Bijlage 2 Ontwerptekst wijziging GR Marrekrite
Tekst van het document
INHOUDSOPGAVE
Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Afdeling 1 Afdeling 2 Afdeling 3 Afdeling 4 Afdeling 5 Afdeling 6
Inrichting en samenstelling bestuur Het bestuur Het algemeen bestuur Het dagelijks bestuur De voorzitter Commissies De directeur
Hoofdstuk 3
Taken en bevoegdheden
Afdeling 1 Afdeling 2 Afdeling 3
Taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur Taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur Taken en bevoegdheden van de voorzitter
Hoofdstuk 4
Inlichtingen en verantwoording
Hoofdstuk 5
Financiën en beheer
Hoofdstuk 6
Archiefbescheiden
Hoofdstuk 7
Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing
Hoofdstuk 8
Slotbepalingen
1 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
Gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Marrekrite
Gedeputeerde staten van de provincie Fryslân en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel, De Fryske Marren, Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslân, Opsterland, Smallingerland, Súdwest-Fryslân, Tytsjerksteradiel, Waadhoeke en Weststellingwerf, ieder voor zover zij bevoegd zijn,
gelet op:
hoofdstuk IV van de Wet gemeenschappelijke regelingen
BESLUITEN:
de gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Marrekrite gewijzigd vast te stellen als volgt:
Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. de regeling: de gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Marrekrite; b. openbaar lichaam: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling; c. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; d. colleges: gedeputeerde staten van Fryslân en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeentendie deelnemen aan deze regeling. 2. Waar de wet of de regeling bepalingen van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing verklaard wordt voor provinciale staten, gedeputeerde staten en de commissaris van de Koning, gelezen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
2 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
van rechtswege nieuw artikel of artikellid toegevoegd type wijziging tekst redactioneel aangepast
x
artikel of artikellid vervallen Toelichting: Voor het eerste lid, onderdeel d, wordt een tekstuele wijziging voorgesteld. Er wordt niet langer gesproken over ‘deelnemende gemeenten’. Alleen bestuursorganen kunnen immers aan een gemeenschappelijke regeling deelnemen (de tekst van de Wgr is op dit punt niet consequent).
Artikel 2 Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 51, eerste lid, juncto artikel 8, eerste lid, van de wet, genaamd Recreatieschap voor het Friese water en land de ‘Marrekrite’, hierna: Recreatieschap Marrekrite. 2. Recreatieschap Marrekrite is gevestigd te Uitwellingerga. Artikel 3 Belangen Recreatieschap Marrekrite behartigt binnen de opgedragen taken de gemeenschappelijke belangen van de colleges, met als doel een evenwichtige en gecoördineerde ontwikkeling van de recreatie in de provincie Fryslân, rekening houdende met de belangen van natuur en landschap. Artikel 4 Taken openbaar lichaam 1. Ter behartiging van de in artikel 3 genoemde belangen oefent het openbaar lichaam de volgende taken uit: a. Het bevorderen van waterrecreatie door het tot stand brengen, beheren en onderhouden van voldoende vrije aanlegplaatsen midden in de natuur. Dit omvat mede: i. het zorgdragen voor een goede spreiding van de aanlegplaatsen; ii. het op diepte houden van de aanlegplaatsen; iii. het ophalen van recreatieafval bij de aanlegplaatsen; en iv. het verzorgen van het groenonderhoud bij de aanlegplaatsen. b. Het bevorderen van landrecreatie door: i. het tot stand brengen, beheren en onderhouden van bewegwijzering van recreatieve route(knooppunt)netwerkenstructuren, inclusief en toeristische overstappunten.
; en 3 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
c. Hhet beheren en coördineren van recreatieve routes in de digitale routedatabase. Dit omvat mede: i. het beheren, verzamelen, ontwikkelen en verrijken van recreatieve routes in de provinciale digitale routedatabase; ii. het ontsluiten van het routeaanbod via provinciale en regionale marketingorganisaties en derden; iii. het ontwikkelen van routeproducten ter ondersteuning hiervan; iv. het onderhouden en verbinden van het netwerk van stakeholders.
2.
