Beleidsplan Gladheidsbestrijding
Tekst van het document
Beleidsplan Gladheidsbestrijding Dantumadiel 2024 - 2029
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2024 - 2029
1
VOORWOORD Bij een nieuwe organisatie van de gemeente Dantumadiel hoort een nieuw beleidsplan voor gladheidsbestrijding. Nieuwe indeling van de organisatie, deels nieuw materieel, frisse inzichten geven aanleiding om nieuwe keuzes te maken. Voor u ligt het beleidsplan gladheidsbestrijding 2024-2029. De gemeenteraad stelt eens in de vijf jaren een nieuw beleidsplan vast. In dat beleidsplan worden kaders gesteld waarbinnen het college van B&W jaarlijks uitvoering geeft aan de winterse gladheidsbestrijding. Die kaders gaan onder meer over duurzaamheid, arbo, intensiteit van materieelinzet, opschalen in fasen van verschillende winterse omstandigheden en over financiën. De gladheidbestrijding is een apart werkveld. Het omvat elementen van wegbeheer en verkeersveiligheid en heeft daarnaast duidelijke raakvlakken met de aanpak van calamiteiten. Dit maakt de gladheidbestrijding tot een werkveld met een eigen sfeer, vooral tijdens de vaak nachtelijke gladheidbestrijdingsacties. Opvallend is de betrokkenheid van de medewerkers, die voortvloeit uit een groot verantwoordelijkheidsbesef. ledere betrokkene staat voor de uitdaging om op het juiste moment de juiste keuzes te maken. De eisen die de samenleving stelt aan de gladheidbestrijding worden steeds hoger. Veiligheid, doorstroming en bereikbaarheid moeten ook onder winterse omstandigheden op peil worden gehouden.
Een andere ontwikkeling is de verdergaande juridificering van de maatschappij. Steeds vaker wordt de wegbeheerder aansprakelijk gesteld voor de geleden schade. Om aan de gemeentelijke zorgplicht te kunnen voldoen wordt er een inspanningsverplichting verwacht en geen resultaatverplichting. Dat betekent dat er continu gekeken wordt naar innovatieve ontwikkelingen om de verplichting zo goed als mogelijk te waarborgen. Het is van groot belang dat de doorgaande wegen en belangrijke fietsroutes in de winterperiode veilig en doelmatig gebruikt kunnen worden. Bij iedere winterse omstandigheid zijn een goed Beleids- en Uitvoeringsplan Gladheidbestrijding van belang. Het hoofd kunnen bieden aan gevaarlijke winterse omstandigheden is de belangrijkste doelstelling van het Beleids- en Uitvoeringsplan Gladheidbestrijding. Uiteraard enerzijds om de inwoner een zo veilig mogelijke route aan te bieden en anderzijds om aan te tonen dat de verantwoordelijken gladheid bestrijden op een wijze die ook redelijkerwijs verwacht mag worden. Langzaam maar zeker is landelijk de aandacht binnen de gladheidbestrijding aan het verschuiven van automobilisten naar fietsers, zelfstandig wonende ouderen en voetgangers. De kwetsbaarheid van de laatste categorieën zijn van groot belang. Wij gaan hier de komende jaren meer aandacht aan besteden. We streven ernaar om de gladheidbestrijding te blijven optimaliseren.
