Bijlage Uitgangspuntennotitie Urgentieverordening
Tekst van het document
Uitgangspuntennotitie Fryske urgentieverordening
Fryske volkshuisvestingspartners 22 december 2023 Definitief
DATUM
22 december 2023
TITEL
Uitgangspuntennotitie
OPDRACHTGEVER
Fryske volkshuisvestingspartners
AUTEUR(S)
PROJECTNUMMER
Jan van der Meulen Ilse de Groot Joyce Kamphuis Henk van Dijk Bram Klouwen 080.121
STATUS
Definitief
Tivolilaan 205 6824 BV Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem www.companen.nl info@companen.nl 026 351 25 32 KvK-nummer: 09035291 BTW-nummer: NL001826517B01
Inhoud 1
Introductie
1
2
Algemene uitgangspunten
3
3 3.1 3.2
Voorstel werkwijze per aandachtsgroep Omvang van de urgente aandachtsgroepen Uitgangspunten werkwijze urgentieverlening en -bemiddeling
8 8 8
4 4.1 4.2
Plan van aanpak uitwerking 2024 Betrekken van stakeholders Werkorganisatie uitwerking urgentieverordening
11 11 11
Bijlage 1 werkwijze per urgentiecategorie
13
Bijlage 2 Theoretische verdeling urgenten
15
Bijlage 3: Achtergronden plan van aanpak
16
1 Introductie Vanuit de voorgenomen Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) zijn alle gemeenten verplicht een urgentieverordening vast te stellen. Deze verordening borgt dat bij woningtoewijzing wettelijk bepaalde aandachtsgroepen voorrang krijgen bij de toewijzing van woningen. De gemeenteraden stellen deze urgentieverordeningen vast. Daarmee is de verordening een juridisch verplichtend kader voor de uitvoering van de urgentieregelingen in Fryslân. De verplichte urgentieverordening komt uit het Rijksprogramma ‘Een thuis voor iedereen’. Dat programma beoogt dat er voldoende betaalbare woningen zijn voor bepaalde aandachtsgroepen. In de Wvrv wordt dit juridisch verankerd. Deze wet is nog in ontwerp. De verwachte behandeling van de wet is het voorjaar 2024. Inwerktreding is vooralsnog beoogt per medio 2024. De officiële ingangsdatum is nog onzeker. De definities van de aandachtsgroepen zijn in het wetsvoorstel weergegeven. In een ministeriële regeling worden deze nog nader afgebakend. In deze uitgangspuntennotitie gaan we daarom nog niet in op de exacte afbakening van de aandachtsgroepen, in afwachting van de regeling. Deze verandering moet ervoor zorgen dat juist de kwetsbare groepen nergens tussen de wal en het schip vallen.
Bovendien is dit een instrument om alle gemeenten hun eerlijke bijdrage te laten leveren aan de huisvesting van deze mensen; de zogenoemde “fair share”. Daarbij werken de Friese gemeenten samen, vanuit het vertrekpunt dat mensen in Fryslân er voor elkaar zijn; de mienskip. In de urgentieverordening regelt de gemeente urgenties voor een aantal aandachtsgroepen. Zij komen met voorrang in aanmerking voor vrijkomende woningen. De wet stelt verplicht dat gemeenten (in regionaal verband) ieder een evenredig deel van de vrijkomende woningen toewijzen aan urgenten. Regionale afstemming is hiervoor een noodzaak. De provincie bepaalt de regio. Naast de wettelijke urgente groepen hebben de gemeenten beperkte beleidsvrijheid. Zij mogen op basis van eigen beleid aangeven voor welke woningen urgente groepen in aanmerking komen, hoe urgenties worden gegeven en welke aanvullende urgente groepen eventueel nog voor urgentie in aanmerking komen, mits regionaal afgestemd.
Wie zijn de wettelijk verplichte urgenten? Het gaat om de volgende groepen woningzoekenden: • • • • • • • •
die mantelzorg ontvangen of verlenen; die op grond van een ernstige en chronische medische reden dringend huisvesting nodig hebben; uit de maatschappelijke opvang, waaronder daklozen, uit de opvang slachtoffers huiselijk geweld (‘vrouwenopvang’) en opvang slachtoffers mensenhandel; die uitstromen na intramuraal verblijf (o.a. beschermd wonen of klinische geestelijke gezondheidszorg); die uitstromen uit forensische zorg met verblijf; tussen 18 en 23 jaar uit jeugdhulp met verblijf; uit de (jeugd)detentie; die deelnemen aan het uitstapprogramma voor stoppende sekswerkers
Samenwerking voor de Friese urgentieverordening In Fryslân heeft met uitzondering van de vier Waddeneilanden geen enkele gemeente momenteel een huisvestings- of urgentieverordening. Er wordt wel gewerkt met urgenties bij woningtoewijzing. De werkwijze hierbij is de verantwoordelijkheid van de individuele corporaties. Voor veel gemeenten is een urgentieverordening dus nieuw.
1
De gemeenten in Fryslân hebben samenwerking gezocht om te komen tot een Fryske urgentieverordening. Dat geldt voor de gemeenten van het vasteland. Voor de Waddeneilanden wordt in overleg met het ministerie bekeken of de urgentieverordening als instrument passend is voor de specifieke woningmarktsituatie. De Waddeneilanden haken wel aan bij de Friese aanpak, maar de uitwerking kan op onderdelen afwijken. Bij de uitwerking betrekken de gemeenten nadrukkelijk ook de provincie, huurdersorganisaties en woningcorporaties. De aanpak die de gemeenten volgen kent twee fasen. In de eerste fase hebben zij met de woningcorporaties en huurdersorganisaties uitgangspunten voorbereid waaraan de urgentieregeling moet voldoen. Wie zijn potentieel urgent, hoe komen zij aan een passende woning en onder welke randvoorwaarden? Dit is een uitwerking die binnen de huidige en voorgestelde wettelijke kaders de gewenste gezamenlijke ontwikkelingsrichting geeft. Het resultaat van deze fase is weergegeven in deze notitie. In de tweede fase die na vaststelling van de uitgangspunten ingaat, werken we de urgentieverordening uit en zetten we de benodigde stappen voor implementatie van deze verordening. Dan ontstaat ook meer duidelijkheid over de verdere verfijning als gevolg van eventuele vaststelling van de Wet versterking regie volkshuisvesting.
De voorgestelde werkwijze past binnen het huidige wettelijke kader. De invoering van de Wvrv betekent dat deze werkwijze ook verplicht wordt.
Besluitvorming over de uitgangspunten In deze notitie geven we de uitgangspunten weer die onderschreven zijn door de stuurgroep (inmiddels voor hoofdstuk 2 akkoord, hoofdstuk 3 en de bijlage komen in de volgende stuurgroep aan de orde). De algemene uitgangspunten uit hoofdstuk 2 en uitgangspunten voor de werkwijze per aandachtsgroep in hoofdstuk 3 worden ter vaststelling aangeboden aan de colleges van de Friese gemeenten. Dat geldt ook voor hoofdstuk 4, waarin de organisatie en werkwijze voor de verdere uitwerking van de urgentieverordening is opgenomen. Daarnaast is een verdere verfijning van de werkwijze per aandachtsgroep en het plan van aanpak voor de uitwerking en implementatie opgenomen in de bijlage. Voor die bijlagen vragen we vaststelling door de stuurgroep. We bieden de bijlagen ter informatie aan richting de colleges.
