CConstaterende datDantumadiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Algemene toelichting aanpassing GR (juli 2024)

Raadsvergadering (Dantumadiel) 10 december 2024, gemeente DantumadielBij agendapunt: Wijziging WGR (2de keer) Jobinder3.474 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Algemene toelichting op het voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân 8 mei 2023

Algemene toelichting op het voorstel aan gedeputeerde staten van Fryslân en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel, Noardeast-Fryslân en Tytsjerksteradiel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân.

Inleiding en achtergrond: waarom dit voorstel? 1. Op 23 maart 2017 is, met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) de gemeenschappelijke regeling Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân getroffen. De samenwerking tussen provincie en gemeenten heeft als doel het verhogen van de bereikbaarheid en het efficiënt organiseren van doelgroepenvervoer en openbaar vervoer, door het realiseren van een samenhangend vervoerssysteem in de regio Noordoost Fryslân. De samenwerking is vorm gegeven als ‘bedrijfsvoeringsorganisatie’. Dit is een betrekkelijk ‘lichte’ vorm van een gemeenschappelijke regeling met een enkelvoudig bestuur, die kan worden gebruikt voor de sturing en beheersing van ondersteunende processen en van uitvoeringstaken van de deelnemers. Bij ondersteunende processen moet gedacht worden aan taken als personeelsadministratie, ICT en huisvesting. Bij uitvoerende taken moet gedacht worden aan beleidsarme taken, zoals inkoop. Dat de taken beleidsarm moeten zijn, betekent met name dat het beleid niet mag worden vastgesteld binnen de bedrijfsvoeringsorganisatie. De regeling geeft aldus uitvoering aan het beleid van provincie en betrokken gemeenten t.a.v. doelgroepenvervoer en openbaar vervoer. In de regeling is bepaald dat het bestuur van het Mobiliteitsbureau kan voorstellen om de regeling te wijzigen.

De regeling is, vanwege gemeentelijke herindeling, laatstelijk gewijzigd m.i.v. 25 december 2019. Sindsdien zijn er enkele wetswijzigingen die het nodig maken om de regeling aan te passen: o Per 1 januari 2020 de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren. De wet heeft betekenis voor de bevoegdheden van het bestuur; o Per 1 juli 2021 de Wet elektronische publicaties, die o.a. de bekendmaking van gemeenschappelijke regeling wijzigt; en o Per 1 juli 2022 de Wet versterking democratische legitimatie gemeenschappelijke regelingen. Deze wet beoogt met name de positie van provinciale staten en gemeenteraden bij gemeenschappelijke regelingen te versterken. Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om enkele (tekstuele) verbeteringen in de regeling door te voeren. Het voorstel ziet op wijziging van de artikelen 2, 4, 10, 11, 16, 17, 20, 21, 23, 27 en 28. Bovendien is er nieuwe bepaling (art. 4a) toegevoegd over participatie. Het accent van deze algemene toelichting ligt op de betekenis van de Wet versterking democratische legitimatie gemeenschappelijke regelingen voor de gemeenschappelijke regeling.

Pagina 1 van 9

Algemene toelichting op het voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân 8 mei 2023

Spelregels voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling 2. Wijziging van een gemeenschappelijke regeling vindt plaats in twee stappen: Stap 1: zienswijzeprocedure Per 1 juli 2022 schrijft de Wgr voor dat een ontwerp van een regeling, met inbegrip van een wijziging hiervan, door de colleges eerst voor een zienswijze aan provinciale staten respectievelijk de gemeenteraden wordt voorgelegd. De staten en raden kunnen binnen acht weken na ontvangst van het ontwerp hun zienswijze over het ontwerp van de regeling naar voren brengen. Indien zij geen zienswijze naar voren wensen te brengen stellen zij de colleges hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte. Op basis van eventueel ingebrachte zienswijzen kan het ontwerp door het bestuur van het Mobiliteitsbureau worden aangepast. Stap 2: finale besluitvorming Voormelde colleges zijn elk deelnemer aan de gemeenschappelijke regeling en moeten ieder voor zich besluiten over het voorstel tot wijziging. Bovendien moeten provinciale staten aan gedeputeerde staten en de respectieve gemeenteraden aan de betreffende colleges van B&W toestemming verlenen om de regeling gewijzigd te mogen vaststellen. Die toestemming heeft een alles of niets-karakter: provinciale staten en de gemeenteraden verlenen toestemming of niet.

