorpskern van Gilze. Het maakte sinds tenminste het begin van de 19e eeuw deel uit van de bouwlandvelden gelegen nabij het dorp.

Dit bouwlandveld lag oorspronkelijk tussen de oude doorgaande weg van Gilze naar Breda en een secundaire weg ter hoogte van het huidige Laarspad. De eerste bebouwing grenzend aan het plangebied wordt rond 1910 gerealiseerd. Er zijn geen aanwijzingen dat binnen het plangebied bebouwing aanwezig was vóór omstreeks 1800. Voor het plangebied geldt een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit de periode vanaf de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze

|65

Op basis van het uitgevoerde verkennend veldonderzoek door middel van boringen kan worden gesteld dat de in het bureauonderzoek beschreven verwachte bodems in delen van het plangebied intact aanwezig zijn. Alwaar deze bodems niet in intacte toestand zijn vastgesteld, werden geen dermate diepgaande verstoringen vastgesteld dat archeologische resten niet meer in situ kunnen worden aangetroffen. Het noordelijke deel van deelgebied 1a is hierop waarschijnlijk een uitzondering, omdat daar een verstoord bodemprofiel werd aangetroffen en bovendien ondergrondse tanks behorende bij het huidige tankstation aanwezig zijn en sprake is van sanering in de jaren negentig van de 20e eeuw. Op basis van de bodemopbouw wordt geconcludeerd dat er een verwachting bestaat voor het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied. Bovendien zal de voorgenomen ingreep naar verwachting het archeologisch niveau raken. Als gevolg hiervan wordt geadviseerd dat verder archeologisch onderzoek voor het zuidelijke deel van het plangebied 1a en het gehele plangebied 1b noodzakelijk wordt geacht. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Archeologisch onderzoek Oranjestraat 113 Op 17 november 2021 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Oranjestraat 113 te Gilze (gemeente Gilze en Rijen).

Het volledige rapport is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van de locatie ten behoeve van woningbouw. De diepte van de toekomstige verstoring is ten tijde van dit onderzoek niet bekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte naar verwachting tot ten minste 0,8-1,0 meter beneden maaiveld reiken. Het grootste deel van het plangebied ligt op een terrasafzettingswelvingen. Het zuidwestelijke deel van het plangebied ligt op een dekzandrug. Op circa 700 meter ten zuidwesten van het plangebied ligt een dalvormige laagte zonder veen. Gezien de relatief grote afstand van deze dalvormige laagte ten opzichte van het plangebied, zullen met name de overgangszones van de hoge zandgronden naar de beekdalen aantrekkelijke bewoningslocaties zijn geweest voor jager-verzamelaars. Op basis hiervan geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor de periode laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. Het plangebied ligt relatief hoog in het landschap en zal een aantrekkelijke vestigingslocatie zijn geweest. Ondanks dat weinig vondsten uit deze periode zijn aangetroffen, geldt op basis hiervan een hoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de bronstijd als voor nederzettingsresten uit de ijzertijd en de Romeinse tijd.

Het plangebied ligt aan de Oranjestraat, westelijk van de dorpskern van Gilze. Het maakte sinds tenminste het begin van de 19e eeuw deel uit van de bouwlandvelden gelegen nabij het dorp. Dit bouwlandveld lag oorspronkelijk tussen de oude doorgaande weg van Gilze naar Breda en een secundaire weg ter hoogte van het huidige Laarspad. De eerste bebouwing aangrenzend aan het plangebied wordt rond 1942 gerealiseerd. Er zijn geen aanwijzingen dat binnen het plangebied bebouwing aanwezig was vóór omstreeks 1800. Voor het plangebied geldt een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit de periode vanaf de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventuele archeologische resten kan het volgende gesteld worden: In het plangebied worden enkeerdgronden verwacht. Over het algemeen kunnen (anorganische) vondsten en sporen onder zo’n dek in goede toestand worden aangetroffen. Wat betreft de organische resten is het afhankelijk hoe diep het grondwater zit. Bij hoge enkeerdgronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed: door de relatief lage grondwaterstand (GWT VI) kunnen organische resten vaak enkel in dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze

|66

Op basis van het uitgevoerde verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw in een groot deel van het plangebied bestaat uit (deels) intacte enkeerdgronden. Hierdoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De in het vooronderzoek opgestelde archeologische verwachting (middelhoog – laat-paleolithicum – mesolithicum, hoog – neolithicum – vroege middeleeuwen en middelhoog – late middeleeuwen – nieuwe tijd) blijft dan ook gehandhaafd. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen onder de humushoudende bovengrond (0-55 centimeter beneden maaiveld) archeologische resten aanwezig zijn. Wanneer er graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden, dan kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaan. Op basis hiervan wordt voor dit deel van het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Selectiebesluit Door de bevoegde overheid (gemeente Gilze en Rijen) is een tweetal selectiebesluiten genomen. Beide zijn als bijlage bij deze toelichting opgenomen.

De gemeente volgt voor het archeologisch onderzoek voor Oranjestraat 113 het advies van haar adviseur (regioarcheologen van RWB) op: “De gemeente stemt in met het advies van het archeologisch onderzoeksbureau en acht vervolgonderzoek middels proefsleuven noodzakelijk.” Voor het onderzoek Oranjestraat 111-115 luidt het selectiebesluit als volgt: “In lijn met het advies van Aeres Milieu is een proefsleuvenonderzoek de meest logische vervolgstap. Tijdens het proefsleuvenonderzoek dient ca. 8 tot 10% van het gehele plangebied middels proefsleuven onderzocht te worden. Uit dit onderzoek dient te blijken of er behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn en of deze in of ex situ behouden kunnen worden.” Door het opnemen van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ wordt gewaarborgd dat het geadviseerde vervolgonderzoek wordt uitgevoerd. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.11

Vliegbasis Gilze-Rijen

IHCS – 1 Gilze ligt geheel binnen het horizontale obstakelvrije vlak van vliegbasis Gilze-Rijen (onderdeel van de Inner Horizontal en Conical Surface, IHCS). Voor dit vlak geldt een bouwhoogtebeperking van 56 meter boven NAP. Ervan uit gaande dat het maaiveld ter hoogte van het plangebied maximaal 18 meter boven NAP ligt, betekent dit dat nergens in het plangebied hoger dan 38 meter mag worden gebouwd. Daarnaast ligt Gilze deels in de funnel van de vliegbasis. De funnel is een obstakelvrij start- en landingsvlak waarvan de bouwhoogtebeperking binnen het plangebied oploopt van circa 30 meter boven NAP tot 56 meter boven NAP. Dit kan worden vertaald in maximale bouwhoogtes van 25 tot 115 meter ten opzichte van het maaiveld. Toetsing De hoogte beperking welke geldt op de planlocatie brengt geen beperkingen met zich mee voor de beoogde ontwikkeling. De bouwregels maken geen bebouwing hoger dan 10 meter mogelijk.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze

|67

Munitiezone Luchtvaart is te beschouwen als een risicovolle activiteit. Het huidige externe veiligheidsbeleid is met name gericht op ‘stationaire bronnen’ (fabrieken, opslagplaatsen, e.d.) en op het vervoer van gevaarlijke stoffen (weg, water, spoor en buisleidingen). In de luchtvaart gaat het op ‘bewegende bronnen’, die een ander risicobeeld met zich mee brengen. Daarom wordt voor de luchtvaart specifiek extern veiligheidsbeleid ontwikkeld, dat zal worden geïmplementeerd in de Wet Luchtvaart. Het beleid beperkt zich op dit moment nog tot Schiphol. Voor militaire vliegvelden blijft het Ministerie van Defensie verantwoordelijk. Toetsing Het huidige toetsingskader legt geen beperkingen op aan ontwikkelingen in het plangebied. Wel is op de vliegbasis Gilze-Rijen een munitiecomplex aanwezig. Het plangebied ligt buiten de beschermingszones rond dit complex. Geluid Over Gilze vallen twee zoneringen die verband houden met het aspect geluid. Enerzijds ligt een gedeelte van Gilze binnen de zone industrielawaai van de proefdraai - installatie op de vliegbasis. Anderzijds gelden voor een gedeelte van Gilze beperkingen vanwege luchtverkeerslawaai. 50 dB(A)-zone Op de vliegbasis Gilze-Rijen is een proefdraai-installatie toegestaan.

