2. Ruimtelijke motivering
Tekst van het document
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei)
Onderbouwing effecten fysieke leefomgeving 13 januari 2026
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) Onderbouwing effecten fysieke leefomgeving
COLOFON Opdrachtgever
: De Sûkerei
Auteur
: E. Venema
Rapportnummer
: 24-168-1
Versie
: Rev. 1.2
Datum
: 13 januari 2026
INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Projectgebied Het omgevingsplan Leeswijzer
1 1 1 2 3
2 2.1 2.2 2.3
Projectbeschrijving Uitgangssituatie De aanvraag Ruimtelijke inpassing
4 4 6 9
3 3.1 3.2 3.3
Beleid en regelgeving Rijksbeleid en rijksregels Provinciaal beleid en provinciale regels Gemeentelijk beleid
11 11 12 13
4 Aspecten fysieke leefomgeving 4.1 Algemeen 4.2 Zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand 4.3 M.e.r.-beoordeling 4.4 Cultuurhistorische waarden 4.5 Beschermen van gezondheid 4.6 Bedrijfsactiviteiten en milieuzonering 4.7 Geluidaandachtsgebieden 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Bodemkwaliteit 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Omgevingsveiligheid 4.12 Natuur 4.13 Waterparagraaf 4.14 Kabels, leidingen en beperkingsgebieden
14 14 14 14 15 17 18 19 19 20 20 21 21 22 24
5 5.1 5.2 5.3 5.4
Uitvoerbaarheid Algemeen Maatschappelijke uitvoerbaarheid Procedure omgevingsvergunning Economische uitvoerbaarheid
25 25 25 25 25
6 6.1 6.2 6.3
Afweging en conclusie Algemeen Afweging Conclusie
27 27 27 27
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Verkennend bodemonderzoek Stikstofberekening Uitgangspunten wateradvies
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Openluchtmuseum De Sûkerei is gelegen in het buitengebied, net buiten Damwâld. Het is een bijzondere locatie waar het leven en wonen rond 1900 centraal staat. Belangrijke museumstukken hier zijn de oude, authentiek ingerichte, gebouwen. De Sûkerei heeft een nieuwe ontvangstruimte en overdekte museale ruimte nodig en onderzoekt al een tijdje de mogelijkheden om dit op het terrein in te passen. Onlangs heeft de gemeente Súdwest-Fryslân de monumentale tonnetjesloods, die in Bolsward stond, aanboden. Dit gebouw past naadloos in het museumconcept en biedt met ongeveer 600 m2 voldoende oppervlakte voor de beoogde functies. Het pand krijgt een dubbelfunctie als museumstuk én gebruiksruimte en wordt gezien als de bouw van een nieuw gebouw op het terrein, waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Het omgevingsplan van de gemeente Dantumadiel biedt echter niet voldoende bouwmogelijkheden hiervoor, waardoor de vergunning niet op basis van het omgevingsplan verleend kan worden. De gemeente is wel bereid gevonden medewerking te verlenen aan het opstarten van een ruimtelijke procedure. Hiervoor is een omgevingsvergunning Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (Bopa) noodzakelijk en aangevraagd.
Deze onderbouwing vormt een toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning en toetst het bouwplan aan de geldende beleidskaders en instructieregels en aan de aspecten voor de fysieke leefomgeving.
1.2
Projectgebied Het museum ligt in een recreatieve zone ten westen van Damwâld, aan de Trekwei. Het betreft het perceel Trekweg 8a, kadastraal aangeduid als gemeente Akkerwoude, nummers N-470 en N-732. Voor de locatie van de tonnetjesloods is na gedegen onderzoek gekozen voor de zuidoosthoek, naast het huidige ontvangst- en horecagebouw. De locatie is op een topografische kaart weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1
De ligging van het projectgebied
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
1
1.3
Het omgevingsplan Het projectgebied is geregeld in het Omgevingsplan gemeente Dantumadiel. Het gaat op moment van schrijven om het ‘tijdelijk omgevingsplan’, dat van rechtswege op 1 januari 2024 in werking is getreden en waarin primair de verschillende (ontwerp)bestemmingsplannen en de gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving en de ‘Bruidsschat’, zijn opgenomen.
1.3.1
Bestemmingsplannen Het projectgebied valt binnen het op 2 juli 2013 vastgestelde bestemmingsplan Butengebiet Dantumadiel en de op 4 juli 2016 vastgestelde Herziening bestemmingsplan Bûtengebiet Dantumadiel. Het heeft hierin de bestemming ‘Recreatie - Dagrecreatie’. Binnen de bestemming is aan het perceel de functie van museum toegedeeld. Verder is geregeld dat op dit perceel een gezamenlijke oppervlakte van 316 m2 aan gebouwen gerealiseerd mag worden met een goot- en bouwhoogte van maximaal 6 en 10 meter. Overkoepelend geldt de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone - radar’. Een fragment van de verbeelding is weergegeven in figuur 1.2.
Figuur 1.2
Fragment plankaart bestemmingsplan
Strijdigheid met het bestemmingsplan Onderdeel van dit specifieke museum zijn de verschillende historische gebouwen op het terrein. Daarmee staat er in de huidige situatie al veel meer dan 316 m2. Het toevoegen van de tonnetjesloods, die op zichzelf al een oppervlakte van ongeveer 600 m2 heeft, is daarom in strijd met de maximale gezamenlijke oppervlakte aan gebouwen. Er is geen sprake van een functionele afwijking. 1.3.2
Andere verordeningen Er zijn voor de locatie nog geen andere verordeningen opgenomen in het omgevingsplan.
1.3.3
De bruidsschat De bruidsschat bestaat uit ongeveer 600 regels uit het voormalige Activiteitenbesluit, Bouwbesluit en het Besluit omgevingsrecht (Bor). De regels hebben betrekking op een grote diversiteit aan onderwerpen, zoals horeca, detailhandel, recreatie, lozingen, emissies van geluid, geur en trillingen door bedrijven en bouwen. De regels zijn aangepast aan de terminologie van de Omgevingswet. Dit is beleidsneutraal of beleidsarm gedaan: de essentie van de regels is ongewijzigd. De gemeente
2
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
heeft de taak om uiterlijk in 2032 alle bruidsschatregels te hebben verwerkt tot eigen regels, of deze te laten vervallen.
