CConstaterende datDantumadiel
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2 ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

Raadsvergadering (Dantumadiel) 1 oktober 2024, gemeente DantumadielBij agendapunt: VVGB bedrijfsgebouw Kolkensloane (ten Noorden nr. 12)8.837 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing

Kolkensloane Driezum

Datum: 20-10- 2023 Gewijzigd: 15-7-2024 Auteur: Dantuma Advies

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

2

Inhoudsopgave 1 Inleiding .............................................................................................................................. 5 1.1 Algemeen..................................................................................................................... 5 1.2 Ligging ......................................................................................................................... 5 1.3 Planologische regeling ................................................................................................. 6 2 Planbeschrijving ................................................................................................................. 7 2.1 Huidige situatie plangebied .......................................................................................... 7 2.2 Toekomstige situatie plangebied ..................................................................................

7 3 Beleid ................................................................................................................................13 3.1 Rijksbeleid ..................................................................................................................13 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................17 3.3 Gemeentelijk beleid ....................................................................................................19 4 Milieu- en omgevingsaspecten ..........................................................................................20 4.1 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................20 4.2 Geluid .........................................................................................................................21 4.3 Archeologie .................................................................................................................21 4.4 Cultuurhistorie .............................................................................................................23 4.5 Ecologie ......................................................................................................................23 4.6 Bodem

........................................................................................................................24 4.7 Luchtkwaliteit ..............................................................................................................25 4.8 Externe veiligheid........................................................................................................26 4.9 Parkeren en verkeer ...................................................................................................26 4.10 Waterhuishouding .....................................................................................................27 5 Uitvoerbaarheid .................................................................................................................31 5.1 Economische uitvoerbaarheid .....................................................................................31 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ...............................................................................31

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

3

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

4

1 Inleiding 1.1 Algemeen Inhoud geven aan duurzaamheid. Dat doet Damstra al heel lang. Ook toen het woord duurzaamheid nog niet op ieders lippen lag, was het al een item dat alle aandacht had van de installateurs uit Driezum. Zo is het bedrijf voorloper op het gebied van warmtepompen. Verder maakte Damstra al in het laatste decennium van de twintigste eeuw zijn eigen warmtepomp: een energiezuinig apparaat dat warmte aan de omgeving onttrekt en omzet in bruikbare warmte voor verwarming en warm tapwater. Zonnepanelen, zoneboilers en laadpalen completeren de duurzame oplossingen die het bedrijf aanbiedt. Ook in eigen huis speelt duurzaamheid een belangrijke rol. Zo is het bedrijfspand in Driezum volledig gasloos. De benodigde warmte wordt opgewekt door een mix van warmtepompen en biomassakachels, aangedreven door de elektriciteit van zonnepanelen. Met het gasloze bedrijf is Damstra weer een stap verder in het energieneutraal opereren. De volgende doelstelling is voor het jaar 2028 ook zelfvoorzienend te zijn met elektriciteit. Dat betekent ‘off grid’: geen elektriciteit meer van buiten het bedrijf gebruiken. Daarnaast gelooft Koninklijke Damstra dat waterstof een belangrijke rol zal gaan spelen als energiedrager in de energiemix van de toekomst. Met behulp van waterstof zal overtollige (groene) energie kunnen worden gebruikt en opgeslagen.

Met bovenstaande denkt Damstra een concrete stap kan maken in een betaalbare energietransitie. In 2050 moeten bijna 7 miljoen woningen en 1 miljoen andere gebouwen aardgasvrij zijn. Tot en met 2030 is in het Klimaatakkoord de afspraak om 1,5 miljoen woningen en andere gebouwen te verduurzamen. Aan installatiebedrijven worden nieuwe eisen gesteld. Ze krijgen een andere rol in de bouwkolom en moeten laten zien welke systemen een goede keuze zijn om veilig, comfortabel en energiezuinig te leven. Bovenstaande heeft geleid tot het verzoek van Koninklijke Damstra om een bedrijfspand te mogen oprichten aan de Kolkensloane. Hier kunnen de nieuwste innovaties kunnen worden gedeeld met de klanten: de utiliteiten woningbouw, zorg en welzijn, het onderwijs, de horeca, industrie en de particuliere sector. Daarnaast krijgt het een kantoorfunctie en dient een deel van het pand voor opslag van zonnepanelen, zonneboilers, warmtepompen, ledverlichting etc. De verwachting is dan ook reëel dat de tak Duurzaamheid de komende decennia fors zal groeien en dat de installatietak zal stabiliseren. De hoofdvestiging van Koninklijke Damstra bevindt zich in Driezum aan de Kolkensloane 4. Naast de kantoren zijn hier de installatietak en opslag van materialen en materieel ondergebracht. De opslag van duurzame materialen worden in verband met een gebrek aan ruimte op verschillende locaties opgeslagen.

Dit is in de vestiging Groningen en Leeuwarden maar ook bij particulieren/bedrijven in het dorp Driezum. De duurzaamheiddivisie genereert werk aan 17 medewerkers (binnendienst) die momenteel in 15 containers op het achtererf van het bedrijf hun werk verrichten. Dit is een onhoudbare situatie waar op korte termijn in voorzien moet worden. Ook zijn er nog 30 medewerkers actief in de buitendienst.

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

5

Omdat het planvoornemen niet past binnen de vigerende bestemming ‘Agrarisch Woudenlandschap’, is er gekozen om op grond van artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3o van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) af te wijken van het vigerende bestemmingsplan. Op grond van artikel 2.12 lid 2 Wabo gaan deze zogenaamde buitenplanse afwijkingen gepaard met een ruimtelijke onderbouwing. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt het beoogde plan omschreven en vindt een toetsing plaats aan het relevante ruimtelijke beleid en aan de wet- en regelgeving op het gebied van de milieu- en omgevingsaspecten.

1.2 Ligging Het nieuwe bedrijfspand wordt gerealiseerd op de percelen kadastraal bekend gemeente Akkerwoude, sectie N, nummer 239 en 248 en wordt aan de oostzijde begrenst door weilanden. Ten westen en ten noorden van het toekomstige bedrijfspand bevinden zich respectievelijk de woningen Kolkensloane 3 en 16. Tussen de projectlocatie en de woning Kolkensloane bevindt zich nog een buffer in de vorm van grasland. Aan de zuidkant worden de onderhavige percelen begrenst door een garagebedrijf (Kolkensloane 14).

Figuur 1. Luchtfoto plangebied (bron: Google Earth).

