17. Bijlage 13 Quickscan natuurwetgeving
Tekst van het document
Quickscan Natuurwetgeving Mary Zeldenrustlaan 18-20 te Rijen (Gemeente Gilze-Rijen)
Quickscan Natuurwetgeving Mary Zeldenrustlaan 18-20 te Rijen (Gemeente Gilze-Rijen)
Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM24235 : Definitief (versie 4) : 23 september 2025
Opdrachtgever
: Ordito Postbus 94 5126 ZH Gilze
Opgesteld door
: dhr. J. Martens MSc. | dhr. L. Koomen Bed.
Gecontroleerd door
: ir. J.P.M. Hovens (Faunaconsult)
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
AM24235
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ...................................................................................................................................................................................................................4
2.
WET- en REGELGEVING ....................................................................................................................................................................................5 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5
2.2
Bescherming van Natura 2000-gebieden .............................................................................................................................................5
2.3
Natuurnetwerk Nederland..........................................................................................................................................................................6
2.4
Beschermde planten en dieren ................................................................................................................................................................6
3.
WERKWIJZE ...........................................................................................................................................................................................................8 3.1
Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden ........................................................................................................................8
3.2
Werkwijze quickscan ....................................................................................................................................................................................8
4.
BESCHERMDE NATUURWAARDEN ............................................................................................................................................................ 10 4.1
Beschrijving plangebied .......................................................................................................................................................................... 10
4.2
Natura 2000-gebieden ............................................................................................................................................................................. 11
4.3
Natuurnetwerk Nederland....................................................................................................................................................................... 11
4.4
Beschermde planten en dieren ............................................................................................................................................................. 12
4.5
Houtopstanden ............................................................................................................................................................................................ 16
5.
MOGELIJKE EFFECTEN OP BESCHERMDE NATUURWAARDEN ....................................................................................................... 17 5.1
Natura 2000.................................................................................................................................................................................................. 17
5.2
Natuurnetwerk Nederland....................................................................................................................................................................... 17
5.3
Beschermde planten en dieren ............................................................................................................................................................. 17
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................................................................................... 19 6.1
Natura 2000.................................................................................................................................................................................................. 19
6.2
Natuurnetwerk Brabant ............................................................................................................................................................................ 19
6.3
Beschermde planten en dieren ............................................................................................................................................................. 19
LITERATUUR ..................................................................................................................................................................................................................... 20 BIJLAGE 1. EXTRA AANDACHTSPUNTEN ................................................................................................................................................................ 21
AM24235
Pagina | 3
1. INLEIDING In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu B.V. een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Mary Zeldenrustlaan 18-20 te Rijen
Gemeente
: Gilze en Rijen
Kadastrale registratie
: gemeente Gilze en Rijen, sectie B, nrs. 4626 en 4627
Oppervlakte
: 7.330 m2
Huidige bestemming
: winkel bouwmarktketen en leegstaand
Toekomstige bestemming
: appartementengebouwen
De ontwikkelaar wil het huidige gebouw amoveren ter realisatie van nieuwbouwappartementen. De voorgenomen ontwikkeling heeft aanleiding gegeven voor deze quickscan natuurwetgeving. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Daarnaast is nagegaan welke invloed de ingreep heeft op beschermde Natura 2000-gebieden en overige beschermde natuurgebieden.
Doel en status van dit document Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden) en beschermde gebieden. Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Omgevingswet en het Natuurnetwerk Nederland. Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving.
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving gegeven van de relevante wet- en regelgeving. Hoofdstuk 3 beschrijft de geplande werkzaamheden en de werkwijze van de inventarisaties van de natuurwaarden. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de beleids- en veldinventarisaties weergegeven. Hoofdstuk 5 beschrijft de effecten van de voorgenomen ingreep op Natura 2000gebieden, de in en nabij het plangebied aanwezige natuurwaarden, evenals de mogelijke overtredingen op de Omgevingswet. Hoofdstuk 6 geeft de conclusies en aanbevelingen weer.
