2.1 bijlage rv Werkwijze Programma's Omgevingswet
Tekst van het document
Werkwijze programma’s Omgevingswet Hoe wordt de raad betrokken in het proces? 1. Het college stelt een startnotitie op voor het betreffende omgevingsprogramma en stuurt deze ter kennisgeving naar de raad. Indien gewenst kan de raad de startnotitie bespreken en aan het college kaders en/of wensen meegeven. 2. Het college stelt een concept omgevingsprogramma op. Bij de ontwikkeling van dit concept vindt participatie plaats met de betrokken omwonenden, bedrijven en andere belanghebbenden. 3. Het college legt een concept van het ontwerp programma voor aan de raad. Indien gewenst kan de raad het college verzoeken om wijzigingen in het concept-ontwerp te maken. 4. Het college stelt het ontwerp programma, met daarin door de raad voorgestelde wijzigingen, vast en legt dit ter inzage voor zienswijzen/inspraak. Zienswijzen/inspraak kan worden ingediend door inwoners en andere belanghebbenden. 5. Het college verwerkt de ingediende zienswijzen/inspraak en legt de aangepaste versie van het ontwerp programma voor aan de raad. De griffie nodigt de indieners van zienswijzen/inspraak (indien van toepassing) uit voor de inhoudelijk behandeling en om desgewenst in te spreken. De raad neemt een besluit: conform, of kan via een amendement wensen en/of bedenkingen aan het college doorgeven. 6.
Het college past (indien van toepassing) op basis van dit besluit het omgevingsprogramma aan en stelt het omgevingsprogramma vast. 7. Het college publiceert het besluit tot vaststelling, stelt de indieners van zienswijzen/inspraak op de hoogte van het besluit en stuurt het vastgestelde programma aan de raad ter kennisgeving.