CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

10. Bijlage 06 Onderzoek trillingshinder treinverkeer

Gemeenteraad 26 januari 2026, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Bopa Mary Zeldenrustlaan 18 Rijen (Praxis locatie)4.707 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

REGISTRATIEMETING SPOORTRILLINGEN

PROJECT: HERONTWIKKELING PRAXIS LOCATIE MARY ZELDENRUSTLAAN 18 -20 TE RIJEN

UITGEVOERD DOOR: JANTRIL MONITORING BV

DOSSIERNUMMER: 24-08052 VERSIE: 1.2

DATUM: 25-9-2025 BEHANDELD DOOR: DE HEER E. SEABER

OPGESTELD IN OPDRACHT VAN: AERES MILIEU BV

Pagina 2 van 26

1 INHOUDSOPGAVE 2 Inleiding ................................................................................................................................................5 3 Plangebied.............................................................................................................................................6 4 Doelstelling ...........................................................................................................................................6 5 Uitgangspunten rapportage ...................................................................................................................6 6 Leeswijzer ..............................................................................................................................................6 7 Meetopstelling ......................................................................................................................................7 7.1 Meetpunten ............................................................................................................................................. 7 7.2 Meetduur en periode...............................................................................................................................

8 7.3 Afstand tot spoor ..................................................................................................................................... 8 7.4 Foto’s meetpunten ................................................................................................................................ 10 7.5 Specificaties meetapparatuur ................................................................................................................ 12 8 SBR-B richtlijn ...................................................................................................................................... 14 8.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 14 8.2 Streefwaarden projectlocatie ................................................................................................................ 15 9 Resultaten registratiemeting............................................................................................................... 16 9.1 Vmax & Toetsing aan streefwaarden SBR-B .......................................................................................... 16 9.1.1

Meetpunt 1 ................................................................................................................................... 16

9.1.2

Meetpunt 2 ................................................................................................................................... 17

9.1.3

Meetpunt 3 ................................................................................................................................... 17

9.2 Dominante trillingsfrequenties .............................................................................................................. 18 10

Handreiking nieuwbouw en spoortrillingen ................................................................................... 19

11

Resultaten registratiemeting ......................................................................................................... 23 11.1

12

Vtop & toetsing aan rekenwaarde grenswaarde SBR-A ............................................................... 23

11.1.1

Meetpunt 2............................................................................................................................... 23

11.1.2

Meetpunt 3............................................................................................................................... 23

SBR-A richtlijn 2017 ....................................................................................................................... 24 12.1

Bepaling grenswaarde conform SBR-A ......................................................................................... 24

12.1.1

Constructiewijze en de staat van het bouwwerk ..................................................................... 24

12.1.2

Type trillingsmeting .................................................................................................................. 25

12.1.3

Type trillingsbron ..................................................................................................................... 25 Pagina 3 van 26

13

Eindwoord ..................................................................................................................................... 26 13.1

Conclusie ....................................................................................................................................... 26

13.2

Aanbevelingen .............................................................................................................................. 27

Bijlage 1: Meetdata

Pagina 4 van 26

2 INLEIDING Ter plaatse van de Mary Zeldenrustlaan 18-20 te Rijen is een nieuwbouw appartementencomplex voorzien met ca. 147 woningen en een ondergrondse parkeergarage.

Ter plaatse van de projectlocatie is momenteel een bedrijfspand gesitueerd dat deels dienst doet als vestiging van een Praxis bouwmarkt. Het bedrijfspand zal worden gesloopt.

Omdat de projectlocatie is gelegen in de nabijheid van het spoor is mogelijk trillingshinder te verwachten. Om uitsluitsel te geven óf men ter plaatse van de voorziene nieuwbouw rekening moet houden met het aspect trillingshinder heeft Jantril Monitoring BV in opdracht van Aeres Milieu BV een registratiemeting ten aanzien van trillingen uitgevoerd. De resultaten van de registratiemeting zijn tevens getoetst op het risico tot het ontstaan van trilling schade.

Projectlocatie: Het huidige bedrijfspand is weergegeven met de rode contouren en de nieuwbouw met de blauwe contouren

Pagina 5 van 26

3 PLANGEBIED De nieuwbouw is voorzien op een vanaf afstand van circa 95 meter tot de spoorverbinding tussen Breda en Eindhoven. Het betreft hierbij een dubbelspoor.

4 DOELSTELLING

Het doel van deze rapportage is om op basis van de uitgevoerde registratiemetingen:

1. Inzage te krijgen in de heersende trillingsniveaus ter plaatse van de voorziene nieuwbouw in relatie tot hinder; 2. Handvatten aan te reiken ten aanzien van trillingsreducerende maatregelen dan wel te nemen vervolgstappen. 3. Inzage te krijgen in de heersende trillingsniveaus ter plaatse van de voorziene nieuwbouw (in de huidige situatie) in relatie tot het schade risico.