AM24235
Pagina | 4
2. WET- en REGELGEVING 2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb) verving drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. De Natuurbeschermingswet 1998 zorgde voor de bescherming van (natuur)gebieden; de Flora- en faunawet regelde de bescherming van alle in het wild levende planten- en diersoorten; de Boswet regelde de kap van bomen buiten de bebouwde kom (als bedoeld in de Boswet). Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en de Wet natuurbescherming is daarin geïntegreerd. Zo wordt in artikel 5.18 van de Omgevingswet gesteld dat er per algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels worden gesteld over het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning voor o.a. bouwactiviteiten. In artikel 5.10 van de Omgevingswet is geregeld dat per AmvB voor bepaalde ‘flora- en fauna-activiteiten’ wordt bepaald dat Gedeputeerde Staten op de aanvraag voor een omgevingsvergunning mogen beslissen. ‘Flora- en fauna-activiteiten’ zijn de verboden die de Wet natuurbescherming (Wnb) stelde ten aanzien van Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1 Wnb); Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5 Wnb) en Overige beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb).
2.2
Bescherming van Natura 2000-gebieden
Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Het is een verzameling van Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebieden en Wetlands (die worden beschermd middels de internationale Conventie van Ramsar). De bescherming van deze gebieden is gebaseerd op internationale verplichtingen die zijn geïmplementeerd in de Nederlandse regels. In artikel 2.44 van de Omgevingswet is geregeld dat de Minister (LNV) voor Natuur en Stikstof dergelijke gebieden kan aanwijzen. In artikels 3.58 en 3.59 Besluit kwaliteit leefomgeving (vanaf hier: Bkl) zijn de begrenzing en instandhoudingsmaatregelen geregeld, om de vanuit de Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn gestelde doelen te halen. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de Minister worden toegevoegd aan Natura 2000-gebieden. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken.
Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning wordt aangevraagd, om die vervolgens passend te beoordelen (op grond van artikel 16.53c van de Omgevingswet. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn opgenomen in Natura 2000-beheerplannen, de wettelijke basis daarvoor is geregeld in artikel 10.18 van het Omgevingsbesluit (vanaf hier: Ob). Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden.
AM24235
Pagina | 5
2.3
Natuurnetwerk Nederland
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: •
bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken;
•
gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt;
•
landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;
•
ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee;
•
alle Natura 2000-gebieden.
Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. De provincies hebben – zoals ook al in paragraaf 2.2 aangegeven - de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Veel provincies hebben de Nationale Landschappen (sinds 2011 geen onderdeel meer van nationaal beleid) in hun provinciale beleid opgenomen. De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan het provinciale beleid is opgenomen in hoofdstuk 5.
2.4
Beschermde planten en dieren
De Omgevingswet kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven:
-
Vogels
Alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (artikel 11.37 t/m artikel 11.40 van het Besluit activiteiten leefomgeving; vanaf hier: Bal). Verder nemen de meeste provincies de onder de Wet natuurbescherming benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken.
-
Internationaal beschermde soorten
Alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 11.46 t/m artikel 11.48 Bal);
AM24235
Pagina | 6
-
Overige beschermde soorten
In het wild levende soorten genoemd in bijlage IX, onder A en B bij artikel 11.54 (Bal). Onder A vallen een aantal in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers. Onder B vallen een aantal vaatplanten. In A vallen onder meer de ‘algemene’ zoogdiersoorten die onder de Wnb bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld.
De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. De Provincie Noord-Brabant heeft deze verwoord in ‘Omgevingsverordening Noord-Brabant (Provincie Noord-Brabant, 2023). Deze verordening is per 1 januari 2024 ingegaan. Dit houdt in dat de meeste soorten die onder de Omgevingswet als beschermde soort zijn aangewezen, ook in de Provincie NoordBrabant worden beschermd.
AM24235
Pagina | 7
3. WERKWIJZE 3.1
Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden
Volgens de opdrachtgever wordt het bestaand gebouw geamoveerd voor de realisatie van appartementengebouwen met ca. 147 woningen. Tevens wordt binnen het plangebied een ondergrondse parkeergarage voorzien. De bestemming wordt gewijzigd van gemengde bestemming naar woonbestemming. Figuur 3.1 is een voorlopig schetsontwerp van de voorgestane situatie.
Figuur 3.1. Ontwerpvoorstel bouwplan van appartementsgebouwen. Bron: opdrachtgever
3.2
Werkwijze quickscan
Deze quickscan natuurwetgeving is uitgevoerd door middel van een veldbezoek en een literatuurstudie. Op 12 september 2024 heeft Aeres Milieu het plangebied en de omgeving (ca. 100 meter straal) ervan bezocht voor een habitatgeschiktheidsonderzoek. Tijdens de uitvoering van het veldwerk waren de weersomstandigheden droog, zonnig, half bewolkt met een temperatuur van 15 °C en windkracht 2. Hierbij werd beoordeeld voor welke plant- en diersoorten het plangebied een geschikte habitat biedt. Waarnemingen van soorten in het plangebied zijn genoteerd. Met betrekking tot zoogdieren werd speciaal gelet op pootafdrukken, krabsporen, wissels, uitwerpselen, haren, graafsporen, holen en potentieel geschikte verblijfplaatsen. Alle gebouwen zijn van buiten onderzocht met behulp van een ladder en zaklamp.