Een dergelijke installatie moet worden aangemerkt als een geluidzoneringsplichtige inrichting (een zogenaamde ‘grote lawaaimaker’) en is als zodanig voorzien van een 50 dB(A)-contour. Buiten deze contour mag de geluidbelasting, vanwege de proefdraai-installatie, niet meer bedragen dan 50 dB(A). Binnen de 50 dB(A)-contour mogen niet zonder meer nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen worden geprojecteerd. Voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen geldt dat door het College van Burgemeester en Wethouders een ontheffing voor een hogere waarde tot maximaal 55 dB(A) kan worden verleend. Toetsing Het plangebied ligt buiten de 50 dB(A)-contour rond de proefdraai-installatie. De ligging van de 50 dB(A)-contour levert derhalve geen belemmering op voor dit bouwplan. Luchtverkeerslawaai (Ke-zonering) De maximaal toelaatbare geluidbelasting in het kader van het Besluit geluidbelasting grote luchtvaart, wordt gemeten in Kosteneenheden (Ke). De grens voor de maximaal toelaatbare geluid belasting voor nieuwe geluidgevoelige objecten bedraagt in principe 35 Ke. Voor nieuwe woningen die een open plek in de bestaande, te handhaven bebouwing opvullen en voor herbouw van bestaande woningen geldt een grenswaarde van 40 Ke. Voor woningen die noodzakelijk zijn uit oogpunt van bedrijfs- of grondgebondenheid en voor reeds geprojecteerde woningen geldt een grenswaarde van 45 Ke.

Voor bestaande geluidgevoelige objecten (waaronder woningen) geldt in principe een grenswaarde van 40 Ke. Als gevelmaatregelen zijn getroffen, zijn voor bestaande geluidgevoelige objecten hogere grenswaarden (tot 65 Ke) toegestaan. Gilze ligt gedeeltelijk binnen de 40 Ke-contour van vliegbasis Gilze-Rijen. Op de gronden die binnen deze aanduiding vallen, mag in principe geen geluidgevoelige bebouwing worden opgericht, op enkele uitzonderingen na. Toetsing Het plangebied ligt buiten de 40 Ke-contour van de vliegbasis Gilze-Rijen. De ligging van de Kecontouren levert derhalve geen belemmering op voor het planvoornemen.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze

|68

Conclusie De vliegbasis Gilze-Rijen vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.12

Vormvrije MER-beoordeling

Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG – richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaard toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elke besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrij m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies volgen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten.

In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-beoordelingsplichtig, in het andere geval dient een m.e.r.- beoordeling te worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG – richtlijn milieueffectbeoordeling. Onderzoek De woningbouwontwikkeling van 41 woningen valt onder “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen” zoals opgenomen in bijlage D onder D11.2 in de bijlagen behorende bij het Besluit milieueffectrapportage. Geen van de genoemde drempelwaarden uit kolom 2 wordt overschreden. In eerste instantie is dan ook slechts een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. De volledige aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Uit de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat het plan gezien de aard van de activiteit en de zorgvuldigheid waarmee dit ingepast en gerealiseerd wordt, is uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen met zich meebrengt voor het milieu. De milieugevolgen zijn in deze aanmeldnotitie voldoende in beeld gebracht. Conclusie Uit de aanmeldnotitie blijkt dat het plan geen belangrijke nadelige gevolgen met zich meebrengt voor het milieu.