5 UITGANGSPUNTEN RAPPORTAGE

Voor het vaststellen van de mate van hinder is gebruik gemaakt van de ‘SBR-B richtlijn, hinder voor personen in gebouwen’. Als leidraad bij het aandragen van eventuele mitigerende maatregelen is gebruik gemaakt van de ‘handreiking nieuwbouw en spoortrillingen’.

Voor het vaststellen van het risico op het ontstaan van schade is gebruik gemaakt van de ‘SBR-A richtlijn 2017, schade aan gebouwen’.

6 LEESWIJZER

De rapportage begint met de technische details omtrent de meetopstelling en situatie ter plaatse (H7). Daarna wordt een korte toelichting gegeven op de beoordelingsrichtlijn ten aanzien van trillingshinder, de ‘SBR-B meet- en beoordelingsrichtlijn, hinder voor personen in gebouwen’(H8) en worden de streefwaarden opgegeven met betrekking tot de projectlocatie.

Hoofdstuk 9 geeft een overzicht van de dominant optredende trillingen Vmax en Fdom en worden deze getoetst op het aspect hinder conform de SBR-B richtlijn. In Hoofdstuk 10 wordt kort ingegaan op de ‘handreiking nieuwbouw en spoortrillingen’ in relatie tot de te treffen trillingsreducerende maatregelen.

Hoofdstuk 11 geeft een overzicht van de dominant optredende trillingen Vtop en worden deze getoetst op het schade risico conform de SBR-A beoordelingsrichtlijn 2017.

In Hoofdstuk 12 wordt een beknopte toelichting gegeven op de SBR-A beoordelingsrichtlijn 2017.

Hoofdstuk 13 betreft de eindconclusie en aanbevelingen.

Pagina 6 van 26

7 MEETOPSTELLING 7.1 MEETPUNTEN

Meetpunt 3 t.h.v. fundering / maaiveld

Meetpunt 1 t.p.v. vloerveld bg.

Meetpunt 2 t.h.v. fundering / maaiveld

Afbeelding meetpunten 1 t/m 3. Bron: 3D-bagviewer

Meetpunt 3 t.h.v. fundering / maaiveld

Meetpunt 2 t.h.v. fundering / maaiveld

Afbeelding meetpunten 1 t/m 3. Overlay oudbouw / nieuwbouw Pagina 7 van 26

7.2 MEETDUUR EN PERIODE De meting is uitgevoerd in de periode van 11 t/m 18 oktober 2024. De meetduur betreft hierbij minimaal 7 x 24 uur. Een dergelijke meetduur wordt doorgaans als voldoende representatief beschouwd ter bepaling van het trillingenklimaat ten gevolge van treinverkeer.

7.3 AFSTAND TOT SPOOR Meetpunt

Afstand tot hart spoor

Details

Meetpunt 2

Circa 106 meter

Zie bron: GoogleMaps

Meetpunt 1 Meetpunt 3

Circa 110 meter Circa 95 meter

Zie bron: GoogleMaps Zie bron: GoogleMaps

Meetpunt 1 t.p.v. vloerveld bg.

Meetpunt 2 t.h.v. fundering / maaiveld

Pagina 8 van 26

Meetpunt 3 t.h.v. fundering / maaiveld

Pagina 9 van 26

7.4 FOTO’S MEETPUNTEN Meetpunt 1:

Pagina 10 van 26

Meetpunt 2:

Meetpunt 3:

Pagina 11 van 26

7.5 SPECIFICATIES MEETAPPARATUUR Voor het uitvoeren van de metingen is gebruik gemaakt van Vibra+ gekalibreerde trillingsmeters. Meetpunt 1:

Meetpunt 2:

Pagina 12 van 26

Meetpunt 3:

Pagina 13 van 26

8 SBR-B RICHTLIJN 8.1 ALGEMEEN Voor het beoordelen van trillingshinder wordt in het besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) verwezen naar de meet- en beoordelingsrichtlijn ‘SBR-B, hinder voor personen in gebouwen’.

De SBR-B meet- en beoordelingsrichtlijn bevat richtlijnen voor het meten en stelt streefwaarden voor het beoordelen van hinder. De richtlijn maakt onderscheid in de functie van het gebouw, de aard van de trillingsbron en maakt onderscheid in bestaande, gewijzigde en nieuwe situaties. In de Richtlijn vindt de beoordeling van hinder plaats door middel van de streefwaarden A1, A2 en A3: 1. A1 is de onderste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax;

2. A2 is de bovenste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax; 3. A3 is de streefwaarde voor de trillingssterkte Vper.

