10. Ecologisch werkprotocol_Zwartgemaakt
Tekst van het document
2024
Ecologisch Werkprotocol Omgevingswet Werkwijze Kleine Initiatieven (WKI)
Een ecologisch werkprotocol inzake de sloop van een pand en realisatie van twee appartementgebouwen aan de Noarder Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
Ecologisch Werkprotocol - WKI Een ecologisch werkprotocol inzake de sloop van een pand en realisatie van twee appartementgebouwen aan de Noarder Stasjonsstrjitte 81, De Westereen. De Westereen, maart 2024 In opdracht van: Bouwgroep Dijkstra Draisma Bocksmeulen 23 9101 RA Dokkum Contactpersoon: Tel.: @bgdd.nl Uitvoering: Successie Natuurzaken Ds. v.d. Veenweg 5A 9264 TA Earnewald Tel.: 06-22600985 Email: info@successienatuurzaken.nl Contactpersoon:
Auteur: Tel.: Email Gecontroleerd door: (Successie Natuurzaken) Omslagfoto: Impressie van het plangebied.
Inhoudsopgave Ecologisch Werkprotocol (Maart 2024) 1. Inleiding ........................................................................................................................................................................ 4 1.1
Aanleiding.............................................................................................................................................................. 4
1.2 Planvoornemen................................................................................................................................................... 5 2. Resultaten nader onderzoek .............................................................................................................................. 6 3. Planning werkzaamheden .................................................................................................................................... 7 4. Aanwezige soorten, functies en aantallen ................................................................................................ 7 4.1 Vleermuizen.......................................................................................................................................................... 5 5. Verbodsbepaling Omgevingswet..................................................................................................................... 7 6. Compensatiemaatregelen.................................................................................................................................... 8 6.1 Tijdelijke compensatiemaatregelen........................................................................................................... 8 6.2 Permanente compensatiemaatregelen.................................................................................................... 9
6.2.1 Vleermuizen.............................................................................................................................................. 9
7. Aanvullende mitigerende maatregelen ...................................................................................................... 10 8. Effecten op instandhoudingsdoelstelling soorten ............................................................................... 11 8.1 Staat van instandhouding.............................................................................................................................. 11 8.1.1 Staat van instandhouding gewone dwergvleermuis.............................................................. 11
8.1.2 Staat van instandhouding ruige dwergvleermuis.................................................................... 12
8.1.3 Staat van instandhouding laatvlieger........................................................................................... 12 8.1.4 Staat van instandhouding meervleermuis.................................................................................. 12
8.1.5 Staat van instandhouding gewone grootoorvleermuis........................................................ 13
9. Ecologische begeleiding, controleerbaarheid en kwaliteitswaarborging ............................ 14 10. Literatuurlijst ........................................................................................................................................................... 15
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
Initiatiefnemer van het pand aan de Noarder Stasjonsstrjitte 81 te Westereen is van doel het pand te slopen om hier twee appartement gebouwen te realiseren (figuur 1). Successie Natuurzaken heeft op 12 mei 2023 het geplande planvoornemen getoetst of het al dan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming (vanaf 1 januari 2024 overgegaan in de Omgevingswet). Uit de flora en fauna quickscan is geconcludeerd dat de aanwezigheid van kraam-, (massa)winter, zomer- en paarverblijfplaats van diverse vleermuissoorten niet zonder nader onderzoek volledig zijn uit te sluiten.
Figuur 1. Locatie van het plangebied (rode omlijning). Bron: Googlemaps.
In het voorliggend Ecologisch Werkprotocol wordt de ‘Werkwijze Kleine Initiatieven’ (WKI) uitgewerkt. Het heeft als doel tijd en geld te besparen voor de initiatiefnemer en boven alles het creëren van een ecologische plus van het plangebied voor in ieder geval de betreffende soorten. Met deze wijze wordt getracht de instandhouding van de betreffende soorten te optimaliseren door meer verblijfplaatsmogelijkheden te realiseren zonder de vereiste nadere onderzoeken en papierwerk. Kraamverblijfplaatsen en massawinterverblijfplaatsen vallen niet onder de WKI regeling. Er is met bevoegd gezag overeengekomen dat het initiatief van start kan gaan nadat nader onderzoek omtrent kraamverblijfplaatsen (alle gebouwbewonende vleermuissoorten) en massawinterverblijfplaatsen (gewone dwergvleermuis) heeft plaatsgevonden en wanneer uit het onderzoek blijkt dat dergelijke verblijfplaatsen niet binnen het plangebied aanwezig zijn. Successie Natuurzaken heeft in de periode mei 2023 tot en met september 2023 onderzoek gedaan naar kraam- en massawinterverblijfplaatsen. Bij het nader onderzoek zijn geen kraamverblijfplaatsen en/of massawinterverblijfplaatsen aangetroffen. Wel is er één zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen binnen het plangebied.
