CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Gronddepot Kl. Zw. ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 16 december 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen gronddepot Klein Zwitserland, Gilze31.595 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Archeologische verwachting Hoog, Historische kem

Hoog,

Middelhoog,

Laag,

)1

Verstoord,

Water

Mogelijk verstoord

1 Figuur 24: Uitsnede Archeologische Verwachtingskaart,

Het plangebied is op grond van de archeologische beleidskaart (figuur 25) aangemerkt als verwachtingswaarde 'laag'/categorie 6.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 28-08-2024

46

((Stamlijn u S===milieu advies

>___

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

'ir

Oategorls 1:Hwcherrd arthelogich monument

Categorlë 2: Gebledvan archeniogioche wasrdë

88-338

Oategorls 3e Gebled met een hoge archeologiche vereachting. historische heren

Categorë4:Geblëd meteen hoge arcmeologeche veraachting

xF

Categorlë £ Geblëd met een middemoge archeologieche verwachting

Categorie 5: Gebled met een lage ancheologinche verwachting

-i

HëMHIR-

Categorlë 7:0 eblëd zonder archeclogeche verwacming

888888

Mogsl Uk verstoorde ondergrond

Figuur 25: Uitsnede beleidskaart

Het plangebied valt daarmee in de categorie met een lage verwachtingswaarde in combinatie met de mogelijkheid dat de grond verstoord is. Omdat de omvang van de voorgenomen verstoring bovendien niet groter is dan de vrijstellingsgrens van 25.000 m2 en niet dieper dan 40 cm er waarschijnlijk ook nog sprake is van verstoring hoeft voor het plangebied geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Er geldt wel een wettelijke zorgplicht.

5.7 Externe Veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen en kinderopvang- en dagverblijven. Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, gebruikt, bewaard, verstrekt en/of bewerkt en transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd en buisleidingen. Op de planlocatie zullen, zoals eerder in deze ruimtelijke onderbouwing is beschreven, beperkt en kortstondig werknemers aanwezig zijn, zodat dit voor de externe veiligheid ondergeschikt is. Het feitelijke bedrijfskantoor is elders gevestigd. De locatie is daarmee geen kwetsbaar object.

Bevi De risiconormen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (Bevi). In dit besluit zijn milieukwaliteitseisen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. De bij het besluit behorende ministeriële regeling "Regeling externe veiligheid inrichtingen" (Revi) werkt de afstanden, de referentiepunten en de wijze van berekenen van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico verder uit ter uitvoering van het Bevi. Op 3 april 2007 is de Regeling tot wijziging van de Revi gepubliceerd. De wijziging is op 1 juli 2007 in werking getreden en heeft onder andere betrekking op de gewijzigde afstanden voor bestaande LPG tankstations. Daarnaast zijn de Handreiking Verantwoording Groepsrisico van VROM en de Handleiding externe veiligheid inrichtingen hulpmiddelen voor de wijze waarop volgens het Bevi met externe veiligheidsrisico's moet worden omgegaan relevant. Het Bevi verplicht het bevoegd gezag op basis van de Wet milieubeheer om veiligheidsafstanden aan te houden tussen gevoelige objecten en risicovolle bedrijven. In het besluit zijn gevoelige objecten gedefinieerd als kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 28-08-2024

47

((Stamlijn u S===milieu advies

>___

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

Plaatsgebonden risico (PR) Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas.

Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens: de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied).

Wet basisnet In 2015 is de Wet basisnet in werking getreden. Het basisnet is een samenstel van wegen, binnenwateren en hoofdspoorwegen waaraan een bepaalde risicoruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt toegekend. Als deze risicoruimte, de zogenaamde risicoplafonds, door een groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, dient de minister maatregelen te nemen. De risicoplafonds moeten daarnaast in acht worden genomen bij het toestaan van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes. Op deze manier kan de veiligheid langs de transportroutes voor gevaarlijke stoffen in toenemende mate worden gegarandeerd. Bevb Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), ook bekend als de AMvB Buisleidingen, met de bijbehorende regelingen is van toepassing op buisleidingen met een extern veiligheidsaspect, zoals hogedruk aardgasleidingen, brandstofleidingen categorieën KI, K2 en K3 en overige leidingen met gevaarlijke stoffen. Het Bevb is gebaseerd op het externe veiligheidsbeleid. Voor het ruimtelijk inpassen van buisleidingen met externe veiligheidsaspecten of het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen nabij deze buisleidingen, gaat het Bevb het wettelijk toetsingskader bevatten.

In het Bevb zijn regels opgenomen waarmee het toezicht op, de registratie van en de afweging van veiligheidsrisico's nabij buisleidingen moet verbeteren. Tevens is via de nieuwe Structuurvisie Buisleidingen van oktober 2012 het strategisch beleid inzake buisleidingen verder uitgewerkt. Het Bevb bevat regels voor de exploitant, regels voor gemeenten over het opnemen van buisleidingen in bestemmingsplannen en regels voor het melden van ongewone voorvallen. Daarnaast vervangt het Bevb de circulaires Zonering langs hogedruk aardgasleidingen (1984) en Zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de KI-, K2- en K3-categorie (1991). In het Bevb is geen sprake meer van veiligheids-/bebouwings- en toetsingsafstanden zoals deze werden voorgeschreven in de circulaires. Het Bevb gaat uit van grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico (PR) en een verantwoordingsplicht van het groepsrisico (GR). De regeling voor buisleidingen is hiermee vergelijkbaar met de regeling voor inrichtingen zoals vastgelegd in het Bevi. Uiterlijk 5 jaar na inwerkingtreding van het Bevb moeten buisleidingen conform de regels van het Bevb zijn opgenomen in bestemmingsplannen. Ook bij een consoliderend plan dienen buisleidingen op de juiste wijze in het bestemmingsplan geregeld te zijn. In 2013 is dit in de gemeente Gilze en Rijen gebeurd.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 28-08-2024

48

((Stamlijn u Bmilieu advies

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

Bevt Het Bevt richt zich uitsluitend tot bestuursorganen. De risicoplafonds, die in de Regeling basisnet zijn aangewezen, worden ruimtelijk vertaald in basisnetafstanden. De basisnetafstand is een contour rondom de basisnetroute waarop het plaatsgebonden risico ten hoogste 10-6 per jaar mag zijn. De ruimte tussen de basisnetafstanden wordt ook wel "veiligheidszone" genoemd. Binnen een veiligheidszone gelden beperkingen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen langs een basisnetroute moeten daarom vooraf worden getoetst aan de voor de desbetreffende basisnetroute vastgestelde basisnetafstand.

Toets Om de risico's ter plaatse van het projectgebied te achterhalen is er gekeken naar de externe veiligheidssituatie rondom het projectgebied, met behulp van de provinciale risicokaart. Bijgaand is een uitsnede van de risicokaart (figuur 26) opgenomen, met dien verstande dat het gronddepot reeds geen gevoelig object is.