2
2 Algemene uitgangspunten Met de urgentieregeling regelen gemeenten en corporaties samen een belangrijke maatschappelijke opgave. Primair gaat het om de verdeling van sociale huurwoningen aan mensen in de knel. Iedere gemeente en iedere corporatie levert hieraan haar evenredige bijdrage. Dit is belangrijk omdat de gevolgen hiervan voor de leefbaarheid, maatschappelijk draagvlak en het sentiment in wijken en buurten in potentie groot zijn. Door een veelvoud aan factoren (mutatiegraad, sociale cohesie, beroep op de goedkoopste delen woningvoorraad) ligt concentratie van mensen in een kwetsbare situatie en andere (leefbaarheids)opgaven voor de hand. De inzet op deze maatschappelijke uitdaging is een collectieve opdracht. De schouders waar deze uitdaging bovenop komt, zijn al het meest fragiel. Dit vraagt samenwerking in uitvoering, monitoren, en waar nodig bijsturing. Naast passende huisvesting gaat het ook om hulp en zorg. Dat is in het belang van zowel de urgente, de woonomgeving/buren, de maatschappij als instanties en verhuurder. De urgentieverordening gaat over huisvesting. Dit kan niet losgezien worden van zorg en ondersteuning. Een zachte landing voorkomt veel.
Dit algemene gezamenlijke vertrekpunt operationaliseren we door bij de uitwerking van de urgentieregeling de volgende uitgangspunten te hanteren, die we hierna één voor één langslopen: • Eén uniforme Friese urgentieverordening • Aansluiten bij bestaande werkwijzen • Verruimen van het aanbod om verdringing te beperken • Fair-share op basis van de meest passende plek voor mensen, met verantwoording en compensatie achteraf • Rekening houden met draagkracht en draaglast in wijken • Zorgdragen voor een zachte landing in de wijken en kernen, door stimuleren en aanbieden van begeleiding waar en zo lang nodig • Statushouders en verhuizers vanwege herstructurering ook urgent • Helder voor woningzoekenden: 1 loket
1. Eén uniforme Friese urgentieverordening De Friese gemeenten kiezen voor een uniforme urgentieregeling voor alle gemeenten. In die verordening gelden voor de Waddeneilanden specifieke regels, gelet op de bijzondere positie en het beperkte bereikbare ondersteuningsaanbod. Deze specifieke positie wordt in de verordening uitgewerkt, in overleg met de Waddeneilanden, de provincie en het ministerie van BZK. Toelichting: Een eenduidige werkwijze geeft voor woningzoekenden helderheid. Daarnaast zorgt dit voor efficiency en effectiviteit in de uitvoering. Het voordeel voor gemeenten en corporaties zijn de lagere uitvoeringskosten, maar ook voorkomen dat woningzoekenden gaan ‘shoppen’ tussen gemeenten. De eenduidigheid gaat hierbij over de urgentieregeling. Binnen de Huisvestingswet kunnen gemeenten op basis van aantoonbare schaarste aanvullend instrumentarium inzetten, zoals opkoopbescherming of lokale bindingseisen. Dit si geen onderdeel van de uniforme regeling.
2. Aansluiting bij de bestaande werkwijzen De bestaande uitvoeringspraktijk is het vertrekpunt voor urgentieverlening. Concreet betekent dit dat we één-op-één aansluiten bij de werkwijze van het Weer-Thuisconvenant voor de aandachtsgroepen uitstromers uit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Doorontwikkeling van het transferpunt ten behoeve van een aantal andere aandachtsgroepen is de zoekrichting, mits passend bij de aard van de
3
urgentie. Dit kan niet binnen de huidige organisatie van het transferpunt. Extra investering door gemeenten en verdere uitbouw van het transferpunt is daarvoor noodzakelijk. Toelichting: Het transferpunt richt zich nu op uitstroom uit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Dit is een deel van de urgente aandachtsgroepen. Voornemen is om te werken met één organisatie voor urgentiebepaling, bemiddeling en een vastomlijnde steunstructuur. Het transferpunt voorziet hier nu deels in. Bij inzet voor een bredere (urgente) aandachtsgroep is uitbouw noodzakelijk. Dit vraagt een verdere ontwikkeling en versterking en daarmee investering in het transferpunt. Dit zijn investeringen die sowieso gedaan moeten worden voor een goede bemiddeling, en die gemeenten dan in het transferpunt moeten doen. Bij de verdere uitwerking van de verordening en werkwijzen wordt de noodzakelijke organisatie en investering duidelijk.
3. Verruimen van het aanbod om verdringing te beperken Urgenties gelden in elk geval voor sociale huurwoningen van woningcorporaties. Verdringing van regulier woningzoekenden moet daarbij zoveel mogelijk voorkomen worden. Dit vraagt uitbreiding van het aanbod, zodat niet meer dan 30% van het passende, vrijkomende aanbod wordt toegewezen aan urgenten (met uitzondering van herstructuerings- en mantelzorgurgenten). Dat gaat niet vanzelf en betekent een flinke uitdaging, waar in het bijzonder gemeenten zich krachtig voor moeten inzetten door: • Een deel van de urgente categorieën vindt nu ook huisvesting buiten de reguliere woningvoorraad, denk aan concepten als kamergewijze verhuur of “kamers met kansen”. Dergelijke concepten moeten binnen de verordening als huisvestingsoptie nadrukkelijk in beeld blijven. Niet alle gemeenten is dit aanbod beschikbaar. Aanvulling van dit aanbod is dan gewenst. • Nagaan op welke wijze (een selectie van) sociale huurwoningen van andere verhuurders onder het werkingsgebied van de verordening kunnen vallen. • Toevoegen van sociale huurwoningen en alternatieve huisvestingsvormen voor urgente aandachtsgroepen. Binnen de lokale woonzorgvisies bieden gemeenten extra ruimte voor toevoeging van sociale huurwoningen, door te vertalen naar prestatieafspraken en de woondeal.