Omdat binnen het planvoornemen de procedure ‘Werkwijze Kleine Initiatieven’ wordt bewandeld, is een vergunningsaanvraag (voorheen ontheffingsaanvraag) voor deze zomerverblijfplaats niet vereist. Onderdeel van de procedure ‘Werkwijze Kleine Initiatieven’ is het opstellen van een Ecologisch Werkprotocol. De opzet van het Ecologisch Werkprotocol is het inpassen van voldoende mitigerende en compenserende maatregelen binnen de kaders van de WKI die geschikte ruimtes bieden voor diverse vleermuissoorten waarbij tevens rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van de zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis.
19 maart 2024 - Een ecologisch werkprotocol inzake de sloop van een pand en realisatie van twee appartementgebouwen aan de Noarder
Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
4
1.2
Planvoornemen
Het planvoornemen is om het pand aan de Noarder Stasjonsstrjitte 81 te Westereen te slopen t.b.v. twee nieuwe appartementgebouwen. Elk appartementgebouw krijgt drie bouwlagen waarbij vier appartementen per bouwlaag worden gerealiseerd. De bestaande parkeervlakken aan de west-, noorden oostzijde blijven behouden. Daarnaast worden er aan de zuid- en oostijzde twee fietsenstallingen gerealiseerd (figuur 2 - 3).
Figuur 2. Tekening van de nieuwe situatie. Bron: Bouwgroep Dijkstra Draisma
Figuur 3. Impressie van de nieuwe situatie. Bron: Bouwgroep Dijkstra Draisma.
19 maart 2024 - Een ecologisch werkprotocol inzake de sloop van een pand en realisatie van twee appartementgebouwen aan de Noarder
Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
5
2. Resultaten nader onderzoek Bezoek
Datum
Tijd
Weersomstandigheden
Onderzoek
1
05-06-2023
21:54 - 00:24
Droog, geen bewolking 12 Graden Celsius Windkracht 2 Bft.
Kraamverblijfplaatsen
2
25-06-2023
02:21 - 05:21
Droog, lichte bewolking 15 Graden Celsius Windkracht 1 Bft.
Kraamverblijfplaatsen
3
14-07-2023
21:55 - 00:25
Zo nu en dan motregen, zwaar bewolkt Kraamverblijfplaatsen 19 Graden Celsius Windkracht 2 Bft.
4
19-08-2023
24:00 - 02:00
Droog, lichte bewolking 20 Graden Celsius Windkracht 2 Bft.
Massawinterverblijfplaatsen
5
06-09-2023
24:00 - 02:00
Droog, geen bewolking 20 Graden Celsius Windkracht 1 Bft.
Massawinterverblijfplaatsen
Tabel 1. Gegevens nader onderzoek kraam- en massawinterverblijfplaatsen.
Zoals genoemd is er één zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen binnen het plangebied. De verblijfplaats bevindt zich in de ruimte rondom een afwateringpijpje aan de noordzijde van het plangebied (figuur 4). Er is één invliegend individu waargenomen bij de verblijfplaats.
Figuur 4. Locatie van de zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. Inzet: locatie verblijfplaats (rode driehoek) t.o.v. plangebied.
19 maart 2024 - Een ecologisch werkprotocol inzake de sloop van een pand en realisatie van twee appartementgebouwen aan de Noarder
Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
6
3. Planning werkzaamheden De planning is afhankelijk van de verkregen vergunningen. De initiatiefnemer heeft de wens om in juni/ juli 2024 te starten met de sloopwerkzaamheden.
