9. Ecologische beoordeling_Zwartgemaakt
Tekst van het document
2023
Ecologische beoordeling Wet natuurbescherming
Toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. de sloop van een pand en realisatie van twee appartementgebouwen aan de Noarder Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
Ecologische beoordeling Wet natuurbescherming Toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. de sloop van een pand en realisatie van twee appartementgebouwen aan de Noarder Stasjonsstrjitte 81, De Westereen. De Westereen, mei 2023 In opdracht van: Bouwgroep Dijkstra Draisma Bocksmeulen 23 9101 RA Dokkum Tel.: Email:
@bgdd.nl
Uitvoering: Successie Natuurzaken Ds. v.d. Veenweg 5A 9264 TA Earnewald Tel.: 06-22600985 Email: info@successienatuurzaken.nl Contactpersoon:
Auteur en veldwerkzaamheden (12 mei 2023): meino.zondervan@gmail.com Gecontroleerd door: (Successie Natuurzaken) Omslagfoto: Impressie van het plangbied.
Inhoudsopgave 1. Inleiding .......................................................................................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding ........................................................................................................................................................ 4
1.2
Doel ..................................................................................................................................................................... 4
1.3
Gebied- en planbeschrijving .................................................................................................................... 5
2. Onderzoeksmethodiek .......................................................................................................................................... 7 3. Kleine Initiatieven .................................................................................................................................................... 7 4. Algemene verbodsbepaling Wet natuurbescherming (Wnb) ........................................................ 8 5. Toetsing gebiedsbescherming ........................................................................................................................... 8 5.1
Natura 2000 .................................................................................................................................................... 8
5.2
Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................................................... 9
5.3
Provinciaal beschermde gebieden ........................................................................................................ 9
6. Toetsing soortenbescherming .......................................................................................................................... 10 6.1
Zoogdieren ....................................................................................................................................................... 10
6.1.1
Vleermuizen .................................................................................................................................................... 10
6.2
Broedvogels...................................................................................................................................................... 12
6.2.1
Huismus............................................................................................................................................................. 12
6.2.2
Gierzwaluw....................................................................................................................................................... 12
6.2.3
Ransuil................................................................................................................................................................. 12
6.2.4
Overige vogels ................................................................................................................................................ 12
6.3
Vrijgestelde soorten ..................................................................................................................................... 12
7. Houtopstanden ........................................................................................................................................................... 13 8. Samenvatting en conclusie flora en fauna quickscan ......................................................................... 14 9. Literatuurlijst .............................................................................................................................................................. 16
12 mei 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. de sloop van een pand en realisatie twee appartementgebouwen, Noarder Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
3
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
De eigenaar van het pand aan de Noarder Stasjonsstrjitte 81 in de Westereen is van doel het pand te slopen t.b.v. twee nieuwe appartementgebouwen met ruimte voor acht woningen. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op uitvoerbaarheid, onder meer in relatie tot de natuurwetgeving. In opdracht van Bouwgroep Dijkstra Draisma heeft Interra aan Successie Natuurzaken gevraagd een ecologische beoordeling uit te voeren om duidelijkheid te verschaffen of het geplande planvoornemen al dan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming. De toetsing bestaat uit een onderzoek gebaseerd op het onderdeel soortbescherming. Hierbij ligt de focus op beschermde flora en fauna waarvan redelijkerwijze kan worden verwacht dat deze voor kunnen komen in het plangebied. Aangaande aanwezige beschermde soorten wordt verder ingegaan op mogelijk negatieve effecten van de werkzaamheden op deze soorten. Tevens wordt er inschatting gemaakt van de eventuele effecten van de voorgenomen werkzaamheden op beschermde natuurgebieden (waaronder Natura-2000 en EHS/NNN-gebieden) in de omgeving en houtopstanden. De voorliggende rapportage weergeeft de resultaten en het advies op basis van het uitgevoerde onderzoek.