Het is op grond van de Algemene wet bestuursrecht niet toegestaan om aan de verlening van de toestemming voorwaarden te verbinden. De toestemming kan alleen worden onthouden als de wijziging in strijd is met het algemeen belang of met het recht. Het spreekt voor zich dat de tekst van een gemeenschappelijke regeling door de respectieve colleges eensluidend moet worden vastgesteld. Dit voorstel ziet op stap 1.

De Wet versterking democratische legitimatie gemeenschappelijke regelingen. 3. De democratische legitimatie van een gemeenschappelijke regeling is gebaseerd op het beginsel van ‘verlengd lokaal bestuur’, wat betekent dat het bestuur van een gemeenschappelijke regeling geen eigen democratische legitimatie heeft, maar dat de politieke controle op het gevoerde bestuur uiteindelijk berust bij de volksvertegenwoordiging van de betrokken deelnemers. Bij de gemeenschappelijke regeling Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân zijn dat provinciale staten en de gemeenteraden. De Wet versterking democratische legitimiteit gemeenschappelijke regelingen introduceert een aantal nieuwe instrumenten t.b.v. de kader stellende en controlerende taken van provinciale staten en gemeenteraden. Achterliggende gedachte is dat het democratisch gehalte van gemeenschappelijke regelingen hiermee wordt vergroot. 4. De Raad van State was in haar advies over het wetsvoorstel kritisch1. Bij verlengd lokaal 1 Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020, 35 513, nr. 4.

Pagina 2 van 9

Algemene toelichting op het voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân 8 mei 2023

bestuur vervullen provinciale staten en gemeenteraden hun kader stellende en controlerende rol in beginsel door het aansturen en controleren van de eigen provinciale en gemeentelijke vertegenwoordiger(s) in het bestuur van de betreffende gemeenschappelijke regeling. Met de nieuwe instrumenten kunnen provinciale staten en gemeenteraden meer rechtstreeks interveniëren in de bestuursvoering van een regeling. Hierdoor ontstaat volgens de Raad van State het risico dat de rolverdeling tussen provincie- en gemeentebestuur enerzijds en het bestuur van een gemeenschappelijke regeling anderzijds (nog) onduidelijker wordt. Ook vond de Raad van State dat het nieuwe instrumentarium kan leiden tot aanzienlijke vertraging in de besluitvorming door het bestuur van een gemeenschappelijke regeling. De Raad van State wees er op dat de Wgr al veel mogelijkheden biedt om invloed en controle uit te oefenen op het bestuur van gemeenschappelijke regelingen. Het gaat vooral om het vinden van manieren om daar gebruik van te maken. 5. Hieronder wordt het nieuwe instrumentarium vanwege de Wet versterking democratische legitimatie gemeenschappelijke regelingen toegelicht2, waarbij tevens de betekenis voor de gemeenschappelijke regeling inzichtelijk is gemaakt en een standpunt is ingenomen over de vraag of en hoe het instrument in de regeling moet worden vertaald. A.

Actieve informatieplicht

6. De Wgr kende al een zgn. ‘passieve informatieplicht’. Dit betekent kort gezegd dat het bestuur van de gemeenschappelijke regeling desgevraagd informatie aan (leden van) provinciale staten en gemeenteraden verstrekt. De Wgr voegt hier per 1 juli 2022 een ‘actieve informatieplicht’ aan toe, vergelijkbaar met hetgeen hieromtrent in de Provinciewet en de Gemeentewet is geregeld. Deze inlichtingenplicht betekent dat het bestuur van de regeling uit eigener beweging de staten en raden informeert over alles dat zij behoren te weten om hun taak goed te kunnen vervullen. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over de wijze waarop die informatie wordt aangeleverd. Wat is de betekenis voor de gemeenschappelijke regeling ? 7. De actieve informatieplicht is voor het Mobiliteitsbureau niets nieuws. Het staat sinds de inwerkingtreding al in art. 11 van de regeling. De Wgr schrijft voor dat de wijze waarop inlichtingen worden verstrekt in de regeling wordt opgenomen. In het wijzigingsvoorstel is daarom toegevoegd dat die informatie schriftelijk wordt verstrekt. Schriftelijk betekent overigens mede ‘langs elektronische weg’. B.

