CConstaterende datDantumadiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Reglement van orde 2024 was wordt lijst versie mei

Raadsvergadering (Dantumadiel) 2 juli 2024, gemeente DantumadielBij agendapunt: RvO13.398 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Was Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad van Dantumadiel 2023

Wordt ( rood = nieuw) Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad van Dantumadiel 2024

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

De raad van de gemeente Dantumadiel in vergadering bijeen op d.d. 31 januari 2023 gelezen het voorstel d.d. 31 januari 2023 gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen het volgende: Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Dantumadiel 2023

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit reglement wordt verstaan onder: · voorzitter: de voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; · vicevoorzitter: een door de raad uit zijn midden aangewezen waarnemend voorzitter van de raad; · griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger · amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; · subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; · motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; · voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; · initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel ingediend door een raadslid; · interpellatie: het vragen van inlichtingen aan het college of de burgemeester over een onderwerp dat niet vermeld staat op de agenda. · schriftelijke vraag/verzoek/voorstel indienen: een vraag/verzoek/voorstel kan zowel op papier als digitaal worden ingediend, voorzien van datum en ondertekening; · Mondelinge vragen: tot uiterlijk 24 uur voor aanvang van de raadsvergadering kunnen mondelinge vragen worden ingediend; · website: de gemeentelijke openbare website · RIS: raadsinformatiesysteem

Artikel 2a Het raadspresidium

1. Het presidium bestaat uit de fractievoorzitters en de burgemeester als voorzitter. 2. De griffier of diens vervanger is bij elke vergadering van het presidium aanwezig. 3. Elke fractievoorzitter heeft één stem in het presidium. 4. De secretaris is adviseur van het presidium. 5. De voorzitter heeft geen stemrecht. 6. Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht.

De raad van de gemeente Dantumadiel in vergadering bijeen op d.d. 23 april 2024 gelezen het voorstel d.d. 23 april 2024 gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen het volgende: Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Dantumadiel 2024

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit reglement wordt verstaan onder: · voorzitter: de voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; · vicevoorzitter: een door de raad uit zijn midden aangewezen waarnemend voorzitter van de raad; · griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger · amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; · subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; · motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; · voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; · initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel ingediend door een raadslid; · interpellatie: het vragen van inlichtingen aan het college of de burgemeester over een onderwerp dat niet vermeld staat op de agenda. · schriftelijke vraag/verzoek/voorstel indienen: een vraag/verzoek/voorstel kan zowel op papier als digitaal worden ingediend, voorzien van datum en ondertekening; · Mondelinge vragen: tot uiterlijk 24 uur voor aanvang van de raadsvergadering kunnen mondelinge vragen worden ingediend; · website: de gemeentelijke openbare website · RIS: raadsinformatiesysteem - Wet: gemeentewet

Artikel 2a Het raadspresidium (gewijzigd )

1. Het presidium bestaat uit de fractievoorzitters en de burgemeester als voorzitter. 2. De griffier of diens vervanger is bij elke vergadering van het presidium aanwezig. 3. Elke fractievoorzitter heeft één stem in het presidium. 4. De voorzitter heeft geen stemrecht. 5. Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht.

7. In spoedeisende en/of bijzondere gevallen kunnen de voorzitter en de griffier onderwerpen aan de agenda toevoegen. 8. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 9. Bij afwezigheid van de voorzitter, treedt de fractievoorzitter van de grootste fractie op als plaatsvervanger. Hij of zij heeft wel stemrecht. 10. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 11. Het raadspresidium is een commissie zoals bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet. 12. De vergaderingen van het raadspresidium zijn niet openbaar. 13. Het presidium komt tenminste vier keer per jaar en zo vaak als nodig bijeen. 14. Het verslag wordt, na vaststelling in de volgende vergadering, gepubliceerd.

6. In spoedeisende en/of bijzondere gevallen kunnen de voorzitter en de griffier onderwerpen aan de agenda toevoegen. 7. Fractievoorzitters wijzen elk een vast raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 8. Bij afwezigheid van de voorzitter, treedt de fractievoorzitter van de grootste fractie op als plaatsvervanger. Hij of zij heeft wel stemrecht. 9. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 10. Het raadspresidium is een commissie zoals bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet. 11. De vergaderingen van het raadspresidium zijn niet openbaar. 12. Het presidium komt tenminste vier keer per jaar en zo vaak als nodig bijeen. 13. Het verslag wordt, na vaststelling in de volgende vergadering vertrouwelijk aan de gemeenteraad ter beschikking gesteld.

1. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie. 2. Het presidium kan door de burgemeester worden geraadpleegd over andere aangelegenheden de gemeente betreffende. 3. Het presidium benoemt de werkgeverscommissie voor de griffier. 4. Het presidium kan voorstellen doen aan de raad.