Figuur 1. Locatie van het plangebied (rode omlijning). Bron: Googlemaps.
1.2
Doel
Het doel van deze ecologische beoordeling is inzicht verschaffen van de mate waarin het planvoornemen van invloed is op de natuurwaarden van het plangebied en zijn “directe omgeving”. Deze kennis is de basis voor de aanbeveling over eventueel te nemen vervolgstappen om overtredingen onder de Wet natuurbescherming te voorkomen. De ecologisch toetsing schept, voor zover mogelijk, duidelijkheid over de volgende vraagstellingen: 1.
Komen er binnen invloedsfeer van de ruimtelijke ontwikkeling, onder de Wet natuurbescherming, beschermde soorten voor?
12 mei 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. de sloop van een pand en realisatie twee appartementgebouwen, Noarder Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
4
2.
Bevinden zich binnen de invloedssfeer van de ruimtelijke ontwikkeling beschermde natuurgebieden?
3.
Wat zijn de mogelijke effecten, zowel tijdens als na realisatie van het plan, op de eventueel aanwezige beschermde soorten en natuurgebieden?
4.
Middels welke vervolgstappen kunnen bij de realisatie van het plan eventuele overtredingen onder de Wet natuurbescherming vermeden, dan wel verzacht worden?
Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan voor mitigatie en, indien noodzakelijk, aanvullend onderzoek. Voor het eventuele aanvullende inventarisatieonderzoek werkt Successie Natuurzaken volgens de daar voor lenende protocollen die door Netwerk Groene Bureaus, de Zoogdiervereniging en de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) zijn opgesteld en/of volgens de kennisdocumenten van Bij12. Wanneer negatieve effecten op beschermde soorten en/of -gebieden te verwachten zijn is ontheffing en compensatie mogelijk vereist.
1.3
Gebied- en planbeschrijving
Het plangebied bevindt zich in provincie Fryslân ten noordoosten van Leeuwarden en valt onder gemeente Dantumadeel. Gelegen in het dorp Westereen ligt het pand aan de Noarder Stasjonsstrjitte 81. Het plangebied staat op perceel VWD01-G-4528 volgens de Kadastrale kaart en heeft een oppervlakte van 1.920 m². Het pand is gebouwd in 1920 en heeft een oppervlakte van 800 m². Het pand had voorheen een winkelfunctie, het staat nu leeg. De opbouw bestaat voornamelijk uit stenen (spouw)muren. Aan de zuidwestzijde is een verhoogd deel met raamwerken (grotendeels dichtgetimmerd) en verhoogde bouwsels op de hoeken. De muren van dit deel bestaan uit spouwmuren welke aan de zuidkant een houten betimmering onder de dakgoot heeft. Aan de zuidzijde bestaat de muur van het lagergelegen pand deels uit damwandprofielen. Aan de noord- en westzijde is de pui van het pand dichtgetimmerd. Over de gehele linie heeft het pand platte daken. Aan de oostzijde bevindt zich parkeerplaats met daarachter bomen en bosschage. Aan de zuidzijde bevinden zich bomen, bosschage, een sloot en een treinspoor. Aan de westzijde is het belegen met betonnen platen, aan de overzijde van de straat is een restaurant, een spoorwegovergang en treinstation.
Aan de noordzijde is parkeerplaats voor 8 auto’s en aan de overzijde van de straat een woning, het pand van een motorclub en daarnaast een ruime parkeerplaats (figuur 2-6 en voorplaat). Het planvoornemen is om het pand te slopen t.b.v. twee nieuwe appartementgebouwen met elk ruimte voor vier woningen (figuur 7).
Figuur 2. Impressie van het plangebied, noordwestzijde. 12 mei 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. de sloop van een pand en realisatie twee appartementgebouwen, Noarder Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
5
Figuur 3. Noordoostzijde van het plangebied.
Figuur 4. Impressie aan de zuidzijde van het plangebied.
Figuur 5. Zuidzijde van het plangebied, bekeken vanuit west.