Veranderingen in de begrotingscyclus

8. Met enkele procedurele wijzigingen in de begrotingscyclus van gemeenschappelijke 2 Deze toelichting beperkt zich tot het instrumentarium dat betekenis heeft voor het Mobiliteitsbureau.

In een bijlage zijn voor de volledigheid en louter ter kennisname de overige instrumenten opgenomen. Pagina 3 van 9

Algemene toelichting op het voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân 8 mei 2023

regelingen is beoogd deze beter te laten aansluiten op de begrotingscyclus van provincies en gemeenten: o de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening moeten voor 30 april naar provinciale staten en de gemeenteraden worden gestuurd in plaats van 15 april; o de ontwerpbegroting moet, in plaats van acht weken, uiterlijk twaalf weken voordat deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, voor een zienswijze aan provinciale staten en gemeenteraden worden voorgelegd. De Wgr schrijft tevens voor dat het bestuur de colleges, voorafgaande aan het vaststellen van de begroting, schriftelijk en gemotiveerd in kennis stelt van zijn oordeel over (eventuele) zienswijzen en de (eventuele) conclusie die het daaraan verbindt. Wat is de betekenis voor de gemeenschappelijke regeling? 9. De regeling wordt aangepast aan de nieuwe termijnen. In het wijzigingsvoorstel is dit uitgewerkt. Voor provinciale staten en gemeenteraden is met name van belang dat de termijn waarbinnen een zienswijze op de ontwerpbegroting kan worden gegeven met vier weken wordt verruimd. C.

Zienswijzeprocedure

10. In de gemeenschappelijke regeling moeten deelnemers afspraken maken over besluiten van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling, waarover provinciale staten en de gemeenteraden elk een zienswijze naar voren kunnen brengen, voorafgaande aan het nemen van het besluit. 11. De (wettelijke) verplichting om een zienswijze te vragen aan provinciale staten en de gemeenteraden geldt nu alleen voor drie typen besluiten: a) de ontwerpbegroting; b) het besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien de regeling in deze mogelijkheid voorziet. Dit is bij het Mobiliteitsbureau niet het geval; en c) een besluit tot het treffen en wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een gemeenschappelijke regeling. Feitelijk wordt alleen dus een zienswijze gevraagd t.b.v. a) en c). Wat is de betekenis voor de gemeenschappelijke regeling? 12. De vraag moet worden beantwoord of er potentieel door het bestuur van het Mobiliteitsbureau te nemen besluiten zijn, die onder het bereik van deze bevoegdheid moeten worden gebracht? De toelichting bij de wet noemt als voorbeeld besluiten met een aanzienlijk financieel belang, anderszins politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes. Pagina 4 van 9

Algemene toelichting op het voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân 8 mei 2023

13. Om te komen tot een afgewogen en geobjectiveerd oordeel over de vraag of er, naast het vaststellen van de begroting respectievelijk besluiten tot het treffen en wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een gemeenschappelijke regeling, besluiten zijn waarover een zienswijze zou moeten worden gevraagd, zijn hieronder een aantal (elkaar deels aanvullende c.q. overlappende) uitgangspunten geformuleerd: I.

De aard en (be)sturing van een gemeenschappelijke regeling is mede bepalend voor de inzet van het instrument ‘zienswijzeprocedure’. Toelichting: Een gemeenschappelijke regeling kan worden gezien als (beleids)instrument om provinciale en gemeentelijke beleidsdoelen te verwezenlijken en kan zich richten op alle fasen van de beleidscyclus. Globaal is een onderscheid te maken tussen beleidsbepaling, beleidsuitvoering en beleidsevaluatie3. Het maakt voor de inzet van het instrument ‘zienswijzeprocedure’ uit welke fase van de beleidscyclus door de gemeenschappelijke regeling wordt bestreken. Heeft het bestuur van een regeling bijvoorbeeld (ook) beleidsbepalende taken en bevoegdheden of wordt louter uitvoering gegeven aan provinciaal en gemeentelijk beleid, binnen (eventueel) door het provincie- en gemeentebestuur vastgestelde kaders. De aard van de regeling moet aldus worden gespiegeld aan het proces waarlangs het provincieen gemeentebestuur, door tussenkomst van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling, richting geeft aan de beleidsdoelen. Naarmate een regeling een meer uitvoerend karakter heeft, is er naar verwachting minder aanleiding voor interventies van provinciale staten en gemeenteraden in het besluitvormingsproces.