1.3 Planologische regeling Het projectgebied is gelegen in het bestemmingsplan Buitengebied Dantumadiel dat op 2 juli 2013 door de gemeenteraad is vastgesteld. Dit perceel heeft de enkelbestemming Agrarisch – Woudenlandschap’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde 2’. Ook ligt op dit gebied de aanduiding ‘vrijwaringszone – radar’. De voor ' Agrarisch - Woudenlandschap ' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch gebruik, met uitzondering van boom-/sierteelt, fruitteelt, houtteelt en bollenteelt. Maar deze gronden zijn o.a. ook bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden en landschappelijke inpassing van bebouwing en/of erfbeplanting.

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

6

Gebouwen zijn hier niet toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen niet meer dan 3 meter bedragen. Op grond van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde 2’ moet er bij het bouwen van bouwwerken groter dan 500 m2 een archeologisch onderzoeksrapport worden overlegd. Hieruit moet blijken dat de archeologische waarden voldoende zijn vastgesteld. Ook kunnen burgemeester en wethouders op basis van dit onderzoek voorwaarden aan de omgevingsvergunning verbinden. Op grond van de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – radar’ mag de bouwhoogte van bouwwerken niet meer dan 75 meter bedragen.

Figuur 2. Uitsnede plankaart bestemmingsplan ‘Bûtengebiet Dantumadiel’.

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

7

2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie plangebied Het projectgebied bestaat uit een perceel met een lage graslandvegetatie waar schapen op gehouden worden. De omgeving van het perceel bestaat uit agrarisch land, watergangen en houtsingels. Het projectgebied zelf wordt omringd door watergangen en boomsingels. Zowel in de noordwester- en zuidwesterhoek is een toegangsdam met een hek aanwezig. De zuidelijke boomsingel staat op het perceel van de zuidelijke buren. Deze boomsingel wordt gescheiden door middel van een sloot en bestaat onder andere uit conifeer, zwarte els, gewone vlier en meidoorn. De oostelijke boomsingel staat binnen het plangebied en grenst aan de Driesumervaart. Deze boomsingel bestaat onder andere uit zomereik, zwarte els, gewone vlier, gewone braam, eenstijlige meidoorn en gewone lijsterbes. De noordelijke grens van het perceel bevat één zwarte els en wordt door middel van een sloot gescheiden van het noordelijk gelegen woonhuis. De westelijke boomsingel is een stuk breder dan de andere singels en bestaat onder andere uit zomereik, zwarte els, es, gewone braam, eenstijlige meidoorn, gewone lijsterbes, gewone vlier, es en hulst. De watergangen om het plangebied zijn onderdeel of zijsloten van de Driesumervaart. Deze ligt in verbinding met het noordelijk gelegen Driezumer Mar en de Strobosser Trekfeart.

De watergangen bevatten een oevervegetatie met onder andere riet, grote lisdodde, wolfspoot, grote brandnetel en gewone engelwortel. Onder de toegangsdammen liggen duikers die de westelijke watergang verbindt met de andere watergangen. De westelijke watergang ligt grotendeels droog en ligt verschuilen onder de boomsingel.

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

8

Figuur 3. De huidige situatie.

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

9

2.2 Toekomstige situatie plangebied Het voornemen is op de projectlocatie een bedrijfspand van 1656 m2 te bouwen. Het bedrijfspand heeft een eenduidige gevelopbouw van sandwichpanelen afgewisseld met verticale accenten van geïsoleerde kunststof kozijnen en geprofileerde staalplaat. Het bedrijfspand bestaat uit een stalen hoofdconstructie deze zorgt ervoor dat de binnenwanden als lichte scheidingswanden uitgevoerd konden worden. Hierdoor is de indeling flexibel en is het pand relatief eenvoudig aan te passen. Het kantoorgedeelte is opgebouwd uit twee bouwlagen, de kantoren zijn gesitueerd aan de gevel met verdiepingshoge ramen. Er is voor gekozen om veel glas te gebruiken om de ruimtelijke kwaliteit van de landelijke omgeving te betrekken bij de beleving van het kantoor. Hierdoor kunnen de gebruikers optimaal van het daglicht profiteren. Het pand is vrijwel energieneutraal door slim gebruik te maken van duurzame installaties en materialen, zoals zonnepanelen, warmtepompen en de toepassing van warmtewerend glas. Het achterste deel (oostelijk) dient als opslagruimte. Om enige ordening in de bebouwing te krijgen zal het nieuwe bedrijfspand 5 meter achter de voorgevelrooilijn als de woning aan de Kolkensloane 16 worden gebouwd. Daarom zal de voorgevelrooilijn op een afstand van ongeveer 45 meter van de weg worden geprojecteerd.

De breedte van het bouwperceel varieert van ongeveer 45 meter tot 53 meter. Op verzoek van de eigenaar/bewoner van het perceel Kolkensloane 3 vervalt de meest zuidelijke inrit. De sloot en boomwal zal hier worden hersteld. Een nieuwe inrit wordt iets noordelijker geprojecteerd. Het parkeren zal in de toekomstige situatie op het voorerf aan de wegzijde plaatsvinden.

Figuur 4. Inrichtingsschets.

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

10

Figuur 5. Plattegrond bedrijfspand begane grond.

Figuur 6. Plattegrond bedrijfspand begane grond.

Landschappelijke inpassing Het ingenieursbureau MUG heeft een landschappelijke inpassing opgesteld (zie bijlage). De bestaande eiken/elzensingel parallel aan de Kolkensloane wordt ter hoogte van de te vervallen inrit ingeplant met nieuwe eiken en elzen. De nieuw te planten afscheiding wordt aangeplant in de vorm van een elzensingel, met soorten die kenmerkend zijn voor dit landschapselement. Daarnaast wordt er een nieuwe watergang (5,7 meter breed) gegraven zoals elders in het landschap te vinden is. Elzensingels gaan namelijk als landschapselement altijd gepaard met een sloot. De bomen worden gecombineerd met onderbeplanting in de vorm van boomvormers en struiken. Ook wordt op verzoek van de bewoners van Kolkensloane 16 een wintergroen element toegevoegd die past bij dit landschapselement, dit in de vorm van de wilde liguster en de hulst.

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

11

Figuur 7. Landschappelijke inpassing.