AM24235
Pagina | 8
Het bureauonderzoek is gebaseerd op vrij verkrijgbare verspreidingsbronnen en waarnemingen van soorten: - Beschermde SoortenIndicator (BeSI); - Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (www.natura2000.nl/gebieden); - RAVON (www.ravon.nl); - FLORON (www.floron.nl); - SOVON (www.sovon.nl); - Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl); - NDFF Verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl).
AM24235
Pagina | 9
4. BESCHERMDE NATUURWAARDEN 4.1
Beschrijving plangebied
Het plangebied is gelegen aan Mary Zeldenrustlaan 18-20, ten zuidoosten van de kern van rijen, in de gemeente Gilze Rijen. Het plangebied bestaat uit een bedrijfspand met aanliggend een bijna geheel betonklinker verhard parkeerterrein. Het oostelijk deel van het gebouw bestaat uit bakstenen muren met opgaande metalen damwandplaten. Het westelijk gedeelte van het gebouw is opgebouwd uit bakstenen. Tevens bestaat het oostelijk uitstekend gebouw volledig uit glazen ramen. De muren zijn voorzien van een spouw met open stootvoegen. Deze zijn allen voorzien van een stootvoegrooster. Het gebouw heeft een plat dak voorzien van dakleer. De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit burgerwoningen en bedrijven. Zuidelijk van het plangebied grenzen enkele woningen met tuin. Mede doordat het plangebied geheel verhard is komen er binnen het plangebied weinig plantensoorten voor. In de beperkte groenstroken binnen en aanliggend van het plangebied groeien alleen algemeen voorkomende plantensoorten zoals gewone esdoorn, laurierkers, mahonie, canadapopulier, es, taxus, grote zandkool, kruipkardinaalsmuts en beukhaag.
Figuur 4.1.1. Het plangebied (Rode lijn) (Bron: Luchtfoto Actueel Ortho HR)
AM24235
Pagina | 10
4.2
Natura 2000-gebieden
In tabel 4.2. is een overzicht weergegeven van de Nederlandse Natura 2000-gebieden binnen een afstand van 10 kilometer van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand van het plangebied. Figuur 4.2 laat de ligging van het plangebied zien ten opzichte van Natura 2000-gebieden. Tabel 4.2. Overzicht van de natura 2000 gebieden binnen een afstand van 10 km van het plangebied.
Natura 2000 gebieden Ulvenhoutse Bos
Afstand tot plangebied (km) 8,1
Figuur 4.2. Globale ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van Natura-2000 gebieden (blauw en rood weergegeven). Bron: Natura 2000 Network Viewer.
4.3
Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied ligt op zo’n 550 meter afstand ten oosten van het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), dat bestaat uit het beheertype N16.03 ‘Droog bos met productie’ (zie figuur 4.3). ca. 560 meter oostelijk van het plangebied ligt een onderdeel van het NNN dat bestaat uit beheertype N16.04 ‘Vochtig bos met productie’.
AM24235
Pagina | 11
Figuur 4.3. Ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van het NNN (fel gekleurde delen). Bron: Provincie Noord-Brabant
4.4
Beschermde planten en dieren
Zoogdieren en vogels Volgens BeSI zijn de volgende beschermde zoogdieren en vogels in de omgeving van het plangebied aanwezig: huisspitsmuis, gebouwbewonende vleermuizen, boombewonende vleermuizen, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gierzwaluw, kauw, spreeuw en huismus. Vanwege de afwezigheid van grotere openingen en geschikt leefgebied is de aanwezigheid van de vier laatstgenoemde soorten sowieso uit te sluiten binnen het plangebied. Vleermuizen verblijven doorgaans in holle ruimtes, zoals spouwen in bebouwing of in holtes in bomen. In het plangebied zijn geen bomen met geschikte stamdiameter, holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Derhalve zijn Boom bewonende vleermuizen uitgesloten. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. Door de afwezigheid van spleten of kieren (figuur 4.4.1 en 4.4.2) is er geen toegang tot de spouw waardoor het gebouw geen dienst doet als verblijfplaats voor gebouw bewonende vleermuizen, eekhoornnesten en/of vogelnesten. Tijdens een indicatieve inspectie van het plangebied is door de omgevingsdienst vastgesteld dat er een opening aanwezig is in de overkapping boven de ingang van het gebouw (figuur 4.4.5.).