• Van corporaties vraagt dit te onderzoeken of de beschikbaarheid vergroot kan worden door (in de bestaande voorraad) bijvoorbeeld kamergewijze bewoning of geclusterde en/ of beschermde woonomgevingen. Toelichting: Urgenties hebben effect voor alle woningzoekenden. De schaarste aan woningen lost hiermee niet op. Regulier woningzoekenden hebben er dan ook last van; zij schuiven naar achter in de rij. Dit heeft een potentieel negatief effect op het maatschappelijk draagvlak voor huisvesting van deze aandachtsgroepen. Ook vinden sommige urgenten nu woningen buiten de reguliere huurwoningvoorraad, zoals (begeleid) kamergewijs. Die optie moet mogelijk blijven in het belang van de urgente zelf en om daarmee verdringing te beperken. De vijver kan worden uitgebreid naar de particuliere huursector. Ook is toevoegingen van sociale huurwoningen nodig (transformatie, nieuwbouw en bijvoorbeeld delen van woningen). Dit vergt een langjarige intensieve inzet van corporaties en zeker van gemeenten. Bovendien is uitbreiding naar particuliere verhuurders complex vanwege versnipperd aanbod, aanspreekbaarheid van eigenaren, en handhaving van regels. Om maatschappelijk draagvlak te behouden is het belangrijk om als signaalwaarde voor toewijzing aan urgenten maximaal 30% van de toewijzingen te hanteren.
Komen de urgenties hier overheen dan vraagt dit directe inzet van de betreffende gemeente om aanbod uit te breiden. 4.
Fair-share op basis van de meest passende plek voor mensen
Een urgent woningzoekende moet huisvesting vinden op de meest passende plek, voor zichzelf en vanuit leefbaarheid in buurten. We beschouwen dit als een gezamenlijke Friese, maatschappelijke opgave: Voorop staat daarom gelijkmatige verdeling van urgenten over de verschillende gemeenten, naar rato van het aantal inwoners. Dat geldt voor alle urgente groepen met uitzondering van mantelzorg- en herstructureringsurgenten. Daarbij wordt toegewezen op basis de passende woonplek, te definiëren als
4
het principe “instroom=uitstroom” conform het convenant Weer Thuis. Voor een aantal urgenten bepalen nabijheid van zorg, voorzieningen of (openbaar) vervoer deze plek. De praktijk is dat door een te beperkt aanbod sociale huurwoningen relatief veel woningen naar urgenten gaan. Dat zet het maatschappelijk draagvlak onder druk. Daarom geldt op lokaal niveau bij toewijzing aan urgenten een signaalwaarde van 30%. Bij structurele overschrijding van deze signaalwaarde is het primair aan gemeente en corporaties om te kijken naar alternatieve oplossingen. Voorts wordt in beginsel niet meer dan 1/3 deel van de vrijkomende sociale huurwoningen toegewezen aan deze urgenten (de zogenaamde ‘cap’). Bij gemeenten met een laag aandeel sociale huur ligt nadrukkelijk een opgave voor gemeente en corporaties om meer sociale huur toe te voegen. Achteraf wordt beoordeeld of de verdeling op basis van aantal inwoners gerealiseerd is. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar urgenten, maar ook naar andere specifieke huisvestingsopgaven als AZC’s. Zo niet, dan is compensatie tussen gemeenten aan de orde. Een jaar na inwerkingtreding van de urgentieverordening evalueren gemeenten en corporaties deze werkwijze, signaalwaarde, de cap en het beschikbare aanbod voor urgenten. Dat kan leiden tot aanpassing van de waarden.
Toelichting: Het principe “instroom=uitstroom” leidt er theoretisch toe dat de huisvesting zich min of meer evenwichtig spreidt over de gemeenten. Immers voor alle gemeenten geldt dat mensen in de knel komen en met spoed via de urgentieregeling woonruimte nodig hebben. Een fair share op basis van inwoneraantal betekent voor gemeenten met weinig sociale huur dat relatief veel sociale huurwoningen naar urgenten gaan. Dit zet het draagvlak / acceptatie voor toewijzing aan urgenten potentieel onder druk zet. Bij gemeenten met veel sociale huur leidt geen fair-share juist tot stapeling van leefbaarheidsproblemen in enkele kwetsbare wijken, met hoge wijkinvesteringen als gevolg plus een bovengemiddeld budget voor begeleiding en ondersteuning vanuit bijvoorbeeld de Wmo. Voorgaande is op voorhand enkel theoretisch te bepalen. Door botsproeven in de voorbereiding en vervolgens de uitvoeringspraktijk zal blijken hoe het feitelijk uitpakt. Door monitoring, evaluatie en doorontwikkeling kan de aanpak na implementatie steeds beter worden. Gemeenten bepalen daartoe (half)jaarlijks achteraf in welke mate sprake is van een evenredige verdeling, en waar bijsturing op mogelijk is. Compensatie bij ‘onderpresteren’ is logisch vanwege noodzakelijke extra investeringen en inzet vanuit Wmo-middelen of extra begeleiding vanuit de corporatie.
Bij de uitwerking van de urgentieverordening werken de gemeenten en corporaties een compensatievoorstel hiervoor uit. denkrichtingen voor compensatie: via andere huisvestingsopgaven als AZC’s, extra bijdragen aan het transferpunt of Wmo-kosten, compensatie over de tijd. Corporaties beoordelen vanuit onderlinge solidariteit hoe zij komen tot een evenwichtige verdeling.
5. Rekening houden met draagkracht en draaglast in wijken Uitgangspunt is dat wijken waar veel sociale huurwoningen beschikbaar komen (vanwege relatief veel sociale huurwoningen en / of een hoge mutatiegraad) niet onevenredig veel toewijzingen kennen aan urgent woningzoekenden. Door directe bemiddeling kunnen corporaties enigszins sturen op de fair-share per wijk en daarmee evenwichtig opgebouwde wijken. Daarnaast kunnen (voor bepaalde tijd) gebieden zijn uitgesloten vanwege leefbaarheidsopgaven in die gebieden. Dit mag niet tot uitsluiting van urgent woningzoekenden in een gemeente leiden. Daarom onderbouwen gemeenten een dergelijke uitzondering vanuit hun gebiedsverantwoordelijkheid, in samenspraak met de corporaties. Vanuit de Wvrv heeft de provincie hierop een toezichthoudende rol. Toelichting: In een aantal wijken in met name de grotere kernen van Fryslân staan relatief veel sociale huurwoningen. Bovendien zijn dit ook wijken waar de mutatiegraad hoog is; er komen dus veel huurwoningen vrij. In een aantal van deze wijken gaat dit samen met een grotere sociale kwetsbaarheid en leefbaarheidsproblemen. Zonder sturing zouden in deze wijken relatief veel urgent woningzoekenden komen wonen. Dit is kwetsbaar gelet op het draagvlak
5
in de samenleving en in de acceptatie van de urgente in zijn (nieuwe) woonomgeving. Dit mag niet tot uitsluiting van urgent woningzoekenden in een gemeente of bij een corporatie leiden.