Figuur 6. Zuidzijde van het plangebied, bekeken vanuit oost.
12 mei 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. de sloop van een pand en realisatie twee appartementgebouwen, Noarder Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
6
Figuur 7. Tekening van de nieuwe situatie. Bron: Bouwgroep Dijkstra Draisma
2. Onderzoeksmethodiek In opdracht van Bouwgroep Dijkstra Draisma heeft Successie Natuurzaken middels een ecologische beoordeling het planvoornemen getoetst aan de Wet natuurbescherming en overige gebiedsbescherming. De toetsing bestaat uit twee onderdelen: een deskresearch en een veldbezoek. Middels een deskresearch wordt er onderzoek gedaan naar mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied. Tevens wordt duidelijk of het planvoornemen al dan niet binnen de invloedsfeer van een beschermd natuurgebieden vallen. Middels een veldbezoek (12 mei 2023) is via een visuele inspectie een inschatting gemaakt of het plangebied en directe omgeving geschikt leefgebied is voor beschermde soorten en of de mogelijke effecten van het planvoornemen, negatief uit kunnen pakken op het leefgebied van deze soort(en).
3. ‘Kleine initiatieven’ Provincie Fryslân heeft de Handreiking Kleine Initiatieven in het leven geroepen om kleinschalige projecten met beperkte ecologische impact te ontzien van uitgebreide nadere onderzoeken op het gebied van soortenbescherming en een ontheffingsprocedure. De Provincie Fryslân wil op deze wijze graag haar gemeenten en inwoners ondersteunen bij zaken rondom de Wet natuurbescherming (Wnb) en inzetten op behoud van draagvlak voor de natuur. Door onder begeleiding van ecologische deskundigen te werken en in te zetten op overcompensatie wordt zorg gedragen voor de beschermde diersoorten. De handreiking biedt ecologische adviesbureaus een kader om te bepalen of een project onder Kleine Initiatieven valt en wat de benodigde vervolgstappen zijn. De Provincie Fryslân blijft bij de Kleine Initiatieven betrokken door middel van beoordelen van de Kleine Initiatieven, het verlenen van toestemming en het waarborgen van compensatie. De Handreiking Kleine Initiatieven is ingericht op het beschermen van diersoorten, waarbij de kosten 12 mei 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. de sloop van een pand en realisatie twee appartementgebouwen, Noarder Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
7
meer in verhouding staan tot de uitvoering van de kleinschalige activiteit. Bij de handreiking worden aspecten zoals kosten, tijdsverlies en praktische inpassing niet uit het oog verloren. Het doel van de Handreiking Kleine Initiatieven is vergroting van het draagvlak voor de natuur. Tegelijkertijd wordt ernaar gestreefd beter inzicht te krijgen in, en betere controle te krijgen over, de ecologische impact van projecten zoals sloop- en renovatiewerkzaamheden en daarmee negatieve gevolgen van dergelijke werkzaamheden te voorkomen. De Handreiking Kleine Initiatieven ziet slechts toe op ingrepen met een beperkte ecologische impact. Derhalve zijn, naast voorwaarden aan de soorten en functies binnen een projectgebied en het eventueel uitvoeren van een beperkt nader onderzoek, een aantal voorwaarden verbonden aan de grootte van een projectgebied:
• Het projectgebied betreft maximaal één pand ter grootte van een regulier woonhuis, met of zonder bijgebouwen. • Als het projectgebied een erf betreft, mag het projectgebied maximaal 0,5 hectare zijn. Uit de flora en fauna quickscan moet blijken of er beschermde soorten in het plangebied voorkomen die mogelijk verstoord kunnen worden. Vervolgens is het zaak, wanneer beschermde soorten niet volledig uit te sluiten zijn, te beoordelen of het planvoornemen onder ‘kleine initiatieven’ geschaard kan worden. Tevens dient te worden overwogen of er nader onderzoek vereist is en hoe er eventueel op een duurzame wijze een ecologische ‘plus’ gerealiseerd kan worden om de instandhouding van de betreffende soort(en) te waarborgen.