Ten tijde van de uitvoering van het veldwerk was deze opening niet aanwezig (figuur 4.4.6.). Er is nagegaan wat de huidige staat van de boeiboord is (figuur 4.4.7.). In de huidige situatie is de boeiboord gewoon aanwezig en zijn er geen openingen in de overkapping. Hierdoor kan er van uitgegaan worden dat deze opening van tijdelijke aard is en hierdoor geen dienst doet als rust- en verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Op aanvraag van de omgevingsdienst is bijkomend nagegaan of er al dan niet bijkomende openingen aanwezig zijn in de bebouwing. Hiervoor heeft er op 22 september 2025 opnieuw een locatiebezoek plaatsgevonden.
AM24235
Pagina | 12
Uit dit locatiebezoek blijkt dat de mogelijke openingen bij de steunpilaren geen effectieve openingen zijn (figuur 4.4.8). Ook de dunne spleet in de boeiboord leidt niet tot een opening in het gebouw of overkapping (figuur 4.4.9.). Het gebouw heeft een plat dak zonder kiezel (zie figuur 4.4.3). Onder het plat dak zijn geen openingen en de rand is afgewerkt met een nauw aansluitende aluminium daktrim. Verder zijn er nog enkele ventilatieroosters aanwezig in de muren. Deze zijn helemaal afgesloten met gaas (zie figuur 4.4.4.) Vleermuisverblijven zijn dus afwezig in het gebouw.
Dassenburchten, sporen/wissels van dassen en eekhoornnesten zijn afwezig. Voor kleine marterachtigen biedt het plangebied te weinig beschutting. Overige algemene zoogdieren zoals de veldmuis kunnen wel in het plangebied voorkomen (zie tabel 4.4).
Figuur 4.4.1. stootvoegen voorzien van stootvoegrooster
Figuur 4.4.3. plat dak voorzien van dakleer
AM24235
Figuur 4.4.2. Afwerking met daktrim
Figuur 4.4.4. ventilatierooster op het dak afgesloten met gaas
Pagina | 13
Figuur 4.4.5. Opening in overkapping d.d. 6 februari 2025 (bron: streetsmart.cyclomedia.com)
Figuur 4.4.7. Actuele foto (d.d. 6 mei 2025)
Figuur 4.4.6. Opening niet aanwezig ten tijde van veldwerk d.d. september 2024
Figuur 4.4.8. verdachte opening volgens OMWB (d.d. 22 september 2025)
Figuur 4.4.9. Verdachte opening volgens OMWB (d.d. 22 september 2025)
Tijdens het veldbezoek zijn huismus, ekster en houtduif waargenomen. Roofvogelnesten of andere (jaarrond beschermde) vogelnesten werden tijdens het veldbezoek niet aangetroffen, maar het is uiteraard mogelijk dat tijdens het broedseizoen in de opgaande vegetaties nesten van algemene vogels aanwezig kunnen zijn. Planten In het plangebied zijn tijdens het veldbezoek alleen algemene, niet-beschermde planten waargenomen als gewone esdoorn, laurierkers, mahonie, canadapopulier, es, taxus, grote zandkool, kruipkardinaalsmuts en beukhaag.
AM24235
Pagina | 14
Amfibieën, reptielen en vissen Tabel 4.4.1 geeft de strenger beschermde amfibieën, reptielen en vissen weer die volgens de NDFF verspreidingsatlas en verspreidingsgegevens van RAVON in de afgelopen 14 jaar in het atlasblok voorkwamen. Volgens BeSI zijn door het planvoornemen negatieve effecten mogelijk op volgende amfibieën: alpenwatersalamander, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Amfibieën
Reptielen
Rugstreeppad
Levendbarende hagedis
Vissen
Kamsalamander Alpenwatersalamander Poelkikker Bastaardkikker Boomkikker Vinpootsalamander Tabel 4.4.1. Strenger beschermde amfibieën, reptielen en vissen die volgens de NDFF verspreidingsatlas en de verspreidingsgegevens van RAVON in de afgelopen 14 jaar in het atlasblok voorkwamen.