1.4
Leeswijzer Na deze inleiding volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het project, dat met de Bopa mogelijk wordt gemaakt. Daar wordt zowel de huidige of uitgangssituatie, als de beoogde situatie beschreven en wordt ingegaan op de inpasbaarheid van dit project bij de zichtbare waarden. Vervolgens toetst hoofdstuk 3 dit project aan de omgevingsvisies en instructieregels van het rijk en de provincie en aan het gemeentelijk beleid. Hoofdstuk 4 vormt de beoordeling van de en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waarbij de omgevingswaarden en milieu- en gezondheidsaspecten centraal staan. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. Hoofdstuk 6 geeft ten slotte een beknopte afweging en conclusie voor het verlenen van de Bopa.
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
3
2
Projectbeschrijving
2.1
Uitgangssituatie De Sûkerei De aanvraag heeft betrekking op een deel van het terrein van het openluchtmuseum De Sûkerei. Dit museum is gelegen aan de westzijde van de Trekwei, in het landelijk gebied tussen Damwâld en de Centrale As. De omgeving kenmerkt zich als een recreatieve zone, met aan de overzijde van de Trekwei een manege en aan de westzijde een kampeerterrein. In De Sûkerei staat het leven en wonen in de Noordelijke Friese Wouden rond het jaar 1900 centraal. De diverse gebouwen zijn tevens de museumstukken op het terrein. Het gaat om heropgebouwde woningen, bedrijfsgebouwen en een molen uit de regio. Het gebouw van een cichoreidrogerij op het zuidelijk deel van het terrein fungeert als bezoekers- en expositiecentrum. Hierin is nu de ontvangstruimte en een bescheiden horecavoorziening aanwezig. De entree ligt aan een eigen weg van het naastgelegen kampeerterrein. Een luchtfoto van de locatie en de omgeving is weergegeven in figuur 2.1.
Figuur 2.1
4
Luchtfoto projectgebied en omgeving
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
Het museum is ingepast in het besloten landschap van de Friese Wouden, dat wordt gekenmerkt door de vele houtsingels, die ook rondom het terrein liggen. Vanaf de Trekwei is enig zicht op de locatie. Een aanzicht op de entree is weergegeven in figuur 2.2. Hier ligt een parkeerterrein langs een eigen weg, die doorloopt naar het achterliggende kampeerterrein.
Figuur 2.2
Aanzicht op de Sûkerei vanaf de openbare weg
De tonnetjesloods De tonnetjesloods neemt een bijzondere plek in de 19 e-eeuwse samenleving in. Hier werden wisseltonnen vol met poep en urine opgeslagen en hier haalden particuliere pachters haardas, vuilnis en secreetmest (menselijke uitwerpselen die als mest werden gebruikt) op. Oorspronkelijk was het een open loods, zonder muren. De houten kap met dakpannen werd gedragen door palen. Onder deze constructie lagen vier compostputten. Naast de mest werd hier de haardas en allerlei vuilnis gestort. Met al deze grondstoffen werd compostmest gemaakt. Later zijn muren toegevoegd. Het is nog de enige tonnetjesloods in Nederland. Inmiddels is de loods gedemonteerd en opgeslagen, en is gewerkt aan de plannen voor herplaatsing en restauratie. Een aanzicht op de loods op de locatie in Bolsward is weergeven in figuur 2.3.
Figuur 2.2
Aanzicht op de Tonnetjesloods in Bolsward
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
5
2.2
De aanvraag De tonnetjesloods is een zeer passende toevoeging voor het De Sûkerei. De aanvraag heeft betrekking op de bouw van dit gebouw op het terrein van de Sûkerei. De Adviescommissie Omgevingskwaliteit Gemeente Dantumadiel (Hûs en Hiem) heeft hierover ook geadviseerd. Hoewel er waardering is voor het behoud van het object en voor de zorgvuldige aanpak passend voor het bijzondere karakter van dit bouwwerk, is de positie van het gebouw op het terrein een punt van aandacht. Naar aanleiding van het advies is het ontwerp aangepast. Het (aangepaste) initiatief wordt hierna verder beschreven. Situering Het is een fors pand van 60 x 11 meter en kan daardoor vrijwel alle gewenste extra functies huisvesten. Het is overigens niet streek-eigen en dient niet een hoofdrol te krijgen in de beleving van het museum terrein zelf (De Wâlden met de keuterboerderijtjes en de lokale en sûkerei-geschiedenis). Het moet de functie van entreegebouw gaan overnemen van de drogerij/East-fabriek, omdat die te klein is en bovendien een belangrijk museum object is voor het verhaal over de sûkerei productie in Dantumadeel. Het kan daarvoor dan vrijgespeeld worden van alle ontvangst- en dienstfuncties. Daartoe wordt ook het voorgebied heringericht zodat er meer plek is voor parkeren (hiervoor is recent een stuk grond bijgekocht). De bezoekers worden zo op een logische wijze naar de nieuwe entree geleid.
Om de informele sfeer te versterken, is de kop van de tonnetjesloods in dit voorgebied gelegd, waarmee de entree direct zichtbaar is vanaf de inrit en de openbare weg. Zo is deze ook ‘s avonds goed bereikbaar voor vergaderingen en workshops terwijl het museumterrein gesloten is. Dit geeft bovendien ruimte om een veld met zonnepanelen uit te breiden ten behoeve van de functies in de tonnetjesloods én het sluit de loods goed aan op de terrasfunctie. De situatietekening is weergegeven in figuur 2.3.
Figuur 2.3
6
Beoogde inrichting projectgebied
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
Functionele indeling De functies in de tonnetjesloods zijn weergegeven in figuur 2.4. De kop van de tonnetjesloods ligt uitnodigend aan de oprijlaan van het terrein en vormt voortaan de hoofdentree. Deze functie zal bij de drogerij komen te vervallen en de toegangsbrug vervalt daarmee ook. De koffieschenkerij is uitgebreid en het terras ligt zo geplaatst dat het de verbinding met de binnenplaats versterkt, waardoor een open relatie ontstaat tussen binnen en buiten. De noordelijke helft van de tonnetjesloods is gereserveerd voor de museale functie. Vanuit hier lopen bezoekers het openluchtmuseum in, wat zorgt voor een mooie overgang tussen het overdekte en het opengedeelte van dit museum.
