Onderzoek organisatie vakbekwaamheid Noord-Nederland definitieve versie april 2024
Tekst van het document
De BON verbonden Onderzoek naar de organisatie van de opleidingen en realistische trainingen voor de brandweer in Noord-Nederland
Conceptversie 0.1
definitieve versie 1.0 april 2024
Versiebeheer Versie 0.1 0.2 0.3 0.4 0.5 1.0
Status Conceptversie 0.1 Conceptversie 0.2 Conceptversie 0.3 Conceptversie 0.4 Conceptversie 0.5 Definitieve versie 1.0
Onderzoek organisatie vakbekwaamheid Noord-Nederland |april 2024
Datum 22 maart 2024 22 maart 2024 28 maart 2024 29 maart 2024 11 april 2024 24 april 2024
2
Samenvatting De drie veiligheidsregio’s Drenthe, Fryslân en Groningen hebben begin 2023 verzocht om onderzoek te doen naar de wijze waarop het opleiden en faciliteren van realistische trainingen het beste organisatorisch en juridisch vormgegeven kan worden. De regio’s zijn als werkgever verantwoordelijk voor het goed opleiden van hun medewerkers. Op dit moment worden de opleidings- en trainingstaken uitgevoerd door Stichting Brandweeropleidingen Noord (BON) en een Holding BV met drie dochtermaatschappijen. De Stichting BON is in 1966 opgericht met als doel ‘het verzorgen van opleiding en oefening van de in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe werkzame brandweerpersoneel’. Uit het doel van de Stichting BON en de analyse van de historie kan afgeleid worden dat het de bedoeling is dat de BON als organisatie van en voor de drie veiligheidsregio’s functioneert. Uit analyse blijkt echter dat de Stichting BON is vormgegeven in een privaatrechtelijke rechtsvorm, die juridisch losstaat van de veiligheidsregio´s. Dit brengt risico´s met zich mee voor zowel de veiligheidsregio´s, als de BON en de afzonderlijke bestuurders. Zo hebben de veiligheidsregio’s formeel geen zeggenschap en sturing en wordt niet voldaan aan aanbestedingswetgeving. Voor de BON is er bovendien geen bedrijfscontinuïteit gegarandeerd.
In de verkenning voor de toekomst hebben de regio’s aangegeven behoefte te hebben aan branchespecifieke opleidingen en trainingen voor brandweermedewerkers en het dichtbij organiseren hiervan in de regio’s. Uitbesteden aan een onafhankelijke marktpartij is vanwege het beperkte marktaanbod en het belang van de regio’s niet wenselijk. De regio’s hebben allen aangegeven dat de samenwerking tussen de regio’s altijd het uitgangspunt is geweest en nog steeds van toepassing is. Het eventueel verzorgen van opleidingen en trainingen voor andere veiligheidsregio’s is een optie, maar het gaat primair om het uitvoeren van deze taken voor de eigen veiligheidsregio’s. Op basis van analyse van de huidige situatie, de geïnventariseerde risico’s en de behoefte voor de toekomst is verkend of alternatieve organisatievormen en juridische structuren passender zijn. Gelet op de nadelen van grote juridische herstructureringen (waar bijvoorbeeld andere privaatrechtelijke of bestuursrechtelijke rechtspersonen worden opgericht), is vastgesteld dat binnen de huidige structuur aanpassingen mogelijk zijn die de “grip” vanuit de veiligheidsregio’s op de BON kunnen vergroten. Hiertoe moet de Stichting BON verbonden worden aan de veiligheidsregio´s, moeten statuten aangepast worden en dient verdere uitwerking in reglementen en overeenkomsten plaats te vinden.
Om de BON te kunnen verbinden aan de veiligheidsregio’s is besluitvorming van de algemeen besturen nodig, waarbij rekening wordt gehouden met de bepalingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Deze aanpassingen dragen bij aan een duidelijke en transparante organisatie van de BON, zodat het opleiden en realistisch oefenen voor de medewerkers van de brandweer van de drie veiligheidsregio’s goed en toekomstbestendig is ingebed.
Onderzoek organisatie vakbekwaamheid Noord-Nederland |april 2024
3
1. Inleiding 1.1. Achtergrond De drie veiligheidsregio’s Drenthe, Fryslân en Groningen werken samen op het gebied van opleiden en oefenen ten behoeve van de brandweer. Hiervoor is in het verleden de Stichting Brandweeropleidingen Noord (BON) opgericht. In de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat de huidige bestuurlijke en organisatorische constructie significante beperkingen met zich mee brengt voor een stabiele en toekomstbestendige bedrijfsvoering van BON. Het bestuur van Stichting BON heeft daarom de drie veiligheidsregio’s verzocht om onderzoek te doen naar de huidige structuur en op basis daarvan verbetervoorstellen te doen. 1.2 Onderzoeksvraag en afbakening Voor het onderzoek hebben de drie veiligheidsregio’s de volgende onderzoeksvraag gedefinieerd: “Op welke wijze kan het opleiden van repressief brandweerpersoneel en het faciliteren van realistische trainingen voor de veiligheidsregio’s Drenthe, Fryslân en Groningen het beste vormgegeven worden?” Aangegeven is dat in deze opdracht ook de mogelijke ontwikkelingen meegenomen moeten worden, die kunnen volgen uit het vervolg van de evaluatie Wet Veiligheidsregio’s (notitie ‘Inbreng veiligheidsregio’s en NIPV voor de contourennota’, d.d. 13 juli 2022 van de RCDV / NIPV) en indien van toepassing de uitwerking van de ‘Grote werken’ in de Raad Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV).
Het onderzoek leidt tot een advies over de best passende organisatievorm en juridische structuur. De implementatie en daadwerkelijke inrichting conform het advies maakt geen deel uit van de opdracht. 1.3 Aanpak Het onderzoek is uitgevoerd in twee fasen. In de eerste fase (maart – september 2023) is uitgebreid onderzoek gedaan naar de huidige organisatie van de BON en de behoefte van de drie veiligheidsregio’s. In de tweede fase (september 2023 – februari 2024) is verkend op welke wijze de BON ingericht zou kunnen worden (zowel qua organisatievorm als juridische structuur) om te voldoen aan de uitgangspunten van de drie veiligheidsregio’s. Ten behoeve van de tweede fase is juridisch advies ingewonnen, dat als bijlage bij deze rapportage is gevoegd. Deze eindrapportage beschrijft het resultaat van beide fasen. Het onderzoek is in samenwerking met de controllers en een juridisch adviseur van de drie veiligheidsregio´s uitgevoerd. 1.4 Wettelijke context Voor het onderzoek is diverse wet- en regelgeving van toepassing. De belangrijkste zijn hierna genoemd. Veiligheidsregio’s zijn werkgever en ingericht op basis van Wet veiligheidsregio en Wet gemeenschappelijke regelingen De veiligheidsregio’s zijn ingericht op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) en als werkgever verantwoordelijk voor het opleiden en bijscholen van hun medewerkers.