De aanwezigheid van deze beschermde soorten is uit te sluiten. Beschermde amfibie- of reptielsoorten zullen vanwege het ongeschikte habitat geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied of habitatgebied.
AM24235
Pagina | 15
Overige soorten In het plangebied zijn alleen algemene, niet-beschermde planten waargenomen (zie paragraaf 4.1). In het plangebied ontbreken specifieke biotopen en waardplanten voor beschermde libellen en dagvlinders. Er zouden wel algemene vlindersoorten in het plangebied kunnen voorkomen. Het is mogelijk dat de met vegetatie begroeide delen van het plangebied als landhabitat dienen voor enkele algemene amfibieënsoorten. Voor reptielen is dit plangebied niet geschikt als habitat en andere soorten, die beschermd zijn onder de Omgevingswet, zijn eveneens niet te verwachten in het plangebied. Tabel 4.4.2 geeft de beschermde soorten weer die (mogelijk) een vaste voortplantings- of rustplaats in het plangebied hebben. Nederlandse en wetenschappelijke naam
Vogels
Internationaal
Overige beschermde
beschermde soorten
soorten
Bosmuis (Apodemus sylvaticus)
X
Huisspitsmuis (Crocidura russula)
X
Veldmuis (Microtus arvalis) Algemene in het plangebied broedende vogelsoorten
X X
Tabel 4.4.2 (potentieel) in het plangebied voorkomende beschermde soorten. Het beschermingsregime van de soorten in de Omgevingswet is eveneens weergegeven.
4.5
Houtopstanden
Er worden geen bomen verwijderd. Een provinciale kapmelding of eventuele overtredingen op de Omgevingswet m.b.t. houtopstanden is dus niet aan de orde.
AM24235
Pagina | 16
5. MOGELIJKE EFFECTEN OP BESCHERMDE NATUURWAARDEN 5.1
Natura 2000
Door de voorgenomen werkzaamheden kan verstoring door geluid en beweging optreden. Deze effecten zijn zeer lokaal; bovendien ligt het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Ulvenhoutse Bos’ op een afstand van 8,1 kilometer van het plangebied. Vanwege deze afstand hebben de voorgenomen werkzaamheden geen direct effect op Natura 2000-gebieden. Het hierboven genoemde Natura 2000-gebied bevat tenminste één stikstofgevoelig habitattype, dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. De sloop en realisatie van nieuwbouwappartementen zal leiden tot wat stikstofuitstoot. Vanwege de afstand tussen de Natura 2000-gebieden en het plangebied, en vanwege de beperkte omvang van de ingreep, verwachten wij echter geen significant effect op bovengenoemd (en verder van het plangebied gelegen) Natura 2000-gebied(en).
5.2
Natuurnetwerk Nederland
Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN ligt op 0,5 km van het plangebied (zie figuur 4.3). Op de beheertypenkaart van de provincie wordt dit beheertype uit ‘Droog bos met productie’ aangeduid. Wegens de afstand hebben de voorgenomen werkzaamheden waarschijnlijk geen noemenswaardig effect op de natuurwaarden in het NNB.
5.3
Beschermde planten en dieren
De directe omgeving van het plangebied, waaronder de achtertuinen van woningen aan de Venneweg en de bebouwing aan de Mary Zeldenrustlaan 22, bevat structuren zoals hagen, bomen, ruigtes en gebouwen die mogelijk fungeren als rust- en verblijfplaatsen voor (beschermde) soorten, met name vleermuizen en broedvogels. Aangezien deze locaties zich binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden bevinden, is het aannemelijk dat soorten hier kunnen worden verstoord door bouwgeluid, verlichting of trillingen. Aanbevolen wordt om mitigerende maatregelen te overwegen, zoals het beperken van werkzaamheden in de avond en nacht (ten behoeve van vleermuizen) en het minimaliseren van fel licht richting omliggende groenstructuren (naastgelegen tuinen etc.). Beperk het gebruik van verlichting tot noodzakelijke werklocaties en alleen tijdens actieve werktijden. Verstoring door geluidsoverlast kan verminderd worden door lawaaierige werkzaamheden buiten het broedseizoen te plannen. Door deze mitigerende maatregelen te nemen kan verstoring beperkt worden. Als gevolg van de werkzaamheden kunnen onderstaande effecten op beschermde flora en fauna optreden: •
Bij de werkzaamheden kunnen voortplantings- of rustplaatsen van algemene beschermde zoogdieren of amfibieën worden aangetast. Individuen kunnen hierbij worden verwond of gedood.