Artikel 2b De taken van het raadspresidium

1. Er is een agendacommissie die bestaat uit de fractievoorzitters. 2. De leden van de agendacommissie kiezen uit hun midden een voorzitter. 3. De griffier of diens vervanger is bij elke vergadering van de agendacommissie aanwezig. 4. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in de agendacommissie vervangt. 5. De agendacommissie vergadert eenmaal per kalendermaand. 6. Elke fractievoorzitter of zijn vervanger heeft één stem in de commissie. 7. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen. 8. Uitzondering op lid 7 is het agenderen van onderwerpen voor de raadsvergadering. Hiervoor geldt dat als minimaal twee leden van de agendacommissie verzoeken om een onderwerp op de agenda van de raad te plaatsen, het onderwerp volgens het verzoek van deze leden op de agenda geplaatst wordt. 9. De vergaderingen van de agendacommissie zijn openbaar. 10. De vergaderstukken worden na vaststelling gepubliceerd.

Artikel 3a De agendacommissie (gewijzigd)

Artikel 2b De taken van het raadspresidium

Artikel 3a De agendacommissie

Artikel 3b De taken van de agendacommissie 1. Het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en de

1. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie. 2. Het presidium kan door de burgemeester worden geraadpleegd over andere aangelegenheden de gemeente betreffende. 3. Het presidium benoemt de werkgeverscommissie voor de griffier. 4. Het presidium kan voorstellen doen aan de raad. 1. Er is een agendacommissie die bestaat uit de fractievoorzitters of hun vervanger. 2. De secretaris is adviseur van de agendacommissie. Bij verhindering neemt de loco-secretaris deze taak waar. 3. De leden van de agendacommissie kiezen uit hun midden een voorzitter. 4. De griffier of diens vervanger is bij elke vergadering van de agendacommissie aanwezig. 5. Fractievoorzitters wijzen elk een vast raadslid aan dat hen bij afwezigheid in de agendacommissie vervangt. 6. De agendacommissie vergadert eenmaal per kalendermaand met uitzondering van de zomermaanden. 7. Elke fractievoorzitter of zijn vervanger heeft één stem in de commissie. 8. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen. 9. Uitzondering op lid 8 is het agenderen van onderwerpen voor de raadsvergadering. Hiervoor geldt dat als minimaal twee leden van de agendacommissie verzoeken om een onderwerp op de agenda van de raad te plaatsen, het onderwerp volgens het verzoek van deze leden op de agenda geplaatst wordt. 10.

De vergaderingen van de agendacommissie zijn openbaar.

Artikel 3b De taken van de agendacommissie 1. Het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en de

wijze van afhandeling van raadsvoorstellen, te weten als opiniërend of besluitvormend. 2. De planning van de activiteiten van de raad, zoals hoorzittingen, informatiebijeenkomsten, werkbezoeken en overige bijeenkomsten. 3. Het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet. 4. Het vaststellen van het jaarlijkse vergaderschema.

wijze van afhandeling van raadsvoorstellen, te weten als opiniërend of besluitvormend. 2. De planning van de activiteiten van de raad, zoals hoorzittingen, informatiebijeenkomsten, werkbezoeken en overige bijeenkomsten. 3. Het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet. 4. Het vaststellen van het jaarlijkse vergaderschema.

Artikel 4 De griffier

Artikel 4 De griffier

1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het presidium en de agendacommissie. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.

Artikel 5 Trajectgroep (tijdelijke commissie)

1. De raad kan een trajectgroep instellen en ook opheffen. 2. Een trajectgroep is een commissie zoals bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet. 3. De vergadering van de trajectgroep is niet openbaar, tenzij de trajectgroep zelf bij meerderheid anders besluit. 4. De taken en bevoegdheden van een trajectgroep worden bij afzonderlijk raadsbesluit geregeld. 5. In overleg met de secretaris/algemeen directeur kunnen ambtenaren op ad hoc basis als adviseur aan de commissie worden toegewezen. 6. De vergaderingen van een trajectgroep zijn toegankelijk voor alle raadsleden en beëdigde steunfractieleden. Tevens krijgen alle raadsleden en beëdigde steunfractieleden de agenda en de besluitenlijsten. 7. De leden van de trajectgroep worden door de raad benoemd. 8. Het secretariaat van een commissie wordt verzorgd door de griffier of diens plaatsvervanger. 9. De tijdelijke commissie bepaalt zelf de data en plaats van haar vergaderingen. 10. De stukken van de commissie die op de agenda staan worden voor een ieder digitaal ter inzage gelegd. 11. Van de vergadering wordt een besluitenlijst gemaakt; deze wordt vastgesteld door de commissie. 12. De vastgestelde besluitenlijst wordt met een eventueel verslag van de bevindingen van de commissie aan de raad aangeboden.

Artikel 6 De auditcommissie

1. Er is een auditcommissie die bestaat uit raadsleden en/of steunfractieleden eventueel aangevuld met een deskundige. 2. Een auditcommissie is een commissie zoals bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet. 3. De vergadering van de auditcommissie is niet openbaar, tenzij de auditcommissie zelf bij meerderheid anders besluit. 4. De samenstelling, taken en bevoegdheden van de auditcommissie worden bij afzonderlijk raadsbesluit geregeld.

1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het presidium en de agendacommissie. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door de adjunct-griffier. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.

