11. Bijlage 07 Weging waterbelangen en infiltratieonderzoek
Tekst van het document
Infiltratieonderzoek & Weging van het waterbelang Mary Zeldenrustlaan 18-20 te Rijen (Gemeente Gilze en Rijen)
Infiltratieonderzoek & weging van het waterbelang Mary Zeldenrustlaan 18-20 te Rijen (Gemeente Gilze en Rijen)
Aeres Milieu Projectnummer
: AM24235
Status rapport
: Concept
Datum
: 6 december 2024
Opdrachtgever
: Ordito Postbus 94 5126 ZH Gilze
Opgesteld door
: dhr. J. Martens MSc.
Gecontroleerd door
: dhr. M. Vrolix bc.
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl Pagina | 2
AM24235
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ...................................................................................................................................................................................................................4
2.
BESTAANDE WATERHUISHOUDING ..................................................................................................................................................................7
3.
2.1.
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................7
2.2.
Bestaande waterhuishouding ...................................................................................................................................................................7
INFILTRATIEONDERZOEK .................................................................................................................................................................................. 12 3.1.
Opzet onderzoek ......................................................................................................................................................................................... 12
3.2.
Resultaten veldwerk.................................................................................................................................................................................. 13
4.
PLANVOORNEMEN EN AFWEGING ................................................................................................................................................................. 16
5.
OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN ................................................................................................................... 19
Bijlages: Bijlage 1: Topografische overzichtskaart Bijlage 2: Concepttekening planvoornemen Bijlage 3: Situatietekening met boor- en fotostandpunten Bijlage 4: Boorprofielbeschrijvingen Bijlage 5: Meetgrafieken en resultaten Bijlage 6: Geraadpleegde literatuur
Pagina | 3
AM24235
1. INLEIDING In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu een infiltratieonderzoek uitgevoerd en een weging van het waterbelang opgesteld voor een voorgenomen ontwikkeling aan de Mary Zeldenrustlaan 18-20 te Rijen. Momenteel is het plangebied grotendeels bebouwd en geheel verhard. De ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op afbeelding 1. Adres onderzoekslocatie
: Mary Zeldenrustlaan 18-20 te Rijen
Gemeente
: Gilze en Rijen
Waterschap
: Brabantse Delta
Kadastrale registratie
: Gilze en Rijen, sectie B, nummers 4626 en 4627
Oppervlakte
: ca. 7.330 m2
Peil maaiveld
: ca. 8,6 tot 8,8 m +NAP
Peil grondwater
: ca. 5,9 m +NAP
Afbeelding 1: Luchtfoto met begrenzing onderzoekslocatie rood omlijnd. Bron luchtfoto en kadastrale situatie: PDOK-viewer
Aanleiding De aanleiding voor het opstellen van deze weging van het waterbelang en de uitvoering van het infiltratieonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling ter plaatse. Men is voornemens het huidige pand te amoveren ter realisatie van een nieuw appartementengebouw. Het appartementengebouw bevat ca. 147 woningen en een ondergrondse parkeergarage. Deze ontwikkeling heeft een invloed op de bestaande waterhuishouding. Tevens dient rekening gehouden te worden met het actueel geldende beleid. Bij ontwikkelingen dient men verplicht de toekomstige (afval)waterstromen in kaart te brengen en de impact op het huidige waterhuishoudkundige stelsel te analyseren en waar nodig compenserende maatregelen in te passen. Pagina | 4
AM24235
Bij een weging van het waterbelang worden de waterbeheerders in een vroeg stadium betrokken bij de planvorming om zo een duurzame omgang met hemel-, grond- en oppervlaktewater te waarborgen en “water” mee te laten wegen in het planproces. Er wordt met name ingegaan op de gevolgen op de waterhuishouding met een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen. Afbeelding 2 geeft de beoogde situatie weer. Een grote tekening is opgenomen in bijlage 2.
Afbeelding 2: Beoogd programma 14-08-2024 (bron: opdrachtgever)
Doel Het doel van deze rapportage is een beschrijving te geven aan de huidige bodemkundige en (geo)hydrologische situatie (bureaustudie), de gehanteerde uitgangspunten en de randvoorwaarden, en de mogelijkheden om hemelwater in de toekomstige situatie te verwerken zonder dat hierbij een verhoogde risico op overlast ontstaat. Naast het vaststellen van de verwachte bodemopbouw en grondwaterstanden wordt nagegaan wat de doorlatendheid van de bodem ter plaatse is. Aeres Milieu B.V. werkt voor de opdrachtgever als onafhankelijk onderzoek- en adviesbureau, en heeft geen binding met de onderzoekslocatie.
Beleid Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. De adviezen in dit rapport voldoen aan vigerende wet- en regelgeving. Het waterbeleid in Nederland wordt van Europees niveau vertaald via rijks-, provinciaal, waterschaps- en gemeentelijk beleid om samen de waterproblematiek in Nederland aan te pakken. Dit resulteert in de verplichting een watertoets uit (te) laten voeren en door samenwerking met de verschillende bevoegdheden te komen tot een duurzaam watersysteem. Pagina | 5
AM24235
Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Sinds 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet. In de Omgevingswet staan alle regels voor de ruimte waarin we wonen, werken en ontspannen: onze leefomgeving. Vanuit de Omgevingswet moet de provincie naast een omgevingsvisie ook een omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (omgevings)programma, soms zijn er regels nodig om de ambities te realiseren. Verder is een Regionaal Water en Bodem programma (RWP 2022-2027) door de provincie Noord-Brabant vastgesteld. Doel van dit nieuwe RWP is een klimaat adaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie.