4. Aanwezige soorten, functies en aantallen Tijdens het nader onderzoek naar kraam- en massawinterverblijfplaatsen is er één zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen binnen het plangebied. Echter heeft er geen onderzoek plaatsgevonden naar mogelijke paarverblijfplaatsen. Er bevinden zich meerdere invliegmogelijkheden in het pand in de vorm van ruimtes rond afwateringpijpjes, in houten betimmering, openingen in de muur en spleten in houtbetimmering aan de onderzijde van de dakgoot die gebruikt kunnen worden als paarverblijfplaatsen voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis.
4.1
Vleermuizen
Het inschatten van het aantal individuen die het plangebied kunnen gebruiken voor paarverblijfplaatsen is voor vleermuizen zeer lastig zonder nader onderzoek, omdat deze soortengroep teruggetrokken leeft en bij donker actief is. Het nader onderzoek heeft uitgewezen dat er geen kraam- en massawinterverblijfplaatsen (doorgaans hoge aantallen individuen) aanwezig zijn in het plangebied. Gezien de grote van het plangebied en de vondst van één zomerverblijfplaats, welke in gebruik is door één gewone dwergvleermuis, wordt er redelijkerwijs tevens één paarverblijfplaats verwacht die door maximaal vier individuen gebruikt kan worden.
5. Verbodsbepaling Omgevingswet De gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis vallen binnen het beschermingsregime habitatrichtlijnsoorten. In de volgende paragraaf worden eventuele overtredingen van verbodsbepalingen in relatie tot het planvoornemen gemotiveerd. Vleermuizen Voor de desbetreffende soorten worden mogelijk de volgende overtredingen gemaakt: • Het beschadigen en vernielen van de voorplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten Het planvoornemen leidt ertoe dat er in ieder geval één zomerverblijfplaats verdwijnt. Er wordt gezien de grote van het plangebied redelijkerwijs één mogelijke paarverblijfplaats verwacht van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis of meervleermuis. Middels het treffen van compensatie worden geschikte uitwijkmogelijkheden gecreëerd. • Het opzettelijk verstoren van habitatsoorten Met het beschadigen en vernielen van de in ieder geval aanwezige zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis en eventueel aanwezige paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis of meervleermuis, is er sprake van opzettelijke verstoring. Met het vooraf plaatsen van uitwijkmogelijkheden worden uitwijkmogelijkheden gecreëerd.
Daarnaast wordt de locatie van de zomerverblijfplaats en het plangebied 'natuurvrij’ gemaakt, zodoende wordt verstoring tot het minimale beperkt. 19 maart 2024 - Een ecologisch werkprotocol inzake de sloop van een pand en realisatie van twee appartementgebouwen aan de Noarder
Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
7
6. Compensatiemaatregelen In de nieuwe situatie dienen er permanente compensatiemaatregelen getroffen te worden. Tevens is het in sommige gevallen nodig om ‘tijdelijke’ compensatiemaatregelen te treffen. In de volgende paragraven wordt hier verder op ingegaan.
6.1
Tijdelijke compensatiemaatregelen
Vleermuizen Er wordt verwacht dat de werkzaamheden starten na 1 maart en/of doorlopen na 1 maart. Hierdoor dient voor de aangetroffen zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis tijdelijke uitwijkmogelijkheden gerealiseerd te worden. In verband met een gewenningsperiode van 3 maanden (zomerverblijfplaatsen met < 10 dieren) dienen de maatregelen zo spoedig mogelijk gerealiseerd te worden. De zomerverblijfplaats die verdwijnt dient viermaal tijdelijke gecompenseerd te worden (Bron: BIJ12). Bovenstaande wordt in overleg met begeleidend ecoloog uitgevoerd. Als tijdelijke compensatiemaatregel worden vier geclusterde vleermuis paalkasten geplaatst aan de noordoostzijde van het plangebied (figuur 5). Er is gekozen voor een platte meerlaagse vleermuiskast gemaakt van duurzaam houtbeton. Het betreft het type BTD-1 (verkrijgbaar bij veldshop.nl) aangezien deze types het meest geschikt worden geacht voor dwergvleermuizen (Bron: BIJ12). Deze vleermuiskasten zijn geschikt voor de mitigatie van kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. •
De vier geclusterde vleermuis paalkasten worden op palen van circa 4 meter hoog geplaatst. De locatie aan de noordoostzijde van het plangebied is vrij van kunstlicht en vrij van verstoring van de beoogde werkzaamheden. Daarnaast worden de paalkasten geplaatst nabij een bestaande bomenrij die kan dienen voor aan- en uitvliegroutes.