4. Algemene verbodsbepaling Wet natuurbescherming (Wnb) De ecologische wet en regelgeving is in de Wet natuurbescherming (Wnb) in grote lijnen onderverdeeld in gebiedsbescherming, soortenbescherming en houtopstanden. De wet is gericht op het ontwikkelen en beheren van natuur om de biologische diversiteit te behouden en te herstellen. Tevens heeft het als doel om de cultuurhistorische en maatschappelijke functies van natuur in stand te houden (Ministerie van Economische Zaken, 2017).
5. Toetsing gebiedsbescherming Beschermde gebieden zijn op te delen in Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en provinciaal beschermde gebieden als ganzenrust en -slaapgebieden en weidevogelkans en -compensatiegebieden.
5.1
Natura 2000
Het plangebied valt buiten Natura 2000-gebied. Negatieve effecten door externe werking door trillingen, geluid en oppervlakte verlies zijn gezien de grote afstand (± 9 kilometer) tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Groote Wielen) grotendeels uit te sluiten (figuur 8).
12 mei 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. de sloop van een pand en realisatie twee appartementgebouwen, Noarder Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
8
± 9 km
Figuur 8. Ligging plangebied (rode ster) t.o.v. Natura 2000-gebied. Bron: kaartenkijkdoos
Meervleermuis De meervleermuis foerageert binnen de grenzen van Natura 2000-gebieden en heeft zijn verblijfplaatsen daarbuiten. Binnen de Wet natuurbescherming zijn de verblijfplaatsen en vliegroutes van deze soort ook buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden beschermd. Eventuele effecten op de meervleermuis worden behandeld in “paragraaf 6.1.1 Vleermuizen” tezamen met de overige voorkomende vleermuizen in de omgeving van het plangebied. Stikstofdepositie Projecten waarbij stikstofuitstoot wordt verwacht, worden getoetst aan de instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000. Enkele instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied ‘Groote Wielen’ zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het planvoornemen betreft de sloop van een voormalig winkelpand en de bouw van twee appartementgebouwen. Gezien de relatief grote afstand tot stikstofgevoelige gebieden wordt op voorhand verwacht dat effect rondom stikstofdepositie, met betrekking tot de sloop-/realisatie fase en verkeersaantrekkende werking, niet aan de orde is. Echter wordt aangeraden om de gemeente Dantumadeel te informeren of er al dan niet een stikstofberekening aangeleverd dient te worden. 5.2 Natuurnetwerk Nederland Een ingreep op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) moet worden getoetst op de wezenlijke kenmerken en waarden.
Daarbij gaat het om de uitwisselingsmogelijkheden van het NNN (verbindende functie), de natuurlijke eenheid, aaneengesloten functie en om de kwaliteit van het NNN en het leefgebied van soorten. Het plangebied valt buiten de begrenzing van het NNN (figuur 9). Negatief effect op NNN is niet aan de orde.
12 mei 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. de sloop van een pand en realisatie twee appartementgebouwen, Noarder Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
9
Figuur 9. Ligging plangebied (rode ster) t.o.v. NNN-gebied (oranje en groen). Bron: kaartenkijkdoos.
5.3 Provinciaal beschermde gebieden Het plangebied is niet aangewezen als ganzenrust- en foerageergebied of weidevogelkans-/weidevogelkerngebieden (Kaartenkijkdoos provincie Fryslân). Om deze reden is negatief effect niet aan de orde.