Er wordt voldaan aan de streefwaarden indien: • •

De waarde van de maximale trillingssterkte in een ruimte (Vmax) kleiner is dan A1, of;

De waarde van de maximale trillingssterkte van een ruimte (Vmax) kleiner is dan A2 waarbij de trillingssterkte over de beoordelingsperiode voor de ruimte (Vper) kleiner is dan A3.

In de richtlijn zijn de streefwaarden onder andere gebaseerd op de functie van het gebouw waar de trillingen beoordeeld moeten worden en de aard van de trillingsbron. Nieuwe situaties

De richtlijn maakt onderscheid in bestaande, gewijzigde en nieuwe situaties. Ten aanzien van herhaald voorkomende trillingen die gedurende lange tijd (langer dan 3 maanden) optreden dienen deze ten aanzien van nieuwe situaties te worden beoordeeld conform onderstaande tabel.

Tabel: Beoordeling ‘herhaald voorkomende trillingen (langer dan 3 maanden)’ Soort inrichting

Dag-Avond

Nacht

A1

A2

A3

A1

A2

A3

Gezondheidszorg

0,10

0,40

0,05

0,10

0,20

0,05

Wonen

0,10

0,40

0,05

0,10

0,20

0,05

Onderwijs – Kantoor

0,15

0,60

0,07

0,15

0,60

0,07

Bijeenkomsten

0,15

0,60

0,07

0,15

0,60

0,07

Kritische werkruimten

0,10

0,10

–

0,10

0,10

–

Pagina 14 van 26

Beoordeling Vmax weg- en railverkeer en hinderlijkheid Voor de afweging van de toelaatbaarheid van de trillingssterkten door weg- en railverkeer gedurende langere tijd (> 3 maanden) kan bij de overschrijding van de streefwaarden aanvullend gebruik worden gemaakt van de navolgende kwalificatie van de mate van hinder zoals aangegeven in onderstaande tabel. Vmax

hinderkwalificatie

0.1 – 0.2

Weinig hinder (bestaande situaties)

< 0.1

Geen hinder

0.2 – 0.8

Matige hinder

0.8 – 3.2

hinder

>3.2

Ernstige hinder

8.2 STREEFWAARDEN PROJECTLOCATIE

Ten aanzien van de nieuwe situatie aan de Mary Zeldenrustlaan 18-20 is uitgegaan van: ‘woonfunctie’ & ‘Herhaald voorkomende trillingen gedurende langere tijd ‘ & ‘nieuwe situatie’. Op basis hiervan zijn de volgende streefwaarden van toepassing: Soort inrichting

Dag-Avond

Wonen

0,10

A1

A2

0,40

A3

0,05

Nacht A1

0,10

A2

0,20

A3

0,05

Pagina 15 van 26

9 RESULTATEN REGISTRATIEMETING 9.1 VMAX & TOETSING AAN STREEFWAARDEN SBR-B In onderstaande tabellen staat per meetpunt weergegeven de 15 hoogste waarden van Vmax. De waarden van Vmax zijn daarbij getoetst aan de gehanteerde streefwaarden conform SBR-B. Hierbij is aangegeven of wordt voldaan aan de streefwaarden. Tevens is aangegeven in welke trillingsrichting de trilling dominant is. Hierbij geldt dat de trillingen telkens in 3 richtingen zijn geregistreerd. X en Y zijn hierbij de horizontale en onderling loodrechte meetrichtingen en Z de verticale meetrichting.

Op basis van de tijdsignalen van de trillingen is vastgesteld dat er met enige regelmaat kortstondige trilling excitaties zijn opgetreden met een trillingstijd van circa een halve seconde. Op basis van deze zeer korte trillingstijd zijn wij er vanuit gegaan dat deze trillingen geen causaal verband hebben met het treinverkeer. Deze trillingen zijn derhalve buiten beschouwing gelaten bij het bepalen van de 15 hoogste waarden van Vmax. 9.1.1

Meetpunt 1

Date Time Veff max X [mm/s] 14-10-2024 17:23:30 0.06 16-10-2024 14:41:00 0.04 16-10-2024 02:51:30 0.04 15-10-2024 02:29:00 0.04 16-10-2024 02:51:00 0.04 14-10-2024 08:13:00 0.03 11-10-2024 14:41:30 0.05 14-10-2024 22:10:30 0.04 16-10-2024 01:55:30 0.03 15-10-2024 09:44:30 0.03 14-10-2024 18:36:00 0.05 15-10-2024 02:29:30 0.04 12-10-2024 03:09:30 0.04 12-10-2024 14:47:00 0.04 14-10-2024 18:36:30 0.04

Veff max Y [mm/s] 0.09 0.10 0.07 0.09 0.06 0.04 0.06 0.07 0.06 0.04 0.05 0.10 0.06 0.05 0.04