N

‘

Kein2wilserland

v

Nieuws [raat

$è &g

MZone 1 vliegveld [^IZone defensie

•Zone A LIZone B Zone C

•Buisleiding HBuisleiding (gasunie; ë

Figuur 26: Uitsnede risicokaart met legenda

Risicovolle inrichtingen Het plangebied ligt nabij een risicovolle inrichting. Op de vliegbasis wordt immers munitie opgeslagen. Zoals uit bovenstaande tekening blijkt, zijn in verband daarmee veiligheidszones bepaald, vastgelegd in het bestemmingsplan Buitengebied in de artikel 42.8 en 42.9. Zone B , ongeveer 175 meter breed, komt overeen met zone 2 uit het vigerende bestemmingsplan; Zone C, circa 550 meter breed, staat gelijk aan zone 3. In deze zones mogen geen gebouwen worden gerealiseerd waarin zich vaak personen bevinden respectievelijk geen gebouwen met een bepaalde

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 28-08-2024

49

((Stamlijn u S===milieu advies

>__

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

constructie en/of veel glas. Het realiseren van de nieuwe bebouwing en activiteiten levert derhalve geen strijdigheid op met deze veiligheidszone. Zone A ligt weliswaar minimaal ook in het plangebied van de ontsluitingsweg, echter in het bestemmingsplan is verzuimd deze zone ter plaatse tot uitdrukking te brengen als 'veiligheidszone - munitie -1'. In een dergelijke zone mogen geen gebouwen worden opgericht. Er is sprake van het oprichten en uitbreiden van gebouwen. Dit betreft gebouwen waarin normalerwijs geen of nagenoeg geen personen zullen verblijven. Zoals opslagloodsen voor zand en rubber korrels, (zee)containers voor procesbesturingssystemen en dergelijke. Op drukke dagen zullen zich op het gronddepot circa 5 medewerkers bevinden. Met uiteenlopende bezigheden, verspreid over het terrein. Zoals een laadschopmachinist, kraanmachinist, tractorchauffeur en operator voor de natzeefinstallatie en een algemeen terreinmedewerker.

Het kantoor bij de toegang van de inrichting dient voor enkele basale administratieve werkzaamheden. Tevens worden hier emmertjes met monsters van de diverse grond- en bouwstoffen opgeslagen. De weegbrug werkt met automatische voertuigdetectie en wordt op afstand uitgelezen. De feitelijke kantoorwerkzaamheden van firma Hendrickx (moedermaatschappij), vinden plaats op de thuislocatie in Molenschot. Niet op het gronddepot. Wanneer de natzeefinstallatie niet in werking is, zullen verspreid op het gehele terrein 1 of 2 personen werkzaam zijn. Het gehele terrein is circa 2,4 ha groot. De personele bezetting in gebouwen, wanneer de natzeef in werking is, kan bestaan uit (dagperiode): Besturingsruimte natzeefinstallatie 25% bezetting, 1 persoon

Opslagloods zand en rubberkorrels 40% (laadschop met 1 machinist)

Kantoor bij weegbrug 25% bezetting, 1 persoon Het overige deel van de tijd zullen medewerkers zich verspreid over het terrein buiten met diverse werkzaamheden bezig houden. Een werkdag duurt normalerwijs van 07.30 - 17.00 uur. Afhankelijk van de aard van de werkzaamheden kan er incidenteel % -1 uur eerder gestart of langer doorgewerkt worden. Transport van gevaarlijke stoffen via buisleiding In de directe nabijheid van het projectgebied ligt een aardgasleiding (Transportroutedeel Z-528-01-KR-003) die een veiligheidszone heeft. Deze gasleiding van de Nederlandse Gasunie is evenwijdig aan de parallelweg (Klein Zwitserland) van de rijksweg A58 gelegen. De al gerealiseerde ontsluitingsweg kruist deze leiding. Toetsing heeft al in 2016 plaatsgevonden. Op grond van artikel 27 'Leiding-Gas-1' uit het bestemmingsplan is deze zone (4 meter aan weerszijde van de hartlijn leiding, aldus de regels en de verbeelding) beschermd voor onder andere het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, hoger dan 4 meter. Eveneens ligt nabij het plangebied een DPO-brandstofleiding van defensie (Defensie Pijpleiding Organisatie). Voor deze leiding P12B, verwoord in artikel 26 'Leiding-Brandstof' uit het bestemmingsplan geldt een veiligheidsafstand van 17 meter en, aldus de verbeelding en toelichting, een zone van 5 meter aan weerszijden van de leiding.

De zone is beschermd voor onder andere het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, hoger dan 4 meter. Voor het uitvoeren van werken is een vergunning nodig in bepaalde situaties.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 28-08-2024

50

((Stamlijn u S===milieu advies

>___

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

Transport van gevaarlijke stoffen via snelweg Tevens ligt de autosnelweg A58 juist langs het plangebied. Deze snelweg heeft een zogenoemde vrijwaringszone. Volgens artikel 42.10 uit het bestemmingsplan houdt dit in datter plaatse niet mag worden gebouwd, tenzij voor een infrastructurele voorziening. Immers in de toekomst bestaan er plannen voor verbreding van de oude rijksweg en de rijksweg A58. De termijn waarop de A58 wordt verbreed is nog niet duidelijk en is daarom niet in het vigerende bestemmingsplan positief opgenomen. Wel heeft Rijkswaterstaat erop aangedrongen in dat plan een zone van 75 meter op te nemen aan weerszijden van de weg, waar niet gebouwd mag worden. Dit om de toekomstige verbreding niet onnodig te bemoeilijken.

Over de A58 vindt ook transport van gevaarlijke stoffen plaats. Volgens de gegevens in de Risicoatlas wegtransport gevaarlijke stoffen (2003) is er ter hoogte van het plangebied voor de A58 geen sprake van een PR 10-6-contour. Ook de oriënterende waarde voor het GR wordt niet overschreden. Het vervoer van gevaarlijke stoffen leidt in principe niet tot beperkingen voor nieuwe ontwikkelingen. Op korte afstand van de A58 worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die leiden tot een toename van de personendichtheid. De ruimtelijke onderbouwing heeft dan ook geen gevolgen voor de hoogte van het GR. In geval van een onverhoopt ongeval met gevaarlijke stoffen op de A58, zijn er op het terrein van gronddepot voldoende schuilmogelijkheden voor de medewerkers. Medewerkers zijn fit en gezond, volledig mobiel en zelfredzaam. De besturingsruimte voor de natzeefinstallatie en het weegkantoor zijn beiden volledig afsluitbare ruimten. Daarnaast bevinden zich op het terrein altijd een kraan en loader, en veelal zijn tevens machines of tractoren aanwezig. De cabine van een machine of tractor is feitelijk de beste schuilmogelijkheid. Deze is geheel afsluitbaar.

De activiteiten op Gronddepot, en de aanwezigheid van medewerkers in (op te richten) gebouwen leidt niet tot het ontstaan van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. De afstand van de Rijksweg A58 tot aan het meest nabij gelegen gebouw op het gronddepot, het weegkantoor, is 325 m. Gezien de lage bezetting van de gebouwen, de grote afstanden tot de Rijksweg A58, en de meer dan ruime vluchtmogelijkheden voor het beperkt aantal aanwezige medewerkers, wordt transport van gevaarlijke stoffen over de weg niet gezien als risicovolle activiteit voor de medewerkers op Gronddepot. Het gronddepot heeft een oppervlak van ruim 2,4 ha, waar zich op drukke dagen verspreid 5 mensen bevinden, op relatief grote afstand van de Rijksweg. Doorgaans zullen zich op het gronddepot 1-2 mensen bevinden. Er is geen sprake van een locatie op het terrein van gronddepot "waar zich vaak mensen bevinden". Samenvattend vormt het aspect externe veiligheid derhalve geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 28-08-2024

51

((Stamlijn u S===milieu advies

>___

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

5.8 Luchtkwaliteit De kern van de Wet luchtkwaliteit (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer) is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling van maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit verslechteren. Het doel van het NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen, waarvan stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) de belangrijkste zijn. De grenswaarden zijn in 2020 voor stikstofdioxide 40 ug/m3 en voor fijn stof 40

ug/m3. Op 16 januari 2009 is ook het Besluit gevoelige bestemmingen in werking getreden. Met deze AMvB wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' - zoals een school - in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof en stikstofdioxide), met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg. Waar in zo'n onderzoekszone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een 'gevoelige bestemming' niet toenemen. Er is steeds een koppeling met de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Is (dreigende) normoverschrijding niet aan de orde, dan is er geen bouwverbod voor gevoelige bestemmingen binnen de onderzoekszone. Van het realiseren van een gevoelige bestemming is met de ontwikkeling van het gronddepot geen sprake.