Artikel 5 Trajectgroep (tijdelijke commissie)

1. De raad kan een trajectgroep instellen en ook opheffen. 2. Een trajectgroep is een commissie zoals bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet. 3. De vergadering van de trajectgroep is niet openbaar, tenzij de trajectgroep zelf bij meerderheid anders besluit. 4. De taken en bevoegdheden van een trajectgroep worden bij afzonderlijk raadsbesluit geregeld. 5. In overleg met de secretaris/algemeen directeur kunnen ambtenaren op ad hoc basis als adviseur aan de commissie worden toegewezen. 6. De vergaderingen van een trajectgroep zijn toegankelijk voor alle raadsleden en beëdigde steunfractieleden. Tevens krijgen alle raadsleden en beëdigde steunfractieleden de agenda en de besluitenlijsten. 7. De leden van de trajectgroep worden door de raad benoemd. 8. Het secretariaat van een commissie wordt verzorgd door de griffier of diens plaatsvervanger. 9. De tijdelijke commissie bepaalt zelf de data en plaats van haar vergaderingen. 10. De stukken van de commissie die op de agenda staan worden voor een ieder digitaal ter inzage gelegd. 11. Van de vergadering wordt een besluitenlijst gemaakt; deze wordt vastgesteld door de commissie. 12. De vastgestelde besluitenlijst wordt met een eventueel verslag van de bevindingen van de commissie aan de raad aangeboden.

Artikel 6 De auditcommissie

1. Er is een auditcommissie die bestaat uit raadsleden en/of steunfractieleden eventueel aangevuld met een deskundige. 2. Een auditcommissie is een commissie zoals bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet. 3. De vergadering van de auditcommissie is niet openbaar, tenzij de auditcommissie zelf bij meerderheid anders besluit. 4. De samenstelling, taken en bevoegdheden van de auditcommissie worden bij afzonderlijk

Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden, wethouders en fracties

Artikel 7 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging

1. Bij elke benoeming van nieuwe leden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw te benoemen leden en het procesverbaal van het (centraal) stembureau. 2. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 4. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau vindt in de laatste samenkomst van de raad in de oude samenstelling plaats na de raadsverkiezingen.

Artikel 8 Benoembaarheid wethouders

raadsbesluit geregeld.

Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden, wethouders en fracties

Artikel 7 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging

1. Bij elke benoeming van nieuwe leden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw te benoemen leden en het procesverbaal van het (centraal) stembureau. 2. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 4. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau vindt in de laatste samenkomst van de raad in de oude samenstelling plaats na de raadsverkiezingen.

1. Bij elke benoeming van wethouders stelt de raad een commissie in die uit drie raadsleden bestaat. 2. De commissie wordt ondersteund door de griffier. 3. Deze commissie onderzoekt of de benoeming van de kandidaat wethouder(s) voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de gemeentewet. 4. De kandidaat-wethouder legt tijdig de documenten en informatie over die nodig zijn voor de in het hiernavolgende lid door de commissie te verrichten toetsing. De kandidaatwethouder maakt bovendien alle overige door hem/haar in dat verband relevant geachte informatie aan de commissie kenbaar. 5. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 6. De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar.

Artikel 8 Benoembaarheid wethouders

Artikel 9 Fracties

Artikel 9 Fracties

1. De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen

1. Bij elke benoeming van wethouders stelt de raad een commissie in die uit drie raadsleden bestaat. 2. De commissie wordt ondersteund door de griffier. 3. Deze commissie onderzoekt of de benoeming van de kandidaat wethouder(s) voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de gemeentewet. 4. De kandidaat-wethouder legt tijdig de documenten en informatie over die nodig zijn voor de in het hiernavolgende lid door de commissie te verrichten toetsing. De kandidaatwethouder maakt bovendien alle overige door hem/haar in dat verband relevant geachte informatie aan de commissie kenbaar. 5. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 6. De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar. 1. De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen

zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie binnen de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. 3. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. Indien: a. een of meer leden van een of meer fractie(s) als zelfstandige fractie gaan optreden; b. twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; c. een of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 4. Voor het splitsen dan wel het vormen van nieuwe fracties is geen toestemming van de raad vereist. 5. Met de onder 3 beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan.

zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie binnen de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. 3. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. Indien: a. een of meer leden van een of meer fractie(s) als zelfstandige fractie gaan optreden; b. twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; c. een of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 4. Voor het splitsen dan wel het vormen van nieuwe fracties is geen toestemming van de raad vereist. 5. Met de onder 3 beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan.

Artikel 10 Steunfractieleden

Artikel 10 Steunfractieleden

1. Elke fractie kan maximaal twee niet-raadsleden voordragen voor benoeming tot steunfractielid. De voorgedragen steunfractieleden staan op de kieslijst van de laatstgehouden raadsverkiezingen van de desbetreffende politieke partij. Zij kunnen aan een hoorzitting deelnemen als hij/zij de eed of belofte voor steunfractielid heeft afgelegd. Ook mogen steunfractieleden deelnemen aan vertrouwelijke en besloten bijeenkomsten. 2. Alvorens de functie als steunfractielid te aanvaarden, wordt door het steunfractielid in handen van de voorzitter van de raad de eed of belofte afgelegd om getrouw te zijn aan de Grondwet en de wetten na te komen en alle plichten als steunfractielid naar eer en geweten te vervullen. 3. Bij aanvaarding van de functie zijn de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing op een steunfractielid. 4. De zittingsperiode van een steunfractielid eindigt in ieder geval aan het einde van een zittingsperiode van de raad of wanneer een fractie gedurende een raadsperiode ophoudt te bestaan. 5. Op verzoek van de fractie (of bij gebleken strijd met het bepaalde in lid 3) zal de raad de benoeming van een steunfractielid intrekken. 6. De beëdigde steunfractieleden krijgen toegang tot alle beschikbare informatie over de