De toe te passen soorten zijn:

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

12

3 Beleid 3.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • • • •

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: •

•

•

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Het elektriciteitsnet zal zo weinig mogelijk worden belast. Dit gaat in overleg met Liander. Om alle energiestromen zo efficiënt mogelijk op elkaar af te laten stemmen zal er een EMS geplaatst worden. Een Energie Management Systeem (EMS) stelt een gebruiker namelijk in staat om alle vermogens goed op elkaar af te stemmen en de veiligheid hiervan te borgen. Zo heeft een EMS-systeem de koppeling met alle energie verbruikende maar ook energieopwekkende installaties en kan door slimme algoritmen in de software alle data verwerken en adviseren wat de juiste balans is in de installatie waarbij als uitgangspunt wordt gesteld geen overschrijding van het gecontracteerd vermogen.

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

13

Deze EMS-aansturing heeft ook de regie over het laden van de voertuigen, maar ook welke energie deze hiervoor gebruikt. De EMS-aansturing kan er dan voor kiezen om bepaalde laadpunten (die Damstra ook bij het de duurzaam afdeling gaan plaatsen daar er steeds meer van hun auto’s op elektra rijden) op een lager vermogen te laten laden omdat er op dat moment geen extra vermogen meer beschikbaar is. Of deze wil geen meer vermogen hierheen brengen omdat de bedrijfswagens die nog onderweg is ook geladen moet worden en daarvoor het beschikbare vermogen voor gereserveerd staat. Een EMS is het hart van de gehele installatie en weet voor morgen al wat de weersomstandigheden doet en maakt dan ook een keuze om vandaag al de batterij te laden van het energieopslag systeem. Maar het EMS-systeem kan ook de keuze maken om op negatieve dagprijzen of met onbalans tegen betaling de accu te laden, kortom gratis of tegen betaling energie. Omdat er sprake is van ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie efficiënt maar ook van zorgvuldig gebruik van de ruimte (zie hoofdstuk over Verordening Romte Fryslân) past dit project daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. Barro en Bro Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden.

In het Barro worden een aantal projecten die van Rijksbelang zijn met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken: • • • • • •

Project Mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde

In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijkswegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater, maximering van het de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer en is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen. Per 1 juli 2016 zijn er nog enkele wijzigingen van de Barro van kracht geworden. Deze wijzigingen hebben geen directe invloed op het voorliggende plan. Wel is de term 'Ecologische Hoofdstructuur' gewijzigd in 'Natuurnetwerk Nederland' ('NNN'). De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro (artikel 3.1.6 lid 2) bepaalt dat voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen de treden van de ladder moeten worden doorlopen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd.

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

14

Of de Ladder Duurzame Verstedelijking van toepassing is op de planlocatie is afhankelijk van de aard en de omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. De Ladder zegt hierover het volgende: voorziet het plan in de toevoeging van een gebouw of terrein, dan ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte c.q. ruimtebeslag van minder dan 500 m2. De projectlocatie aan de Kolkensloane is getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (ladder). De wettelijke basis hiervoor is artikel 3.1.6 Bro, dat sinds 1 juli 2017 als volgt luidt: Deze ladder bestaat uit drie treden. In trede 1 wordt actuele regionale behoefte aangetoond en in trede 2 wordt beschreven of de ontwikkeling plaats kan vinden in bestaand stedelijk gebied. Indien het niet mogelijk is om de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te bouwen wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld. Trede 1: vraag in de regio Trede 1 vraagt de regionale ruimtevraag voor stedelijke ontwikkelingen te bepalen. Het gaat om de ruimtevraag waarin elders in de regio nog niet is voorzien. Met de regionale ruimtevraag in beeld, kan worden beoordeeld of een voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte.

Zo ja, dan is trede 2 aan de orde. In het voorliggende geval is er sprake van een concrete, lokale behoefte ten behoeve van een robuust bedrijf die de afspraken in het Klimaatakkoord handen en voeten kunnen geven. De afspraken van het Klimaatakkoord in een notendop zijn: Elektriciteit In 2030 komt 70 procent van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Dat gebeurt met windturbines op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken. Tegelijk groeit de vraag naar elektriciteit. Auto’s worden elektrisch, de industrie vervangt olie en gas door schone stroom. Gebouwen gaan van het gas af en zullen meer stroom nodig hebben voor verwarmen en koken. Gebouwde omgeving In 2050 moeten 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af. Dat betekent isoleren en gebruikmaken van duurzame warmte en elektriciteit. Er moet flink wat gebeuren, maar daar is 31 jaar de tijd voor. Als eerste stap moeten in 2030 de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn. Industrie In 2050 is de industrie circulair en stoot vrijwel geen broeikasgas meer uit. De fabrieken draaien dan op duurzame elektriciteit uit zon en wind of energie uit aardwarmte, waterstof en biogas. De grondstoffen komen uit biomassa, reststromen en -gassen. De restwarmte gebruikt de industrie zelf of levert die aan de tuinbouw of gebouwen en woningen.

De industrie is dan naast gebruiker van energie ook producent en buffer van energie. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen sinds 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

15

Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Koninklijke Damstra is specialist in alle aspecten van de installatietechniek. Zij hebben de afgelopen jaren een grote ervaring en expertise opgebouwd door de realisatie van diverse grote en kleinere projecten. Het gaat daarbij zeker ook om innovatief denken, energiebesparing en zekerheid. Een voorbeeld van innovatief denken is de samenwerking die Damstra onlangs aan is gegaan met een bedrijf om samen te markt te verkennen m.b.t. zoutwater accu’s. Met een zoutwater accu kan gemakkelijk de duurzame energie die men overdag opwekt worden opgeslagen voor als iemand het nodig heeft, in de avond en nacht als de zon niet schijnt en iedereen thuis is. De accu's lopen dan 's nachts langzaam leeg en de volgende dag worden ze weer opgeladen door de eigen zonnepanelen. Ook is Koninklijke Damstra in van de eerste bedrijven in deze regio bezig om overtollig stroom om te zetten in waterstof om vervolgens via generators dat in het net in te brengen. De duurzaamheidtak binnen Koninklijke Damstra groeit als kool. In Noardeast-Fryslân is dit bedrijf koploper op het gebied van duurzaamheid. Vanuit de hoofdvestiging Driezum kan de regionale behoefte om de hier boven aangehaalde doelstellingen te voorzien.