Naast de introductie van het NSL is de invoering van het begrip "niet in betekenende mate bijdragen" (NIBM) een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit (Wik). Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als zowel de jaargemiddelde grenswaarde NO2 als PM10 niet meer toeneemt dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde van die stof. Dit betekent, kortweg, dat als de toename van de beide jaargemiddelde concentraties kleiner is of gelijk is aan 1,2 ug/m3 (3% van 40 ug/m3) een ontwikkeling kan worden beschouwd als een project dat NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dat betekent dat het project niet significant bijdraagt aan een wezenlijke verslechtering van de luchtkwaliteit. Een ruimtelijke ontwikkeling kan volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang vinden als: •

de ontwikkeling is opgenomen in het NSL;

•

de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-project;

•

de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden; projectsaldering kan worden toegepast.

Door Rijkswaterstaat worden jaarlijks de concentraties luchtverontreinigende stoffen langs het rijkswegennet berekend. Uit de rapportage over 2007 blijkt dat direct langs de A58 aan de grenswaarden uit het Wik wordt voldaan, aldus het vigerende bestemmingsplan Buitengebied. Eventueel relevante gevolgen voor de luchtkwaliteit worden bepaald door de feitelijke activiteiten van het bedrijfsperceel Klein Zwitserland 22. Over het algemeen zal het bedrijf, gezien de omvang en activiteiten, als NIBM (Besluit niet in betekende mate) aan te merken zijn. In 2020 was de NO2 waarde ter plaatse 16 a 21 ug/m3 en de PM10 circa 17 ug/m3. Aanvullend wordt opgemerkt dat vrachtwagens en tractoren van firma Hendrickx zijn uitgerust met

ten minste een Euro 5 of Euro 6 motor. Bij de aanvraag Omgevingsvergunning milieu wordt de Toets Wet luchtkwaliteit gevoegd, waaruit blijkt dat er sprake is van Niet In Betekende Mate bijdrage aan verslechtering van de luchtkwaliteit.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 28-08-2024

52

((Stamlijn u S===milieu advies

>__

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

Niet in betekenende mate In de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM), zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Vanaf 1 augustus 2009 is het begrip 'niet in betekenende mate' gedefinieerd als 3 % van de jaargemiddelde grenswaarde voor N02 en PM10. Dit komt neer op een bijdrage van 1,2 ug/m3 voor beide componenten. Dit betekent dat als aangetoond kan worden dat een voorgenomen ontwikkeling niet meer dan 1,2 ug/m3 bijdraagt aan de jaargemiddelde concentratie van zowel PM10 als N02, het project niet getoetst hoeft te worden aan de grenswaarden en inpasbaar is vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit. In de Toets Wet luchtkwaliteit, waarnaar in de ruimtelijke onderbouwing verwezen wordt, zijn als resultaten en conclusie ten aanzien van luchtkwaliteit opgenomen: PM10 Het effect op de luchtkwaliteit van de emissies van fijn stof afkomstig van Gronddepot Klein Zwitserland BV naar de omgeving bedragen op alle gridpunten buiten de inrichting< 1,2 ug/m3. De berekende bijdragen fijn stof op alle gridpunten is gelegen tussen 0,1 en 1,0 ug/m3. Op enkele gridpunten is er een sterke overstijging. Deze blijken te zijn gelegen op het gronddepot zelf, of op de nabij gelegen Rijksweg A58. De 24-uurs grenswaarde wordt 2 dagen per jaar overschreden.

Op "Te Beschermen Objecten" bedraagt de maximale bijdrage fijn stof 0,40 ug/m3. NO2 Het effect op de luchtkwaliteit van de emissies van NO2 afkomstig van Gronddepot Klein Zwitserland BV naar de omgeving bedragen op alle gridpunten buiten de inrichting< 1,2 ug/m3. De

24-uurs grenswaarde wordt geen enkele keer overschreden. bedraagt de maximale bijdrage NO2 0,3 ug/m3.

Op "Te Beschermen Objecten"

Activiteiten op de inrichting De emissies fijn stof PM10 en NO2 dragen blijkens de berekeningen niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit in de omgeving van het bedrijf. Verdere toetsing aan de normeringen is derhalve niet noodzakelijk.

Verkeer van en naar de inrichting Uit toetsing blijkt dat de verkeersaantrekkende beweging van de inrichting voor wat betreft fijn stof PM10 en NOx naar verwachting niet van invloed is op de achtergrondconcentraties voor deze stoffen. De weg Klein Zwitserland, waarlangs alle aan- en afvoerbewegingen plaatsvinden, is gelegen direct tegen de Rijksweg A58. Hier passeren dagelijks 110.000 voertuigen, waarvan 1/3 deel zwaar verkeer. Het relatief lage aantal voertuigen (14 tractoren, 7 vrachtwagens) wat gronddepot hier aan toevoegt heeft logischerwijze geen significante invloed op de luchtkwaliteit ter plaatse. Bovenstaande uitkomsten liggen in lijn der verwachting. De activiteiten waarvoor Omgevingsvergunning wordt aangevraagd zijn relatief beperkt. De afstand tot gevoelige objecten is daarentegen ruim. Aangezien de activiteiten op het terrein en de verkeersbewegingen van en naar het terrein niet in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit, is verdere toetsing niet benodigd.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 28-08-2024

53

((Stamlijn u S===milieu advies

>__

URBAN JAZZ stedenbouw ft landschep

Heersende luchtkwaliteit omgeving Aan de hand van nsl-monitoring.nl is de heersende luchtkwaliteit in de omgeving beoordeeld. Onderstaand een uitsnede uit het databestand. receptorid mronde 11366 MR2021 11367 MR2021 11422 MR2021 11456 MR2021 11457 MR2021 11458 MR2021 11459 MR2021 11460 MR2021 11461 MR2021 11462 MR2021 11463 MR2021 11464 MR2021 11465 MR2021 11466 MR2021 11467 MR2021 11468 MR2021

11469 MR2021 11470 MR2021 11471 MR2021 11501 MR2021 11502 MR2021 11503 MR2021 11504 MR2021 11505 MR2021 11506 MR2021 11507 MR2021 11508 MR2021 11509 MR2021 11510 MR2021 11511 MR2021 11512 MR2021 11513 MR2021 11514 MR2021 11515 MR2021 11516 MR2021 11517 MR2021 11518 MR2021 11519 MR2021

rekenjaar overheidid overheid nummer naam nsl 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaa 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaa t 2020 20007 Noord-Bra 0 Oosterhout 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaa t 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaa t 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaa t 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaa t 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaa t 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaa t 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaa t 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaa t 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaa t 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaa t 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaa t 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaa t 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaa t 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaa t 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaa t 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaa t 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstra:t 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstra;t 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstrait 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstra:t 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstra;t 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstra;t 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstrait 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstrait 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstra;t 2020 Hoofdstrait 784 Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstrait 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstra;t 2020 Hoofdstrait 784 Gilze en Rijen 2020 Hoofdstrait 784 Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstra;t 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstra;t 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstra;t 2020 784 Gilze en Rijen Dongenset t 2020 784 Gilze en Rijen