In de Wet veiligheidsregio (Wvr) is bepaald dat het Rijk hierover nadere regels stelt in het Besluit personeel veiligheidsregio. Aanvullend is in de Wvr bepaald dat alle officiersopleidingen en de examinering worden uitgevoerd door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). De opleidings- en scholingstaak voor de overige opleidingen kan door de werkgever zelf uitgevoerd worden of door een derde partij.
Onderzoek organisatie vakbekwaamheid Noord-Nederland |april 2024
4
Deelname in entiteiten kan op basis van Wet gemeenschappelijke regelingen Voor de deelname in een gezamenlijke entiteit is de Wgr bepaling (art. 31a) van toepassing. Dit bepaalt dat de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen alleen mogelijk is: - indien de regeling in deze mogelijkheid voorziet; - nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam te brengen. Veiligheidsregio’s zijn gebonden aan Aanbestedingswet 2012 Voor veiligheidsregio’s gelden net als voor overige overheidsorganisatie aanbestedingsregels zoals vastgelegd in de Aanbestedingswet 2012. Onder voorwaarden kan sprake zijn van inbesteden of quasi-inbesteden. De voorwaarden hiervoor komen aan de orde in de verdere uitwerking in hoofdstuk 2 bij de analyse van de huidige situatie. Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen voor verbetering bestuur van stichtingen Sinds 1 juli 2021 is de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) van kracht. De WBTR stelt eisen aan de bestuurlijke structuur, de besluitvorming en het toezicht op een stichting of vereniging. Het doel hiervan is het verbeteren van het bestuur en het toezicht.
Nieuw in deze wet is dat bestuursleden en toezichthouders de plicht hebben om het belang van de vereniging of stichting voorop te stellen, wat voorheen nog niet wettelijk was vastgelegd. Ook is er veel aandacht voor tegenstrijdige belangen, waardoor o.a. moet worden bepaald hoe besluitvorming plaatsvindt in het geval van belangenverstrengeling. 1.5 Leeswijzer Dit rapport bestaat uit drie hoofdstukken: - hoofdstuk 2 schetst de huidige situatie en analyse; - hoofdstuk 3 gaat aan de hand van de gestelde uitgangspunten in op het gewenste toekomstperspectief en de mogelijke aanpassingen; - hoofdstuk 4 vormt de conclusie en advies voor het vervolg.
Onderzoek organisatie vakbekwaamheid Noord-Nederland |april 2024
5
2. Huidige organisatie en analyse 2.1 Beschrijving huidige organisatie BON Brandweeropleidingen Noord (BON) verzorgt de opleidingen en realistische trainingen voor de drie veiligheidsregio’s Drenthe, Fryslân en Groningen. De BON is ondergebracht in een groep van vijf civielrechtelijke rechtspersonen, te weten: - Stichting Brandweer Opleidingen Noord 1 - Bon Holding B.V. en 3 dochtermaatschappijen 2 • Brandweeropleidingen Noord B.V. • Oefencentrum Noord B.V. • Brandweer Flexpool Noord B.V.
Figuur 1. Huidig organogram BON
BON Holding B.V. is in 1998 ontstaan uit de in 1966 opgerichte Stichting Brandweeropleidingen Noord. Hierna wordt specifieker ingegaan op de organisatie van de Stichting BON en de BON Holding B.V. Stichting BON De huidige Stichting BON is opgericht op 28 maart 1978. In de statuten van de Stichting BON 3 (art. 2) is vastgelegd dat het doel van de stichting is: ‘het verzorgen van opleiding en oefening van de in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe werkzame brandweerpersoneel ’. Verder is vastgelegd (art. 4) dat het bestuur bestaat uit de drie door de veiligheidsregio’s van de provincies Friesland, Groningen en Drenthe benoemde commandanten. Ook is bepaald dat indien vacatures in het bestuur ontstaan de desbetreffende veiligheidsregio’s binnen zes maanden na het ontstaan van de vacature daarin voorzien door de benoeming van een opvolger. De stichting oefent – als enig aandeelhouder – via het stichtingsbestuur controle uit op de holding en de drie werkmaatschappijen. Er is gekozen voor een stichting, omdat een stichting geen winstoogmerk heeft en dit in lijn ligt met de doelstellingen van een overheidsinstelling. BON Holding B.V. De BON Holding B.V. is opgericht op 4 februari 2000 en de laatste statutenwijziging 4 dateert van 24 juni 2021. De Stichting BON is enig aandeelhouder en de BON Holding B.V.
kent volgens het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel twee bestuurders, namelijk: de stichting BON en de huidig directeur. 1 Kamer van Koophandel 41000422 2 Kamer van Koophandel 02067995 3 Statuten Stichting BON, versie 23 mei 2016 4 Statuten BON Holding B.V. versie 24 juni 2021
Onderzoek organisatie vakbekwaamheid Noord-Nederland |april 2024
6
In de statuten van BON Holding B.V. (art. 2) is het volgende opgenomen: ´ de vennootschap heeft ten doel het zorgdragen voor goed opgeleid en geoefend brandweerpersoneel in Noord Nederland in opdracht van Veiligheidsregio Groningen, Veiligheidsregio Fryslân en Veiligheidsregio Drenthe en in opdracht tevens andere veiligheidsregio’s of organisaties en bedrijven wiens personeel goed getraind en opgeleid dient te zijn binnen het veiligheidsdomein´ . Het oprichten van een B.V. is gedaan met als doel de risico’s voor de stichting, en daarmee haar bestuurders, zoveel mogelijk te beperken. 2.2 Historische context Voor het begrijpen van de huidige situatie is de historie van de Stichting BON vanaf de oprichting van de Commissie Brandweeropleidingen Noord in 1966 in kaart gebracht. Oorspronkelijk doel van de commissie was het bevorderen van het tot stand komen van brandweeropleidingen voor de drie noordelijke provincies. Wegens het uitbreiden van de activiteiten met een oefencentrum ontstond de wens om de hoofdelijke aansprakelijkheid uit te sluiten en werd op 28 maart 1978 de Stichting Brandweeropleidingen Noord opgericht. In de verdere ontwikkeling van de Stichting BON zijn de statuten een aantal keer gewijzigd en zijn met name de volgende momenten van belang. september 1995: na de komst van de brandweerwet (1985) en de vorming van de regionale brandweer met o.a.
