Aanpak Dantumadiel Laaggeletterdheid 3.0
Tekst van het document
Aanpak Laaggeletterdheid 2024/2025 november 2024
Inleiding Beste lezer, Voor u ligt de aanpak laaggeletterdheid van de gemeente Dantumadiel. Sinds 2020 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de ontwikkeling, uitvoering en monitoring van de aanpak van laaggeletterdheid. Laaggeletterdheid is een structureel- en in omvang toenemend probleem. In Nederland hebben 2,5 miljoen mensen van 16 jaar en ouder grote moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak ondervinden zij ook moeite met het omgaan met de computer, tablet of smartphone. Het kunnen lezen en schrijven en omgaan met digitale vaardigheden helpt bij het vinden van werk, bij het meedoen in de samenleving en draagt bij aan de gezondheid van inwoners. Daarnaast neemt ook de eigenwaarde van mensen toe. Met dit plan sluiten we aan bij het Regioplan Friesland 2020-2024. Met onze ketenpartners Bibliotheek Noord Fryslân, Stichting Lezen en Schrijven, FIRDA, Yfke, Dokwurk en andere partijen maken wij ons sterk om laaggeletterdheid onder inwoners te voorkomen en terug te dringen.
2
Inhoudsopgave 1. Laaggeletterdheid ........................................................................................................................... 4 2. Feiten & cijfers ................................................................................................................................ 5 2.1 Landelijke cijfers ..................................................................................................................................... 5 2.2 Lokale cijfers ........................................................................................................................................... 5 3. Doelgroep laaggeletterden ............................................................................................................ 6 4. Beleidsthema’s ............................................................................................................................... 7 4.1 Armoede ................................................................................................................................................. 7 4.2 Werk ....................................................................................................................................................... 7 4.3 Gezondheid ............................................................................................................................................
7 4.4 Onderwijs ................................................................................................................................................ 7 5. Programma’s, projecten en werkwijzen ....................................................................................... 8 5.1 Ketenpartneroverleg ............................................................................................................................... 8 5.2 Digi-Taalhuis ........................................................................................................................................... 8 5.3 Taalcafé .................................................................................................................................................. 8 5.4 Voel Je Goed .......................................................................................................................................... 9 5.5 Interne Werkgroep Laaggeletterdheid .................................................................................................... 9 5.6 Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) ............................................................................................. 10 5.7 De gezinsaanpak .................................................................................................................................. 10 6.
Uitgangspunten ............................................................................................................................ 12 7. Financiën ....................................................................................................................................... 13
3
1. Laaggeletterdheid Dit hoofdstuk richt zich op de definitie van laaggeletterdheid en gaat verder in op de criteria die bepalen wanneer iemand wel of niet als laaggeletterd wordt beschouwd. Wat is laaggeletterdheid? Wanneer je als volwassene moeite hebt met lezen, schrijven en/of rekenen, spreek je van laaggeletterdheid. Vaak gaat dit gepaard met beperkte digitale vaardigheden. Dit betekent dat het voor jou lastig is om bijvoorbeeld met een computer of smartphone om te gaan. Laaggeletterdheid kan grote gevolgen hebben in het dagelijkse leven. Het kan bijvoorbeeld moeilijker zijn om werk te vinden, of om grip te houden op je geldzaken. Een volwassene die laaggeletterd is, is geen analfabeet. Laaggeletterdheid betekend niet dat je helemaal niet kunt lezen of schrijven, maar wel dat je niet goed genoeg kunt lezen, schrijven of rekenen om volledig mee te kunnen draaien in de samenleving. Het minimale taalniveau is vastgesteld op 2F. Vanaf niveau 2F spreekt het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van ‘geletterdheid’. Dit niveau komt overeen met het eindniveau van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) en mbo 2/3. Op kinderen is de term ‘laaggeletterdheid’ niet van toepassing. Tenslotte zijn kinderen en jongeren nog bezig om het eindniveau van vaardigheden te verwerven.
Voor (jonge) kinderen kan het daarom volstrekt normaal zijn om te functioneren op een niveau dat we voor volwassenen als laaggeletterd beschouwen. Aan het eind van het basisonderwijs wordt van de leerling verwacht dat deze minimaal het niveau 1F behaalt. Heeft de leerling dit niveau niet behaald, dan beschouwen we dit als een achterstand. Deze leerling heeft een verhoogde kans om op latere leeftijd laaggeletterd te worden. Uitgangspunt 1 Beheersing van taalvaardigheden, rekenvaardigheden en digitale vaardigheden is noodzakelijk om te participeren in de hedendaagse samenleving en op de arbeidsmarkt.