6. Zorgdragen voor een zachte landing in de wijken en kernen, door stimuleren en aanbieden van begeleiding waar en zo lang nodig Noodzakelijke zorg en begeleiding voor een zachte landing van een deel van de urgente aandachtsgroepen in wijken en kernen is onderdeel van de gemeentelijke taak om mensen ondersteuning en begeleiding te bieden die nodig is. Borging van de zachte landing krijgt vorm via de doorontwikkeling van het Weerthuisconvenant ook naar een aantal andere ‘urgente doelgroepen’. In 2024 loopt ook het traject van doorontwikkeling van het Transferpunt. De aanpak urgentieverordening sluit er voor wat betreft de borging van de ‘zachte landing’ hier op aan. Toelichting: Sommige urgente aandachtsgroepen komen uit een situatie met zorg en / of begeleiding. Zij gaan (terug) naar zelfstandigheid waarbij ambulante begeleiding nodig is om hun leven goed op de rit te krijgen. Die begeleiding richt zich zeker niet alleen op de persoonlijke ondersteuning en zorg, maar ook op training van maatschappelijk functioneren (leren goed te wonen). Bij een goede begeleiding heeft niet alleen de urgente woningzoekende hier profijt van, maar ook de omwonenden. Dit duiden we aan als zachte landing.
Hiervoor zijn middelen vanuit de gemeente onontbeerlijk.In sommige situaties zou verplichte hulp vanuit het oogpunt van de verhuurder wenselijk zijn; om overlast en ongewenste situaties te voorkomen. Verplichting is meestal juridisch niet afdwingbaar en kan voor het accepteren van hulp ook averechts werken. De enige situaties waarin begeleiding wel verplicht kan zijn, zijn vastgelegd binnen het zorgdomein. Driehoekscontracten tussen zorgaanbieder, corporatie en huurder bieden dan een uitweg. De gewenste zachte landing in wijken staat ook onder druk door het (groeiende) personeelstekort in de zorg. Bij de verdere uitwerking van de urgentieregeling moet er aandacht zijn voor de risico’s door het gebrek aan begeleiding. Oplossingen moeten ook gelet op die begeleiding toekomstbestendig zijn. Ontwikkelrichtingen voor de zachte landing, mee te nemen in de doorontwikkeling Weer-thuisaanpak zijn: • Gemeenten leggen de ondersteuningsstructuur (zorg en woonmaatschappelijk werk) voor urgentwoningzoekenden en de directe omgeving vast in de (verplichte) woonzorgvisie en Wmo-plan, de contractering van Wmo-diensten en Vluchtelingenwerk. En betrekken hierbij de terugvaloptie en waakvlamfunctie.
• In de werkprocessen rond uitstroom en begeleiding krijgt noodzakelijke ondersteuning van de urgent woningzoekenden een duidelijke plek (warme overdracht / stimuleren van gebruik), conform werkwijze transferpunt. Binnen deze werkwijze leggen partijen ook vast in welke situaties een driehoekscontract tussen zorgaanbieder, corporatie en huurder noodzakelijk is. • In de urgentieverordening is (verplichte) begeleiding geen artikel, want niet juridisch afdwingbaar. • Corporaties kunnen bij uitzondering een urgent woningzoekende weigeren.
7. Statushouders en verhuizers vanwege herstructurering urgent De Friese gemeenten kiezen voor een eenduidige werkwijze in de urgentieverordening waarin alle voorrangsgroepen en urgente doelgroepen zijn opgenomen. Dit vanwege de transparantie en uitlegbaarheid. Urgenties zijn er voor: • wettelijke verplichte categorieën, waarbij we er vooralsnog vanuit gaan dat we hierbij strikt de wettelijke definities volgen; • voorrangscategorie statushouders; • herstructurering. Mensen die vanwege renovatie of sloop / nieuwbouw het huis moeten verlaten. De werkwijze leggen corporaties per situatie vast in een sociaal plan. Dit valt buiten de verordening. Corporaties kunnen desgewenst andere voorrangscategorieën (niet zijnde urgenten) hanteren. Toelichting: In de Wvrv is een aantal verplichte urgente aandachtsgroepen benoemd. Daarnaast hebben gemeenten een verplichte taakstelling voor huisvesting van statushouders. Corporaties hebben te maken met herstructurering waarbij herhuisvesting van huidige bewoners een noodzakelijke eerste stap is. Zonder urgenties voor statushouders
6
moeten gemeenten een vergelijkbare uitkomst (namelijk met voorrang huisvesten) in prestatieafspraken vastleggen (zie artikel 12, lid 4 Huisvestingswet). Dit maakt de uitvoering niet overzichtelijker. leidt tot een stapeling van regelingen en tot extra kosten. Alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV-ers) tellen bij eerste huisvesting mee in de taakstelling. Bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd zijn zij doorgaans aangewezen op een andere huisvestingssituatie. In overleg met NIDOS wordt gekeken of de huidige werkwijze voldoende is voor de huisvestingsopgave, of dat nadere afspraken hierover nodig zijn (mogelijk gekoppeld aan de urgentieverordening). Vanuit corporaties zijn er specifieke situaties waarbij huisvesting met voorrang noodzakelijk is, bijvoorbeeld bij calamiteiten als brand. Die ‘maatwerk’situaties vallen buiten de urgentieregeling. Corporaties geven hier zelf invulling aan. Een groter aantal urgentiecategorieën betekent immers dat meer vrijkomende huurwoningen aan urgenten worden aangeboden. Daarom is de groep urgenten limitatief. Zie uitgangspunt: verdringingseffecten beperken.
8. Helder voor woningzoekenden: 1 loket De urgentieverordening moet helderheid bieden aan woningzoekenden en inwoners. Onderdeel van de introductie van de urgentieverordening is dan ook een communicatieplan, zodat zij weten hoe de regelingen werken en maatschappelijk draagvlak voor de regeling ontstaat. Duidelijkheid ontstaat ook door één uitvoeringsorganisatie: 1-loket. Die is er bij het transferpunt. Via een bestuursovereenkomst wordt één gemeente coördinerend verantwoordelijk voor de uitvoering van de urgentieregeling. Voorstel is dat Leeuwarden dit doet en hiertoe gemandateerd wordt door andere gemeenten. Andere gemeenten dragen naar rato van hun inwonertal bij aan de kosten die de gemeente hiervoor maakt. Toelichting: De regels van de woonruimteverdeling dienen eenvoudig te zijn, zodat iedereen ze kan begrijpen en woningzoekenden een goede inschatting kunnen maken van hun kansen op een woning. Daarbij moet duidelijk zijn bij wie woningzoekenden terecht kunnen voor urgentie. Dit kan door 1 loket. Dit voorkomt tevens dat alle gemeenten nieuwe werkzaamheden krijgen, zoals urgentieverstrekking en afhandeling van eventuele bezwaren rond het wel of niet toekennen van een urgentiebeschikking. Voor een efficiënte en eenduidige uitvoering is het wenselijk dat één gemeente hierin een coördinerende rol speelt.
Voorstel is mandatering aan gemeente Leeuwarden die de uitvoering met het transferpunt inregelt. Dit leidt voor die gemeente tot extra kosten. Omdat het een wettelijke taak is, is het logisch dat de gemeenten deze kosten samen dragen. Rond de introductie van de verordening en werkwijze is hiervoor budget beschikbaar vanuit de provincie. Voor de operatie zullen gemeenten hun bijdrage moeten leveren. De omvang van deze bijdrage is nog niet te bepalen.
7
3 Voorstel werkwijze per aandachtsgroep Uitgaande van de genoemde uitgangspunten geven we de uitwerkingsrichting van de verordening voor de verschillende categorieën urgent woningzoekenden weer.