de regionale opleidingstaak is begin jaren ’90 gesproken over de positie van de stichting. Uiteindelijk leidt dit tot een wijziging van de statuten en volgt een nieuwe samenstelling van het bestuur met 2 vertegenwoordigers per regio (1 bestuurlijk en 1 uitvoerend bestuurslid) en in totaal 10 bestuursleden; februari 2000: op advies van Deloitte & Touche vindt de 2 e statutenwijziging plaats. De BON Holding B.V. wordt opgericht met 3 werkmaatschappijen. Het bestuur van de stichting blijft bestaan met per regio elk 2 bestuurders (1 bestuurlijk, 1 uitvoerend bestuurslid) en in totaal 6 bestuursleden. Deze ontwikkeling vindt plaats in het licht van het in 1997 gepubliceerde rapport Markt en Overheid, waarbij een strikte scheiding tussen markt en overheid wordt voorgesteld en overheidsorganisaties neventaken op de m arkt moeten afstoten. Er ontstaat een meer commerciële kijk op opleiden, mede in het licht van BHV trainingen en de uitbreiding van oefenactiviteiten; december 2015: op advies van een ‘stuurgroep transitie BON’ hebben de besturen veiligheidsregio’s de voorgestelde statutenwijziging van de Stichting BON vastgesteld en per brief het besluit onderschreven om het bestuur van de stichting voortaan uit commandanten te laten bestaan. mei 2016: wijziging boekjaar van de Stichting BON naar een kalenderjaar De wijziging in 2015 vormt de grondslag voor de huidige situatie.
Uit de diverse documenten en besluitvorming blijkt dat een ‘Stuurgroep transitie BON’ (bestaande uit 5 burgemeesters, waarvan 2 in bestuur stichting) aan de besturen van de veiligheidsregio’s en het stichtingsbestuur BON voorstellen heeft gedaan voor: vernieuwing van de vakbekwaamheidsorganisatie onder aansturing van de drie regionaal commandanten; vereenvoudiging van de juridische structuur. De stuurgroep beschrijft de noodzaak tot aanpassing van de BON als volgt. ‘Vanaf 1 januari 2014 zijn de brandweerorganisaties georganiseerd op het schaalniveau van de veiligheidsregio’s. Dit betekent dat vakbekwaamheid geen lokale verantwoordelijkheid meer is, maar een regionale verantwoordelijkheid. De drie Noordelijke Veiligheidsregio’s hebben een gezamenlijke opvatting dat een gemeenschappelijk onderdeel/voorziening van de drie
Onderzoek organisatie vakbekwaamheid Noord-Nederland |april 2024
7
veiligheidsregio’s voor vakbekwaamheid wenselijk is. De huidige wijze van organiseren van BON sluit nog niet aan op dit nieuwe perspectief.’ De stuurgroep stelde voor om de juridische structuur te vereenvoudigen door: de stichting te laten aftreden als bestuurder van de BON Holding B.V. en dus uit te schrijven bij de Kamer van Koophandel. Hiermee is de stichting alleen aandeelhouder van de BON Holding B.V.; de directeur BON te handhaven als statutair bestuurder van de BON Holding B.V.; de stichting stuurt de bestuurder van BON Holding aan als aandeelhouder via in statuten vastgelegde afspraken; de drie regionaal commandanten vormen het bestuur van de stichting. In de statuten wordt vastgelegd dat alleen regionaal commandanten uit Groningen, Friesland en Drenthe in het bestuur zitting kunnen nemen. De stuurgroep stelde dat met de aanpassing van de juridische structuur het financieel risico beperkt werd tot het aandelenkapitaal en de bestuurdersaansprakelijkheid van de stichting zou komen te vervallen. De algemeen besturen van de drie veiligheidsregio’s hebben in 2015 besloten (zie bijlage 3) tot vereenvoudiging van de juridische structuur en wijziging van de statuten van de Stichting BON. Besloten is tot het uittreden van de betrokken burgemeesters uit het bestuur en het beleggen van de sturing bij de commandanten. De wijziging van de statuten betrof onderstaande tekst.
Tekst statuten 28 januari 2000 en gewijzigd op 30 december 2015 Art. 4 lid 1 De in de drie noordelijke provincies gevestigde regio’s benoemen ieder twee bestuursleden, één uit de ambtelijke en één uit de bestuurlijke sector; is gewijzigd in: Art. 4 lid 1 Het bestuur van de stichting bestaat uit de drie door de veiligheidsregio’s van de provincies Friesland, Groningen en Drenthe benoemde commandanten; Statuten Stichting BON d.d. 28 januari 2000 en 30 december 2015 (bijlage 2) 2.3 Analyse huidige organisatie en risico’s Stichting BON is geen verbonden partij van de veiligheidsregio’s Uit het doel van de Stichting BON en de analyse van de historie kan afgeleid worden dat het de bedoeling is dat de BON als organisatie van en voor de drie veiligheidsregio’s functioneert. Dit is in interviews in het kader van dit onderzoek ook bevestigd en wordt met de eerdere besluitvorming in de algemeen besturen in 2015 ook verondersteld. In 2015 is expliciet de vraag gesteld aan de drie veiligheidsregio’s of de bestuurlijke verantwoordelijkheid voldoende geborgd was. Uit de brieven van de Algemeen Besturen van de drie veiligheidsregio’s kan afgeleid worden dat dit het geval was en het de bedoeling was om de BON te verbinden aan de veiligheidsregio’s.
Onderzoek organisatie vakbekwaamheid Noord-Nederland |april 2024
8
Op basis van de huidige statuten en onderliggende documenten moet vastgesteld worden dat de juridische constructie hier niet mee in overeenstemming is. Hoewel in de praktijk gehandeld wordt alsof Stichting BON een verbonden partij voor de veiligheidsregio’s is, is dat op dit moment feitelijk niet het geval. De huidige structuur van de brandweeropleidingen staat juridisch immers los van de veiligheidsregio en is vormgegeven via een stichting (SBON) en een besloten vennootschap (BON Holding). Enkel is in de statuten van SBON bepaald dat het bestuur van de stichting bestaat uit drie door de veiligheidsregio’s benoemde commandanten (artikel 4, eerste lid, van de statuten). Verdere beïnvloedingsmogelijkheden ontbreken. In het huidige kader ontbreken ook afspraken over governance en afspraken over onderlinge afstemming van het aanbod. TRIP advies, d.d. 9 april 2024, p.2 Hierbij moet opgemerkt worden dat ook voor 2015 de verbinding tussen veiligheidsregio’s en stichting al onduidelijk was, zo blijkt uit eerder juridisch advies uit 2008 aan de directeur van de BON. Hoe moet men nu eigenlijk de Stichting (oftewel BON) ten opzichte van de brandweerregio’s zien? Er zijn twee – uiterste – zienswijzen, te weten: 1. BON is een ‘eigen dienst’ van de regio’s en in die zin slechts een ‘verlengstuk’ van de regio’s.