Dongenset t

grond

opmerking x

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

conc_no2 conc_pml conc_pm2.

y

121.482.101.752 400.045.546.613

16.727

16.110

8.829

121.491.898.248 400.014.453.387 121.846.790.309 399.227.395.155 121.533.035.224 400.061.894.328 121.542.964.776 400.032.105.672 121.973.940.875 400.182.275.915 121.979.095.291 400.158.221.976

16.917

16.138

8.839

14.744

15.380

8.414

16.544

16.101

8.825

16.693

16.125

8.834

15.882

16.011

8.793

16.809

16.170

8.848

121.932.649.593 400.173.518.429

15.793

16.094

8.810

121.939.350.407 400.144.481.571 121.892.866.444 400.164.362.132

15.801

16.094

8.811

15.904

16.014

8.794

12.189.800.377 400.140.816.052

16.940

16.191

8.855

121.851.746.043 400.155.642.806

15.863

16.006

8.791

121.858.253.957 400.126.357.194

15.834

16.000

8.790

121.810.845.127 400.146.459.833 121.816.110.354 400.122.327.544

15.912

16.013

8.794

16.855

16.175

8.850

1.217.709.602

400.139.199

15.722

15.980

8.783

1.217.770.398

8.791

400.108.801

15.865

16.003

121.727.831.803 400.129.866.154

15.793

15.990

8.786

12.173.369.922 400.102.334.428

16.356

16.086

8.819

122.492.413.939 400.292.769.637 122.445.333.543 400.581.461.587 122.426.040.597 400.577.009.369

18.428

16.971

9.360

20.211

17.300

9.472

18.318

16.956

9.354

122.431.561.447 400.649.035.098

19.413

17.154

9.422

12.241.589.789 400.645.311.794

20.307

17.319

9.479

122.401.808.572 401.019.244.474 122.431.227.946 401.016.469.062 122.393.032.048 400.961.120.994 122.422.056.176 400.957.492.978 122.386.814.069 400.765.232.968 122.402.739.645 400.769.149.093

15.252

16.357

8.847

14.916

16.289

8.826

15.374

16.540

9.203

15.998

16.665

9.243

20.431

17.336

9.487

19.477

17.160

9.427

40.088.783.762

20.155

17.287

9.470

122.409.942.158 400.885.981.273

19.686

17.200

9.440

122.453.453.508 400.557.056.259

19.424

17.154

9.422

122.433.553.756 400.552.215.778

18.800

17.041

9.384

12.246.626.835 400.491.693.517

19.791

17.221

9.445

122.451.828.128 400.488.735.882

20.755

17.401

9.507

122.420.400.646 401.111.295.498 122.437.488.857 401.107.209.186

16.130

16.552

8.911

16.707

16.674

8.950

122.393.647.559

Op basis van de kaartgegevens kan worden bepaald dat de heersende achtergrond concentratie NO2 en PM10 nabij Gronddepot overal < 35 ug/m3 bedraagt. Monitonng nsl

nIA-l-n

Filter Monitoringsronde Monitoring NSL 2021

"T Filter Monitoringsronde | Monitoring NSL 2021

Jaar 2020

Focus op jurisdictie Kies jurisdictie

" w-a-

Rekenpunten tonen

Rekenpunt kenmerk

NO2-concentratie

|

□ □

• 35 - 38.5 va/m3

Q

0 38.5 40.5 ug/m3

□ □ a

• 40.5 - 42.5 ug/m3 • > 42.5 ug/m3

Overdrachtslijnen tonen

II NO2 op rekenpunten

1 %s

Reken punt kenmerk

(PM10-concentratie

9

Alleen toetspunten

□

O <35 pg/m3

Q

O

Einwtserlaf.

Wegvakken tonen

I

Rekenpunten tonen

t

-

O <35 vg/m3

Alleen toetspunten

Focus op jurisdictie | Kies jurisdictie

ZwitserlandA

g

P

•

35 ■ 38.5 ug/m3

□

38.5 ■ 40.5 ug/m3

a

40.5 - 42.5 ug/m3

8

> 42.5 ug/m3

a

Overdrachtskenmerk

A

Wegtype•

Wegvakken tonen

— i - brede streetcanyon Q

V

E 2 - smalle streetcanyon Q

1

overdrachtslijnen tonen

PM10 op rekenpunten

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 28-08-2024

54

((Stamlijn u URBAN JAZZ S===milieu advies

“74

>__

stedenbouw

ft landschep

Filter Monitonngsronde | Monitorng NSl 2021

Focus op jurisdictie | Kies jurisdicte

Rekenpunten tonen Rekenpunt kenmerk

(PM2.5-concentratic Alleen toetspunten "■ Jl 1 Oo < 20 ug/m3 6 20 - 23.5 ug/m3 23.5 - 25.5 vg/m3 • 25.5 - 27.5 ug/m3

<■* > 27.5 ug/m3

3 □ □ Q

Q

□ □

Wegvakken tonen

1

N \

1 2-

1> 2

I

d

8

/

Overdrachtslijnen tonen

Overdrachtskenmerk

Wegtype______ • ■— 1 - brede streetcanyon D • 2 • smalle streetcanyon Q

PM2.5 op rekenpunten

Activiteiten op de inrichting De emissies fijn stof PM10 en NO2 dragen blijkens de berekeningen niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit in de omgeving van het bedrijf. Verdere toetsing aan de normeringen is derhalve niet noodzakelijk.

Verkeer van en naar de inrichting Uit toetsing blijkt dat de verkeersaantrekkende beweging van de inrichting voor wat betreft fijn stof PM10 en NOx naar verwachting niet van invloed is op de achtergrondconcentraties voor deze stoffen. De weg Klein Zwitserland, waarlangs alle aan- en afvoerbewegingen plaatsvinden, is gelegen direct tegen de Rijksweg A58. Hier passeren dagelijks 110.000 voertuigen, waarvan 1/3 deel zwaar verkeer. Het relatief lage aantal voertuigen wat Gronddepot hier aan toevoegt heeft logischerwijze geen significante invloed op de luchtkwaliteit ter plaatse. Een en ander is nader onderbouwd in de Toets Wet luchtkwaliteit, zoals opgenomen in bijlage 6.

5.9 Verkeer In de aanvraag wijziging Omgevingsvergunning milieu wordt vergunning gevraagd voor 21 zware voertuigen per dag (tractoren en vrachtwagens). De inzet van machines zoals lepelkraan en laadschop op de inrichting bedraagt gemiddeld 5 tot 6 uur per voertuig per dag. Het laden en lossen gebeurt op eigen terrein.

