CConstaterende datDantumadiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Gemeentefonds meicirculaire 2026

Commissievergadering 2 16 juni 2026, gemeente DantumadielBij agendapunt: Meicirculaire34.352 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeentefonds

Meicirculaire 2026

de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W

DGOBDR/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 29 mei 2026 Kenmerk 2026-0000247887

Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires

Ingangsdatum Geldig tot

meicirculaire gemeentefonds 2026 bekendmaking van beleid en het geven van informatie meicirculaire 2025 (2025-0000332806); septembercirculaire 2025 (2025-0000554447); decembercirculaire 2025 (2025-0000688416)

29 mei 2026 1 juli 2027

Meicirculaire gemeentefonds 2026

Voorwoord

Voor u ligt de meicirculaire gemeentefonds 2026. Gemeenten ontvangen op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De meicirculaire informeert u over de gemeentefondsuitkeringen voor 2026 en verder, gebaseerd op de voorjaarsbesluitvorming van het Rijk. In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook. De politiek-bestuurlijke zaken worden in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. De latere hoofdstukken richten zich vooral op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken. Mede namens de Staatssecretaris van Financiën, De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

P.E. Heerma

Meicirculaire gemeentefonds 2026

1

Meicirculaire gemeentefonds 2026

2

Inhoudsopgave 1

2

3

Hoofdpunten ............................................................................................................. 8 1.1

Inleiding............................................................................................................ 8

1.2

Verdeling gemeentefonds per 2027....................................................................... 8

1.3

Algemene uitkering............................................................................................. 9

1.4

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ............................................................ 10

Algemene uitkering .................................................................................................. 11 2.1

Inleiding.......................................................................................................... 11

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ........................................... 11

1.

Accres.............................................................................................................. 12

1a.

Accres tranches ................................................................................................. 12

1b.

Incidentele bijstelling accres (Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo) ............... 14

2.

Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025 ........................................................... 14

3.

Inschrijving buitenlandse akten ........................................................................... 15

4.

Almere ............................................................................................................. 15

5.

Diversen .......................................................................................................... 16

6.

Indexatie Wmo demografie ................................................................................. 16

7.

Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo .......................................................... 17

8.

Overgangsrecht levenslang ................................................................................. 17

9.

44. Huishoudelijke hulp uit de Wmo met vangnet .................................................. 17

9a.

Huishoudelijke hulp uit de Wmo .......................................................................... 17

9b.

Vangnet ........................................................................................................... 18

10.

Kinderopvang pleegouders .............................................................................. 18

11.

Compensatieregeling niet-beoogde kosten jeugdzorg ......................................... 18

12.

‘Weeffout’ Jeugdzorg ...................................................................................... 18

13.

Ketensystemen jeugd..................................................................................... 19

14.

Inschrijving buitenlandse akten ....................................................................... 19

15.

Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders ..... 19

16.

Wet op de lijkbezorging .................................................................................. 20

17.

Wet handhaving sociale zekerheid ................................................................... 20

18.

Correctie extrapolatie participatie .................................................................... 20

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering................................................................ 21

2.4

Overige mededelingen algemene uitkering .......................................................... 21

2.4.1

Bommenregeling .............................................................................................. 21

2.5

Veranderingen in het verdeelstelsel .................................................................... 23

2.5.1

Maatstaf OZB: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven ................................ 23

2.5.2

Maatstaven, bedragen per eenheid, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen 23

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen.................................................................... 28 3.1

Inleiding.......................................................................................................... 28

3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen.............................. 28

1.

Alleenverdienersproblematiek ............................................................................. 31

Meicirculaire gemeentefonds 2026

3

2.

IBO Problematische schulden .............................................................................. 32

3.

Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp ...................................................... 32

4.

Aanpak overlast asielzoekers .............................................................................. 32

5.

Re-integratiedienstverlening gericht op jongeren ................................................... 33

6.

Faciliteitenbesluit opvangcentra ........................................................................... 34

7.

Pilot dakloze EU-burgers .................................................................................... 34

8.

Almere ............................................................................................................. 34

9.

Overlast zonnepark nabij Schiphol ....................................................................... 35

10.

Ondersteuning lokale politieke partijen ............................................................. 35

11.

Gebiedsgerichte leeraanpak funderingsproblematiek .......................................... 35

12.

Voorbereiding bouw kerncentrales ................................................................... 36

13.

Impulsbudget arbeidsmarktregio’s ................................................................... 36

14.

Versterking lokale aanpak high impact crimes ................................................... 37

15.

Erfgoed en Overheid ...................................................................................... 37

16.

Overheidsbrede Dienstverlening ...................................................................... 38

17.

Continuering aanpak ondermijning Zaanstad..................................................... 38

18.

Landelijk bureau Zorg- en Veiligheidshuizen ...................................................... 38

19.

Gelijkwaardige schadeafhandeling Drieborg ...................................................... 38

20.

Wet betaalbare huur ...................................................................................... 39

21.

Koplopersprogramma Gebiedsgericht Beter Benutten ......................................... 39

22.

Schiphol Social Work ...................................................................................... 39

23.

Centraal planningssysteem BRP-straten............................................................ 40

24.

Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties ........................................... 40

24a.

Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus (kleine sectoren) .......................................... 40

24b.

Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus ................................................................... 41

25.

NOVEX-samenwerking .................................................................................... 41

26.

Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR) ...................................................... 41

27.

Veerkrachtige Wijken ..................................................................................... 42

28.

Aanpak rivaliserende jeugdgroepen ................................................................. 42

29.

Natuurbrandpreventie en -mitigatie ................................................................. 42

30.

Pilotproject VvE's Schiedam ............................................................................ 42

31.

MIRT-onderzoek Brainportregio ....................................................................... 43

32.

Nabije triage Zorg- en Veiligheidshuis .............................................................. 43

33.

Actieagenda mkb-dienstverlening .................................................................... 43

34.

Experiment nieuw stembiljet ........................................................................... 43

35.

Work in NL (Dienstverlening arbeidsmarktregio) ................................................ 43

36.

Compensatie medewerkers sociaal ontwikkelbedrijven ....................................... 44

37.

Continuering coördinerende rol binnen NPLV-Netwerk ........................................ 44

38.

Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders ..... 44

39.

Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) .................... 44

40.

Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen ................................................... 45

Meicirculaire gemeentefonds 2026

4

4

41.