3.1 Omvang van de urgente aandachtsgroepen Er is geen eenduidige registratie op nationaal of lokaal niveau van de urgente aandachtsgroepen. Om toch een beeld te krijgen van het aantal af te geven urgentiebeschikkingen in Fryslân, hebben we bronnen samengevoegd. Dat levert een indicatief beeld. Door monitoring moet blijken in welke mate dit werkelijkheid wordt. Deze inschatting is gebaseerd op regionale rapportages van indicatiestelling en zorggebruik, en op landelijke kengetallen. TabeL 3.1: indicatie van het potentiële aantal urgentiebeschikkingen per categorie voor heel Fryslân. Indicatie jaarlijks potentiële urgentiebeschikkingen Mantelzorgers In Fryslân zorgen rond 33.000 mantelzorgers langdurig voor iemand 50 (bron: CBS). Ervaring in andere regio's: gemiddeld vraagt 0,15% urgentie aan. Medisch Urgenten Op basis van jaarlijks gemiddelde medische urgenties bij de Friese 60 corporaties in de periode 2020-2022. Dakloze personen Schatting obv aantal geregistreerd dak- en thuislozen en aantal Max.450 MO bankslapers (70% uitstroom naar zelfstandig wonen). Niet iedereen is urgent, conform de wettelijke norm. Vrouwenopvang Schatting op basis van plekken in Leeuwarden en interview. 25 BW Aantal bemiddelingen vanuit Transferpunt in 2022 60 Jeugdzorg Vertrekpunt: indicaties Jeugdzorg met verblijf. Jaarlijks gaat circa 1/11 210 deel naar gewoon wonen.
Detentie en Circa 50% gemiddelde jaarlijkse uitstroom uit detentie gaat naar nieuwe 240 Forensische zorg woonsituatie. Sekswerkers Aantal mensen dat nu in uitstapprogramma zit. 30 herstructureringsIn de periode 2020-2022 waren dit er gemiddeld 140 per jaar in Fryslân. 140 urgenten Statushouders Gemiddelde jaarlijkse taakstelling in periode 2016-2023, inclusief 575-850 nareizigers. Uitgaande van 2 tot 3 personen per huishouden. Totaal 1.840-2.115
3.2 Uitgangspunten werkwijze urgentieverlening en -bemiddeling 1. Welke definitie volgen we? Voor de definitie van urgent woningzoekenden volgen we de landelijk vast te stellen definitie. Het ministerie werkt deze definities nog uit in een Ministeriële Regeling. De definities zijn nu nog niet bekend. Voor herstructureringsurgenten geldt dit niet. Als definitie voor deze groep hanteren we: een woningzoekende die vanwege sloop of ingrijpende renovatie de woonruimte moet verlaten.
2. Wie vraagt aan? Het uitgangspunt is dat de woningzoekende zelf urgentie aanvraagt. Daarbij kan deze natuurlijk altijd hulp en ondersteuning vragen aan hulpverleners. Indien nodig verzorgt de wettelijke vertegenwoordiger voor
8
de aanvraag. Voor drie groepen ligt het voor de hand dat de hulpverlenende instantie de aanvraag doet: statushouders (via COA), (dreigend) dak- en thuislozen en woningzoekenden die uitstromen uit een instelling (via transferpunt).
3. Wie levert de benodigde gegevens? Ook hier geldt dat de woningzoekende in eerste instantie zelf verantwoordelijk is. Hulpverleners kunnen hierbij een (grote) ondersteunende rol spelen. Vanuit de landelijke definitie moeten eenduidige criteria volgen, waaruit blijkt of iemand in aanmerking komt voor urgentie. Dit is essentieel voor de beoordeling en voor de verantwoording richting woningzoekenden (vooraf voor kansinschatting, achteraf voor eventueel bezwaar).
4. Wie beoordeelt? We verkennen of de werkwijze van het transferpunt uit te breiden is en of binnen het transferpunt aanvragen voor urgenties beoordeeld kunnen worden, voor zover een beoordeling nodig is. Immers voor statushouders is geen beoordeling nodig en bij herstructureringsurgenten ligt de beoordeling bij de individuele corporaties. Beoordeling door een centraal punt draagt bij aan een eenduidige beoordeling en uitvoering. Voor sommige groepen vraagt dit binnen het transferpunt aanvullende expertise (zoals bij medische urgenties). De belangrijkste taken van het centrale punt zijn het beoordelen van urgentieverzoeken en verwerking hiervan in het (digitale) woonruimteverdeelsysteem, en vervolgens doorgeleiding naar het gemeentelijke sociaal team en de corporatie ter bemiddeling. De centrale punt krijgt mandaat om namens het college urgentiebeschikkingen te verlenen. Naast eenheid van beleid en uitvoering voorkomt deze centrale inzet dat woningzoekenden “shoppen” en is geborgd dat binnen voldoende deskundigheid opgebouwd en aanwezig is (minder incidentele beoordeling). Tegen een urgentiebesluit is beroep en bezwaar mogelijk bij de gemandateerde gemeente.
5. Waar is de urgentie geldig? Urgenten krijgen bij de urgentie-beschikking als advies een bestemmingsgemeente mee. Dit biedt de basis voor verdere bemiddeling. • De huisvesting van statushouders is een gemeentelijke opgave. Zij hebben daarmee automatisch een plaatsgebonden urgentie. Dìt gebeurt in afstemming tussen COA, gemeente en corporaties. • Voor uitstromers uit zorginstellingen of detentie is sprake van begeleiding door hulpverlenende instanties. In dat geval is het wenselijk dat urgent woningzoekenden uit deze groepen een woning krijgen in de buurt waar de begeleiding geleverd kan worden. Bemiddeling is hierbij het uitgangspunt op basis van het criterium instroom=uitstroom, en het inzicht van de corporatie in draagkracht / draaglast van een buurt.
•
Voor mantelzorgers of -ontvangers is de urgentie geldig voor de buurt (nader te bepalen afstandscriterium) waar respectievelijk de mantelzorgontvanger of – verlener woont. Formeel is de urgentie in de gehele provincie Fryslân geldig (met uitzondering van de eilanden), zodat alternatieven beschikbaar blijven als in de betreffende gemeente geen passende plek is. Deze variatie in gebieden waar urgentie geldt kan leiden tot een niet geheel evenredige spreiding over de gemeenten. Om dat te kunnen monitoren is het noodzakelijk via een managementinformatiesysteem vast te leggen hoeveel urgent woningzoekenden, uit welke categorie waar gehuisvest worden.
6. Hoe komt de urgente aan een woning? Bij de urgentieverstrekking zijn er twee opties voor een urgent woningzoekenden om een woning te verkrijgen: zelf zoeken of bemiddeling. Met het oog op draagkracht en draagvlak is voor de meeste
9
urgenten het uitgangspunt bemiddeling, ter voorkoming van een te grote concentratie van urgent woningzoekenden in een bepaald gebied en ter bevordering van adequate begeleiding. Herstructureringsurgenten, mantelzorg-urgenten, medische urgenten en stoppende sekswerkers kunnen zelf zoeken. Bij bemiddeling is het noodzakelijk dat corporaties dit met elkaar afstemmen. Dit kan plaatsvinden door binnen het transferpunt samen te werken.