3.
d. Advisering en ontwikkeling (water- en landrecreatie): i. advisering over routegebonden water- en landrecreatie uniforme brug- en sluisbediening; ii. het geven van voorlichting, het ontwerpen van plannen en het verstrekken van adviezen; iii. het gevraagd en ongevraagd (doen) uitvoeren van onderzoek; iv. het initiëren, coördineren en organiseren van werkgroepen, (innovatieve) projecten en initiatieven. De taken als bedoeld in het eerste lid worden zo veel als mogelijk uitgevoerd in afstemming met de betreffende deelnemer(s) en voorts met inachtneming van het door de bestuursorganen van de provincie en de deelnemende gemeenten vastgestelde beleid, beleidsregels en instructies. Recreatieschap Marrekrite is bevoegd tot het ten behoeve van derden verrichten van diensten op het terrein van het beheer en onderhoud ten behoeve van water- en landrecreatie, voor zover het dagelijks bestuur daarin bewilligt. van rechtswege
type wijziging
nieuw artikel of artikellid toegevoegd
x
tekst redactioneel aangepast
x
artikel of artikellid vervallen Toelichting: Het algemeen bestuur heeft in november 2024 besloten de deelnemers voor te stellen de taken van Marrekrite uit te breiden met een routebureau. Om dit te borgen moet de taak duidelijker worden opgenomen in de gemeenschappelijke regeling, waarbij de deelnemers unaniem moeten besluiten over het toevoegen van deze taak. In de geldende regeling staat onder de taak landrecreatie reeds de taak: het beheren en coördineren van recreatieve routes in de digitale routedatabase. Marrekrite heeft deze taak al sinds 2012 toen landrecreatie als taak werd toegevoegd aan het recreatieschap. Destijds is er door Marrekrite een routedatabase opgezet, die net als in de huidige afspraken, ontsloten zou worden door de marketingorganisaties. Door meerdere oorzaken buiten 4 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
Marrekrite is dat laatste destijds niet goed tot stand gekomen. Daardoor richtte Marrekrite de werkzaamheden vooral op het beheer en onderhoud van de netwerken. Met de opgave Dagrecreatieve Netwerken van het programma Gastvrij Fryslân 2028 van de provincie Fryslân, destijds op verzoek van de gemeenten opgenomen, is de routedatabase nieuw leven ingeblazen. Met het routebureau willen we die werkzaamheden structureel borgen. De taken van het routebureau zijn uitgebreider dan Marrekrite in 2012 had, waardoor een aanpassing van de taakbeschrijving gewenst is. De bestaande bepaling in lid 1, over het beheren van routes in een digitale routedatabase is daarom verder uitgewerkt en als zelfstandige taak (naast water, land en advisering) beschreven. De financiële gevolgen worden meegenomen in de reguliere begrotingscyclus en daarbij verwerkt in de deelnemersbijdragen. Tot en met 2026 is het routebureau nog als tijdelijke taak en met tijdelijke middelen ondergebracht bij Marrekrite. Het streven is om het routebureau vanaf 2027 als structurele taak in de begroting opgenomen te hebben. Daarnaast is besloten te stoppen met het voorzitterschap van de werkgroep harmonisering brugen sluisbediening, waardoor de tekst in lid 1 bij ‘advisering en ontwikkeling’ wordt aangepast. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in lid 1 tevens een aantal redactionele wijzigingen door te voeren.
Redactioneel is de opsomming aangepast door de taken weer te geven als a-d en de subtaken als i-iv.
Artikel 4a Participatie Het provinciebestuur en de betrokken gemeentebesturen besluiten omtrent participatie bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid ten behoeve van deze regeling. van rechtswege nieuw artikel of artikellid toegevoegd type wijziging
x
x
tekst redactioneel aangepast artikel of artikellid vervallen
Toelichting: Dit is een nieuwe bepaling. Bij gemeenschappelijke regelingen kunnen taken en bevoegdheden met grote maatschappelijke relevantie zijn belegd, terwijl niet is voorzien in overheidsparticipatie. De Wet versterking democratische legitimatie gemeenschappelijke regelingen schrijft daarom voor dat de gemeenschappelijke regeling bepalingen inhoudt omtrent de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van de regeling betrokken worden. Dat kan overigens ook inhouden dat deze mogelijkheid niet wordt geboden. Participatie wordt hier overgelaten aan het provinciebestuur en de betrokken gemeentebesturen. Dit sluit aan bij hetgeen in artikel 4, tweede lid, is bepaald. 5 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
Hoofdstuk 2 Afdeling 1
Inrichting en samenstelling bestuur Het bestuur
Artikel 5 Het bestuur 1. Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. 2. Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van het openbaar lichaam. Afdeling 2
Het algemeen bestuur
Artikel 6 Samenstelling 1. De colleges wijzen elk één lid en tenminste één plaatsvervangend lid aan van het algemeen bestuur. De aanwijzing vindt zo spoedig mogelijk plaats. 2. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid te zijn van het college uit wiens midden men is aangewezen. 3. De zittingsduur van de leden van het algemeen bestuur is gelijk aan die van het college dat hen heeft aangewezen. 4. Indien in het algemeen bestuur een vacature ontstaat, wijst het betreffende college zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. Artikel 7 1.
2.
3. 4. 5.