Knelpunten verdeelproblematiek ..................................................................... 45

42.

Impulsbudget sociale infrastructuur extrapolatie................................................ 45

43.

Loon- en prijsbijstelling 2026 Participatie.......................................................... 46

44.

Loon- en prijsbijstelling 2026 Beschermd Wonen ............................................... 46

45.

Rijksbijdrage sociale infrastructuur extrapolatie ................................................. 46

46.

Wsw extrapolatie ........................................................................................... 46

3.3

Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen ...................................................................................................................... 47

3.3.1

Armoedebestrijding kinderen ............................................................................. 47

3.3.2

Jeugdhulp aan kinderen in een AZC .................................................................... 47

3.3.3

Voorschoolse voorzieningen peuters ................................................................... 47

3.3.4

Vrouwenopvang ............................................................................................... 47

3.3.5

Maatschappelijke opvang................................................................................... 48

3.3.6

Nationaal Actieplan Dakloosheid ......................................................................... 48

3.3.7

Impulsbudget sociale infrastructuur .................................................................... 48

3.3.8

Rijksbijdrage beschut werk ................................................................................ 48

3.3.9

Rijksbijdrage Wsw ............................................................................................ 49

Overige mededelingen .............................................................................................. 50 4.1

Inleiding.......................................................................................................... 50

4.2

Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen...................... 50

4.3

Landelijk gemiddelde kengetal belastingcapaciteit ................................................ 51

4.4

Advies raming ruimte onder het plafond BCF ....................................................... 51

4.5

Redelijk peil 2027 ............................................................................................. 52

4.6

Integraal overzicht financiën gemeenten ............................................................. 52

4.7

Analyse gemeentebegrotingen ........................................................................... 52

4.8

Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ........................................................... 52

Bijlagen........................................................................................................................ 53 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2026 ............................................ 54 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2026 per cluster ....................................................... 56 Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2027 ............................................ 58 Bijlage 2.1.4 Bedragen per eenheid 2027 per cluster ....................................................... 60 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2026-2031 ................................................... 62 Bijlage 2.2.2 Overzicht mutaties 2025 BTW-compensatiefonds .......................................... 63 Bijlage 2.4.1 Suppletie-uitkering Bommenregeling........................................................... 65 Bijlage 2.5.2-1 Volumina maatstaven 2026-2031 ............................................................ 67 Bijlage 2.5.2-2 Ingroeipad 2027 en 2028 ....................................................................... 70 Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Alleenverdienersproblematiek ................................. 78 Bijlage 3.2-2 Decentralisatie-uitkering IBO Problematische schulden ..................................

86 Bijlage 3.2-3 Decentralisatie-uitkering Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp .......... 90 Bijlage 3.2-4 Decentralisatie-uitkering Aanpak overlast asielzoekers .................................. 94 Bijlage 3.2-5 Decentralisatie-uitkering Re-integratiedienstverlening gericht op jongeren....... 95

Meicirculaire gemeentefonds 2026

5

Bijlage 3.2-6 Decentralisatie-uitkering Faciliteitenbesluit opvangcentra .............................119 Bijlage 3.2-7 Decentralisatie-uitkering Pilot dakloze EU-burgers .......................................122 Bijlage 3.2-10 Decentralisatie-uitkering Ondersteuning lokale politieke partijen .................123 Bijlage 3.2-13 Decentralisatie-uitkering Impulsbudget arbeidsmarktregio’s ........................127 Bijlage 3.2-14 Decentralisatie-uitkering Versterking lokale aanpak high impact crimes ........128 Bijlage 3.2-15 Decentralisatie-uitkering Erfgoed en Overheid ...........................................129 Bijlage 3.2-16 Decentralisatie-uitkering Overheidsbrede Dienstverlening ...........................130 Bijlage 3.2-20 Decentralisatie-uitkering Wet betaalbare huur ...........................................134 Bijlage 3.2-21 Decentralisatie-uitkering Koplopersprogramma Gebiedsgericht Beter Benutten .....................................................................................................................142 Bijlage 3.2-24a Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus (kleine sectoren) .....................................................................................................................143 Bijlage 3.2-24b Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus ......................144 Bijlage 3.2-26

Decentralisatie-uitkering Nationaal Programma Vitale Regio's (NPVR)...........145 Bijlage 3.2-29 Decentralisatie-uitkering Natuurbrandpreventie en -mitigatie ......................146 Bijlage 3.2-38 Decentralisatie-uitkering Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders .........................................................................147 Bijlage 3.2-39 Decentralisatie-uitkering Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) ....................................................................................148 Bijlage 3.2-40 Decentralisatie-uitkering Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen ........152 Bijlage 3.2-41 Decentralisatie-uitkering Knelpunten verdeelproblematiek ..........................156 Bijlage 3.2-42 Decentralisatie-uitkering Impulsbudget sociale infrastructuur ......................157 Bijlage 3.3.1 Decentralisatie-uitkering Armoedebestrijding kinderen .................................159 Bijlage 3.3.2 Decentralisatie-uitkering Jeugdhulp aan kinderen in een AZC ........................163 Bijlage 3.3.3 Decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters ...........................166 Bijlage 3.3.5 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang ......................................170 Bijlage 3.3.6 Decentralisatie-uitkering Nationaal Actieplan Dakloosheid

.............................171 Bijlage 4.5 Redelijk peil 2027 .......................................................................................172

Meicirculaire gemeentefonds 2026

6

Meicirculaire gemeentefonds 2026

7

1 1.1

Hoofdpunten Inleiding

Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als specifieke uitkeringen, belastingopbrengsten, gemeentelijke heffingen, gemeentelijke rentebaten- en lasten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. In deze circulaire vindt de verwerking plaats van de mutaties uit de Voorjaarsnota 2026 en de bijbehorende Eerste Suppletoire Begroting 2026. De informatie is onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring. Dit hoofdstuk bevat een beknopte weergave van de belangrijkste mutaties uit de circulaire. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering, de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. 1.2