1. Elke fractie kan maximaal twee niet-raadsleden voordragen voor benoeming tot steunfractielid. De voorgedragen steunfractieleden staan op de kieslijst van de laatstgehouden raadsverkiezingen van de desbetreffende politieke partij. Zij kunnen aan een hoorzitting deelnemen als hij/zij de eed of belofte voor steunfractielid heeft afgelegd. Ook mogen steunfractieleden deelnemen aan vertrouwelijke en besloten bijeenkomsten. Ze kunnen lid worden van een commissie die door de raad is ingesteld 2. Alvorens de functie als steunfractielid te aanvaarden, wordt door het steunfractielid in handen van de voorzitter van de raad de eed of belofte afgelegd om getrouw te zijn aan de Grondwet en de wetten na te komen en alle plichten als steunfractielid naar eer en geweten te vervullen. 3. Bij aanvaarding van de functie zijn de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing op een steunfractielid. 4. De zittingsperiode van een steunfractielid eindigt in ieder geval aan het einde van een zittingsperiode van de raad of wanneer een fractie gedurende een raadsperiode ophoudt te bestaan. 5. Op verzoek van de fractie (of bij gebleken strijd met het bepaalde in lid 3) zal de raad de benoeming van een steunfractielid intrekken.

geagendeerde onderwerpen, ook als daarover geheimhouding is opgelegd. 7. Beëdigde steunfractieleden hebben recht op dezelfde ondersteuning en ict-middelen als raadsleden. 8. De gedragscode voor de leden van de raad is voor zover relevant van overeenkomstige toepassing op de steunfractieleden. 9. Steunfractieleden krijgen een vergoeding voor hun werk ter hoogte van de maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding. De fractie keert dit bedrag uit aan het steunfractielid en verantwoord dit bij de verantwoording besteding fractievergoeding.

Hoofdstuk 3 Bijeenkomsten Artikel 11 Informatieavond

1. a. Een informatieavond wordt gebruikt om informatie te verstrekken over een bepaald onderwerp door of namens het college of een door de raad uitgenodigde externe persoon of groep. b. Het voorzitterschap van de bijeenkomst ligt bij de betrokken portefeuillehouder, of -indien op initiatief van de raad- de vicevoorzitter van de gemeenteraad. 2. Aan de raad wordt geen opinie of besluit gevraagd. De raad beperkt zich tot het stellen van verhelderende vragen. 3. Indien de informatieverstrekking vergezeld gaat van een presentatie kan deze worden verzorgd door de portefeuillehouder, een door het college aangewezen ambtenaar of door een persoon of groep. 4. Een informatieavond is openbaar, tenzij de agendacommissie besluit om deze besloten te houden.

Artikel 12 Hoorzitting Artikel 12a Begripsomschrijvingen

Begripsomschrijvingen: · gesprek: de hoorzitting; · voorzitter: de voorzitter van de hoorzitting; · leden: 1 lid per fractie of een steunfractielid; · griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger.

Artikel 12b Samenstelling en benoeming

1. De raad benoemt twee voorzitters die bij toerbeurt de hoorzittingen voorzitten; 2. In ieder gesprek is de griffier of de plaatsvervangend griffier of griffiemedewerker aanwezig. 3. Elke fractie vaardigt 1 vertegenwoordiger af. 4. Vertegenwoordiger is: raadslid of een beëdigd steunfractielid. 5. De agendacommissie kan besluiten dat in een hoorzitting meerdere fractievertegenwoordigers worden uitgenodigd. 6. Collegevertegenwoordiging: Zijnde één of meer collegeleden en eventuele ambtelijk ondersteuning.

Artikel 12c Vergaderingen

1. Doel: het verzamelen van alle informatie over een onderwerp, zodat de raad daarover een gewogen uitspraak kan doen of besluit kan nemen. 2. De agendacommissie beslist over het organiseren van een hoorzitting en over de onderwerpkeuze.

6. De beëdigde steunfractieleden krijgen toegang tot alle beschikbare informatie over de geagendeerde onderwerpen, ook als daarover geheimhouding is opgelegd. 7. Beëdigde steunfractieleden hebben recht op dezelfde ondersteuning en ict-middelen als raadsleden. 8. De gedragscode voor de leden van de raad is voor zover relevant van overeenkomstige toepassing op de steunfractieleden. 9. Steunfractieleden krijgen een vergoeding voor hun werk ter hoogte van de maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding. De fractie keert dit bedrag uit aan het steunfractielid en verantwoord dit bij de verantwoording besteding fractievergoeding.