Werkwijze
Het algemeen bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar, en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, dan wel ten minste een vijfde van het aantal leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoekt. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. Indien de voorzitter, dan wel een vijfde gedeelte van de aanwezige leden het nodig oordeelt, dient het algemeen bestuur te besluiten of zal worden vergaderd met gesloten deuren. Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast. De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op. Tegelijkertijd met de oproeping brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van de in artikel 23, tweede lid, van de wet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd. 6 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
6. 7.
8.
De vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. Indien ingevolge het zesde lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. Op de vergadering, bedoeld in het zevende lid, is het zesde lid niet van toepassing. Het algemeen bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het zesde lid niet geopende vergadering was belegd, alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
Artikel 8 Besluitvorming 1. Elk lid van het algemeen bestuur, aangewezen door en uit de colleges van burgemeester en wethouders, heeft één stem. Het lid, aangewezen door en uit gedeputeerde staten heeft één stem. 2. Een stemming is alleen geldig als meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft, en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen. Artikel 29, tweede lid, van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing. 3. Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming is de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht. 4. Een lid neemt niet deel aan de stemming over: a. een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; b. de vaststelling of goedkeuring van de rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welk bestuur hij behoort. Afdeling 3
Het dagelijks bestuur
Artikel 9 Samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en vijf andere leden, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen. 2. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling. De aanwijzing van de leden, niet zijnde de voorzitter, vindt plaats door te bepalen welke vijf colleges van burgemeester en wethouders in het dagelijks bestuur vertegenwoordigd zijn.
7 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
3. 4.
Een lid Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur treedt afeindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn. Degene die tussentijds ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.
5.4. Indien iIn een vacature in het dagelijks bestuur een vacature ontstaat, wijst het algemeen bestuur wordt zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan voorzien. van rechtswege nieuw artikel of artikellid toegevoegd type wijziging
tekst redactioneel aangepast
x
artikel of artikellid vervallen
x
Toelichting: Voorgesteld wordt om de regeling aan te passen aan de bestuurspraktijk. Dit komt erop neer dat in het algemeen bestuur periodiek wordt bepaald welke vijf colleges van burgemeester en wethouders voorzien in een lid van het dagelijks bestuur. Als er een vacature ontstaat, bijvoorbeeld omdat een wethouder tussentijds zijn functie neerlegt, is het door dat college nieuw aangewezen lid van het algemeen bestuur tevens lid van het dagelijks bestuur. Lid 3 en 4 regelen hetzelfde. Lid 3 wordt tekstueel iets aangepast, waarmee lid 4 vervalt.
Artikel 10 Werkwijze en besluitvorming 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo vaak als de voorzitter of één van de leden dit nodig acht. 2. Elk lid van het dagelijks bestuur heeft één stem. 3. Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht. 4. De vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. 5. Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, een nieuwe vergadering. 6. Op de vergadering, bedoeld in het vijfde lid, is het vierde lid niet van toepassing. Het dagelijks bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerdere vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien meer dan de helft van het aantal alle zitting hebbende leden tegenwoordig is zijn. 7. Indien bij een stemming, anders dan over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen, de stemmen staken, wordt opnieuw gestemd. Staken de stemmen andermaal over hetzelfde voorstel, dan beslist de stem van de voorzitter. 8. Het dagelijks bestuur kan voor zijn vergaderingen een reglement van orde vaststellen. 8 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
van rechtswege nieuw artikel of artikellid toegevoegd type wijziging
x
tekst redactioneel aangepast artikel of artikellid vervallen
Toelichting: De Wgr laat het aan de deelnemers over om het vergaderquorum voor het dagelijks bestuur te regelen. Volgens het vierde lid is het vergaderquorum voor een reguliere vergadering ‘meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden’. Voor het houden van een vergadering op grond van het zesde lid moeten echter alle leden tegenwoordig zijn. Daar is geen logische verklaring voor en ook niet in lijn met vergelijkbare bepalingen in de Gemeentewet en de Provinciewet. Voorgesteld wordt om het zesde lid aan te passen en het vergaderquorum gelijk te trekken met het vierde lid.
Afdeling 4
De voorzitter
Artikel 11 De voorzitter 1. Het algemeen bestuur benoemt uit zijn midden het door gedeputeerde staten aangewezen lid als voorzitter. 2. De voorzitter is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur. 3. De voorzitter wordt bij ontstentenis vervangen door een lid van het dagelijks bestuur, dat daartoe door het algemeen bestuur is aangewezen. Afdeling 5
Commissies
Artikel 12 Adviescommissies 1. Het algemeen bestuur kan, met toepassing van artikel 24 van de wet, commissies van advies instellen. 2. Op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten gezamenlijk stelt het algemeen bestuur, met toepassing van artikel 24a van de wet, een gemeenschappelijke adviescommissie in, die het algemeen bestuur van advies kan voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten met betrekking tot de regeling kan voorbereiden en deze bestuursorganen van advies kan voorzien. 3. Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of de voorzitter worden door het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld. Het dagelijks bestuur respectievelijk de voorzitter regelt de bevoegdheden en de samenstelling. 9 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
Afdeling 6
De directeur
Artikel 13 De directeur 1. De directeur is belast met de dagelijkse leiding van Recreatieschap Marrekrite. 2. De directeur is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter behulpzaam bij de vervulling van hun taak. 3. De directeur is aanwezig bij de vergaderingen van het algemeen en het dagelijks bestuur. 4. De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan worden door de directeur mede ondertekend. 5. Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur.