Verdeling gemeentefonds per 2027

Op 30 mei jl. is de Tweede Kamer geïnformeerd over de verdeling per 1 januari 2027 1. Er worden twee kleine wijzigingen doorgevoerd. Ten eerste, de berekening van de maatstaf ‘Huishoudens met een laag inkomen’ met procenten in plaats van met honderdtallen. Ten tweede, de rekentarieven van de Onroerendezaakbelasting (OZB) aan te passen aan de werkelijke gemiddelde OZB-tarieven en de verevening van de overige eigen middelen met hetzelfde bedrag te verlagen. Deze wijzigingen voor het jaar 2027 zijn in de rekenmodellen op internet, behorend bij deze circulaire, verwerkt. Wat betreft het ingroeipad – het pad waarmee gemeenten sinds 1 januari 2023 naar de nieuwe verdeling ingroeien – zijn we het als fondsbeheerders eens met de ROB dat de beoogde richting van de totale herverdeling door de voorstellen ongewis is geworden. We sluiten ons dan ook aan bij het ROB advies om de huidige bedragen van het ingroeipad, voor die gemeenten die nog niet volledig waren ingegroeid, voorlopig te bevriezen op het niveau van 2026 2 en dit bevroren niveau tot en met 2028 mee te laten groeien met de indexatie 3. Zoals de ROB in zijn advies aangeeft is er nog vervolgonderzoek nodig. Aangezien we, zoals hiervoor aangegeven, hechten aan een zorgvuldig proces, is een volgende stap in het ingroeipad voorzien per 1 januari 2029, zie paragraaf 2.5.2.

Kamerstukken II, 2025-2026, 36 800 B, nr.25 Bij de meicirculaire gemeentefonds 2022 is het ingroeipad vastgesteld. Voor 211 gemeenten geldt dat ze nog niet volledig zijn ingegroeid en nu dus een bevroren ingroeipad hebben. Voor gemeenten met een negatief ingroeipad die in 2022 een beperkte financiële draagkracht hadden is het ingroeipad bevroren op € 22,50 per inwoner. Voor de overige gemeenten is het ingroeipad bevroren op € 37,50 per inwoner. De exacte indexatie zal in de meicirculaire 2026 worden berekend op basis van de stand van de uitkeringsfactor meicirculaire 2026 voor het jaar 2027 versus de stand van de uitkeringsfactor meicirculaire 2022 voor het jaar 2023. 3 De ROB spreekt in zijn advies van de uitkeringsfactor. De uitkeringsfactor is de wijze waarop de indexatie in het verdeelmodel wordt verwerkt. 1 2

Meicirculaire gemeentefonds 2026

8

1.3

Algemene uitkering

Amendement Clemminck – Tijs van den Brink over ondersteuning lokale politieke partijen Vooruitlopend op de Wet Politieke Partijen (WPP) wordt in 2026 een eenmalige bijdrage van € 5,5 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten via een decentralisatie-uitkering zodat lokale politieke partijen al over deze middelen kunnen beschikken. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het aangenomen amendement op de begroting van het gemeentefonds van de Tweede Kamerleden Clemminck en Tijs van den Brink. Accres tranches Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van gemeenten. De jaarlijkse toe- en afname van het gemeentefonds wordt het accres genoemd. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor de jaren 2027 en verder. Daarnaast is de definitieve afrekening van de accrestranche 2026 verwerkt. Het accres wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (bbp). Plafond BTW-compensatiefonds Deze circulaire biedt informatie over de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) over 2025. Bij Miljoenennota 2026 werd de ruimte onder het plafond voor 2025 voor de gemeenten geraamd op € 428 miljoen. Dit bedrag is reeds verrekend in de voorlopige afrekening bij Miljoenennota 2026. Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn afgenomen met € 213 miljoen.

Deze € 213 miljoen is verrekend bij de Voorjaarsnota 2026. De totale ruimte onder het plafond van 2025 was € 216 miljoen. Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo In de Voorjaarsnota 2023 is besloten dat het abonnementstarief in de Wmo 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd. De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 was ingeboekt per 1 januari 2027. Echter, blijkt nu dat deze niet eerder dan per 1 januari 2028 kan worden ingevoerd. Daarom wordt vanaf de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport € 266 miljoen (oorspronkelijke € 225 miljoen plus accres) voor het jaar 2027 middelen overgeheveld naar het gemeentefonds. 44. Huishoudelijke hulp uit Wmo met vangnet Dit betreft maatregel 44 uit het Coalitieakkoord van het kabinet Jetten. Mensen die dat kunnen, gaan zelf betalen voor hun huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) wordt daarom geschrapt met ingang van 1 januari 2029 (€ 1,4 miljard). Voor de mensen die niet

Meicirculaire gemeentefonds 2026

9

zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien (€ 430 miljoen). 1.4

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen

De circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2026 en verder ook een aantal wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat om de aanpassing van bestaande uitkeringen, omzetting van specifieke uitkeringen naar decentralisatie-uitkeringen en om nieuwe uitkeringen. In hoofdstuk 3 is een compleet overzicht opgenomen. De belangrijkste wijzigingen die in deze circulaire verwerkt zijn betreffen: -

De decentralisatie-uitkering Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Bij deze circulaire wordt € 671 miljoen in 2027 beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid. Hiervan wordt € 583 miljoen verdeeld op basis van de verschillende taken die gemeenten hebben en bijbehorende indicatoren zoals het aantal inwoners van een gemeente. Van het totaalbudget wordt € 85,9 miljoen toegekend voor plannen die gemeenten hebben op gebied van het aardgasvrij maken van wijken, het aanleggen van windparken of zonneweiden of een zero-emissie -zone. Daarnaast is € 1,9 miljoen beschikbaar ten behoeve van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL).

-

De integratie-uitkeringen Participatie en Beschermd Wonen zijn geïndexeerd. De uitgekeerde loon- en prijsbijstelling 2026 bedraagt € 84,1 miljoen voor Participatie en € 66,5 miljoen voor Beschermd Wonen.

Meicirculaire gemeentefonds 2026

10

2 2.1

Algemene uitkering Inleiding

Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Deze drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. Paragraaf 2.4 bevat overige mededelingen over de algemene uitkering. Paragraaf 2.5 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer.

Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. 2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering

Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2026 tot en met 2031 ten opzichte van de decembercirculaire 2025. Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering kunnen het gevolg zijn van: 1. Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. 2. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. De clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. Met de clusterindeling wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te

omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.

Meicirculaire gemeentefonds 2026

11

Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2026 en verder ten opzichte van de decembercirculaire 2025 en worden onder de tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar.

Toelichting algemene uitkering 1.

