22-86 RIB woonwagenbeleid
Tekst van het document
GEMEENTE
Gi(e en Rn en
RAADSINFORMATIEBRIEF Aan
Gemeenteraad
Van
College van burgemeester en wethouders
Portefeuillehouder
Wethouder Machielsen
Onderwerp
Woonwagenbeleid Regio Hart van Brabant
Datum collegevergadering
4 oktober 2022
Behandelend medewerker
10.2.e
Zaaknummer
RIB-Nummer
Op 6 juli 2022 is in het regionaal portefeuillehoudersoverleg Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting het "Regionaal Handelingsperspectief woonwagen-en standplaatsenbeleid" vastgesteld. Hierin staat een aantal regionale afspraken over woonwagenstandplaatsen staan. Het handelingsperspectief treft u in de bijlage aan.
Inhoudelijk Met het intrekken van de Woonwagenwet in 1999 werd het woonwagenbeleid gedecentraliseerd. De afgelopen jaren heeft zich een aantal instanties ( zoals het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, VN) uitgesproken over het mensenrechtelijk kader voor woonwagenbewoners en is een kritisch rapport van de Nationale Ombudsman verschenen. Zij stellen dat het beleidskader dat ontwikkeld is bij de intrekking van de Woonwagenwet niet meer voldoet.
Mede hierdoor is door het ministerie een nieuw beleidskader voor gemeenten opgesteld: het "Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid" (juli 2018). Dit beleidskader is in lijn met het mensenrechtelijk kader voor de culturele identiteit van Roma, Sinti en woonwagenbewoners.
Voor gemeenten staat in dit beleidskader het volgende: •
De gemeente stelt beleid vast voor woonwagens en standplaatsen als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid;
•
Dit beleid houdt rekening met en geeft ruimte voor het woonwagenleven van
woonwagenbewoners; •
De behoefte aan standplaatsen is helder; vraag en aanbod zijn in balans;
•
Corporaties voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners uit de doelgroep;
•
Afbouw van standplaatsen is niet toegestaan (behoudens uitzonderlijke omstandigheden)
zolang er behoefte is aan standplaatsen; •
Een woningzoekende woonwagenbewoner heeft binnen een redelijke termijn kans op een
standplaats. Deze redelijke termijn wordt gerelateerd aan de wacht- en zoektijden voor een sociale huurwoning.
GEMEENTE
Gi(e en Rn en
Regionaal samen werken Er is gekozen voor een gezamenlijk regionaal handelingsperspectief, omdat: • Een aantal mensen zich in meerdere gemeenten op een belangstellende lijst heeft
ingeschreven. Dit vraagt dus om een regionale aanpak; •
Dit voor transparantie zorgt voor de standplaatszoekenden;
•
Daarmee een waterbedeffect tussen de gemeenten voorkomen kan worden; Daarmee niet elke gemeente zelf het wiel hoeft uit te vinden: we delen kennis en ervaring ten aanzien van specifieke aspecten van deze doelgroep met elkaar.
Iedere gemeente is uiteindelijk zelf verantwoordelijk of en zo ja welk deel van het regionaal handelingsperspectief wordt gevolgd en in het tempo waarmee het wordt ingevoerd. Dit hangt af van de situatie in een gemeente. Op dit moment kent onze gemeente geen standplaatsen.
Procedureel Bij de vaststelling van het regionaal handelingsperspectief zijn de volgende besluiten genomen:
1.
We werken een regionaal inschrijf- en toewijzingspunt bij Woning in Zicht uit.
2.
We hanteren een regionaal toewijzingssysteem bij toewijzingen via het regionale
3.
Gemeenten bepalen zelf aan de hand van het behoefteonderzoek in hoeverre uitbreiding
in schrijf punt.
van het aantal standplaatsen nodig is.
4.
Bij lokaal onderzoek naar de uitbreiding van standplaatsen kijken gemeenten nadrukkelijk
naar de mogelijkheden op bestaande woonwagencentra en het terug in gebruik nemen van standplaatsen die in het verleden weg bestemd zijn. 5.
Gemeenten informeren elkaar jaarlijks over de stand van zaken van de implementatie van
lokaal woonwagenbeleid 6.
Er wordt een regionale klankbordgroep van woonwagenbewoners ingesteld.
Vervolg Het regionaal handelingsperspectief biedt (gezamenlijke) uitgangspunten voor verdere uitwerking. Hiermee gaan we in de komende periode aan de slag.