Mogelijk betekent dit dat niet meer bij elke strooiactie het hele verzorgingsgebied gestrooid hoeft te worden, maar alleen de delen waar het ook daadwerkelijk nodig is. Daarnaast is het belangrijk om mee te gaan met de tijd (innovatie) en continu kritisch te blijven op je eigen activiteiten. Denk hierbij aan het milieu, zoals zo min mogelijk gebruik maken van zout, maar uiteraard wel voldoende zodat de veiligheid niet in gevaar komt. Duurzaamheid beperkt zich niet alleen tot het milieu, maar moet ook breder gezien worden. Hierin spelen ook arbeidsomstandigheden en financiën een belangrijke rol. Alleen wanneer we al deze facetten op een integrale manier benaderen is de dienstverlening toekomstbestendig. Ing. C.A. Wielstra, wethouder openbare ruimte
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2024 - 2029
2
Inhoud 1
Inleiding ..............................................................................................................................4
2
Kaders .................................................................................................................................5 2.1
3
4
Juridische kaders .........................................................................................................5
2.1.1
Zorgplicht ..............................................................................................................5
2.1.2
Aansprakelijkheid volgens het Burgerlijk Wetboek .................................................5
2.1.3
Aansprakelijkheid minimaliseren ...........................................................................5
2.2
Arbo, veiligheid en werktijden .......................................................................................6
2.3
Milieu kaders ................................................................................................................7
Gladheidsbestrijding algemeen ...........................................................................................8 3.1
Natzoutstrooiprincipe....................................................................................................8
3.2
Preventieve gladheidsbestrijding ..................................................................................8
3.3
Curatieve gladheidsbestrijding......................................................................................8
3.4
Werking van strooizout in specifieke gevallen...............................................................8
3.5
Gladheidsmeldsysteem ................................................................................................9
3.6
Meteorologische dienstverlening (Infoplaza) .................................................................9
3.7
Uitvoering voor en/of door buurgemeenten ...................................................................9
3.8
Tijdscriteria...................................................................................................................9
3.9
Inzet materieel............................................................................................................10
Beleid gladheidsbestrijding ................................................................................................10 4.1
Prioritering routes .......................................................................................................10
4.1.1
Hoofdroutes ........................................................................................................10
4.1.2
Tweede routes ....................................................................................................10
4.1.3
Derde routes .......................................................................................................10
4.1.4
Hulpdiensten .......................................................................................................11
4.2
Uitvoering in fases ......................................................................................................11
4.3
Beschikbaar stellen strooizout op gemeentewerven ...................................................12
4.4
Communicatie en voorlichting .....................................................................................12
4.5
Meldingenregistratie ...................................................................................................12
4.6
Tussentijdse evaluatie ................................................................................................12
4.7
Eindevaluatie..............................................................................................................12
Bijlage 1; Routes gladheidsbestrijding wegen in 1ste fase ..........................................................13 Bijlage 2; Routes gladheidsbestrijding fietspaden in 1ste fase ....................................................14
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2024 - 2029
3
1 Inleiding De gemeente heeft de zorgplicht voor onder andere het beheer van de gemeentelijke wegen, waarbij gezorgd moet worden voor de veiligheid op de weg. Een van de onderdelen van deze zorgplicht is een adequate uitvoering van de gladheidsbestrijding. De uitvoering van de gladheidsbestrijding is in eigen beheer waarbij de buitendienstmedewerkers en tractie van de gemeente worden ingezet. Voor een goede en gedegen uitvoering van de zorgplicht is een vastgesteld Beleidsplan Gladheidsbestrijding onontbeerlijk. Het plan heeft tot doel de beleidskaders eenduidig, helder en voor langere tijd vast te leggen, zodat de uitvoering zo optimaal mogelijk kan worden uitgevoerd. Het Beleidsplan Gladheidsbestrijding sluit aan bij de landelijke, provinciale en regionale visie op de gladheidsbestrijding, waarbij de veiligheid van de weggebruikers voorop staat en gladheidpreventie (het bestrijden van te verwachten gladheid) de voorkeur heeft boven curatieve bestrijding (het bestrijden van gladheid wanneer het al glad is) waar mogelijk en noodzakelijk. Samenwerking met omliggende gemeenten speelt daarbij een belangrijke rol. Jaarlijks wordt een Uitvoeringsplan Gladheidsbestrijding opgesteld. Het doel van dit Uitvoeringsplan Gladheidsbestrijding is het college en de inwoners te informeren over de uitvoering van het beleid ten aanzien van de gladheidsbestrijding in de gemeente.
Het gehele proces ziet er als volgt uit:
De uitvoering van de werkzaamheden rondom gladheidsbestrijding worden zoveel mogelijk in eigen beheer uitgevoerd. Dit betekent dat bij de gladheidsbestrijding zoveel mogelijk gebruik gemaakt wordt van eigen personeel en materieel. Daarnaast wordt, wanneer nodig, personeel en materieel ingehuurd bij lokale aannemers. Het Beleidsplan Gladheidsbestrijding van de gemeente Dantumadiel is in hoofdlijnen gebaseerd op de CROW-publicatie 236: "Leidraad gladheidsbestrijdingsplan" en de CROW-publicatie 353 "Organisatie en bestrijding van wintergladheid Om te zorgen dat de gemeente als "goed rentmeester" op het gebied van veiligheid van wegen opereert, is het belangrijk om aandacht te besteden aan een goede invulling van deze taak. Het voorliggende Beleidsplan Gladheidsbestrijding beschrijft hoe de verantwoordelijkheid voor het onderdeel gladheidsbestrijding binnen de gemeente Dantumadiel wordt ingevuld. Het Beleidsplan Gladheidsbestrijding is opgesteld om enerzijds vooraf duidelijkheid te geven aan inwoners en overige weggebruikers over de wijze waarop en wanneer de gladheidsbestrijding wordt uitgevoerd. Anderzijds dient het plan om te kunnen aantonen dat aan de wettelijke inspanningsverplichting die de gemeente heeft wordt voldaan.