6. Toetsing soortenbescherming Vanuit de Wnb is de soortbescherming verdeeld in de drie categorieën: vogels, overige Europees beschermde soorten en andere nationaal beschermde soorten. Binnen de Wet natuurbescherming vullen Europese en nationale wetgeving elkaar aan. De Europees beschermde soorten genieten een iets zwaardere bescherming dan de nationaal beschermde soorten. Zo geldt voor de nationale soorten geen verbod op het verstoren, iets wat wel het geval is bij de Europees beschermde soorten. Naast de beschermde soorten dient men de ‘Zorgplicht’ in acht te houden. Dit houdt in dat ongeacht of dier- en plantensoorten beschermd zijn, eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de instandhouding van de soort(en) en zijn habitat (Ministerie van Economische Zaken, dec. 2016). Omdat het planvoornemen zich enkel richt op het pand is de soortentoetsing met name gericht op beschermde gebouwbewonende soorten waarvan de verblijfplaats en/of nest (jaarrond) beschermd is en soorten die gebruik maken van de directe omgeving van het plangebied.
6.1
Zoogdieren
6.1.1 Vleermuizen Alle 20 vleermuissoorten in Nederland zijn beschermd in de Wet natuurbescherming. Hierbij gaat het om de bescherming van verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentiële foerageergebieden. Tijdens het veldbezoek (12-5-2023) is de nadruk gelegd op de aanwezigheid van mogelijke verblijfplaatsen van de gebouwbewonende vleermuissoorten, de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis. Van deze gebouwbewonende vleermuizen wordt aangenomen dat ze voorkomen in de ruime omgeving van het plangebied. Er zijn geen vleermuizen en vleermuissporen waargenomen tijdens het veldbezoek. 12 mei 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. de sloop van een pand en realisatie twee appartementgebouwen, Noarder Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
10
Verblijfplaatsen Bij de inspectie is geconstateerd dat in het pand meerdere invliegmogelijkheden aanwezig zijn, welke mogelijk toegang biedt naar potentieel geschikte verblijfplaatsen van de eerdergenoemde vleermuizen. De ruimtes rond afwateringpijpjes, in houten betimmering, openingen in de muur en spleten in houtbetimmering aan de onderzijde van de dakgoot, welke mogelijk toegang bieden tot potentieel geschikte verblijfplaatsen inpandig in de vorm van ruimtes in spouwmuren (figuur 10-13). Deze bevindingen maakt het gebouw geschikt als kraam-, zomer-, paar en (massa)winterverblijfplaats voor de eerdergenoemde gebouwbewonende soorten. Op basis van de bevindingen is nader onderzoek naar vleermuisverblijfplaatsen vereist.
Figuur 10 - 12. Invliegopeningen vleermuizen.
Figuur 13. Openliggende spouwmuur onder een raamkozijn aan de westzijde (invliegopening vleermuizen).
Verblijfplaatsen directe omgeving In de directe omgeving bevinden zich meerdere gebouwen met daken waar invliegmogelijkheden aanwezig zijn, welke mogelijk toegang bieden naar potentieel geschikte verblijfplaatsen van de eerdergenoemde vleermuizen (figuur 14 en 15). Lichtverstrooiing naar de gebouwen kan effect hebben op de functie van mogelijke verblijfplaatsen. Het is daarom van belang lichtverstrooiing richting de omliggende gebouwen te voorkomen.
12 mei 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. de sloop van een pand en realisatie twee appartementgebouwen, Noarder Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
11
Figuur 14 - 15. Omliggende bebouwing.
Vliegroute Lijnvormige straat- en landschapselementen in de directe omgeving van het plangebied kunnen door vleermuizen worden gebruikt om te navigeren. Het is daarom van belang lichtverstrooiing richting de lijnvormige straatelementen te voorkomen. Bij het planvoornemen worden geen essentiële vliegroutes aangetast. Foerageergebied De open structuur rondom het plangebied, met weinig luwte, kan door de laatvlieger worden gebruikt als foerageergebied. In de omgeving van het plangebied bevinden zich bomen en bosschages welke prima kan dienen als foerageergebied voor soorten als de ruige- en gewone dwergvleermuis. Men dient om deze redenen in het kader van de Zorgplicht een toename van verlichting rondom het plangebied zo veel mogelijk te beperken om verstoring van foeragerende vleermuizen te voorkomen. Bij het planvoornemen worden geen essentiele foerageergebieden aangetast. 6.2 Broedvogels 6.2.1 Huismus Huismussen zijn zeer honkvast en hebben een actieradius van hooguit enkele honderden meters. Ze blijven het gehele jaar op dezelfde plek. De huismus hecht grote waarde aan korte bomen en struweel in zijn broedgebied. Door het verdwijnen van geschikt habitat en broedmogelijkheden is er een enorme achteruitgang van de huismusstand. Het nest wordt elk jaar opnieuw gebruikt. Om deze redenen zijn nesten van huismussen jaarrondbeschermd.