Hoofdstuk 3 Bijeenkomsten Artikel 11 Informatieavond

1. a. Een informatieavond wordt gebruikt om informatie te verstrekken over een bepaald onderwerp door of namens het college of een door de raad uitgenodigde externe persoon of groep. b. Het voorzitterschap van de bijeenkomst ligt bij de betrokken portefeuillehouder, of -indien op initiatief van de raad- de vicevoorzitter van de gemeenteraad. 2. Aan de raad wordt geen opinie of besluit gevraagd. De raad beperkt zich tot het stellen van verhelderende vragen. 3. Indien de informatieverstrekking vergezeld gaat van een presentatie kan deze worden verzorgd door de portefeuillehouder, een door het college aangewezen ambtenaar of door een persoon of groep. 4. Een informatieavond is openbaar, tenzij de agendacommissie besluit om deze besloten te houden.

Artikel 12 Hoorzitting Artikel 12a Begripsomschrijvingen

Begripsomschrijvingen: · gesprek: de hoorzitting; · voorzitter: de voorzitter van de hoorzitting; · leden: 1 lid per fractie of een steunfractielid; · griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger.

Artikel 12b Samenstelling en benoeming

1. De raad benoemt twee voorzitters die bij toerbeurt de hoorzittingen voorzitten; 2. In ieder gesprek is de griffier of de plaatsvervangend griffier of griffiemedewerker aanwezig. 3. Elke fractie vaardigt 1 vertegenwoordiger af. 4. Vertegenwoordiger is: raadslid of een beëdigd steunfractielid. 5. De agendacommissie kan besluiten dat in een hoorzitting meerdere fractievertegenwoordigers worden uitgenodigd. 6. Collegevertegenwoordiging: Zijnde één of meer collegeleden en eventuele ambtelijk ondersteuning.

Artikel 12c Vergaderingen (Gewijzigd)

1. Doel: het verzamelen van alle informatie over een onderwerp, zodat de raad daarover een gewogen uitspraak kan doen of besluit kan nemen.

3. Insprekers: Op uitnodiging van de agendacommissie en zij die zich voor aanvang van de hoorzitting melden bij de voorzitter of de griffier. De griffie zorgt voor de uitnodiging. 4. De griffier of zijn vervanger kan op uitnodiging van de voorzitter aan het gesprek deelnemen. 5. Verslaglegging: Griffier of plaatsvervanger of griffiemedewerker verzorgt een beknopt verslag van openstaande vragen en gedane toezeggingen. 6. Openbaarheid: hoorzitting is openbaar, tenzij de agendacommissie besluit deze besloten te houden. 7. De griffie draagt zorg voor de uitnodigingen voor het gesprek. 8. De agendacommissie kan bij een specifiek onderwerp besluiten de hoorzitting op locatie binnen de gemeentegrenzen te houden, mits de accommodatie daarvoor geschikt is. 9. De inzet van digitale vergadermiddelen zal ingezet worden als daarmee het openbare karakter bevorderd wordt. 10. Bijeenkomsten hoorzitting: bijeenkomsten van hoorzittingen worden gelijkgesteld met vergaderingen van een commissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet.

2. De agendacommissie beslist over het organiseren van een hoorzitting en over de onderwerpkeuze. 3. Insprekers: Op uitnodiging van de agendacommissie en zij die zich voor aanvang van de hoorzitting melden bij de voorzitter of de griffier. 4. De griffier of zijn vervanger kan op uitnodiging van de voorzitter aan het gesprek deelnemen. 5. Verslaglegging: Griffier of plaatsvervanger of griffiemedewerker verzorgt een beknopt verslag van openstaande vragen en gedane toezeggingen. De hoorzitting wordt opgenomen en zo mogelijk uitgezonden via de lokale televisie. 6. Openbaarheid: hoorzitting is openbaar, tenzij de agendacommissie besluit deze besloten te houden. 7. De griffie draagt zorg voor de uitnodigingen voor het gesprek. 8. De agendacommissie kan bij een specifiek onderwerp besluiten de hoorzitting op locatie binnen de gemeentegrenzen te houden, mits de accommodatie daarvoor geschikt is. 9. Bijeenkomsten hoorzitting: bijeenkomsten van hoorzittingen worden gelijkgesteld met vergaderingen van een commissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet.

Paragraaf 1 Vorm en tijdstip van vergaderen Artikel 13 Vergaderingen van de raad

Paragraaf 1 Vorm en tijdstip van vergaderen Artikel 13a Vergaderingen van de raad (gewijzigd)

1. De vergadering kan bestaan uit een opiniërend en een besluitvormend deel. 2. Een raadsvergadering vindt in de regel maandelijks plaats, en verder zoveel als het raadspresidium nodig acht. De vergaderingen vinden in de regel plaats op dinsdag, vangen aan om 19.30 uur en worden gehouden in het gemeentehuis. De vergadering wordt uiterlijk om 23.00 uur beëindigd. 3. Het opiniërende deel van de vergadering heeft tot doel het voeren van debat, het peilen van meningen ter voorbereiding van de besluitvorming, het innemen van politieke en/of bestuurlijke hoofdkeuzes c.q. richtinggevende uitspraken te doen ten behoeve van de portefeuillehouder en/of het college. 4. Beraadslaging opiniërend deel vergadering a. De beraadslaging vindt plaats in twee termijnen tenzij de voorzitter anders beslist. b. Eerste termijn: De voorzitter stelt de woordvoerder van elke fractie in de gelegenheid zijn/haar standpunt nader toe te lichten. c. Tweede termijn: De woordvoerders kunnen met elkaar en met het college in debat gaan. Gedurende het debat mogen sprekers elkaar via de voorzitter interrumperen, tenzij dit tot verstoring van de orde leidt; d. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