4
2. Feiten & cijfers In dit hoofdstuk worden zowel landelijke- als lokale cijfers weergegeven om een beter inzicht te krijgen in het onderwerp laaggeletterdheid. Door de gegevens te combineren ontstaat er een breder beeld van de context en kunnen de landelijke en lokale verschillen met elkaar vergeleken worden. 2.1 Landelijke cijfers In Nederland hebben 2,5 miljoen mensen van 16 jaar en ouder moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Dat is zo’n 18% van alle Nederlanders. Nederland telt ongeveer 740.000 laaggeletterde werknemers. Daarnaast is 16,2% van de werklozen in Nederland laaggeletterd, tegenover 9% van de werkenden. Maatschappelijke kosten De Stichting Lezen en Schrijven heeft berekend dat de maatschappelijke kosten van laaggeletterdheid jaarlijks rond de 1 miljard euro liggen. Deze kosten komen voort uit zaken als: lagere productiviteit, hogere kosten gezondheidszorg, gemiste belastingen en groter beroep op sociale zekerheid. 2.2 Lokale cijfers Het percentage laaggeletterden in Dantumadiel ligt volgens onderzoek rond de 13%. Het gaat hier om 1123 inwoners. Dit percentage is verdeeld over verschillende subdoelgroepen: Subgroepen
Percentage
Aantal
MLG
SLG
Niveau
Autochtone werkenden 50+ met partner en kinderen
22%
248
24%
20%
NT1
Autochtone niet-werkenden 50+ met partner en kinderen
23%
263
25%
21%
NT1
Autochtone werkenden 30-50 jaar, divers qua partner en kinderen
11%
122
14%
7%
NT1
Oudere autochtone 50+, vooral singles met kinderen
9%
105
9%
9%
NT1/2
Jongeren 30-, werkend of niet-actief, autochtoon of migrant, zonder partner of kinderen
13%
150
13%
14%
NT2
Migranten 30+, met name 1e generatie, meestal met partner en/of kinderen
5%
58
3%
8%
NT2
Divers: 2e generatie migranten, jongeren met kinderen, 1e generatie migranten zonder partner en kinderen, oudere werknemers 50+ zonder partner en kinderen Totaal
16%
177
11%
21%
NT2
13%
1123
7%
6%
NT1 NT2 MLG SLG
Inwoners met Nederlands als eerste taal Inwoners met Nederlands als tweede taal Mild-laaggeletterd Sterk-laaggeletterd
5
3. Doelgroep laaggeletterden De groep laaggeletterden is zeer divers, niet alleen in leeftijd, maar ook qua geslacht en herkomst. Dit hoofdstuk omschrijft de verschillende doelgroepen die te maken hebben met het thema laaggeletterdheid. Preventie In 2024 hebben zo’n 1,9 miljoen tussen de 16 en de 65 jaar moeite met lezen en schrijven. Een aantal dat de komende jaren blijft toenemen. Het belang van preventie is evident om deze groei te stoppen. Preventie moet zich richten op factoren die verbonden zijn aan taalachterstand, zoals mondelinge taalkennis, woordenschat, leesattitude en de motivatie van het kind. Ook de kwaliteit van het onderwijs, pedagogische medewerkers en leerkrachten zijn van groot belang. Daarnaast vraagt de houding van ouders ten opzichte van lezen en de interactie die zij hebben met hun kind ook aandacht. (Groot)ouders Ze weten het vaak zelf nog niet altijd maar (groot)ouders zijn cruciaal in het proces om van kinderen lezers te maken. De kans dat een kind uitgroeit tot lezer en daarmee zijn of haar woordenschat verhoogt, is vijf keer zo groot als ouders een actieve leesopvoeding voeren. Een taalrijke omgeving thuis biedt kinderen meer mogelijkheden om hun taalvaardigheden te ontwikkelen, waardoor zij zelf taalvaardiger worden. Dit helpt om de cirkel van het doorgeven van taalachterstanden te doorbreken.