Hoofdstuk 3 Afdeling 1
Taken en bevoegdheden van het bestuur Taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur
Artikel 14 Taken en bevoegdheden algemeen bestuur 1. Alle taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens deze regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen, behoren aan het algemeen bestuur. Tot de taken en bevoegdheden behoren in elk geval: a. het vaststellen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarrekening en het jaarverslag; 2. Het algemeen bestuur kan besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, voor zover dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam te brengen. 3. Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden van het algemeen bestuur overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich tegen overdracht verzet. Het algemeen bestuur kan beperkingen stellen aan de uitoefening van de overgedragen bevoegdheid.
10 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
Afdeling 2
Taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur
Artikel 15 Taken en bevoegdheden dagelijks bestuur 1. Tot de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur behoren in elk geval: a. het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; d. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 14, tweede lid; e. te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; f. het beheer van de financiële administratie; g. de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; h. het behartigen van de belangen van Recreatieschap Marrekrite bij andere overheden, instellingen, diensten of personen. 2.
Het dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit. Afdeling 3
Taken en bevoegdheden van de voorzitter
Artikel 16 Taken en bevoegdheden voorzitter 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur uitgaan. 3. De voorzitter vertegenwoordigt Recreatieschap Marrekrite in en buiten rechte. De voorzitter kan deze bevoegdheid opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.
11 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
Hoofdstuk 4
Inlichtingen en verantwoording
Artikel 17 Inlichtingen door het bestuur aan de raden en provinciale staten 1. Het bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten alle inlichtingen die: a. deze bestuursorganen nodig hebben voor de uitvoering van hun taken; of b. door één of meer leden van die bestuursorganen worden verlangd. 2. Het respectieve reglement van orde van de in het eerste lid genoemde bestuursorganen is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Artikel 18 Algemeen bestuur 1. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan het college die dit lid heeft aangewezen, alle inlichtingen die door één of meer leden daarvan wordt verlangd op de binnen de betreffende gemeente en de provincie gebruikelijke wijze. 2. Een lid van het algemeen bestuur kan door het college die dit lid heeft aangewezen, ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid op de binnen de betreffende gemeente en de provincie gebruikelijke wijze. 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten. 4. Het college kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit. 5.
Bij het verstrekken van inlichtingen of het afleggen van verantwoording verschaft een lid van het algemeen bestuur over zaken waaromtrent krachtens artikel 23 van de wet geheimhouding is opgelegd slechts informatie, indien krachtens het bepaalde voor het orgaan dat het lid heeft aangewezen geheimhouding is opgelegd. Laatstbedoelde geheimhouding kan eerst worden opgeheven, nadat door het algemeen bestuur tot opheffing van de geheimhouding is besloten. Artikel 19 Dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. 2. Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 3. Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. De 12 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
rechter treedt niet in de beoordeling van de gronden waarop het algemeen bestuur tot ontslag van een lid van het dagelijks bestuur heeft besloten. Artikel 20 Bericht en raad 1. Over al hetgeen het openbaar lichaam betreft, dient het dagelijks bestuur Onze Ministers desgevraagd van bericht en raad. 2. Het dagelijks bestuur doet mededeling van het verzoek en de inhoud daarvan aan de colleges.
Hoofdstuk 5
Financiën en beheer
Artikel 21 Geldmiddelen De geldmiddelen van Recreatieschap Marrekrite worden gevormd door: a. Vastgestelde jaarlijkse bijdragen van de colleges; b. subsidies, schenkingen en overige bijdragen; c. overige inkomsten. van rechtswege nieuw artikel of artikellid toegevoegd type wijziging
tekst redactioneel aangepast
x
artikel of artikellid vervallen Toelichting: Bij sub a is een verduidelijking opgenomen, om het onderscheid tussen de jaarlijkse bijdrage en eventuele incidentele bijdragen aan projecten (vallend onder sub c) door de deelnemers aan te geven. Dit ook in relatie tot de tekstuele aanpassing van artikel 22, lid 1.