1. De vergadering kan bestaan uit een opiniërend en een besluitvormend deel. 2. Een raadsvergadering vindt in de regel maandelijks plaats, en verder zoveel als het raadspresidium nodig acht. De vergaderingen vinden in de regel plaats op dinsdag, vangen aan om 19.30 uur en worden gehouden in het gemeentehuis. De opiniërende vergadering wordt uiterlijk om 23.00 uur beëindigd. 3. Inwoners die willen inspreken op onderwerpen die op de agenda van de opiniërende raad staan, krijgen daarvoor 5 minuten spreektijd voorafgaand aan de vergadering. Hun inspraak moet passend zijn bij het voorliggend besluit. 4. Insprekers dienen zich uiterlijk 24 uur van te voren melden bij de griffie. 5. Indien er om 23.00 uur sprake is van niet behandelde agendapunten, wordt de vergadering een dag later voortgezet. Deze vergadering vangt aan om 19.30 uur i. De voorzitter kan in bijzondere gevallen: · een andere dag; · een ander aanvangsuur; · een ander sluitingsuur; · een andere vergaderplaats bepalen. 6. Het opiniërende deel van de vergadering heeft tot doel het voeren van debat, het peilen van meningen ter voorbereiding van de besluitvorming, het innemen van politieke en/of bestuurlijke hoofdkeuzes c.q. richtinggevende uitspraken te doen ten behoeve van de portefeuillehouder en/of het college.

e. Per onderwerp of voorstel is er één woordvoerder per fractie tenzij de voorzitter anders beslist. f. Aan het eind van het opiniërend deel vat de voorzitter de opinies samen en stelt vast of het besprokene als agendapunt voor het besluitvormend deel aan de orde dient te komen. 5. In het besluitvormende deel neemt de raad besluiten. De raadsleden worden hierbij in de gelegenheid gesteld een stemverklaring af te leggen. 6. Indien er om 23.00 uur sprake is van niet behandelde agendapunten, wordt de vergadering een dag later voortgezet. Deze vergadering vangt aan om 19.30 uur. 7. De voorzitter kan in bijzondere gevallen: · een andere dag; · een ander aanvangsuur; · een ander sluitingsuur; · een andere vergaderplaats bepalen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de agendacommissie.

7. Beraadslaging opiniërend deel vergadering a. aan het opiniërende deel kunnen ook beëdigde steunfractieleden deelnemen b. De beraadslaging vindt plaats in twee termijnen tenzij de voorzitter anders beslist. c Eerste termijn: - De voorzitter vraagt wie het woord wil voeren over het voorliggende besluit - raadsleden kunnen voorafgaand aan hun inbreng ook verduidelijkende vragen stellen aan het college - de voorzitter inventariseert de vragen en geeft aan het einde van de eerste ronde de portefeuillehouders het woord om de vragen te beantwoorden. - de voorzitter inventariseert of de vragen voldoende beantwoord zijn voor het debat en inventariseert bij de fracties of/welke vragen nog open staan en of er nog verduidelijkende vragen zijn. - het college krijgt aan het einde van de eerste ronde nogmaals de mogelijkheid vragen te beantwoorden. d. Tweede termijn: De woordvoerders kunnen met elkaar in debat gaan. Gedurende het debat mogen sprekers elkaar via de voorzitter interrumperen, tenzij dit tot verstoring van de orde leidt; e. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. f. Per onderwerp of voorstel is er één woordvoerder per fractie tenzij de voorzitter anders beslist. g. Aan het eind van het opiniërend deel stelt de voorzitter vast of het besprokene als agendapunt voor het besluitvormend deel aan de orde dient te komen. h.

In het besluitvormende deel neemt de gemeenteraad besluiten. De raadsleden worden hierbij in de gelegenheid gesteld een stemverklaring af te leggen.

Artikel 13b ordehandhaving bij verstoring (nieuw)

Dit artikel biedt een handelingsperspectief bij verstoring van de gemeenteraad: Bij verstoring moeten de volgende stappen worden genomen: 1. De voorzitter schorst de vergadering en benoemt de reden van de schorsing. Hij/Zij verzoekt de raadsleden eventueel de zaal te verlaten tot de verstoring is beëindigd. Dit om de veiligheid van raadsleden te waarborgen. 2. De voorzitter spreekt de ordeverstoorder aan op het ongewenste gedrag. * Bij een relatief rustige verstoring: geef ruime aan een korte uiting met de afspraak dat verstoorder daarna plaats neemt of het pand verlaat. * Bij agressieve en aanhoudende verstoring: benoem dat verstoring van de vergadering strafbaar is en dat het verstorend gedrag onmiddellijk beëindigd moet worden 3. Als de verstoring ook na herhaald aanspreken aanhoudt: * vordert de voorzitter de verstoorder te vertrekken: ‘Ik vorder dat u per direct het pand verlaat’ en * maakt de voorzitter of iemand namens de voorzitter direct melding van de verstoring bij de politie. Daarbij wordt gemeld dat het gaat om een verstoring van de gemeenteraad, waarbij de politie wordt verzocht per direct de ordeverstoring te beëindigen en de verstoorder uit het pand te verwijderen.

