CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

22-103 Bijlage bij RIB Implementatie Omgevingswet november 2022

Gemeenteraad 19 december 2022, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Intern2.258 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Implementatie Omgevingswet november 2022

November 2022

1. INLEIDING 1.1 AANLEIDING De Omgevingswet zal naar verwachting op 1 juli 2023 in werking treden. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het beschermen en het benutten van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet bundelt de diverse wetgeving (26 stuks) en regels (240 stuks) voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water en regelt daarmee het beheer en de ontwikkeling van de leefomgeving. Het vraagt om een transitie op 3 verschillende sporen: 

Het vernieuwen van het wettelijke stelsel met gebruikmaking van de gemeentelijke instrumenten. Van belang daarbij is de toepassing van participatie door het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden bij deze instrumenten. Het ontwikkelen van één digitaal loket (Digitaal Stelsel Omgevingswet ofwel DSO) voor het aanvragen van vergunningen, raadplegen van de geldende regels per locatie, en op termijn informatie over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het doorvoeren van organisatorische veranderingen op het gebied van taken, cultuur, structuur, technologie, processen en mensen. Daarmee kunnen we inwoners en ondernemers met een initiatief sneller en beter van dienst zijn.

Dit document is opgebouwd op basis van deze 3 sporen: in hoofdstuk 2 wordt de stand van zaken met betrekking tot de gemeentelijke instrumenten (wet) behandeld, in hoofdstuk 3 de informatievoorziening (digitaal stelsel) en in hoofdstuk 4 de werkprocessen (anders werken). 1.2 UITGANGSPUNTEN ABG-GEMEENTEN Het ambitieniveau voor de invoering van de Omgevingswet is eind 2017/begin 2018 aan verschillende bestuurs- en radenbijeenkomsten van de ABG-gemeenten voorgelegd en vastgesteld. Hieruit kwam naar voren dat we als basis de calculerende - onderscheidende strategie aanhouden. Dit houdt in het kort in dat we alleen in beweging komen waar de Omgevingswet aanwijsbaar voordeel oplevert en waar verandering wordt nagestreefd. De ABG-gemeenten hebben ervoor gekozen voor een beleidsneutrale omzetting richting Omgevingswet. Op 4 april 2019 heeft de ABG-directie het implementatieplan Aan de slag met de Omgevingswet in de ABGgemeenten vastgesteld.

2

2. GEMEENTELIJKE INSTRUMENTEN 2.1 INSTRUMENTEN IN DE BELEIDSCYCLUS Er zijn 4 nieuwe gemeentelijke kerninstrumenten die tezamen de beleidscyclus vormgeven: Beleidsontwikkeling: de omgevingsvisie is de opvolger van de structuurvisie en betreft één integrale langetermijnvisie van de raad voor de hele fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie geeft ook richting aan de programma’s van het college, die een uitwerking van het beleid uit de omgevingsvisie bevatten en maatregelen ter uitvoering van dat beleid. Beleidsdoorwerking: het omgevingsplan is de opvolger van het bestemmingsplan maar met een verbrede reikwijdte. In het omgevingsplan worden door de raad regels gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Uitvoering: voor wat betreft de omgevingsvergunning is het van belang dat het initiatief centraal staat (ja, mitshouding). Standaard is de reguliere procedure van 8 weken van toepassing. Het college is in principe het bevoegd gezag. De raad kan in het omgevingsplan bepalen welke activiteiten vergunningplichtig zijn. Terugkoppeling: toezicht en handhaving vormt het sluitstuk van het college van de beleidscyclus. De raad wordt hierover (jaarlijks) geïnformeerd en houdt daarmee toezicht op de uitvoering.