•
De vleermuiskasten worden vóór 1 april 2024 opgehangen. Aan de gewennigsperiode van drie maanden, die binnen de reguliere procudure valt, wordt afhankelijk van de starttijd, in ieder geval ten dele voldaan. Het project wordt uit gevoerd onder ‘Werkwijze Kleine Initiatieven’ waarbinnen getracht wordt tijdwinst te creëren. Om deze reden wordt er uitgegaan van een minder kritische norm binnen WKI wat de gewenningsperiode aangaat.
•
Na de realisatie van het planvoornemen blijven de tijdelijke vleermuiskasten behouden en vormen samen met de permanente compensatie (zie volgende paragraaf) voor een locatie met verschillende microklimaten.
19 maart 2024 - Een ecologisch werkprotocol inzake de sloop van een pand en realisatie van twee appartementgebouwen aan de Noarder
Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
8
Figuur 5. Locatie te plaatsen 'tijdelijke' vleermuiskasten (rode driehoek). Inzet: voorbeeld vleermuiskast op palen en type BTD-1 vleermuiskast. Bron: Bouwgroep Dijkstra Draisma.
6.2
Permanente compensatiemaatregelen
Aan de hand van de bouwtekeningen van de nieuwe situatie is gekeken naar de mogelijke inpassing van de compensatiemaatregelen. Binnen het traject ‘Werkwijze Kleine Initiatieven’ is overcompensatie vereist en dat de compensatiemaatregelen inpandig worden verwerkt. In de volgende paragrafen worden de compensatiemaatregelen genoemd. 6.2.1
Vleermuizen
Compensatie in de linker- en rechterzijgevel van de appartementgebouwen In de twee appartementegebouwen zijn spouwmuren voorgenomen. Ter variatie van windrichting en microklimaten worden aan zowel de linker- en rechterzijgevel van beide appartementengebouwen vleermuiskasten in de gevel gemetseld (type WMPM1e - figuur 6 - 8). Aan elke zijde worden twee kasten achter het metselwerk met entreesteen ingemetseld, totaal 8 stuks. De WMP1e kast is speciaal ontworpen voor gebouwbewonende vleermuissoorten. Inbouwvleermuiskasten hebben als verblijfplaats de meeste potentie voor gewone dwergvleermuizen en ruige dwergvleermuizen. Daarnaast kunnen de kasten ook gebruikt worden door laatvliegers, gewone grootoorvleermuizen en meervleermuizen.
Figuur 6. Inbouw vleermuiskast, type VMP1e. Verkrijgbaar bij www.unitura.nl
Figuur 7. Vleermuiskast. Type VMPM1e.
19 maart 2024 - Een ecologisch werkprotocol inzake de sloop van een pand en realisatie van twee appartementgebouwen aan de Noarder
Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
9
Figuur 8. Locatie te plaatsen inbouwvleermuiskasten (gele pijlen). Inzet: impressie vleermuiskasten aan de gevel. Bron: Bouwgroep Dijkstra Draisma
7. Aanvullende mitigerende maatregelen • Ongeschikt maken plangebied: Aangezien er wordt verwacht dat de werkzaamheden starten na 1 maart en/of doorlopen na 1 maart, dient de locatie van de zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis en eventuele aanwezige paarverblijfplaatsen 'natuurvrij' gemaakt te worden. Alle potentiële invliegopeningen (denk aan de ruimtes rond afwateringpijpjes, in houten betimmering, openingen in de muur en spleten in houtbetimmering aan de onderzijde van de dakgoot) dienen afgedicht te worden met exclusion flaps i.c.m. vulschuim, verkrijgbaar bij Unitura.nl (figuur 9 - 10). Hierdoor kunnen vleermuizen uit de verblijfplaats kruipen maar vervolgens niet weer terugkeren. Grotere invliegopeningen waarbij een exclusion flap niet toepasbaar is, worden gedicht met houten latten om er voor te zorgen dat vleermuizen deze openingen niet gaan gebruiken. Dit is enkel mogelijk nadien op basis van een extra inventarisatie, in de vorm van een vroege ochtend veldbezoek met batdetector voorafgaand aan het natuurvrij maken, is vastgesteld of deze grotere invliegopeningen niet in gebruik zijn door vleermuizen. Als blijkt dat deze grotere invliegopeningen niet in gebruik zijn wordt dezelfde dag de beoogde natuurvrij werkzaamheden uitgevoerd.