Accres

1a. Accres tranches Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. De jaarlijkse toe- en afname van het gemeentefonds en het provinciefonds wordt het accres genoemd. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor de jaren 2027 en verder. Daarnaast is de definitieve afrekening van de accrestranche 2026 verwerkt. Vanaf 2024 is het accres gekoppeld aan de bbp-normeringssystematiek. Uitgangspunt is dat de fondsen meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. De normering wordt gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling van de fondsen wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het fonds minder schommelt. Het prijsdeel volgt de prijsontwikkeling van het bbp van het lopende jaar. Conform de rijksbrede systematiek wordt de index in het voorjaar van het lopende jaar definitief. Het betreft een generieke normering die naar eigen inzicht van een individuele gemeente kan worden ingezet.

Meicirculaire gemeentefonds 2026

12

Het accres is voor het jaar 2026 bij Voorjaarsnota 2026 definitief vastgesteld en de raming voor de jaren 2027 en verder is geactualiseerd op basis van de ontwikkeling van het bbp van het Centraal Economisch Plan (CEP) door het Centraal Planbureau (CPB). In de berekeningen is uitgegaan van indices met één decimaal achter de komma conform de door het CPB op internet gepubliceerde CEP-gegevens. In tabel 2.2.2 zijn de actuele cijfers opgenomen.

Tabel 2.2.2 Indices 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Volume bbp (8-jaars gemiddelde)

1,9%

1,8%

Prijs bbp

2,9%

2,5%

1,7%

1,5%

2,2%

1,6%

2,9%

2,5%

2,6%

Gecombineerde bbp index

4,9%

2,4%

4,3%

4,6%

4,0%

4,9%

4,0%

Volume bbp (8-jaars gemiddelde) Prijs bbp

1,9%

1,8%

1,7%

1,5%

2,2%

2,5%

2,5%

2,7%

2,5%

Gecombineerde bbp index

2,4%

4,4%

4,3%

4,4%

4,0%

4,7%

Volume bbp (8-jaars gemiddelde)

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Prijs bbp

0,4%

0,0%

0,2%

0,0%

0,2%

Gecombineerde bbp index

0,4%

0,0%

0,2%

0,0%

0,2%

Indices CPB bbp CEP 2026

Indices CPB bbp MEV 2026

Verschil (nieuw-oud)

Tabel 2.2.3 bevat de grondslag en de huidige accres raming zoals opgenomen in deze Voorjaarsnota 2026 op basis van de bbp cijfers uit het CEP 2026.

Tabel 2.2.4 bevat het accres voor 2026 en verder zoals opgenomen in de Miljoenennota 2026. Tabel 2.2.5 bevat de mutaties in het accres tussen de stand Miljoenennota 2026 en de stand Voorjaarsnota 2026.

Meicirculaire gemeentefonds 2026

13

1b. Incidentele bijstelling accres (Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo) De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 was ingeboekt per 1 januari 2027. Echter, nu blijkt dat deze niet eerder dan per 1 januari 2028 kan worden ingevoerd. Daarom wordt vanaf de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor het jaar 2027 een bedrag van € 225 miljoen overgeheveld naar het gemeentefonds (zie paragraaf 2.2.7 van deze circulaire). Aangezien de besparing van € 225 miljoen al was ingeboekt, zie paragraaf 2.2.12 van de meicirculaire 2023, is er over deze middelen geen accres opgebouwd. Derhalve wordt het accres incidenteel bijgesteld met € 40,7 miljoen in 2027. 2.

Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025

De bijdrage van het Rijk aan het BCF is geplafonneerd. Het plafond van het BCF is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en het provinciefonds. Het plafond van het BCF wordt daarnaast aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BCF. Hierdoor hebben decentralisaties geen effect op de ruimte onder het plafond van het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds dan wel het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds dan wel het provinciefonds. Bij Miljoenennota 2026 werd de ruimte onder het plafond voor 2025 voor de gemeenten geraamd op € 428 miljoen. Dit bedrag is reeds verrekend bij de voorlopige afrekening bij

Meicirculaire gemeentefonds 2026

14

Miljoenennota 2026. Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn afgenomen met afgerond € 213 miljoen. Deze € 213 miljoen is verrekend bij de Voorjaarsnota 2026. De totale ruimte onder het plafond van 2025 was € 216 miljoen.

3.

Inschrijving buitenlandse akten

De gemeente Den Haag vervult een landelijke taak bij het inschrijven van buitenlandse akten, onder meer voor geboorte en huwelijk. In het verleden kreeg de gemeente Den Haag financiële compensatie voor deze taak via het gemeentefonds, maar deze middelen zijn bij de ingang van de huidige verdeling van de algemene uitkering per 1 januari 2023 per abuis vervallen. Om dit te corrigeren is er vanaf 1 januari 2026 structureel een bedrag van € 3,4 miljoen uit de algemene uitkering overgeheveld naar de maatstaf verkiezingen Den Haag. Aanvullend worden voor de jaren 2026-2028 middelen overgeheveld ten behoeve van het toekomstbestendig maken van de organisatie en het proces van het inschrijven van buitenlandse akten. In 2026 gaat het aanvullend om € 294.000 en in 2027 en 2028 om aanvullend € 307.000. Zie ook paragraaf 2.2.14. 4.

Almere

De decentralisatie-uitkering Groeiopgave Almere dateert uit 2015 en geldt voor een periode van maximaal 22 jaar. Het doel van deze uitkering is om de gemeente Almere in staat te stellen een bijdrage aan de gemaakte groeiafspraken te leveren. Per 2021 is deze decentralisatie-uitkering omgezet in een specifieke uitkering (SPUK), zie paragraaf 2.2.4 van de meicirculaire 2021. In 2022 is deze SPUK door Berenschot geëvalueerd en is besloten om de uitkering voor de periode 2023-2027 te continueren. Er is toen ook afgesproken dat in 2027 opnieuw een evaluatieonderzoek zal plaatsvinden met als doel een besluit te kunnen nemen over eventuele voortzetting van de uitkering voor de periode 2028-2032 en de eventuele hoogte van de uitkering. Inmiddels wordt samen met de gemeente Almere en andere betrokken partijen gewerkt aan de voorbereidingen van deze evaluatie. In dat kader is afgesproken de huidige SPUK weer om te zetten in een decentralisatie-uitkering zonder nadere bestedingsvoorwaarden. In de decembercirculaire 2025 (in paragraaf 3.2.4) is dit reeds voor het jaar 2025 gedaan en is aangekondigd dat bij Voorjaarsnota 2026 de SPUK ook voor 2026 en verder zal worden omgezet naar een