Deze benaderingswijze impliceert dat BON hiërarchisch ondergeschikt is aan de regio’s en niet zelfstandig. In wezen betrekken de regio’s bij zichzelf de nodige opleiding en training van hun brandweerpersoneel (verder: ‘verlengstuk-benadering’). 2. BON is volstrekt zelfstandig en dus niet ondergeschikt aan de regio’s, maar staat daarvan geheel los. In deze benadering zijn de regio’s slechts klant bij BON, en kunnen zij er ook voor kiezen om diensten bij een concurrent af te nemen (verder: ‘zelfstandigheidsbenadering’). Advies juridische structuur, Adema Gast Wierda Notarissen, 30 augustus 2008 Ook de wijziging van de gemeenschappelijke regelingen van de drie veiligheidsregio’s als gevolg van de wijziging van de Wet veiligheidsregio’s heeft destijds niet tot aanpassing geleid. De huidige situatie is vanuit de historie dus weliswaar verklaarbaar, maar leidt tot risico’s voor zowel de veiligheidsregio’s als de BON en zijn bestuurders. Risico’s voor de veiligheidsregio’s Veiligheidsregio´s hebben geen formele zeggenschap en sturings- en contractafspraken ontbreken, waardoor het gezamenlijk kwetsbaar wordt In de statuten ontbreken verdere bepalingen om de veiligheidsregio’s invloed te geven.
Er zijn geen onderlinge contractafspraken, waardoor er geen continuïteit in de afname is georganiseerd en de veiligheidsregio’s ook onderling financieel risico lopen, omdat ze afhankelijk zijn van elkaars opleidingsbehoefte en de afname bij de BON.
Onderzoek organisatie vakbekwaamheid Noord-Nederland |april 2024
9
De veiligheidsregio´s voldoen niet aan de criteria voor quasi-inbesteden De veiligheidsregio’s voldoen op dit moment niet aan de aanbestedingsregels (zie bijlage 4). Naast het meerderheidscriterium (80/20 regel) geldt voor quasi-inbesteden namelijk ook dat de aanbestedende dienst toezicht moet houden (toezichtcriterium). Met de huidige juridische constructie, waarin de veiligheidsregio’s formeel geen sturing en zeggenschap hebben in de Stichting BON, wordt formeel niet aan het toezichtcriterium voldaan, terwijl het feitelijk handelen van de commandanten als bestuurslid van de stichting wel zo bedoeld is. Risico’s voor de BON Gevangen tussen twee organisatievormen, waardoor financiële kwetsbaarheid ontstaat De BON is juridisch gezien een zelfstandige entiteit, maar kan niet vrij op de markt opereren. In verband met de aanbestedingsregels gaan de regio’s ervan uit dat de BON moet voldoen aan de 80/20 regel, waarbij is bepaald dat meer dan 80% van de werkzaamheden verricht moet worden ten behoeve van de drie veiligheidsregio’s. De BON is daarmee financieel sterk afhankelijk van de drie regio’s. Tegelijkertijd zijn er geen verplichtingen aangegaan met de regio’s over de afname van opleidingen en oefeningen. In het verleden is wel gesproken over gedwongen winkelnering, maar dit is niet vastgelegd in contractafspraken, waardoor de afname voor de BON erg onzeker is.
Via het Stichtingsbestuur is er een belang om de tarieven zo laag mogelijk te houden. Dit belang van de veiligheidsregio’s kan haaks staan op het belang van de Stichting en zorgt er ook voor dat er minder buffers gecreëerd kunnen worden om investeringen te doen voor de toekomst. Risico’s voor bestuurders van de Stichting BON en BON Holding B.V. Stichtingsbestuur nog wel bestuurder van de BON Holding B.V. Het is van belang vast te stellen dat de inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel op dit moment afwijkt van wat eerder door de stuurgroep in 2015 is voorgesteld en besloten is door het Stichtingsbestuur (december 2015). De Stichting BON is op dit moment nog steeds ingeschreven als bestuurder van de BON Holding B.V. Uit het Handelsregister blijkt dat de bestuurders van de BON Holding B.V. alleen/zelfstandig bevoegd zijn. Uit het onderzoek is nog niet gebleken of er een mandaatregeling voor de directeur BON Holding B.V. is vastgesteld. De statuten van de stichting BON voldoen niet aan de nieuwe vereisten conform de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen In de statuten is bepaald dat de voorzitter beslist als de stemmen staken (art 5, lid 14). Sinds 1 juli 2021 is de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) van kracht. De wet is bedoeld om de kwaliteit van bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen te verbeteren.
Belangrijke bepalingen zijn: - bestuursleden dienen altijd het belang van de stichting en zijn gezamenlijk verantwoordelijk; - statuten van verenigingen, stichtingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen moeten regels bevatten die gaan over belet of ontstentenis van bestuurders en commissarissen. Bij belet/onstentenis gaat het erom dat is vastgelegd hoe er gehandeld moet worden als het voltallige bestuur afwezig is. Ontstentenis houdt in dat de bestuurder niet langer in functie is (gedefungeerd). Bij belet is er sprake van tijdelijke afwezigheid; - een doorslaggevende stem is niet meer toegestaan (vervalt uiterlijk op 1 juli 2026) - persoonlijke aansprakelijkheid is uitgebreid, een curator kan bestuurders aansprakelijk stellen voor het tekort in het faillissement. Dit kan op basis van onbehoorlijke taakvervulling. Dit is al het geval als bijvoorbeeld niet alle bestuurders de jaarreken ing ondertekenen.