5.10

Ecologie

Op basis van de Wet natuurbescherming van 1 januari 2017, voorheen de Flora- en faunawet, Boswet en de Natuurbeschermingswet, is het van belang bij de ruimtelijke planvorming vooraf te onderzoeken of en welke dieren plantensoorten er voorkomen, wat hun beschermingsstatus is en wat de effecten zijn van de ingreep op het voorbestaan van de gevonden soorten. Uit een flora en faunatoets, geactualiseerd juni 2020, blijkt dat er geen significante gevolgen zijn voor flora en fauna.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 28-08-2024

55

((Stamlijn u S===milieu advies

>__

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

Natura 2000 (Vogel- en Habitatrichtlijn)/gebiedsbescherming Door de Europese Unie zijn richtlijnen uitgevaardigd ter bescherming van bedreigde plant- en diersoorten en leefgebieden in Europa, de zogenaamde Natuur 2000- gebieden. Concrete richtlijnen zijn de Europese Vogelrichtlijn en de Europese Habitatrichtlijn, uitgewerkt in Nederland in de Natuurbeschermingswet. De aanwijzing van gebieden tot beschermd natuurgebied in het kader van de Vogel- of Habitatrichtlijn vindt plaats aan de hand van soortenlijsten van zeldzame of bedreigde plant- en diersoorten. Het plangebied is niet gelegen in of nabij een Natura 2000 gebied; de dichtstbijzijnde gebieden zijn het Ulvenhoutse Bos en de Regte Heide & Riels Laag en liggen op circa 6 km. Gezien deze grote afstand van de inrichting tot de beschermde natuurgebieden is er door de voorgenomen bedrijfsactiviteiten uitsluitend sprake van externe werking. Externe werking kan ontstaan door verstoring (licht en/of geluid) of door een toename van de stikstofdepositie. De afstand van het plangebied tot de natuurgebieden is meer dan 2,5 kilometer, waardoor effecten van een toename van bijvoorbeeld licht en geluid te verwaarlozen zijn. Vermestende en/of verzurende effecten van een toename van stikstofdepositie zijn tot op grotere afstanden nog juridisch relevant.

Het plangebied is evenmin gelegen in of nabij een Vogel- en Habitatrichtlijngebied, derhalve zijn er geen consequenties te verwachten.

Breda

Rijen

Bavel

Berkel -En schot Oisterwijk

Tilburg Gilze

Goirle

Hilvarenbeek

I

HR VR VR+HR l HR groeve

Figuur 27: Uitsnede Natura 2000 kaart

Het effect van de activiteiten van Gronddepot Klein Zwitserland op Natura2000 gebieden qua stikstof is wel nader in beeld gebracht in de vorm van een Aerius toetsing (bijlage 3), een en ander ingevolge jurisprudentie van 29 mei 2019. Het effect van Stikstofemissie op depositie in Natura2000 gebieden is hiermee in beeld gebracht. Het blijkt dat de activiteiten van het gronddepot geen effect hebben op de N-depositie in Natura2000 gebieden. Natuurnetwerk Nederland In de twintigste eeuw is veel Nederlandse natuur verdwenen. De overgebleven gebieden zijn vaak klein en liggen veelal ver uit elkaar. Hierdoor hebben bepaalde organismen moeite om gebieden te bereiken en zich erte handhaven, waardoor de diversiteit van planten, dieren en micro-organismen (de biodiversiteit) ook sterk achteruit gaat. Om de biodiversiteit te behouden en te versterken is het NNN opgericht.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 28-08-2024

56

((Stamlijn u S===milieu advies

>___

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

Het NNN is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Het NNN is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren. In het NNN (figuur 28) liggen: • Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van Noordzee en de Waddenzee; • Alle Natura 2000-gebieden. Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgelegd. Op grond van artikel 2.10.2 van het Barro moeten provincies bij provinciale verordening de NNN-gebieden aanwijzen en nauwkeurig begrenzen. Op grond van artikel 2.10.3 Barro moeten zij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden vastleggen. Daarnaast wijzen de provincies de natuurdoelen in de NNN aan. Elk NNN-gebied heeft een zogenaamd natuurdoel. Een natuurdoel beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied. Natuur Netwerk Brabant Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijke voor de begrenzing en de ontwikkeling van het NNN. De provincie Noord-Brabant heeft in zijn IOV de gebieden opgenomen als NNB. Men wil in 2027 alle gaten in het netwerk hebben gedicht met nieuwe natuur.

Ongeveer 90% van het NNB wordt gevormd door bestaande natuurgebieden. Tussen deze gebieden is men voornemens om verbindingen te leggen in de vorm van Ecologische verbindingszones. Door deze verbindingen tussen natuurgebieden kunnen dieren van het ene gebied naar het andere foerageren. De concrete ambities van de provincie Noord-Brabant staan in het Natuurbeheerplan NoordBrabant 2016. De begrenzing van het netwerk is daarnaast ook opgenomen in de IOV. Het NNB kent geen specifiek beschermingsregime, anders dan via het ruimtelijke spoor. Conform de themakaart 'natuur' van de IOV is binnen het plangebied geen NNB aanwezig. Wel grenst het plangebied aan de NNB; dit is een droog bos met productie. Het bos is aangewezen als speelbos voor kinderen, en wordt als zodanig intensief gebruikt. Effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van dit bosperceel zijn redelijkerwijs uitte sluiten.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 28-08-2024

57

((Stamlijn u S===milieu advies

URBAN JAZZ >__ stedenbouw ft landschep

erland

Figuur 28: Uitsnede NNN

Flora en fauna/soortenbescherming De soortenbeschermende werking is rechtstreeks opgenomen in de Wnb. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Hieronder zijn de drie beschermingsregimes weergegeven: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage onderdeel A en B van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren.

In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in achtte nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. Bij het beoordelen van de in het plangebied

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 28-08-2024

58

((Stamlijn u S===milieu advies

>__

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

voorkomende beschermde soorten gaat het primair om soorten die door de ingreep direct beïnvloed worden, doordat: •

zij fysiek aangetast worden (doden/verwonden van dieren, verwijderen van planten);

•

zij verstoord worden (toename van geluid of licht);

•

hun vaste verblijfplaatsen c.q. groeiplaatsen aangetast of verstoord worden.

Alle vogelsoorten hebben een bepaalde mate van bescherming. Er geldt een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Daarbij kan het naast broedende vogels, ook gaan om vogels die hun verblijfplaats het hele jaar gebruiken en ook jaarrond beschermd zijn. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. Ten aanzien van vogelsoorten geldt dat, indien de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden, geen overtreding plaats zal vinden van de wetgeving ten opzichte van volgens. Het aanvragen van een ontheffing is dan niet aan de orde. De wet kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval is. De periode april tot half juli kan globaal worden aangehouden voor het niet uitvoeren van werkzaamheden.

Voor alle beschermde soorten, dus ook voor de soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt een zogenaamde algemene zorgplicht. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen.

Toets Ten behoeve van deze ecologische toets is door Brouwers Groenaannemers al een quickscan verricht, vastgelegd in een rapport van 4 april 2013. Voor deze ontwikkeling, verruiming van bouwmogelijkheden op een bestaand perceel, is een hernieuwd onderzoek niet noodzakelijk. Voor een uitgebreide beschrijving wordt kortheidshalve naar dat stuk verwezen, opgenomen in bijlage 2 2. Tabel 2- en 3-soorten en vogels zijn niet aangetroffen. Tabel 1-soorten komen wel voor. Samengevat is in hoofdstuk 5.2 van het onderzoek een aanbeveling gedaan omtrent de beste periode om de werkzaamheden ter plaatse te verrichten, in relatie tot kleine zoogdieren en het broedseizoen voor vogels. Een ontheffingsaanvraag is niet nodig. De zorgplicht moet in acht worden genomen: •

vooraf een werkinstructie aan het uitvoerend personeel, door een ecologisch deskundige;

•

werkzaamheden combineren, om fysieke verstoring en geluidsoverlast te minimaliseren;

•

vluchtmogelijkheden voor aanwezige fauna waarborgen en

•

uitvoeren van werkzaamheden onder toezicht van een ecologisch deskundige.

Aanvullend is, onder meer vanwege gewijzigde wet- en regelgeving en de beperkte geldigheidsduur van onderzoeken, op 5 oktober 2020 nogmaals een quickscan gedaan, in bijlage 2 bijgevoegd. Geconcludeerd is dat geen verbodsartikelen van de Wnb worden overtreden; een ontheffingsaanvraag is niet nodig. In dit onderzoek is ook een relatie gelegd met de naastgelegen NNB.