In de toelichting op de wet staat hierover: Een regeling die puur gericht is op bedrijfsvoering of uitvoering vraagt om een ander soort betrokkenheid (..) dan een regeling waar ook beleidsvoorbereiding of zelfs (strategische) beleidskeuzes zijn belegd of deze keuzes materieel worden genomen, omdat er dan veel eerder sprake zal zijn van kaderstelling Bij een gemeenschappelijke regeling in de vorm van een ‘bedrijfsvoeringsorganisatie’, zoals het Mobiliteitsbureau, blijft beleidsbepaling volledig bij provinciale staten en gemeenteraden. Het bestuur van het Mobiliteitsbureau geeft uitvoering aan die beleidskaders door: a. de aanbesteding van de mobiliteitscentrale en het door de deelnemers opgedragen vervoer; b. het beheer van het contract met de mobiliteitscentrale en de contracten met de vervoerders; c. het bewaken van de budgetten; d. het doorontwikkelen van het vervoerssysteem: de deelnemers gevraagd en ongevraagd adviseren over de optimalisatie van het vervoerssysteem. e. het voeren van overleg met stakeholders, om te komen tot een zo optimaal mogelijk vervoerssysteem. De regeling heeft aldus een louter beleidsuitvoerend karakter. Er zijn geen publiekrechtelijke bevoegdheden overgedragen. Inhoudelijke betrokkenheid van provinciale staten en gemeenteraden bij die uitvoering(sbesluiten) in de vorm van een zienswijze kan juist conflicteren met hun controlerende taak.

Dit leidt logischerwijs tot uitgangspunt II.

II.

Een zienswijzeprocedure bij provinciale staten en gemeenraden moet verband houden

3 Gemeenschappelijke regelingen t.b.v. de rekenkamerfunctie zijn uitgesproken voorbeelden van

regelingen gericht op beleidsevaluatie. Pagina 5 van 9

Algemene toelichting op het voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân 8 mei 2023

met de taken van provinciale staten en de gemeenteraad: beleidsmatige en financiële kaderstelling en controle. Toelichting Beleidsmatige en financiële kaders stellen t.b.v. bestuursvoering en het controleren hiervan zijn kerntaken van provinciale staten en de gemeenteraad als volksvertegenwoordiging. Een zienswijzeprocedure moet niet (kunnen) conflicteren met deze taken. Uit het oogpunt van financiële kaderstelling is een zienswijzeprocedure t.b.v. het vaststellen van de begroting dan ook passend, nu immers de door het provincie- en gemeentebestuur voor een gemeenschappelijke regeling te maken kosten als verplichte uitgaven worden aangemerkt. Een zienswijzeprocedure daarentegen t.b.v. bijvoorbeeld een concrete aanbesteding of een beslissing op een informatieverzoek o.g.v. de Wet open overheid - nog daargelaten bestuurlijkjuridische en praktische bezwaren - beweegt zich op het niveau van beleidsuitvoering en dan ligt een zienswijze niet voor de hand, om vermenging van inhoudelijke betrokkenheid en de controlerende taak te voorkomen. Dat laat uiteraard onverlet dat provinciale staten en gemeenteraden t.b.v. hun controlerende taak in enigerlei vorm kennis kunnen nemen van bepaalde uitvoeringsbeslissingen, om te kunnen toetsen of die beslissingen passen binnen de grenzen van de beleidsmatige en financiële kaderstelling.

III.