Figuur 2.4
Functionele indeling tonnetjesloods
Ontwerp De constructie van de tonnetjesloods wordt gerestaureerd en dient als geïsoleerde overkapping om het museumplein en expositie ruimte in onder te brengen. Aan de zuidzijde van het gebouw zijn er 6 traveeën beschikbaar voor de ontvangsthal, waarin de entree, balie, garderobe, toiletten, koffieschenkerij met buitenterras, verkoop en flexibele vergaderruimtes plaatsvinden. Aansluitend grenzend aan het reeds bestaande terras bevindt zich onder de geïsoleerde overkapping een afsluitbare slechtweervoorziening, geschikt voor diverse activiteiten en tentoonstellingen. Aan de noordzijde van het gebouw zijn 6 traveeën gereserveerd waarin museale opstellingen ondergebracht kunnen worden. Daarin krijgen onder andere de stoommachine, de klompenmakerij en de smederij een plek. Specialist op het gebied van restauratie van monumentale panden, Adema Architecten, heeft het ontwerp voor tonnetjesloods gemaakt. Dit ontwerp gaat uit van het weer zoveel mogelijk open maken van de gevels van het gebouw, zodat de constructie zichtbaar is en de nieuwe gevel terug ligt. Enkele impressies van de beoogde situatie zijn weergegeven in figuur 2.5. Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
7
Figuur 2.5
8
Impressies herbouwde tonnetjesloods
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
Figuur 2.5
2.3
Impressies herbouwde tonnetjesloods
Ruimtelijke inpassing Naast de inpassing van het bijzondere object binnen het terrein van het museum, moet ook rekening worden gehouden met de inpassing van het gebouw bij de waarden van het landelijk gebied. Het project wordt ingepast in het waardevolle Woudenlandschap. De bebouwing moet landschappelijk goed worden ingepast. In het Woudenlandschap is de beslotenheid en de begrenzing van de kavels met houtsingels en houtwallen kenmerkend. De singels rondom het terrein zijn op de Singelkaart van de gemeente aangemerkt als ‘groene singels’. Het gehele terrein is omzoomd met houtsingels, maar deze staan allemaal op de aangrenzende kadastrale percelen. Het museum heeft in die zin geen invloed op de singels, maar het behoud hiervan geldt als uitgangspunt voor dit plan. De landschappelijke inpassing is daarmee geborgd. Vanuit de openbare ruimte gezien, vanaf de Trekwei), komt het nieuwe gebouw achterop het terrein te staan en zal het ruimtelijke beeld niet wezenlijk veranderen.
Grutsk op ‘e romte Voor plannen in het landelijk gebied waar extra bouwmogelijkheden worden geboden voor stedelijke functies, zoals wonen, moet op basis van het provinciaal beleid aangegeven worden op welke wijze rekening wordt gehouden met de draagkracht van het landschap voor de opvang en inpassing van de nieuwe functies en hoe het plan invulling geeft aan de blijvende herkenbaarheid van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. In de structuurvisie 'Grutsk op 'e Romte' heeft de provincie Fryslân het belang, dat zij hecht aan goede verankeringen van ontwikkelingen in het landschap, aangegeven. Op basis van de uitgangspunten uit deze structuurvisie is de voorgenoemde ontwikkeling getoetst. Het is van belang dat de ontwikkeling op een verantwoorde manier wordt ingepast in het landschap. Volgens de kaart bij de structuurvisie ligt het projectgebied in de Noordelijke Wouden. Dit kenmerkende coulisselandschap ligt globaal tussen Leeuwarden, Dokkum en Drachten. Het is aangewezen als een Nationaal Landschap. Voor het gebied is een aantal kernkwaliteiten bepaald, die de provincie van provinciaal belang acht. In eerste plaats is de kleinschaligheid van het gebied van belang,
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
9
met hoge dichtheid aan opstrekkende percelen die richting geven aan het landschap met grensbeplanting van houtwallen en elzensingels. Daarin ligt een dicht netwerk van kleinschalige infrastructuur, verspreide bebouwing of dun bebouwde linten. De kernkwaliteiten die de provincie aanwijst beschrijven het landschap op een hoog schaalniveau en geven in mindere mate richting aan de ontwikkelingen op perceelsniveau. Voor de inpassing van wordt gebruik gemaakt van de bestaande beplanting rondom het terrein. Het is op die manier op een landschapseigen wijze ingepast. Er wordt aansluiting gezocht bij de landschappelijke kernkwaliteiten van de omgeving en er vindt adequate inpassing plaats. Voor de omgeving van het projectgebied zijn geen bijzondere of karakteristieke waarden aangewezen. Wel is het van belang dat het project op een passende manier aansluit bij de aard- en schaal en bij het bebouwingsbeeld van de omgeving. Koppelen en verbinden Bij nieuwe functies of uitbreidingen van bestaande functies vraagt de provincie een onderbouwing van de wijze waarop nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden in het plan bijdragen aan één of meerdere opgaven voor de leefomgeving, zoals energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, werkgelegenheid of het versterken van de biodiversiteit, door het maken van slimme combinaties en het benutten van koppelkansen.
Dit project voorziet in deze koppeling, door het hergebruiken van een cultuurhistorische waardevol pand een belevingswaarde te geven en gelijktijdig een gebruiksfunctie. Het volledige gebouw, op de begane grond vloer na, is gemaakt van houtskeletbouw elementen gevuld met Hennep isolatie. Daarnaast worden er ook materialen gerecycled uit de originele staat van de tonnetjesloods, zoals de authentieke constructie, de dakpannen en de bestrating. Daarnaast worden kansen benut om de biodiversiteit te verhogen. De tonnetjesloods biedt aan alle zijden een overstek, waar huiszwaluwen terecht kunnen. De zuidgevel biedt een hogere overstek en nog dichte panelen, hierop worden vogelkastjes gemonteerd. Onder de hergebruikte pannen van de tonnetjesloods kunnen vogels onderkomen. Verder wordt voor de watercompensatie en deel van de watergang bij de entree verbreedt. Door hier in een rietvegetatie toe te voegen wordt zowel de ruimtelijke als de ecologische kwaliteit versterkt. Ook op het gebied klimaatadaptatie worden investeringen gedaan. De hergebruikte bestrating ligt halfopen bestrating, hierdoor kan het regenwater direct weglopen. Het is een ambitie om het regenwater op te vangen en de toiletten hiermee door te spoelen. Dit is nog niet uitgewerkt, maar wel de ambitie. Op de situatietekening is te zien dat er een nieuw veld zonnepanelen geplaatst worden op het maaiveld.