De concretere invulling om dit te verwezenlijken is opgenomen in o.a. de omgevingsverordening. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap Brabantse Delta. De doelen van het waterschap voor de periode van 2022 tot 2027 staan beschreven in het waterbeheerprogramma en zijn gericht op een veilig en bewoonbaar beheergebied, voldoende, schoon, natuurlijk en recreatief water. Met dit beleid is er meer aandacht voor klimaatadaptatie en een duurzame ontwikkeling van het werkgebied en daarbuiten. Voor het beheer van de diverse wateraspecten en het watersysteem is een waterschapsverordening opgesteld. Deze vervangt de voormalige Keur en bijbehorende algemene regels en heeft een andere opzet. In de waterschapsverordening staan alle regels die bepalen welke activiteiten, waar in het werkgebied mogen plaatsvinden en onder welke voorwaarden. De regels zijn nu specifiek gekoppeld aan bepaalde gebieden waar ze gelden en toegespitst op activiteiten die iemand kan doen. Activiteiten zijn toegestaan, mits er wordt voldaan aan voorwaarden in de waterschapsverordening. Middels het omgevingsloket kan dit gecontroleerd worden. De gemeente Gilze Rijen heeft zijn beleid vastgelegd in het verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2021-2025. Dit beleid is naast de voorgaande wateraspecten meer gericht op duurzaamheid en streven naar een klimaatbestendige en groenere omgeving.
Slimme inzet van groen en water in de stad zorgt voor koelteplekken in warme tijden, aanvulling van water in de bodem en draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van de inwoners. Door middel van deze rapportage wordt het planvoornemen hydrologisch beschreven en waar nodig worden de benodigde compenserende maatregelen toegelicht. Met deze aspecten dient rekening gehouden te worden zodat geen verhoogd risico op wateroverlast ontstaat door het planvoornemen. Deze toelichting wordt getoetst door het bevoegd gezag waarna de ontwikkeling kan plaatsvinden.
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de bestaande waterhuishouding kort beschreven met in hoofdstuk 3 de uitvoering van het infiltratieonderzoek. In hoofdstuk 4 wordt een samenvatting met aandachtspunten voor het planvoornemen beschreven. Tot slot wordt er in hoofdstuk 5 nog enkele algemene aandachtspunten en randvoorwaarden beschreven. Pagina | 6
AM24235
2. BESTAANDE WATERHUISHOUDING 2.1.
Inleiding
Het plangebied ligt in het bebouwde centrum van Rijen. In de huidige situatie is het plangebied grotendeels bebouwd en volledig verhard (betonklinkers). Zuidelijk grenst het plangebied aan woningen met tuin. Oostelijk grenst het plangebied aan bedrijven en westelijk aan een kantoorgebouw. Noordelijk ligt de straat Mary Zeldenrustlaan. Afbeelding 1 geeft de huidige situatie weer en in bijlage 1 is een topografisch overzicht opgenomen. Bij nieuwbouw is voldoende drooglegging benodigd zodat wateroverlast in de toekomst zoveel mogelijk vermeden wordt. Hierbij is o.a. de bestaande hoogteligging van belang. Het plangebied kent weinig hoogteverschil met een maaiveldhoogte van ca. 8,6 tot 8,8 m +NAP. De noordelijk gelegen Mary Zeldenrustlaan kent ter hoogte van het plangebied een maaiveldhoogte van ca. 8,4 m +NAP. Afbeelding 3 geeft de genoemde hoogteverschillen visueel weer.
Afbeelding 3: Hoogtekaart plangebied en omgeving met aanduiding ligging (bron: AHN Nederland)
2.2.
Bestaande waterhuishouding
De (water)systemen zoals die in het plangebied en omgeving voorkomen, worden onderverdeeld in grond-, oppervlakte-, afvalen hemelwater. Deze aspecten zijn hieronder kort beschreven. Om deze informatie te verzamelen zijn meerdere bronnen geraadpleegd, waaronder het BRO-loket, de gemeente Gilze en Rijen, Waterschap Brabantse Delta, provincie Noord-Brabant, Bodemdata Nederland en ons eigen archief.
Pagina | 7
AM24235
Grondwater en bodemopbouw Binnen de gemeente Gilze en Rijen zijn zover bekend geen grondwaterproblemen aanwezig en grondwateroverlast komt maar zelden voor. Als gevolg van klimaatveranderingen of grote ingrepen in het gebied kan het fluctuatiepatroon veranderen en mogelijk structurele grondwater onder-of overlast ontstaan. Vanuit de gemeente wordt geadviseerd om een minimale ontwateringsdiepte te hebben van 0,7 meter bij secundaire wegen en bebouwing en 0,5 meter ter hoogte van tuinen en groenvoorziening. Om instroom vanaf de omliggende bestrating te vermijden wordt geadviseerd het bouwpeil ca. 30 cm boven de kruin van de omliggende bestrating aan te leggen. Het plangebied ligt volgens de geomorfologische kaart van Nederland (2023) in niet gekarteerd gebied. Op basis van wel gekarteerd gebied in de omgeving kan een inschatting gemaakt worden van de verwachte landschappelijke opbouw. Hierbij ligt het plangebied naar verwachting op een terrasafzettingswelving. Het plangebied ligt volgens de bodemkaart naar verwachting op een hoge zwarte enkeerdgrond. Deze is opgebouwd uit een leemarm en zwak lemig fijn zand. Op basis van (model)gegevens uit het BRO-loket kan een verwachte bodemopbouw worden vastgesteld. De verwachte bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 1.