➔ Ter vergelijking: de invloed van de leerkracht maakt die kans 1,5 keer zo groot, die van vrienden zelfs drie keer. 16 tot 65 jaar Binnen de groep 16 tot 65 jaar blijkt dat laaggeletterdheid toeneemt naarmate mensen ouder worden. Op basis van beschikbare gegevens over laaggeletterdheid bij ouderen wordt geschat dat er in Nederland zo’n 700.000 laaggeletterde 65-plussers zijn. Dit komt neer op 25,2% laaggeletterden in deze leeftijdscategorie. Gemeente Dantumadiel Het percentage laaggeletterden in de gemeente Dantumadiel is vrijwel gelijk aan dat van Fryslân en Nederland. Opvallend is echter dat bijna de helft van de laaggeletterden in Dantumadiel 50 jaar of ouder is en van autochtone afkomst. Dit percentage is aanzienlijk hoger dan dat van Fryslân en Nederland. Laaggeletterden met Nederlands als tweede taal (NT2’ers) zijn over het algemeen vaak wel in beeld. Laaggeletterden met Nederlands als eerste taal (NT1’ers) zijn moeilijker te vinden en te bereiken. Dit komt door een heersend taboe op het onderwerp, of omdat mensen zich schamen voor hun beperkte basisvaardigheden. Ook is er een groep, met name jongeren, die hun beperkte basisvaardigheden niet als probleem ervaren.
6
4. Beleidsthema’s Laaggeletterdheid en de basisvaardigheden van onze inwoners raken alle beleidsthema’s binnen het sociaal domein. Dit hoofdstuk omschrijft de impact van laaggeletterdheid op de verschillende aspecten binnen het sociaal domein zoals armoede, werk, gezondheid en onderwijs, en benadrukt het belang van het verbeteren van de basisvaardigheden van onze inwoners. 4.1 Armoede Bijna 100.000 mensen leven in armoede door laaggeletterdheid. Dit kost onze samenleving € 95 miljoen per jaar. Vergeleken met niet-laaggeletterden geldt dat laaggeletterden: vaker minder zelfredzaam zijn vaker financiële problemen hebben vaker lang in armoede leven vaker schuldhulpverlening nodig hebben de juiste weg naar hulp vaak niet zelf kunnen vinden 4.2 Werk Meer dan de helft (57%) van de laaggeletterden werkt. 58.000 mensen hebben geen betaalde baan omdat zij moeite hebben met de taal en/of rekenen. Zij lopen daardoor met elkaar € 167 miljoen aan netto-inkomen mis. Vergeleken met niet-laaggeletterden geldt dat laaggeletterden: meer moeite hebben met werk zoeken en vinden vaker ziek zijn vaker afhankelijk zijn van een uitkering meer moeite hebben met digitale vaardigheden. Terwijl digitale vaardigheden steeds belangrijker worden op de werkvloer 4.3 Gezondheid Laaggeletterdheid kost onze samenleving € 257 miljoen per jaar aan extra gezondheidszorg.
Vergeleken met niet-laaggeletterden geldt dat laaggeletterden: vaker minder gezond zijn en zich minder gezond voelen meer kans hebben om eerder te sterven meer gebruikmaken van de zorg van huisarts en ziekenhuis minder gebruikmaken van zorg vooraf en van nazorg 4.4 Onderwijs Ook jongeren lopen het risico laaggeletterd te worden. Vergeleken met kinderen van niet-laaggeletterde ouders geldt dat kinderen met laaggeletterde ouders: minder goed presteren op school thuis minder in taal worden gestimuleerd tijdens hun schoolloopbaan blijven lasthouden van een taalachterstand die ze op jonge leeftijd hebben opgelopen
7
5. Programma’s, projecten en werkwijzen In dit hoofdstuk worden de verschillende programma’s, projecten en werkwijzen omschreven die uitgevoerd worden op het thema laaggeletterdheid. 5.1 Ketenpartneroverleg Om lokaal doelgroepen te bereiken en hen een stap verder op weg te helpen, is samenwerking tussen verschillende maatschappelijke organisaties een vereiste. Samen werken zij aan het aanbieden van passend aanbod en het bereiken van verschillende kwetsbare doelgroepen. De ketenpartners treffen elkaar tijdens het ketenpartneroverleg (KPO), kennen elkaars dienstverlening, maken verbinding tussen elkaars werk, verwijzen inwoners naar elkaar door en richten gezamenlijke projecten in. Het KPO zet de lokale aanpak van laaggeletterdheid op de kaart. De gemeente vervult hierin de rol van regievoerder. Elke aangesloten organisatie vervult vanuit eigen expertise en dienstverlening een specifieke rol en inbreng. De focus ligt op twee hoofddoelgroepen: 1. Laagtaalvaardige ouders van jonge kinderen 2. Laagtaalvaardige medewerkers bij lokale werkgevers Partners binnen het KPO zijn: De gemeenten Dantumadiel en Noardeast-Fryslân, Bibliotheek Noord Fryslân, FIRDA, Dokwurk, Yfke en Sichting Lezen & Schrijven. 5.2 Digi-Taalhuis In de arbeidsmarktregio Friesland worden Digitaalhuizen ingezet.