10
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
3
Beleid en regelgeving
3.1
Rijksbeleid en rijksregels
3.1.1
Nationale omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken. Het doel is te kiezen voor slimme combinaties van functies, uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 16 aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVEX-gebied. Het projectgebied valt niet in één van deze gebieden. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Gezien het hoge abstractieniveau van de nationale belangen uit de NOVI, heeft het NOVI geen directe implicaties voor de ontwikkeling en kan de voorgenomen ontwikkeling in algemene zin bijdragen aan de belangen uit het NOVI. Het NOVI heeft geen consequenties voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.1.2
Instructieregels Rijk Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een aantal besluiten in werking getreden. Het gaat om het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Omgevingsbesluit. Het Bal stelt rijksregels aan (milieu)activiteiten, het Bkl gaat voornamelijk over omgevingswaarden en beperkingengebieden (onder andere natuur en water) en het Bbl stelt regels aan veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. In het Omgevingsbesluit staan regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering, en over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het project wordt aan deze regels getoetst in hoofdstuk 4. Voortbouwend op de hiervoor genoemde Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s), stelt de Omgevingsregeling eisen aan omgevingsplannen in aangewezen gebieden. Het gaat dan om beperkingengebieden van nationaal belang. Deze regeling volgt de voormalige Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) op. Voor het projectgebied gelden geen specifieke beperkingsgebieden die relevant zijn voor het project.
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
11
3.2
Provinciaal beleid en provinciale regels
3.2.1
Omgevingsvisie Fryslân 2020: De romte diele Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. Deze is op 23 september 2020 vastgesteld. In de omgevingsvisie gaat de provincie voor een vitale economie door te investeren in omgevingskwaliteiten. Dit zorgt onder andere voor leefbaarheid en voorkomt leegstand en verpaupering van bebouwing. Daarnaast gaat de provincie voor een veerkrachtig beleid, waarin ingrijpende ontwikkelingen opgevangen kunnen worden, het behoud van de karakteristiek van de provincie, door het beschermen van de eigen identiteit en voor een gezonde leefomgeving. Het behoud van Fries erfgoed is een belangrijke provinciale ambitie. Het behouden en beleefbaar maken van de tonnetjesloods is vanuit de ambities van de provincie gewenst. Ook het rekening houden met een veranderend klimaat bij nieuwe ontwikkeling is een provinciale ambitie. De Provincie streeft naar ‘waterrobuust bouwen’. Dit houdt in dat gebouwen en straten op voldoende hoogte worden aangelegd en dat er voldoende ruimte is voor water in het plan. Paragraaf 4.13 gaat hier verder op in.
3.2.2
Instructieregels provincie Het projectgebied valt binnen het werkingsgebied van de Omgevingsverordening provincie Fryslân. Deze onderbouwing beperkt zich tot hoofdstuk 2, ruimtelijk omgevingsbeleid, voor zover relevant: Artikel 2.1 De omgevingsverordening gaat uit van het principe ‘Omgevingskwaliteiten als basis’. In dit kader is een vergunningplicht opgenomen voor het verwijderen van de erfsingel (houtgewassen binnen 6 meter vanaf de erfgrens). In een omgevingsplan (of afwijking daarvan) wordt ook aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de archeologische waarden en de archeologische verwachtingswaarden, waarbij gebruik wordt gemaakt van FAMKE. Paragraaf 4.8 gaat hierop in. Artikel 2.3 De omgevingsverordening vraagt bij nieuwe functies of uitbreiding van bestaande functies buiten het bestaand stedelijk gebied, een onderbouwing van het principe van zuinig- en meervoudig ruimtegebruik. Een ‘nieuwe functie’ is het veranderen van een functie, anders dan het vervangen van een functie door een functie van gelijke aard, omvang en karakter. Op basis van deze definiëring maakt dit plan geen nieuwe functies mogelijk, zoals bedoeld in de omgevingsverordening. Wel is sprake van een uitbreiding van een bestaande functie, maar dan zonder een toename van het ruimtebeslag van de museumfunctie op het landelijk gebied.
De nieuwbouw vindt plaats binnen het huidige functie-/bestemmingsvlak. Hiermee wordt aangesloten op het principe van zuinig ruimtegebruik. Het toekennen van een functioneel gebruik van een gebouw dat in feite een museumstuk is, past bovendien bij de ambities van meervoudig ruimtegebruik. Daarmee wordt voldaan aan artikel 2.3. Artikel 2.4 De omgevingsverordening vraagt aandacht bij nieuwe functies of uitbreiding van stedelijke functies in het landelijk gebied om onderbouwing van de wijze waarop nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden in het plan bijdragen aan één of meerdere opgaven voor de leefomgeving, zoals energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, werkgelegenheid of het versterken van de biodiversiteit, door het maken van slimme combinaties en het benutten van koppelkansen. In dit geval is er geen sprake van een nieuwe stedelijke functie en het ruimtebeslag van de woonfunctie op het landelijk gebied neemt niet toe. De functiewijziging biedt mogelijkheden voor een toekomstig bewoner om invulling te geven aan de verbeteringen op het gebied van energietransitie etc.
12
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
Artikel 2.5 Ook vraagt de Omgevingsverordening de effecten op gezondheid en veiligheid af te wegen, wateroverlast of overstroming vanuit de Friese Boezem te voorkomen en te borgen dat waterrobuust wordt gebouwd. Hoofdstuk 4 beschrijft deze onderwerpen. Artikel 2.6 De Omgevingsverordening gaat verder uit van het bundelen van stedelijke functies in het bestaand stedelijk gebied. Het plangebied ligt in het landelijk gebied, waar in principe geen nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden kunnen worden opgenomen voor nieuwe stedelijke functies. Voor het museum geldt dat er sprake is van een dag-recreatieve functie, die niet onder de stedelijke functies vallen, maar geregeld zijn in artikel 2.15. Artikel 2.9 Stelt regels aan niet-agrarische (werk)functies buiten bestaand stedelijk gebied, waarin beperkingen worden gesteld aan de uitbreiding van bebouwing (maximaal 50%). Het gaat dan om niet-agrarische bedrijven, maatschappelijke voorzieningen en horecabedrijven, of vergelijkbaar. Dit zijn stedelijke functie, die zijn verbonden aan het functioneren van kernen. Het museum wordt in dit geval gekenmerkt als dagrecreatievoorziening. Daarmee volstaat toetsing aan artikel 2.3 en 2.15. Artikel 2.15 stelt regels aan recreatieve voorzieningen.