Diepte [m-mv.]
Lithostratigrafie
Lithologie
0,0 – 1,7
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand
1,7 – 27,5
Formatie van Sterksel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind
27,5 – 30
Formatie van Stramproy
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen, fijn en grof zand
Tabel 1: Geo(hydro)logische indeling (bron: BRO-loket)
Rondom het plangebied zijn er twee grondwatermonitoringsputten bekend bij het BRO-loket, zie afbeelding 4. Op basis van de meetgegevens in deze grondwatermonitoringsputten wordt de gemiddelde grondwaterstand binnen het plangebied ingeschat op circa 6,8 m +NAP en de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) op circa 7,4 m +NAP. Tijdens de uitvoering van het veldwerk voor het infiltratie onderzoek, zie hoofdstuk 3, is een grondwaterstand waargenomen op 2,26 meter onder maaiveld (momentopname uit bestaande peilbuis binnen plangebied). Gezien de bestaande hoogteligging is ter plaatse geen grondwateroverlast te verwachten. Binnen of vlakbij het onderzoeksgebied zijn geen grondwateronttrekkingen bekend. De onderzoekslocatie ligt niet in een (grond)waterbeschermingsgebied. Circa 90 meter ten noordoosten loopt de ondiepe Feldbissbreuk. De aanwezigheid van deze breuk kan mogelijk de lokale grondwaterstroming beïnvloeden. Dit is voornamelijk van belang bij eventuele bemalingen.
Pagina | 8
AM24235
BRO-ID: GLD000000058351 Gemiddelde grondwaterstand: 5,8 m +NAP GHG: 6,4 m +NAP Afstand tot plangebied: 290 meter
BRO-ID: GLD000000058347 Gemiddelde grondwaterstand: 7,4 m +NAP GHG: 7,8 m +NAP Afstand tot plangebied: 160 meter
Afbeelding 4: Ligging grondwatermonitoringsputten rondom plangebied (rood) (Bron: BROloket)
Oppervlaktewater Mede door de ligging in het stedelijke centrum is ter plaatse en in de directe omgeving geen oppervlaktewater aanwezig. Vanuit het planvoornemen is derhalve geen direct effect te verwachten op het bestaande oppervlaktewaterstelsel.
Afvalwater De huidige bebouwing is aangesloten op het gemeentelijk gemengd vrijverval rioolstelsel onder de Mary Zeldenrustlaan (rond 500 mm). Bij nieuwbouw dient en zal op eigen terrein een gescheiden stelsel aangelegd worden dat op het bestaand stelsel aangesloten zal worden. Door de realisatie van ca. 147 nieuwbouwappartementen is er een toename in vuilwaterhoeveelheid te verwachten van in totaal ca. 4,4 m3/u. Doordat hemelwater af te koppelen en deels ter plaatse verwerkt gaat worden, zal deze toename naar verwachting zonder aanpassingen verwerkt kunnen worden. Voor een wijziging / nieuwe rioolaansluiting dient te zijner tijd bij de gemeente Gilze en Rijen een rioolaansluiting aangevraagd te worden.
Hemelwater De huidige bebouwing is aangesloten op het gemeentelijk gemengd rioolstelsel. Hemelwater afkomstig van het verhard terrein stroomt oppervlakkig af naar het omliggend terrein/openbaar gebied. Bij het planvoornemen kan en zal minimaal een gescheiden stelsel aangelegd worden. Hemelwater dient waar mogelijk ter plaatse verwerkt te worden. Het lokaal infiltreren van neerslag levert een positieve hydrologische bijdrage, mits de juiste milieu hygiënische maatregelen worden getroffen (zie ook hoofdstuk 5). Pagina | 9
AM24235
Naar verwachting laat de lokale bodem infiltratie toe. Voor de aanleg van een infiltratievoorziening is voorafgaand een infiltratie onderzoek wenselijk geacht om o.a. de leegloopsnelheid concreter te kunnen bepalen. Dit onderzoek is opgenomen in hoofdstuk 3. De aanleg van compensatie voor nieuwe verharding is afhankelijk van het bevoegd gezag en de omvang van de ontwikkeling. Vanuit het waterschap is retentie vereist vanaf een toename van 500 m2 verhard oppervlak. Conform het beleid van de gemeente Gilze en Rijen dient voor herbebouwing zonder toename van het verhard oppervlak een waterberging op eigen terrein voorzien te worden met een retentie-eis van 7 mm. Gezien de ligging in stedelijk gebied en afwezigheid van oppervlaktewater mag een (bovengrondse) noodoverlaat naar het gemeentelijk stelsel plaatsvinden.