5.11

Munitie

Gemeente Gilze en Rijen voert in de omgeving een onderzoek uit naar de aanwezigheid van restanten munitie, welke aan het einde van WOU mogelijk in de omgeving zijn achtergebleven. Onderzoek is reeds uitgevoerd in het oostelijk gelegen bos/recreatiegebied. Hier bleken inderdaad munitieresten aanwezig te zijn. Aan de exploitant van het Gronddepot Klein Zwitserland is kenbaar gemaakt dat er een munitieonderzoek verlangd kan worden indien de grond wordt geroerd op een diepte > 0,7 m-mv. Eventueel aangetroffen munitie zal door gemeente Gilze Rijen verwijderd worden.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 28-08-2024

59

((Stamlijn u URBAN JAZZ S===milieu advies

5.12

>___

stedenbouw

ft landschep

Overige belemmeringen

Kabels en leidingen Op basis van het provinciaal en gemeentelijk beleid zijn er geen overige, anders dan beschreven in par. 5.7 (de gasleiding), planologisch relevante buisleidingen in of nabij het plangebied aanwezig. Voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden zal een Klic-melding worden uitgevoerd, waardoor eventueel overige aanwezige kabels en leidingen aangetoond kunnen worden waarmee rekening gehouden dient te worden bij werkzaamheden.

5.13

Conclusie / MER

Op grond van de ruimtelijke- en milieuhygiënische aspecten zijn er geen onevenredige belemmeringen voor het voortzetten en uitvoeren van dit plan. Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor ruimtelijke plannen onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: - Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten; - Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst C of D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. De activiteiten van het gronddepot vallen onder categorie 18.1 van bijlage D, de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor de verwijdering van afval.

Ten behoeve van de ontwikkeling is op 22 maart 2020 een aanmeldingsnotitie M.e.r. bij de gemeente Gilze en Rijen ingediend. Kortheidshalve wordt voor deze notitie verwezen naar bijlage 7. Per brief van 30 juni 2021 heeft OMWB namens gemeente Gilze en Rijen kenbaar gemaakt dat voor deze plannen geen Mer opgesteld behoeft te worden. De aanmeldingsnotitie M.e.r. is medio 2023 herzien, aan de hand van beoordeling van de verschillende milieu- en R.O. thema's door het bevoegd gezag. In plaats van te werken met oplegnotities op de bestaande aanmeldingsnotitie M.e.r., werd het zinvol geacht één nieuw, geheel herzien document in te dienen. Gelijktijdig met deze ruimtelijke onderbouwing. De herziene aanmeldingsnotitie M.e.r. (augustus 2023) moet nog door bevoegd gezag beoordeeld worden. Aangezien deze niet wezenlijk verschilt van de reeds beoordeelde aanmeldnotitie M.e.r. (maart 2020), wordt er vooralsnog vanuit gegaan dat ook nu de conclusie van bevoegd gezag zal zijn dat geen M.e.r. benodigd is.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 28-08-2024

60

((Stamlijn u S===milieu advies

>__

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

6. Economische en financiële uitvoerbaarheid De ontwikkeling van het voorliggende plan is een initiatief van Hendrickx Grondwerken BV. In de Wro is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom grondexploitatie opgenomen. Centrale doelstelling van deze afdeling is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijk kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling. In artikel 6.12 van de Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 Bro is vastgelegd wat onder een bouwplan wordt verstaan. Een exploitatieplan zou achterwege kunnen blijven als kostenverhaal anderszins, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst, is geregeld. Omdat deze aanvraag omgevingsvergunning als bouwplan kan worden beschouwd (de droogloodsen zijn groter dan 1.000 m2 en worden als gebouw beschouwd) wordt er inderdaad vooraf een overeenkomst gesloten. De beoogde ontwikkeling is een initiatief van een private partij. De gronden ter plaatse van de ontwikkelingslocatie zijn in het bezit van de initiatiefnemer. Ontwikkelings- en plankosten, inclusief mogelijke planschade, komen voor rekening van initiatiefnemers en worden uit de eigen bedrijfsmiddelen bekostigd.

Dit wordt gelijktijdig in de kostenverhaalovereenkomst privaatrechtelijk vastgelegd tussen de gemeente en initiatiefnemer. Conform artikel 3.1.6 f van het Besluit ruimtelijke ordening heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de economische en financiële uitvoerbaarheid van het plan en is dit plan haalbaar gebleken.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 28-08-2024

61

((Stamlijn u URBAN JAZZ S===milieu advies

>___

stedenbouw

ft landschep

7. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Maatschappelijke toetsing In het kader van de gemeentelijke inspraakverordening betrekt de gemeente de bevolking in principe bij de voorbereiding van plannen op ruimtelijk gebied. In casu wordt, omdat vooraf een omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden (zie bijlage 1) van een formele inspraak afgezien. In deze omgevingsdialoog is gesproken met alle buren, zijnde defensie, Van de Valk hotel en de bewoner van Klein Zwitserland 20. Defensie en de buren zijn akkoord met het plan. Van belemmeringen voor de ontwikkeling is geen sprake. Bij deze omgevingsdialoog zijn de algemene kader in acht genomen die de gemeenteraad op 30 september 2019 heeft vastgesteld. Deze kaders lopen vooruit op de Omgevingswet die in 2024 in werking zal treden. Een omgevingsdialoog is een gesprek tussen een initiatiefnemer van een ruimtelijk ontwikkelingsproject en personen die in de directe omgeving wonen of werken. Het gesprek is er specifiek op gericht om in een vroeg stadium (nog voordat het concrete plan voor het project vastligt) kennis te nemen van eventuele bezwaren, wensen en belangen van omwonenden en naastgelegen ondernemers, zodat die bij de uitwerking van het plan kunnen worden betrokken. Doel van het gesprek is niet om overeenstemming over het plan te verkrijgen.

De dialoog moet vroegtijdig plaatsvinden op basis van concrete plannen en schriftelijk worden vastgelegd. Het is niet zo dat de omgevingsdialoog in de plaats kan komen van een zienswijzenprocedure.

7.2 Overleg Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.1.1 Bro dient bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan, waar nodig, overleg gepleegd te worden met besturen van gemeenten, het waterschap, met Rijks- en provinciale diensten et cetera. Voor dit plan is onder meer overleg -op digitale wijzegepleegd met: •

Provincie Noord-Brabant;

•

Waterschap Brabantse Delta;

•

Regionale Brandweer

•

Defensie.

De voorgenomen ruimtelijke onderbouwing is ambtelijk al besproken in 2019 met de provincie. Met een positieve grondhouding wordt een nadere uitwerking en onderbouwing tegemoet gezien.

7.3 Zienswijzenprocedure Het ontwerpbesluit tot omgevingsvergunning met afwijking wordt zes weken terinzage gelegd, waarbij de mogelijkheid wordt geboden zienswijzen in te dienen, alvorens het college van burgemeester en wethouders , op basis van de raadsverklaring van geen bedenking, een besluit omtrent vaststelling zal nemen. Het plan is digitaal ontsloten via de gemeentelijke website en de landelijke website ruimtelijkeplannen.nl. In het Gemeenteblad en het gemeentelijk weekblad is van de procedure kennisgegeven.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 28-08-2024

62

((Stamlijn u S==milieu advies

Bijlage 1

U

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

Omgevingsdialoog

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze -18 augustus 2023

Presentatielijst omgevingsdialoog Datum:

Tijd:

Locatie:

Paraaf/handtekening

Namens:

Naam: 10.2.e

Gronddepot Klein Zwitserland

10.2.e

Ay vQ S)corcbedei ; Wlens;»C

N

D

1)

Terugkoppeling van dit gesprek wordt u per mail toegezonden.