Een uitbreiding van een bestaande recreatieve voorziening is mogelijk, wanneer deze wat betreft aard en schaal passend is bij de kern of de staande recreatieve voorziening en een positieve bijdrage wordt geleverd aan een Gastvrij Fryslân door het bevorderen van een prettige en gezonde woon- en leefomgeving, het behoud en de ontwikkeling van natuur en cultuurerfgoed, of het creëren van toekomstbestendige banen. Het toevoegen van de tonnetjesloods is goed in te passen in de aard en schaal van de omgeving. Deze vormt bovendien een goede aanvulling op het bestaande museum, dat weer bijdraagt aan de recreatieve belevingswaarde van de omgeving. En ook aan het behoud van cultuurerfgoed. De aanvraag sluit daarmee aan op de ambities van de provincie en is inpasbaar binnen de regels van de omgevingsverordening.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Dantumadiel De gemeente bereidt de Omgevingsvisie Dantumadiel voor. De gemeente beschrijft in de Omgevingsvisie wat de kwaliteiten van Dantumadiel zijn, welke opgaven er liggen en welke ontwikkelingsrichtingen gewenst zijn. Dit vormt een kader op hoofdlijnen dat een uitwerking op detailniveau mogelijk maakt. De gemeente wil een aantrekkelijke gemeente blijven om in te wonen en te leven, en ook een klimaatrobuuste gemeente zijn en ruim baan geven aan allerlei initiatieven die hierbij passen. Verder ziet de gemeente recreatie en toerisme als een kans voor de gemeente en heeft zij de ambitie de komende jaren meer toeristen en recreanten in de regio verwelkomen. De aanvulling op de dag-recreatieve voorziening past hier goed bij. Voor het projectgebied worden geen specifieke (locatiegerichte) uitspraken gedaan. De locatie ligt op de kaart bij de visie in het Woudenlandschap. Daar wordt, zoals beschreven in paragraaf 2.3, rekening mee gehouden. Geconcludeerd kan worden dat de aanvulling op een bestaand openluchtmuseum goed past binnen de ambities van de visie en de andere doelen van het beleid niet in de weg staat.
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
13
4
Aspecten fysieke leefomgeving
4.1
Algemeen In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet en de instructieregels uit het Bkl en de provinciale verordeningen (art. 8.0b).
4.2
Zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand
4.2.1
Wettelijk kader De Ladder duurzame verstedelijking kan hier onderdeel van zijn (schaarse ruimte, zie ook Bkl: is onderdeel van de paragraaf over het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (§ 5.1.5 van het Bkl). Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: 1. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en 2. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.
4.2.2
Toetsing en conclusie Allereerst is relevant of de ontwikkeling die het project mogelijk maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling is. Op basis van vaste jurisprudentie over de ladder voor duurzame verstedelijking uit de voormalige wetgeving (Bro), geldt dat in geval van de toevoeging van meer dan 500 m2 gesproken kán worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In dit geval is er geen sprake van een toevoeging van een stedelijke functie. De tonnetjesloods is in belangrijke mate een museumstuk en wordt binnen de begrenzing van het bestaande openluchtmuseum gerealiseerd. Het gaat ook voor een belangrijk deel om het onder dak brengen van bestaande functies. De behoefte komt voort uit enerzijds de wens voor het behoud en beleving van een uniek bouwwerk en anderzijds een betere en grotere slechtweervoorziening, expositieruimte en ontvangst. Er is geen extra ruimtebeslag op het landelijk gebied nodig. Er is daarmee sprake van duurzame verstedelijking.
4.3
M.e.r.-beoordeling
4.3.1
Wettelijk kader Onderdeel van de beoordeling of een aanvraag om een Bopa volledig is, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Dit gebeurt overeenkomstig paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project-mer-plichtig of
14
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
mer-beoordelingsplichtig is wordt afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. De lijst bestaat uit vier kolommen, waarbij in kolom 1 de betreffende projecten zijn benoemd, in kolom 2 de mer-plichtige activiteiten zijn opgenomen in kolom 3 de mer-beoordelingsplichtige activiteiten. Kolom 4 geeft aan bij welke besluiten de project-mer-(beoordelings)plicht geldt. Waar een omgevingsplan wordt genoemd, geldt dat ook een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt bedoeld. 4.3.2
Toetsing en conclusie Het project zou kunnen vallen onder de categorie J11 uit bijlage V van het Ob, zijnde een stedelijk ontwikkelingsproject. Gelet op de specifieke aard en omvang kan het project niet aangemerkt worden als stedelijk ontwikkelingsproject. De locatie is perceelsgebonden, er is een, in relatie tot de omvang van de gemeente, beperkte toename van bebouwing en het project heeft geen bovenregionaal verzorgingsgebied. Daarmee is het project niet aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in het besluit. Er is daarmee geen spraken van een m.e.r. plicht of m.e.r. beoordelingsplicht. Overigens blijkt uit de beoordeling in de navolgende paragrafen dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden.
4.4
Cultuurhistorische waarden
4.4.1
Wettelijk kader Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.
4.4.2
Archeologie In de wet zijn archeologische resten beschermd. Het basisbeginsel van de archeologie is sinds 2007; behoud ‘in situ’ ofwel in de bodem op de plek zelf. Slechts bij hoge uitzondering worden nog archeologische opgravingen uitgevoerd. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische in bepaalde gebieden zijn op basis van landschappelijk, historisch en archeologisch onderzoek archeologische gemeentelijke verwachtingskaarten opgesteld. Om de archeologische waarden voor het projectgebied vast te stellen is de FAMKE geraadpleegd. Een fragment van de kaarten is weergegeven in figuur 4.1.
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
15
Figuur 4.1
Fragment kaarten FAMKE
Voor de periode ijzertijd – middeleeuwen valt het projectgebied in een zone met een archeologisch verwachtingswaarde waarbij bij ingrepen groter dan 5.000 m2 onderzoek wordt geadviseerd. Voor de periode steentijd - bronstijd geldt het advies om bij ingrepen groter dan 5.000 m2 een archeologische QuickScan uit te voeren. Omdat de oppervlakte van de ingreep 600 m2 is, blijft het project ruim onder de vrijstellingsgrens voor archeologisch onderzoek. Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dan moet hiervan direct melding worden gemaakt. 4.4.3
Andere cultuurhistorische waarden Om na te gaan of sprake is van cultuurhistorische waarden in de omgeving, is gebruik gemaakt van de Cultuurhistorische Kaart Fryslân. Een fragment van deze kaart is weergegeven in figuur 4.2. Hieruit blijkt dat het projectgebied geen cultuurhistorische waarde heeft. Het gebouw van de Cichoreidrogerij is wel aangemerkt als een karakteristiek gebouw. De andere gebouwen hebben ook een cultuurghistorische waarde, maar zijn niet aan de huidige plek gebonden. Verder is de Trekwei een historische route. De belevingswaarde hiervan wordt niet aangetast. Vanuit dit aspect bestaan dus geen belemmeringen voor het project. Daarnaast vertegenwoordigd de monumentale tonnetjesloods een hoge cultuurhistorische waarde. Het project zet juist in op het behoud hiervan en ook het beleefbaar maken. Zoals beschreven in hoofdstuk 2 wordt op een zorgvuldige manier rekening gehouden met de waarde van dit gebouw.