Vervolgens kan monitoring en evaluatie leiden tot de ontwikkeling van nieuw beleid. 2.2 BELEIDSONTWIKKELING De Omgevingsvisie is een integrale visie met strategische hoofdkeuzen van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. Het is een politiek-bestuurlijk document waarin het beleid voor de fysieke leefomgeving op integrale wijze beschreven wordt. Integraal betekent volgens de wetgever dat de visie betrekking heeft op alle terreinen van de fysieke leefomgeving en dat de Omgevingsvisie samenhang vertoont. De gemeenteraad stelt op grond van artikel 3.1 van de Omgevingswet (verplicht) één omgevingsvisie voor het gemeentelijke grondgebied vast. Ook voor de raden van de ABG-gemeenten geldt deze verplichting. De overgangstermijn loopt naar huidige inzichten tot 31 december 2024. De omgevingsvisie is hierbij ook richtinggevend en kaderstellend voor (eventueel vast te stellen) programma’s onder de Omgevingswet. Met dit laatste wordt invulling gegeven aan de door het Rijk gewenste doorwerking van de omgevingsvisie in andere instrumenten onder de Omgevingswet. Dit principe van doorwerking ligt ten grondslag aan de beleidscyclus. Een programma is niet verplicht om te hebben maar kan worden gebruikt voor 3

een verdere uitwerking van beleid. Daar waar de ABG-gemeenten hebben gekozen voor een beleidsneutrale omzetting richting Omgevingswet zou het strategische beleid in de visie verwerkt kunnen worden en het uitvoeringsbeleid meegenomen kunnen worden in het Omgevingsplan. Met deze insteek in het achterhoofd wordt nu niet ingestoken op het instrument programma. Stand van zaken: medio 2021 heeft iedere raad kennisgenomen van het projectplan Omgevingsvisie. Adviesbureau Stantec heeft via een aanbesteding de opdracht gekregen om in januari 2024 voor iedere gemeente een Omgevingsvisie opgesteld te hebben. Voor Baarle-Nassau ligt er al een Omgevingsvisie uit 2019 maar deze wordt geactualiseerd. In dit 2 jaar durende traject zullen de raden intensief worden betrokken en uiteraard zullen ook de inwoners participeren in dit traject. Het is zaak om het bestaande strategische beleid in de visies op te nemen evenals de lopende trajecten rond o.a. gebiedsvisies. Urgente vraagstukken waar geen actueel beleid voor is, worden in de Omgevingsvisie meegenomen. In april 2022 is op basis van het programma van eisen het traject voor het opstellen van de Omgevingsvisies gestart. Momenteel worden de bestaande beleidsdocumenten gescreend met de vraag of ze relevant zijn voor de Omgevingsvisies. Hierna worden op basis van o.a.

de thema’s volksgezondheid, woningbouwopgave, duurzaamheid, ruimte en energietransitie, de opgaven bepaald, prioriteiten gesteld en de toekomstagenda opgesteld. 2.3 BELEIDSDOORWERKING Het omgevingsplan moet gaan gelden als één plan voor het gehele grondgebied van de gemeente. Alle regels die betrekking hebben op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving of op activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving worden bijeengebracht in één gebiedsdekkend omgevingsplan. Het omgevingsplan heeft een integraal karakter en omvat de gehele fysieke leefomgeving. Daarom zal er een veelheid aan regels, die op allerlei niveaus hun werking hebben, in het omgevingsplan een plek moeten krijgen. Het gaat daarbij om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (vergelijkbaar met de huidige bestemmingen uit bestemmingsplannen) maar ook om regels over activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving. Op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgt iedere gemeente een omgevingsplan van rechtswege. Dit betekent dat de huidige bestemmingsplannen en voormalige Rijksregels (bruidsschat) samenkomen in één omgevingsplan: het tijdelijke omgevingsplan. Deze regels (al dan niet inhoudelijk gewijzigd) moeten op termijn (2030) volgens de nieuwe systematiek en regels van de Omgevingswet naar het nieuwe deel van het omgevingsplan moeten worden omgezet.