Artikel 22 Bijdrage 1. In de kosten als bedoeld in artikel 21 sub a Voor zover de kosten van Recreatieschap Marrekrite niet worden gedekt door de in artikel 21 sub b en c bedoelde inkomsten, wordt hierin als volgt voorzien: a. gedeputeerde staten: 40%; b. colleges van burgemeester en wethouders gezamenlijk: 60%. 2. Het algemeen bestuur stelt de verdeelsleutel vast, op grond waarvan de in het eerste lid, onder b. bedoelde bijdrage over de colleges wordt omgeslagen. 3. De deelnemers betalen de verschuldigde bijdrage bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 1 februari. 4. Eventuele vVerrekening van het verschil tussen de begrote bijdrage en de werkelijk verschuldigde bijdrage vindt plaats binnen twee maanden na vaststelling van de 13 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
5. 6.
7.
jaarrekening. Uitgangspunt bij verrekening is de solvabiliteit en daaraan gerelateerd het weerstandsvermogen met ratio ‘voldoende’ (100-140%). De deelnemers dragen er zorg voor dat Recreatieschap Marrekrite te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te voldoen. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat het bestuur van een deelnemende gemeente weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat het provinciebestuur weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan de minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 198 en 199 Provinciewet. van rechtswege nieuw artikel of artikellid toegevoegd
type wijziging
tekst redactioneel aangepast
x
artikel of artikellid vervallen Toelichting: Lid 1 wordt tekstueel gewijzigd omdat de genoemde kostenverdeling alleen van toepassing is op hetgeen genoemd in artikel 21 sub a. Lid 4 behoeft ook een aanpassing. In de vergadering van het algemeen bestuur van 28 november 2024 is besloten het weerstandsvermogen te relateren aan de solvabiliteitsratio en daarnaast is in de vergadering van het algemeen bestuur op 9 juli 2025 bij het vaststellen van de begroting 2026 besloten dat de hoogte van het eigen vermogen gerelateerd is aan een ‘gezonde’ solvabiliteitsratio en een ‘voldoende’ ratio van het weerstandsvermogen (100-140%). Als we in het meerjarenperspectief structureel boven de 140% komen, keren we vermogen uit aan onze deelnemers. Als we onder 100% komen, doen de deelnemers een extra bijdrage om de solvabiliteit (en het weerstandsvermogen) aan te zuiveren, mits het niet op een andere manier in het meerjarenperspectief kan worden opgelost.
Artikel 23 Financiële en beleidsmatige kaders Het dagelijks bestuur zendt van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders in de vorm van een begrotingstoelichting en de voorlopige jaarrekening van het voorafgaande kalenderjaar aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten, met inachtneming van de in de wet genoemde termijn.
14 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
Artikel 23a Begroting 1. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast voorafgaande aan het jaar dat waarvoor zij dient, met inachtneming van de in de wet genoemde termijn voor toezending van de vastgestelde begroting aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2. Het dienstjaar valt samen met het kalenderjaar. 3. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met inachtneming van de in de wet genoemde termijn. Artikel 24 Zienswijzeprocedure begroting 1. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting, alsmede een meerjarenraming voor drie aaneengesloten jaren, voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten, met inachtneming van de in de wet genoemde termijn voor het geven van de in het derde lid bedoelde zienswijze. De ontwerpbegroting bevat een raming van de door de colleges verschuldigde bijdrage. 2. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemende gemeenten en de provincie voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. 3. De raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.
Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de in het derde lid bedoelde zienswijze, alsmede van de conclusies die het daaraan verbindt. 5. Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde begroting zo nodig toe aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten, die ter zake bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 6. Begrotingswijzigingen worden door het dagelijks bestuur toegezonden aan de colleges, indien en voor zover een wijziging van invloed is op de bijdrage. 5.7. Bij toepassing van lid 6, zijn eveneens hHet eerste, derde en vierde lid zijn van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van de volgende categorieën van begrotingswijzigingen: a. die verband houden met aanpassingen van de ramingen in verband met loon- en prijsstijgingen; b. die betrekking hebben op aanpassingen van investeringskredieten en overboekingen van investeringskredieten van het ene naar het andereéén object 15 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
7.
naar één of meer andere, dan wel nieuwe objecten;, voor zover dat niet leidt tot hogere kapitaallasten. c. die betrekking hebben op nieuwe investeringen c.q. lasten daarvan, voor zover de post “onvoorzien” daartoe nog de ruimte biedt; d. die betrekking hebben op overige lasten, voor zover de post “onvoorzien” daartoe nog de ruimte biedt; e. die betrekking hebben op bijdragen van derden dan wel andere baten. Begrotingswijzigingen worden door het dagelijks bestuur toegezonden aan de colleges, indien en voor zover een wijziging van invloed is op de bijdrage. van rechtswege nieuw artikel of artikellid toegevoegd
type wijziging
tekst redactioneel aangepast
x
artikel of artikellid vervallen Toelichting: Het oorspronkelijke Lid 6 en 7 worden omgewisseld, om de juiste volgtijdelijkheid aan te geven. Het nieuwe lid 7 wordt daarnaast tekstueel aangepast om het in overeenstemming te brengen met de geldende werkwijze danwel besluiten van het bestuur hieromtrent.