16
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
Figuur 4.2
Fragment CHK
4.5
Beschermen van gezondheid
4.5.1
Wettelijk kader Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet (artikel 1.3 sub a). De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet wordt dit aspect breed gemotiveerd. Van belang is dat de kwaliteit van de leefomgeving door de activiteit verbetert of in elk geval niet (onevenredig) verslechtert. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten worden in de hiernavolgende paragrafen gemotiveerd. Deze paragraaf beperkt zich tot het beschermen van gezondheid in algemene zin. Dus op de vraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid.
4.5.2
Toetsing en conclusie Met dit project hangen geen bijzondere omstandigheden op het gebied van gezondheid samen. Het verlenen van de vergunning leidt in potentie niet tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid. Uit de navolgende paragrafen blijkt dat er ook vanuit milieuaspecten geen risico’s voor de gezondheid optreden.
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
17
4.6
Bedrijfsactiviteiten en milieuzonering
4.6.1
Wettelijk kader Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van geur- en geluidgevoelige gebouwen en functies, maar ook om te zorgen dat bedrijfsactiviteiten niet worden beperkt. De VNG handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ biedt hiervoor een handvat. Deze nieuwe uitgave (oktober 2024) gaat over activiteiten als bedoeld in de paragrafen 5.1.4.2 (Geluid door activiteiten) en 5.1.4.6 (Geur) van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvoor instructieregels zijn opgesteld. In tegenstelling tot de eerdere uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) wordt niet uitgegaan van richtafstanden, maar van de inpasbaarheid van de benodigde gebruiksruimte voor geluid en geur in een bepaald gebied (zones). Omdat de regeling vooral gericht is op het formuleren van regels in het omgevingsplan en deze implementatie nog niet heeft plaatsgebonden, kan gebruik worden gemaakt van een in de handreiking opgenomen transponering (omzetting) van richtafstanden naar posities binnen zones. Hierbij wordt voor geluid onderscheid gemaakt tussen rustige woongebieden en gemengde gebieden. Uiteindelijk moet bij gevoelige gebouwen worden voldaan aan de grenswaarden uit artikel 5.65 Bkl en artikel 22.63 van het Omgevingsplan (onderdeel Bruidsschat).
In het Bkl worden de geur- en geluidgevoelige gebouwen en functies aangewezen die in ieder geval beschermd moeten worden. Hieronder vallen ook gebouwen met een woonfunctie, gebouwen voor onderwijs, gezondheidszorg en kinderopvang. In het kader van de afweging van een evenwichtige toedeling van functies, worden ook andere verblijfsobjecten beoordeeld.
4.6.2
Toetsing en conclusie Gebiedstypering Op basis van het voorgaande is allereerst relevant of voor afweging van een evenwichtige toedeling van functies aan locatie moet worden getoetst aan de normen uit het omgevingsplan, dus 50 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld geluidniveau en 70 dB(A) voor het maximaal geluidniveau, of aan de richtwaarden voor een rustige woonomgeving, zijnde respectievelijk 45 en 65 dB(A). De eerstgenoemde normen zijn de waarden van omliggende bedrijven zich aan moeten houden, de tweede strengere normen worden gehanteerd in de ruimtelijke beoordeling van een goed woonklimaat. Een gemengd gebied wordt gedefinieerd als een gebied met een matige tot sterke functiemenging en ook gebied in de invloedsfeer van de hoofdinfrastructuur. Dit is voor het projectgebied van toepassing. Beoordeling aanwezige bedrijven Het project voorziet in een nieuwe museumfunctie binnen een terrein waaraan een museale functie is toegedeeld. Aanvullend gebruik als expositieruimte leidt niet tot een grote belasting op de omgeving. De functies vallen onder zone ‘fm’ voor functiemening. Het gaat om functies die in een gemengd gebied naast woningen inpasbaar zijn. In dit geval zijn de dichtstbijzijnde woningen bedrijfswoningen, bij de manege en bij het kampeerterrein. Deze liggen op minimaal 30 meter vanaf De Sûkerei.
18
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
Conclusie Conform de algemeen geaccepteerde systematiek (Activiteiten en milieuzonering) is hier sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Ter plaatse van woningen is een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd.
4.7
Geluidaandachtsgebieden
4.7.1
Wettelijk kader Ter bescherming van de gezondheid in relatie tot een hoge geluidbelasting zijn geluidaandachtsgebieden bepaald. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met instructieregels waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vorm. Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor individuele bedrijven die geluid voortbrengen. Dit aspect is behandeld in paragraaf 4.6. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron.
4.7.2
Toetsing en conclusie Omdat er geen geluidgevoelige functies worden voorgesteld is toetsing aan dit onderwerp niet noodzakelijk.
4.8
Luchtkwaliteit
4.8.1
Wettelijk kader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10). De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO 2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties.
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
19
4.8.2
Toetsing en conclusie In Fryslân zijn geen algemene knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit. Op basis van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten blijkt dat in de omgeving aan de wettelijke normen wordt voldaan. Dit project heeft ook geen potentieel grote verkeersaantrekkende werking, waarmee effecten op de luchtkwaliteit verwaarloosbaar zijn. Daarmee geldt voor dit plan de NIBMregeling. Het plan is van dermate kleine omvang dat niet in betekenende mate wordt bijgedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.
4.9
Bodemkwaliteit
4.9.1
Wettelijk kader Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang: • beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; • evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen.
4.9.2
Toetsing en conclusie In het kader van dit project is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage is opgenomen in bijlage 1. Het onderzoek heeft ten hoogste licht verhoogde gehalten van de onderzochte stoffen aangetoond. De gehalten zijn echter dusdanig dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouwplannen. Risico’s voor de volksgezondheid zijn uitgesloten.
4.10
Verkeer en parkeren
4.10.1
Wettelijk kader Verkeer en parkeren worden gezien als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De toename aan functies zorgen voor verkeer. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet daarom worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s, fietsen en/of scooters. Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn.