Meicirculaire gemeentefonds 2026

15

decentralisatie-uitkering. In deze meicirculaire wordt deze aangekondigde omzetting meerjarig verwerkt. Het gaat om een jaarlijks bedrag van € 10,1 miljoen. Echter, door het kabinet Schoof is bepaald dat de omzetting van een specifieke uitkering naar een decentralisatie-uitkering gepaard gaat met een korting van 10%. Om dit te compenseren worden er middelen uit de algemene uitkering toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering Almere. Voor de periode 2026 tot en met 2031 wordt er in totaal € 5,9 miljoen ten laste van de algemene uitkering toegevoegd aan de decentralisatieuitkering Almere. Het betreft € 977.000 in 2026, € 992.000 in 2027, € 997.000 in 2028 en € 989.000 in 2029 tot en met 2031. Zie ook paragraaf 3.2.8. 5.

Diversen

Jaarlijks wordt de decentralisatie-uitkering Knelpunten verdeelproblematiek ten laste van de algemene uitkering geactualiseerd voor het extra jaar dat in de desbetreffende circulaire zichtbaar wordt (zie ook paragraaf 2.2.4 van de septembercirculaire 2023). Deze decentralisatie-uitkering houdt verband met btw-aspecten ten aanzien van wegen die in beheer zijn van waterschappen. Gemeenten zijn op grond van de Wet herverdeling wegenbeheer verplicht om het onderhoud aan hun wegen te bekostigen. Doorgaans kunnen gemeenten de voor het onderhoud van de wegen afgedragen btw declareren bij het BCF. Als het beheer van de wegen is uitbesteed aan de waterschappen is dat echter niet mogelijk. In dit geval gaat het om € 107.000 in 2031. Zie ook paragraaf 3.2.41 van deze circulaire. Daarnaast is er een negatieve bijstelling van € 30.000 vanwege de Wet visueel gehandicapten (zie paragraaf 2.2.6 van de septembercirculaire 2023). Het doel van deze wet is om de uitvoering van technische werkvoorzieningen voor mensen uit de doelgroep Participatiewet met een visuele beperking over te dragen aan het UWV. De middelen voor de werkvoorzieningen en de structurele uitvoeringskosten worden via deze bijstelling budgettair neutraal overgeheveld naar de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

Deze reeks loopt tot en met 2061 op, voor 2061 en verder is het een structurele reeks van € 2,3 miljoen per jaar. Gelet op de geringe omvang van deze mutaties zijn deze verwerkt als algemene mutatie. 6.

Indexatie Wmo demografie

In verband met een nog uit te werken alternatieve financieringsvorm van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die beter rekening houdt met de kostenontwikkeling in de Wmo en demografische ontwikkelingen/ vergrijzing, is bij Voorjaarsnota 2024 vanaf 2026 een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen oplopend tot € 300 miljoen in 2029 (zie paragraaf 2.2.10 van de septembercirculaire 2024). Bij Voorjaarsnota 2025 is een extra tranche van € 75 miljoen vanaf 2030 aan de reeks toegevoegd, waarmee de structurele reeks vanaf dat jaar uitkomt op € 375 miljoen (zie ook paragraaf 2.2.11 van de septembercirculaire 2025). Bij Voorjaarsnota 2026 is een extra

Meicirculaire gemeentefonds 2026

16

tranche van € 75 miljoen vanaf 2031 aan de reeks toegevoegd. De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 7.

Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo

In de Voorjaarsnota 2023 is besloten dat het abonnementstarief in de Wmo 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd (zie ook paragraaf 3.2.7 van de meicirculaire 2025). De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 was ingeboekt per 1 januari 2027. Echter, nu blijkt dat deze niet eerder dan per 1 januari 2028 kan worden ingevoerd. Daarom wordt vanaf de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor het jaar 2027 een bedrag van € 225 miljoen overgeheveld naar het gemeentefonds. Aangezien de besparing van € 225 miljoen al was ingeboekt, zie paragraaf 2.2.12 van de meicirculaire 2023, is er over deze middelen geen accres opgebouwd. Derhalve wordt het accres incidenteel bijgesteld met € 40,7 miljoen in 2027 (zie paragraaf 2.2.1b van deze circulaire). Het bedrag van € 225 miljoen wordt toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 8.

Overgangsrecht levenslang

De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2031. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp ‘overgangsrecht levenslang’ in 2031 zichtbaar. Deze mutatie betreft een correctie op de extrapolatie van extramurale zorgkosten binnen de Wmo en/of Jeugdwet. Cliënten met een verblijfsindicatie voor een hoog zorgzwaartepakket op 31 december 2014 hebben een overgangsrecht gekregen voor onbepaalde tijd. Door dit overgangsrecht voor onbepaalde tijd zullen deze cliënten structureel hun extramurale zorg (bijvoorbeeld in de vorm van persoonsgebonden budget) afnemen ten laste van de Wet langdurige zorg (Wlz) in plaats van ten laste van de Wmo of de Jeugdwet. Om dit voor gemeenten te corrigeren, wordt voor 2031 een bedrag van € 1,2 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd (zie ook paragraaf 2.2.10 van de meicirculaire 2025). De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 9.

44. Huishoudelijke hulp uit de Wmo met vangnet

9a. Huishoudelijke hulp uit de Wmo Dit betreft maatregel 44 uit het Coalitieakkoord van het kabinet Jetten. Mensen die dat kunnen, gaan zelf betalen voor hun huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) wordt daarom geschrapt met ingang van 1 januari 2029. Als gevolg hiervan hebben gemeenten jaarlijks minder uitgaven, daarom wordt een uitname uit het gemeentefonds gedaan van jaarlijks € 1,4 miljard vanaf 2029. De bijbehorende middelen worden onttrokken aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo.

Meicirculaire gemeentefonds 2026

17

9b. Vangnet Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien. Daartoe wordt vanaf 2029 jaarlijks € 430 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 10.