Klimaatadaptatie Uit de klimaatstresstest van de gemeente Gilze en Rijen “Water- en Klimaatkring De Baronie” komt naar voren dat er in het stedelijk gebied enkele hitte-eilanden aanwezig zijn door de vele aanwezige verharding. Voor een klimaat robuustere planinvulling kan naast infiltratie in de bodem meer groen aangelegd worden zodat de gevolgen ingeperkt worden en een leefbaardere omgeving gerealiseerd wordt. Ten aanzien van wateroverlast geeft onderstaande afbeelding 5 weer wat de maximale waterdiepte is bij een bui van 70 mm in 1 uur. Rondom de huidige bebouwing is 0 tot 40 cm water tegen de gevel van het gebouw te verwachten. Tevens zal bij deze bui de noordelijk gelegen Mary Zeldenrustlaan alleen begaanbaar zijn voor calamiteitenverkeer. Om schade te voorkomen dient hiermee bij de ontwikkeling rekening gehouden te worden.
Afbeelding 5: Wateroverlast in gemeente Gilze Rijen bij een bui van 70 mm in 1 uur met in rood aanduiding plangebied (Bron: Klimaatportaal Water- en klimaatkring De Baronie) Pagina | 10
AM24235
Het gemeentelijk beleid is er algemeen op gericht om zoveel mogelijk hemelwater ter plaatse te verwerken. Naast een voldoende hoge ligging dient water zoveel mogelijk groen en lokaal verwerkt te worden. De kwaliteit van de leefomgeving of de biodiversiteit kan zo worden vergroot. Voor het aanleggen van een infiltratievoorziening zijn er verschillende mogelijkheden. Afhankelijk van de uiteindelijke voorkeur en wens tot inrichting van het perceel zijn ter plaatse onderstaande mogelijkheden toepasbaar om te komen tot een duurzame, klimaatbestendige herontwikkeling: -
Aanleg van halfverharding of waterpasserende bestrating zoals grasbetontegels;
-
Aanleg wadi, infiltratiekratten, grindkoffer, rockflow of vergelijkbare voorziening;
-
IT-riolering onder de bestrating (langwerpige voorziening);
-
Aanleg groendak op de platte daken/bergingen;
-
een combinatie voor bovenstaande oplossingen.
Verder kan water zoveel mogelijk hergebruikt of vastgehouden worden voor droge periodes. Middels bijkomend groen wordt het risico op hittestress zoveel mogelijk beperkt. Op de website https://bouwadaptief.nl/ zijn voorbeelden van mogelijke maatregelen en klimaatadaptatieve projecten opgenomen.
Pagina | 11
AM24235
3. INFILTRATIEONDERZOEK Om de doorlatendheid van de bodem binnen het plangebied vast te leggen, in combinatie met een concretere bepaling van de lokale bodemsamenstelling, is binnen het plangebied veldwerk verricht bestaande uit grondboringen en infiltratiemetingen.
3.1.
Opzet onderzoek
Door praktijkervaringen is vastgesteld dat een infiltratiesnelheid van ca. 0,4 meter per dag vereist is voor het succesvol toepassen van een infiltratievoorziening. Bij een lagere doorlatendheid kunnen reducerende omstandigheden optreden in de onverzadigde zone, die een ongunstige invloed hebben op het verwerkingsvermogen van een voorziening. De doorlatendheid van een bodem is afhankelijk van vele factoren, onder meer poriëngrootte, de continuïteit van de poriën, de poriënvorm en -hoeveelheid en de diepte tot de grondwaterstand. De poriëngrootte en de verdeling ervan hangen in de eerste plaats van de bodemsoort en de bodemstructuur af. Bovendien is de doorlatendheid afhankelijk van de verzadigingsgraad, en kan ze beïnvloed worden door micro-organismen. Hieruit kan worden afgeleid dat de infiltratiesnelheid van de ondergrond geen constante waarde heeft, maar van plaats tot plaats varieërt, waarbij zelfs op vrij kleine schaal belangrijke verschillen kunnen optreden. In de hydrogeologische literatuur worden diverse waarden gegeven voor de infiltratiesnelheid van diverse afzettingen en sedimenten, zie tabel 2 [stichting Rioned leidraad C2510]. Materiaal
k [m/d]
klei
0,01 - 10-8
klei, zand en grind mengsels
0,01 – 0,001
silt, löss
1 - 10-4
silt, klei en mengsels van zand, silt en klei
0,1 - 10-4
fijn zand
2 – 0,02
middelfijn tot middelgrof zand
43 – 0,09
grof zand
400 – 0,09
Tabel 2: Waarden voor de doorlatendheid van diverse afzettingen, uit de hydrogeologische literatuur.