7. Wat is de volgorde van urgenties? De volgorde waarin urgenten aan een woning komen is voor de urgenten die de corporatie bemiddelt en de urgenten die zelf zoeken als volgt: • Herstructureringsurgenten • Overige urgenten • Voorrangscategorieën corporaties • Overige woningzoekenden
8. Wie registreert wanneer de urgentie? Registratie is noodzakelijk om de fair-share te kunnen beoordelen en voor monitoring van leefbaarheidseffecten in verschillende deelgebieden. Bovendien is dit een voorgestelde wettelijke verplichting. Wie registreert, hangt af van het soort urgentie. • Voor alle woningzoekenden die een urgentie toegekend krijgen, registreert het transferpunt de urgentiestatus in het automatiseringssysteem. • Bij herstructureringsurgentie is het logisch dat de corporatie waarbij deze urgente een woning huurt de urgentie bepaalt. • Bij bemiddeling is registratie van urgentiestatus in de zoeksystemen minder noodzakelijk. Wel registreert de corporatie de verhuring aan de urgent woningzoekende.
9. Hoe wordt de woning verantwoord? In het kader van transparantie is verantwoording van toewijzing gewenst. Daarbij is het in het kader van privacy verantwoording op hoofdlijnen noodzakelijk: via het label “maatwerk”. Dus zonder nadere specificatie van de verschillende typen urgentie. Corporaties pakken dit nu verschillend op. Rond de uitwerking maken we hierover nadere afspraken. In het kader van de jaarlijkse monitoring en evaluatie worden wel alle categorieën afzonderlijk geregistreerd en gerapporteerd. Op basis van informatie van het transferpunt en corporaties verantwoordt de gemeente Leeuwarden als gemandateerde gemeente dit richting provincie, andere gemeenten, woningcorporaties en huurdersorganisaties.
10
4 Plan van aanpak uitwerking 2024 In 2024 zullen verschillende stappen gezet moeten worden in de uitwerking van de urgentieverordening en de implementatie hiervan. We werken hiertoe met een besluitvormingsstructuur en een aantal werkgroepen voor de concrete uitvoering. Dit moet leiden tot vaststelling van de urgentieverordening door de gemeenteraden eind 2024, een en ander ook afhankelijk van besluitvorming rond de Wvrv.
4.1 Betrekken van stakeholders Gemeenteraad De gemeenteraden stellen de urgentieverordening vast. Om raden tijdig te betrekken, houden we op een tweetal momenten een presentatie met de voortgang, waarbij tevens een nieuwsbrief wordt nagestuurd: in juni om raadsleden bij te praten over de voortgang en aandachtspunten bij de uitwerking op te halen, in september om een toelichting te geven op het concept-voorstel van de urgentieverordening.
Portefeuillehouders wonen en zorg Wij sluiten periodiek aan bij de portefeuillehoudersoverleggen sociaal domein en volkshuisvesting. We gaan uit van minimaal drie momenten in 2024. We sluiten aan bij de vaste overlegmomenten.
Bestuurders woningcorporaties Wij sluiten aan bij de bestuurlijke overleggen van de Vereniging Friese Woningcorporaties. Daarbij stellen we voor ook WoonFriesland en SWA uit te nodigen voor het betreffende programmaonderdeel. We gaan uit van drie momenten in 2024.
Overige stakeholders Wij houden twee maal een presentatie voor overige stakeholders, zoals zorginstellingen, welzijnsinstellingen, huurdersorganisaties, adviesraden sociaal domein, etc. Deze momenten liggen rond het moment van bijpraten van de gemeenteraden.
Medewerkers gemeenten, woningcorporaties en huurdersorganisaties Wij houden twee maal een presentatie voor medewerkers van gemeenten, woningcorporaties en huurdersorganisaties. Deze momenten liggen rond het moment van bijpraten van de gemeenteraden.
4.2 Werkorganisatie uitwerking urgentieverordening De aansturing van het proces organiseren we via een stuurgroep van gemeenten, corporaties en huurdersorganisaties, en een projectgroep met dezelfde partijen aangevuld met provincie en Sociaal Domein Fryslân. Daarnaast zijn er werkgroepen die de concrete uitvoering van de verordening vorm geven.
Stuurgroep De stuurgroep bestaat uit een wethouder met de portefeuille sociaal domein, met de portefeuille wonen, twee corporatiebestuurders en een vertegenwoordiger van de huurdersorganisaties. De stuurgroep voor de urgentieverordening heeft de volgende rol: •
Bewaken voortgang / proces / afstemming, toetsen van het resultaat / kwaliteit.
11
•
Voorbereiden en op basis van overeenstemming vrijgeven van voorstellen voor nadere besluitvorming in de achterban • Rond hittepunten gezamenlijk advies formuleren. Indien ultimo er geen overeenstemming mogelijk is standpunten en argumentatie helder meegeven in de voorstellen. De stuurgroep komt minimaal vier maal samen in 2024, in elk geval steeds minimaal een week na portefeuillehouders- en bestuursoverleggen (VFW).
Projectgroep De projectgroep bestaat uit ambtelijk vertegenwoordigers van gemeenten (per subregio een vertegenwoordiger uit het sociaal domein en een vertegenwoordiger wonen), Sociaal Domein Fryslân, woningcorporaties, huurdersorganisaties en de provincie. De projectgroep heeft de volgende rol: • Coördinatie en afstemming van de werkzaamheden van de werkgroepen; • Inbreng signalen vanuit de respectievelijke achterban en het op de hoogte houden van de achterban over de voortgang; • Voorbereiding van keuzes voor de stuurgroep en besluitvorming. De projectgroep komt circa maandelijks bij elkaar.
Werkgroepen De concrete uitwerking van onderdelen van de urgentieverordening en de implementatie hiervan geven we vorm via thematische werkgroepen. Daarvoor voorzien we de inzet van de volgende werkgroepen: • Uitwerking urgentieverordening • Communicatie • Financiën • Proces urgentieverlening: met de Sociaal Domein Fryslân wordt afgestemd hoe deze werkgroep kan aanhaken bij de werkgroep die bezig is met de doorontwikkeling van het convenant Weer thuis, zodat er één, afgestemde aanpak voor bemiddeling en begeleiding (inclusief zachte landing) van urgent woningzoekenden komt. • Automatisering • Verslaglegging, verantwoording en monitoring.
Botsproeven Het betreft een nieuwe werkwijze en nieuwe samenwerking tussen partijen. Niet alles is op voorhand exact te ramen. Daarom is het belangrijk om alvorens de verordening te implementeren te testen of de voorgestelde werkwijze werkt. Dit gebeurt op verschillende momenten in het proces, zodat voorstellen tijdig bijgestuurd kunnen worden.