Fdominant Veff max Z [mm/s] 0.22 0.18 0.18 0.16 0.16 0.15 0.14 0.14 0.14 0.14 0.13 0.13 0.13 0.13 0.13

Voldoet wel / niet wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3

Pagina 16 van 26

9.1.2

Meetpunt 2

Date Time 14-10-2024 17:23:00 15-10-2024 02:29:00 16-10-2024 14:40:30 16-10-2024 02:50:30 11-10-2024 14:41:30 11-10-2024 14:41:00 12-10-2024 14:46:30 16-10-2024 14:40:00 16-10-2024 01:55:00 16-10-2024 10:07:00 12-10-2024 03:09:30 16-10-2024 02:51:00 15-10-2024 02:28:30 16-10-2024 10:06:30 16-10-2024 16:09:30

9.1.3

Veff max X [mm/s] 0,07 0,07 0,07 0,06 0,07 0,06 0,07 0,08 0,06 0,05 0,06 0,06 0,05 0,05 0,04

Veff max Y [mm/s] 0,1 0,1 0,1 0,09 0,1 0,1 0,09 0,1 0,08 0,06 0,1 0,1 0,08 0,07 0,06

Fdominant Veff max Z [mm/s] 0,19 0,17 0,17 0,15 0,14 0,14 0,14 0,13 0,13 0,13 0,12 0,12 0,12 0,12 0,12

wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3

Veff max X [mm/s] 0,06 0,06 0,06 0,06 0,07 0,09 0,06 0,06 0,04 0,05 0,07 0,07 0,05 0,05 0,06

Veff max Y [mm/s] 0,14 0,1 0,1 0,1 0,09 0,11 0,1 0,1 0,11 0,11 0,1 0,1 0,09 0,09 0,09

Fdominant Veff max Z [mm/s] 0,18 0,18 0,18 0,18 0,17 0,17 0,16 0,15 0,15 0,15 0,15 0,15 0,15 0,14 0,13

wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3 wel; < A3

Meetpunt 3

Date Time 11-10-2024 16:35:00 12-10-2024 03:10:00 15-10-2024 02:29:00 16-10-2024 02:51:00 12-10-2024 03:09:30 14-10-2024 17:23:30 16-10-2024 14:41:00 12-10-2024 14:46:30 14-10-2024 12:54:30 14-10-2024 14:10:30 15-10-2024 02:29:30 16-10-2024 02:51:30 16-10-2024 10:07:00 15-10-2024 21:20:00 12-10-2024 09:14:00

Pagina 17 van 26

9.2 DOMINANTE TRILLINGSFREQUENTIES De frequentieinhoud van trillingssignalen speelt een cruciale rol bij de verwachte effectiviteit van trillingsreducerende maatregelen.

Voor de effectiviteit van de trillingsreducerende maatregelen geldt dat deze afhankelijk zijn van de frequentie inhoud van de bron in relatie tot de natuurlijke frequenties van de constructieonderdelen. Dit in het bijzonder die met betrekking tot het vloerveld(en). Dit omdat het vloerveld verantwoordelijk is voor de overdracht van trillingen naar personen. In onderstaande tabel staat per meetpunt (1 t/m 3) aangegeven de dominante trillingsfrequentie in Hertz. Meetpunt 1. 2. 3.

F dominant (Hertz) Tussen circa 3.5 – 15.5 Hertz Tussen circa 3.5 – 17.0 Hertz Tussen circa 4.5 – 14.0 Hertz

Richting

Verticaal (Z) Verticaal (Z) Verticaal (Z)

In bijlage 1 vindt u het overzicht van de frequentiespectra (FFT) van de 15 dominant optredende trillingen Vmax en het bijbehorende tijdsignaal (Trace).

Pagina 18 van 26

10HANDREIKING NIEUWBOUW EN SPOORTRILLINGEN De Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen helpt gemeenten, projectinitiatiefnemers en andere stakeholders om bij nieuwbouw langs het spoor tijdig en concreet rekening te houden met trillingen van het spoor als gevolg van treinverkeer. De handreiking biedt hierbij instrumenten en handvatten teneinde trillinshinder te voorkomen.

Omwille van de toepasbaarheid hebben wij een overzicht van de concreet toe te passen trillingsreducerende maatregelen uit deze handreiking (tabel 10.2 en tabel 10.4) opgenomen in deze rapportage. Indicatie op hoofdlijnen effecten van gemeten trillingsniveaus op maaiveld op nieuwbouw

Tabel 10.2 van de handreiking: Indicatie van het effect op de te realiseren nieuwbouw in relatie tot het geregistreerde trillingsniveau. Gemeten trillingsniveau op maaiveld V(max ) <0,1

Effect voor gebouw met woonfunctie

Hinder voorkomen door geen trillingsgevoelig gebouw te ontwerpen en realiseren. Opslingering vermijden (2)

0,1 - 0,2

Vervolg: Korte scan trillingsgevoeligheid gebouwontwerp3 Hinder voorkomen door geen trillingsgevoelig gebouw te ontwerpen en realiseren. Zorg voor stijve fundering.