Huismussen broeden bij voorkeur onder dak- en nokpannen. Het pand heeft geen dak- en nokpannen maar platte daken. Aan de zuidzijde van het plangebied zijn geschikte struiken aanwezig die beschutting geven tegen predatoren en mogelijkheden bieden om te foerageren op insecten. Bij de inspectie van het plangebied zijn geen huismussen binnen een straal van 100 meter van het plangebied gezien en gehoord (standvogel). Verblijfplaatsen van huismussen worden verwacht in de geschikte omliggende bebouwing. Op basis van bovenstaande factoren kan met zekerheid de aanwezigheid van de huismus worden uitgesloten in het pand. 12 mei 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. de sloop van een pand en realisatie twee appartementgebouwen, Noarder Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
12
6.2.2 Gierzwaluw Van de gierzwaluw (nest jaarrond beschermd) is bekend dat deze in de wijde omgeving van het plangebied voorkomt. De gierzwaluw broedt doorgaans in een kolonie onder dakpannen, of in een gat of spleet in de muur waarbij een minimale uitvlieghoogte van 3 meter vereist is (liefst hoger dan 5 meter) zonder storende factoren als bomen of schuurtjes in de aan- of uitvliegbaan. Bij de inspectie van het plangebied is geconstateerd dat het habitat ongeschikt is voor de gierzwaluw wegens het ontbreken van nestgelegenheid. Gierzwaluwen broeden bij voorkeur onder dak- en nokpannen en in kieren en gaten in de muur. Het pand heeft geen dakpandak en/of geschikte kieren en gaten. De gierzwaluw kan met zekerheid worden uitgesloten. 6.2.4 Overige broedvogels Naast jaarrond beschermde nesten kunnen er tijdens het broedseizoen (grofweg 1 mrt. t/m aug.) broedvogels in het pand broeden waarvan het nest niet jaarrond beschermd is. Het betreft o.a. de spreeuw. Voor soorten waarvan het nest niet jaarrond beschermd is, dient men rekening te houden met het feit dat ieder nest, mits op dat moment in gebruik, beschermd is. Dit houdt is dat er geen wezenlijke verstoring mag plaatsvinden, waardoor de vogel het nest verlaat.
6.3 Vrijgestelde soorten In en direct rondom het plangebied komen naar alle waarschijnlijkheid verschillende algemeen voorkomende soorten als de egel, steenmarter en diverse (woel)muizensoorten. Voor deze bovengenoemde soorten geldt een provinciale vrijstelling van bescherming. Wel dient men voor deze soorten rekening te houden met de Zorgplicht.
7. Houtopstanden Als er een (deel van een) houtareaal wordt gekapt van meer dan 10 are (1000 m2) of een (deel van een) bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom kan er sprake zijn van een meld- en/of herplantingsplicht. Binnen het planvoornemen worden geen bomen gekapt. Er is derhalve geen sprake van een meld- en/of herplantingsplicht.