4.10.2
Toetsing In de regel wordt een project getoetst aan de kentallen van het CROW, zoals bepaald in Publicatie 744. Echter, deze koppelen de verkeergeneratie en de parkeervraag aan oppervlakte bruto vloeroppervlak. Deze benadering is niet goed toepasbaar op een openluchtmuseum. In dit geval geldt
20
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
dat het museum ten opzichte van de huidige oppervlakte niet wordt uitgebreid. Er wordt wel gerekend op een toename van het aantal bezoekers, maar dit gaat niet in grote getalen. De huidige verkeersstructuur is voldoende gedimensioneerd voor de afwikkeling van het verkeer. Voor het parkeren geldt dat er op het voorterrein voldoende ruimte is voor parkeren. Hier zijn nu ongeveer 20 parkeerplaatsen aanwezig, maar dat zou uitgebreid kunnen worden. Gelet op de functie van het openluchtmuseum en het feit dat dit niet wordt uitgebreid, wordt in eerste instantie uitgegaan van minimaal gelijkblijvend aantal parkeerplaatsen.
4.11
Omgevingsveiligheid
4.11.1
Wettelijk kader De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar via de Atlas Leefomgeving.
4.11.2
Toetsing en conclusie Uit de kaarten van de Atlas Leefomgeving blijkt dat het projectgebied niet in een aandachtsgebied voor externe veiligheid ligt. Daarmee zijn er vanuit dit aspect geen belemmeringen voor het project.
4.12
Natuur
4.12.1
Wettelijk kader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de huidige Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG).
4.12.2
Gebiedsbescherming Het projectgebied maakt geen deel uit van beschermde natuurgebieden. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand. Gezien de aard van de aanvraag en ruime afstand van het plangebied tot natuurgebieden, zijn externe effecten zoals trillingen, verstoring door geluid en mechanische effecten uitgesloten. Overbelaste stikstofgevoelige habitats liggen op ruime afstand. Om de effecten van de aanlegfase en gebruiksfase in te bepalen, is een indicatieve stikstofberekening uitgevoerd. Deze is opgenomen in bijlage 2. Voor de gebruiksfase wordt worst-case uitgegaan van 100 mvt/etmaal verkeersbewegingen en 50% daarvan koude start. Er is nog geen concrete machine-inzet in de aanlegfase bekend. Voor de aanlegfase is daarom uitgegaan dat gedurende 26 weken, 38 uur de week ongeveer 50% van de tijd machine-inzet plaatsvindt met een gemiddeld verbruik van 12 liter per uur. Dit komt neer op 500 uren inzet en een dieselverbruik van 6.000 liter. Hierbij is een gemiddeld AdBlue verbruik van Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
21
5%, op basis van verschillende bronnen, representatief (300 liter). Aanvullend wordt uitgegaan van 5 zware transporten (>7 ton) per week (=130). Het lichte verkeer van personeel en kleine leveringen altijd lager dan het verkeer in de gebruiksfase (100 mvt/etmaal). Door de aanlegfase en de gebruiksfase in één berekening te cumuleren zijn de effecten worst-case bepaald. Uit de berekening blijkt dat er geen resultaten hoger dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar zijn. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat het plan niet leidt tot negatieve effecten door een potentiële toename van stikstof op daarvoor gevoelige gebieden. Hiermee is aangetoond dat er geen sprake is van een relevante stikstofbijdrage op daarvoor gevoelige gebieden. 4.12.3
Soortenbescherming Het projectgebied heeft geen hoge ecologische potentie. Het betreft een intensief beheerd grasveld binnen het terrein van het museum. Het voorkomen van verblijfplaatsen van beschermde dieren is hier uitgesloten. Ook kan er geen sprake zijn van een essentieel onderdeel van het leefgebied van deze soorten. De bomenrijen om het terrein worden behouden. Gelet op het gebruik in de omgeving is van externe verstoring door het gebruik van het museum geen sprake. Vanuit de ecologie zijn er daarom geen belemmeringen voor het project. De zorgplicht moet altijd in acht worden genomen, bijvoorbeeld door het voorkomen van verstoring van broedende vogels en felle lichtuitstraling tijdens de werkzaamheden.
4.13
Waterparagraaf
4.13.1
Wettelijk kader Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap. Voor het inventariseren van de wateraspecten van een project wordt vaak een plan voor de waterhuishouding opgesteld of een plan met een andere benaming. In dit plan worden de wateraspecten niet alleen beschreven, maar ook wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige maatregelen voor het project getroffen moeten worden. Hierbij vindt een toets plaats aan de waterkwaliteitsdoelstellingen uit de Kaderrichtlijn water. De beschrijving van wateraspecten kan onderverdeeld worden in verschillende subparagrafen. In deze paragrafen wordt achtereenvolgens een beschrijving gegeven van de relevante wetgeving en beleid, het opgestelde plan voor de waterhuishouding en volgens dat plan te treffen maatregelen. Hierbij worden de resultaten voortkomend uit het wateradvies betrokken. In het kader hiervan wordt over het plan advies gevraagd bij de betrokken waterbeheerder. Hoe met dit advies is omgegaan wordt in deze paragraaf toegelicht.
4.13.2
Weging van het waterbelang Het project ligt in het beheergebied van het Wetterskip Fryslân. Via het digitale wateradvies is het project kenbaar gemaakt bij het Wetterskip. Hieruit volgt dat de waterbelangen beperkt zijn. Vanwege de toename aan verharding geldt wel de normale procedure voor de watertoets. De uitgangspuntennotitie is opgenomen in bijlage 3.
22
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
Waterveiligheid Het projectgebied ligt niet binnen de beschermingszones van waterkeringen. De waterveiligheid is met dit project niet in het geding. Drooglegging Bij de realisering van bebouwing en het aanleggen van verharding is het nodig om rekening te houden met voldoende drooglegging om bijvoorbeeld opdrijven van verharding te voorkomen. Het waterschap adviseert voor bebouwing met kruipruimte een drooglegging van 1,10 m en voor bebouwing zonder kruipruimte een drooglegging van 0,70 m gerekend vanaf de te realiseren bovenkant vloer. Ook voor verharding wordt een drooglegging van 0,70 m geadviseerd. De bouwlocatie ligt in een peilgebied met een maatgevend peil van -0,20 m +NAP. Het huidige maaiveld ligt op ongeveer 0,70 m +NAP. De andere gebouwen zijn gebouwd op 1,10 m +NAP. Voor de bouw van de tonnetjesloods wordt hierbij aangesloten, waarmee voldaan aan de droogleggingsnorm. Klimaatadaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming.