4. Geef ruimte aan de raadsleden om emotie te uiten en hervat daarna indien mogelijk de raadsvergadering. 5. Doe afhankelijk van de situatie, aangifte bij de politie tegen de verstoorder inzake het verstoren van de raadsvergadering.

Paragraaf 2 voorbereidingen Artikel 14 Oproep en voorlopige agenda

Paragraaf 2 voorbereidingen Artikel 14 Oproep en voorlopige agenda

1. De voorzitter stelt tenminste tien dagen voor een raadsvergadering de raadsleden de oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken digitaal ter beschikking. 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproep aan de leden van de raad digitaal beschikbaar gesteld.

1. De voorzitter stelt tenminste tien dagen voor een raadsvergadering de raadsleden de oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken digitaal ter beschikking. 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 19 lid twee van de Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproep aan de leden van de raad digitaal beschikbaar gesteld.

Artikel 15 De agenda

Artikel 15 De agenda

1. Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de agendacommissie de agenda van de vergadering voorlopig vast. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproeping tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de leden van de raad verzonden, en openbaar gemaakt. 3. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 4. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een hoorzitting, een informatiebijeenkomst of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. 5. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad besluiten de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Artikel 16 Ter inzage leggen van stukken

1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met de oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd. De voorzitter maakt van de ter inzagelegging melding in de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 17. Indien na het beschikbaar stellen van de oproeping stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan via het RIS mededeling gedaan aan de leden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.

1. Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de agendacommissie de agenda van de vergadering voorlopig vast. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproeping tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de leden van de raad verzonden en openbaar gemaakt. 3. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. Voor het afvoeren van een agendapunt is een meerderheid nodig. 4. Als één fractie een agendapunt wil bespreken, dan wordt die wens altijd gehonoreerd. 5. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een hoorzitting, een informatiebijeenkomst of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. 6. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad besluiten de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Artikel 16 Ter inzage leggen van stukken (gewijzigd)

1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met de oproep voor iedereen digitaal ter inzage gelegd. De voorzitter maakt van de ter inzagelegging melding in de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 17. 2. Digitaal beschikbare stukken worden op de website van de gemeenteraad geplaatst in het RIS. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht.

2. Digitaal beschikbare stukken worden op de website van de gemeenteraad geplaatst in het RIS. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht. 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken ook op digitale wijze aan een ieder ter beschikking worden gesteld. 4. Indien voor stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad inzage.

Artikel 17 Openbare kennisgeving

Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in het regionale huisaanhuisblad en door plaatsing op de website van de gemeenteraad. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs digitale weg plaatsvinden.

Paragraaf 3 Ter vergadering Artikel 18 Presentielijst

1. De griffier zorgt voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld.

Artikel 19 Ambtsgebed

De voorzitter spreekt voor aanvang van een raadsvergadering het ambtsgebed uit: “Trouwe God, U bent de Bron van al het leven, U geeft ons liefde en kracht. Wij bidden U om een zegen bij al het werk wat wij hier doen. Laat ons beseffen dat wij afhankelijk zijn van U. Geef ons wijsheid en inzicht en laten wij, zorgvuldig en bedachtzaam zijn in ons handelen, ten gunste van onze gemeente en haar inwoners. Dit bidden wij U om Christus wil”

3. Indien voor stukken op grond van artikel 19 lid twee van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad inzage.

Artikel 17 Openbare kennisgeving

Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in het regionale huis-aanhuisblad en door plaatsing op de website van de gemeenteraad. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs digitale weg plaatsvinden.

Paragraaf 3 Ter vergadering Artikel 18 Presentielijst

1. De griffier zorgt voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld.

Artikel 19 Ambtsgebed

De voorzitter spreekt voor aanvang van een raadsvergadering het ambtsgebed uit: “Trouwe God, U bent de Bron van al het leven, U geeft ons liefde en kracht. Wij bidden U om een zegen bij al het werk wat wij hier doen. Laat ons beseffen dat wij afhankelijk zijn van U. Geef ons wijsheid en inzicht en laten wij, zorgvuldig en bedachtzaam zijn in ons handelen, ten gunste van onze gemeente en haar inwoners. Dit bidden wij U om Christus wil” Amen “Trouwe God, Jo binne de Boarne fan al it libben, Jo jouwe ús leafde en krêft. Wy bidde Jo om in seine by al it wurk dat wy hjir dogge. Lit ús beseffe dat wy ôfhinklik binne fan Jo. Jou ús wiisheid en ynsjoch en litte wy, soarchfâldich en betochtsum wêze yn ús hanneljen, yn it foardiel fan ús gemeente en har ynwenners. Dit bidde wy Jo om Kristus wol” Amen

Artikel 20 Besluitenlijst

1. De ontwerpbesluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt, zo mogelijk, aan de leden van de raad beschikbaar gesteld gelijktijdig met het digitaal ter beschikking stellen van de stukken. De ontwerpbesluitenlijst wordt gelijktijdig aan de overige personen die het woord gevoerd hebben, ter beschikking gesteld. 2. Bij het begin van het besluitvormende deel van de vergadering wordt, zoveel mogelijk, de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld.