De inventarisatie en het natuurvrij maken dient te geschieden na 15 april aangezien het niet is uitgesloten dat de potentiele verblijfplaatsen ook (tijdelijk) in de kwetsbare winterperiode (15 oktober tot 15 april) gebruikt kunnen worden. Bovenstaande wordt in overleg met begeleidend ecoloog uitgevoerd.
19 maart 2024 - Een ecologisch werkprotocol inzake de sloop van een pand en realisatie van twee appartementgebouwen aan de Noarder
Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
10
Figuur 9 - 10. Voorbeeld gebruik van exclusion flaps i.c.m. vulschuim bij invliegopeningen aan de gevel. Bron: Unitura
• Aantreffen beschermde soorten: Indien onverhoopt tijdens de werkzaamheden beschermde soorten (denk aan vleermuizen) worden aangetroffen, dienen de werkzaamheden onmiddellijk stilgelegd te worden en dient de begeleidend ecoloog vast te stellen of- en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om verstoring te voorkomen. • Ecologisch werkprotocol op locatie: Het Ecologisch werkprotocol dient op de locatie aanwezig te zijn en de inhoud moet bij de betrokken werknemers bekend, gelezen (met name hoofdstuk 5 en 6) en begrepen zijn. Bij twijfel over de juiste wijze van uitvoering van compensatiemaatregelen in hoofdstuk 5 en mitigerende maatregelen in hoofdstuk 6, dient de begeleidend ecoloog om toelichting gevraagd te word
8. Effecten op instandhoudingsdoelstellingen soorten 8.1
Staat van instandhouding
In de Omgevingswet wordt de volgende definitie gegeven voor de ‘gunstige staat van instandhouding van een soort’: Staat van instandhouding van een soort waarvoor geldt dat: a) uit populatiedynamische gegevens blijkt dat de betrokken soort nog steeds een levensvatbare component is van de natuurlijke habitat waarin hij voorkomt, en dat vermoedelijk op lange termijn zal blijven, en b) het natuurlijke verspreidingsgebied van die soort niet kleiner wordt of dat niet binnen afzienbare tijd lijkt te zullen worden, en c) er een voldoende grote habitat bestaat en waarschijnlijk zal blijven bestaan om de populaties van die soort op lange termijn in stand te houden; 8.1.1 Staat van instandhouding gewone dwergvleermuis De gewone dwergvleermuis is de meest algemene vleermuissoort en komt verspreid in heel Nederland voor. De soort is vooral aanwezig rondom bebouwing, waar ook groen in de omgeving aanwezig is. Dit kunnen steden en dorpen zijn, maar ook gebouwen buitenaf. Er zijn geen uitspraken te doen over aantalsontwikkelingen: er zijn geen aanwijzingen voor een af- dan wel toename in aantallen. Mogelijk neemt het aanbod van geschikte verblijfplaatsen wel af vanwege de toenemende na-isolatie van gebouwen en het dichten van kieren en gaten in gebouwen en is daardoor ook kwetsbaar. Het wordt aangenomen dat de soort lokaal redelijk algemeen voorkomt.
Het verwijderen van een enkele verblijfplaats op zowel lokale als landelijke schaal is verwaarloosbaar. Derhalve zal er geen 19 maart 2024 - Een ecologisch werkprotocol inzake de sloop van een pand en realisatie van twee appartementgebouwen aan de Noarder
Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
11
verslechtering van de landelijke staat van instandhouding ontstaan. Zomerverblijfplaatsen zijn goed te compenseren. Met de voorgenomen mitigatie- en compensatiemaatregelen wordt binnen de procudure WKI getracht de instandhouding van de soorten in iedergeval niet aan te tasten en waar mogelijk te versterken. 8.1.2 Staat van instandhouding ruige dwergvleermuis De ruige dwergvleermuis is in ons land een algemeen voorkomende soort. De soort wordt vaker in de kustgebieden en langs rivieren, meren en plassen aangetroffen wordt dan verder het binnenland. De soort is zowel boombewonend als gebouwbewonend en worden aangetroffen in boomholten, achter boomschors, in stapels brandhout, houtloodsen, spouwmuren en achter stootvoegen van gebouwen. Mannetjes worden het gehele jaar door waargenomen, vrouwtjes eigenlijk alleen gedurende de treken paartijd en in de winter. Er zijn geen gegevens bekend over de trend in de aantallen. Het wordt aangenomen dat de soort lokaal redelijk voorkomt. Het verwijderen van een enkele verblijfplaats op zowel lokale als landelijke schaal is verwaarloosbaar. Derhalve zal er geen verslechtering van de landelijke staat van instandhouding ontstaan. Zomer- en paarverblijfplaatsen zijn goed te compenseren.