•
In de opgaande vegetaties in het plangebied en omgeving bevinden zich in het broedseizoen mogelijk (beschermde) vogelnesten. Als de opgaande vegetatie tijdens het broedseizoen wordt verwijderd, kunnen broedende vogels worden verstoord (hun jongen kunnen hierdoor te lang zijn achtergelaten en eieren kunnen te lang niet zijn bebroed) of vernietigd. Ook kan het leiden tot sterfte van eieren en jonge vogels.
AM24235
Pagina | 17
In tabel 5.3 zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Omgevingswet weergegeven. In hoofdstuk 6 wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen.
Soort
Beschermingsregime Omgevingswet
Algemene Vogels
Vogels
Algemeen voorkomende
Andere beschermde soorten
Art. 11.37 lid 1
Art. 11.46 lid 1
Art. 11.54 lid 1
a,b,d
grondgebonden zoogdieren en
a,b
amfibieën Tabel 5.3. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van de Bal. De letters in de tabel corresponderen met die van de onderstaande verboden:
Artikel 11.37, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen Vogelrichtlijnsoorten a. het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b. het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels; c. het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of d. het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a.
Artikel 11.46, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen Habitatrichtlijnsoorten) a. het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b. het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c. het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d. het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e. het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied.
Artikel 11.54, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen andere soorten) a. het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A; b. het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; en c. het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B.
De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos -, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 11.54, lid 2 Bal).
AM24235
Pagina | 18
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 6.1
Natura 2000
De plannen zullen naar onze mening waarschijnlijk geen effect op de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden hebben. Om elk risico uit te sluiten, is het echter te overwegen de te verwachten stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te laten bepalen. Indien daaruit blijkt dat er een significante toename is te verwachten, is er een vergunning nodig op grond van artikel 5.1, lid 1a van de Omgevingswet.
6.2
Natuurnetwerk Brabant
De bouw en het gebruik van de woning zal waarschijnlijk geen negatieve effecten op het NNB hebben. Omdat er geen negatieve effecten op het NNB zijn te verwachten, zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid.
6.3
Beschermde planten en dieren
Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren of amfibieën voor, die onder de Omgevingswet zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde andere beschermde soorten), waarvoor in de provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten voor is verkregen (tabel 3.82 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; Provincie Noord-Brabant, 2023). Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 11.27 Bal); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Vogels In de opgaande vegetatie in het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht.
Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Omgevingswet begaan. Omdat vogels sporadisch ook buiten de periode 15 maart – 15 juli broeden, kan het verwijderen van opgaande vegetatie toch leiden tot overtreding van de Omgevingswet. Indien blijkt dat er broedende vogels aanwezig zijn, dan mogen deze niet worden verstoord. Ook mogen in gebruik zijnde nesten niet worden vernield. Extra aandachtspunten Zie bijlage 1 voor extra aandachtspunten.
AM24235
Pagina | 19
LITERATUUR •
Ministerie van Economische Zaken, 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.
•
Provincie Noord-Brabant 2023. Omgevingsverordening Noord-Brabant
AM24235
Pagina | 20
BIJLAGE 1. EXTRA AANDACHTSPUNTEN Voor algemeen voorkomende broedvogels (waarvan het nest gedurende broedperiode beschermd is) dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden: •
Voer eventuele snoeiwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 juli, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven.
•
Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en gehouden te worden totdat de werkzaamheden zijn afgerond.
•
Indien werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, dient door een deskundig ecoloog onderzocht te worden of broedende vogels ter plaatse aanwezig zijn.
Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn, egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: •
Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels), maar ook voor vogels, om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten.
•
Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst.
•
Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen).
Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. •
Ook voor mogelijke aanwezigheid van egel en vestiging van de rugstreeppad dient de zorgplicht in acht te worden genomen. Voorkom opslag van materialen waaronder dieren kunnen gaan verblijven. Het ontstaan van poeltjes en plassen op het terrein dient gedurende het zomerhalfjaar (vanaf april) te worden voorkomen. Als deze soorten worden waargenomen, dienen zij zichzelf in veiligheid te kunnen brengen.
Indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden.
AM24235
Pagina | 21