Artikel 20 Besluitenlijst (gewijzigd)

1. De ontwerpbesluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt, zo mogelijk, aan de leden van de raad beschikbaar gesteld gelijktijdig met het digitaal ter beschikking stellen van de stukken. De ontwerpbesluitenlijst wordt gelijktijdig aan de overige personen die het woord gevoerd hebben, ter beschikking gesteld. 2. Bij het begin van het besluitvormende deel van de vergadering wordt, zoveel mogelijk, de

3. De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten is. 4. De besluitenlijst moet inhouden: 5. de namen van de voorzitter, de griffier, de secretaris, en de ter vergadering aanwezige leden en wethouders, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben; a. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; b. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; c. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen en stemverklaringen; d. voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; e. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 28 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 6. De besluitenlijst wordt opgesteld onder de zorg van de griffier. 7.

De besluitenlijst wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld, waarna dit door de voorzitter en de griffier wordt ondertekend. 8. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt door plaatsing op de gemeentelijke website.

besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. 3. De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten is. 4. De besluitenlijst moet inhouden: 5. de namen van de voorzitter, de griffier, de secretaris, en de ter vergadering aanwezige leden en wethouders, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben; a. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; b. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; c. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen en stemverklaringen; d. voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; e. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 28 door de raad niet is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 6. De besluitenlijst wordt opgesteld onder de zorg van de griffier. 7.

De besluitenlijst wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld, waarna dit door de voorzitter en de griffier wordt ondertekend. 8. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt door plaatsing op de gemeentelijke website.

Artikel 21 Ingekomen stukken

Artikel 21 Ingekomen stukken (gewijzigd)

Artikel 22 Beraadslaging

Artikel 22 Beraadslaging

1. Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad toegezonden en ter inzage gelegd. 2. Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad op voorstel van het raadspresidium de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

1. Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad toegezonden en ter inzage gelegd. 2. Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad op voorstel van de agendacommissie de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

1. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat

1. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat

de schorsingsperiode verstreken is. Na heropening geeft de voorzitter als eerste het woord aan de aanvrager van de schorsing.

de schorsingsperiode verstreken is. Na heropening geeft de voorzitter als eerste het woord aan de aanvrager van de schorsing.

1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.

Artikel 24 Stemverklaring

1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, beëdigde steunfractieleden, de wethouder, de secretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.

Artikel 25 Beslissing

Voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.

Artikel 23 Deelname aan de beraadslaging door anderen

Artikel 23 Deelname aan de beraadslaging door anderen

Voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.

Artikel 24 Stemverklaring

1. Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. 2. Na een stemming over eventuele amendementen, vindt de stemming plaats over het voorstel in zijn geheel, zoals het dan luidt, tenzij geen stemming wordt gevraagd. 3. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.

Artikel 25 Beslissing

Paragraaf 4 Procedures bij stemmingen Artikel 26 Algemene bepalingen over stemming

1. De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 van de Gemeentewet van stemming te hebben onthouden. 3. Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 4. De stemming geschiedt door middel van hand opsteken, tenzij de voorzitter of de raad hoofdelijke stemming verlangt. 5. De voorzitter (of de griffier) roept de leden op hun stem uit te brengen. 6. Voor de aanvang van een hoofdelijke stemming wordt bij loting beslist bij welk nummer de raad, de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming 7. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid, dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden op grond van artikel 28 van de Gemeentewet, verplicht zijn stem uit te brengen.

1. Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. 2. Na een stemming over eventuele amendementen, vindt de stemming plaats over het voorstel in zijn geheel, zoals het dan luidt, tenzij geen stemming wordt gevraagd.

Paragraaf 4 Procedures bij stemmingen Artikel 26 Algemene bepalingen over stemming

1. De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 van de Gemeentewet van stemming te hebben onthouden. 3. Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 4. De stemming geschiedt door middel van hand opsteken, tenzij de voorzitter of de raad hoofdelijke stemming verlangt. 5. De voorzitter (of de griffier) roept de leden op hun stem uit te brengen. 6. Voor de aanvang van een hoofdelijke stemming wordt bij loting beslist bij welk nummer de raad, de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming 7. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid, dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden op grond van artikel 28 van de Gemeentewet, verplicht zijn stem uit te brengen.

8. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 9. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 10. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

8. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 9. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 10. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

1. Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 2. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3. Indien meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. 5. Indien meerdere moties op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 6. Indien zowel moties als amendementen zijn ingediend, vindt eerst stemming plaats over amendementen en het voorstel, en daarna over moties. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.

1. Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 2. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3. Indien meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. 5. Indien meerdere moties op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 6. Indien zowel moties als amendementen zijn ingediend, vindt eerst stemming plaats over amendementen en het voorstel, en daarna over moties. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.

Artikel 27 Stemming over amendementen en moties

Artikel 28 Stemming over personen

1. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter 3 leden tot stembureau. 2. leder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een door het stembureau vertrekt stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan

Artikel 27 Stemming over amendementen en moties

Artikel 28 Stemming over personen

1. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter 3 leden tot stembureau. 2. leder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=gemeentedantumadiel&id=c08718ea-b331-4949-b4b1-7f1179e43320