Met de voorgenomen mitigatie- en compensatiemaatregelen wordt binnen de procudure WKI getracht de instandhouding van de soorten in iedergeval niet aan te tasten en waar mogelijk te versterken. 8.1.3 Staat van instandhouding laatvlieger De laatvlieger is een middelgrote- en gebouwbewonende soort die met name wordt aangetroffen in dorpen in het agrarisch landschap en aan de rand van stedelijke bebouwing. De staat van instandhouding van deze soort is matig ongunstig (Vogel- en Habitatrichtlijnrapportage 2019). Dit is grotendeels gebaseerd op inschattingen omdat veel data ontbreekt. De populatiegrootte wordt geschat op 10.00040.000 dieren. De laatvlieger komt relatief gelijk verspreid over Nederland voor, waardoor omgerekend circa 0,6 laatvliegers per vierkante kilometer in Nederland voorkomen. De jachtgebieden liggen in een straal van 1 tot 5 km (zelden meer) rondom de kolonie. Het wordt aangenomen dat de soort lokaal redelijk voorkomt. Het verwijderen van een enkele verblijfplaats op zowel lokale als landelijke schaal is verwaarloosbaar. Derhalve zal er geen verslechtering van de landelijke staat van instandhouding ontstaan. Zomer- en paarverblijfplaatsen zijn goed te compenseren. Met de voorgenomen mitigatie- en compensatiemaatregelen wordt binnen de procudure WKI getracht de instandhouding van de soorten in iedergeval niet aan te tasten en waar mogelijk te versterken.
8.1.4 Staat van instandhouding meervleermuis De meervleermuis is een relatief grote vleermuis voor Nederland. Het is de meest zeldzame soort van Europa, waarbij het zwaartepunt van de Europese populatie in Nederland ligt. Kerngebieden van de meervleermuis liggen in de waterrijke delen van Noord- en West Nederland en in de veenweidegebieden van Oost Nederland. Dit betreft met name het leefgebied van de vrouwtjes en hun jongen. De staat van instandhouding is matig ongunstig (Vogel- en Habitatrichtlijnrapportage 2019). De populatiegrootte wordt geschat op 4.500 – 8.000 dieren. Populatie aantallen nemen gestaag af, vermoedelijk door isolatie- en renovatiewerkzaamheden aan de gebouwen waar ze verblijven. Zomerverblijfplaatsen van meervleermuizen bevinden zich vrijwel altijd in gebouwen zoals op kerkzolders, in spouwmuren en onder dakpannen. Veel verblijfplaatsen zijn de afgelopen jaren aangetroffen in jaren zestig rijtjeshuizen. Meervleermuizen jagen tot op 10-20 km van de verblijfplaats veelal boven water op insecten. Hierbij gebruiken ze kanalen, beken, vaarten en brede sloten. 19 maart 2024 - Een ecologisch werkprotocol inzake de sloop van een pand en realisatie van twee appartementgebouwen aan de Noarder
Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
12
Het wordt aangenomen dat de soort lokaal redelijk is vertegenwoordigt gezien het feit dat uit verspreidingsgegevens (bron: fryslan.maps.arcgis.com) naar voren komt dat er zich meerdere kraamverblijfplaatssen van de meervleermuis bevindt in Franeker in de wijk It Fugellân (± 1.2 km). Het verwijderen van een enkele zomer en/of paarverblijfplaats op zowel lokale als landelijke schaal is verwaarloosbaar. Derhalve zal er geen verslechtering van de landelijke staat van instandhouding ontstaan. Zomer- en paarverblijfplaatsen zijn goed te compenseren. Met de voorgenomen mitigatie- en compensatiemaatregelen wordt binnen de procudure WKI getracht de instandhouding van de soorten in ieder geval niet aan te tasten en waar mogelijk te versterken. 8.1.5 Staat van instandhouding gewone grootoorvleermuis De gewone grootoorvleermuis is een middelgrote vleermuis welke wordt gekenmerkt door zijn grote oren, die bijna even lang zijn als het lichaam. Gewone grootoorvleermuizen gedragen zich opportunistisch in de keuze van verblijfplaatsen. Er zijn groepen die gebouwen gebruiken en groepen die bomen gebruiken als verblijfplaats. In gebouwen gaat het met name om zolders, maar ook achter betimmeringen, daklijsten en vensterluiken, in spouwmuren, onder dakpannen. De gewone grootoorvleermuis komt verspreid over Nederland voor met een duidelijke binding met bosgebied en de hogere zandgronden.