12 mei 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. de sloop van een pand en realisatie twee appartementgebouwen, Noarder Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
13
8. Samenvatting en conclusie flora en fauna quickscan De eigenaar van het pand aan de Noarder Stasjonsstrjitte 81 in de Westereen is van doel het pand te slopen t.b.v. twee nieuwe appartementgebouwen met ruimte voor acht woningen. Bouwgroep Dijkstra Draisma heeft de wens in het najaar van 2023 te starten met de werkzaamheden met een doorlooptijd van circa zes maanden. In het kader van de vergunningsaanvraag heeft Successie Natuurzaken een ecologische toetsing uitgevoerd om duidelijkheid te verschaffen of de geplande werkzaamheden al dan niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming. Het planvoornemen heeft door bijvoorbeeld trillingen, geluid en oppervlakte verlies geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Wel is nader onderzoek vereist naar paar- en winterverblijfplaatsen van de meervleermuis (instandhoudingsdoelstelling Groote Wielen). Gezien de relatief grote afstand tot stikstofgevoelige gebieden wordt op voorhand verwacht dat effect rondom stikstofdepositie, met betrekking tot de sloop-/realisatie fase, niet aan de orde is. Echter wordt aangeraden om de gemeente Dantumadeel te informeren of er al dan niet een stikstofberekening aangeleverd dient te worden. Het planvoornemen heeft geen negatief effect op overige beschermde gebieden onder de Wet natuurbescherming en provinciaal beschermde gebieden.
Daarnaast is er geen sprake van een meld en/of herplantingsplicht omtrent houtopstanden. Er bevinden zich meerdere invliegmogelijkheden in het pand in de vorm van ruimtes rond afwateringpijpjes, in houten betimmering, openingen in de muur en spleten in houtbetimmering aan de onderzijde van de dakgoot, welke mogelijk toegang bieden tot potentieel geschikte verblijfplaatsen inpandig in de vorm van ruimtes in spouwmuren van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis. De aanwezigheid van diverse invliegmogelijkheden maken dat kraam, winter, zomer- en paarverblijfplaatsen van eerdergenoemde vleermuizen niet op voorhand kunnen worden uitgesloten. Nader onderzoek kan de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen uitsluiten dan wel bevestigen. Daarnaast bevinden zich in de directe omgeving meerdere gebouwen met daken waar invliegmogelijkheden aanwezig zijn. Lijnvormige straat/landschapselementen en luwteplaatsen rondom het plangebied kunnen worden gebruikt als foerageergebied en vliegroute. Om deze redenen dient men lichtverstrooiing rondom het plangebied te voorkomen om verstoring van verblijfplaatsen, vliegroutes en foeragerende vleermuizen te voorkomen. Tijdens het broedseizoen (grofweg 1 mrt. t/m aug.) kunnen broedvogels in het pand broeden waarvan het nest niet jaarrond beschermd is.
Voor deze soorten dient men rekening te houden met het feit dat ieder nest, mits op dat moment in gebruik, beschermd is. Dit houdt in dat er geen wezenlijke verstoring mag plaatsvinden, waardoor de vogel het nest verlaat. Daarom wordt het aangeraden om buiten het vogelbroedseizoen te werken. Verder dient men tijdens de uitvoer van de werkzaamheden rekening te houden met de Zorgplicht (Artikel 1.11 wnb). De Zorgplicht geldt voor elke soort/individu in Nederland. Dit houdt in dat men tracht schade aan wilde planten en dieren zoveel mogelijk te voorkomen. Dit kan door een werkwijze te hanteren waarbij dieren kunnen ontsnappen en/of deze te verplaatsen naar een geschikt biotoop. Omdat vleermuisverblijfplaatsen niet zijn uit te sluiten komt Successie Natuurzaken onderstaand met de twee opties voor het vervolgtraject. De eindbeoordeling is echter aan bevoegd gezag (provincie Fryslân).