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2024 - 2029
4
2 Kaders 2.1
Juridische kaders
2.1.1
Zorgplicht
In artikel 16 van de Wegenwet is uitdrukkelijk geregeld dat bij de wegbeheerder de zorg rust voor het in goede en veilige staat verkeren van wegen, voor zover deze zorg niet aan een ander overheidsorgaan is opgedragen. Hiertoe behoort ook het bestrijden van gladheid op wegen. Van belang is dat het hierbij gaat om een inspanningsverplichting van de wegbeheerder en niet om een resultaatsverplichting. 2.1.2
Aansprakelijkheid volgens het Burgerlijk Wetboek
In verband met de aansprakelijkstelling voor de gevolgen van wintergladheid spelen in relatie tot het Burgerlijk Wetboek (BW) verschillende juridische vragen een rol, namelijk: • •
Is gladheid een 'gebrek' van het wegdek in de zin van artikel 6:174 BW inzake de risicoaansprakelijkheid voor de bezitter van een opstal, en is de wegbeheerder dus op die grond aansprakelijk? Heeft de wegbeheerder naar behoren onderhoud aan de weg gepleegd? Dit is van belang op grond van artikel 6:162 BW.
Op grond van artikel 6:174 van het BW bestaat er een risicoaansprakelijkheid voor de wegbeheerder ten aanzien van wegen die niet voldoen aan de eisen die men mag stellen en die daardoor gevaar opleveren voor personen en/of zaken. In eerste instantie legt dit artikel dus een zware verantwoordelijkheid bij de wegbeheerder. Toch bestaan er mogelijkheden om zich, in geval van schade ten gevolge van wintergladheid van wegen, tegen aansprakelijkstellingen volgens art. 6:174 van het BW te weren. Aan een weg die ten gevolge van nachtvorst, ijzel e.d. glad is geworden, kunnen niet dezelfde eisen worden gesteld als tijdens de zomer. Van de weggebruiker mag worden verwacht dat hij bij winterse omstandigheden met een grote mate van oplettendheid en voorzichtigheid aan het wegverkeer deelneemt en dat hij zich bij extreme omstandigheden (zware ijzel) niet op de weg begeeft. In dit soort omstandigheden kan een wegbeheerder dan ook niet zonder meer aansprakelijk worden geacht voor schade. 2.1.3
Aansprakelijkheid minimaliseren
Aansprakelijkheid (artikel 6:174 BW) kan geminimaliseerd worden wanneer de wegbeheerder kan aantonen: • • • •
dat de gladheid niet mede het gevolg is van minder goede eigenschappen van het wegdek zelf, denk hierbij aan het overleggen van inspectie- of onderhoudsrapporten; dat de gladheid dusdanig plotseling is opgetreden dat de wegbeheerder in redelijkheid niet meer tot strooimaatregelen in staat is geweest; dat er in de media naar behoren voor de risico's is gewaarschuwd; een gladheidsbestrijdingsplan is gepubliceerd waarin o.a. is vermeld hoe, wanneer en waar de gladheid binnen de gemeente wordt bestreden.
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2024 - 2029
5
Het volgende moet aangetoond worden wanneer een claim als gevolg van artikel 6:162 BW weerlegd moet worden: • •
dat er tijdig en naar vermogen gladheid is bestreden, zoals beschreven en vastgesteld is in uitvoeringsplan gladheidsbestrijding; dat er, gezien de omstandigheden, op tijd en adequaat gewaarschuwd is.
Om aan de gemeentelijke zorgplicht en inspanningsverplichting op structurele wijze te voldoen, is het zaak dat de gemeente: • • • • • •
inwoners jaarlijks informeren over het gemeentelijke gladheidsbestrijdingsbeleid voor de mogelijke sneeuw- en vorstperiode; snel en doeltreffend handelen zodra bepaalde gevaarlijke situaties bij de gemeente bekend zijn; goed en voldoende materieel voorhanden hebben; een gladheid meldsystematiek hebben; een goede administratie bijhouden van tijden en gereden routes; jaarlijks een (gladheidsbestrijding) uitvoeringsplan vaststellen en publiceren, waarin inzichtelijk wordt gemaakt welke strooiroutes er worden gereden en wie op welk moment met de uitvoering is belast.