12
Bijlage 1 werkwijze per urgentiecategorie Geschat aantal / jaar Huidige werkwijze
Nieuwe werkwijze • Wie vraagt aan?
• Wie levert benodigde gegevens? • Wie beoordeelt? • Waar is de urgentie geldig? • Hoe komt de urgente aan een woning? Wie registreert
Herstructureringsurgenten 140 (sterk wisselend) Corporaties geven urgentie en bemiddelen zelf.
Statushouders
Na vaststelling van het sociaal plan worden de betreffende huurders urgent. De woningcorporatie
De gemeente.
De woningcorporatie. Zij stellen het sociaal plan vast. In de gehele regio. Waarbij er voorrang is binnen Het werkgebied van de corporatie Door te reageren op de website. Of in overleg met de huurder via bemiddeling door de corporatie De woningcorporatie die het sociaal plan heeft opgesteld.
Mantelzorg 50 Nvt
Medisch urgenten 60 Corporaties geven zelf medische urgenties af of het gaat via gemeente / Wmo.
De gemeente en COA.
De woningzoekende. Dit kan zowel de mantelzorgontvanger als verlener doen. De woningzoekende.
De woningzoekende al dan niet met ondersteuning van een hulpverlener. De woningzoekende.
COA
Transferpunt.
Transferpunt.
In de gemeente van de taakstelling.
Locatie binnen gemeente van de zorgontvanger of -verlener.
In de gehele regio.
Door bemiddeling, naar rato bezit van de corporaties
Door te reageren op de website.
De woningcorporatie waar de aanvraag plaatsvindt.
Transferpunt
Door te reageren op de website, of bij noodzaak aangepaste woning door bemiddeling Transferpunt
575-850 Via prestatieafspraken op basis van besluit college dat statushouders urgente doelgroep zijn.
13
Geschat / jaar Huidige werkwijze
Nieuwe werkwijze • Wie vraagt aan? • Wie levert de benodigde gegevens? • Wie beoordeelt? • Waar is de urgentie geldig? Hoe komt de urgente aan een woning? Wie registreert
Daklozen mensen met een opvang Uitstromers uit instellingen voorziening 450 295 De zorgaanbieder verzoekt bij het Transferpunt tot bemiddeling. Als bemiddeling plaatsvindt, wordt bij de uitstroomgemeente gecheckt welke woningcorporatie aan de beurt is voor het beschikbaar stellen van een woning. Vervolgens stemmen zorgorganisatie en woningcorporatie af. Bij uitstroom komt de huurovereenkomst op naam van de uitstromer. In sommige gevallen wordt tijdelijk een 3 partijen-huurovereenkomst afgesloten tussen corporatie, zorgaanbieder en uitstromer voor maximaal 2 jaar. Bij voortijdige beëindiging van het ondersteuningstraject wordt overlegd over de gevolgen.
Detentie > 3 maanden 240
Stoppende sekswerkers DUUP regeling 30
De hulpverlenende instantie.
De hulpverlenende instantie
De hulpverlenende instantie.
De hulpverlenende instantie
Transferpunt
Transferpunt
Woningzoekende al dan niet met ondersteuning van hulpverlener. Zelf met ondersteunende verklaring hulpverlener / reclassering. Transferpunt
Woningzoekende al dan niet met ondersteuning van hulpverlener. Zelf met ondersteunende verklaring van hulpverlener Transferpunt
Zoekgebied vast te stellen door transferpunt op basis van instroom = uitstroom Door bemiddeling
Zoekgebied vast te stellen door transferpunt op basis van instroom = uitstroom Door bemiddeling
Zoekgebied vast te stellen door transferpunt op basis van instroom = uitstroom Door bemiddeling
In de gehele regio.
Transferpunt
Transferpunt
Transferpunt
Transferpunt
Door te reageren op de website.
14
Bijlage 2 Theoretische verdeling urgenten Jaarlijks komt in Fryslân ruim 8% van de sociale huurwoningen van corporaties vrij voor verhuur. Jaarlijks komen circa 5.600 sociale huurwoningen vrij voor verhuur. Gelet op de potentiële urgente groepen, zou dan een derde deel van de vrijkomende sociale huurwoningen van corporaties naar urgente groepen gaan. Daarnaast zijn er ook sociale huurwoningen van andere verhuurders. Dan gaat het in totaal om nog eens 30.000 woningen (naar schatting 50% betaalbaar met een mutatiegraad van circa 10%). Dat is een potentieel van jaarlijks nog eens 1.500 beschikbare sociale huurwoningen. De urgentiecategorieën vertalen zich op basis van een evenredige opgave naar de individuele gemeenten. Dit is een theoretische benadering op basis van een verdeling op inwonertal en daarbij naar rato van het sociale huurbezit van corporaties.
Dat biedt zicht op de spanning die zich aandient: Tabel A: Theoretische evenredige verdeling jaarlijks aantal urgent woningzoekenden per gemeente Aandeel Friese bevolking Theoretisch deel urgenten Achtkarspelen 4% 80 Ameland 1% 10 Dantumadiel 3% 50 De Fryske Marren 8% 150 Harlingen 2% 50 Heerenveen 8% 140 Leeuwarden 19% 350 Noardeast-Fryslân 7% 130 Ooststellingwerf 4% 70 Opsterland 5% 80 Schiermonnikoog 0% 0+ Smallingerland 9% 160 Súdwest-Fryslân 14% 250 Terschelling 1% 10 Tytsjerksteradiel 5% 90 Vlieland 0% 0+ Waadhoeke 7% 130 Weststellingwerf 4% 70 Fryslân totaal 100% 1.840 * Ameland telt geen sociale huurwoningen van woningcorporaties, maar kent een gemeentelijk woningbedrijf. Op basis van gemiddelde omvang sociale huursector in Fryslân is de situatie voor Ameland geschat Bron: IBW Ministerie VRO, Fries Planbureau, bewerking Companen
080.121 | Uitgangspuntennotitie
15
Bijlage 3: Achtergronden plan van aanpak Taakomschrijving werkgroepen 1.
Uitwerking urgentieverordening: Opdracht: uitwerken van de concrete tekst van de urgentieverordening en (artikelsgewijze) toelichting rond de gemaakte keuzes. IJkpunten: In Q1 werkt de werkgroep een eerste opzet van de verordening uit. In Q2 heeft zij een concept-verordening gereed om voor te leggen aan de stuurgroep, en na aanpassing in Q3 richting gemeenteraden voor een eerste ronde reacties en zienswijzen. In Q4 een versie gereed voor besluitvorming. Werkzaamheden: • Uitwerken tekstvoorstellen • Toelichting en verantwoording • Voorbereiding besluitvorming • Inspraakreactie • Inrichten bezwaarprocedure Deelnemers: gemeenten en corporaties
2.