Daarnaast zijn er regels voor de fysieke leefomgeving die nu nog in andere gemeentelijke verordeningen staan, bijvoorbeeld in de APV en de Bouwverordening. Deze maken geen deel uit van het tijdelijke omgevingsplan en moeten ook in het nieuwe deel van het omgevingsplan worden opgenomen. Stand van zaken: er wordt op dit moment door BugelHajema een deelomgevingsplan voor het buitengebied in de gemeente Baarle-Nassau opgesteld. De raad van de gemeente Baarle-Nassau is op 13 oktober middels een presentatie bijgepraat over de stand van zaken rondom dit plan en de planning. Momenteel vindt inventarisatie van de planologische en feitelijke situatie in het buitengebied plaats. De planologische situatie is opgenomen in een viewer. Deze viewer zal worden gebruikt om burgers en bedrijven te betrekken bij de voorbereiding van het plan en het in beeld brengen van de feitelijke situatie. Verder worden er inhoudelijke uitgangspunten en afwegingen in beeld gebracht, zodat hier bestuurlijk keuzes over kunnen worden gemaakt. Daarnaast wordt gewerkt aan de totstandkoming van een regelset voor het buitengebied. Dit plan en de kennis en ervaring die hiermee wordt opgedaan, kan dan eveneens worden toegepast bij de andere gemeenten.

Daarnaast stelt BRO een regelbibliotheek op voor het stedelijk gebied van de ABG-gemeenten zodat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen snel en relatief eenvoudig gefaciliteerd kunnen worden. Er vindt afstemming plaats

4

tussen deze twee trajecten (buitengebied en stedelijk gebied) zodat de structuur en opbouw van het omgevingsplan van elke gemeente eenduidig is. Ook zal komend half jaar worden gebruikt om alvast een pilotplan te publiceren. Op deze manier wordt invulling gegeven aan het oefenen en testen van de digitale keten en ontstaat inzicht in de inhoudelijke opbouw en raadpleegbaarheid van een plan. 2.3 UITVOERING EN TERUGKOPPELING De aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt via het DSO ingediend. Daarbij dient de initiatiefnemer aan te geven of hij aan participatie heeft gedaan, en zo ja, hoe en wat de resultaten zijn. Standaard is de reguliere procedure van 8 weken van toepassing, ook bij het (buitenplans) afwijken van het omgevingsplan (nu 26 weken). Het college is in principe het bevoegd gezag en de vergunning van rechtswege verdwijnt. Een bijzonderheid is dat de raad in het omgevingsplan kan opnemen welke activiteiten vergunningplichtig zijn. Deze worden omgevingsplanactiviteiten genoemd; activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan zijn buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (vergelijkbaar met de omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan).

Stand van zaken: er wordt op dit moment met een externe partij gewerkt om de Legesverordening Omgevingswetproof te krijgen en hierbij gelijk de Wet Kwaliteitsborging op een juiste manier te implementeren aangezien deze gelijk met de Omgevingswet in werking zal treden. Daarnaast zijn de volgende documenten in voorbereiding die nodig zijn voor de praktijk van VTH:  mandaat- en delegatiebesluiten  kwaliteitsregels taken Omgevingsdienst  verordening commissie ruimtelijke kwaliteit  erfgoedverordening (technische herziening en achterstallig onderhoud nodig vóór inwerkingtreding Omgevingswet)  aanpassing APV en andere verordeningen aan Omgevingswet. Bij Gilze-Rijen en Alphen-Chaam is de APV al door de Raad vastgesteld. Deze zullen tijdig aan de raden worden aangeboden ter vaststelling.

5

3. INFORMATIEVOORZIENING Een goede informatievoorziening is noodzakelijk ter ondersteuning van de werkprocessen en de inrichting van de gemeentelijke instrumenten. Daarvoor is aansluiting nodig op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Deze technische aansluiting op het DSO gaat over drie “sporen”: 1. vergunningaanvragen 2. vragenbomen ten behoeve van het doen van een vergunningcheck 3. omgevingsdocumenten zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan Daarnaast dient voor elk spoor het juiste softwarepakket te worden aangeschaft. Stand van zaken: de softwarepakketten die nodig zijn om straks te kunnen werken met het DSO zijn allemaal aangeschaft en geïnstalleerd. Bij de plansoftware is nog een doorontwikkeling nodig. Totdat dit is gerealiseerd, bereiken we ons voor op het kunnen werken met een door het Rijk voor dit soort situaties voorziene tijdelijke alternatieve maatregel (TAM-IMRO). Koppelingen zijn in de testomgeving gerealiseerd. Op dit moment wordt gewerkt aan het inrichten en testen van de Omgevingswetprocessen in de pakketten. De inrichting vraagt veel afstemming tussen diverse afdeling die (een deel van) het proces moeten gaan vormgeven. Trainingen voor het personeel om te werken met deze pakketten zijn verzorgd. Er moet nog veel geoefend moeten worden om vertrouwd te raken met de nieuwe werkomgeving.