Indien de gladheidsbestrijding is uitbesteed, blijft de wegbeheerder verantwoordelijk voor het beleid en een deugdelijke uitvoering jegens derden (artikel 15 e.v. van de Wegenwet).
2.2
Arbo, veiligheid en werktijden
De gladheidsbestrijding vindt vrijwel altijd plaats onder lastige omstandigheden voor het uitvoerende personeel. De kaders voor de inzet en de arbeidsomstandigheden van het personeel zijn vastgelegd in de Arbeidstijdenwet en de Arbowet. Voor het gemeentepersoneel geldt de CAR-UWO. De werkgever kan de ambtenaar verplichten om zich buiten de voor zijn betrekking vastgestelde werktijden beschikbaar te houden voor gladheidsbestrijding als de werkgever dit uit dienstbelang noodzakelijk vindt. De medewerkers die beschikbaar zijn, hebben recht op een vergoeding. De gemeente Dantumadiel neemt als werkgever de bepalingen van de arbeidstijdenwet in acht. Het gaat hierbij om arbeidstijden en rusttijden. De veiligheidsaspecten bij gladheidsbestrijding hebben betrekking op het gebruik van materiaal en materieel en op de uitvoering. Voor de start van het strooiseizoen wordt met alle betrokkenen de procedure doorlopen. De belangrijkste zaken die daarbij aan de orde komen zijn; • • • • • •
de strooiroutes; het omgaan met dooimiddelen; controle van doseerinstellingen; het bedienen van en werken met gladheidsbestrijdingsmaterieel; onveilige situaties tijdens strooien (gladheid tijdens strooien en woon-werkverkeer); calamiteiten (nood)plan.
Het gladheidsbestrijdingsmaterieel moet conform de Arbowetgeving zijn voorzien van CE-markering en een bijbehorende EG-verklaring.
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2024 - 2029
6
2.3
Milieu kaders
De voor de verkeersveiligheid noodzakelijke gladheidbestrijding brengt voor het milieu neveneffecten met zich mee. Een deel van het gebruikte dooimiddel komt terecht in de directe omgeving van de wegen waarop het is gestrooid. Daar kunnen zich landschappelijk waardevolle beplantingen, groenvoorzieningen en interessante bermvegetaties bevinden. Uiteindelijk bereikt een gedeelte van het dooimiddel ook de bodem en het grondwater; afspoelend water voert het dooimiddel immers vanaf het wegdek, via de bermen, molgoten, naar sloten en rioleringen. Het dooimiddel wordt niet alleen door afspoelend water meegevoerd. Bij het strooien belandt soms (onbedoeld) strooimateriaal in de berm. Daarnaast verspreidt het verkeer opspattend zout smeltwater. Ook dit belandt voor een deel in de berm. Hierbij kan een soort zoute nevel op de beplantingen ontstaan. Gelukkig vindt deze zoutbelasting van bermen vooral plaats tijdens het rustseizoen van planten, struiken en bomen. De effecten hebben dan ook een indirect karakter. Gebleken is dat bepaalde soorten bomen en struiken gevoelig zijn voor het strooizout en 'vervroegd de herfst ingaan', omdat de bladranden sneller vergelen en verdorren. Wegenzout bestaat voornamelijk uit keukenzout en lost dus bijna of geheel in en op de weg. Bij neerslag wordt het een bestanddeel van het water dat aan de kringloop deelneemt toegevoegd.