Artikel 25 Jaarrekening en Jaarverslag 1. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking hebben, met inachtneming van de in de wet genoemde termijn voor toezending van de vastgestelde jaarrekening aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met inachtneming van de in de wet genoemde termijn 3. De jaarrekening en het jaarverslag worden ter kennisname aan de colleges, de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten gezonden. Artikel 26 De administratie en de controle 1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten vast voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. De verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. 2. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. De verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. 16 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
3.
Het algemeen bestuur wijst een accountant aan als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met de controle van de jaarrekening en het daarbij verstrekken van een controleverklaring en het daarbij uitbrengen van een verslag van de bevindingen. Artikel 217, derde tot en met vijfde lid, van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 27 Vervallen.
Tegemoetkoming in de kosten en vergoeding van werkzaamheden
Hoofdstuk 6 Archiefbescheiden Artikel 28 Archief 1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van Recreatieschap Marrekrite, overeenkomstig een door het algemeen bestuur, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995, vast te stellen Archiefverordening. Deze verordening moet aan gedeputeerde staten worden meegedeeld. 2. Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen, overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Archiefwet 1995. 3. De archiefbewaarplaats, voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden, is de provinciale archiefbewaarplaats. 4. De directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
Hoofdstuk 7
Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing
Artikel 29 Toetreding 1. Een bestuursorgaan dat wenst toe te treden, dient hiertoe een verzoek in bij het algemeen bestuur. 2. Toetreding kan geschieden nadat de colleges hiertoe eensluidend hebben besloten, met inachtneming van het bepaalde in artikel 51, tweede tot en met vijfde lid, van de wet. 3. De toetreding gaat in op de eerste dag van het kalenderjaar volgende op het jaar waarin het in het tweede lid bedoelde besluit in werking is getreden. Het algemeen bestuur kan in afwijking van de vorige volzin een andere termijn voor toetreding vaststellen. 17 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
4.
Het algemeen bestuur regelt de gevolgen omtrent de toetreding. van rechtswege nieuw artikel of artikellid toegevoegd
type wijziging
tekst redactioneel aangepast
x
artikel of artikellid vervallen Toelichting: Voor het tweede lid is een tekstuele wijziging voorgesteld, waarmee de vinger wordt gelegd op de wettelijk voorgeschreven zienswijzeprocedure en de toestemmingsprocedure bij provinciale staten en de raden.
Artikel 30 Uittreding 1. Uittreding uit de regeling is mogelijk per 1 januari van enig jaar, na een periode van vijf jaren nadat het besluit tot toetreding in werking is getreden en vervolgens telkens om de vijf jaren. Daarbij wordt een opzegtermijn van ten minste één jaar in acht genomen. 2. Het voornemen tot uittreding wordt door het betreffende college bij aangetekende kennisgeving aan het algemeen bestuur meegedeeld. 3. Na ontvangst van de in het tweede lid vermelde kennisgeving wordt door het dagelijks bestuur een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke derde opdracht verleend een uittredingsplan op te stellen. 4. Op grond van het in het derde lid opgestelde plan besluit het college dat een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid heeft gedaan of daadwerkelijk tot uittreding wordt overgegaan. 5. Wanneer het betreffende college, na daartoe verkregen toestemming van de raad of provinciale staten, besluit uit te treden, stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De in het plan omschreven financiële verplichtingen zijn voor de uittredende deelnemer bindend. 6. De kosten van het opstellen van het uittredingsplan komen voor rekening van de deelnemer die het voornemen heeft om uit te treden. 1. Een deelnemer kan besluiten uit de regeling te treden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 51, tweede tot en met vijfde lid, van de wet.
2. Een besluit tot uittreding, met inbegrip van het toestemmingsbesluit van respectievelijk provinciale staten of de raad, wordt bij aangetekende kennisgeving gericht aan het algemeen bestuur. 3. Uittreding is mogelijk met ingang van 1 januari van enig kalenderjaar, na een periode van vijf jaren nadat het besluit tot toetreding in werking is getreden en vervolgens telkens om de vijf jaren. Hierbij wordt een opzegtermijn van ten minste één jaar in acht 18 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
genomen, te rekenen vanaf de datum waarop het uittredingsbesluit aan het algemeen bestuur ter kennis is gebracht. 4. Na ontvangst van de in het tweede lid vermelde kennisgeving geeft het dagelijks bestuur aan een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke deskundige opdracht om een uittredingsplan op te stellen. Het uittredingsplan geeft inzicht in de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. De kosten van het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende deelnemer. Het plan wordt vastgesteld door het algemeen bestuur. 5. Het uittredingsplan bevat een berekening van de financiële gevolgen van de uittreding: de uittreedsom. De uittreedsom bestaat uit een vergoeding ter compensatie van de kosten van uittreding, te weten frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. 6. Onder frictiekosten wordt verstaan alle incidentele kosten te maken door Recreatieschap Marrekrite die het rechtstreekse gevolg zijn van het uittredingsbesluit.
Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle kosten te maken dan wel te dragen door Recreatieschap Marrekrite, die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico's daarbij inbegrepen, ontstaan als rechtstreeks gevolg van het uittredingsbesluit. 7. Een vergoeding van door Recreatieschap Marrekrite toekomstig te maken dan wel te dragen desintegratiekosten beperkt zich tot kosten ontstaan binnen een periode van 5 jaar vanaf het moment van uittreding. 8. De berekening van de kosten voor uittreding wordt gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van het uittredingsbesluit, bedoeld in het eerste lid. Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van dat besluit worden niet betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittreedsom. 9. Het algemeen bestuur stelt het uittredingsplan vast binnen zes maanden na ontvangst van het besluit tot uittreding. 10. Op grond van het vastgestelde uittredingsplan besluit de betreffende deelnemer of het besluit tot uittreding heroverweging behoeft. De deelnemer neemt dit besluit binnen twee maanden na vaststelling van het uittredingsplan. Hiermee wordt de betalingsverplichting opgeschort.
Indien binnen twee maanden geen bericht omtrent heroverweging door de uittredende deelnemer, is de uittredende deelnemer de uittreedsom per ommegaande verschuldigd. 11. Het algemeen bestuur regelt de verdere gevolgen van uittreding. 19 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
12. Het bestuur van Recreatieschap Marrekrite en de uittredende deelnemer spannen zich in om de nadelige financiële gevolgen van de uittreding zoveel mogelijk te beperken. 13. Het algemeen bestuur brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom. De uittreedsom is definitief op het moment dat het uittredingsplan is vastgesteld. van rechtswege nieuw artikel of artikellid toegevoegd type wijziging tekst redactioneel aangepast
x
x
x
artikel of artikellid vervallen Toelichting: De gehele bepaling is herzien. Naast enkele tekstuele wijzigingen, ter completering of verduidelijking, worden met dit voorstel de bepalingen over uittreding aangescherpt. Dat is ook in lijn met de Wet versterking democratische legitimatie gemeenschappelijke regelingen. In de memorie van toelichting staat hierover1: Hoewel artikel 9 van de Wgr al verplicht om bij een voor onbepaalde tijd ingestelde gemeenschappelijke regeling afspraken te maken over het regelen van de gevolgen van de uittreding, laat de praktijk zien dat veel problemen worden ervaren ten gevolge van de uittreding. Dat komt omdat in de regeling vaak wordt volstaan met de afspraak dat in geval van uittreding het (algemeen) bestuur de uittreedvoorwaarden vaststelt. Om hier een einde aan te maken wordt voorgesteld artikel 9 van de Wgr aan te scherpen met een bepaling over de reikwijdte van de afspraken die moeten worden gemaakt over het regelen van de gevolgen van de uittreding, zodat niet langer volstaan kan worden met een vaststelling door het (algemeen) bestuur.
Toegevoegd is dat in ieder geval afspraken moeten worden gemaakt over de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht - maar niet uitsluitend - aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting, (achterblijvende rentelasten over) investeringen, beheer van activa en de eigendoms- en vermogensoverdracht van de activa op grondgebied van de deelnemer. Art. 9 van de Wgr, dat van overeenkomstige toepassing is, luidt, voor zover hier van belang inmiddels: De regeling houdt bepalingen in omtrent (…) de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, en de deelnemende gemeenten, met inachtneming van artikel 1.
1 Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 513, nr. 3, p. 16 20 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
De regeling schrijft voor dat door een onafhankelijke derde de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding in kaart worden gebracht, het zgn. uittredingsplan. In dit plan moet ook een berekening worden opgenomen van de financiële gevolgen van de uittreding: de uittreedsom. De uittreedsom bestaat uit twee componenten, te weten frictiekosten en desintegratiekosten, waarbij de regeling definieert wat hieronder wordt verstaan. Eventuele baten worden hiermee verrekend. De uittreedsom kan zich maximaal uitstrekken over een periode van 5 jaren na de datum van uittreding. Deze termijn is in lijn met de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.2 Bovendien wordt de uittreedsom berekend op basis van ten tijde van het uittredingsbesluit bekende feiten en omstandigheden. Het algemeen bestuur mag niet min of meer de vrije hand krijgt bij het bepalen van de gevolgen van uittreding. De deelnemers moeten dit in de regeling inkaderen. Met dit voorstel is dat gebeurd. Het is vervolgens aan algemeen bestuur om de verdere gevolgen van uittreding te regelen. De regeling voorziet nadrukkelijk in een moment van heroverweging door de uittredende deelnemer, zodra het uittredingsplan is vastgesteld.