Onderzoek organisatie vakbekwaamheid Noord-Nederland |april 2024
10
De statuten van de Stichting BON voldoen op dit moment o.a. op het punt van belet/ontstentenis en de doorslaggevende stem nog niet aan de nieuwe vereisten van de WBTR. Uiteenlopen belangen Stichtingsbestuur en veiligheidsregio’s en aansprakelijkheid Het wettelijk uitgangspunt is dat bestuurders van rechtspersonen niet in privé aansprakelijk zijn voor schulden van de rechtspersoon. De rechtspersoon gaat zelf verplichtingen aan en is daar zelf verantwoordelijk voor de verplichtingen van de rechtspersoon en niet het bestuur of de bestuurders. Bestuurders kunnen enkel in het geval er sprake is van onbehoorlijk bestuur aansprakelijk worden gesteld voor de schade. Bij onbehoorlijk bestuur gaat het in de praktijk vaak om het niet nakomen van verplichtingen omtrent het bijhouden van een deugdelijke boekhouding of om een schuld van een failliete rechtspersoon die voorkomen had kunnen worden.
Voorbeelden van onbehoorlijk bestuur zijn: geen deugdelijke boekhouding bijhouden, niet of te laat opmaken jaarrekening, niet publiceren jaarrekening en het geven van een onjuist beeld van de financiële situatie in de jaarrekening; handelen in strijd met het doel van de rechtspersoon; het aangaan van verplichtingen waarvan het bestuur weet dat de rechtspersoon die niet kan nakomen; wanbeleid door ondeskundigheid, besluiteloosheid of door het ontbreken van een goede voorbereiding bij het nemen van een besluit. Zoals hiervoor al aangegeven is het uitgangspunt: geen privé aansprakelijkheid, tenzij. Het is goed om op te merken dat het bestuur als taak heeft om zich bij het vervullen van zijn taak naar het belang van de stichting/vennootschap en de met haar verbonden onderneming(en) te handelen. Indien de belangen van de veiligheidsregio’s en de BON niet parallel aan elkaar lopen dan kan het bestuur van de Stichting BON en BON Holding B.V. in een lastig parket komen. De wet verwacht dan dat zij naar het belang van de Stichting BON en BON Holding B.V. handelt. Om die reden adviseren wij ook dat Stichting BON geen bestuurder is van de BON Holding B.V. (de rechtspersonen waarin de daadwerkelijke activiteiten plaatsvinden). TRIP advies d.d.
22 december 2023 Stichtingsbestuur staat niet conform statuten ingeschreven in het Handelsregister In de statuten van de Stichting BON zijn de rollen in het bestuur benoemd. In praktijk is in het Handelsregister echter geen van de bestuurders formeel ingeschreven als voorzitter. De functie van penningmeester is overigens wel belegd.
Onderzoek organisatie vakbekwaamheid Noord-Nederland |april 2024
11
Partijen
Risico’s
veiligheidsregio’s
-
geen formele sturing en zeggenschap financiële claims in geval van liquiditeitsproblemen onduidelijke onderlinge afhankelijkheden tussen regio’s niet voldoen aan toezichtcriterium in aanbestedingsregels
Stichting BON en BON Holding BV
-
beperkte mogelijkheid om op vrije markt te opereren door 80/20 regel, maar ook geen afspraken en afnamegaranties van de veiligheidsregio’s en dus financiële onzekerheid druk om tarieven laag te houden (belang veiligheidsregio’s) leidt tot gebrek aan investeringsvermogen en doorontwikkeling onduidelijkheid over onderlinge verhoudingen bestuurders in BON Holding BV
-
Bestuurders Stichting BON/ BON Holding BV
-
-
persoonlijke aansprakelijkheid voor de bestuursleden van de Stichting BON belangenverstrengeling kan leiden tot integriteitsdiscussie (onmogelijk om alleen vanuit belang stichting te handelen) ook voor de BON Holding BV, waarbij de bestuurder alleen/zelfstandig bevoegd is. onderlinge verantwoordelijkheid bestuur BON Holding BV is niet geregeld inschrijving Stichting BON in Handelsregister is niet in overeenstemming met de statuten: functie voorzitter is niet belegd statuten voldoen niet aan nieuwe wetgeving WBTR
Figuur 2. Overzicht risico’s huidige organisatie
Onderzoek organisatie vakbekwaamheid Noord-Nederland |april 2024
12
3. Gewenst toekomstperspectief 3.1 Uitgangspunten voor de toekomstige organisatievorm Opleiden en oefenen is een taak van de veiligheidsregio’s en het is van belang om dit dichtbij de veiligheidsregio’s te organiseren Uit de documentenanalyse en de gevoerde gesprekken is duidelijk geworden dat de veiligheidregio als werkgever verantwoordelijk is voor opgeleide brandweermedewerkers. Dit is branche-specifiek en het extern aanbod van opleidingen en realistische trainingen is beperkt. De regio’s vinden het belangrijk dat dit dichtbij in de regio’s kan plaatsvinden. Het totaal uitbesteden aan een onafhankelijke marktpartij is daarom geen optie. Het eventueel aanbieden van opleidingen aan derden zou mogelijk kunnen zijn, maar primair zou het aanbod gericht moeten zijn op de eigen veiligheidsregio’s. Sturing en zeggenschap vanuit de veiligheidsregio’s is vereist, ook om te voldoen aan aanbestedingswetgeving Voor de veiligheidsregio’s is het van belang om de opleidingsactiviteiten zo in te richten dat de veiligheidsregio´s ook daadwerkelijk sturing en zeggenschap hebben over de uitvoering en het toezicht hierop transparant is ingericht. Niet alleen de werkgeversverantwoordelijkheid voor opgeleid personeel en het feit dat de veiligheidsregio´s een overheidstaak uitvoeren gefinancierd met gemeenschapsgeld zijn hiervoor argumenten.
Ook vanuit de aanbestedingswetgeving is toezicht een vereiste om te voldoen aan de criteria voor quasiinbesteden. Samenwerken in Noord-Nederland kent een lange historie en is nog steeds van meerwaarde De samenwerking tussen de regio’s kent een lange historie en wordt als belangrijk ervaren. De regio’s onderkennen dat ze ieder voor zich te weinig capaciteit hebben of kwetsbaar zijn om het opleiden en oefenen zelf te organiseren. Dit zou bovendien leiden tot forse kostenstijgingen en verschraling van opleidingsfaciliteiten. Betere verbinding in de uitvoering gewenst De direct leidinggevenden voor vakbekwaamheid in de regio´s geven aan dat de verbinding tussen de regionale afdelingen en de BON versterkt kan worden, zodat er betere onderlinge afstemming plaatsvindt. Het gaat dan o.a. om beter inzicht in de opleidingsbeh oefte per regio en het laten aansluiten van het aanbod, maar ook om bijvoorbeeld de inzet van instructeurs en de versterking op blijvende vakbekwaamheid. 3.2 Criteria voor de toekomstige inrichting Voor de verdere uitwerking en in overleg met de juridisch adviseurs zijn de uitgangspunten vertaald in de volgende criteria voor de organisatie: a. de samenwerking heeft geen winstoogmerk, in de zin dat er winst aan deelnemers moet worden uitgekeerd op de bijdragen die door hen is gedaan of anderszins; b.