Trede 2: de beschikbare ruimte binnen het bestaand stedelijke gebied Trede 2 motiveert of de beoogde ontwikkeling plaats kan vinden binnen het bestaand stedelijk gebied. Dit kan door op lege plekken de ruimte 'in te vullen', een andere bestemming te geven aan een gebied, door herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden. In de kern Driezum zijn geen locaties voorhanden die in directe planologische mogelijkheden voorzien voor de vestiging van een kenniscentrum. Er is daarom gezocht naar een locatie aansluitend aan het dorp. Het perceel, waarop het bedrijfspand voor de duurzaamheidtak zou kunnen worden gerealiseerd grenst aan het stedelijk gebied. Een locatie op een bestaand bedrijfsterrein in een kern in de omgeving is daarnaast niet wenselijk. Dat zou in Feanwâlden, De Westereen of Dokkum zijn. Koninklijke Damstra heeft de afgelopen decennia een aantal bedrijven overgenomen. Dit zijn de installatiebedrijven Iedema Dokkum, Westermann Leeuwarden, Visbeek in Sint Annaparochie, T. Stol B.V. uit Groningen en Faber Wijnberg op Ameland. Het moederbedrijf Damstra Beheer heeft nu twee divisies (Koninklijke Damstra Installatietechniek BV en Damstra Service & Onderhoud) en heeft haar bedrijfsactiviteiten in Driezum geconcentreerd.

Koninklijke Damstra wil de duurzaamheidstak graag aan de Kolkensloane realiseren en niet op een plek op een bedrijventerrein waar het bouwen nu bij recht mogelijk. De redenen zijn: • • • •

Het voorkomen van verdere versnippering van de bedrijfsgebouwen. Een optie om het gehele bedrijf uit Driezum te verhuizen naar De Westereen of Dokkum is niet opportuun omdat een geschikte bedrijfskavel van 1 hectare ontbreekt; Korte lijnen met de hoofdvestiging (opslag, administratie); De meeste werknemers van de tak Duurzaamheid wonen in de regio; De meeste klanten van de tak Duurzaamheid zijn afkomstig uit de regio. Momenteel is er sprake van een jaarlijkse omzet van 8 miljoen euro in de Duurzaamheid tak van Koninklijke Damstra, waarvan het aandeel uit de regio 4,5 miljoen is.

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

16

Ook moet de vraag worden beantwoord of in de andere locaties die Koninklijke Damstra in eigendom heeft dit bedrijfspand niet kan worden gerealiseerd. Dit kan niet om de volgende redenen: •

•

De service/onderhoud vestigingen Leeuwarden en Groningen bieden fysiek geen mogelijkheden om een kenniscentrum op te richten. Er is domweg onvoldoende ruimte. Ook zijn er geen mogelijkheden op beide locaties om het bedrijf uit te breiden of belendende gronden aan te kopen. Geen korte lijnen met de hoofdvestiging (opslag, administratie);

Gelet op de binding met het moederbedrijf is het oprichten van een separate duurzaamheidstak in Driezum voor Koninklijke Damstra Installatietechniek in bedrijfseconomisch opzicht zeer gewenst. Trede 3: multimodale ontsluiting In trede 3 gaat het om stedelijke uitleg en wel op een zodanige locatie dat het uitleggebied (in potentie) multimodaal (op meerdere plaatsen) ontsloten is of kan worden. De resterende ruimtevraag, die resulteert uit trede 2, is kwalitatief en kwantitatief. Het bedrijfspand krijgt een situering aan een doorgaande weg en is hierdoor goed ontsloten. Ook wordt met de bouw van dit bedrijfspand een groot parkeerprobleem opgelost. Door de groei van Koninklijke Damstra wordt het kleine parkeerplaats aan het begin van de Kolkensloane in beslag genomen door het personeel van Koninklijke Damstra, terwijl deze is bedoeld van de inwoners van het dorp Driezum. Ook wordt er in de bermen geparkeerd wat tot ongewenste situaties leidt. Op grond van de toetsing aan de ladder, passen de ontwikkelingen in het bestemmingsplan binnen de SVIR. De voorgenomen ontwikkeling heeft verder geen betrekking op de overige benoemde onderdelen in het Barro. De ontwikkeling aan de Kolkensloane ondervindt geen belemmeringen uit de Barro of Bro en wordt daarmee met betrekking tot bovenstaand aspect uitvoerbaar geacht.

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen de beleidskaders benoemd in de NOVI, Barro en de Bro. Vanuit deze beleidsdocumenten en regelgeving zijn geen randvoorwaarden of uitgangspunten die rechtstreeks doorwerken op het voorgenomen plan.

3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Provincie Fryslân De provinciale Omgevingsvisie, De Romte Diele, is op 23 september 2020 door Provinciale Staten vastgesteld. In deze visie beschrijft de provincie het beleid zoals zij dat voor ogen ziet als de Omgevingswet in 2021 in werking treedt. De provincie heeft een viertal doelstellingen die ze als speerpunt wil behandelen. Een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. Dat zijn de ambities van de provincie Fryslân voor de Friese leefomgeving. Met de leefomgeving bedoeld de provincie: de gedeelde ruimte waarin de mensen in de provincie samenleven. Fryslân is van alle mensen die er wonen, werken of te gast zijn. Voor dit bedrijfspand is het onderwerp Vitaal daarbij van belang. Dit betekent dat de Friese steden, dorpen en het platteland leefbaar zijn en blijven. Dat er voldoende woningen, voorzieningen

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

17

en bedrijvigheid zijn, en dat de bereikbaarheid goed is. Een sterke economie ligt hieraan ten grondslag. Om de vitaliteit van een dorp te kunnen waarborgen moeten er niet alleen voldoende woningen beschikbaar zijn, maar ook bedrijvigheid. Koninklijke Damstra is de grootste werkgever van de gemeente Dantumadiel en één van de grootste in de regio. Vele werknemers wonen in Driezum en directe omgeving. Niet te onderschatten is het punt van sponsoring van vele activiteiten ten faveure van de leefbaarheid van het dorp Driezum en omgeving. Verordening Romte Fryslân Op 25 juni 2014 is de Verordening Romte Fryslân vastgesteld. In de verordening zijn regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Uitgangspunt is zorgvuldig ruimtegebruik. In artikel 4.1.1. van de Verordening Romte is opgenomen dat een ruimtelijk plan mogelijkheden voor een nieuw bedrijfsterrein of uitbreiding van een bestaand bedrijfsterrein kan bevatten, als dit wat betreft oppervlakte en invulling van bedrijfstypen in overeenstemming is met een bedrijventerreinenplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. In afwijking hiervan kan een ruimtelijk plan een nieuw bedrijfsterrein of uitbreiding van een bestaand bedrijfsterrein bevatten voor een of enkele bedrijven, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a.