Als eenheid is gekozen voor m/d, hoewel in de literatuur ook mm/h (landbouw) en m/s (hydrogeologie) worden gehanteerd. De eenheid m/d sluit aan bij wat in Nederland gebruikelijk is en leidt bovendien tot overzichtelijke getallen. Opgemerkt wordt dat men in de hydrogeologie vooral is geïnteresseerd in de horizontale doorlatendheid, terwijl voor de infiltratiesnelheid meestal juist de verticale doorlatendheid van belang is. In het algemeen is de horizontale doorlatendheid een factor 5 – 15 groter dan de verticale. Door de verzamelde gegevens uit de bureaustudie te combineren met een serie meetgegevens kan een uitspraak worden gedaan over de k-waarde van de bodem op de onderzoekslocatie. Pagina | 12
AM24235
De doorlatendheid boven de grondwaterstand (onverzadigde zone) is bepaald door middel van de “Open-end-test” en de “Porchettest”. De gebruikte meetmethoden worden reeds decennia lang toegepast en zijn uitvoerig gedocumenteerd. Deze test wordt als volgt uitgevoerd (Afb. 6): Met een handboor wordt een
Bron: Aeres Milieu
gat geboord tot op de laag waarvan de doorlatendheid bepaald moet worden. In het boorgat wordt vervolgens een blinde verbuizing geplaatst, die aan de onder- en bovenzijde is geopend, en die boven het maaiveld uitsteekt. Deze buis wordt in de bodem gedrukt, en geheel gevuld met water, dat in de ondergrond infiltreert (de "voornatting"). Nadat de ondergrond aldus voldoende verzadigd is geraakt met water, wordt vervolgens met behulp van een druksensor (diver) gemeten met welke snelheid het waterpeil in de buis daalt. Hieruit wordt berekend hoe groot de infiltratiesnelheid van het water in de bodem is. Deze is afhankelijk van de inwendige doorsnede van de buis, de drukhoogte (=de lengte van de waterkolom in de buis), het bodemtype en de snelheid waarmee het peil daalt. Met deze meetmethode wordt
Afbeelding 6: Principetekening Open-end-test
voornamelijk de verticale infiltratiesnelheid gemeten. Een aanvullende meetmethode is de zogenaamde “Porchettest”, ook wel omgekeerde boorgatmethode genoemd (Afb. 7). Bij deze methode wordt
Bron: Aeres Milieu
in een, niet verbuisd, boorgat constant water gepompt en gemeten tot het waterpeil in het boorgat stabiel is. Vervolgens wordt het debiet bepaald waarmee het water in het boorgat gepompt wordt. Bij een te laag pompdebiet wordt met behulp van een druksensor (diver) gemeten met welke snelheid het waterpeil in de buis daalt. Hieruit kan de doorlatendheid worden berekend. De keuze voor het type test is afhankelijk van de bodemsamenstelling en de visueel zichtbare snelheid waarmee het water in de bodem infiltreert. Beide tests zijn voor het infiltratieonderzoek van belang voor de onverzadigde zone. Afbeelding 7: Principetekening Porchettest
3.2.
Resultaten veldwerk
Het veldwerk is uitgevoerd op 12 september 2024. Rekening houdend met de toekomstige planinvulling zijn infiltratiemeetpunten geplaatst en is een diepere profielboring verricht om de lokale bodemopbouw beter vast te stellen. De infiltratiemetingen zijn uitgevoerd op de locatie waar mogelijk een infiltratievoorziening aangelegd gaat worden. De resultaten van het uitgevoerde veldonderzoek zijn onderverdeeld in een nadere beschrijving van de lokale bodemopbouw en de infiltratiesnelheden van de onverzadigde bodem. De boor- en meetpuntlocaties zijn opgenomen op een situatietekening in bijlage 3. Pagina | 13
AM24235
Lokale bodemopbouw Afbeelding 8 geeft de lokale bodemopbouw visueel weer. Uit het verkregen bodemprofiel blijkt dat de toplaag globaal gezien bestaat uit een matig fijne, zwak siltige, matig tot sterk humeuse zandlaag. Tussen 0,6 en 1,4 meter onder maaiveld gaat de bodem over in een matig fijn, matig siltige zandlaag. Dit zandpakket is aangetroffen tot de geboorde einddiepte van 4,0 mmv. Het grondwater is bij de uitvoering aangetroffen op 2,1 m-mv. Tijdens het veldwerk zijn er bij de verrichte grondboringen geen infiltratie belemmerende bodemlagen waargenomen. De boorpuntlocaties zijn opgenomen op de situatietekening in bijlage 3 en de boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 5.
Afbeelding 8: Foto boorprofiel boring 04; leesrichting van linksboven naar rechtsonder per 0,5 meter uitgelegd.
Metingen onverzadigde zone Op de onderzoekslocatie zijn 3 plaatsen infiltratiemetingen uitgevoerd. Na enige tijd voornatting is de meting gestart met een gemiddelde meetduur van circa 15 minuten per meetronde. Alle metingen zijn vastgelegd door middel van een diver, waarbij elke 5 seconden het drukverschil tussen het boorgat en de luchtdruk wordt gemeten. De infiltratiesnelheid in de onverzadigde zone (boven de grondwaterstand) is berekend uit de verkregen velddata. De meetresultaten zijn visueel opgenomen in bijlage 5. Tabel 3 geeft de berekende k-waarden weer. Meetpunt
Verticale infiltratiesnelheid [m/d]
Horizontale infiltratiesnelheid [m/d]
Meetdiepte [m-mv.]