Kinderopvang pleegouders

Bij Voorjaarsnota 2025 is door de Rijksoverheid extra geld beschikbaar gesteld als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen, zie paragraaf 2.2.6 meicirculaire 2025. Deze bijdrage is bedoeld voor alle pleegouders die gebruik maken van (vormen van formele) kinderopvang en buitenschoolse opvang (bso), ook in het vrijwillig kader. Pleegouders betalen nu een eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang en buitenschoolse opvang; dit zijn kosten die overblijven na het ontvangen van de eventuele kinderopvangtoeslag. Bij decembercirculaire 2025 is voor 2025 eenmalig € 10,7 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds, zie paragraaf 2.2.2 decembercirculaire 2025. Besloten is voor 2026 en 2027 deze middelen ook toe te voegen aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Jeugd op basis van de maatstaf jongeren. Gemeenten en pleegzorgaanbieders spreken met elkaar af hoe pleegouders aanspraak kunnen maken op deze bijdrage. 11.

Compensatieregeling niet-beoogde kosten jeugdzorg

Op 16 juni 2025 is de SPUK “Niet beoogde jeugdzorgkosten vanwege verblijf” verlengd voor de zorgkosten over de jaren 2024 en 2025, met een aanpassing die op 24 november 2025 is gepubliceerd 4. Zie ook paragraaf 2.2.3 van de decembercirculaire 2024. Ten behoeve van deze regeling is in 2026 een bedrag van € 60 miljoen beschikbaar gesteld op de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), afkomstig uit de algemene uitkering van het gemeentefonds. In het derde kwartaal van 2026 zal de beoordeling van de aanvragen plaatsvinden. Na beoordeling van de aanvragen over de jaren 2024 en 2025 zal het eventuele restant terugvloeien naar de algemene uitkering van het gemeentefonds. De middelen worden onttrokken aan het cluster individuele voorzieningen Jeugd. 12.

‘Weeffout’ Jeugdzorg

Bij de decentralisatie van de jeugdzorg is de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg overgegaan van de provincies naar de gemeenten. In het bestuursakkoord 2011-2015 5 is vastgelegd dat er € 90 miljoen van het provinciefonds werd overgeheveld naar het gemeentefonds. De uitname was gebaseerd op het aantal jongeren op dat moment. Bij de

4 5

Regeling specifieke uitkering niet beoogde kosten jeugdzorg vanwege verblijf Kamerstukken II, 2010-2011, 32 749, nr. 1

Meicirculaire gemeentefonds 2026

18

berekening van de bedragen is geen rekening gehouden met het feit dat de steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag zelf al verantwoordelijk waren voor de jeugdzorg. Hierdoor is er destijds € 10 miljoen structureel teveel overgeheveld van het provinciefonds naar het gemeentefonds. In de septembercirculaire 2025 is in paragraaf 4.5 aangekondigd dat deze ‘weeffout’ bij de eerstvolgende budgettaire gelegenheid meerjarig zal worden hersteld. In de decembercirculaire 2025 (paragraaf 2.2.4) is € 10 miljoen voor 2025 overgeheveld naar het provinciefonds. In deze meicirculaire wordt, zoals aangekondigd in de septembercirculaire 2025, de structurele doorwerking vanaf 2026 verwerkt. De middelen worden onttrokken aan het cluster Individuele voorzieningen Jeugd. 13.

Ketensystemen jeugd

In het Coördinerend beraad Jeugd, Justitie en Veiligheid van 2 november 2017 hebben alle betrokken ketenpartners ingestemd met een verdeelsleutel voor de kosten van het operationeel, tactisch en strategisch beheer van de ketensystemen (het betreft de systemen Middenvelder, Collectieve Opdracht Routeer Voorziening (CORV) en Intelligente Formulieren Module (IFM)/Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen (LIJ)). Zie ook paragraaf 2.2.9 van de meicirculaire 2024. De structurele bijdrage van gemeenten aan de ketensystemen van € 950.000 is verhoogd met € 258.000 in verband met prijsbijstelling. Als gevolg van de (herijkte) verdeelsleutel gaan gemeenten in de jaren 2026 tot en met 2028 jaarlijks € 652.000 meer bijdragen voor het gebruik van de ketensystemen. Voor 2026 tot en met 2028 komt de totale bijdrage daarmee op € 1,9 miljoen per jaar (was € 1,7 miljoen voor de jaren 2024 en 2025). De middelen worden onttrokken aan het cluster individuele voorzieningen Jeugd. Voor de volgende 3-jaarsperiode vanaf 2029 zal te zijner tijd opnieuw worden bezien of de verdeelsleutel moet worden herijkt. 14.

Inschrijving buitenlandse akten

De gemeente Den Haag vervult een landelijke taak bij het inschrijven van buitenlandse akten, onder meer voor geboorte en huwelijk. In het verleden kreeg Den Haag financiële compensatie voor deze taak via het gemeentefonds, maar deze middelen zijn bij de ingang van de huidige verdeling van de algemene uitkering per 1 januari 2023 per abuis vervallen. Om dit te corrigeren is er vanaf 2026 structureel een bedrag van € 3,4 miljoen uit de algemene uitkering overgeheveld naar de maatstaf verkiezingen Den Haag. Aanvullend worden voor de jaren 2026-2028 middelen overgeheveld ten behoeve van het toekomstbestendig maken van de organisatie en het proces. In 2026 gaat het aanvullend om € 294.000 en in 2027 en 2028 om aanvullend € 307.000. Zie ook paragraaf 2.2.3 15.

Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders

Enkele gemeenten ontvangen een bijdrage in verband met het inrichten en in stand houden van een zogeheten BRP-straat (zie ook paragraaf 4.2.8 van de meicirculaire 2016). Vanwege een wijziging van het aantal inschrijvingen en kosten ten opzichte van de startsituatie wordt er in 2026 een bedrag van € 265.000 ten laste van de decentralisatie-

Meicirculaire gemeentefonds 2026

19

uitkering toegevoegd aan de algemene uitkering. De middelen worden toegevoegd aan het cluster Bestuur en ondersteuning. Zie ook paragraaf 3.3.38 van deze circulaire. 16.