de samenwerking moet zo overzichtelijk en eenvoudig mogelijk worden vormgegeven, zonder onnodige lasten, belasting en onnodig capaciteitsbeslag, bijvoorbeeld procedureel, administratief, fiscaal en financieel; c. de samenwerking dient te voldoen aan alle wet- en regelgeving; d. de samenwerking heeft organisatorische en financiële zelfstandigheid. Zij heeft een eigen begroting en is zelf verantwoordelijk voor de dekking daarvan; e. die partijen moeten de samenwerking ook als “eigen” kunnen beschouwen, in de zin dat ze (naar eigen inzichten) meebeslissen over het beleid en de activiteiten daarvan en ook een inhoudelijke inbreng kunnen leveren. De samenwerking moet op een juiste manier de
Onderzoek organisatie vakbekwaamheid Noord-Nederland |april 2024
13
f. g.
h.
i.
brandweeropleidingen faciliteren voor de veiligheidsregio’s, waarbij de veiligheidsregio’s zich betrokken voelen en zich betrokken blijven voelen; de structuur dient te voldoen aan de criteria voor “quasi-inbesteden” om te voorkomen dat de opdrachten van de veiligheidsregio’s aan de structuur moeten worden aanbesteed; de samenwerking moet de veiligheidsregio’s tot op zekere (vooraf bekend te stellen) hoogte tot participeren kunnen verplichten, bijvoorbeeld voor wat betreft het afnemen van trainingen en het doen van een bijdrage aan de inhoud van de programma’s; tussen de veiligheidsregio’s moeten onderlinge afspraken worden vastgelegd die elkaar tot op zekere (vooraf bekend te stellen) hoogte kunnen verplichten tot het leveren van een bijdrage aan de financiële dekking van de activiteiten; de veiligheidsregio’s moeten in beginsel niet de vrijheid hebben om de samenwerking te verlaten, indien zij dat willen. Zij dienen zich hieraan voor een langere periode te committeren.
3.3 Verkenning van alternatieve organisatievormen Uitgaande van de noodzaak om de BON als organisatie aan de veiligheidsregio´s te verbinden, zijn drie organisatiemogelijkheden verkend: 1. De BON onderbrengen bij een van de drie veiligheidsregio’s; 2. De BON als aparte entiteit in een publiekrechtelijke vorm; 3. De BON als aparte entiteit in een privaatrechtelijke vorm. De drie scenario’s zijn getoetst aan het afdekken van financiële risico’s voor de veiligheidsregio’s, het voldoen aan aanbestedingswetgeving en de impact van de wijziging voor de organisatie in relatie tot de op te lossen knelpunten. Mede gelet op de nadelen van grote juridische herstructureringen (waar bijvoorbeeld andere privaatrechtelijke of bestuursrechtelijke rechtspersonen worden opgericht), is geconstateerd dat binnen de huidige structuur aanpassingen mogelijk zijn die de “grip” vanuit de veiligheidsregio’s op de BON kunnen vergroten. Bovendien kan zo voldaan worden aan het beperken van de financiële risico’s en de eisen vanuit de aanbestedingswetgeving. “Het uitoefenen van de verschillende activiteiten ten aanzien van de brandweeropleidingen in een privaatrechtelijke structuur bestaande uit meerdere B.V.’s heeft derhalve het voordeel dat veiligheidsregio’s in beginsel niet aansprakelijk zijn voor de eventuele verliezen en schulden van de BON.
Crediteuren kunnen zich enkel verhalen op de rechtspersoon die de verplichting is aangegaan (dit kan anders zijn voor belastingschulden bij een fiscale eenheid). Dit geeft de veiligheidsregio’s, vanuit juridisch oogpunt de mogelijkheid om ingeval een B.V. door een calamiteit, in het ergste geval een faillissementssituatie of een dreiging daarvan, wordt getroffen, in vrijheid te bepalen of de ontstane verliezen voor haar rekening worden genomen of niet. Indien de veiligheidsregio’s deze activiteiten zelf zouden organiseren dan is deze keuzevrijheid er niet. In dit kader merken wij voor de goede orde ook op dat in de huidige structuur de verschillende activiteiten al zijn ondergebracht in meerde dochtervennootschappen. Hierdoor ontstaat een verdere risicospreiding en kan er organisatorisch ook meer transparantie worden bereikt. TRIP advies, d.d. 22 december 2023
Onderzoek organisatie vakbekwaamheid Noord-Nederland |april 2024
14
3.4 Aanpassing van de huidige structuur Uit het extern juridisch advies is gebleken dat een aantal aanpassingen gedaan kan worden aan de huidige structuur, waardoor veel verbeteringen te realiseren zijn. Deze aanpassingen zijn vrij eenvoudig en met beperkte kosten te realiseren. Door een aantal aanpassingen te doen binnen de bestaande structuur, kan de aansluiting bij de gestelde criteria sterk worden verbeterd. Die aanpassingen zouden kunnen bestaan in: Een statutenwijziging van de stichting waarbij de (formele) invloed van de veiligheidsregio’s in de structuur wordt vergroot, met inachtneming van de voor inbesteden minimaal vereiste mate van invloed; - Een wijziging van de governance van de werkmaatschappijen, waaronder begrepen het terugtreden van Stichting BON als bestuurder van BON Holding B.V., waardoor het organisatiebelang van de onderneming meer een eigen stem krijgt; - Opstellen van reglementen waarin de gewenste interne governance, en de controle hierop, is vastgelegd; Een vastgestelde standaard afnameovereenkomst tussen de veiligheidsregio’s en de structuur, met daarin de afgesproken service level en jaarlijks vooraf bepaalde afnamehoeveelheden tegen een vooraf bepaalde prijs; Een deelnemersovereenkomst tussen de veiligheidsregio’s met een aantal basisregels over hoe wordt omgegaan met de structuur, bijvoorbeeld waar het gaat belangrijke investeringen, verliezen of
andere tegenslagen. TRIP advies, d.d. 9 april 2024 Naast de hierboven voorgestelde aanpassingen uit het extern juridisch advies is het ook van belang om de andere geconstateerde risico’s te ondervangen. Het gaat daarbij dan om de volgende punten: - besluitvorming door de algemeen besturen van de drie veiligheidsregio’s om deel te nemen in de Stichting BON. Dit ontwerpbesluit moet conform artikel 31a van de Wgr worden voorgelegd aan de raden van de deelnemende gemeenten om hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken aan het algemeen bestuur; - aanpassen van de inschrijving van de Stichting BON in het Handelsregister op het punt van de voorzittersfunctie; - aanpassen van de statuten van de Stichting BON in verband met de nieuwe vereisten van de WBTR. Het gaat dan om het punt van belet/ontstentenis en het verwijderen van de bepaling over de doorslaggevende stem. 3.5 Ontwikkelperspectief in relatie tot landelijke ontwikkelingen In de onderzoeksopdracht is meegegeven dat rekening dient te worden gehouden met de landelijke ontwikkelingen, die volgen uit de evaluatie Wet Veiligheidsregio’s en de uitwerking van de ‘Grote werken’ in de Raad Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV). Landelijk wordt op dit moment gewerkt aan een programma voor de herziening van het onderwijsstelsel om daarmee flexibel en praktijkgericht onderwijs te realiseren.