2

z

sepV

Gronddepot Klein Zwitserland BV - toekomstige ontwikkelingen

september 2019

Inleiding Gronddepot Klein Zwitserland BV is gevestigd op een bedrijfsperceel van circa 2,2 ha. Sinds november 2016 is een milieuvergunning verleend voor de opslag en overslag van grond en zand, het zeven van grond en infillmateriaal, en aanverwante wegenbouw en aannemerij activiteiten. Voor het verwerken van het infillmateriaal heeft M. Hendrickx een innovatieve zeefinstallatie ontwikkeld, waarmee het infillmateriaal gezeefd en geschoond kan worden. Infillmateriaal, is materiaal wat afkomstig is uit kunststof sportvelden. Na het zeven kan zowel het zand als de andere zeeffracties hergebruikt worden. Voor het zeven van infillmateriaal is een natte zeef installatie benodigd.

Toekomst Om de markt ontwikkelingen, zowel op het terrein van het gronddepot als daar buiten bij te kunnen houden dienen er aanpassingen en verruimingen van de huidige vergunning en bestemmingsplan te worden aangevraagd. Aanpassing in het bestemmingsplan van de bouwhoogte van het huidige bouwvlak, naar de *, L hoogte van de aanwezige natte zeefinstallatie, deze is ca 2,5 meter hoger. Aanleg van een retentievijver voor de opvang van regenwater +LA Aanleg van bassins voor het behandelen van het water wat benodigd is voor het proces in de natte zeefinstallatie. Opslaan van de zeeffracties die uit het proces komen in overkapte tunnels/sleufsilo's Aanbrengen van zonnepanelen op de constructie van de overkapping voor de duurzaamheid +} Het drogen van de zeeffracties middels een trommeldroger Aanleggen van dagvakken middels stapelblokken voor de opslag van grond en aanverwante materialen Wat er nog meer gaat gebeuren: De huidige crashpoort wordt verwijderd en er zal een nieuwe poort geplaatst worden op het #H ■ depot zelf zodat het "rondje om het vliegveld" toegankelijker wordt, en het terrein afgesloten kan worden. Aanplanten van groen langs de randen om het zicht van het depot af te halen. (

’

Deze ontwikkelingen houden niet in dat er meer transportbewegingen of handelingen komen als wat vergunt is in de huidige vergunning. Dit is namelijk niet het geval. Procedure De nieuw ontwikkelde plannen van M. Hendrickx passen nog niet geheel binnen het huidige bestemmingsplan en milieuvergunning. B&W zien echter mogelijkheden om de beoogde activiteiten in te passen, zowel ruimtelijk als in de milieuvergunning. Op 14 mei 2019 hebben we een principeverzoek ingediend, waarin gevraagd wordt naar de mogelijkheid om de boven benoemde activiteiten in te passen. 2 september 2019 heeft B&W formeel gereageerd op dit principeverzoek. Zij geven aan achter de plannen te staan en zullen meewerken aan een wijziging van het bestemmingsplan en de milieuvergunning. Hendrickx moet hiertoe het initiatief nemen, om feitelijk z’n eigen bestemmingswijziging samenstellen. Gemeente toetst dan of dit goed verloopt.

september 2019

Gronddepot Klein Zwitserland BV - toekomstige ontwikkelingen

Omgevingsdialoog Gemeente Gilze & Rijen heeft het advies gegeven een zogenaamde "Omgevingsdialoog" te starten. Het tijdig betrekken van de omgeving bij de planvorming. Een informele stap. De procedure van publicatie van een ontwerp-bestemmingsplan, ter inzage legging, en definitief plan

wordt nog immer gevoerd. U kunt, mocht u dat willen, altijd van uw procesrecht gebruik maken.

We geven er echter de voorkeur aan om samen met u tot een zo goed mogelijke invulling van de

plannen te komen. Wanneer u suggesties heeft welke kunnen leiden tot een voor iedereen betere oplossing van invulling van de plannen, zijn deze van harte welkom. We vragen u een kopie van dit document te ondertekenen "voor gezien en besproken". Nadrukkelijk

geeft u hiermee niet op voorhand een akkoord. Gesproken met

Datum

Namens

10.2.e

7.9 Sep ■ 2010)

Handtekening n

Rsvgsèqcedbedasy A(wSNAS‘0(

U( 0

C

WGYOnSs0

10.2.e

2 4 -g

/

C, ow Ap.d

, Re;. BA E/ op L" Seplewes 5 besp&okEf 20n0Rh ~ fannel Cn lues nen weec pos) b + 1' vechooyin A S 0008 caR Qvg Dekeken CD L t co2d Zo neRhi

VWC

A

Gekenhieviyer

)-

RRcc ie vol) •

d- v ee-- dRoICAR

->*

3 ie} \eUOM} •

Vel ec rec VaN

cu} plon vJenden eeny.0c)

;r L cbeve. n Lonne pGn On r A -i

\o)\ looft Rv% /VkVensie G

toe \J

\

L: A ■ voce\conreWwe,u UJCAWIC

lecN o C VO~cb W(LN)

\cossle Q

Le,bxvegjn5- •

# . Lecw "eco5boa) 40 ’ s loecgbe)

icbconhed ve

WRKnic

\e\0\ mel ca delen SIC (RCSho001,

h

vCOpda 2e Qo0 Q

- 2 oaW nig) cor CCw ca

(U-

le

()gAcpo • ens C \A he S5C&ot

D cocenUalCQ Pe4 V C €

QeRn

\.

bP

&

' esmea

■

-u-dcudue

grtl.

o’

IMO

I

P

2

A

c ()

(

C\ 10.2.e

\ %è9

ovN . {N.•

gye

tonAP sb SD

V

1

•)

“S

N.e

.2 M doA

I

■

"ee*m 0 %fim . * ; -i

N sik

TT—5

$Pe 32

an. -

, nüGMEeF

9

Sa"

71

.1

H a,

i

I "

/012 ,5 S g

yg

F

T

A -.

,

1

Ml a

g2 s

-

9/

-ë gAACener

ja

-

K

‘

u —

'

22

1

ta

5

s.

\

\

2502

47

6a

x

a ,6580

2280802222002020

Q mi a

u m m a m m u m a d d

N

mmean \

mumn

n6d

semmunn h u te

m-

-e

2 0 2 0 3 3 0 0 6 0 3 8 5 0 0 1 2 2 2

a " M—

9 Nl

-

n

n

sTazaamamami

a m a m—a r a

-u s

-\

'

%

WWF (\

4.*EA24&3 eag8=e ENNEF-gF nn

8 8 5 5

m EaaAn

.. 4*

I I J

8

3.8

as

pild

■

’

“

i

g 4 ,j

--g-sp-s"

o E m e e s z m a e s s n e m d e s k

ft-r "p7*s 8008 *

ë2

4

-

—

m m

MMiii

/64

C7

22 A (

hu 4’ A

20/

5

Ce,

7

() 82.

OA-

V

ü UN

Auen

t d

O0ge4

Gespreksverslag bespreking omgevingsdialoog Gronddepot Klein Zwitserland zaterdag 19 oktober 2019,13.30- 14.30 uur

Aanwezigen: Dhr. A. vd Valk, dhr. J. v. Poppel en dhr. M. Hendrickx Gestart met een ronde te lopen over het depot terrein. Tijdens deze ronde is uitgelegd wat we doen en hoe we het doen, (werkwijze) Grond/zand innemen en deze weer doorzetten na sorteren, zeven en keuringen.