Het Digi-Taalhuis in de Bibliotheek helpt mensen die moeite hebben met lezen, schrijven, rekenen en computeren. De deelnemers kunnen in het Digi-Taalhuis gekoppeld worden aan een vrijwilliger. Samen gaan ze aan de slag om de basisvaardigheden te ontwikkelen en de zelfredzaamheid te verbeteren. Daarnaast biedt het DigiTaalhuis cursussen en computerprogramma’s aan voor zelfstudie, boeken in eenvoudig Nederlandse taal. Ook zet het Digi-Taalhuis zich in als sociale ontmoetingsplek. In de gemeente Dantumadiel is momenteel alleen een Digi-Taalhuis in De Westereen. Hier is een trouwe groep vrijwilligers aan verbonden. Het aantal deelnemers van het Digi-Taalhuis is de afgelopen jaren gegroeid. Het Digi-Taalhuis in De Westereen is kortgeleden gecertificeerd. Het certificeren van de Taalhuizen is onderdeel van de gemaakte afspraken tussen de VNG en de gemeenten. Uitgangspunt 2 Meer NT1-deelnemers (mensen met Nederlands als eerste taal) bereiken om deel te nemen aan de het Digi-taalhuis. Samen met de ketenpartners zal in 2025 een plan van aanpak worden opgesteld om de doelgroep beter te bereiken.
5.3 Taalcafé Het Taalcafé in De Westereen zet zich in voor de doelgroep NT2. Deze doelgroep kan wekelijks langskomen om te werken aan de Nederlandse taal (uitspraak/begrijpen). Gelijkgestemden komen hier bij elkaar om onder begeleiding van vrijwilligers en het genot van een bakje koffie of thee, Nederlands met elkaar te spreken. De aanwezige vrijwilligers stimuleren het spreken van Nederlands tijdens deze ochtend. Ook kunnen ze waar nodig moeilijke woorden toelichten en actuele gebeurtenissen binnen de Nederlandse cultuur verduidelijken. De vrijwilligers binnen het Taalcafé worden ondersteund door de consulent basisvaardigheden van de bibliotheek.
8
5.4 Voel Je Goed Met het aanbod rondom basisvaardigheden binnen de gemeente Dantumadiel, georganiseerd door de ketenpartners, werken we steeds meer in de context van het dagelijks leven, zoals werk, gezin en gezondheid. Met het programma ‘Voel je goed’ maken deelnemers onder deskundige begeleiding een verbeteringsstap in ‘je goed voelen’, bijvoorbeeld door aan de slag te gaan met gezonde voeding en beweging. Het programma is gericht op inwoners met lage basisvaardigheden (taal, rekenen, digitaal) die hun gezondheidsvaardigheden willen verbeteren. Het gaat hier bijvoorbeeld over bewustere keuzes maken, informatie kunnen opzoeken over sport en gezondheid en gesprekken met bijvoorbeeld een huisarts beter leren begrijpen en voorbereiden. Uitgangspunt 3 We gaan in Dantumadiel in 2025 van start met een groep deelnemers, de werving daarvan vindt plaats in het voorjaar van 2025. Met een 20-weekse programma, ronden we met deze groep in de loop van 2025 af. Hiervoor is €8.500 toegekend vanuit de Extra decentralisatie uitkering laaggeletterdheid AMR Friesland 2024.
5.5 Interne Werkgroep Laaggeletterdheid Samen met de gemeente Noardeast-Fryslân en de Bibliotheek is er ook een interne werkgroep actief. Hier wordt hoofdzakelijk gekeken naar de eigen organisatie. Zo is er aandacht voor het taalniveau van de eigen medewerkers, de toegankelijkheid van het gemeentehuis, de website en de communicatie richting de inwoners. Uitgangspunt 4 Dantumadiel is sinds de ontvlechting ondervertegenwoordigd in de werkgroep. We gaan in 2025 intern collega’s benaderen om deel uit te maken van de werkgroep. Deze werkgroep zal ook zelfstandig afspreken. Uitgangspunt 5 Het is belangrijk dat de medewerkers van de gemeente Dantumadiel op een begrijpelijke manier communiceren met de inwoners. Daarom volgt het merendeel van de medewerkers de training ‘Schrijven op taalniveau B1’ en/of ‘Helder en Strategisch Adviseren’. Dit zal in 2024 zijn afgerond. Uitgangspunt 6 We organiseren jaarlijks, samen met onze ketenpartners, een symposium op het gebied van laaggeletterdheid. Dit zal bij voorkeur plaatsvinden in de Week van Lezen en Schrijven.