In sommige wijken wordt een gescheiden rioolstelsel toegepast. In dit geval wordt het water naar het oppervlaktewater afgevoerd. Daar waar geen gescheiden rioolstelsel aanwezig is wordt het water afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Nu wordt het meeste rioolwater tegenwoordig met behulp van bacteriën gezuiverd. Niet alle bacteriën kunnen even goed tegen het zout, waardoor in de winter problemen kunnen ontstaan. Een ander gedeelte van het zout lekt weg via de wegbermen. Bij een gemiddelde winter is het effect gering. Alleen bij veel zoutgebruik en als de dooi bij extreme sneeuwval plotseling invalt kan er in de sloten vissterfte optreden. De eerste in aanmerking komende maatregel om zoutschade te voorkomen of te beperken is uiteraard minder zout in het milieu brengen. Een belangrijke stap in de goede richting in dit verband is het nat zout strooien, waarmee preventief wordt gestrooid bij verwachting van komende gladheid. Door preventief te strooien ontstaat er op het wegdek een oplossing van zout en water, dat alleen bij zeer lage temperatuur bevriest. Tot-/- 10 graden Celsius bestaat er geen of zeer weinig kans op gladheid (afhankelijk van de hoeveelheid zout). De natzoutstrooiers zorgen ervoor dat niet alleen nauwkeuriger wordt gestrooid, maar tevens dat minder zout nodig is.
De tweede maatregel is door in de ontwerpfase van infrastructuur rekening te houden met redelijk ruime wegprofielen en toepassing van zouttolerante plantsoorten die van nature beter strooi- en spatzout kunnen verdragen. Bij de 'nat zout' methode wordt het droge wegenzout, vlak voordat het op de weg wordt gestrooid, bevochtigd met een natte component (natriumchloride oplossing). Door deze methode te gebruiken treedt er minder verwaaiing van wegenzout op zodat er ook beter preventief gestrooid kan worden. Verkeersveiligheid en milieu staan vaak op gespannen voet. Met name zout willen we zoveel mogelijk uit het milieu weren. Niet strooien is dan het beste, maar uiteraard niet goed voor de verkeersveiligheid. Preventief strooien heeft op de hoofdwegen het beste resultaat voor de verkeersveiligheid, maar er wordt meer zout in het milieu gebracht omdat er regelmatig wordt gestrooid als dat achteraf niet nodig was. Het is daarom verstandig om bij het opstellen van de strooiroutes goed te bepalen welke wegen wel of niet gestrooid moeten worden.
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2024 - 2029
7
3 Gladheidsbestrijding algemeen In dit hoofdstuk wordt achtergrondinformatie gegeven over de methoden waarmee gladheid wordt bestreden en/of kan worden voorkomen.
3.1
Natzoutstrooiprincipe
De gemeente Dantumadiel strooit volgens het natzoutstrooiprincipe. Het zout wordt onder toevoeging van een pekeloplossing met een draaiende schijf over de weg gestrooid. Bij dit proces gaat minder zout verloren omdat het zout aan het wegdek plakt en minder verwaaid ten opzichte van het droogzoutstrooiprincipe. Daarnaast is de strooisnelheid van het voertuig aanzienlijk hoger dan bij het droogzoutstrooiprincipe (maximaal 60 km/uur). Hierdoor kan per voertuig meer lengte strooiroute worden gereden. Het natzoutstrooiprincipe is het meest geschikt voor preventief strooien en kan ook curatief worden toegepast. Deze methode heeft een zoutverbruik van circa 10 gr/m2. De dosering bij het natzoutstrooiprincipe is lager dan bij het droogzoutstrooiprincipe.
3.2
Preventieve gladheidsbestrijding
Bij preventieve gladheidsbestrijding wordt er gestrooid wanneer er gladheid te verwachten is en dus voordat de gladheid is opgetreden. Bij preventieve gladheidsbestrijding wordt het natte strooizout direct over het wegdek verdeeld en werkt meteen de gladheid tegen. Hierdoor wordt gladheid voorkomen. Dit wil dus zeggen dat deze methode een hogere verkeersveiligheid geeft dan het strooien achteraf. Tegelijkertijd mag worden gesteld dat er aanzienlijk minder strooizout nodig is bij het voorkomen van gladheid dan bij het bestrijden van gladheid. Omdat het strooizout nat wordt toegepast zal er minder zout verwaaien.
3.3
Curatieve gladheidsbestrijding
Uitgangspunt bij curatieve gladheidsbestrijding is dat de gladheid wordt bestreden nadat er gladheid is opgetreden. Bij curatief strooien dringt het uitgestrooide zout in het ijs en maakt het poreus. De ijsmassa wordt daarna stuk gereden. Door het smeltproces verdwijnt ook een deel van de ijsmassa, mits er voldoende tijd overheen gaat en er genoeg zout is gestrooid. Voor sneeuw geldt hetzelfde principe, omdat dit wordt gezien als neerslag in de vorm van kleine ijskristallen.