er is sprake van een directe, concrete behoefte van bedrijven die naar aard en schaal passen bij aard en schaal van de overige kern, de bedrijfsconcentratiekern, het regionaal of het stedelijk centrum; b. aangetoond is dat de behoefte waarin wordt voorzien niet inpasbaar is op een bestaand bedrijfsterrein of een in ontwikkeling zijnde bedrijfsterrein in de regio; c. het totale ruimtebeslag van deze bedrijven staat in een redelijke verhouding tot de schaal van de kern; d. gewaarborgd is dat de bedrijven goed worden ingepast wat betreft milieu, ontsluiting en landschap. De directe, concrete behoefte is aangetoond met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het nieuwe bedrijfspand past wellicht niet geheel in de aard en schaal van het dorp Driezum, maar ooit heeft de gemeente Dantumadiel de daad bij het woord gevoegd om het bedrijf voor het dorp Driezum te laten behouden. Het bedrijf is op dusdanige wijze gefaciliteerd dat verhuizing naar een regionaal bedrijventerrein niet opportuun is (zie ook de Ladder). Op dit moment zijn er ook geen dusdanig grote bedrijventerreinen (minimaal 1 hectare) in de regio aanwezig om de hoofdvestiging uit Driezum te laten verhuizen. Het totale ruimtebeslag (ongeveer 7500 m2) staat in redelijke verhouding met Driezum dat samen met Wâlterswâld een twee-eenheid vormt.

Daarnaast dient het bedrijf grote voorraden (zonnepanelen, warmtepompen) aan te leggen om in de groeiende vraag te voorzien. De ruimte die op de Kolkensloane 4 ontstaat in de werkplaats (die nu ook als opslag wordt gebruikt) kan weer gebruikt worden voor het uitbreiden van de prefabafdeling voor ventilatie, riolering, verwarming en SKID bouw (unitbouw waar alle componenten in geplaatst worden voor de warmte en koude opwekkingen ventilatie, omvormer pv-panelen etc. voor de seriematige woningbouw). Deze laat het bedrijf, bij gebrek aan ruimte, nu door derden uitvoeren. Dit wil Damstra graag weer in eigen huis uitvoeren. Dit is direct ook weer een plus voor de werkgelegenheid in de regio. Op grond van een landschappelijk inpassingsplan wordt het bedrijfspand op verantwoorde wijze ingepast in het landschap. Conclusie

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

18

De onderhavige ontwikkeling is in overeenstemming met het provinciaal beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid De economie in de gemeente wordt sinds lang vooral gedragen door de agrarische bedrijven in het algemeen en de veehouderijbedrijven in het bijzonder. De betekenis van deze bedrijven voor de economie is echter wel afgenomen. Het grootste deel van de arbeidsplaatsen is, onderscheiden naar bedrijfstak, te vinden bij de bouw-, handels-, industrie- en gezondheidszorgbedrijven. Het grootste deel van de arbeidsplaatsen is in de drie grootste kernen te vinden. Samen met de ondernemers zet de gemeente in op het versterken en vergroten van de bedrijventerreinen. Omdat de gemeente niet in een zogenoemde economische ontwikkelingszone ligt, zijn de ontwikkelingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen in de gemeente beperkt. Voor ondernemers is maatwerk mogelijk, dat past bij de aard en schaal van het dorp. Op basis van de visie zet de gemeente zich in voor het behouden en versterken van de bestaande bedrijven en arbeidsplaatsen. Conclusie Met dit projectvoornemen behoudt en versterkt de gemeente Dantumadiel een bestaand bedrijf maar zeker ook arbeidsplaatsen. Hiermee past het projectvoornemen binnen het gemeentelijk beleid.

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

19

4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Bedrijven en milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de ruimtelijk-functionele afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en hindergevoelige functies (waaronder woningen) noodzakelijk. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden aangetoond dat een planvoornemen buiten de invloedssfeer van eventuele hinderlijke activiteiten in de omgeving valt en daarnaast geen belemmeringen oplevert voor nabijgelegen functies. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De grootste afstand is bepalend. De genoemde maten zijn richtinggevend, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. In de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering worden twee omgevingstypen onderscheiden. Bij het omgevingstype 'rustige woonwijk of rustig buitengebied' wordt functiescheiding nagestreefd. Hiertoe worden minimale richtafstanden gehanteerd, waarbij een bepaalde bij een bedrijf of voorziening behorende milieucategorie een zoneringsafstand ten opzichte van hindergevoelige functies inhoudt.

Bij het omgevingstype 'gemengd gebied' is sprake van functiemenging. In tegenstelling tot rustige woongebieden zijn in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van woningen mogelijk. Hiertoe mogen de aangegeven minimale richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (de afstandsstap van 100 mag naar 50 meter, van 30 naar 10 en van 10 naar 0). Het planvoornemen maakt de realisatie van een bedrijfspand mogelijk. Onderzocht worden of deze bedrijfsloods binnen de invloedsfeer komen te liggen van milieugevoelige objecten. Conform de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering wordt een bedrijf dat voorziet in kantoren en opslag beoordeeld als een zogenaamde milieucategorie 2-bedrijf. Bij een dergelijk bedrijf geldt geluid met 30 meter als bepalende richtafstand. Ten aanzien van het bepalen van de afstand tussen de bron en het gevoelige object dient gemeten te worden vanaf het bestemmingsvlak (de bedrijfsbestemming) tot aan daar waar het geluidsgevoelig object (inclusief vergunningsvrije mogelijkheden) gebouwd mag worden. Het betreft hier de woonbestemmingen ten westen en ten noorden van de projectlocatie. Omdat hier een bouwvlak ontbreekt is er gemeten vanaf de grens van het toekomstig bedrijfsbestemmingsvlak tot aan de voorgevel van de aanwezige woningen.

Deze bedraagt ten aanzien van de woning Kolkensloane 3 ongeveer 35 meter en ten aanzien van de woning Kolkensloane 16 bijna 60 meter. De reden hiervan is dat uit de bijbehorende bouwvoorschriften valt op te maken dat binnen deze woonbestemmingen eventuele her/nieuwbouw van een hoofdgebouw enkel mag plaatsvinden op de locatie van het huidige hoofdgebouw. In beide gevallen wordt er voldaan aan de richtafstanden zoals genoemd in de VNG-publicatie. Conclusie Gelet bovenstaande kan het planvoornemen met betrekking tot het aspect Bedrijven en Milieuzonering als uitvoerbaar worden geacht.

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

20

4.2 Geluid Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt tussen geluidgevoelige functies enerzijds en niet-geluidsgevoelige functies anderzijds. Als een geluidsgevoelige functie mogelijk wordt gemaakt en binnen de zone van een weg, spoorweg of een industriegebied ligt, moet onderzocht worden of voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde. Een kantoor en/of opslag is in de Wet Geluidhinder niet aangemerkt als geluidgevoelig functies. Conclusie Het aspect verkeersgeluid vormt geen belemmering voor dit plan.