9
Preventie laaggeletterdheid 5.6 Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) Om te voorkomen dat er een nieuwe generatie laaggeletterden komt, is het belangrijk om bij kinderen al op jonge leeftijd taal te stimuleren. Het doel is om peuters met een mogelijke (taal)achterstand, ook wel ‘doelgroepkinderen’ genoemd, beter voor te bereiden op de basisschool en er voor te zorgen dat kleuters zonder achterstand naar groep 3 kunnen. De gemeente Dantumadiel ontvangt een specifieke uitkering gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid. Dit is een geoormerkte uitkering en mag alleen besteed worden aan de beleidsdoelstelling: het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden in de Nederlandse Taal, het voorkomen van segregatie en bevorderen van integratie. Een belangrijk deel van de uitkering is specifiek bedoeld voor de verdere kwaliteitsslag in de Voor- en Vroegschoolse Educatie (Wettelijke verplichting). Het is wettelijk verplicht dat alle kinderen die kans hebben op achterstand, tussen de 2,5 en 4 jaar, 960 uur Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) hebben gekregen. Daarnaast zijn de gemeenten wettelijk verplicht een pedagogisch medewerker (HBO coach) in te zetten.
5.7 De gezinsaanpak Bibliotheken Noord Fryslân (BNF) heeft expertise opgedaan op het gebied van laaggeletterdheid en zet zich in, zowel op preventie als de bestrijding van laaggeletterdheid. Investeren in een taalrijke omgeving thuis biedt kinderen meer kansen. Ook leidt het vaak tot betere communicatie tussen ouders en school en een hogere betrokkenheid van de ouders. De insteek is om van elkaar te leren. Dit kan door organisaties bewust te maken welke problematiek er kan spelen bij de ouders. BNF gebruikt hiervoor de term ‘’gezinsaanpak’’. Ouders doen ertoe bij de taalontwikkeling van hun kinderen. Een taalrijke omgeving thuis biedt kinderen meer mogelijkheden om hun taalvaardigheden te ontwikkelen, waardoor zij zelf taalvaardiger worden. Dit helpt om de cirkel van het doorgeven van taalachterstanden te doorbreken. De gezinsaanpak richt zich met name op de ouders en daarbij zijn de professionals in de zorg onmisbare partners.
Het project heeft 6 doelstellingen, namelijk: professionals bewust maken van het feit dat er laaggeletterdheid bestaat professionals ontwikkelen vaardigheden en kennis om het gesprek aan te gaan met de laaggeletterde ouder(s) professionals weten hoe ze laaggeletterde ouders kunnen doorverwijzen naar externe instanties professionals enthousiasmeren ouders om actief de taalontwikkeling van hun kindje te stimuleren door het zingen van liedjes, veel te praten en al vroeg te starten met voorlezen. vrijwilligers van Humanitas ondersteunen de ouders thuis. Bijvoorbeeld met lichte opvoedondersteuning of door te ondersteunen bij voorlezen aan het kind Met de gezinsaanpak werken we aan bewustzijn over laagtaalvaardigheid in de keten Gemeente – Gezin – Zorg - Bibliotheek.