Wet op de lijkbezorging

De inwerkingtreding van het wetsvoorstel van de modernisering van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) was voorzien op 1 januari 2026. Ten behoeve van de financiering van de beoogde wettelijke uitbreiding van de taken van de gemeentelijke lijkschouwer is destijds vanaf 2026 jaarlijks € 3,2 miljoen naar de algemene uitkering overgeheveld. Zie ook paragraaf 2.2.4 van de septembercirculaire 2024. De modernisering van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) is vertraagd. De beoogde invoering van het wetvoorstel Wet bestemming lichaam van overledenen (Wblo) is nu voorzien op 1 januari 2028 en het bijbehorende implementatietraject is verschoven van 2026 naar 2027. Hierdoor schuiven de in 2026 gereserveerde middelen voor implementatie door naar 2027. Het gaat om een bedrag van € 3,2 miljoen. Uitname en toevoeging van de middelen wordt gedaan via het cluster Bestuur en ondersteuning. 17.

Wet handhaving sociale zekerheid

Het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid treedt per 1 januari 2027 in werking. De uitvoeringsconsequenties voor gemeenten zijn inzichtelijk gemaakt met twee artikel 2onderzoeken. Het ene onderzoek richtte zich op nieuwe of gewijzigde taken in het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid en onderliggende besluiten. Het andere onderzoek richtte zich specifiek op wijzigingen voor het (tussentijdse) maatregelenbesluit 6. Mede op basis van de uitkomsten van deze onderzoeken ontvangen gemeenten een bijdrage in de uitvoeringskosten van het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid. Het betreft een incidentele bijdrage voor 2026 van € 6,6 miljoen en een structurele jaarlijkse bijdrage van € 1,8 miljoen vanaf 2027. De middelen worden toegevoegd aan het cluster Participatie. 18.

Correctie extrapolatie participatie

In 2018 zijn door de betrokken departementen: het ministerie van Financiën, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en het ministerie van SZW, afspraken gemaakt over de overheveling van de onderdelen Wet werk en arbeidsondersteuning Jonggehandicapten (Wajong) en Wet sociale werkvoorziening (Wsw)-Regulier werk van de integratie-uitkering Participatie naar de algemene uitkering. Deze overheveling is met ingang van 2023 uitgevoerd (zie ook paragraaf 2.2.13 en 3.2.3 van de meicirculaire 2022). Bij de overheveling zijn de departementen overeengekomen om de meerjarige oploop van deze twee onderdelen jaarlijks via een correctie op de extrapolatie te blijven compenseren, zoals ook te doen gebruikelijk was bij de integratie-uitkering Participatie. Deze oploop komt

6

Artikel 2 Fvw-onderzoeken wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid

Meicirculaire gemeentefonds 2026

20

voort uit de invoering van de Participatiewet en de bijbehorende instroom van de nieuwe doelgroepen (voorheen Wajong en Wsw). In het extrapolatiejaar 2031 leidt dit tot een correctie van € 8,3 miljoen. Deze middelen worden toegevoegd aan het cluster Participatie. 2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering

De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat uit een wijziging in de uitkeringsfactor of het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.

2.4

Overige mededelingen algemene uitkering

2.4.1

Bommenregeling

Gemeenten kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog (WOII). De bommenregeling is geen Rijkssubsidie, maar een regeling die wordt gefinancierd uit het gemeentefonds. Het doel van het gemeentefonds is om iedere gemeente een gelijkwaardige financiële uitgangspositie te geven, zodat gemeenten een gelijkwaardig voorzieningenniveau kunnen realiseren tegen gelijke belastingdruk: mensen moeten in principe toegang hebben tot hetzelfde voorzieningenniveau en dat mag niet afhankelijk zijn van de plek waar iemand woont.

Meicirculaire gemeentefonds 2026

21

In dit kader moet ook de bommenregeling worden gezien. Het is een regeling ván gemeenten, vóór gemeenten: De idee achter de regeling is, conform de doelstelling van het gemeentefonds, dat gemeenten die veel kosten hebben op het gebied van het ruimen van ontplofbare oorlogsresten, hier beperkt financieel nadeel van ondervinden ten opzichte van andere gemeenten die hier niet mee te maken hebben. Alle uitkeringen in het kader van de bommenregeling worden door alle gemeenten gezamenlijk gedragen. Bovenstaande maakt dat de bommenregeling alleen geldt voor de kosten van gemeenten en/of spontane particuliere vondsten. Voor de kosten die door waterschappen of provincies worden gemaakt geldt dat deze niet worden vergoed. Deze organisaties hebben hun eigen inkomsten en vallen daarom niet onder deze regeling. Dit geldt ook voor (semi)-overheid en non-profit organisaties zoals het Rijksvastgoedbedrijf, Rijkswaterstaat, ProRail, Staatsbosbeheer, drinkwaterbedrijven en netwerkbeheerders. Verder is het uitgangspunt dat de bommenregeling in het gemeentefonds niet is bedoeld voor het compenseren van private partijen voor kosten die anders door de markt zouden worden gedragen. Oftewel: de kosten van commerciële partijen voor het ruimen van ontplofbare oorlogsresten komen niet voor vergoeding in aanmerking. Dit is slechts anders indien sprake is van uitzonderlijke omstandigheden.

Het is van belang dat de betreffende gemeente tijdig in contact treedt met de fondsbeheerders, wanneer de gemeente van mening is dat een dergelijke uitzonderlijke omstandigheid aan de orde is. In het raadsbesluit moet expliciet worden verklaard dat de kosten alleen de kosten, exclusief btw, van gemeenten en/of spontane particuliere vondsten betreffen. Er hoeft geen verdere onderbouwing te worden overlegd. Voor meer informatie over de bommenregeling zie, Bommenregeling gemeentefonds | Brochure | Rijksoverheid.nl. Bijlage 2.4.1 vermeldt de gemeenten die in 2026 op basis van de ingediende aanvraag een uitkering ontvangen, inclusief de bijbehorende bedragen. Het totaalbedrag van de bommenregeling 2026 bedraagt € 19,5 miljoen. Dit bedrag is exclusief het bedrag voor berging van vliegtuigwrakken van € 3,3 miljoen (zie hieronder). Binnen het Nationaal Programma Berging vliegtuigwrakken met nog vermiste vliegers uit de Tweede Wereldoorlog zijn locaties vastgesteld waar zich mogelijk te bergen vliegtuigwrakken met stoffelijke resten bevinden. De afgelopen jaren hebben in verschillende gemeenten bergingen plaatsgevonden. In 2025 hebben in het kader van het Nationaal Programma Berging Vliegtuigwrakken met vermiste vliegers uit de tweede wereldoorlog, twee bergingen plaatsgevonden. In Heerde is een Messerschmitt Bf109 en in Dronten een Lancaster geborgen.