3.4
Werking van strooizout in specifieke gevallen
Bij de gladheidsbestrijding op fietspaden wordt dikwijls de opmerking gemaakt dat de fietspaden slecht gestrooid zijn. Deze opmerking is niet terecht. Een probleem is dat zout alleen niet voldoende is om ijs en sneeuw te doen smelten. Er is ook een zuigende werking van banden op het wegdek nodig waardoor het zout effectiever werkt. Een fietsband geeft die nauwelijks, in tegenstelling tot een autoband. Mede door de verkeersintensiteit moet het zout zijn werking doen. Bij sneeuwval tijdens de ochtend- of avondspits is er sprake van een groot verkeersaanbod en kan er met het huidige materieel niet overal gelijktijdig gladheid bestreden worden. Het is dan in gegeven situatie zaak om voor de sneeuwval een laagje zout op het wegdek te hebben. Het verkeer heeft dus een groot aandeel in de verdeling en vermenging van het strooizout. Als bij zware sneeuwval ook geschoven wordt zal een deel van het zout van de weg worden geschoven. Vandaar dat gelijktijdig met het schuiven weer gestrooid wordt.
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2024 - 2029
8
3.5
Gladheidsmeldsysteem
Op de vastgestelde kritische locaties in het wegdek (asfalt of klinkerbestrating) zijn sensoren aangebracht. Deze sensoren meten verschillende waarden, zoals temperatuur, vochtigheid, zoutgehalte op het wegdek en de temperatuur in de ondergrond. Deze sensoren staan in verbinding met een meetstation. Dit meetstation is uitgerust met meetapparatuur ten behoeve van omgevingsfactoren als luchttemperatuur, relatieve luchtvochtigheid en neerslag. De meetwaarden die via de sensoren en het meetstation worden verkregen, worden verwerkt tot representatieve alarmeringsinformatie en via een sms-bericht doorgestuurd aan de strooileider. De gemeente heeft de beschikking over een gladheidsmeldsysteem, waarmee bij gladheid of dreigende gladheid een alarmering wordt doorgemeld aan de waakdienst. Op basis van deze alarmering gecombineerd met lokale meteorologische informatie van Infoplaza en gegevens van de meetstations van buurgemeenten kan er een strooibesluit genomen worden. Zodra het besluit om een strooiactie uit te voeren is genomen, dient deze ingevoerd te worden in het gladheidsmeldsysteem. Regionaal is er jaarlijks een bijeenkomst met gebruikers van het gladheidsmeldsysteem uit de regio. Hierin participeren de medewerkers van de buitendienst.
3.6
Meteorologische dienstverlening (Infoplaza)
Vanaf november 2015 worden de gladheidwaarschuwingen en het strooiadvies opgesteld door de meteorologen van MeteoGroup voor de komende 24 uur. In het logboek worden de weersomstandigheden, de alarmen en alle contactmomenten geregistreerd. Ook worden de terug gemelde gladheids- en strooiacties vastgelegd.
3.7
Uitvoering voor en/of door buurgemeenten
Er wordt gestreefd om de burgers zo min mogelijk op eenzelfde weg van een gestrooid gedeelte op een niet gestrooid gedeelte te laten komen. Het is dan ook noodzakelijk om daarover afspraken te maken met buurgemeenten en provincie. Er zijn daarom afspraken gemaakt met de gemeenten Tytsjerksteradiel, Achtkarspelen, Noardeast-Fryslan en provincie Fryslân. Gemeente Dantumadiel Dantumadiel Dantumadiel Dantumadiel Tytsjerksteradiel Tytsjerksteradiel Tytsjerksteradiel Achtkarspelen Dantumadiel Dantumadiel Dantumadiel Noardeast-Fryslan Noardeast-Fryslan Dantumadiel Dantumadiel
3.8
Weg Dokter Kylstrawei, Ottemawei Readtsjerk Trekwei; Burdaarderstrjitwei gemeentegrens Burdaarderstrjitwei De Wal Feanwaldsterwâl Kûkhernewei, Noardburgum Fjildwei - Aldtsjerk tot brug Klaas Douweswei, Aldtsjerk Kûkherne 2 - Twijzelerheide Rinewâl – Achterwei Damwaldsterreedsje Parallelweg Haadwei Koailoane – gemeentegrens Dokkumerstraatweg Kolkhuizerweg Ottemawei Dokter Kylstrawei
Strooien door: Tytsjerksteradiel Noardeast-Fryslan Noardeast-Fryslan Tytsjerksteradiel Dantumadiel Dantumadiel Dantumadiel Dantumadiel in 2de fase Provincie Fryslân Noardeast-Fryslan Noardeast-Fryslan Dantumadiel Dantumadiel Tytsjerksteradiel Tytsjerksteradiel
Tijdscriteria
Uitgangspunt bij de gladheidsbestrijding is dat -na binnenkomst van een melding- de hoofdroutes en fietspaden binnen circa 3 uur worden gestrooid.