Bouw- en sloopafval innemen uit eigen sloop projecten. Grof puin en snoeihout innemen uit eigen werken.

Deze worden overgeladen in grote containers en vrachtauto's en afgevoerd naar verwerkers. Uitleg gegeven hoe de zeefinstallatie werkt. Het zand/rubber mengsel wordt in de

zeefinstallatie gescheiden tot 2 producten NextFill zand en Nextfill rubber. Deze activiteiten zijn al in de huidige vergunning opgenomen.

Na de ronde over het terrein heeft dhr. M. Hendrickx uitleg gegeven, aan de hand van tekeningen, over het deel wat inmiddels vergund is op het terrein en wat nu bij de gemeente in ingediend voor een uitbreiding van de vergunning:

- Aanpassing hoogte nat —zeefinstaIlatie van 6ml naar ± 9ml. - Aanleg extra waterbassin - Aanleg 3 droogdokken met vaste overkapping i.v.m. zonnepanelen

Dhr. Hendrickx heeft verteld dat er overleg is geweest met de vliegbasis. Deze hebben geen bezwaren. Dhr. A. vd Valk en dhr. v. Poppel geven aan geen moeite te hebben met de voorgenomen plannen van dhr. Hendrickx.

Er is een tekening afgegeven met opmerkingen die besproken zijn. Deze zijn akkoord voor beide.

Dhr. vd Valk en v. Poppel willen de installatie graag een keer zien en horen draaien i.v.m. de hoeveelheid geluid welke de installatie produceert. Dit heeft dinsdag 29 oktober 2019 plaatsgevonden.

Aanwezig tijdens de demonstratie waren namens vd Valk dhr. v. Poppel en namens Hendrickx dhr. B. Prinse. Samen hebben ze een ronde gelopen, tijdens het draaien van de installatie, over het terrein en over de pad tussen het bos en om het terrein van vd Valk (Scoutingpad).

Het geluidsniveau gaf geen noemenswaardige overlast, vertelde dhr. v. Poppel.

t

(

-

:

i

I

©

U

4

V

"c

Cuge (geC-34)

1

H

/Ass

NS-SW

I1H

E-BSSSSS8SSSSS SCHAAL 1 ; 100

Profiel E

25 8

•‘C,

3 3

|2

J SCHAM TGG

P ro fie l F

SCHAAL 1 : 100

Profiel B

5

/uew2é /N.A

8

SCHAAL 1 : 100

Profiel H

SCHAAL 1 :100

Profiel A

y

3

P o o lU ao o

s e s e a s e s s c m s e c e

7

89

□

2 n n .2 4 0

& &

F

PxMoi

t,

5

DoQ~

— 13

è/

7 •

SCHAAL 1 : 100

Profiel C

7

Profiel D SCHAAL I : 100

ll

E8nnzs3sers28:

2.

9 -h -

0

2

SCHAAL 500

Overzicht

6

/ // //

/? 5/,

r/

z

//

/

/

/.

/

/

&

3

da

q12ow*

/ I Vs 0- 0f a

PdoPue4A

Bru

1

5

-

6 —

grondwerk

<antoosiustingen

#

VERKLARING

—-------

-T 0 S c e -

4

002

é

/

T

|

11 f

A f

/

j

।

8

7

$ s

Ge Je *4+*g [é

1

L

"N

i «

:5 5 H il I? i|H |l 1, H li | 1! I IL ilili, 51 hl li •it Bi I i! -h Il EUli ? llircd "II • §

ë

I I § g 5

’ ! 8 485 8851

0

888 t

33

■ X

I 9

i

1

Gronddepot Klein Zwitserland BV - toekomstige ontwikkelingen

september 2019

Inleiding Gronddepot Klein Zwitserland BV is gevestigd op een bedrijfsperceel van circa 2,2 ha. Sinds november 2016 is een milieuvergunning verleend voor de opslag en overslag van grond en zand, het zeven van grond en infillmateriaal, en aanverwante wegenbouw en aannemerij activiteiten.

Voor het verwerken van het infillmateriaal heeft M. Hendrickx een innovatieve zeefinstallatie ontwikkeld, waarmee het infillmateriaal gezeefd en geschoond kan worden. Infillmateriaal, is materiaal wat afkomstig is uit kunststof sportvelden. Na het zeven kan zowel het zand als de andere zeeffracties hergebruikt worden. Voor het zeven van infillmateriaal is een natte zeef installatie benodigd.

Toekomst Om de markt ontwikkelingen, zowel op het terrein van het gronddepot als daar buiten bij te kunnen houden dienen er aanpassingen en verruimingen van de huidige vergunning en bestemmingsplan te worden aangevraagd. Aanpassing in het bestemmingsplan van de bouwhoogte van het huidige bouwvlak, naar de hoogte van de aanwezige natte zeefinstallatie, deze is ca 2,5 meter hoger. Aanleg van een retentievijver voor de opvang van regenwater Aanleg van bassins voor het behandelen van het water wat benodigd is voor het proces in de natte zeefinstallatie. Opslaan van de zeeffracties die uit het proces komen in overkapte tunnels/sleufsilo’s Aanbrengen van zonnepanelen op de constructie van de overkapping voor de duurzaamheid Het drogen van de zeeffracties middels een trommeldroger Aanleggen van dagvakken middels stapelblokken voor de opslag van grond en aanverwante materialen Wat er nog meer gaat gebeuren: De huidige crashpoort wordt verwijderd en er zal een nieuwe poort geplaatst worden op het depot zelf zodat het "rondje om het vliegveld" toegankelijker wordt, en het terrein afgesloten kan worden. Aanplanten van groen langs de randen om het zicht van het depot af te halen.

Deze ontwikkelingen houden niet in dat er meer transportbewegingen of handelingen komen als wat vergunt is in de huidige vergunning. Dit is namelijk niet het geval.

Procedure De nieuw ontwikkelde plannen van M. Hendrickx passen nog niet geheel binnen het huidige bestemmingsplan en milieuvergunning. B&W zien echter mogelijkheden om de beoogde activiteiten in te passen, zowel ruimtelijk als in de milieuvergunning. Op 14 mei 2019 hebben we een principeverzoek ingediend, waarin gevraagd wordt naar de mogelijkheid om de boven benoemde activiteiten in te passen. 2 september 2019 heeft B&W formeel gereageerd op dit principeverzoek. Zij geven aan achter de plannen te staan en zullen meewerken aan een wijziging van het bestemmingsplan en de milieuvergunning. Hendrickx moet hiertoe het initiatief nemen, om feitelijk z'n eigen bestemmingswijziging samenstellen. Gemeente toetst dan of dit goed verloopt.

i

ironddepot Klein Zwitserland BV - toekomstige ontwikkelingen

september 2019

mgevingsdialoog Jemeente Gilze & Rijen heeft het advies gegeven een zogenaamde "Omgevingsdialoog" te starten.

Het tijdig betrekken van de omgeving bij de planvorming. Een informele stap. De procedure van publicatie van een ontwerp-bestemmingsplan, ter inzage legging, en definitief plan

Nordt nog immer gevoerd. U kunt, mocht u dat willen, altijd van uw procesrecht gebruik maken.

Ne geven er echter de voorkeur aan om samen met u tot een zo goed mogelijke invulling van de olannen te komen. Wanneer u suggesties heeft welke kunnen leiden tot een voor iedereen betere oplossing van invulling van de plannen, zijn deze van harte welkom. We vragen u een kopie van dit document te ondertekenen "voor gezien en besproken". Nadrukkelijk

geeft u hiermee niet op voorhand een akkoord. Datum

Gesproken met

Namens

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14810184/1