Na ingebruikname zal 2023 vooral in het teken staan in het optimaliseren van de processen in het systeem. Door meer ervaring, kennis en nieuwe inzichten gaan de softwarepakketten steeds beter aansluiten bij de gewenste werkprocessen.

4. WERKPROCESSEN De Omgevingswet vraagt om een andere “mindset”. Initiatieven zullen benaderd moeten worden met ‘ja, mits’ in plaats van ‘nee, tenzij’. Laten we vooral proberen ontwikkelingen mogelijk te maken en niet vast te houden aan regels die het onmogelijk maken. Dit vraagt een hele andere insteek van de ambtenaren maar ook van het bestuur. De inwoners van de gemeenten weten heel goed in wat voor gemeente ze willen wonen en welke ontwikkelingen zij graag zien. Als lokale overheid zal je meer een faciliterende/ondersteunende rol krijgen richting je inwoners om te kijken hoe we gezamenlijk ontwikkelingen mogelijk kunnen maken. Dit proces zal met vallen en opstaan tot stand komen want je kunt niet verwachten dat we ineens een “knop” omzetten en iedereen tevreden kunnen maken. De werkprocessen moeten hierop worden ingestoken. Daarmee kunnen we inwoners en ondernemers met een initiatief sneller en beter van dienst zijn. Stand van zaken: met een externe partij zijn we in een vergevorderd stadium met het Omgevingswet-proof maken van de werkprocessen die samenhangen met omgevingsplanwijzigingen op aanvraag en vergunningaanvragen. De wijzigingen in juridische procedurestappen zijn in beeld gebracht. Ook wordt de “intaketafel” en de “omgevingstafel” hierin opgenomen, die bedragen aan de nieuwe mindset.

Met de ketenpartners worden afspraken gemaakt over de samenwerking onder de Omgevingswet. We zijn tevens bezig dit te implementeren in de werkomgeving om daarmee een goede ondersteuning van een werkproces te creëren. Daarbij worden ook formats (brieven, kennisgevingen, et cetera) op de nieuwe wetgeving en de bijbehorende werkprocessen aangepast en in het zaaksysteem opgenomen. Voorzien is bovendien in een laatste fase van opleiding. Hierbij wordt rekening gehouden met de behoefte van de medewerkers. Dit om medewerkers kort voor inwerkingtreding van de Omgevingswet voor te bereiden op de nieuwe manier van werken. Diverse medewerkers zijn overigens al aangesloten bij één of meerdere werkgroepen en komen op die manier reeds in aanraking met de implementatie van de Omgevingswet.

6

5. FINANCIEEL Voor het vaststellen van de omgevingsvisie is een budget gereserveerd. Dit budget is per ABG-gemeente verschillend en is in de begroting opgenomen. De hoogte van het budget is mede gerelateerd aan de mate van up-to-date zijn van o.a. het huidige strategische beleid; zo heeft de gemeente Baarle-Nassau op dit moment namelijk al een omgevingsvisie. Dat geldt niet voor de andere twee ABG-gemeenten. Het restant van het budget is steeds jaarlijks overgeheveld met het uitstellen van de Omgevingswet. Daarnaast hebben we bij de septembercirculaire 2022 extra middelen (€ 224.000) ontvangen voor de transitiekosten die gemeenten hebben gemaakt in aanloop naar de invoering van de Omgevingswet. Voorwaarde hierbij is dat er een stelselevaluatie volgt waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten opnieuw in kaart worden gebracht. We verwachten op de korte termijn voldoende aan middelen te hebben.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12117801/3