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2024 - 2029
9
3.9
Inzet materieel
De gemeente Dantumadiel beschikt over het volgende materieel; • •
Scania (vrachtwagen met zoutstrooier en schuifbord) Iveco (bus met zoutstrooier en schuifbord)
Eventueel kan de gemeente een extra Iveco bus inzetten met schuifbord.
4 Beleid gladheidsbestrijding De gemeente Dantumadiel heeft een Beleidsplan gladheidsbestrijding waarin wordt gesteld dat preventief gladheid wordt bestreden, waarbij gebruik wordt gemaakt van het natzoutstrooiprincipe. Er wordt hierbij wel gestreefd om gladheid voor de ochtendspits en de avondspits te voorkomen. Het huidige gladheidsbestrijdingsbeleid is tot stand gekomen na een zorgvuldige afweging van de betrokken belangen (verkeersveiligheid, milieu- en financiële belangen).
4.1 4.1.1
Prioritering routes Hoofdroutes
Bij de gladheidsbestrijding krijgen de hoofdroutes de hoogste prioriteit. Bij de vaststelling van de hoofdroutes is rekening gehouden met de wegcategorieën zoals genoemd in het gemeentelijk mobiliteitsplan (GMP) van de gemeente Dantumadiel. Alle hoofdroutes dienen te worden gereden in vastgestelde volgorde en rijrichting zoals beschreven in het uitvoeringsplan. Onder de hoofdroutes vallen de volgende wegen: • Hoofdverbindingen tussen de dorpen • Belangrijkste doorgaande wegen en fietspaden • Bus routes • Aansluitende wegen op de provinciale weg • Wegen naar scholen • Wegen naar zorginstellingen • Wegen naar brandweerkazernes 4.1.2
Tweede routes
De tweede routes zijn de overige wegen die voor het verkeer belangrijk zijn. Op de tweede routes wordt alleen gladheid bestreden indien er sprake is van extreme en of langdurige gladheid (ijzel / sneeuwval) en wanneer de gladheidsbestrijding op de hoofdroute is afgerond. 4.1.3
Derde routes
De derde routes zijn alle wegen die niet in de hoofdroutes en tweede routes zijn opgenomen. Op de derde routes wordt alleen gladheid bestreden indien er sprake is van maatschappelijk ontwrichtende omstandigheden. Hierbij moet worden opgemerkt dat buurtstraten en woonerven steeds moeilijker te behandelen zijn. Door ontwerpkeuzes, getroffen verkeers- en snelheidsremmende maatregelen en geparkeerde voertuigen is de gladheidsbestrijding moeilijk, tijdrovend en in veel gevallen zelfs onmogelijk. Schuiven en ruimen van sneeuw is lastig, omdat de sneeuw veelal op trottoirs wordt geploegd.
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2024 - 2029
10
4.1.4
Hulpdiensten
Met de Veiligheidsregio Fryslân zijn voor de brandweerkazernes afspraken gemaakt dat de gladheid wordt bestreden.
4.2
Uitvoering in fases
De gladheidsbestrijding wordt uitgevoerd in verschillende fases. In het navolgende een beschrijving van deze fases. Fase 1: In de eerste fase worden de hoofdroutes gestrooid. De eerste fase is een preventieve ronde dus bij dreigende gladheid. De strooileider neemt, nadat hij advies heeft gekregen van Infoplaza, het besluit om te strooien. Vaak is dit ‘s morgens om 4:00 zodat de belangrijkste wegen voor de ochtendspits zijn gestrooid. Fase 2: De tweede fase wordt tijdens reguliere werktijden uitgevoerd bij blijvende vorst en vast gereden sneeuw op de voor het verkeer van belang zijnde wegen binnen en buiten de bebouwde kommen. De nadruk van het strooien ligt op de ontsluiting van de dorpen. Uitzondering hierop is dat de dienstdoende strooileider ervoor kan kiezen om ook in het weekeind deze route uit te voeren. Dit gebeurt op het moment dat de veiligheid van de weggebruiker op die locaties in het gedrang komt. Fase 3: De derde fase wordt tijdens reguliere werktijden uitgevoerd bij blijvende vorst en vast gereden sneeuw op de resterende voor het verkeer van belang zijnde wegen en met al het beschikbare eigen materieel. Fase 4: De vierde fase wordt uitgevoerd wanneer er zich langdurige en extreme weersomstandigheden voordoen, waarbij sprake is van maatschappelijk ontwrichtende omstandigheden.