Zwaartepunten liggen in de duinstreek en het midden en oosten van het land. De huidige populatiegrootte wordt geschat op 6.000-11.000 dieren. De staat van instandhouding is matig ongunstig (Vogel- en Habitatrichtlijnrapportage 2019). Dit heeft met name te maken met de kwaliteit van het habitat en het toekomstperspectief. De populatie en verspreiding zijn als gunstig beoordeeld. Volgens verspreidingsgegevens komt de gewone grootoorvleermuis in de wijde omgeving niet of nauwelijks voor (Bron: NDFF). Het verwijderen van een enkele verblijfplaats op zowel lokale als landelijke schaal is verwaarloosbaar. Derhalve zal er geen verslechtering van de landelijke staat van instandhouding ontstaan. Zomer- en paarverblijfplaatsen zijn goed te compenseren. Met de voorgenomen mitigatie- en compensatiemaatregelen wordt binnen de procudure WKI getracht de instandhouding van de soorten in iedergeval niet aan te tasten en waar mogelijk te versterken.
19 maart 2024 - Een ecologisch werkprotocol inzake de sloop van een pand en realisatie van twee appartementgebouwen aan de Noarder
Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
13
9. Ecologische begeleiding, controleerbaarheid en kwaliteitswaarborging • Tussentijds contact begeleiding ecoloog: Begeleidend ecoloog is gedurende de gehele uitvoerperiode bereikbaar om eventuele onduidelijkheden weg te nemen, vragen te beantwoorden of het plangebied te bezoeken wanneer dat nodig wordt geacht ( ). • Checken uitvoering compensatiemaatregelen: Na afronding van de werkzaamheden dient de begeleidend ecoloog de gerealiseerde compensatiemaatregelen te checken op juiste uitvoering en functionaliteit. • Logboek: De begeleidend ecoloog houdt een logboek bij van de ecologisch gerelateerde zaken. • Doorgeven startdatum werkzaamheden: De startdatum van de werkzaamheden worden uiterlijk drie dagen voor aanvang van de werkzaamheden doorgegeven aan de provincie Fryslân via wnb@fryslan.frl. Ecologisch verantwoord werken Successie Natuurzaken is van mening dat de genoemde werkwijze bij dit planvoornemen voldoende zorg in acht neemt voor de instandhouding van de betreffende soorten. De kans wordt groot geacht dat de compenserende maatregelen een ‘plus’ zijn voor de instandhouding. Het is echter aan bevoegd gezag om te bepalen of deze werkwijze goedgekeurd wordt.
19 maart 2024 - Een ecologisch werkprotocol inzake de sloop van een pand en realisatie van twee appartementgebouwen aan de Noarder Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
14
10. Literatuurlijst Arcadis, feb. 2019. Mitigatiecatalogus Gebouwbewonende Soorten. (PDF) Beschikbaar op: https://www. provinciegroningen.nl/fileadmin/Mitigatiecatalogus_gebouwbewonende_soorten_Centrum_Veilig_Wonen.pdf
BIJ12 rapporten: Diverse soorten Geraadpleegde websites: ndff-ecogrid.nl ryslan.maps.arcgis.com sovon.nl rvo.nl Websites omschreven materiaal: Veldshop.nl - Vleermuiskast type BTD-1 Unitura.nl - Exclusion flap typ EF1 & EF2 Unitura.nl - Vulschuim VS1 Unitura.nl - Vleermuiskast VMPM1e
19 maart 2024 - Een ecologisch werkprotocol inzake de sloop van een pand en realisatie van twee appartementgebouwen aan de Noarder
Stasjonsstrjitte 81, De Westereen.
15