Een zienswijzeprocedure bij gemeenteraden of provinciale staten heeft geen betrekking op publiekrechtelijke besluiten op aanvraag4 (bv. een aanvraag om documenten openbaar te maken). Toelichting: Een zienswijzeprocedure verdraagt zich niet met de tijdgebonden procedure van besluiten op aanvraag. Voor het nemen van een besluit op aanvraag geldt een wettelijke of redelijke beslistermijn. Het is feitelijk onmogelijk om binnen deze termijnen een zienswijzeprocedure af te ronden. Bij het overschrijden van beslistermijnen ontstaat in bepaalde gevallen, na ingebrekestelling, een recht op een dwangsom en kan vanwege de termijnoverschrijding rechtstreeks beroep bij de rechter worden ingesteld.

IV.

Er wordt ten aanzien van het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen niet voorzien in een zienswijzeprocedure bij provinciale staten of gemeenteraden, indien het uitoefenen van die bevoegdheid nadrukkelijk is begrensd, de aard van de regeling in aanmerking genomen. Toelichting: Het Mobiliteitsbureau is rechtspersoon en kan zelfstandig deelnemen aan het rechtsverkeer. Dit betekent o.a. dat het bestuur via de privaatrechtelijke weg financiële verplichtingen kan aangaan die de bedrijfsvoeringsorganisatie binden. Indirect worden daarmee ook de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling aan die financiële verplichting gebonden. In zoverre zou aan voorgenomen privaatrechtelijke besluiten met een aanzienlijk financieel belang of anderszins (potentieel) ingrijpende gevolgen een zienswijze bij provinciale staten en gemeenteraden vooraf kunnen gaan. Dergelijke besluiten worden niet door het bestuur van het Mobiliteitsbureau genomen. Bovendien is de bevoegdheid van het bestuur om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten begrensd door de begroting. In art. 19 van de gemeenschappelijke regeling is hieromtrent bepaald dat de bijdrage van de respectieve

4 Als bedoeld in art. 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht

Pagina 6 van 9

Algemene toelichting op het voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân 8 mei 2023

deelnemers wordt bepaald op basis van: a. de variabele vervoerkosten op basis van gebruik, vertaald in gebruikseenheden; b. de vaste kosten van de mobiliteitscentrale op basis van het aantal leerlingen voor de regiekosten op het routevervoer en op basis van het aantal ritten voor de regiekosten van het vraagafhankelijk vervoer; en c. de vaste kosten van het mobiliteitsbureau voor de deelnemende gemeenten op basis van het aantal inwoners en voor de provincie een vaste bijdrage gebaseerd op het aandeel van het Opstappervervoer in het totale vervoer.

14. Voormelde uitgangspunten leiden tot de conclusie dat er geen aanleiding is om bij provinciale staten of gemeenteraden een zienswijze te vragen over door het bestuur te nemen besluiten, anders dan waar de wet dat voorschrijft. Besluiten van het bestuur van het Mobiliteitsbureau zijn uitvoerend van aard, binnen beleidsmatige en financiële kaders van provinciale staten en gemeenteraden. Bovendien zijn er praktische bezwaren, b.v. zgn. tijdgebonden besluiten. Geen van de door het bestuur te nemen besluiten zijn op voorhand als (potentieel) politiek-gevoelig of anderszins risicovol aan te merken. Dit laat uiteraard onverlet dat het bestuur van het Mobiliteitsbureau altijd kan besluiten om het provincie- en gemeentebestuur bestuur te raadplegen over alle aangelegenheden die de taakuitvoering betreffen. D.

Participatie

15. Bij gemeenschappelijke regelingen kunnen taken en bevoegdheden met grote maatschappelijke relevantie zijn belegd, terwijl niet is voorzien in overheidsparticipatie5. Voor elke regeling moet daarom worden nagegaan hoe wordt omgegaan met overheidsparticipatie. Dat kan overigens inhouden dat deze mogelijkheid niet geboden wordt. Wat is de betekenis voor de gemeenschappelijke regeling? 16. In een nieuwe bepaling (artikel 4a) is opgenomen hoe participatie in de regio gestalte krijgt t.b.v. het doelgroepenvervoer en openbaar vervoer. E.

Evaluatie

17. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden vastgelegd over evaluatie van de regeling. Dit kan op zich inhouden dat er geen evaluatie plaatsvindt, maar provinciale staten hebben in het in 2019 vastgestelde Protocol verbonden partijen bepaald dat een gemeenschappelijke regeling ten minste eens per zes jaren wordt geëvalueerd. Wat is de betekenis voor de gemeenschappelijke regeling? 18. 5 Bij ‘overheidsparticipatie’ ligt het initiatief bij de overheid.