4.3 Archeologie Door ondertekening van het verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. De Monumentenwet en haar opvolger, de Erfgoedwet, regelen hoe met archeologische vindplaatsen en zichtbare monumenten moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij de planvorming te betrekken. Het archeologiebeleid van de gemeente Dantumadiel is vastgelegd in het bestemmingsplan. Voor het onderzoeksgebied betreft dit het bestemmingsplan ‘Bûtengebiet Dantumadiel’. Het onderzoeksgebied heeft hier een dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 2’. Voor deze gebieden geldt een onderzoeksplicht bij ingrepen van meer dan 500 m2 en een diepte van meer dan 0,5 m-mv. De geplande ingrepen overschrijden deze vrijstellingsgrens. Voor onderzoek in de provincie Fryslân wordt de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) geraadpleegd.3 De FAMKE bevat twee archeologische advieskaarten waarop de archeologische verwachtingswaarden worden weergegeven: één voor de periode steentijd-bronstijd en één voor de periode ijzertijd-middeleeuwen. Daarnaast worden in de FAMKE richtlijnen gegeven over hoe in het geval van bedreiging om moet worden gegaan met het bodemarchief.

Voor de periode steentijd-bronstijd geldt een advies ‘karterend onderzoek 1 (steentijd)’ en voor de periode ijzertijd-middeleeuwen een advies ‘karterend onderzoek 3 (middeleeuwen)’. Hierbij dient de zwaarste richtlijn te worden gevolgd. Dit betreft het advies ‘karterend onderzoek 1 (steentijd)’, met een boordichtheid van twaalf boringen per ha en een minimum van twaalf boringen per plangebied. In het gebied rond Driezum zelf geldt vrijwel overal het advies ‘karterend onderzoek 3 (middeleeuwen)’, de kern van Driezum heeft voor deze periode een hogere verwachtingswaarde. Ingenieursbureau MUG is gevraagd om archeologisch bureau- en booronderzoek uit te voeren (zie bijlage). Op basis van het bureauonderzoek is duidelijk geworden dat in het onderzoekgebied met name een hoge verwachting voor de steentijd verwacht wordt, een verwachting dit op de FAMKE samenhangt met de aanwezige enkeerdgronden. Vanaf het laat-neolithicum of het begin van de bronstijd raakt het gebied overgroeid met veen. Het Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

21

gebied wordt weer in gebruik genomen na de veenontginningen vanaf de middeleeuwen. De aanwezigheid van een enkeerdgrond duidt erop dat het gebied een langdurig gebruik als landbouwgrond kent, dat veelal lange tijd teruggaat. Op historische kaarten heeft het gebied een agrarisch gebruik en is geen bewoning bekend. Uit het bureauonderzoek blijkt dat de bodemopbouw in het onderzoeksgebied grotendeels verstoord is. In het dekzand resteert in drie van de twaalf boringen 0,1 tot 0,15 m van de B-horizont. Een A- of E-horizont zijn niet aanwezig. Alleen in boring 12 is een restant veen aanwezig van 0,1 m, maar dit betreft geen intact veen. De toplaag bestaat uit een humeus pakket zand met een geroerde laag en bouwvoor. De dikte weerspiegelt de aanwezigheid van een enkeerdgrond, maar deze is wel verploegd. Indicatoren voor de aanwezigheid van een vindplaats zijn niet aangetroffen. De top van het pleistocene dekzand ontbreekt, en daarmee het niveau waarop resten uit de steentijd kunnen worden verwacht. In de verploegde bovenliggende laag zijn ook geen aanwijzingen voor vindplaatsen uit latere perioden gevonden. Op basis van de resultaten van het onderzoek kunnen de volgende onderzoeksvragen beantwoord worden: 1. Hoe ziet de bodemopbouw in het onderzoeksgebied eruit? De bodemopbouw bestaat uit keileem en/of dekzand.

Fragmentarisch is een dun restant B-horizont aanwezig, de A- of E-horizont ontbreekt. In één boring is een restant veen aanwezig dat niet meer intact is. Aan de dikte van het humeuze pakket is de aanwezigheid van een enkeerdgrond terug te zien, maar deze is verploegd. 2. Is de bodem voldoende intact om archeologische resten te kunnen verwachten? Zo ja, wat is de omvang van dit deel van het onderzoeksgebied? Nee. Beide archeologisch relevante niveaus zijn verstoord. 3. Dient het archeologische verwachtingsmodel aangepast te worden? De verwachting dient te worden bijgesteld naar een lage verwachting. 4. Dient het onderzoeksgebied nader archeologisch onderzocht te worden? Nader archeologisch onderzoek wordt niet zinvol geacht. Op basis van de resultaten van het onderzoek adviseert MUG ingenieursbureau geen vervolgonderzoek. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.

4.4 Cultuurhistorie Als gevolg van het rijksbeleid ten aanzien van de monumentenzorg, is per 1 januari 2012 een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van kracht. De wijziging betreft artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, als gevolg waarvan alle cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden meegewogen bij het vaststellen van ruimtelijke plannen. Dit betekent dat in aanvulling op de archeologische aspecten nu ook de overige cultuurhistorische waarden moeten worden betrokken in het onderzoek.

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

22

Door de provincie Fryslân is Cultuurhistorische Kaart (CHK2) gemaakt. Hierop in informatie over cultuurhistorische waarden in de provincie opgenomen. Uit de informatie van de CHK2 blijkt dat er in en rondom het projectgebied geen cultuurhistorische waarden zijn. Conclusie Gezien het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het aspect cultuurhistorie geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling.

4.5 Ecologie Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Ter bescherming van de natuurwaarden is per 1 januari 2017 de Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingsweg 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: • • •

bescherming van de biodiversiteit in Nederland; decentralisatie van verantwoordelijkheden; vereenvoudiging van regels.