Dit stelsel gaat vooralsnog uit van decentrale opleidingsinstituten. De voorgestelde richting om de BON te verbinden aan de drie veiligheidsregio’s sluit hierbij aan. Kansen liggen in de constatering dat de behoefte van de beroepspraktijk (werkgeversperspectief) leidend moet worden voor de ontwikkeling en uitvoering van het onderwijs. Dit sluit aan op het door ons gestelde uitgangspunt dat betere verbinding tussen de regionale vakbekwaamheidsafdelingen en de BON gewenst is.
Onderzoek organisatie vakbekwaamheid Noord-Nederland |april 2024
15
4. Conclusies en advies 4.1 Conclusies De BON is formeel niet verbonden aan de veiligheidsregio´s, maar dat is wel noodzakelijk en gewenst Op basis van dit uitgebreide onderzoek constateren we dat de huidige organisatie van de BON is vormgegeven in een privaatrechtelijke rechtsvorm, die juridisch losstaat van de veiligheidsregio´s. Hoewel we de huidige organisatie vanuit de historische context kunnen verklaren, concluderen we dat deze situatie onwenselijk is. De huidige organisatievorm brengt risico´s met zich mee voor zowel de veiligheidsregio´s als de BON en de afzonderlijke bestuurders. Zo hebben de veiligheidsregio’s formeel geen zeggenschap en sturing en wordt niet voldaan aan aanbestedingswetgeving. Voor de BON is er bovendien geen bedrijfscontinuïteit gegarandeerd. De privaatrechtelijke rechtsvorm past bij de gewenste taken Na verkenning van de alternatieven constateren we, op basis van extern juridisch advies, dat de privaatrechtelijke rechtsvorm passend is voor de werkzaamheden. Dit in verband met de aansprakelijkheid voor eventuele verliezen en schulden en het noodzakelijke toezicht in verband met de aanbestedingswetgeving. Aanpassingen aan huidige structuur vereist Om de Stichting BON en BON Holding B.V.
beter te verbinden aan de veiligheidsregio’s, zijn aanpassingen in de huidige structuur nodig, zowel aan de zijde van de veiligheidsregio´s, als aan de zijde van de BON. In het extern juridisch advies zijn de volgende aanpassingen voorgesteld: 1. Het verkleinen van de afstand tussen de veiligheidsregio’s en de BON door de positie van de veiligheidsregio’s uit te breiden. Het gaat hierbij o.a. om: - Wijziging van het doel, waarbij nadrukkelijker naar voren komt dat de SBON bij het opzetten van de activiteiten de belangen van de veiligheidsregio’s dient en dat de SBON het merendeel van haar activiteiten zal verrichten ten behoeve van de veiligheidsregio’s - Het begrip deelnemers toe te voegen aan de statuten van de stichting, inclusief een kwaliteitseis en een deelnemersraad (geen algemene leden vergadering, maar waarbij wel bepaalde bevoegdheden worden toegekend aan deze deelnemersraad). - De wijze van benoemen van bestuur door de individuele veiligheidsregio’s zou statutair beter verankerd kunnen worden. - Bepaalde bestuursbesluiten van de stichting en (getrapt) van de B.V.’s kunnen voorgedragen worden aan de deelnemersraad die bestaat uit vertegenwoordigers van de veiligheidsregio’s. Gekeken zal moeten worden wie in dit geval de veiligheidsregio’s vertegenwoordigt.
Binnen de veiligheidsregio’s zou vervolgens ook afgesproken kunnen worden dat de besluiten die binnen de deelnemersraad genomen moeten worden voorafgaande goedkeuring behoeven van het bestuur van de VR. - Opnemen in de statuten van de SBON dat voldaan wordt aan het 80% criterium. Het zal van belang zijn dat het bestuur van SBON dit ook controleert en vaststelt. - Opnemen in de statuten van SBON en de B.V.’s dat er een periodiek meerjaren beleidsplan wordt opgesteld en jaarlijks een begroting. Op die manier zou er meer controle kunnen komen over de financiën van de BON. 2. Het afsluiten van overeenkomsten tussen de veiligheidsregio’s en de Stichting BON - Geadviseerd wordt om tussen de veiligheidsregio’s en de Stichting BON een deelnemersovereenkomst af te sluiten waarbij wordt geregeld welke rechten een veiligheidsregio heeft ten opzichte van de Stichting BON als deelnemer (controlerende en toezichthoudende invloed op de besluitvorming).
Onderzoek organisatie vakbekwaamheid Noord-Nederland |april 2024
16
- Geadviseerd wordt om tussen de veiligheidsregio’s en de Stichting BON een afnameovereenkomst af te sluiten. Hierin wordt geregeld welke diensten vanuit de BON voor de veiligheidsregio’s worden verricht en welke vergoedingen daarvoor kunnen worden gedeclareerd, en welke afnameverplichtingen de veiligheidsregio’s, hiervoor aangaan. Indien deze afspraken helder zijn, kan het bestuur van de B.V.’s hier ook zijn beleid op baseren en naar handelen. Hierdoor ontstaat meer duidelijkheid over de continuïteit, waarborg en kwaliteit van de activiteiten via de BON. 3. Naast de wijziging van de statuten van de SBON wordt geadviseerd om de governance van de B.V. structuur anders in te richten. Uitgaande dat de dagelijks gang van zaken binnen de B.V.’s wordt uitgevoerd door één bestuurder en niet door het bestuur van de SBON, is het verstandig dat de SBON (lees het bestuur van SBON) als aandeelhouder toezicht houdt op deze statutair bestuurder en niet als mede-statutair bestuurder. 4. Uit de praktijk blijkt dat reglementen een bijdrage kunnen leveren aan goede ‘governance’. Binnen de vennootschap zijn reglementen rechtsregels waarin procedures nader worden uitgewerkt, die ervoor moeten zorgen dat er transparantie en helderheid is ter voorkoming van onverwachte gebeurtenissen binnen de structuur. Gedacht kan worden aan een bestuursreglement.