Opslingering vermijden (2). 0,2 - 0,4

0,4 - 1,2

Vervolg: Modelberekening indicatief, zie tabel 10.3 Zorg voor stijve fundering. Zorg voor een trillingsarm gebouwontwerp. Vervolg: Modelberekening indicatief of detailniveau III, zie tabel 10.3 Houdt rekening met aanvullend te treffen maatregelen, zoals trillingsisolatie.

Zorg voor een trillingsarm gebouwontwerp. 1,2 - 3,2

Vervolg: Modelberekening indicatief of detailniveau III of IV, zie tabel 10.3 Houdt rekening met aanvullend te treffen maatregelen, zoals trillingsisolatie. Waarschijnlijk hinder niet te voorkomen.

Zorg voor een trillingsarm gebouwontwerp.

Pagina 19 van 26

>3,2 (4)

1.

2.

3. 4. 5.

Vervolg: Modelberekeningen detailniveau IV, zie tabel 10.3. Grote mate van trillingshinder

Heroverweeg de nut- en noodzaak van de voorgenomen nieuwbouw.

Bij desondanks voortzetten project: modelberekeningen detailniveau IV, zie tabel 10.3

In de tabel wordt onderscheid gemaakt in effect voor woon- en kantoorfunctie omdat deze functies het meeste voorkomen, er zijn ook andere functies mogelijk en de potentië le maatregelen op detailniveau kunnen verschillen. Bij het toepassen van houten vloeren is de kans op opslingering groter ten opzichte van betonnen vloeren. Daarom is het raadzaam om langs het spoor de toepassing van houten vloeren waar mogelijk te vermijden. De korte scan houdt in dat er gekeken wordt of er geen sprake is van houten vloeren of andere lichte bouw. Dergelijke trillingsniveaus zijn zeer uitzonderlijk en treden zelden op in gebouwen als gevolg van treinverkeer. Deze handreiking kent een verschil tussen geen trillingsgevoelig ontwerp en een trillingsarm ontwerp: Bij geen trillingsgevoelig ontwerp wordt in ontwerpkeuzes rekening gehouden met trillingen door geen lichte vloeren (bijv. hout) toe te passen en een voldoende massieve en stijve fundering toe te passen zonder onderliggende trillingsberekeningen, bij een trillingsarm ontwerp zijn ontwerpkeuzes gebaseerd op trillingsberekeningen voor het specifieke project.

Pagina 20 van 26

Tabel 10.3 van de handreiking: Selectie van rekenmodellen om de mate van trillingshinder te bepalen Rekenmodel(1) Voordelen Empirische Snel en relatief omrekenfactoren zonder makkelijk frequentieafhankelijkheid Detailniveau indicatief (niveau 1) Empirische omrekenfactoren met frequentie afhankelijkheid

Detailniveau indicatief (niveau 2) Tweedimensionaal eindige elementenmodel Detailniveau 3

Driedimensionaal eindige elementen model Detailniveau 4

Snel en relatief makkelijk; eerste inschatting of opslingering van vloeren kan optreden 2D geometrische eigenschappen worden gemodelleerd; ontwerpspecifieke gebouwresponsie wordt bepaald; opslingering van vloeren kan in kaart worden gebracht; effect van aantal maatregelen kan worden bepaald

Responsie van gebouw wordt geheel in kaart gebracht; effect maatregelen kunnen goed worden bepaald.

Nadelen Onnauwkeurig (bovengrensbenadering belangrijk):niet of nauwelijks ontwerpoptimalisaties mee te bepalen Beperkte nauwkeurigheid (bovengrensbenadering belangrijk); nauwelijks ontwerpoptimalisaties mee te bepalen. Model mist een derde richting waardoor geen rekening wordt gehouden met volledige bewegingsvrijheid van gebouw; wanneer derde richting van belang is kan het rekenmodel een onderschatting opleveren; uitvoeriger ebn duurder onderzoek dan op basis van rekenfactoren Uitvoerige modellering en onderzoek; relatief duur onderzoek.

Wanneer toepassen Als eerste stap na quickscan; wanneer verwachte trillingsniveaus laag zijn en aan voorschriften voldoen Wanneer verwachte trillingsniveaus laag zijn en aan voorschriften voldoen Wanneer trillingsgevoeligheid gebouw hoofdzakelijk in twee richtingen te verwachten is, dient door deskundige te worden bepaald.