01
0,80
21,6
0,8
02
0,46
5,6 / 4,1
1,7
03
0,07
1,4 / 0,7
0,5
Tabel 3: Resultaten van het uitgevoerde infiltratieonderzoek in de onverzadigde zone Pagina | 14
AM24235
Conclusie infiltratie onderzoek Uit de infiltratiemeting in meetpunt 03 blijkt dat de matig tot sterk humeuse toplaag op de meetlocatie een slechte verticale infiltratiesnelheid vertoond. Wel vertoond deze toplaag een goede horizontale doorlatendheid. Meetpunt 01 en 02 zijn uitgevoerd onder de humeuse toplaag. Deze metingen vertonen een goede verticale infiltratiesnelheid en een (zeer) goede horizontale infiltratiesnelheid. Hierdoor is de lokale bodem zeer geschikt voor de aanleg van een infiltratievoorziening. Bij een voorziening in de toplaag is grondverbetering geadviseerd of een overloop naar een ondergelegen voorziening/overloopmogelijkheid. Rekening houdend met een veiligheidsfactor kan gerekend worden met een kH-waarde van 2,4 meter per dag (voor een infiltratievoorziening onder de humeuse toplaag).
Pagina | 15
AM24235
4. PLANVOORNEMEN EN AFWEGING Het plangebied is in de huidige situatie bebouwd en geheel verhard. Men is voornemens de huidige bebouwing te amoveren ter realisatie van een nieuw appartementengebouw. Het appartementengebouw zal ca. 147 woningen bevatten met een ondergrondse parkeergarage. Het plangebied ligt relatief hoog in vergelijking met de aanliggende omgeving en kent een maaiveldhoogte van ca. 8,6 tot 8,8 m +NAP. De noordelijk gelegen Mary Zeldenrustlaan kent ter hoogte van het plangebied een maaiveldhoogte van ca. 8,4 m +NAP. De gemiddelde optredende grondwaterstand is ingeschat op ca. 6,8 m +NAP en de GHG op ca. 7,4 m +NAP. Door het aanhouden van hetzelfde vloerpeil als bij de bestaande bebouwing (minimaal 8,7 m +NAP; vloerpeil 30 cm boven de kruin van de weg) is bij het planvoornemen geen grondwateroverlast te verwachten en wordt instroom vanaf de weg vermeden. Het omliggend terrein dient zo aangelegd te worden dat excessief water kan afstromen naar laagte of groen op eigen perceel en niet naar de omliggende bebouwing. Om instroom in de parkeerkelder te voorkomen, kan hiervoor in het wegprofiel een kleine verhoging/drempel ingepast worden. Bij de nieuwbouw zal op eigen perceel een gescheiden stelsel aangelegd worden dat aangesloten wordt op het bestaand gemeentelijk gemengd rioolstelsel.
Door de realisatie van 147 appartementen zal gezien de huidige winkelfunctie de toekomstige afvalwaterhoeveelheid naar in totaal ca. 4,4 m3/u. Voor een wijziging/nieuwe rioolaansluiting dient te zijner tijd een aanvraag bij de gemeente Gilze Rijen ingediend te worden. In onderstaande tabel is een overzicht weergegeven van de huidige en toekomstige situatie aan verharding met de benodigde waterberging van 7 mm (eis vanuit gemeente bij herbouw zonder verhardingstoename). De toekomstige verharding is ingeschat op basis van het planvoornemen, zie bijlage 2. Hierbij is het oppervlak van de geplande parkeerkelder meegeteld als verhard oppervlak. Type oppervlak Dak, circa
Huidige situatie [m2] 4.067
Toekomstige situatie [m2] Gebouw: 3.550
Benodigde berging [m3] 24,9
Overig verhard oppervlak, circa
3.263
Parkeerkelder: 6.190 (6.190-3.550) 2.640 (=deel buiten gebouw/kelder)
18,5
Groen
0
866
0
Totaal Verhard ca.
7.330
6.190
43,4
Tabel 2: Overzicht bestaand en toekomstig verhard oppervlak
Uit bovenstaande tabel is af te leiden dat bij de toekomstige situatie de verharding afneemt naar ca. 6.190 m2. Voor de vervangende bebouwing is conform het beleid van de gemeente een hemelwaterberging van 7 mm per vierkante meter verharding nodig. Hiervoor dient een waterberging gerealiseerd te worden van ca. 43,4 m3.
Pagina | 16
AM24235
Uit het uitgevoerde infiltratie onderzoek blijkt dat infiltratie ter plaatse goed toepasbaar is. Bij het planvoornemen is de inpassing van een bovengrondse hemelwatervoorziening enkel in het noordelijk geplande groen mogelijk. Door deze groenstroken verlaagd aan te leggen met ca. 0,4-0,5 meter kan hier de benodigde berging van 43,4 m3 bovengronds ingepast worden met nog 10-20 cm marge/vrije ruimte. Aandachtspunt hierbij is dat de toplaag bestaat uit een matig fijne, zwak siltige, matig tot sterk humeuse zandlaag. Deze laag vertoond een beperkte doorlatendheid van 0,7 meter per dag. Hieronder is vanaf 0,6 tot 1,4 meter onder maaiveld een goed doorlatend matig fijn, matig siltige zandpakket aanwezig. Voor het bekomen van een tijdige lediging van de voorziening is grondverbetering, de toepassing van het wadiprincipe (overstort naar een ondergelegen IT-leiding) of enkele grindpalen geadviseerd. Hierdoor kan in dit groen de benodigde waterverwerking plaatsvinden. Overstort bij hevigere buien kan dan net als bestaand naar het openbaar gebied plaatsvinden. In onderstaande afbeelding is een voorbeeld uitgewerkt van een mogelijke hemelwatervoorziening met ondergelegen drain voor een tijdige leegloop. Overloop kan dan eenvoudig over maaiveld in noordelijke richting plaatsvinden.