4.2 Advies veiligheidsregio’s Het is van belang dat de conclusies van dit onderzoek leiden tot daadwerkelijke aanpassing van de huidige organisatie, zodat deze voldoet aan wet- en regelgeving en de governance verbetert. Daarom wordt geadviseerd dit kalenderjaar de volgende stappen te realiseren. Stap 1. Kennisnemen onderzoek en ontwerp besluit door algemeen bestuur Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de drie veiligheidsregio’s. Gezien de constateringen en de gewenste ontwikkelrichting, waarbij de BON wordt verbonden aan de veiligheidsregio’s, is het van belang de resultaten van dit onderzoek te agenderen in de drie algemeen besturen veiligheidsregio’s. Het is van belang dat de algemeen besturen instemmen met het ontwerpbesluit om de BON te verbinden aan de veiligheidsregio’s. Dit ontwerpbesluit is nodig om vervolgens de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid te stellen om wensen en bedenkingen kenbaar te maken conform de bepalingen in de Wgr. De uiteindelijke bevoegdheid tot wijziging van de statuten ligt bij de bestuursleden van de stichting. Geadviseerd wordt om bij de bestuurlijke besluitvorming een informatiebrief te voegen voor de colleges en raden van de deelnemende gemeenten en een bestuurlijke samenvatting van het onderzoek.
In de voorbereiding op de agendering in de algemeen besturen wordt de directies van de veiligheidsregio’s geadviseerd om: - het bestuur van de Stichting BON en de bestuurders van de BON Holding B.V. te informeren over het onderzoek, de gewenste ontwikkelrichting en het vervolgproces. Dit is een reactie op de brief van de Stichting BON die medio 2022 is verstuurd aan de veiligheidsregio’s met het verzoek voorliggend onderzoek uit te voeren; - de bestuurlijk portefeuillehouders en de dagelijks besturen van de drie veiligheidsregio’s te informeren. Stap 2a. Raadplegen raden van deelnemende gemeenten Op basis van het ontwerpbesluit van de drie algemeen besturen wordt via de colleges aan de raden van de deelnemende gemeenten gevraagd om hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Hiervoor is geen wettelijke termijn bepaald in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Uitgegaan moet worden van een redelijke termijn van bijvoorbeeld 8 tot 10 weken. De algemeen besturen nemen vervolgens kennis van de wensen en bedenkingen en nemen mede op basis daarvan een definitief besluit over deelname aan de Stichting BON.
Onderzoek organisatie vakbekwaamheid Noord-Nederland |april 2024
17
Stap 2b: Voorbereiden definitieve besluitvorming Parallel aan het raadplegen van de raden van de deelnemende gemeenten moet de aanpassing van de juridische structuur uitgewerkt worden. Resultaat van deze fase is een voorstel voor statutenwijziging, maar ook de verdere uitwerking in overeenkomsten en reglementen. In deze fase vindt tevens afstemming plaats over de financiën met de controllers van de drie veiligheidsregio’s. Stap 3. Definitieve besluitvorming door algemeen bestuur Na het kenbaar maken van eventuele wensen en bedenkingen door de raden en de uitwerking van de juridische structuur kunnen de drie algemeen besturen van de drie veiligheidsregio’s een definitief besluit nemen over deelname in de Stichting BON. Besluitvorming is gepland voor eind van dit kalenderjaar, zodat per 2025 aan wet- en regelgeving kan worden voldaan. 4.3 Advies Bestuur Stichting BON en BON Holding B.V. Parallel aan het advies aan de veiligheidsregio’s, wordt het bestuur van de Stichting BON geadviseerd om de volgende stappen te zetten. Stap 1. Kennis nemen en informeren organisatie Het bestuur van de Stichting BON wordt geadviseerd om kennis te nemen van het onderzoek, de gewenste ontwikkelrichting en het vervolgproces en als mede-bestuurder van de BON Holding B.V. ook de werkmaatschappijen en medewerkers hierover te informeren. Stap 2.
Voorbereiden aanpassen structuur Het bestuur van de Stichting BON wordt geadviseerd om in de tweede stap uitvoering te geven aan: - de voorbereiding en uitwerking van een statutenwijziging van de Stichting BON en de BON Holding B.V. in lijn met de beschreven aanpassingen uit dit onderzoek; - te besluiten om de inschrijving van de Stichting BON in het Handelsregister aan te passen, door een van de bestuursleden in te schrijven als voorzitter, zodat hiermee voldaan wordt aan de wet- en regelgeving (WBTR); - het verbeteren van de interne governance tussen Stichting BON en BON Holding B.V. door o.a. het terugtreden van Stichting BON als bestuurder van BON Holding B.V. en het opstellen van reglementen en de controle hierop. Stap 3. Doorvoeren statutenwijzigingen Na definitieve besluitvorming in de algemeen besturen van de drie veiligheidsregio’s over deelname in de stichting kunnen de statuten gewijzigd worden. Het wijzigen van de statuten van de Stichting BON is aan het bestuur van de Stichting BON. Dit besluit kan alleen genomen worden in een vergadering, waarin alle bestuursleden aanwezig zijn en de wijziging moet bij notariële akte tot stand komen. Het wijzigen van de statuten van de BON Holding B.V. is voorbehouden aan de aandeelhouder, zijnde de Stichting BON. In artikel 29 lid 5 van de statuten wordt nog verwezen naar een benodigde ministeriële verklaring.
Deze wettelijke bepaling is echter sinds 2011 vervallen.
Onderzoek organisatie vakbekwaamheid Noord-Nederland |april 2024
18
Bijlagen Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4. Bijlage 5.
Extern juridisch advies TRIP Notarissen en advocaten Statuten en uittreksels Handelsregister Stichting BON en BON Holding B.V. Besluitvorming veiligheidsregio’s en Stichting BON 2015 Toelichting quasi-inbesteden Samenvatting eerdere governance onderzoeken
Onderzoek organisatie vakbekwaamheid Noord-Nederland |april 2024
19