Wanneer trillingsgevoeligheid gebouw in drie richtingen te verwachten is. Dient door deskundige te worden bepaald.

1.Er is onderscheid gemaakt in de vier detailniveaus op basis van een vergelijking van trillingsonderzoeken (zie www.ruimtelijkeplannen.nl) en het onderzoek dat de Federal Transit Administration maakt in de manual Transit Noise and Vibration impact assessment uit 2006. Deze tabel is indicatief en niet volledig; er zijn verschillende andere rekenmodellen/methodieken toe te passen.

Pagina 21 van 26

Indicatief overzicht van mogelijke maatregelen aan gebouw Tabel 10.4 van de handreiking:

Maatregel Aanpassen vloeren: dikte en/of overspanning Paalfundering toepassen

Wijzigingen bouwmateriaal Fundering inpakken (bijv. EPS blokken aan buitenzijde fundering) Fundering verzwaren en verstijven

Afveren gebouw (trillingsisolerende blokken tussen fundering en bovenbouw) elastische blokken of stalen veren mogelijk Vloeren loskoppelen van rest van constructie

Verstijvende elementen aanbrengen (bijvoorbeeld bij staalbouw extra muurelementen->sterk afhankelijk van het gebouwontwerp) Locatiekeuze gebouw

Wanneer reducerend effect? Afhankelijk van de vloerafmetingen: opslingering voorkomen Overdracht van trillingen bodem naar fundering reduceren Massa en stijfheid toevoegen: verlaagt responsie van gebouw op trillingen (soms kan ook extra demping worden gerealiseerd) Voor hogere frequenties: trillingen worden niet of minder overgedragen van bodem naar fundering Voor hogere frequenties: trillingen worden niet of minder overgedragen van bodem naar fundering Vermindering overdracht trillingen tussen fundering en bovenbouw: Effectief tot lage frequenties (circa 2 a 3 Hz is mogelijk) Vermindering overdracht trillingen van gebouwconstructie naar vloeren, wordt soms toegepast bij zware grote vloeren. Wordt bijvoorbeeld bij bioscopen en dergelijke toegepast Vermindering overdracht trillingen vanuit bodem naar gebouw door verhoogde stijfheid van constructie. Afstand tussen gebouw en spoor verhogen, locaties nabij wissels, ES-lassen en kunstwerkovergangen zoveel mogelijk vermijden

Pagina 22 van 26

11 RESULTATEN REGISTRATIEMETING 11.1 VTOP & TOETSING AAN REKENWAARDE GRENSWAARDE SBR-A In onderstaande tabellen staat per meetpunt weergegeven de hoogste waarde van Vtop waarbij Vtop staat voor de hoogst geregistreerde trillingsnelheid in relatie tot de dominante trillingsfrequentie. De waarde van Vtop is hierbij getoetst aan de gehanteerde rekenwaarde van de grenswaarde conform SBRA. Hierbij is aangegeven of wel/ niet wordt voldaan aan de rekenwaarde van de grenswaarde. Tevens is aangegeven in welke trillingsrichting de trilling dominant is. Hierbij geldt dat de trillingen telkens in 3 richtingen zijn geregistreerd. X en Y zijn hierbij de horizontale en onderling loodrechte meetrichtingen en Z de verticale meetrichting.

Op basis van de tijdsignalen van de trillingen is vastgesteld dat er met enige regelmaat kortstondige trilling excitaties zijn opgetreden met een trillingstijd van circa een halve seconde. Op basis van deze zeer korte trillingstijd zijn wij er vanuit gegaan dat deze trillingen geen causaal verband hebben met het treinverkeer. Deze trillingen zijn derhalve buiten beschouwing gelaten bij het bepalen van de Vtop. De waarden van Vtop zijn enkel vastgesteld met betrekking tot meetpunt 2 en meetpunt 3 conform de uitgangspunten van de SBR-A 2017 beoordelingsrichtlijn ten aanzien van een ‘indicatieve meting’. 11.1.1 Meetpunt 2 Datum & tijd Vtop 2024-10-16, 14:40:09

0,42 mm/s

11.1.2 Meetpunt 3 Datum & tijd Vtop 2024-10-16, 02:50:58

0,42 mm/s

Frequentie

Richting

Rekenwaarde grenswaarde

Overschrijding rekenwaarde grenswaarde

10 Hertz

Z richting (verticaal)

2,08 mm/s

nee

Frequentie

Richting

Rekenwaarde grenswaarde

Overschrijding rekenwaarde grenswaarde

4,5 Hertz

Z richting (verticaal)

2,08 mm/s

nee

Pagina 23 van 26

12 SBR-A RICHTLIJN 2017 12.1 BEPALING GRENSWAARDE CONFORM SBR-A In de SBR-A 2017, meet- en beoordelingsrichtlijn worden rekenwaarden en grenswaarden genoemd voor de maximaal toelaatbare trillingen om de kans op schade aan bouwwerken te minimaliseren. Voor het bepalen van de grenswaarden van trillingen zijn de volgende factoren van belang: •

Constructiewijze en de staat van het bouwwerk;

•

Type trillingsbron.