Ecologisch adviesbureau JM-ecologie heeft een QuickScan soortenbescherming uitgevoerd ten behoeve van het realiseren van een bedrijfspand aan de Kolkensloane in Driezum. De QuickScan is uitgevoerd om eventuele strijdigheden van de beoogde werkzaamheden en de toekomstige situatie met de Wet natuurbescherming op te sporen. De opdrachtgever is voornemens een bedrijfspand aan de Kolkensloane in Driezum te realiseren. De consequenties van de beoogde ruimtelijke ingreep zijn getoetst aan de bepalingen van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). Uit de QuickScan is gebleken dat als gevolg van de werkzaamheden mogelijk negatieve effecten zijn op algemene broedvogels, vleermuizen en amfibieën en vissen. Om overtredingen op de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen voor deze soortgroepen enkele mitigerende maatregelen genomen te worden. Zo dient lichtverstoring op verblijfplaatsen van vleermuizen voorkomen te worden en verdient het de voorkeur om werkzaamheden uit te voeren buiten het vogelbroedseizoen om negatieve effecten op in gebruik zijnde nesten te voorkomen. Voor het gedeeltelijk dempen van de watergang geldt de zorgplicht ten aanzien van niet beschermde of vrijgestelde amfibieën en vissen. Om aan de zorgplicht te voldoen dient er bij een watertemperatuur boven de 5°C en wanneer er geen ijsvorming is te worden gewerkt.

Er dient langzaam, in één richting gewerkt te worden in de richting van de sloot die niet aangetast zal worden. Hierdoor kunnen dieren de werkzaamheden ontvluchten. Daarnaast dient de nieuwe inrit net als de oude inrit een duikerbuis te bevatten zodat vissen en amfibieën bij droogvalling van de westelijke watergang weg kunnen trekken. Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten is geregeld in de Natuurbeschermingswet. Als ontwikkelingen (mogelijk) negatieve effecten op de natuurwaarden binnen deze gebieden hebben, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het beleid over de Ecologisch Hoofdstructuur (EHS). Het aspect gebiedsbescherming is niet aan de orde. Het plangebied ligt binnen het bestaande stedelijk gebied en op grote afstand vanaf beschermde gebieden.

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

23

Het plangebied valt niet onder het NatuurNetwerk Nederland (NNN), voormalig EHS of Natura2000, maar is wel aangewezen als weidevogelkansgebied (bron: Kaartenkijkdoos Provincie Fryslân). De provincie Fryslân is echter bevoegd gezag in dezen. Gelet op de plaats, aard en omvang van de ontwikkeling kan worden geconcludeerd dat er geen significante gevolgen voor beschermde natuurwaarden zijn. Stikstofgevoeligheid Het plangebied ligt hemelsbreed op ongeveer 8 km, 11,5 km en 12,3 km van de Natura2000gebieden Lauwersmeer, Groote Wielen en de Waddenzee. Voor de aanleg- en gebruiksfase van het bedrijfsgebouw aan de Kolkensloane 14 te Driezum is een stikstofdepositie berekening uitgevoerd: zie bijlage. De uitkomsten bedragen in alle scenario’s en op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/jr. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de bouw van een bedrijfspand aan de Kolkensloane m.b.t. het aspect ecologie uitvoerbaar geacht moet worden.

4.6 Bodem Voor de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Met deze regelgeving streeft men naar een duurzaam gebruik van de bodem. Uit de regelgeving vloeit voort dat als het gaat om het realiseren van bouwwerken waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend (langer dan twee uur per dag) mensen zullen verblijven, bodemonderzoek nodig kan zijn. Daarom is er door het ingenieursbureau MUG een bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage). Onderzoeksresultaten Zintuiglijk Tijdens de locatie- en maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen of andere bijzonderheden waargenomen. In de ontgraven, voorbehandelde en opgeboorde grond zijn eveneens geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Wel zijn plaatselijk in de bodem sporen met baksteen en grind aangetroffen. Het aangetroffen puin is als eenduidig baksteenpuin beoordeeld. Baksteenpuin wordt als onverdacht beschouwd ten aanzien van de aanwezigheid van asbest. Ter plaatse van boring D01-2, die ter plaatse van het tracé van de slootdemping is geplaatst, is in de ondergrond de oude slootbodem aangetroffen. Het dempingsmateriaal bevat verder geen bodemvreemde materialen. Analytisch grond In de onderzochte grondmonsters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden.

De gemeten gehalten aan PFAS liggen deels boven de detectiegrenzen, maar onder de landelijke achtergrondwaarden. In de bovengrond ter plaatse van de onderzochte toegangsdam is zowel zintuiglijk in de grove fractie (> 20 mm), als analytisch in de fijne fractie (< 20 mm) geen asbest aangetoond. Analytische grondwater In het grondwater is geen van de onderzochte parameters boven de streefwaarde aangetoond.

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

24

Conclusie De resultaten van het verkennend asbestonderzoek ter plaatse van de toegangsdam zijn niet in overeenstemming met de vooraf gestelde hypothese dat de bovengrond verdacht is voor een verontreiniging met asbest. Uit het onderzoek blijkt dat de bodem onverdacht is voor een verontreiniging met asbest. De overige onderzoeksresultaten zijn in overeenstemming met de vooraf gestelde hypothese dat de locatie als onverdacht kan worden beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging. In zowel de grond als het grondwater zijn geen van de onderzochte parameters verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrond- en of streefwaarden. De onderzoeksresultaten vormen geen aanleiding tot de uitvoering van nader bodem- en of asbestonderzoek en vormen vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen en het hiermee gepaarde grondverzet. Op basis van de onderzoeksresultaten is er geen belemmering voor het verstrekken van een Omgevingsvergunning. Indien grond vanaf de locatie wordt afgevoerd, is bij hergebruik elders het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Als de grond elders wordt toegepast, dient toestemming te worden verkregen van het bevoegd gezag en kan onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit gevraagd worden.

4.7 Luchtkwaliteit Projecten die ‘niet in betekenende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven op grond van de Wet milieubeheer (Wm) niet te worden getoetst aan de hiervoor gestelde grenswaarden. Een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 μg/m3 NO2 of PM10) wordt als ‘niet in betekenende mate’ beschouwd. Het project is ‘in betekende mate’ als de toename voor één of beide stoffen hoger is. Van een dergelijke verslechtering van de luchtkwaliteit is sprake wanneer een ruimtelijk plan tot een substantiële toename van het aantal voertuigbewegingen per weekdagetmaal leidt. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 μg/m 3 NO2 of PM10) als ‘niet in betekenende mate’ wordt beschouwd. Op basis van 50 extra vervoerbewegingen waarvan het aandeel vrachtverkeer 10% bedraagt, kan worden geconcludeerd dat deze planontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging.

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

25

Figuur 8. NIBM-tool.

Conclusie Op basis van bovenstaande berekening kan de conclusie worden getrokken dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan het aspect luchtverontreiniging.