Aanvullende mogelijkheid voor het inpassen van meer waterberging kan de toepassing een groendak/daktuin op het parkeerdek of op de gebouwen zijn. Het idee van de otnwikkelaar is om het water (deels) op te vangen op het parkeerdek/binnentuinen. Hierbij wordt er op het dak van de pakeerkelder (= vloer binnentuin) een waterbergende laag toegepast waar bovenop dan groen en beplanting wordt aangebracht. Algemeen wordt hiervoor een laagdikte van ca. 6 cm aangehouden. Met een oppervlakte van ca. 1400 m2 (niet onder paden) wordt hierdoor ca. 84 m3 meer water lokaal vastgehouden/verwerkt.
Pagina | 17
AM24235
Andere beperkte mogelijke oplossingen zijn de inpassing van ondiepe ondergrondse infiltratievoorzieningen zoals infiltratiekratten, waterbergende fundering middels lava of Rockflow. De keuze voor een voorziening is afhankelijk van de eigen voorkeur, het toekomstig planvoornemen (gewenste terreininvulling en type verharding) en hiermee samenhangend de benodigde bergingscapaciteit. Bij ondergrondse voorzieningen dient een ontluchting voorzien te worden welke tevens als bovengrondse noodoverloop kan fungeren. Voor boven normatieve buien dient in binnenstedelijk gebied een noodoverloop aangelegd te worden naar het openbaar gebied bij gebrek aan alternatieven. Dit wordt (bij voorkeur) eenvoudig bovengronds in het straatwerk ingepast. Door rekening te houden met de genoemde aandachtspunten, de verhardingsafname en de inpassing van minimaal 7 mm hemelwaterverwerking op eigen perceel wordt klimaat robuuster ontwikkeld en vindt door de ontwikkeling een afname van het verwachte risico op wateroverlast plaats. Een nadere uitwerking van het toekomstig HWA- en DWA-stelsel dient opgemaakt te worden door de architect of constructeur van de voorziening en dient bij de vergunningsaanvraag gedetailleerd in een uiteindelijk planontwerp vastgelegd te worden conform de geldende normen. Hierop wordt getoetst door het bevoegd gezag. Verantwoordelijkheden van o.a.
onderhoud moeten van te voren worden vastgelegd zodat de werking van de voorzieningen in stand gehouden wordt. Eventueel benodigde vergunningen worden niet middels deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden via het Omgevingsloket.
Pagina | 18
AM24235
5. OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN Afkoppelen/niet aankoppelen staat voor het scheiden van hemelwater- en afvalwaterafvoer, op een afgewogen manier zodat een duurzaam watersysteem ontstaat. Daarbij moet men rekening houden met de waterhuishouding, de inrichting van de openbare ruimte, de milieu hygiënische gevolgen en de zorg voor de volksgezondheid en welzijn. Bij het voldoen aan de milieu hygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afgekoppelde afstromende neerslag rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen om in de bodem te infiltreren. Wel moeten in de afvoersystemen voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven ten behoeve van het reinigen en het onderhoud. Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren. Ook moet de (nood)overloop regelmatig worden onderhouden. Ondergrondse voorzieningen dienen altijd voorzien te zijn van een goed bereikbare blad- en zandvanger en/of ontluchtingspunt/overloop. Toe te passen duurzame materialen: •
Daken: dakpannen van natuurlijk, beton of keramisch materiaal of bekleed met EPDM rubber.
•
Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal, aluminium, bij voorkeur tevens geen gecoate materialen.
•
Ontsluitingspaden / wegen / terrassen; voorzien van natuurlijk of niet-uitloogbare materialen zoals keramische of betonproducten.
Indien onvoldoende aandacht wordt gegeven aan het ontwerp en dimensionering, kan wateroverlast ontstaan. Het moet te allen tijde worden voorkomen dat wateroverlast bij bebouwing en bij derden ontstaat. Het gebruik en het overlopen van de hemelwatervoorziening mag niet leiden tot schade aan in de nabijheid liggende percelen, gewassen en opstallen. Schade, direct en/ of indirect, die eventueel ontstaat is en blijft voor rekening van de ontwikkelaar/eigenaar van het plangebied. In geen geval mag de afvalwaterriolering op een infiltratie- en/of bergingsvoorziening worden aangesloten. Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Vervuild water / afvalwater dient naar het afvalwaterriool te worden getransporteerd of geloosd, en mag niet in de bodem worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd. Het is verboden om chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Daarnaast is toepassing van gladheidsbestrijding middels zout minder wenselijk geacht. Bij toepassing kunnen deze stoffen met het hemelwater afstromen naar de bodem of het oppervlaktewater en deze nadelig beïnvloeden. Indien toepassing noodzakelijk blijkt, wordt geadviseerd dit zo effectief en gericht mogelijk te doen.