•

Type trillingsmeting;

12.1.1 Constructiewijze en de staat van het bouwwerk

De SBR-A geeft een tweetal categorieën voor het bepalen van de veiligheidsfactor van bouwwerken en onderdelen daarvan voor de constructiewijze in relatie tot de staat van het bouwwerk. Categorie 1

• In goede staat verkerende onderdelen van de draagconstructie, als deze bestaan uit gewapend beton of hout; • Onderdelen van een bouwwerk die geen deel uitmaken van de draagconstructie (bijv. scheidingsconstructies), als deze bestaan uit gewapend beton of hout;

• Draagconstructies van bouwwerken, geen gebouw zijnde, die bestaan uit metselwerk zoals pijlers van viaducten, kademuren en dergelijke. Categorie 2 •

In goede staat verkerende onderdelen van de draagconstructie, als deze bestaan uit metselwerk;

• In goede staat verkerende onderdelen van een gebouw die niet tot de draagconstructie behoren, zoals scheidingsconstructies die bestaan uit niet-gewapend beton, metselwerk of uit brosse steenachtige materialen.

Aanvullend op de karakteristieke grenswaarden volgend uit de categorie-indeling van het pand dient beoordeeld te worden of het pand monumentaal is en/of gevoelig is voor trillingen volgens de checklist bijlage 5 van de SBR-A. Als het pand monumentaal of trillingsgevoelig is dient een aanvullende toeslag toegekend te worden van 1,7.

Pagina 24 van 26

12.1.2 Type trillingsmeting Volgens de SBR-A dienen de metingen uitgevoerd te worden op een stijf punt van de draagconstructie, op kortste afstand tot de trillingsbron. De richtlijn maakt onderscheid in de volgende 3 type metingen: •

Indicatieve meting;

•

Uitgebreide meting.

•

Beperkte meting;

Per type trillingsmeting is er een partiële veiligheidsfactor bepaald, deze zijn weergegeven in onderstaande tabel. Soort meting

Omschrijving meting

Beperkt

2 meetpunten (xyz) aan draagconstructie, recht boven elkaar.1,4

Indicatief

Uitgebreid

1 meetpunt (xyz) aan draagconstructie, maaiveldniveau

Partiële veiligheidsfactor 1,6

Maaiveldniveau en hoogste etage

Meerdere meetpunten in stijve punten van draagconstructie 1,0

12.1.3 Type trillingsbron

Voor het bepalen van de partiële veiligheidsfactor voor het type trillingsbron wordt er onderscheid gemaakt in de volgende typen trillingbronnen:

•

Incidenteel voorkomende, kortdurende trillingen (bv. explosies en botsingen)

•

Continue trillingen, zoals trillend inbrengen van fundatiepalen/damwanden met behulp van trilblokken, trilplaten.

•

Herhaald kortdurende trillingen (bv. sloop- en heiwerk, drukkend aanbrengen damwanden, drukken stalen buispalen, boorwerkzaamheden maar ook passerend transport en (normaal) weg- treinverkeer).

Partiële veiligheidsfactor normaal

1,0

Partiële veiligheidsfactor herhaald kortdurende trillingen

1,5

Partiële veiligheidsfactor gevoelig

Partiële veiligheidsfactor indicatieve meting

1,7

1,6

Pagina 25 van 26

13EINDWOORD 13.1 CONCLUSIE Ter hoogte van de nieuwbouwcontouren zijn trillingsmetingen uitgevoerd. De metingen zijn uitgevoerd op een 3-tal locaties aan het bestaande bedrijfspand aan de Mary Zeldenrustlaan 18-20 te Rijen.

Het betreffen hierbij 2 meetpunten gesitueerd aan de buitengevel op funderingsniveau: • •

Meetpunt 2 aan de oostzijde van het bedrijfspand; Meetpunt 3 aan de westzijde van het bedrijfspand.

Middels deze meetopstelling is rekening gehouden met mogelijke spreiding van de trillingssterkten op de projectlocatie. Tevens is gemeten op het vloerveld op de begane grond aan de oostzijde van het bedrijfspand. Het betreft hierbij meetpunt 1. Op basis van dit meetpunt is een indicatie te geven van de mate van trillingshinder in de nieuwbouw.