5.13

Niet gesprongen explosieven

De raad van de gemeente Gilze en Rijen heeft in februari 2013 besloten een risico-kaart te laten opstellen om niet gesprongen explosieven in kaart te brengen. Op deze kaart worden gebieden met het risico op niet gesprongen explosieven inzichtelijk gemaakt. Vóór de start van de bouw wordt het plangebied eventueel nader onderzocht op niet gesprongen explosieven. Hiermee wordt voorkomen dat bij aanvang van de bouw eventueel nog explosieven aanwezig zijn.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze

|69

Onderzoek Door REASeuro is in december 2021 een onderzoek ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd. Het volledige rapport is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Uit het onderzoek is het volgende naar voren gekomen: De projectlocatie valt volgens de gemeentelijke risicokaart en beleidskaart van Gilze en Rijen voor Niet Gesprongen Explosieven volledig binnen meerdere op ontplofbare oorlogsresten verdachte gebieden. Hierbij is sprake van een kans op het aantreffen van handgranaten, geschutmunitie en afwerpmunitie (vliegtuigbommen). Het vliegveld Gilze en Rijen is ten tijde van de Tweede Wereldoorlog herhaaldelijk doelwit geweest van luchtaanvallen waarbij ook bommen terecht zijn gekomen in en nabij de projectlocatie. Daarnaast zijn bij de bevrijding in 1944 artilleriebeschietingen en grondgevechten in de omgeving van de projectlocatie geweest. Uit de naoorlogse analyse is gebleken dat een deel van de projectlocatie tot een bepaalde diepte niet langer als verdacht wordt beschouwd. De geplande werkzaamheden zullen echter (deels) in de ongeroerde, nog verdachte, lagen gaan plaatsvinden waarbij een onacceptabel hoog risico op een uitwerking van ontplofbare oorlogsresten ontstaat. Voor deze werkzaamheden zijn mitigerende maatregelen en een bodemonderzoek naar ontplofbare oorlogsresten geadviseerd.

Mitigerende maatregelen Mitigerende maatregelen worden geadviseerd voor de volgende werkzaamheden: Plaatsen funderingspalen Voor het plaatsen van funderingspalen wordt sterk aangeraden om gebruik te maken van trillingsvrije schroefpalen. Omdat uitwerking van een vliegtuigbom op kan treden door trillingen tot 50 meter afstand van het trillingspunt bestaat het gevaar dat een vliegtuigbom tot uitwerking komt buiten de projectlocatie. Bodemonderzoek buiten de projectlocatie is door omliggende bebouwing en wegen geen optie, waardoor het gebruik van trillingsarme funderingspalen de enige mogelijkheid is om het risico van trillingen buiten de projectlocatie te beperken. Sloop bestaande bebouwing Bij de sloop van de bestaande bebouwing bestaat een kleine kans dat een explosief tot uitwerking wordt gebracht door trillingen. Geadviseerd wordt om gebruik te maken van trillingsarme sloopmethodes zoals een sorteergrijper en sloopschaar. Trillingen veroorzakende methodes zoals hydraulische sloophamers dienen zo veel mogelijk te worden vermeden. Verwijderen kabels en leidingen en verwijderen begroeiing Bij het verwijderen van kabels en leidingen bestaat een zeer kleine kans dat onopgemerkte explosieven worden aangetroffen.

Geadviseerd wordt om voorafgaand aan de werkzaamheden het protocol ‘Spontaan aantreffen van OO’ aan werknemers te verstrekken zodat zij weten hoe te handelen mocht er onverhoopt toch een explosief worden aangetroffen. De werkzaamheden kunnen verder regulier worden uitgevoerd. Het protocol is opgenomen als bijlage bij het onderzoek ontplofbare oorlogsresten. Bodemonderzoek OO Om het risico weg te nemen wordt bodemonderzoek OO geadviseerd voor de volgende werkzaamheden: • Aanleg kabels en leidingen; • Aanleg wegen; • Open ontgravingen t.b.v. funderingen; • Plaatsen funderingspalen.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze

|70

Conclusie Het aspect niet gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor het planvoornemen, mits de gestelde mitigerende maatregelen in acht worden genomen en het bodemonderzoek OO wordt uitgevoerd voorafgaand aan bovengenoemde werkzaamheden.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze

|71

6.

JURIDISCHE REGELGEVING

6.1.

Inleiding

Dit bestemmingsplan sluit wat betreft de juridische regelgeving aan op de regeling van het bestemmingsplan “Woongebied Gilze”. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden, door middel van de op de kaart aangegeven bestemmingen en de daarop betrekking hebbende regels, de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12610537/1