10
De eerste 1000 dagen Voor de komende jaren wordt er heel nadrukkelijk gekozen voor een verdere investering in de eerste 1000 dagen van het kind om bij te dragen aan een kansrijke start en de ondersteuning van taalarme gezinnen. Hoe eerder we ondersteuning kunnen bieden op het gebied van taal, des te beter. Hiervoor is de afgelopen jaren dan ook geïnvesteerd in de doorgaande leeslijn met de Boekstartcoach, Boekstart in de Kinderopvang en de Bibliotheek op school. De leesconsulent Een hoge prioriteit ligt op het bijdragen aan de taalkontwikkling en het bevorderen van het leesplezier. De dienstverlening voor peuters en kleuters vraagt hierbij een andere aanpak van de leesconsulent ten opzichte van de groepen waar kinderen lezen en ook blijven lezen. Bij groep 1-2 is ook de ouderbetrokkenheid van groot belang. Daarom is er een splitsing gemaakt tussen de functie van leesconsulent 0-6 jaar en leesconsulent 6-12 jaar. De leesconsulenten 0-6 zijn actief op het consultatiebureau in Damwâld en De Westereen. Hier leren ze de ouders en kinderen kennen en wordt de basis van taal gelegd in het gezin en de thuisomgeving waar jonge kinderen opgroeien. Dezelfde ouders en kinderen komt BNF ook weer tegen bij de Kinder- en Peuteropvang en bij groep 1 en 2 van het basisonderwijs. Met deze integrale aanpak kunnen we ouders veel beter bereiken.
Op alle Kinder- en Peuteropvanglocaties en scholen is een collectie jeugdboeken aanwezig. Kinderen en ouders kunnen een boek meenemen om thuis verder of voor te lezen. Nabijheid van boeken is belangrijk om de motivatie om te lezen te stimuleren. Voor het speciaal basis- en voortgezet onderwijs wordt ook de Bibliotheek op school (dBOS) ingezet. Voor deze doelgroep is het van groot belang om in te zetten op het leesplezier en het stimuleren van de taalontwikkeling. Uitgangspunt 7 De komende periode zal met programma’s steeds meer worden ingezet op de eerste 1000 dagen van het kind. Hiervoor wordt ook de link gelegd met het programma ‘Kansrijke Start’.
Uitgangspunt 8 We streven naar een sterkere en effectievere verbinding met ketenpartners zoals verloskundigenpraktijken, kraamzorg en SFBO (kennissintrum meartaligens jonge bern).
11
6. Uitgangspunten Uitgangspunt 1 Beheersing van taalvaardigheden, rekenvaardigheden en digitale vaardigheden is noodzakelijk om te participeren in de hedendaagse samenleving en op de arbeidsmarkt. Uitgangspunt 2 Meer NT1-deelnemers (mensen met Nederlands als eerste taal) bereiken om deel te nemen aan de het Digi-taalhuis. Samen met de ketenpartners zal in 2025 een plan van aanpak worden opgesteld om de doelgroep beter te bereiken. Uitgangspunt 3 We gaan in Dantumadiel in 2025 van start met een groep deelnemers, de werving daarvan vindt plaats in het voorjaar van 2025. Met een 20-weekse programma, ronden we met deze groep in de loop van 2025 af. Hiervoor is €8.500 toegekend vanuit de Extra decentralisatie uitkering laaggeletterdheid AMR Friesland 2024.
Uitgangspunt 4 Dantumadiel is sinds de ontvlechting ondervertegenwoordigd in de werkgroep. We gaan in 2025 intern collega’s benaderen om deel uit te maken van de werkgroep. Deze werkgroep zal ook zelfstandig afspreken.
Uitgangspunt 5 Het is belangrijk dat de medewerkers van de gemeente Dantumadiel op een begrijpelijke manier communiceren met de inwoners. Daarom volgt het merendeel van de medewerkers de training ‘Schrijven op taalniveau B1’ en/of ‘Helder en Strategisch Adviseren’. Dit zal in 2024 zijn afgerond.
Uitgangspunt 6 We organiseren jaarlijks, samen met onze ketenpartners, een symposium op het gebied van laaggeletterdheid. Dit zal bij voorkeur plaatsvinden in de Week van Lezen en Schrijven.
Uitgangspunt 7 De komende periode zal met programma’s al steeds meer worden ingezet op de eerste 1000 dagen van het kind. Hiervoor wordt ook de link gelegd met het programma ‘Kansrijke Start’.
Uitgangspunt 8 We streven naar een sterkere en effectievere verbinding met ketenpartners zoals verloskundigenpraktijken, kraamzorg en SFBO (kennissintrum meartaligens jonge bern).
12
7. Financiën Dit hoofdstuk biedt een samenvatting van de ingezette financiële middelen in 2024 en welke ingezet gaan worden in 2025. Aanpak Laaggeletterdheid Boekstart/Boekpret Voel Je Goed Overige kosten
2024 € 20.000 € 10.000 € 2.000
2025 € 20.000 € 10.000 € 8.500 € 2.000
13
VVE-middelen VVE-middelen Vliegwielbudget Laaggeletterdheid VVE-middelen