Naast water robuust bouwen door voldoende aanleghoogte zijn problemen als droogte en hittestress belangrijke aandachtspunten om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren in steden en dorpen. Voor dit project geldt dat het gebouw wordt geplaatst in een groene, landelijk omgeving. Bij de inrichting van het projectgebied wordt op de klimaatadaptatie geanticipeerd door de buitenruimte zo groen mogelijk in te richten. Waterafvoer/berging Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat de toename verhard oppervlak voor een deel wordt gecompenseerd in de vorm van nieuw oppervlaktewater of waterberging. Het dempen van water en/of watergangen moet volledig gecompenseerd worden. Deze compensatie is bedoeld om wateroverlast door het versneld afvoeren van hemelwater vanaf de verhardingen te voorkomen. Compensatie is nodig bij een toename aan verharding van meer dan 1.500 m2 in het landelijk gebied. Er wordt ongeveer 600 m2 aan verharding toegevoegd. Het is daarom niet nodig om compenserende maatregelen te nemen. Wel moet de te dempen watergang worden gecompenseerd. Het gaat in dit geval om een klein, doodlopend stukje sloot. Dit wordt gecompenseerd in de vorm van een verbreding in de oostelijk gelegen watergang, bij de entree. De compensatie is weergeven in figuur 4.3.
Figuur 4.3
Watercompensatie
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
23
Waterkwaliteit Om een goede waterkwaliteit te realiseren is het nodig dat wordt voorkomen dat milieubelastende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn. Ook is het nodig dat gebouwd wordt met milieuvriendelijk en duurzaam materiaal. Afvalwater en regenwatersysteem Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. In dit geval wordt rioolwater aangesloten op het gemeentelijk riool. Schoon hemelwater wordt afgekoppeld en afgevoerd op het oppervlaktewater, dat langs het projectgebied ligt. Daarmee wordt voldaan aan het voorkeursbeleid van het Wetterskip.
4.14
Kabels, leidingen en beperkingsgebieden
4.14.1
Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden.
4.14.2
Toetsing In het projectgebied liggen geen kabels of leidingen die een planologische zone hebben. Wel ligt over het projectgebied een straalpad. Op basis van het omgevingsplan mag hier niet hoger dan 75 meter gebouwd worden. Het beoogde bebouwing blijft hier ruim onder.
24
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
5
Uitvoerbaarheid
5.1
Algemeen De bepaling over de uitvoerbaarheid uit het Besluit ruimtelijke ordening komt onder de Omgevingswet niet terug. De gemeente hoeft niet meer aannemelijk te maken dat een toegedeelde functie er ook zal komen. De gemeente geeft in haar omgevingsplan aan dat een functie op een zekere locatie ‘kan’ komen. Dat is minder verstrekkend. Pas als zich een concreet, binnen de toegedeelde functie passend, initiatief aandient wordt onderzocht 'hoe' dat op een aanvaardbare wijze gerealiseerd kan worden. Bij een Bopa die voldoende concreet is, moet dus de uitvoerbaarheid wel worden aangetoond.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1
Advisering ketenpartners Deze onderbouwing wordt in het kader van het kader van artikel 2.2 Ow ter advisering voorgelegd aan de betrokken ketenpartners.
5.2.2
Advies en instemming Op basis van het artikel 16.15a Omgevingswet heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om zichzelf als adviseur aan te wijzen met recht van instemming. De gemeente Dantumadiel heeft een lijst vastgesteld van projecten waarvoor een bindend advies en daarmee ook verplichte participatie nodig is. Het project valt hieronder. Daarmee wordt voor het project advies van de gemeenteraad gevraagd.
5.2.3
Participatie Artikel 7.4 Or bevat aanvraagvereisten over participatie. Het aanvraagvereiste participatie geldt voor alle omgevingsvergunningen. De participatie bij omgevingsvergunningen wordt door de aanvrager gedaan voorafgaand aan de aanvraag. Participatie is in dit geval verplicht, omdat het project is opgenomen op de lijst waarvoor bindend advies van de gemeenteraad en daarmee een verplichting tot participatie geldt.
5.3
Procedure omgevingsvergunning Voor deze Bopa geldt de reguliere procedure voor de omgevingsvergunning, zoals bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent dat er na verlenen van de vergunning de mogelijkheid bestaat tot het indienen van bezwaar en daarna beroep bij de rechtbank. Tot slot is er de mogelijkheid tot het indienen van hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
5.4
Economische uitvoerbaarheid
5.4.1
Financieel economische haalbaarheid Het initiatief betreft de realisatie van een nieuw gebouw op het terrein van een openluchtmuseum. De gemeente heeft hiermee geen directe financiële bemoeienis.
Damwâld, Trekwei 8a (tonnetjesloods De Sûkerei) 24-168-1 | Rev. 1.2
25
5.4.2
Kostenverhaal Publiekrechtelijk kostenverhaal vindt in het concrete geval niet plaats via de omgevingsvergunning, maar door middel van een kostenverhaalsbeschikking (artikel 13.18 Ow). Ook wel de beschikking bestuursrechtelijke geldschuld genoemd. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten, waaronder het bouwen van een nieuw hoofdgebouw. De gemeente en initiatiefnemer sluiten een kostenverhaalovereenkomst, waarin afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de plankosten en eventueel planologisch nadeel (zie paragraaf 5.4.3). Hiermee is het kostenverhaal voldoende verzekerd.
5.4.3
Nadeelcompensatie In artikel 8.15 Ob worden de kostensoorten in de tabellen A en B van bijlage IV Ob aangewezen als ‘verhaalbare kostensoorten’. In onderdeel A11 staat nadeelcompensatie aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15 van de wet”. Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding door rechtmatig overheidsoptreden. Het gaat over schade boven het normale maatschappelijke risico en het bedrijfsrisico die een persoon onevenredig zwaar treft. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen directe en indirecte schade. Directe schade ontstaat omdat bestaande rechten worden ingeperkt. Indirecte schade heeft betrekking op toegevoegde activiteiten in de omgeving. In titel 4.5 Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan de grondslagen, inhoudelijke eisen en procedurele bepalingen over toekenning van nadeelcompensatie. In dit geval is een overeenkomst gesloten waarin nadeelcompensatie wordt afgewenteld op de initiatiefnemer.