Bereikbaarheid van percelen (woningen/bedrijven/boerderijen) is langdurig in het gedrang. Er treedt dan een noodplan in. De keuze voor het overgaan naar fase 4 zal gemaakt worden door de burgemeesters, coördinator gladheidsbestrijding en de adviseur crisisbeheersing en rampenbestrijding. Wanneer deze situatie zich voordoet, wordt de eerstvolgende strooileider als tweede strooileider ter ondersteuning opgeroepen. In de tabel hieronder de wegen die gestrooid worden in welke fase.
Dorpsontsluitingswegen Gebiedsontsluitingswegen Bus routes Hoofdfietsnetwerk erftoegangswegen huisartsenpraktijken Scholen Zorginstellingen / bejaardencentra Bedrijventerreinen Winkelcentra Brandweerkazernes Overige wegen
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2024 - 2029
1ste fase X X X X
2de fase
3de fase
X X X X X X X X
11
4.3
Beschikbaar stellen strooizout op gemeentewerven
Er wordt geen gratis strooizout verstrekt aan bedrijven of bewoners. Er zijn binnen de gemeente Dantumadiel voldoende verkooppunten waar strooizout kan worden aangeschaft (wet markt en overheid).
4.4
Communicatie en voorlichting
De afdelingen Communicatie van de gemeente Dantumadiel verzorgen vooraf en gedurende het gladheidsbestrijdingsseizoen de voorlichting naar de inwoners en bedrijven. Het uitvoeringsplan gladheidsbestrijding wordt jaarlijks ter goedkeuring voorgelegd aan het college van B&W. Daarnaast zal voor aanvang van het gladheidsbestrijdingsseizoen een publicatie verschijnen in het regionale weekblad, waarbij ook de strooiroutes overeenkomstig het Uitvoeringsplan Gladheidsbestrijding worden opgenomen. Ook zijn het Uitvoeringsplan Gladheidsbestrijding en de daarin opgenomen strooiroutes in te zien op de website van de gemeente www.dantumadiel.frl . Er wordt de komende jaren niet alleen gekeken naar de traditionele contactmomenten met de inwoners, maar ook hoe we ervoor kunnen zorgen dat we de inwoners snel, kort en krachtig kunnen bereiken via de sociale media. Dit heeft als doel om te laten zien dat we de veiligheid van weggebruikers erg belangrijk vinden en er alles aan doen om de gladheid te bestrijden.
4.5
Meldingenregistratie
Inwoners binnen de gemeente Dantumadiel, bedrijven en instellingen kunnen meldingen en klachten melden via de Fixi app of bij het Klanten Contact Centrum (KCC) van de gemeente zelf. Alle meldingen worden geregistreerd. Niet alle meldingen worden gehonoreerd. Aan de hand van onder andere het Uitvoeringsplan Gladheidsbestrijding en de weersverwachtingen wordt een afweging gemaakt om al dan niet in actie te komen.
4.6
Tussentijdse evaluatie
Gedurende het gladheidsbestrijdingsseizoen wordt een tussentijdse evaluatie gehouden met coördinatoren gladheidsbestrijding. De uitkomsten van deze evaluaties worden schriftelijk vastgelegd en tijdens of bij een volgend gladheidsbestrijdingsseizoen bijgesteld.
4.7
Eindevaluatie
Na elk gladheidsbestrijdingsseizoen wordt een eindevaluatie gehouden. Hierin wordt aan de hand van het uitvoeringsplan de werkwijze van geëvalueerd. Hierbij worden alle onderwerpen meegenomen. Aan de hand van de evaluatie wordt een actielijst opgesteld en met de verantwoordelijke wethouder besproken.
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2024 - 2029
12
Bijlage 1; Routes gladheidsbestrijding wegen in 1ste fase
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2024 - 2029
13
Bijlage 2; Routes gladheidsbestrijding fietspaden in 1ste fase
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2024 - 2029
14