Pagina 7 van 9

Algemene toelichting op het voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân 8 mei 2023

PM F.

Wijzigen van, toetreden tot en uittreden uit de gemeenschappelijke regeling

19. De gemeenschappelijke regeling moet bepalingen bevatten over het wijzigen van, toetreden tot en uittreden uit de gemeenschappelijke regeling. Deze bepalingen zijn veelal procedureel van aard. De Wgr is verder aangescherpt door te bepalen dat de regeling bepalingen moet bevatten omtrent de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van het openbaar lichaam en de provincie respectievelijk gemeente, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Wat is de betekenis voor de gemeenschappelijke regeling? 20. De bepaling over ‘uittreden’ is aangescherpt, m.n. door de kosten van uittreding (de uittreedsom), nader te specificeren. G.

Recht van onderzoek (enquêterecht)

21. Op grond van de Gemeentewet/Provinciewet kunnen provinciale staten en gemeenteraden, op voorstel van een van de vertegenwoordigende organen van de deelnemers aan de betreffende regeling een onderzoek instellen naar het door de bedrijfsvoeringsorganisatie gevoerde bestuur. De Wet versterking legitimiteit gemeenschappelijke regelingen breidt die bevoegdheid dus uitdrukkelijk uit naar het door het bestuur van een gemeenschappelijke regeling gevoerde bestuur, voor zover die regeling niet (mede) door provinciale staten is getroffen. Wat is de betekenis voor de gemeenschappelijke regeling? 22. De Gemeentewet/Provinciewet regelt de bevoegdheid voor provinciale staten respectievelijk gemeenteraden. Het is niet nodig hierover een bepaling in de gemeenschappelijke regeling op te nemen.

Pagina 8 van 9

Algemene toelichting op het voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân 8 mei 2023

Bijlage 1 Wijzigingen die de positie van provinciale staten en gemeenteraden bij gemeenschappelijke regelingen beogen te versterken, maar voor de gemeenschappelijke regeling Mobiliteitsbureau buiten toepassing blijven. Gemeenschappelijke adviescommissie Op voorstel van provinciale staten en de gemeenteraden gezamenlijk wordt door het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling een gemeenschappelijke adviescommissie ingesteld. De commissie bestaat uit leden die per provincie c.q. gemeente door provinciale staten en de gemeenteraden uit hun midden worden aangewezen. De commissie fungeert als ‘vooruitgeschoven post’ van provinciale staten en gemeenteraden. De commissie kan het algemeen bestuur adviseren, de besluitvorming van provinciale staten en gemeenteraden met betrekking tot de gemeenschappelijke regeling voorbereiden of provinciale staten en gemeenteraden van advies voorzien. Als provinciale staten en gemeenteraden gezamenlijk een voorstel doen, is het algemeen bestuur verplicht om de commissie in te stellen. Het is aldus aan de staten en raden om te bepalen of er behoefte is aan een dergelijke commissie. Wat is de betekenis voor de gemeenschappelijke regeling? De bevoegdheid om een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen geldt alleen voor een gemeenschappelijke regeling in de vorm van ‘openbaar lichaam’.

Een dergelijke regeling heeft een geleed bestuur, bestaande uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. De bevoegdheid om een dergelijke commissie in te stellen komt toe aan het algemeen bestuur. Rekenkameronderzoek Op grond van de Gemeentewet/Provinciewet kon de rekenkamer al een onderzoek instellen naar gemeenschappelijke regelingen waaraan de gemeente of provincie deelneemt. De Wet versterking legitimiteit gemeenschappelijke regelingen verduidelijkt dat die bevoegdheid zich ook uitstrekt tot het door het bestuur van een gemeenschappelijke regeling gevoerde bestuur. Wat is de betekenis voor de gemeenschappelijke regeling? Het betreft hier de verduidelijking van een al bestaande bevoegdheid. Het is niet nodig hierover een bepaling in de gemeenschappelijke regeling op te nemen.

Pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=gemeentedantumadiel&id=960536d3-3372-4ae8-a331-6219e85ce80d