De meting is uitgevoerd gedurende een aaneengesloten periode van 7 etmalen. Het betreft hierbij de periode van 11 t/m 18 oktober 2024. Een dergelijke meetperiode achten wij ten aanzien van treinverkeer voldoende representatief ter beoordeling van de huidige spoorbelasting. SBR-B

De trillingsniveaus zijn getoetst aan de streefwaarden uit de SBR-B beoordelingsrichtlijn om de mate van hinder vast te stellen. Op basis hiervan is vastgesteld dat: •

• SBR-A

Ter plaatse van het vloerveld trillingsniveaus zijn geregistreerd die als ‘weinig hinderlijk’ kunnen worden aangemerkt; Ter hoogte van het funderingsniveau trillingsniveaus zijn geregistreerd die, indien deze in het vloerveld van een gebouw optreden, als ‘weinig hinderlijk’ kunnen worden aangemerkt.

De trillingsniveaus zijn getoetst aan de rekenwaarde van de grenswaarde uit de SBR-A 2017, meet- en beoordelingsrichtlijn om het risico op het ontstaan van schade vast te stellen. Op basis hiervan is vastgesteld dat: •

Ter hoogte van het funderingsniveau trillingsniveaus zijn geregistreerd die in de huidige situatie, ruim onder de gestelde rekenwaarde van de grenswaarde blijven. Op basis hiervan stellen wij dat in de huidige situatie geenszins sprake is van een verhoogd risico op het ontstaan van schade.

Pagina 26 van 26

13.2 AANBEVELINGEN Op basis van de door ons uitgevoerde trillingsmetingen gaan wij ervan uit dat ter plaatse van de voorziene projectlocatie trillingshinder vrijwel voorkomen kan worden. Hierbij dient bij het ontwerp van de nieuwbouw rekening te worden gehouden met de ontwerpvereisten zoals genoemd in de handreiking nieuwbouw en spoortrillingen. Handreiking nieuwbouw en spoortrillingen

In de handreiking worden trillingsreducerende ontwerpvereisten aangedragen om trillingshinder in de nieuwbouw te voorkomen dan wel te reduceren. Deze ontwerpvereisten zijn gerelateerd aan de ter plaatse van het maaiveld optredende trillingssterkten. Wij zijn er hierbij vanuit gegaan dat de trillingsterkten zoals gemeten in de constructie ter plaatse van het maaiveld gelijk zijn aan deze in het maaiveld. De trillingssterkten geregistreerd ter plaatse van de constructie op maaiveldniveau liggen tussen de ordegrootte van 0.1 – 0.2. Aan de hand van tabel 10.2 worden ten aanzien hiervan de volgende trillingsreducerende ontwerpvereisten aangedragen: • • • •

Geen trillingsgevoelig gebouw ontwerpen; Zorg voor stijve fundering; Opslingering vermijden*; Modelberekening op indicatief niveau.

*Eigenfrequentie vloervelden

Uit de frequentieanalyse blijkt dat de dominante frequenties op de projectlocatie liggen binnen het frequentiegebied van circa 3.5 Hertz t/m circa 17 Hertz. Het frequentiegebied van de bron is hierbij gelijk aan de natuurlijke frequentie/eigenfrequentie van vloervelden. Deze liggen doorgaans in het frequentiegebied van 5 t/m 20 Hertz (bron: CUR166).

Om het optreden van resonantie in deze situatie te voorkomen adviseren wij om de vloervelden met voldoende massa en stijfheid uit te voeren. Hoogachtend,

Jantril Monitoring BV Ernst Seaber

Pagina 27 van 26

BIJLAGE 1 – MEETRESULTATEN 1 INHOUD BIJLAGE 1 – MEETRESULTATEN ................................................................................................1 2

3

4

FFT | TRACES |TOP 15 VMAX .............................................................................................2 2.1

MEETPUNT 1 ............................................................................................................2

2.2

MEETPUNT 2 .......................................................................................................... 17

2.3

MEETPUNT 3 .......................................................................................................... 32

Vper .............................................................................................................................. 45 3.1

MEETPUNT 1 .......................................................................................................... 45

3.2

MEETPUNT 2 .......................................................................................................... 53

3.3

MEETPUNT 3 .......................................................................................................... 61

Vtop .............................................................................................................................. 69 4.1

MEETPUNT 2 .......................................................................................................... 69

4.2

MEETPUNT 3 .......................................................................................................... 69

2 FFT | TRACES |TOP 15 VMAX 2.1 MEETPUNT 1

2.2 MEETPUNT 2

2.3 MEETPUNT 3

3 VPER 3.1 MEETPUNT 1

3.2 MEETPUNT 2

3.3 MEETPUNT 3

4 VTOP 4.1 MEETPUNT 2

4.2 MEETPUNT 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16460543/1