Pagina | 19
AM24235
Aeres Milieu
Bijlage 1 Topografische overzichtskaart
AM24235
Aeres Milieu
Bijlage 2 Concepttekening planvoornemen
AM24235
Aeres Milieu
Bijlage 3 Situatietekening met boor- en fotostandplaatsen
AM24235
Legenda Plangebied Boringen boring tot 4,00 m - mv. infiltratieboring
Aeres Milieu
Bijlage 4 Boorprofielen
AM24235
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
Boring:
02
Datum: X: 123230,71
12-9-2024 Y: 399628,27
Datum: X: 123167,31
12-9-2024 Y: 399644,44
0
0
klinker
0
8 20
50
55 60
2 70
3
80
klinker
8
Edelmanboor
Zand matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen kooldeeltjes, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
0
30
Zand matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
1
50
60
Zand matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor, bc kleur wel verfrommeld Zand matig fijn, zwak siltig, neutraal beigebruin, Edelmanboor, Gradatie vlekken weinig, licht beige, bc kleur wel verfrommeld
Zand matig grof, zwak siltig, sporen roest, lichtbeige, Edelmanboor
Zand matig fijn, matig siltig, sterk humeus, Edelmanboor
100
2
150
3
Zand matig fijn, zwak siltig, sporen roest, lichtbeige, Edelmanboor 140
160 170
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal geelbeige, Edelmanboor Zand matig fijn, zwak siltig, neutraal geelbeige, Edelmanboor
Boring:
03
Boring:
04
Datum: X: 123132,41
12-9-2024 Y: 399654,12
Datum: X: 123188,09
12-9-2024 Y: 399638,68
0
0
klinker
0
8
1 25 35
2 50
50
0
klinker
8
Zand matig grof, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor Zand matig fijn, matig siltig, zwak roesthoudend, donkergrijs, Edelmanboor
Zand matig grof, zwak siltig, Edelmanboor 35
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, spikkels grind, donker grijsbruin, Edelmanboor
50
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor 80
100
105
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, Geroerd, gradatie vlekken sterk, lichtgrijs wit
115
130 140
150
150
Zand matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor, Gradatie vlekken weinig donker bruin grijs Zand matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor, Gradatie vlekken matig, neutraal bruin Zand matig fijn, zwak siltig, licht witgrijs, Edelmanboor
200 210
Zand matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig
250
300
300
Zand matig fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Zuigerboor handmatig
350
350
Zand matig fijn, zwak siltig, donkergrijs, Zuigerboor handmatig
400
400
Projectnaam: Mary Zeldenrustlaan 18-20 te Rijen Projectcode: AM24235
Opdrachtgever: Ordito
Aeres Milieu
Bijlage 5 Meetresultaten en grafieken
AM24235
Projectnummer:
AM24235
Mary Zeldenrustlaan 18-20 te Rijen
Meetgegevens Open End 160 140
Drukhoogte (cm)
120
100 80 60 40 20 0 0
200
400
600
800
1000
Tijd (s)
Meetpunt
1
2
3
Daalsnelheid (grafiek): straal r:
0,0240 0,05
0,0246 0,05
0,0026 0,05
cm/s m
oppervlakte buis drukhoogte H: k-waarde: k-waarde:
0,0079 74,0 9,3E-06 0,80
0,00785 130,7 5,4E-06 0,46
0,00785 87,5 8,4E-07 0,07
m2 cm m/s m/dag
Projectnummer:
AM24235
Mary Zeldenrustlaan 18-20 te Rijen
Meetgegevens Porchettest
Drukhoogte (cm)
80
60
40
20
0 -100
100
300
500
700
900
1100
Tijd (s)
Meetpunt straal r:
1 5
5
5
cm
k-waarde eerste deel:
2,5E-02 21,67
6,4E-03 5,56
1,6E-03 1,42
m/s m/dag
4,7E-03 4,06
8,5E-04 0,73
m/s m/dag
k-waarde tweede deel:
>0
2
3
Aeres Milieu
Bijlage 6 Geraadpleegde literatuur
AM24235
Bijlage 6: Geraadpleegde literatuur Wet- en regelgeving •
Verbreed gemeentelijk rioleringsplan Gilze en Rijen 2021-2025, Gemeente Gilze en Rijen;
•
Waterprogramma 2022-2027, Waterschap Brabantse Delta;
•
Waterschapsverordening Waterschap Brabantse Delta;
•
Omgevingsvisie en omgevingsverordening provincie Noord-Brabant;
•
Landelijke Handreiking Watertoets;
•
Waterbeleid voor de 21e eeuw, Commissie Waterbeheer 21e eeuw;
•
Nationaal Bestuurakkoord Water, 2003 en actueel 2008;
•
Waterwet;
•
Het Nationaal Waterplan;
•
Kader Richtlijn Water;
•
Wet en Besluit op de ruimtelijke ordening.
Overige literatuur •
Handleiding alternatieve materialen voor bouwmetalen, DuBo Consulenten;
•
Ruimtelijke plannen Nederland;
•
Anders omgaan met hemelwater in bestaand stedelijk gebied.
Internet •
www.gilzerijen.nl
•
www.brabantsedelta.nl
•
www.BROloket.nl
•
www.ahn.nl
•
www.pdok.nl
AM24235