De vaststelling van het uittredingsplan door het AB is een voor bezwaar vatbaar besluit op grond van de Awb.
Artikel 31 Wijziging 1. De colleges of het bestuur van Recreatieschap Marrekrite kunnen een voorstel tot wijziging van de regeling indienen bij het algemeen bestuur. 2. Het algemeen bestuur zendt het wijzigingsvoorstel aan de colleges. 3. Een wijziging komt tot stand indien twee derde van de colleges hiertoe heeft besloten, met inachtneming van het bepaald in artikel 51, tweede tot en met vijfde lid, van de wet. 4. In afwijking van het derde lid komt een wijziging van de artikelen 3, 4, 11, eerste lid en 22, eerste lid, tot stand indien unaniem hiertoe is besloten. van rechtswege nieuw artikel of artikellid toegevoegd type wijziging
tekst redactioneel aangepast
x
artikel of artikellid vervallen Toelichting: Voor het derde lid is een tekstuele wijziging voorgesteld, waarmee de vinger wordt gelegd op de wettelijk voorgeschreven zienswijzeprocedure en de toestemmingsprocedure bij provinciale staten en de raden.
2 ABRS 15 april 2015, nr. 201404322/1/A2. 21 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
Artikel 32 Opheffing 1. De regeling wordt opgeheven wanneer tenminste twee derde van de colleges daartoe besluiten, met inachtneming van het bepaalde in artikel 51, tweede tot en met vijfde lid, van de wetzulks onverminderd het bepaalde in artikel 9, derde lid, van de wet. 2. De opheffing treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. 3. In geval van opheffing besluit het algemeen bestuur tot liquidatie. 4. Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan vast. Hierbij kan worden afgeweken van de bepalingen van de regeling. Het plan voorziet in de verdeling van de rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemende partijen op een in dat plan te bepalen wijze. van rechtswege nieuw artikel of artikellid toegevoegd type wijziging
tekst redactioneel aangepast
x
artikel of artikellid vervallen Toelichting: Voor het eerste lid is een tekstuele wijziging voorgesteld, waarmee de vinger wordt gelegd op de wettelijk voorgeschreven zienswijzeprocedure en de toestemmingsprocedure bij provinciale staten en de raden. De verwijzing naar artikel 9, derde lid, van de Wgr kan vervallen. De Wgr bepaalt eenvoudigweg dat het openbaar lichaam Recreatieschap Marrekrite na zijn ontbinding blijft voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn vermogen nodig is.
Hoofdstuk 8
Slotbepalingen
Artikel 32a Evaluatie 1. Het algemeen bestuur draagt ervoor zorg dat de regeling periodiek, doch tenminste één maal per vier jaar, wordt geëvalueerd. 2. Het algemeen bestuur stelt de evaluatieopdracht vast. 3. Het evaluatieverslag wordt aan de deelnemers, provinciale staten en de gemeenteraden gezonden. 4. De kosten van deze evaluatie zullen -voor zover ze niet binnen de begroting van de regeling kunnen worden opgevangen- separaat bij de deelnemers in rekening worden gebracht naar rato van de deelnemersbijdrage
22 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025
van rechtswege nieuw artikel of artikellid toegevoegd type wijziging
x
x
tekst redactioneel aangepast artikel of artikellid vervallen
Toelichting: Dit is een nieuwe bepaling. Doel van de Wet versterking democratische legitimatie gemeenschappelijke regelingen is onder andere het versterken van de positie van de volksvertegenwoordiging. De Wgr schrijft voor dat de regeling bepalingen inhoudt omtrent de evaluatie Periodieke evaluatie kan bijdragen aan a) een doelmatige en doeltreffende bestuurs- en bedrijfsvoering en b) de beleidsvorming en -bepaling over verbonden partijen. In dat licht is toezending van het evaluatieverslag aan genoemde bestuursorganen gewenst.
Artikel 33 Citeertitel, bekendmaking en inwerkingtreding 1. Deze regeling wordt aangehaald als “Gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Marrekrite”. 2. Gedeputeerde staten van Fryslân dragen zorg voor de bekendmaking van besluiten tot het vaststellen, wijzigen, verlengen of opheffen van de regeling. Bekendmaking vindt plaats in het provinciaal blad. 3. De regeling of een wijziging daarvan treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking, tenzij bij eensluidend besluit van de colleges anders is bepaald.
23 Ontwerptekst GR Recreatieschap Marrekrite – versie 11-09-2025