Communicatie Opdracht: uitwerken communicatiestrategie en -middelen voor communicatie richting huurders en andere inwoners, en voor communicatie naar betrokken medewerkers van corporaties, zorginstellingen, maatschappelijke organisaties en het Transferpunt. IJkpunten: In Q1 heeft de werkgroep een communicatiestrategie rond de uitwerking van de verordening in 2024 en de implementatie hiervan in 2025. In Q2 heeft zij een middelen met informatie voor huurders en intern betrokken medewerkers. Werkzaamheden: • Richting professionele partijen • Richting woningzoekenden o Implementatiefase o Na implementatie • Boodschap • Middelen Deelnemers: huurdersorganisaties, corporaties (medewerkers communicatie), gemeenten (medewerkers communicatie).
3.
Financiën Opdracht: inventariseren incidentele en structurele kosten voor werkzaamheden als gevolg van de urgentieverordening bij het Transferpunt, de coördinerende gemeente en bij corporaties. Komen tot een onderbouwd verdeelvoorstel van te maken kosten, inclusief een methodiek voor onderlinge compensatie. IJkpunten: In Q1 heeft de werkgroep de globale inventarisatie van structurele en incidentele kosten. In Q2 en Q3 heeft de werkgroep een voorstel voor scenario’s van compensatie. In Q4 heeft zij een gedragen voorstel voor kostenverdeling en onderlinge compensatie (bij over- of onderpresteren), ter besluitvorming door stuurgroep. Werkzaamheden:
080.121 | Uitgangspuntennotitie
16
•
Aan welke kosten moeten we denken? o Het opstellen van een verordening o Het oprichten van een urgentiecommissie o De uitvoeringskosten van een urgentiecommissie o Automatiseringskosten • Hoe worden de kosten tussen de gemeenten/corporaties verdeeld? De Wet versterking regie volkshuisvesting gaat uit van de gedachte van een faire share, waarbij alle gemeenten een eerlijke bijdragen leveren in het huisvesten van aandachtsgroepen. Hoe verdelen gemeenten kosten als men elkaars urgenten huisvest? Deelnemers: gemeenten en corporaties. 4.
Proces urgentieverlening Opdracht: Per urgente aandachtsgroep het werkproces uitwerken van urgentieaanvraag tot huisvesting. Hoe lopen de aanmeldingen, het traject binnen het Transferpunt, en de bemiddeling door de corporatie? Welke informatie is hiervoor nodig. De werkgroep die hiermee bezig is, werkt nauw samen met de werkgroep die vanuit Weer thuis vormgeeft aan de doorontwikkeling van het convenant en het Transferpunt. IJkpunten: In Q1 heeft de werkgroep per aandachtsgroep een globaal werkproces uitgewerkt, met in Q2 een uitwerking voor wel / niet inpassen in het Transferpunt. In Q3 zijn de processen verder gedetailleerd. Werkzaamheden: • Hoe ziet de aansluiting bij het Transferpunt er uit? • Wie beoordelen (commissie? expertises)? Hoe wordt een en ander vastgelegd (secretariaatsfunctie)? • Welke richtlijnen hanteert het centrale punt voor de verschillende doelgroepen (specificering urgentieverordening)? • Welke documenten zijn vereist om een urgentie goed te kunnen beoordelen? Hoe ziet het proces van aanvraag tot besluit eruit? • Welke informatie wordt overgedragen aan de corporatie ten behoeve van de bemiddeling? Hoe ziet het proces van bemiddeling er uit? Wie neemt hierin het voortouw en zorgt voor verantwoording? Deelnemers: SDF, corporaties, gemeenten (vanuit de uitvoeringspraktijk).
5.
Automatisering Opdracht: komen tot een beschrijving van eisen ten aanzien van registratie en automatisering. Nagaan in welke mate dit aansluit bij bestaande systemen of nieuwe systemen nodig zijn. IJkpunten: In Q2 heeft de werkgroep een programma van eisen voor registratie en automatisering. In Q3 heeft de werkgroep een voorstel voor implementatie van automatisering. Werkzaamheden: • Hoe leggen we de urgenties vast in een computersysteem? • Hoe communiceert dit systeem met de woonruimteverdeelsystemen van de corporaties? • Welk systeem kiezen we voor verslaglegging en monitoring? Deelnemers: SDF, gemeenten en corporaties (vanuit ICT).
6.
Verslaglegging verantwoording en monitoring Opdracht: Komen tot model-verantwoordings- en monitoringsrapportages.
080.121 | Uitgangspuntennotitie
17
IJkpunten: In Q4 heeft de werkgroep een model verantwoordingsverslag en zijn er afspraken over de wijze van vastlegging van urgenties Werkzaamheden: • Wat willen we vastleggen en monitoren? • Wie is hiervoor verantwoordelijk? Deelnemers: provincie, gemeenten, corporaties.
Ondersteuning Vanuit Enserve en Companen is ondersteuning beschikbaar. Die bestaat uit de volgende onderdelen: • Voorbereiden en begeleiden projectgroep en stuurgroep. • Voorbereiden en begeleiden diverse informatiebijeenkomsten. • Voorzitten en secretariaat (voortgangsverslagen) van zes werkgroepen, inclusief inhoudelijke ondersteuning / advies. • Voorbereiding besluitvorming. • Met de werkgroep communicatie samen vorm en inhoud bepalen voor nieuwsbrieven en voortgangsberichten. Op verzoek kunnen Companen en Enserve inzet plegen voor individuele gemeenten en corporaties voor nadere toelichting op (tussen)resultaten en richting bijvoorbeeld gemeenteraden.
080.121 | Uitgangspuntennotitie
18
Planningsoverzicht 2024 Gemeenteraad
Januari februari Informatie / zienswijzen over uitgangspunten
maart
Portefeuillehouders
April
mei
Juni Informatie tussentijdse voortgang
Juli
augustus
september Concept verordening, gelegenheid zienswijzen Informatie tussentijdse voortgang Informatie tussentijdse voortgang
Informatie tussentijdse voortgang Informatie tussentijdse voortgang
Bestuurders corporaties Stakeholders
Informatie tussentijdse voortgang Informatie tussentijdse voortgang
Medewerkers
29/2 eerste opzet van de verordening
13/5 concept-verordening gereed
communicatiestrategie
Wg 3: Financiën
globale inventarisatie van structurele en incidentele kosten per aandachtsgroep een globaal werkproces
middelen met informatie voor huurders en intern betrokken medewerkers scenario’s van compensatie
ronde reacties en zienswijzen
Scenario’s voor organisatie met Transferpunt
processen verder gedetailleerd
programma van eisen voor registratie en automatisering
Implementatievoorstel
Wg 6: verantwoording en monitoring Botsproef
080.121 | Uitgangspuntennotitie
november December Aanbieden Besluitvorming definitieve verordening voor besluitvorming Informatie tussentijdse voortgang Informatie tussentijdse voortgang Informatie tussentijdse voortgang
Informatie tussentijdse voortgang
Stuurgroep Wg 1: uitwerking urgentieverordening Wg 2: communicatie
Wg 4: proces urgentieverlening Wg 5: automatisering
oktober
3/10 gereed voor besluitvorming
voorstel voor kostenverdeling en compensatie
Model verantwoordingsverslag
19