Noardeast-Fryslân ontvangt een bedrag van € 169.990 euro voor afrondende uitgaven van twee

Meicirculaire gemeentefonds 2026

22

vliegtuigbergingen in 2024. Voor bergingen die onderdeel uitmaken van het nationaal programma ontvangen de betreffende gemeenten via de bommenregeling een bijdrage van 100% van de door hen gemaakte kosten. 2.5

Veranderingen in het verdeelstelsel

2.5.1

Maatstaf OZB: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven

De jaarlijkse aanpassing van de gewichten (rekentarieven) van de verdeelmaatstaf OZB is doorgevoerd. De uitkomst van de verdeelmaatstaf OZB wordt bepaald door de omvang van de Waardering onroerende zaken (WOZ-waarde) en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenaamde rekentarief. Er worden drie WOZ-waarden onderscheiden: voor eigenaren woningen, eigenaren niet woningen en gebruikers niet-woningen. Er zijn daarom drie rekentarieven. Door marktontwikkelingen kan de WOZ-waarde sterk fluctueren. Het is staand beleid om voor het effect van deze marktontwikkelingen te corrigeren, door middel van een aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf OZB. De correctie is op nationaal niveau. De aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf OZB is afgestemd op de WOZtijdvakken. Op 1 januari 2026 begint een nieuw WOZ-tijdvak met waardepeildatum 1 januari 2025. Bij de aanpassing van de rekentarieven is de vaste werkwijze toegepast: het rekentarief wordt naar beneden (of naar boven) bijgesteld om de stijging (of daling) van de OZB-maatstaf als gevolg van de stijging (of daling) van de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen ongedaan te maken. De maatstaf groeit alleen met de inflatie mee (prijs Nationale Bestedingen, pNB). De marktontwikkeling tussen 1 januari 2025 en 1 januari 2026 bij woningen wordt, op basis van informatie van de Waarderingskamer, geschat op 6,5%.

Voor niet-woningen wordt de waardeontwikkeling over dezelfde periode geschat op 2,75%. De inflatie (pNB) in die periode bedraagt volgens de ramingen van het CPB 3%. Het rekentarief voor eigenaren woningen komt na aanpassing op -0,0842%, voor eigenaren niet-woningen op -0,3409% en voor gebruikers niet-woningen op -0,2401%. De aangepaste rekentarieven zijn ook opgenomen in bijlage 2.1.3. 2.5.2

Maatstaven, bedragen per eenheid, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen

De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor (zie uitleg verderop). De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de overige uitkeringsonderdelen.

Meicirculaire gemeentefonds 2026

23

Maatstaven Voor uitkeringsjaar 2026 is de definitie van de maatstaf Huishoudens met een laag inkomen met drempel gewijzigd zoals aangekondigd in de septembercirculaire 2024 (paragraaf 2.5). Voor 2026 zal worden uitgegaan van een driejarig gemiddelde van de maatstaf huishoudens met een laag inkomen met drempel. Het driejarig gemiddelde zal worden berekend op basis van de gegevens van t-2, t-3 en t-4 7. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering voor dat uitkeringsjaar kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2026 8. Gewicht per maatstaf •

De zogenaamde rekentarieven 2027 van de maatstaf OZB zijn ten opzichte van 2026 aangepast.

•

De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is verwerkt.

Bijlagen 2.1.1-4 bevatten het overzicht van bedragen per eenheid 2026 en 2027. Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berekend door de som van de algemene uitkering, de OZB-maatstaven en de overige uitkeringsonderdelen te delen door de uitkeringsbasis. De – landelijke – uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). De uitkeringsfactor verschilt per uitkeringsjaar. De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang:

•

De informatie uit de tabel 2.2.1 met betrekking tot de algemene mutaties.

•

De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de taakmutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties.

•

De ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van geactualiseerde volumina. Bijlage 2.5.2-1 bevat een overzicht van de maatstaven waarvan de volumina in deze circulaire zijn geactualiseerd.

•

De belastingcapaciteit.

Ten opzichte van de decembercirculaire 2025 zijn de uitkeringsfactoren voor de jaren 2024 en 2025 ongewijzigd.

7 8

Inkomensdecielgroepen van huishoudens, 2022-2024 | CBS Toelichting op de berekening van de uitkeringen uit het gemeentefonds, Rijksoverheid.nl

Meicirculaire gemeentefonds 2026

24

De nieuwe raming van de uitkeringsfactor in de jaren 2026-2031 is vermeld in tabel 2.5.2-1. Tabel 2.5.2-1 Uitkeringsfactor 2026-2031

Uitkeringsfactor één punt uitkeringsfactor (in miljoenen)

2026

2027

2028

2029

2030

2031

1,491 30.945

1,549 31.258

1,595 30.524

1,638 30.223

1,695 30.544

1,745 30.852

De uitkeringsfactoren in tabel 2.5.2 zijn in lopende prijzen 9. Gemeenten die in constante prijzen ramen dienen zelf de loon- prijsontwikkeling te verwerken. Om gemeenten hierbij te faciliteren, is in de gemeentefondsrubriek op internet zoals gebruikelijk een rekenmodel in constante prijzen gepubliceerd. In dit rekenmodel is een hulpmiddel opgenomen waarin gemeenten hun eigen prijsindexen kunnen invullen en/of loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt. Op basis van het CEP 2026 zijn in het rekenmodel en in paragraaf 4.2 ook, als service, de ramingsgegevens van een aantal indicatoren van het CPB gepresenteerd. Na het invullen van de indexatiecijfers berekent het model automatisch de uitkering in het gemeentefonds in constante prijzen. Om gemeenten inzicht te geven in de ontwikkeling van de uitkeringsfactoren volgt hieronder de tabel, waarin voor ieder afzonderlijk jaar de ontwikkeling is opgenomen ten opzichte van de decembercirculaire 2025 (verticale toelichting). Verticale toelichting ontwikkeling uitkeringsfactor Tabel 2.5.2-2 laat de ontwikkeling van de uitkeringsfactor zien ten opzichte van de stand decembercirculaire 2025. Tabel 2.5.2-2 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2026-2031 2026 2027

2028

2029

2030

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=gemeentedantumadiel&id=af147825-02c4-4b7e-8778-a0583eb1dad5