4.8 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de woon- en leefomgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, aardgas of LPG. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid is erop gericht te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Dit is verankerd in diverse wet- en regelgeving, zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Besluit externe veiligheid transportroutes en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit). Om na te gaan welke risico’s een rol spelen voor de onderhavige ontwikkeling is de risicokaart van de provincie Fryslân geraadpleegd. Een uitsnede van de risicokaart is opgenomen in onderstaand kaartje In de directe omgeving van het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig. Daarnaast maakt het planvoornemen geen nieuwe risicobronnen mogelijk die tot veiligheidsrisico's kunnen leiden voor nabijgelegen kwetsbare objecten. Conclusie Met betrekking tot het aspect Externe veiligheid is het project uitvoerbaar.

4.9 Parkeren en verkeer De parkeerbehoefte is daarom bepaald op basis van de parkeerkentallen zoals opgenomen in de CROW-publicatie 381. De parkeernormen zijn verdeeld over diverse hoofdgroepen. Het plangebied is ingedeeld in buitengebied’ en als klasse 'niet stedelijk'. De behoefte is op basis van kantoor (zonder baliefunctie) bepaald op gemiddeld 2,5 parkeerplaatsen per 100 m2 brutovloeroppervlakte. De behoefte is op basis hiervan bepaald op 5. In het plan worden

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

26

maar liefst 36 parkeerplaatsen gerealiseerd, waar overigens bezoekers ook gebruik van kunnen maken. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de gestelde norm. Op basis van de CROW-normen valt er een toename van 50 vervoersbewegingen per etmaal te verwachten. Gelet het geringe aantal kan gesteld worden dat de Kolkensloane hierop is berekend. Nu de afdeling duurzaam op loopafstand komt te liggen van de hoofdvestiging aan de Kolkensloane 4, met de benodigde opslag van de materialen, zullen de verkeersbewegingen die er nu extra zijn (omdat de materialen nu op vier verschillende locaties zijn opgeslagen) per saldo afnemen. Conclusie Het plan vormt geen belemmering voor het aspect parkeren en verkeer.

4.10 Waterhuishouding In onder ander de Europese Kaderrichtlijn water, het Nationaal Waterplan en de adviezen van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw is het beleid met betrekking tot het water(beheer) vastgelegd. Het beleid is gericht op het duurzaam behandelen van water. Dit betekent onder andere het waarborgen van voldoende veiligheid en het beperken van de kans op hinder vanwege water. In de nota Anders omgaan met water is bepaald dat de gevolgen van (ruimtelijke) ontwikkelingen voor de waterhuishouding uitdrukkelijk in onder andere bestemmingsplannen moeten worden overwogen. Hiervoor moet de zogenoemde watertoets worden uitgevoerd. De watertoets is het vroeg informeren (van de waterbeheerder), het adviseren (door de waterbeheerder), het overwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige belangen in ruimtelijke plannen en besluiten. Op 22 december 2009 is de Waterwet (Wtw) in werking getreden. Uitgangspunt van de Wtw is een volledig beheer van het watersysteem. Op grond van de Wtw is er ook een goede samenhang tussen het waterbeleid en de ruimtelijke ordening. Ook het Bro bepaalt dat een omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwingen inzicht moet geven in de gevolgen van het project voor de waterhuishouding en hoe deze gevolgen in planologische ontwikkelingen zijn betrokken. De waterbeheerder in het plangebied is Wetterskip Fryslân.

Voor het overleg op grond van artikel 3.1.1. van het Bro wordt Wetterskip Fryslân gevraagd het voorliggende bestemmingsplan te beoordelen en een advies voor de watertoets te geven. Voor deze beoordeling is als format de digitale watertoets ontwikkeld. Met de digitale watertoets kunnen watertoetsen worden aangevraagd voor alle ruimtelijke plannen. De digitale Watertoets (zie bijlage) bepaalt welke procedure moet worden doorlopen voor de watertoets. De watertoets wijst uit dat op dit plan de normale watertoetsprocedure van toepassing is. Dit houdt in dat de aanwezige wateraspecten van invloed zijn op het plan. Werkwijze watertoetsprocedure Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de normale procedure standaard een wateradvies verstrekt.

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

27

Leidraad Watertoets De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets en de waterschapsverordening. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee rekening moet worden gehouden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen. Wateraspecten en aandachtspunten Hieronder staan de belangrijkste wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden. Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen als daarbij meer dan 1500 m² onverharde grond in landelijk gebied wordt gebouwd of verhard. In deze situatie neemt de verharding met 7.000 m² toe, namelijk 5344 m² aan verharding en 1656 m² aan bebouwing. Wetterskip Fryslân hanteert hiervoor een compensatienorm van 10%.

Daarnaast is de nieuw aan te leggen dam (58 m²) 40 m2 groter dan de oude dam (18 m²). Wetterskip Fryslân hanteert hiervoor een compensatienorm van 100%. Er moet dus totaal 740 m2 gecompenseerd worden. Ten noorden van het bedrijfsgebouw zal een nieuwe sloot met een lengte van 130 m1 en een breedte van 5,7m worden gegraven. De totale oppervlakte bedraagt 740 m². Hiermee wordt voldaan aan de gestelde norm. Deze watergang is in figuur 9 weergegeven.

Ruimtelijke onderbouwing Kolkensloane Driezum

28

Figuur 9. Watercompensatie.

Onderhoud en vergunningplicht De sloten aan de oost- en westzijde van de projectlocatie zijn secundaire waterlopen (schouwwatergangen). Het onderhoud van de oostelijke sloot kan van de projectlocatie en het noordelijke gelegen weiland plaatsvinden. Het onderhoud van de westelijk sloot zal ook in de toekomst vanaf de Kolkensloane plaatsvinden. Op grond van de waterschapsverordening die op 13 februari 2024 in werking is getreden worden voor de volgende activiteiten een vergunning aangevraagd: •

Voor het aanleggen van de nieuwe sloot. De taluds van de nieuwe sloot bedraagt 1:1,5. Een flauwer talud heeft niet alleen voordelen voor de waterberging, ook voor de waterkwaliteit is het een verbetering. Naast dat er meer ruimte is voor de groei van waterplanten kan bij een bredere watergang deze ecologisch onderhouden worden (bijvoorbeeld afwisselend de ene en de andere kant maaien). Hierdoor kunnen er meer planten blijven staan en ontstaat er een ecologisch rijkere sloot. Omdat de nieuwe sloot ‘doodlopend’ is, zal de doorstroming op de schouwwatergang aan de Kolkensloane via het aanbrengen van een duiker plaatsvinden. De verwachting is dat daarmee de waterkwaliteit in de nieuwe sloot wordt verbeterd;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=gemeentedantumadiel&id=eb75f4eb-0241-4abd-a392-6cf22a9e56fe