12 mei 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. de sloop van een pand en realisatie twee appartementgebouwen, Noarder Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
14
1. Reguliere procedure De aanwezigheid van kraam, winter, zomer- en paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis kunnen niet zonder nader onderzoek worden uitgesloten. Wanneer men de reguliere procedure volgt, dient er voor de diverse vleermuissoorten nader onderzoek uitgevoerd te worden. Volgens vleermuisprotocol 2021 dienen er vijf bezoeken m.b.t. kraam, winter, zomer- en paarverblijfplaatsen te worden uitgevoerd in de periode 15 mei - 15 september om de aanwezigheid van vleermuizen uit te sluiten dan wel vast te stellen. Indien verblijfplaatsen worden vastgesteld dient er ontheffing aangevraagd te worden en compensatie plaats te vinden. 2. Kleine initiatieven Met de bovenstaande reguliere procedure is veel tijd en geld gemoeid. Omdat geschikt vervangende verblijfplaatsen van vleermuizen goed zijn toe te passen in de nieuwe situatie heeft de procedure ‘kleine initiatieven’ voor dit planvoornemen, zeer waarschijnlijk een positieve uitpak voor de instandhouding van deze soort (hoofdstuk 3, pagina 7). Met het toepassen van goede uitwijkmogelijkheden kan er een ‘plus’ voor de instandhouding van de betreffende soorten gerealiseerd worden. Daarom wordt, voor zowel de initiatiefnemer als de instandhouding van de soorten, aanbevolen om procedure ‘kleine initiatieven’ toe te passen.
In een activiteitenplan/ecologisch werkprotocol zal deze werkwijze verder worden uitgewerkt. Vanwege de aanwezigheid van spouwmuren kan niet volledig op ‘kleine initiatieven’ worden ingespeeld. Aanwezigheid van kraamverblijfplaatsen kunnen niet worden uitgesloten en wordt aanbevolen nader onderzoek uit te voeren om kraamverblijfplaatsen uit te sluiten dan wel vast te stellen. Volgens vleermuisprotocol 2021 dienen er drie bezoeken m.b.t. kraamverblijfplaatsen te worden uitgevoerd in de periode 15 mei - 15 juli om de aanwezigheid van vleermuizen uit te sluiten dan wel vast te stellen. Indien verblijfplaatsen worden vastgesteld dient er ontheffing aangevraagd te worden en compensatie plaats te vinden.
5. Benodigde materialen & handelingen
12 mei 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. de sloop van een pand en realisatie twee appartementgebouwen, Noarder Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
15
9. Literatuurlijst Arcadis, feb. 2019. Mitigatiecatalogus Gebouwbewonende Soorten. (PDF) Beschikbaar op: https://www. provinciegroningen.nl/fileadmin/Mitigatiecatalogus_gebouwbewonende_soorten_Centrum_Veilig_Wonen.pdf Ministerie van Economische Zaken, 2017. Wet natuurbescherming (16 december 2015). [Online] Beschikbaar op: http://minez.nederlandsesoorten.nl/content/wet-natuurbescherming-16-december-2015 Stibbeblog, 2016. De Wet natuurbescherming: wanneer is sprake van een verstoring van een vogel die van wezenlijke invloed is?. [Online] Beschikbaar op: http://www.stibbeblog.nl/all-blog-posts/environment-and-planning/de-wet-natuurbescherming-wanneer-is-sprake-van-een-verstoring-van-een-vogel-die-van-wezenlijke-invloed-is/ https://www.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=14fdb7eae5844c479140f89c88abddd3 (Kaartenkijkdoos provincie Fryslân) Vleermuis.net., 2019. Verblijfplaatsen. Beschikbaar op, Vleermuis.net: http://www.vleermuis.net/vleermuizen-en-bescherming/verblijfplaatsen Lijst-beschermde-soorten-Wnb-NatuurInclusief 2022 https://www.natura2000.nl/gebieden/friesland/groote-wielen/groote-wielen-doelstelling
BIJ12 rapporten: Diverse soorten Geraadpleegde websites: ndff-ecogrid.nl Waarnemingen.nl Verspreidingsatlas.nl Telmee.nl Google.maps.nl Zoogdiervereniging.nl
12 mei 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. de sloop van een pand en realisatie twee appartementgebouwen, Noarder Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
16